CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3_Beeldkwaliteitsnota

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen stedenbouwkundig plan ‘Wonen in het park’ fase 1 en bijbehorende herziene grondexploitatie ten behoeve van het woningbouwproject Bogtmanweg in Tuitjenhorn1.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

WONEN IN HET PARK

TUITJENHORN

SCHAGEN

5 december 2025, versie A

BEELDKWALITEITSNOTA

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

1

Deze beeldkwaliteitsnota vormt het richtinggevend kader voor de ruimtelijke en architectonische kwaliteit van het project Wonen in het Park in Tuitjenhorn. Het document beschrijft de uitgangspunten voor een zorgvuldige inpassing van nieuwe woningen in een groene, parkachtige omgeving die aansluit bij het karakter van het dorp. Met deze nota wordt beoogd om een samenhangend, herkenbaar en toekomstbestendig woonmilieu te creëren, waarin landschap, architectuur en openbare ruimte elkaar versterken. De kaders bieden ontwerpers, ontwikkelaars en de gemeente houvast bij de verdere uitwerking en toetsing van plannen, zodat de kwaliteit van de leefomgeving gegarandeerd blijft.

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

2

Locatie Voorbeeldplan Omgevingsvisie Stedenbouwkundig/landschappelijk plan Kernwaarden van het plan Plankaart

4 5 6 7 8

Architectonisch concept

9

Ontwerprichtlijnen

10

Woningtypes Bouwvlak en erfafscheidingen Bouwhoogte en dakvorm Uit- en opbouwen Gevelsysteem Materialisering en kleurschema's Detaillering Referentieplaten

10 12 13 14 15 16 17 18

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

3

Locatie Richting Sint Maarten

Zijbelhuizen

Tuitjenhorn

Warmenhuizen

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

4

Doelstelling omgevingsvisie: Woonbuurt van de toekomst Voorbeeld 1 Woonbuurt van de toekomst

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

5

Stedenbouwkundig/landschappelijk plan

Het woonpark is opgezet volgens het principe van de Engelse landschapstuin, waarin verrassing, afwisseling en ruimtelijke beleving centraal staan. De slingerende ringweg, de asymmetrische ruimtelijke opbouw, de weelderige beplantingszones, open gazons, waterstructuren en subtiele hoogteverschillen dragen gezamenlijk bij aan een informele, natuurlijke en steeds veranderende woonsfeer. Binnen dit concept past geen uniforme architectuur of eenduidig woningtype; dergelijke homogeniteit zou de kernkwaliteit van de Engelse landschapstuin – de schoonheid van diversiteit – ondermijnen. Het stedenbouwkundig uitgangspunt is daarom het vinden van harmonie in variatie: een zorgvuldig afgestemde mix van woningtypologieën, korrelgroottes, materialisaties en verschijningsvormen die elkaar versterken zonder een rigide ensemble te vormen. De architectonische uitwerking zoekt aansluiting bij de karakteristieken van de WestFriese bouwcultuur, zodat de wijk niet alleen landschappelijk maar ook cultureel verankerd is in haar omgeving

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

6

Kernwaarden van het plan

Wonen i n een zee v an g ro en en o mr i n g d d o o r w at er

S p eel en rec reëer mo gel ij k h eden in over v l o ed

Samenko men i n het par k, pr i vacy i n ei gen tui n

A ut o la d e n/ lo sse n t o t vo o rd eur, pa r k e re n g e c lust e rd i n d e buur t

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

7

Plankaart

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

8

Architectonisch concept

Het architectonisch concept richt zich op het creëren van een gevarieerd en eigentijds ensemble dat is verankerd in de West-Friese bouwtraditie en zorgvuldig is ingebed in de setting van een Engelse landschapstuin. In deze landschappelijke context krijgen de kleinschalige woningclusterjes elk een eigen karakter, passend bij de gewenste rijkdom en gelaagdheid van het plan. Ondanks die variatie vormen de woningen samen één familie. Dit wordt geborgd door een consistent maatvoeringssysteem, een gedeelde logica in de gevelopbouw en een herkenbare reeks kozijntypologieën. Zo ontstaat architectonische diversiteit binnen een helder kader, waardoor individualiteit en samenhang elkaar versterken en de bebouwing vanzelfsprekend deel uitmaakt van het landschappelijke geheel.

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

9

Ontwerprichtlijnen Woningtypes WONINGTYPES

A Vrijstaande woning type A

E

Rijwoning klein

I

Beneden- Bovenwoning

B Vrijstaande woning type B

F

Rijwoning middel

J

Hofwoning

C

Twee-onder-één-kap woning

G

Rijwoning groot

D Levensloopbestendige woning

H

Rug-aan-rugwoning

A

C

C

C

A

C

A F

I

C

G

B G

I G

I

G

H

E I

G

I

C

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

10

Ontwerprichtlijnen Woningtypes WONINGTYPES

A Vrijstaande woning type A

E

Rijwoning klein

I

Beneden- Bovenwoning

B Vrijstaande woning type B

F

Rijwoning middel

J

Hofwoning

C

Twee-onder-één-kap woning

G

Rijwoning groot

D Levensloopbestendige woning

H

Rug-aan-rugwoning

I

E

F

E E

F D D

G

G

G

G E

J

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

11

Ontwerprichtlijnen Bouwvlak en erfafscheidingen +0.0m +0.5m

Bouwvlak

Bouwvlak

Bouwvlak

Bouwvlak

Bouwvlak

Bouwvlak

voortuin

A

B

C

D

E

F

Algemeen Het hoofdgebouw dient te staan in het aangegeven bouwvlak. (in de plankaart is de voorbeeldplattegrond het bouwvlak) Erfafscheidingen worden voor oplevering aangeplant volgens bovenstaande schema's en hebben een instandshoudingverplichting.

A B C D E F -

Vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap woningen hebben alzijdig een groene haag als erfafscheiding. Deze mag maximaal 1,8m zijn. De haag wordt onderbroken ter plaatse van de uitrit. Vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap woningen met een waterrand zijn eigenaar tot de bovenrand van het talud. Erfafscheidingen zijn niet toegestaan aan de waterrand. Het bouwen en/of aanpassen op of aan het talud is ten strengste verboden. Rijwoningen mogen hun erfafscheiding samen met hun buren zelf bepalen mits niet hoger dan 1,2m in de voortuin en 1,8m in de achtertuin. Rijwoningen mogen hun erfafscheiding samen met hun buren zelf bepalen mits niet hoger dan 1,8m in de achtertuin. Rijwoningen met een voortuin mogen hun erfafscheiding samen met hun buren zelf bepalen mits niet hoger dan 1,8m in de achtertuin. Rijwoningen met een tuin die vanwege privacy is verhoogd dienen deze verhoging in stand te houden. Het aanleggen van traptreden naar maaiveld is toegestaan. Rijwoningen met een waterrand zijn eigenaar tot de bovenrand van het talud. Erfafscheidingen zijn niet toegestaan aan de waterrand. Het bouwen en/of aanpassen op of aan het talud is ten strengste verboden.

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

12

Ontwerprichtlijnen Bouwhoogte en dakvorm Goothoogte en bouwhoogte Op de plankaart is naast het kavelnummer en indexering van het bloknummer ook de goot- en bouwhoogte aangegeven.

6 9 -

-

= goothoogte = bouwhoogte Voor accenten zoals een smalle dakkapel in het gevelvlak niet breder dan 1/2 van de gevelbreedte mag worden afgeweken van de goothoogte. Voor eventuele schoorstenen mag worden afgeweken van de bouwhoogte.

* In geval van een rieten dak dient als goothoogte de onderkant van het riet aangehouden te worden Dakvormen en dakrichting De volgende dakvormen zijn toegestaan: -

Zadeldak Wolfsdak Schilddak Mansardedak

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

13

Ontwerprichtlijnen Uit- en opbouwen +0.0m +0.5m

A

max.1/3

max.1/3

max.1/3

max.1/3

Berging

max.1/3 Berging

max.1/3

Bouwvlak

Bouwvlak

Bouwvlak

Bouwvlak

Bouwvlak

Bouwvlak

50%

50%

50%

50%

50%

50%

max. 1,0m

max. 1,0m

voortuin

B

C

D

E

F

Algemeen Uitbouwen aan de achterzijde zijn toegestaan Wanneer er ruimte is zijn uitbouwen aan de voorzijde toegestaan bij de vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap woningen Dakopbouwen behalve dakkapellen (max. 1/2 van de gevelbreedte) zijn verboden Bergingen zitten altijd aan het hoofdvolume of aan het woonrijtje vast.

A B C D E F -

De uitbouw aan de achterkant mag even breed als de beukmaat van het hoofdvolume maar maximaal 1/3 van de tuin diep zijn. De uitbouw aan de voorkant mag maximaal 2/3 breed zijn van de beukmaat en maximaal 1,0m diep zijn. De berging aan de zijkant van de woning mag worden ingeruild met een garage. De uitbouw aan de achterkant mag even breed als de beukmaat van het hoofdvolume maar maximaal 1/3 van de tuin diep zijn. De uitbouw aan de voorkant mag maximaal 2/3 breed zijn van de beukmaat en maximaal 1,0m diep zijn. De berging aan de zijkant van de woning mag worden ingeruild met een garage. De uitbouw aan de achterkant mag even breed als de beukmaat van het hoofdvolume maar maximaal 1/3 van de tuin diep zijn.. De uitbouw aan de achterkant mag even breed als de beukmaat van het hoofdvolume maar maximaal 1/3 van de tuin diep zijn. De uitbouw aan de achterkant mag even breed als de beukmaat van het hoofdvolume maar maximaal 1/3 van de tuin diep zijn. De uitbouw aan de achterkant mag even breed als de beukmaat van het hoofdvolume maar maximaal 1/3 van de tuin diep zijn. WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

14

Ontwerprichtlijnen Gevelsysteem

Verticaliteit De gevels van de grondgebonden woningen krijgen een duidelijke mate van verticaliteit. Deze wordt onder meer bereikt door een overwegend verticale geleding van raamopeningen, een afwisselende ritmiek van de plattegrond en gebouwaccenten zoals schoorstenen maar ook ontworpen hemelwaterafvoeren.

Plint Alle woningtypes worden voorzien van een gemetselde plint als duidelijke beëindiging van de gevel. De plint draagt bij aan een robuuste en verzorgde uitstraling op maaiveldniveau en beschermt de gevel tegen vervuiling, opspattend water en mechanische beschadiging. Hierdoor wordt de duurzaamheid en onderhoudsvriendelijkheid van het gevelbeeld versterkt. Gevel Voor de gevels is een brede variatie aan materialen toegestaan om differentiatie en levendigheid in het straatbeeld te stimuleren. Toepassing van onder andere baksteen, verticale geveldelen en horizontale geveldelen is mogelijk. Daarnaast mag per verdieping worden gevarieerd, bijvoorbeeld met een gemetselde begane grond en houten gevelbekleding op de verdieping, mits sprake blijft van een samenhangend en zorgvuldig uitgewerkt geheel. Kozijnen Om eenheid te creëren tussen de diverse en gevarieerde bouwblokken wordt gewerkt met een gemeenschappelijke kozijn typologie. Door consistentie in vormgeving, profilering en maatverhoudingen ontstaat samenhang in het totaalbeeld. Deze eenduidige basis zorgt ervoor dat variatie in architectuur mogelijk blijft zonder de visuele samenhang te verliezen. Dakrand/goot De inzet van gevarieerde dakgoten en dakranden wordt gebruikt om de individualiteit van de verschillende bouwblokken te versterken.

Door variatie in detaillering, profilering en materiaalgebruik ontstaat een herkenbaar en gedifferentieerd gevelbeeld. Deze accenten dragen bij aan de leesbaarheid van de architectuur en versterken de eigen identiteit van ieder blok binnen het geheel. Dakkapellen en dakvlak Dakkapellen worden in samenhang met en in lijn met de onderliggende gevel ontworpen, zodat zij een logisch onderdeel vormen van het totaalbeeld. De raamkozijnen in de dakkapellen zijn gelijkend aan die in de gevel en mogen in maatvoering niet groter zijn dan de onderliggende gevelramen. De materialisering van de dakvlakken is afgestemd op het gekozen gevelmateriaal en de architectonische uitstraling van de woningen. Toepassing van onder andere dakpannen en riet is mogelijk, al dan niet gecombineerd met zonnepanelen. Hierbij wordt gestreefd naar een zorgvuldig geïntegreerd en samenhangend totaalbeeld. WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

15

Ontwerprichtlijnen Materialisering en kleurschema's Plint: metselwerk

Gevelmateriaal: baksteen, horizontaal hout of verticaal hout

Gevelmateriaal 'specials':

Dak: rode pannen, antracieten pannen of riet

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

16

Ontwerprichtlijnen Detaillering

In deze woonwijk wordt een diversiteit aan woningtypen gerealiseerd, variërend in maat, typologie en architectonische expressie. Om deze variatie te laten samengaan tot een herkenbaar en kwalitatief hoogwaardig geheel, is de detaillering van de bouwkundige elementen essentieel. Samenkomst van gebouwdelen Bij de detaillering ligt de nadruk op de wijze waarop gebouwdelen samenkomen: hoeken, dakranden, gevelovergangen, kozijnen, deuren en andere verbindingen. De overgang tussen verschillende materialen en volumes moet zorgvuldig worden vormgegeven zodat deze visueel logisch en esthetisch aantrekkelijk is. Hierbij geldt dat elk detail bijdraagt aan de leesbaarheid van het gebouw, ongeacht het woningtype. Schilderspalet van stijlen De wijk biedt ruimte voor zowel een wat moderne-minimalistischere als meer traditionele architectuur. Uniforme principes Om een harmonieuze wijk te waarborgen, gelden enkele overkoepelende principes voor alle woningtypes: Consistente maatvoering: Gevelhoogten, raamverhoudingen en ritme van gevelopeningen sluiten aan bij de schaal van het wonen in het park en de aangrenzende woningen. Materialisatie: Materialen worden zodanig toegepast dat overgangen logisch en visueel coherent zijn. Het gebruik van kleur en textuur ondersteunt de oriëntatie en herkenbaarheid van de woningen.

Aansluitingen: Detailoplossingen voor dakranden, waterafvoer en kozijnen worden uniform toegepast, zodat technische elementen altijd esthetisch ingepast zijn. Door deze aandacht voor detaillering wordt een gevarieerde, maar samenhangende woonwijk gerealiseerd, waarin elk woningtype zijn eigen identiteit behoudt terwijl het geheel een duidelijke, hoogwaardige architectonische kwaliteit uitstraalt.

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

17

Referentieplaten

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

18

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

19

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

20

WONEN IN HET PARK TUITJENHORN

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16410049/2