CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

concept Nvu def

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente SchagenBij agendapunt: Concept Nota van uitgangspunten omgevingsplan kernen33.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

18 alinea's met “evenement”: 23 159 160 161 212 370 371 373 374 375 376 450 451 510 511 512 515 526

De kern van de aanpak bestaat uit het opnemen van een bepaling dat bij bouwen en functiewijzigingen moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Wat “voldoende” is, wordt bepaald op basis van de Nota Parkeernormen 2016, die in het omgevingsplan wordt aangewezen als normatief document. Daarnaast wordt een flexibiliteitsmechanisme opgenomen, zodat in bijzondere situaties via een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de parkeernormen wanneer maatwerk noodzakelijk of wenselijk is. Dit sluit aan bij de bestaande praktijk en zorgt voor een werkbare en toekomstbestendige regeling binnen het nieuwe stelsel.

3.1.9 Begraafplaatsen Begraafplaatsen en gemeentelijke gedenkparken vormen belangrijke plekken van rust, bezinning en herinnering in de gemeente Schagen. Ze dragen bij aan identiteit en cultuurhistorische waarde en zijn zichtbaar in het landschap. Het omgevingsplan geeft duidelijkheid over locaties en functies, zodat deze plekken zorgvuldig kunnen worden beschermd en beheerd. 31

1. Wat willen we waar regelen en waarom? Doel van de regels is het waarborgen van rust en stilte en het beschermen van de cultuurhistorische waarde. Gereguleerd wordt het gebruik van de grond als begraafplaats of gedenkpark en het bouwen van bouwwerken op deze locaties. Het opnemen van deze regels in het omgevingsplan is wenselijk, omdat zij bijdragen aan een eenduidige en zorgvuldige inpassing binnen de leefomgeving. Er is samenhang met cultuurhistorie, archeologie, bouwen en maatschappelijke functies. Nadere beleidsinkadering is niet nodig; bestaande bestemmingsplannen bieden een voldoende basis. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Rijk en provincie hebben geen specifieke instructieregels; de gemeente heeft beleidsvrijheid. De bruidsschat bevat geen relevante regels. Voor nu kan worden aangesloten bij de geldende bestemmingsplannen. Dit vormt de basis voor het vastleggen van het gebruik van terreinen als begraafplaats of gedenkpark en bestaande bouwmogelijkheden. 3. Hoe willen we het regelen? De gemeente kiest voor een thematische regeling in het omgevingsplan, zodat de regels over begraafplaatsen en gemeentelijke gedenkparken gemeentebreed en uniform gelden.

Voor deze tussenfase worden alleen de noodzakelijke onderdelen opgenomen: het gebruik van de terreinen als begraafplaats of gedenkpark en de bestaande bouwmogelijkheden, zoals die nu in de bestemmingsplannen staan, voor zowel bouwwerken zoals aula’s en afscheidsruimten als voor bouwwerken geen gebouw zijnde, inclusief de toegestane bouwhoogtes. De beheerverordening gemeentelijke gedenkparken blijft onverkort van kracht. De gedetailleerde regels uit deze verordening – zoals meldplichten, specifieke voorwaarden voor grafbedekking en vergunningen – worden nog niet overgenomen in het omgevingsplan. De bescherming van cultuurhistorische waardevolle graven is ook geregeld in deze verordening. Deze regels worden pas meegenomen bij het laatste verhuisgebied, wanneer de gemeente toewerkt naar een volledig omgevingsplan.

3.2 Gebruik van gronden en bouwwerken 3.2.1 Woongebied Voor de gemeente is het bieden van een woongebied met een relatief rustig karakter belangrijk. In dit woongebied zijn de binding met het agrarische en ruimtelijke karakter in de kleine kernen en de relatie met recreatie in de kustkernen belangrijke kwaliteiten. Het bieden van een veilig woongebied met relatieve rust voor alle bewoners en gezinnen wordt gegarandeerd door het belang van het wonen boven die van naastgelegen gebieden en afwijkende functies binnen deze gebieden te zetten. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Er wordt een woongebied aangewezen. Hierin worden regels gesteld over gebruiksactiviteiten en bestaand gebruik van afwijkende functies van wonen. In dit gebied is er bijzondere aandacht voor het relatief rustige karakter van de woonbuurt en geldt dat de goede leefomgeving en veiligheid in de buurt voorgaat op andere belangen. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Er wordt een gebied aangewezen als centrumgebied. In dit gebied is wonen de hoofdactiviteit, hiernaar kan altijd teruggevallen worden. Bij woonactiviteiten zijn; beroep of bedrijf aan huis verrichten, bed & breakfast exploiteren, tijdelijke generatiewoning gebruiken en mantelzorg verrichten ook toegestaan. Binnen het woongebied komen alle andere functies ook voor.

In de kleine kernen omdat er geen centrum-, bedrijfs- en/of sportgebied is en omdat er variatie in de kernen is gewenst. In grotere kernen omdat deze functies ondersteunend zijn aan het wonen (zoals een school) of er gewoon al zitten. Bijzondere aanwezige activiteiten in het woongebied zijn de dierentuin in Tuitjenhorn en een hotel in Grote Keeten. Voor het verrichten van activiteiten is het belangrijk dat er voldoende parkeergelegenheid is wat volgt uit de parkeernota gemeente Schagen. 3. Hoe willen we het regelen? De regels binnen het woongebied zijn een gebiedsgerichte omzetting van de regels. Door middel van algemene regels wordt wonen overal toegelaten met eventueel bijbehorende activiteiten; beroep of bedrijf aan huis verrichten, bed & breakfast exploiteren, en mantelzorg verrichten, mits ts als ook aan de activiteit specifiek regels voor deze activiteiten en aan de milieuregels worden voldaan. Voor afwijkende activiteiten geldt dat deze als bestaand gebruik toegestaan zijn. Deze worden specifiek aangegeven op de kaart. Met vergunning is het mogelijk om woningen te splitsen en de bijgebouwen te gebruiken als 32

tijdelijke generatie woning. Tevens is het met vergunning mogelijk om de het gebruik van bedrijf/horeca te wijzigen naar maatschappelijk, dienstverlening en detailhandel. Nadere uitwerking is te vinden onderde kopjes ‘gebruiksactiviteiten’, ‘generatiewoningen’, ‘mantelzorg’, ‘bed en breakfast’ en ‘beroep en bedrijf aan huis verrichten’.

3.2.2 Centrumgebied Het bieden van een plek voor levendigheid is een belangrijk doel van de gemeente Schagen. Er moeten regels opgesteld worden om functiemenging te bevorderen en zo het voorzieningenniveau van de kernen te stimuleren. Ook worden met de regels de balans tussen het centrum en een naastgelegen woongebied met relatieve rust gewaarborgd. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Er wordt een centrumgebied aangewezen. Hierin worden regels gesteld over gebruiksactiviteiten en functiemenging. In dit gebied is er bijzondere aandacht voor publieksgerichte functies en geldt dat functie-menging/uitwisseling mogelijk gemaakt wordt onder voorwaarden dat dit planologisch en milieukundig kan. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Er wordt een gebied aangewezen als centrumgebied. De regels uit de bruidsschat zijn niet relevant voor deze aanwijzing. Binnen dit gebied zijn verschillende publieksgerichte functies aanwezig waaronder: maatschappelijk, detailhandel, dienstverlening, bedrijven en horeca. Daarnaast wordt in dit gebied gewoond. Bijzonder is de aanwezigheid van een woon-zorg terrein in Tuitjenhorn. Voor het verrichten van activiteiten is het belangrijk dat er voldoende parkeergelegenheid is wat volgt uit de parkeernota gemeente Schagen. 3. Hoe willen we het regelen? De regels voor het centrumgebied zijn een gebiedsgerichte omzetting van de regels.

Om functiemenging/uitwisseling mogelijk te maken wordt gewerkt met een combinatie van algemene regels in combinatie met een zorgplicht. Algemene regels: Horeca-activiteiten tot categorie 2 zijn toegestaan binnen het centrumgebied. Horeca van categorie 3 is alleen mogelijk bij bestaand legaal gebruik binnen het centrumgebied. • Voor bepaling van de horeca categorieën worden definities uit de bijlage staat van horecabedrijven gebruikt zoals deze geldt bij het bestemmingsplan ‘Petten, ’t Zand, Callantsoog en Groote Keeten’. Een supermarkt vestigen en gebruiken mag alleen ter plaatse van de aanduiding supermarkt: Een uitzondering op het uitwisselen van functies binnen het centrumgebied is de supermarkt. In verband met de verkeersaantrekkende functie en het grote vloeroppervlak is het ongewenst om deze zomaar te kunnen verplaatsen. Daarom wordt de plek voor een supermarkt specifiek aangeduid en kan alleen op deze plek een supermarkt gevestigd worden. Het is belangrijk om in de begripsomschrijving van supermarkt duidelijk onderscheid te laten zijn tussen wat onder deze uitzondering valt. Een kleine ‘buurtsuper’ in de orde van grootte van een woonperceel mag wel overal binnen het centrumgebied geplaatst worden en valt niet onder de definitie supermarkt. Zorgplicht: -

Bij het gebruik van de functies wordt voldoende parkeergelegenheid gegarandeerd beoordeeld aan de hand van de nota parkeren van de gemeente Schagen

Vergunningplicht: Publieksgerichte activiteiten mogen overal binnen het centrumgebied worden verricht onder de voorwaarde dat is voldaan aan de milieuregels die gelden binnen het centrumgebied. Wonen mag binnen het hele centrumgebied onder de voorwaarde dat dit planologisch en milieukundig kan. De algemene regels stellen dat publieksgerichte functies mogen onder de voorwaarde dat is voldaan aan de milieuregels. Daarnaast mag altijd teruggevallen worden naar wonen (wederom als is voldaan aan de milieuregels). Omdat er geen vergunningplicht geldt is het voldoen aan de parkeerbehoefte als zorgplicht opgenomen. Nadere uitwerking is te vinden onder het kopje ‘gebruiksactiviteiten’.

33

3.2.3 Sportgebied Het bieden van gelegenheid voor sport, bewegen en ontmoeten is een belangrijk doel van de gemeente Schagen uit het oogpunt van gezondheid. Er zijn regels nodig om behoud van voorzieningen ten behoeve van sport, bewegen en ontmoeten te waarborgen en te zorgen dat bestaande functies die aangrenzend of ingesloten zijn geen onevenredige overlast van deze functie ondervinden. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Er worden in de gemeente binnen de kernen gebieden aangewezen ten behoeve van sport. Deze sportgebieden garanderen de doelen uit de visie om een gezonde gemeente te zijn en genoeg ruimte te bieden aan sport, bewegen, ontmoeten en recreëren. In dit gebied is sporten de hoofdactiviteit. Onder de voorwaarden dat er aan de milieunormen wordt voldaan is er daarnaast een wens om maatschappelijke functies mogelijk te maken. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Er wordt een gebied aangewezen als sportgebied. De regels uit de bruidsschat zijn niet relevant voor deze aanwijzing. Wel moet er gekeken worden naar de relevante regels op het gebied van milieu. Het toestaan van activiteiten binnen het sportgebied mag niet ten kosten gaan van de relatieve rust in het naastgelegen woongebied. 3. Hoe willen we het regelen? Er wordt binnen het sportgebied gewerkt met een combinatie van algemene regels en vergunningplicht.

Sport en maatschappelijke activiteiten verrichten worden mogelijk gemaakt onder de voorwaarde dat voldaan is aan de milieuregels. Er komt een vergunningplicht voor lawaaisporten om de rust in een naastgelegen woongebied te waarborgen. Onder lawaaisporten vallen in ieder geval: motorcross, kartbanen, autocross, grasmaaierraces en padel, maar kan strekken tot andere sporten met vergelijkbare geluidsniveaus. Bij het verlenen van de vergunningplicht gelden als beoordelingsregels of er wordt voldaan aan de milieuvereisten voor het gebruik. Daarnaast komt een vergunningsplicht voor het combineren van sportfacilitetien en geluidgevoelig maatschappelijke activiteit, zoals een kinderopvang, mogelijk te maken. Bij deze maatschappelijke activiteiten is de aanwezigheid van geluid een punt van afweging. Daarnaast kunnen afhankelijk van het gebruik hier ook de regels over externe veiligheid gelden. Nadere uitwerking is te vinden onder het kopje ‘gebruiksactiviteiten’.

3.2.4 Bedrijfsgebied Het bieden van een plek voor ondernemers en economische ontwikkeling is een belangrijk doel van de gemeente Schagen. Er moeten regels gesteld worden om deze waarden een plek te bieden binnen de gemeente zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheid van haar inwoners en de relatieve rust in de naastgelegen woongebieden. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Er wordt een bedrijfsgebied aangewezen op de kaart. In dit gebied geldt dat er bijzondere aandacht is voor ondernemers en bedrijvigheid maar ook oog voor veiligheid. Het bestaande gebruik van het bedrijfsgebied blijft behouden. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Er wordt een gebied aangewezen als bedrijfsgebied. Hierin staat economische ontwikkeling voorop, maar dit mag niet ten kosten gaan van de veiligheid of de relatieve rust in nabijgelegen gebied. Er wordt vastgehouden aan de milieucategorieën voor bedrijven van de VNG (2009). Vanuit de bestemmingsplannen komen geen bijzondere gebruiksregels naar boven. Naast bedrijfsactiviteiten wordt er in delen van het bedrijfsgebied gewoond en is er horeca en detailhandel. Voor het verrichten van activiteiten is het belangrijk dat er voldoende parkeergelegenheid is wat volgt uit de parkeernota gemeente Schagen. 3. Hoe willen we het regelen? De regels voor het bedrijventerrein zijn een gebiedsgerichte omzetting van de regels.

Er worden algemene regels, verboden en een vergunningplicht opgenomen. Algemene regels Bedrijven met dezelfde of lagere milieucategorie worden op de locatie van een bestaand bedrijf toegelaten; Legaal bestaand gebruik wat afwijkt van bedrijfsactiviteiten blijft toegestaan. Bij een woonactiviteit bij een bedrijf (bedrijfswoning) geldt, net zoals voor andere locaties waar de woonactiviteit is toegestaan, dat ook mantelzorg, en beroep- of bedrijf aan huis verricht mogen worden. 34

-

Er is geen nieuwe detailhandel toegestaan, tenzij er een aanduiding ‘perifere detailhandel’ is opgenomen waar alleen perifere detailhandel toegestaan is.

Vergunningplicht: Bedrijfsactiviteiten verrichten die vallen onder een hogere milieucategorie dan op die locatie met de aangegeven aanduiding is toegestaan, moeten voldoen aan de milieueisen voor die locatie. Hierin is van belang dat de relatieve rust in het nabijgelegen woongebied voorrang heeft op de bedrijfsactiviteit. Voor het stallen van propaangas in elke hoeveelheid geldt dat dit vergunningplichtig is. Het gebruiken van een bijgebouw bij het hoofdgebouw als tijdelijke generatiewoning. Verbod: In dit gebied is het huisvesten van arbeidsmigranten verboden Er wordt geen nieuwe bewoning toegestaan, ook niet op plaatsen waar op dit moment geen bewoning plaatsvindt maar een aanduiding bedrijfswoning op ligt.

3.2.5 Gebruiksactiviteiten In deze regels worden de regels neergelegd van verschillende activiteiten binnen de kernen van de gemeente Schagen. We willen onder andere levendige kernen, gemeenschapszin en verenigingsleven waarborgen en stimuleren. Daarbij willen we zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving, waar balans is tussen rust en reuring. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Binnen de gemeente is er een breed scala aan gebruiksactiviteiten die regels behoeven in het omgevingsplan. Binnen de kernen zijn dit: Woonactiviteit verrichten, Bedrijfsactiviteit verrichten, Maatschappelijke activiteit verrichten, Detailhandel exploiteren, Dienstverlening verrichten, Sportactiviteit verrichten, Horeca exploiteren en Activiteiten in locatie ‘openbaar gebied’. De overige gebruiksactiviteiten aanwezig binnen de kernen worden in een ander verhuisgebied behandeld. Het gaat hier onder andere om recreatie, agrarisch, natuur. Voor deze activiteiten geldt dat er ook altijd aan milieuregels voldaan moet worden. De regels met betrekking tot woon – zorg behoeven nog verdere beleidsinkadering. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Er zijn vanuit De Omgevingsverordening NH2022 instructieregels opgelegd voor het toevoegen van nieuwe functies. De gemeente moet zich bij het opstellen van de regels voor nieuwe functies houden aan afspraken van de provincie.

Daarnaast geven de gebruiksregels bij de bestemmingen uit de bestemmingsplannen die nu onderdeel zijn van het tijdelijke Omgevingsplan Schagen een goede uitgangspositie voor de definities van de gebruiksactiviteiten in de wijziging van het omgevingsplan. De gemeente kiest ervoor om alleen aanduidingen te gebruik voor bestaand gebruik en specifieke gebruiksactiviteiten binnen de hoofdactiviteit. 3. Hoe willen we het regelen? Het uitgangspunt voor de regelkwalificatie zijn algemene regels voor de activiteiten. Hierin is het bestaande gebruik altijd toegestaan, dit wordt door middel van een locatieaanduiding op de kaart weergegeven. Daarnaast zijn er specifieke aanduidingen die in verband met de specifieke soort activiteit aparte regels behoeven, daarom worden deze ook aangeduid op de kaart. Voor alle gebruiksactiviteiten geldt dat naast de regels van de specifieke activiteit er ook altijd voldaan moet worden aan de relevante milieuregels. Een voorbeeld hiervan is ‘maatschappelijke activiteiten verrichten’ binnen het sportgebied. Hierbij geldt dat als de maatschappelijke activiteit geluidsgevoelig is omdat er geslapen wordt (dit is bijvoorbeeld het geval bij een kinderopvang) dat ook voldaan moet worden aan de regels die gelden voor een ‘geluidsgevoelig object toevoegen en gebruiken’.

Gebruiksactiviteit Algemene regels

Specifieke aanduidingen

Vergunningplicht

Gebied specifieke regels

35

Woonactiviteit verrichten

Toegestaan binnen woongebied

Woon-zorg

Splitsen Alleen voor zover woning/toevoegen bestaande Woonwagenstandplaats onzelfstandige bewoning op Woon-zorg mag niet woonruimte bedrijventerrein en zonder meer in terugvallen naar alleen Wonen in centrumgebieden woonfunctie2 centrumgebied Bed & Breakfast

Bedrijfsactiviteit verrichten

Generatiewoning

Mantelzorg Binnen aangewezen locaties

Mag onder de huidige milieu-bedrijfscategorie Maatschappelijke Binnen aangewezen Begraafplaats activiteit locaties verrichten

Hogere bedrijfscategorie toestaan

Binnen centrumgebied alleen bestaand

Toestaan in woongebied

Binnen centrumgebied alleen bestaand

Toestaan op plek van andere activiteit centrumgebied

Detailhandel exploiteren

Binnen aangewezen locaties

Bestaande supermarkt Perifere detailhandel

Toestaan in sportgebied Toestaan in woongebied Toestaan op plek van andere activiteit in centrumgebied, behalve supermarkt

Dienstverlening verrichten

Binnen aangewezen locaties

Sportactiviteit verrichten

Binnen aangewezen locaties

Horeca exploiteren

Toestaan als onderdeel van openbare ruimte Binnen aangewezen locaties Mag onder de huidige horecabedrijfscategorie

Toestaan in woongebied Toestaan op plek van andere activiteit in centrumgebied Lawaaisporten

Toestaan in woongebied Toestaan op plek van andere activiteit in centrumgebied

Toestaan in sportgebied, mits niet geluidgevoelig

Binnen centrumgebied alleen bestaand Geen detailhandel, uitgezonderd perifere detailhandel in bedrijfsgebied Binnen centrumgebied alleen bestaand

Overal binnen sportgebied

Binnen centrumgebied alleen bestaand Tot categorie 2 binnen sportgebied ondergeschikt aan de sportactiviteit. Hiervoor geldt dat er geen aparte

2 Dit is een regel die opgenomen kan worden indien het nog vast te stellen beleid over woon-zorg, waarin waarschijnlijk

zal komen te staan dat woon – zorg als aparte functie behouden moet blijven.

36

bebouwing voor gebruikt mag worden.

Activiteit in locatie Mag niet in strijd zijn met ‘openbaar de uitgangspunten gebied’ neergelegd in de nota participatie en de nota openbare ruimte3 Recreatieve Dierentuin en Molen activiteiten (Tuitjenhorn) verrichten4

Agrarische activiteiten verrichten3

Volkstuin

3.2.6 Beroep en bedrijf aan huis en internet verkoop Het gebruik van woningen voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis en voor internetverkoop is in de gemeente Schagen in principe mogelijk, mits het woonkarakter behouden blijft en de activiteit geen onevenredige hinder veroorzaakt. Het gaat hier om activiteiten die plaatsvinden binnen de woonbestemming, waarbij de woning haar primaire functie als woonruimte behoudt. De toename van thuiswerken, kleinschalige ondernemingen en online verkoop maakt het noodzakelijk hier duidelijke en evenwichtige regels voor op te nemen in het omgevingsplan. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Bedrijven en beroepen aan huis en internetverkoop zijn nauw verbonden aan het gebruik van de functie ‘wonen’. De regels hebben daarom geen zelfstandig doel, maar hangen direct samen met het behoud van een goed woon- en leefklimaat. Belangrijke uitgangspunten zijn het voorkomen van overlast, het waarborgen van verkeersveiligheid, het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit van de woonomgeving en het tegengaan van ongewenste functiewijzigingen richting detailhandel of horeca. Daarnaast geldt dat internetverkoop vanuit de woning alleen is toegestaan als er geen winkel- of afhaalfunctie ontstaat.

De fysieke gevolgen voor de omgeving (zoals bezoekersaantallen, transportbewegingen en opslag) moeten beperkt blijven, zodat de activiteit ruimtelijk inpasbaar is binnen de woonfunctie. Er is een logische samenhang met onderwerpen als mantelzorg, generatiewoningen, bed & breakfast en milieuregels voor kleine bedrijvigheid aan huis. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? De Omgevingswet geeft gemeenten beleidsruimte om bedrijven en beroepen aan huis en internetverkoop te reguleren. Provinciale regels beperken detailhandel via internet tot bedrijventerreinen, maar laten ruimte voor kleinschalige internetverkoop bij woningen, mits er geen fysieke winkelactiviteiten plaatsvinden. De bruidsschat bevat geen specifieke regels voor dit onderwerp, maar milieuregels die bij wonen buiten toepassing zijn, moeten bij bedrijvigheid aan huis weer gelden om overlast te voorkomen. De gemeente Schagen heeft in het parapluplan al een algemene regeling opgenomen voor beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis. Deze kan als basis dienen voor het omgevingsplan. De kern hiervan is dat maximaal 40% van het bruto vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen mag worden gebruikt, de bewoner zelf de activiteit uitvoert, geen detailhandel of horeca plaatsvindt en er geen buitenopslag is.

Ook mag er geen onevenredige parkeer- of verkeersdruk ontstaan en mag de activiteit geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving. 3. Hoe willen we het regelen? In het omgevingsplan wordt gekozen voor een thematische regeling in de vorm van algemene regels die in de hele gemeente gelden. Voor bedrijven en beroepen aan huis betekent dit dat ze zijn toegestaan als 3 De nota participatie en nota openbare ruimte zijn nog niet vastgesteld. 4 Recreatie en agrarische activiteiten verrichten worden als activiteiten niet geregeld binnen Verhuisgebied -Kernen.

Bestaande agrarische velden en recreatie binnen het woongebied blijven toegestaan.

37

wordt voldaan aan voorwaarden over de omvang, de uitvoerder (bewoner zelf), de aard van de activiteit en het voorkomen van hinder. Internetverkoop wordt alleen toegestaan als deze zich beperkt tot elektronische transacties zonder fysieke winkel-, opslag- of afhaalfunctie. Het regeltype is een algemene regel met open normen en een zorgplicht. Zo kan handhavend worden opgetreden als het woonkarakter in het gedrang komt, zonder dat vooraf altijd een vergunning nodig is. Een meldplicht kan worden overwogen voor specifieke situaties met een mogelijk grotere impact op de omgeving.

3.2.7 Bed & Breakfast Binnen de gemeente Schagen willen we ruimte bieden aan toerisme en recreatie, passend bij de ambitie uit de Omgevingsvisie om een aantrekkelijke, gastvrije en vitale gemeente te zijn. Bed & Breakfastvoorzieningen leveren hieraan een directe bijdrage. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woonfunctie in dorpen en buurtschappen behouden blijft en dat het straat- en bebouwingsbeeld niet wordt aangetast. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Het toelaten van Bed & Breakfast-voorzieningen draagt bij aan de kwaliteit van toerisme en recreatie. De Omgevingsvisie ziet kansen in het versterken van de gastvrijheid van de gemeente. Daarbij gaat het om twee belangen: het behoud van de woonfunctie en het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit en gebruiksmogelijkheden. Een B&B moet daarom altijd ondergeschikt blijven aan het wonen. Dit voorkomt dat woningen feitelijk recreatief bedrijfsmatig worden gebruikt. De activiteit die we willen reguleren is het gebruik van het hoofdgebouw of bijgebouw als B&B. Het is logisch om deze regels op te nemen bij de activiteiten wonen en agrarisch, dit volgt uit de huidige regels voor B&B’s. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Er zijn geen rijks- of provinciale instructieregels die specifiek over B&B’s gaan.

Wel kunnen algemene instructieregels over bijvoorbeeld beperkingengebieden in uitzonderlijke gevallen effect hebben op waar een B&B mogelijk is. De bruidsschat bevat geen regels over het gebruik van gebouwen als B&B. Wel zijn er bruidsschatregels over bouwen die van invloed kunnen zijn op bijgebouwen die later voor B&B gebruikt worden. Voor het gebruik zelf biedt de bruidsschat geen aanvullingen. Het belangrijkste gemeentelijke beleidskader is het Paraplu-Omgevingsplan (1e tranche) uit 2020. Deze regels zijn in de praktijk goed toepasbaar en vormen de basis voor omzetting naar het omgevingsplan. De kern daarvan is dat een B&B is toegestaan bij de activiteit wonen en agrarisch, mits ondergeschikt en beperkt in omvang. 3. Hoe willen we het regelen? De regels voor Bed & Breakfast worden thematisch opgenomen binnen de activiteiten wonen en agrarisch. We nemen daarbij de bestaande geharmoniseerde regels uit het Paraplu-Omgevingsplan (1e tranche) ongewijzigd over, omdat deze in de praktijk goed functioneren en duidelijkheid bieden over omvang en ondergeschiktheid. Dit betekent dat een B&B is toegestaan bij een bewoonde woning, zowel in het hoofdgebouw als in bijgebouwen, onder de voorwaarden dat de functie ondergeschikt blijft aan het wonen, maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte beslaat en niet meer dan negen slaapplaatsen biedt.

Wel voegen we één aanvullende voorwaarde toe: bij het gebruik van een hoofdgebouw of bijgebouw als B&B moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, overeenkomstig de gemeentelijke parkeernormen. Hiermee wordt geborgd dat de toename van bezoekers geen nadelige effecten heeft op de leefbaarheid in de straat of het buitengebied.

3.2.8 Tijdelijke generatiewoning De gemeente Schagen wil actief bijdragen aan het faciliteren van nieuwe vormen van wonen die bijdragen aan sociale cohesie, zelfredzaamheid en wederzijdse zorg tussen generaties. Eén van deze woonvormen is de tijdelijke generatiewoning: een zelfstandige woonruimte op het erf van een bestaande woning, bedoeld voor bijvoorbeeld familieleden of mantelzorgers. De toepassing van deze woonvorm speelt in op maatschappelijke ontwikkelingen zoals vergrijzing, woningnood en veranderende gezinsstructuren. Binnen de kaders van de Omgevingswet en het omgevingsplan kiest de gemeente ervoor om deze woonvorm mogelijk te maken, binnen duidelijke beleidsmatige en ruimtelijke grenzen. Het onderwerp wordt in deze Nota van Uitgangspunten behandeld aan de hand van de drie ontwerpvragen uit het VNG-handboek voor het opstellen van omgevingsplannen. 38

1. Wat willen we waar regelen en waarom? De gemeente Schagen wil de leefomgeving zodanig inrichten dat er ruimte is voor nieuwe, sociaalmaatschappelijke woonvormen, zoals tijdelijke generatiewoningen. Deze vormen van wonen dragen bij aan: • Sociale betrokkenheid en samenleven tussen generaties; • Zelfredzaamheid en informele zorg; • Efficiënt gebruik van de beschikbare woonruimte en gronden. Generatiewonen valt binnen het bredere beleidskader van sociaalmaatschappelijk wonen, waarin ook tiny houses, kangoeroewoningen en toekomstige woonzorgconcepten worden meegenomen. De beleidsvisie is ontwikkeld met input van meerdere gemeentelijke domeinen (zoals RO, handhaving, zorg) en sluit aan op de lokale identiteit en behoeften van inwoners. De activiteit waarop de regels zien betreft het gebruik van een bouwwerk als tijdelijke generatiewoning. Omdat deze vorm van bewoning een fysieke wijziging van de leefomgeving betekent, is het wenselijk en passend om hiervoor planregels in het omgevingsplan op te nemen. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? De beleidsruimte is relatief groot: er zijn geen directe rijksregels die het toevoegen van tijdelijke generatiewoningen beperken.

Wel moet rekening worden gehouden met provinciale instructieregels, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2022, bijvoorbeeld waar het gaat om toevoeging van nieuwe woonfuncties buiten bestaand bebouwd gebied. De activiteit betreft een gevoelige bestemming, waarbij bestaande milieuzoneringen (zoals geur, geluid, spuitzones) in acht moeten worden genomen. In het omgevingsplan kan deze activiteit gereguleerd worden via planregels, gekoppeld aan de functie ‘wonen’. De regels sluiten aan op het vastgestelde Beleid tijdelijke generatiewoningen van de gemeente Schagen. Enkele belangrijke kaders uit dit beleid zijn: • De woning is tijdelijk (max. 10 jaar met mogelijkheid tot verlenging); • Alleen familieleden (1e/2e graads) of mantelzorgsituaties komen in aanmerking; • Max. 2 bewoners, geen verhuur of nevenactiviteiten; • Bereikbaarheid, parkeernormen en leefklimaat moeten gewaarborgd zijn. 3. Hoe willen we het regelen? De gemeente Schagen kiest voor een thematische aanpak: regels over tijdelijke generatiewoningen worden gemeentebreed in het omgevingsplan opgenomen, onafhankelijk van specifieke gebieden. Dit maakt het beleid helder en uniform toepasbaar. Tot op heden was er een BOPA nodig om een tijdelijke generatiewoning te realiseren.

In het omgevingsplan wordt een vergunningplicht opgenomen voor het gebruik van een bouwwerk als tijdelijke generatiewoning, waarbij: • De normen deels gesloten zijn (bijvoorbeeld maximale oppervlakte, familieband), om rechtszekerheid te waarborgen; • En deels open normen gelden (zoals een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat), om flexibiliteit en maatwerk mogelijk te maken. De regels worden zodanig vormgegeven dat ze consistent zijn met het onderliggende beleid en aansluiten bij de planregels voor bijbehorende bouwwerken en gebruiksfuncties. Door deze woonvorm juridisch te verankeren in het omgevingsplan wordt recht gedaan aan de beleidsmatige ambities, én aan de planologische bescherming van de leefomgeving van omwonenden.

3.2.9 Mantelzorgwoning De gemeente Schagen wil actief bijdragen aan het faciliteren van wonen ten behoeve van de sociale cohesie, zelfredzaamheid en zorg voor ouderen en hulpbehoevenden. Hieronder valt een mantelzorgwoning. De toepassing van deze woonvorm speelt in op maatschappelijke ontwikkelingen zoals vergrijzing, zelfredzaamheid en het ontbreken van zorgfaciliteiten. Binnen de kaders van de Omgevingswet en het omgevingsplan kiest de gemeente ervoor om deze woonvorm mogelijk te maken, binnen duidelijke beleidsmatige en ruimtelijke grenzen. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? De gemeente Schagen wil de leefomgeving zodanig inrichten dat er ruimte is voor huisvesting in de vorm van mantelzorg. Deze woonvorm draagt bij aan doelen uit de visie en de krapte op de woningmarkt. De activiteit waarop de regels zien betreft het gebruik van een bijgebouw, aanbouw of een gedeelte van de bestaande woning als tijdelijke mantelzorgwoning. Het gaat om het bieden van zorg, buiten de professionele zorg om. Dit is essentieel om mensen in staat te stellen langer thuis te blijven wonen. Als er geen sprake meer is van mantelzorg, mag het bijgebouw, de aanbouw of het gedeelte van de bestaande woning niet als extra reguliere woning worden gebruikt. Omdat deze vorm van bewoning een 39

fysieke wijziging van de leefomgeving betekent, is het wenselijk en passend om hiervoor planregels in het omgevingsplan op te nemen. Dit sluit aan bij het "ja, tenzij..."-principe van de Omgevingswet. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? De mogelijkheid voor mantelzorgwoningen is vastgelegd binnen de kaders van de landelijke regelgeving, met name in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de bruidsschat van het tijdelijk omgevingsplan. Hierin is mantelzorg gedefinieerd als intensieve zorg of ondersteuning die buiten een professioneel kader wordt geboden, waarbij de behoefte aan zorg wordt aangetoond met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur. Ook is bepaald dat huisvesting in verband met mantelzorg functioneel verbonden is met het hoofdgebouw. Het tijdelijk omgevingsplan maakt het gebruik van bestaande bouwwerken voor mantelzorg onder voorwaarden vergunningsvrij. De gemeente Schagen sluit aan bij deze lijn, maar concretiseert en actualiseert de voorwaarden in het nieuwe omgevingsplan, zodat deze beter aansluiten bij de lokale praktijk en beleidsdoelen.

Hierbij wordt onder meer vastgelegd dat mantelzorg niet is toegestaan in of bij monumenten of binnen veiligheidszones, en dat het gebruik na beëindiging van de zorgsituatie binnen een redelijke termijn wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke functie. 3. Hoe willen we het regelen? De gemeente Schagen kiest voor een thematische aanpak: regels over mantelzorg worden gemeente breed in het omgevingsplan opgenomen, onafhankelijk van specifieke gebieden. Dit maakt de regels uniform toepasbaar. In het omgevingsplan wordt mantelzorg onder voorwaarden vergunningsvrij. Er wordt geen vergunningsplicht opgenomen. De regels worden zodanig vormgegeven dat aangesloten wordt bij de regels in het tijdelijk omgevingsplan. Door deze woonvorm juridisch te verankeren in het omgevingsplan wordt recht gedaan aan de beleidsmatige ambities en aan de planologische bescherming van de leefomgeving van omwonenden.

3.2.10 Evenemententerrein Evenementen zijn een belangrijk onderdeel van het sociale en culturele leven in de gemeente. Ze versterken de gemeenschapszin, ondersteunen het verenigingsleven en dragen bij aan het imago en de leefbaarheid van zowel de stad als de dorpen. Voor dit onderwerp geldt in tegenstelling tot de andere onderwerpen dat dit over de gehele gemeente gaat en niet alleen het verhuisgebied ‘kernen’. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? De gemeente wil in vrijwel alle kernen één of meerdere evenemententerreinen aanwijzen, zodat bestaande en terugkerende evenementen — zoals Popweekend, Paasvee en de kermissen in de dorpen — op een passende locatie kunnen blijven plaatsvinden. Deze locaties moeten aansluiten op de waarden uit de Omgevingsvisie, zoals gemeenschapszin, levendigheid en identiteit. Tegelijkertijd blijkt uit wetgeving en jurisprudentie dat niet-incidentele of niet-kortdurende evenementen ruimtelijk relevant zijn. Dat betekent dat hun effecten op de fysieke leefomgeving moeten worden beoordeeld én dat deze activiteiten alleen kunnen worden toegestaan als zij ruimtelijk zijn ingepast. Daarom is het nodig om voor de gemeente evenemententerreinen aan te wijzen en hiervoor duidelijke kaders vast te stellen in het omgevingsplan.

Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te waarborgen, heeft de gemeente een inventarisatie uitgevoerd van bestaande evenementen en hun locaties, die als basis dient voor verdere keuzes. Het doel is enerzijds de gemeenschapszin en het actieve verenigingsleven te bevorderen, en anderzijds de leefbaarheid, veiligheid en identiteit van de kernen te beschermen. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Evenementen die effect hebben op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving moeten ruimtelijk worden ingepast. Voor geluid geldt dat de belasting op de omgeving aanvaardbaar moet zijn, terwijl voor externe veiligheid rekening moet worden gehouden met risicobronnen zoals gevaarlijke stoffen, vervoer daarvan, buisleidingen en windturbines. Ook effecten op natuur en het gebruik van gronden worden meegenomen. De bruidsschat biedt hiervoor geen volledig kader: deze bevat slechts beperkte uitzonderingen. Gemeentelijke beleidsdocumenten zoals de APV en het evenementenbeleid zijn onvoldoende omdat ze geen ruimtelijke normen bevatten. Daarmee ligt de beleidsruimte voor het vaststellen van regels volledig bij de gemeente en moeten de instructieregels uit de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving correct worden toegepast.

40

3. Hoe willen we het regelen? De gemeente kiest voor een gebiedsgerichte regeling door specifieke evenemententerreinen in het omgevingsplan aan te wijzen. Dit geldt niet uitsluitend voor de kernen maar voor de hele gemeente. Voor deze terreinen worden gesloten normen opgesteld, bijvoorbeeld over het aantal evenementen, bezoekersaantallen, geluidswaarden, start- en eindtijden, en eventuele maatregelen ten behoeve van veiligheid of natuur. Om deze regels zorgvuldig te onderbouwen, voert de gemeente in 2026 onderzoek uit naar geluid, natuur en externe veiligheid op de beoogde locaties en volgt hieruit een gebiedsprofiel per terrein of dorp. Tegelijk wordt een participatietraject uitgevoerd met inwoners, organisatoren en andere betrokkenen. De uitkomsten hiervan worden opgenomen in de definitieve Nota van Uitgangspunten (eind 2026) en vervolgens vertaald naar de regels in het ontwerp-omgevingsplan. Voor uitzonderingssituaties blijft de mogelijkheid bestaan om via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit maatwerk toe te passen.

3.2.11 Markten Markten vormen een belangrijk sociaal en economisch onderdeel van de gemeente. Ze dragen bij aan de levendigheid van kernen, ondersteunen de lokale economie en versterken de identiteit en leefbaarheid van de dorpen en de stad. Voor de gemeente is het van belang dat markten op locaties plaatsvinden die ruimtelijk passend zijn en aansluiten bij de bestaande infrastructuur en gebruik van de openbare ruimte. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Voor de stad Schagen is in de Omgevingsvisie specifiek opgenomen dat aandacht wordt besteed aan regionale voorzieningen zoals markten, naast andere evenementen zoals Popweekend en Paasvee. Het doel van de regels is om de leefbaarheid en identiteit van de kernen te beschermen, zodat markten hun functie als sociale en economische ontmoetingsplek kunnen behouden. De activiteit die wordt gereguleerd is het gebruiken van gronden als marktterrein. Omdat markten ruimtelijke effecten hebben, zoals impact op verkeer en inrichting van de openbare ruimte, is het wenselijk deze activiteit in het omgevingsplan te reguleren. De samenhang met bestaand beleid is aanwezig via de marktverordening en het evenementenbeleid. Nadere beleidsinkadering is niet noodzakelijk, omdat er voldoende kaders zijn voor de toepassing en het gebruik van marktterreinen. 2.

Wat moeten en kunnen we regelen? Er zijn geen specifieke instructieregels vanuit het rijk of de provincie voor het gebruik van marktterreinen. De bruidsschat biedt geen aanvullende regels voor markten, waardoor de gemeente zelf verantwoordelijk is voor het vaststellen van een passend kader. De gemeentelijke beleidskaders zijn de bestaande marktverordening en de bestemmingsplannen, waarin de locaties van markten of de voorwaarden voor evenementen in de openbare ruimte kunnen worden benoemd. Het omgevingsplan neemt deze aanwijzingen over en biedt zo een juridisch verankerde basis voor het gebruik van marktterreinen. 3. Hoe willen we het regelen? De gemeente kiest voor een gebiedsgerichte aanpak, door specifieke locaties aan te wijzen waar weekmarkten zijn toegestaan. Voor de gemeente zijn dit momenteel de kernen Schagen en Warmenhuizen. Voor deze locaties wordt geen nieuwe vergunningplicht ingevoerd; de bestaande regels in de marktverordening blijven van toepassing. Voor het verhuisgebied ‘kernen’ gaat nu alleen Warmenhuizen mee. De locatie voor de stad Schagen komt bij het verhuisgebied ‘Schagen’. Voor andere markten die niet wekelijks plaatsvinden, zoals kofferbakmarkten, wordt aangesloten bij het bredere evenementenbeleid, zodat deze activiteiten onder de bestaande kaders voor evenementen en ruimtelijke inpassing vallen.

Dit onderdeel komt dan ook terug in het onderzoek naar evenementen dat in 2026 plaatsvindt.

3.2.12 Ligplaatsen De gemeente stelt regels op in het Omgevingsplan voor het in gebruik nemen van ligplaatsen. Met deze regels wil de gemeente de mogelijkheid tot beheer en onderhoud behouden en de bescherming van de volksgezondheid en het milieu te waarborgen. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? De gemeente wil regels stellen over het innemen van ligplaatsen. Met deze regels wil de gemeente de mogelijkheid tot beheer en onderhoud behouden. Tevens wordt beoogd de volksgezondheid te 41

beschermen en een goede milieuhygiëne te waarborgen. In het omgevingsplan wordt het in gebruik nemen van ligplaatsen geregeld. Omdat deze activiteit leidt tot fysieke wijzigingen in de openbare ruimte, raakt zij aan de doelen van de Omgevingswet zoals vastgelegd in artikel 1.3 en 2.1 van de wet en het Omgevingsbesluit. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Het is wenselijk om de regels die nu zijn opgenomen in de APV Schagen 2025 onder te brengen in het omgevingsplan. Dit zorgt voor samenhang in de regels voor de fysieke leefomgeving en geeft duidelijkheid aan initiatiefnemers en handhavers. De gemeente heeft de nodige beleidsruimte om ‘het innemen van ligplaatsen’ te regelen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de gevolgen van het omgevingsplan voor het beheer van watersystemen (artikel 5.37 van het Bkl). En rekening gehouden worden met de taken en bevoegdheden van provincie en waterschap bij het opstellen van hun regels. De bruidsschat bevat geen bepalingen over het innemen van een ligplaats. De bestaande regeling uit de APV – waarin een verbodsbepaling geldt voor deze activiteit –en uitvoeringspraktijk geven voldoende richting voor planregels. Het innemen van een ligplaats wordt gereguleerd in het omgevingsplan. De wateren waar ligplaatsen zijn toegestaan is niet in beheer van het waterschap.

Voor nieuwe locaties is afstemming met het waterschap nodig, omdat in de waterschapsverordening ook regels worden gesteld voor activiteiten bij regionaal water. Op alle provinciale vaarwegen in Noord-Holland geldt een ligplaatsverbod. In het Omgevingsplan de regel opnemen waar binnen de gemeente Schagen de functie aanduiding ‘ligplaatsen’ of ‘woonschepenligplaats’ is het toegestaan om een ligplaats in gebruik te nemen met een vaartuig dan wel woonschip. 3. Hoe willen we het regelen? De gemeente kiest ervoor deze activiteit gebiedsgericht op te nemen in het omgevingsplan. Dit wordt vastgelegd op een kaartlaag behorende bij het omgevingsplan. Artikel 5:25 van de model-APV bevat een verbod om een ligplaats in te nemen op aangewezen gedeelten van het openbaar water. Dit verbod kan worden overgenomen in het omgevingsplan, waarbij de gebieden waar het verbod geldt kunnen worden aangewezen door de aan het artikel gekoppelde locatie te wijzigen Door de regels voor het in gebruik nemen van ligplaatsen in het omgevingsplan op te nemen, wordt aangesloten bij de systematiek van de Omgevingswet en wordt de regeling integraal onderdeel van het juridisch-planologisch instrumentarium van de gemeente. Een deel van de bestaande APV-regels blijft van kracht in het verordenende deel van de gemeentelijke regelgeving. Tot deze worden opgenomen bij het laatste verhuisgebied.

Dit geldt ook voor de ligplaats van vaartuigen (artikel 5:25).

3.3 Bouwen van bouwwerken, aanleg- en sloopactiviteiten 3.3.1 Hoofdgebouwen en wijzigingen aan hoofdgebouwen 3.3.1.1 Hoofdgebouw Woongebied Een hoofdgebouw is het belangrijkste gebouw op het erf. De situering, omvang en bouwvorm van hoofdgebouwen is belangrijk voor de gebruiker, het ruimtelijk beeld en de effecten van een gebouw voor de buren. Daarom moet er regels worden gesteld over het bouwen van hoofdgebouwen. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Met de activiteit ‘bouwen van hoofdgebouwen’ in het Woongebied willen we de volgende doelen bereiken: 1. Het beschermen van het landelijke en dorpse karakter; 2. Het bieden van ruimte aan woningen die passen bij de vraag; 3. Het vinden en behouden van balans tussen reuring, rust en ruimte; 42

4. 5. 6. 7.

Het bieden van ruimte voor woningen met een maximum hoogte van drie bouwlagen met een kap. Voor hogere woningen is er ruimte als dit past in de omgeving; Het behoud van een leefbaar, veilig en kindvriendelijk woongebied; Het beschermen van stedenbouwkundige waarden; Het beschermen van cultuurhistorische waarden.

Uit de werkpraktijk volgt dat er veel wordt afgeweken van de bouwregels voor hoofdgebouwen in het woongebied, de wens bestaat daarom om minder strakke bouwregels om meer ruimte te bieden voor hoofdgebouwen die passen in de omgeving. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? De vergunningplicht voor de ruimtelijke bouwactiviteit bouwen van hoofdgebouwen in Woongebied is opgenomen in de Bruidsschat. Deze moet worden verwerkt in het definitieve deel van het omgevingsplan. De beoordelingsregels van de Bruidsschat bestaan o.a. uit de bouwregels uit de bestemmingsplannen. De bestemmingsplannen kennen verschillende methodes: de bestemming ‘Wonen’ of de bestemming ‘Woongebied’. Het grootste verschil is dat de bestemming ‘Wonen’ vrij concrete bouwvlakken kent en de bestemming ‘Woongebied’ ruime bestemmingsvlakken met een gevellijn. Ten behoeve van harmonisatie moet hierin een keuze worden gemaakt. Daarin wordt meegenomen dat er in de praktijk veel wordt afgeweken van de bouwregels voor wat betreft de positionering. De gemeente wil voorkomen dat er veel bopa’s nodig zullen zijn. Daarnaast moeten de regels zo veel mogelijk zonder hulp van stedenbouwkundigen door vergunningverleners kunnen worden beoordeeld en voldoende rechtszekerheid bieden voor bewoners. 3.

Hoe willen we het regelen? Vergunningplicht : Voor het bouwen van hoofdgebouwen binnen Woongebied wordt een vergunningplicht in het omgevingsplan opgenomen. Het uiterlijk van het hoofdgebouw moet voldoen aan de regels in de Welstandsnota. De gemeente vindt het belangrijk dat een hoofdgebouw pas gebouwd mag worden nadat dit getoetst is en er toestemming kan worden gegeven. In de beoordelingsregels wordt opgenomen dat er alleen hoofdgebouwen ten behoeve van de op de betreffende locatie toegestane functies, mogen worden gebouwd. Daarnaast moet er aan de parkeernormen worden voldaan. Voor zover in de bestemmingsplannen een hoofdgebouw aangeduid is als ‘karakteristiek’ en daarmee de bestaande bouwvorm wordt beschermd, wordt deze aanduiding overgenomen als stedenbouwkundig waardevolle locatie. De bestaande hoofdvorm van stolpen en de bestaande maatvoering van andere beeldbepalende gebouwen op de betreffende locaties moet in stand worden gehouden. Deze regel gaat voor op de hieronder genoemde regels over omgevingsnormen. Er vindt harmonisatie plaats van de bestemmingsplanregels. Binnen Woongebied worden geen bouwvlakken opgenomen. De hoofdregel is dat er woonhuizen mogen worden gebouwd, gestapelde bouw en woongebouwen vormen de uitzondering. Voor woongebouwen geldt dat de locaties waar woongebouwen mogen worden gebouwd op de kaart worden aangegeven.

Het (legaal) bestaande aantal woningen is toegestaan. De kapvorm wordt niet geregeld, tenzij er een minimale en maximale dakhelling is opgenomen. In het geval van een - uit stedenbouwkundig oogpunt - karakteristieke bouwvorm wordt deze als zodanig beschermd en mag hier niet van af worden geweken. De bouwlagen worden niet geregeld, maar worden wel begrensd door de maximum bouw- en goothoogte. De beoordelingsregels die zien op plaatsing en maatvoering van de hoofdgebouwen worden uitgesplitst in twee artikelen. In eerste instantie moet het bouwen van een hoofdgebouw voldoen aan de gesloten normen. In tweede instantie mag vanuit stedenbouwkundige kwaliteit in afwijking van een aantal gesloten normen het hoofdgebouw toch worden gebouwd als er wordt voldaan aan gestelde open normen. In de onderstaande tabel staan de gesloten normen. Onderwerp

Gesloten normen (artikel 1)

Open normen, afwijking is mogelijk mits (artikel 2)

Maatvoering

Max. bebouwingspercentage van het bouwperceel is een omgevingsnorm op de kaart, indien van toepassing, (legaal) bestaand is ook toegestaan Max. goothoogte is een Dit passend is doordat de omgevingsnorm op de kaart, (legaal) hoogte aansluit bij de bestaand is ook toegestaan bebouwing in de directe omgeving 43

Max. bouwhoogte is een omgevingsnorm op de kaart, (legaal) bestaand is ook toegestaan

Dit passend is doordat de hoogte aansluit bij de bebouwing in de directe omgeving

Max. oppervlakte is 150 m2, (legaal) bestaand is ook toegestaan Min. en max. dakhelling is een omgevingsnorm op de kaart (legaal) bestaand is ook toegestaan Plaatsing

Dit passend is doordat de dakhelling aansluit bij de bebouwing in de directe omgeving Min. afstand van niet Dit passend is doordat de aaneengebouwde hoofdgebouwen plaatsing aansluit bij de tot de zijdelingse perceelsgrens bebouwing in de directe bedraagt 3 m, (legaal) bestaand is ook omgeving toegestaan De voorgevel moet in de rooilijn Dit passend is doordat de (gevellijn) worden gebouwd positie van de voorgevel aansluit bij de bebouwing in de directe omgeving en dit geen onevenredige afbreuk doet aan de milieusituatie.

Verder geldt voor het bouwen van kelders dat de regeling uit het Paraplu-Omgevingsplan, 1e tranche wordt overgenomen. Daarin is geregeld dat kelders onder woningen en bijbehorende aan- en uitbouwen mogen worden gebouwd, mits: 1. de kelder loodrecht onder de woning en/of daarbij behorende aan- en uitbouwen wordt gebouwd; 2. de maximale diepte van de kelder, gemeten vanaf de onderkant van de begane grond, 4 meter bedraagt.

3.3.1.2 Hoofdgebouw Centrumgebied Het hoofdgebouw is het belangrijkste gebouw op een erf. De situering, omvang en bouwvorm van hoofdgebouwen is belangrijk voor de gebruiker, het ruimtelijk beeld en de effecten van een gebouw voor de buren. Daarbij geldt op basis van de omgevingsvisie in de centra extra aandacht voor de aantrekkelijkheid van gebouwen en openbare ruimte. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? We willen de activiteit ‘bouwen van hoofdgebouwen’ in het Centrumgebied regelen. Binnen het Centrumgebied willen we ruimte geven aan het bouwen van hoofdgebouwen voor verschillende functies rekening houdend met een balans tussen reuring, rust en ruimte. Daar waar bijzondere waarden zijn, moeten deze worden beschermd en behouden. Met de activiteit ‘bouwen van hoofdgebouwen’ in het Centrumgebied willen we de volgende doelen bereiken: 1. Het beschermen van het landelijke en dorpse karakter; 2. Het bieden van basisbescherming voor gevoelige functies; 3. Het vinden en behouden van balans tussen reuring, rust en ruimte; 4. Het behoud van leefbare en veilige centrumgebieden; 5. Het beschermen van stedenbouwkundige waarden; 6. Het behoud van ruimte voor bedrijvigheid en ondernemen, werkgelegenheid en productie; 7. Het beschermen van de milieusituatie; 8. Het behoud van voorzieningen; 9. Het concentreren van voorzieningen in het centrum van de kernen; 10.

Het beschermen van cultuurhistorische waarden. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? De vergunningplicht voor de ruimtelijke bouwactiviteit bouwen van gebouwen in Centrumgebied is opgenomen in de Bruidsschat. Deze moet worden verwerkt in het definitieve deel van het omgevingsplan. De beoordelingsregels van de Bruidsschat bestaan o.a. uit de bouwregels uit de bestemmingsplannen. De bestemmingsplannen hebben qua hoofdopzet dezelfde systematiek met bouwvlakken en maatvoeringsaanduidingen. Een bijzonderheid is de aanduiding ‘karakteristiek’ waarmee de bouwvorm van een gebouw wordt beschermd. Een andere bijzonderheid is de huidige

44

mogelijkheid op basis van de bestemmingsplannen om met een wijzigingsbevoegdheid of een binnenplanse afwijking buiten het bouwvlak te bouwen. Uit het oogpunt van harmonisatie moeten de bouwregels uniform worden. Daarin wordt meegenomen dat de gemeente vast wil houden aan bouwvlakken en er geen ruimte hoeft te worden geboden voor het bouwen buiten het bouwvlak. Daarnaast wordt meegenomen dat sommige gebouwen vanuit stedenbouwkundig oogpunt moeten worden beschermd, en dat dit niet hetzelfde is als de bescherming vanuit cultuurhistorie. 3. Hoe willen we het regelen? Vergunningplicht : Voor het bouwen van gebouwen binnen Centrumgebied wordt een vergunningplicht in het omgevingsplan opgenomen. Het uiterlijk van het gebouw moet voldoen aan de regels in de Welstandsnota. De gemeente vindt het belangrijk dat een gebouw pas gebouwd mag worden nadat dit getoetst is en er toestemming kan worden gegeven. Er vindt harmonisatie plaats van de bestemmingsplanregels. Binnen Centrumgebied worden bouwvlakken opgenomen. In de beoordelingsregels wordt opgenomen dat er alleen gebouwen ten behoeve van de op de betreffende locatie toegestane functies, mogen worden gebouwd. Daarnaast moet er aan de parkeernormen worden voldaan.

Voor zover in de bestemmingsplannen een gebouw aangeduid is als ‘karakteristiek’ en daarmee de bestaande bouwvorm wordt beschermd, wordt deze aanduiding overgenomen als stedenbouwkundig waardevolle locatie. De bestaande hoofdvorm van stolpen en de bestaande maatvoering van andere beeldbepalende gebouwen op de betreffende locaties moet in stand worden gehouden. Deze regel gaat voor op de hieronder genoemde regels over omgevingsnormen. In de regels wordt verwezen naar omgevingsnormen. Voor zover het gebouw een woning betreft mag de oppervlakte maximaal 150 m² bedragen, (legaal) bestaand is ook toegestaan. De hoofdregel is dat er één woning per bouwvlak mag worden gebouwd, tenzij op de kaart de norm maximum aantal wooneenheden is opgenomen. In dat geval geldt het met de norm aangegeven maximum aantal. Het (legale) bestaande aantal woningen is altijd toegestaan. Voor woongebouwen geldt dat de locaties waar woongebouwen mogen worden gebouwd op de kaart worden aangegeven. Het (legaal) bestaande aantal woningen is toegestaan. Het maximum bebouwingspercentage wordt op de kaart aangegeven, het (legaal) bestaande percentage is ook toegestaan. De minimale afstand van de niet aaneengebouwde zijde van gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt 3 meter, de (legaal) bestaande afstand is ook toegestaan. De overige normen worden op de kaart aangegeven.

De volgende omgevingsnormen worden op de kaart genomen: Type Omgevingsnorm Maatvoering

Max. bouwhoogte op de kaart, (legaal) bestaand is ook toegestaan Max. goothoogte op de kaart, (legaal) bestaand is ook toegestaan Max. bebouwingspercentage op de kaart, indien van toepassing, (legaal) bestaande percentage is ook toegestaan Min. en max. dakhelling op de kaart, (legaal) bestaande dakhelling is ook toegestaan (alleen als dat op de betreffende locatie op grond van het bestemmingsplan nu ook geldt) Max. aantal bouwlagen op de kaart (alleen als dat op de betreffende locatie op grond van het bestemmingsplan nu ook geldt)

De binnenplanse afwijkingsmogelijkheid dan wel de wijzigingsbevoegdheid die ziet op het bouwen buiten het bouwvlak wordt geschrapt en komt niet terug in het omgevingsplan.

45

Verder geldt voor het bouwen van kelders dat de regeling uit het Paraplu-Omgevingsplan, 1e tranche wordt overgenomen. Daarin is geregeld dat kelders onder woningen en bijbehorende aan- en uitbouwen mogen worden gebouwd, mits: 1. de kelder loodrecht onder de woning en/of daarbij behorende aan- en uitbouwen wordt gebouwd; 2. de maximale diepte van de kelder, gemeten vanaf de onderkant van de begane grond, 4 meter bedraagt.

3.3.1.3 Woningsplitsing en verkamering De druk op de woningmarkt blijft groot, waardoor het binnen bestaande bebouwing creëren van extra woonruimte steeds belangrijker wordt. Woningsplitsing en het toevoegen van onzelfstandige woonruimte bieden een kans om meer woningen te realiseren, zonder dat er nieuwe locaties hoeven te worden ontwikkeld. Het is daarbij belangrijk dat de kwaliteit van de leefomgeving, het straatbeeld en de sociale veiligheid behouden blijft. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Het doel is om binnen bestaande woningen extra woonruimte mogelijk te maken, zodat het woningaanbod wordt vergroot, vooral voor starters en kleine huishoudens. De regeling richt zich op locaties waar de fysieke en sociale omstandigheden. Door te sturen op locaties waar woningsplitsing past, wordt het aanbod vergroot zonder dat dit ten koste gaat van leefbaarheid en stedelijke kwaliteit. 2. Wat moeten en kunnen we regelen? Het omgevingsplan kan duidelijke kaders stellen voor het aantal woningen per pand, minimale oppervlakten, inrichtingskwaliteit en parkeernormen. Ook kan het beperkingen opnemen voor monumenten, beschermde stadsgezichten en karakteristieke panden, zodat cultuurhistorische waarden behouden blijven.

Het plan geeft daarnaast ruimte voor maatwerk en flexibiliteit, zodat initiatiefnemers kunnen inspelen op specifieke lokale omstandigheden, terwijl de gemeente kan sturen op een goede balans tussen woningaanbod en leefomgeving. 3. Hoe willen we het regelen? De uitvoering vindt plaats via vergunningverlening op basis van zowel open- als gesloten normen. Zo kan de gemeente beoordelen of de splitsing of toevoeging van woonruimte past binnen de bestaande omgeving en voldoet aan de gestelde normen. Door deze procedure wordt rechtszekerheid geboden, kunnen handhavingsmogelijkheden worden gegarandeerd en wordt gezorgd dat de nieuwe woonvormen leefbaar en passend in de buurt zijn.

3.3.1.4 Tiny Houses De gemeente Schagen ziet Tiny Houses als een waardevolle aanvulling op het woningaanbod. Ze bieden ruimte voor betaalbaar, duurzaam en vernieuwend wonen en sluiten aan bij maatschappelijke ontwikkelingen, zoals compacter leven, collectieve woonvormen en een toenemende behoefte aan flexibele woonoplossingen. Tiny Houses kunnen bovendien bijdragen aan een gedifferentieerd woningaanbod, zonder dat dit leidt tot grootschalige ruimtelijke ingrepen. De Omgevingsvisie benadrukt het belang van nieuwe vormen van wonen, het faciliteren van bijzondere woonconcepten en het bieden van kansen aan initiatieven die passen bij de lokale behoefte. 1. Wat willen we waar regelen en waarom? Tiny Houses worden binnen Schagen gezien als een manier om aanvullende, kleinschalige woonruimte te creëren en om nieuwe woonvormen mogelijk te maken. Het gaat om tijdelijke, compacte woningen die voldoen aan de lokale behoefte aan betaalbare en duurzame huisvesting. Daarom willen we in het omgevingsplan vastleggen waar Tiny Houses kunnen worden toegestaan, onder welke voorwaarden, en met welk oogmerk. Het gemeentelijke beleid richt zich daarbij nadrukkelijk op locaties binnen de bebouwde kom, omdat daar voorzieningen aanwezig zijn en inpassing het beste kan worden beoordeeld binnen het bestaande woonmilieu.

Tiny Houses in het buitengebied sluiten niet aan bij provinciale uitgangspunten voor ontwikkeling van woningbouw in landelijk gebied, en worden daarom uitgesloten. Ook locaties met een bedrijfs-, bedrijventerrein- of recreatieve functie, en percelen in eigendom van de gemeente, zijn niet bedoeld voor Tiny Houses. Daarnaast is het belangrijk om Tiny Houses te reguleren om te waarborgen dat deze woonvorm geen afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat. Het gaat dan om ruimtelijke inpassing, maximale afmetingen, duurzaamheid, verplaatsbaarheid, parkeren op eigen terrein en het voorkomen van recreatief gebruik. Door deze randvoorwaarden gebiedsdekkend vast te leggen, wordt tegelijkertijd duidelijkheid geboden aan initiatiefnemers en omwonenden. 46

2. Wat moeten en kunnen we regelen? Het omgevingsplan moet aansluiten op hogere regelgeving, zoals de Omgevingsverordening NoordHolland 2022. Deze verordening staat woningbouw in het landelijk gebied slechts zeer beperkt toe, waardoor Tiny Houses daar niet passen. Binnen de bebouwde kom biedt de verordening echter voldoende ontwikkelruimte. Het gemeentelijke Tiny Houses-beleid vormt het belangrijkste inhoudelijke toetsingskader voor de manier waarop deze woonvorm kan worden ingepast. De bruidsschat bevat regels over vergunningsvrij bouwen, maar deze sluiten niet goed aan op het karakter van Tiny Houses. Verder kan het omgevingsplan aanvullende regels bevatten over uiterlijk, parkeernormen, minimale perceelsgroottes, gezamenlijke voorzieningen, aansluiting op riolering, zelfbewoningsplicht, en het voorkomen van recreatief gebruik. Deze uitgangspunten zijn reeds opgenomen in het gemeentelijke beleid, zodat geen nieuwe beleidslijn hoeft te worden ontwikkeld. De beleidsruimte bestaat dus vooral uit het juridisch borgen van de voorwaarden die al in het bestaande beleidskader zijn vastgelegd. Het omgevingsplan kan tot slot regelen dat Tiny Houses uitsluitend tijdelijk mogen worden geplaatst (maximaal 10 jaar), dat verplaatsbaarheid verplicht is, en dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het terugbrengen van de locatie in de oorspronkelijke staat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16422877/1