Bijlage 2: Was-wordt lijst
Tekst van het document
Was
Wordt
Hoofdstuk 1: Basisprincipes
Hoofdstuk 1: Inleiding
Onpartijdigheid Alle betrokken partijen moeten bij de beoordeling van integriteitskwesties de discipline opbrengen om boven de (politieke) partijen te gaan staan. De kern is dat de zuiverheid van de besluitvorming gewaarborgd is. De handhaving wordt niet inzet voor partijpolitiek. Ook het verschil tussen oppositie en coalitie mag geen rol spelen.
Onpartijdigheid Alle betrokken partijen moeten bij de beoordeling van integriteitskwesties de discipline opbrengen om boven de (politieke) partijen te gaan staan. Het verschil tussen oppositie en coalitie mag hierbij geen rol spelen. Dit protocol wordt niet ingezet voor partijpolitiek. De kern van dit protocol is dat de zuiverheid van de beoordeling van integriteitskwesties, gewaarborgd is.
Terughoudend met publiciteit Er wordt terughoudend gecommuniceerd in belang van een eventueel onderzoek en betrokkenen.
Terughoudend met publiciteit In het belang van een eventueel onderzoek en de betrokkenen, wordt er terughoudend gecommuniceerd bij de uitvoering van dit protocol.
Zorgvuldigheid Komt iemand onder de verdenking te staan dat hij of zij een integriteitsschending begaan heeft, dan dient er via een vooronderzoek vastgesteld te worden of er überhaupt grond is voor de verdenking. Zijn er gronden, dan moet er een objectief onderzoek volgen waarin ook de context wordt meegenomen en waarin de mate van verwijtbaarheid apart wordt beoordeeld.
Zorgvuldigheid Komt iemand onder de verdenking te staan dat hij of zij een integriteitsschending begaan heeft, dan dient er via een vooronderzoek vastgesteld te worden of de verdenking zodanig concreet en ernstig is, dat er een extern feitenonderzoek dient plaats te vinden.
Hoofdstuk 2: Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2: Algemene bepalingen Artikel 2.1: Melding maken. 1. Een melding van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager kan door eenieder schriftelijk worden ingediend bij de burgemeester.
Artikel 2.5: Externe onderzoeker Onder externe onderzoeker wordt verstaan de onderzoeker die of het onderzoeksbureau dat in opdracht van de burgemeester onderzoek doet naar aanleiding van een melding van integriteitsschending of een incident
2.
Anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen.
3.
De burgemeester kan naar aanleiding van informatie die hem/haar bereikt ook op eigen initiatief bij een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager, dit onderzoeken overeenkomstig de processtappen in dit protocol.
Artikel 2.4: Externe onderzoeker Onder externe onderzoeker wordt verstaan de onderzoeker die of het onderzoeksbureau dat in opdracht van de burgemeester, het feitenonderzoek uitvoert.
Hoofdstuk 3: Handelswijze
Hoofdstuk 3: Handelswijze
Artikel 3.2 Melding en toetsing daarvan: Samengevoegd met artikel 3.2: Het vooronderzoek, herschreven en aangepast. + Artikel 3.3: Het vooronderzoek: Samengevoegd met artikel 3.2: Melding en toetsing daarvan, herschreven en aangepast.
Artikel 3.2: Proces bij een melding 1. Nadat de burgemeester is geïnformeerd over het vermoeden van een integriteitsschending begaan door een politieke ambtsdrager bevestigt hij/zij de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder. 2. Binnen twee weken nadat de ontvangstbevestiging van de melding is verzonden, wordt er contact opgenomen met de melder om een afspraak te plannen, voor een gesprek over de melding. 3. Nadat het gesprek met de melder heeft plaatsgevonden, toetst de burgemeester ambtshalve de melding tegen de achtergrond van de vraag of zij zodanig concreet is en van een zodanige ernst dat er een extern feitenonderzoek dient plaats te vinden. Dit onderzoek betreft het vooronderzoek. 4. Uiterlijk vier weken nadat het gesprek met de melder heeft plaatsgevonden, wordt aan de melder schriftelijk melding gedaan over het vervolgproces.
Artikel 3.3: Het vooronderzoek 1. Het vooronderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze. 2.
Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt.
3. In het vooronderzoek wordt de integriteitsmelding getoetst op de volgende criteria: a. de aard van het feit; b. de ontvankelijkheid van de melding; c. de ernst van de zaak; d. de valideerbaarheid van feiten en omstandigheden; e. de positie of persoon van de bron en de persoon van de politieke ambtsdrager 4. a.
Het vooronderzoek leidt tot één van de volgende uitkomsten: Indien de burgemeester na toetsing vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is en/of een onvoldoende
ernstig karakter heeft, besluit hij/zij het onderzoek niet verder voort te zetten. Hierbij zijn lid 1 én 2 van artikel 3.5, niet meer van toepassing. b.
Indien de burgemeester na toetsing vaststelt dat de melding voldoende concreet en een voldoende ernstig karakter heeft, besluit hij/zij tot het instellen van een extern feitenonderzoek als bedoeld onder artikel 3.4.
5. Over de uitkomst van het vooronderzoek informeert de burgemeester schriftelijk de melder, de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan, het presidium als het om een raadslid of lijstopvolger gaat, en het college als het om een wethouder gaat. Dit gebeurt zo spoedig mogelijk.
Artikel 3.4: Het feitenonderzoek, lid 2: Het feitenonderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijke externe onderzoeker op basis van een opdracht van de burgemeester. De burgemeester kan zich bij het opstellen van de opdracht laten bijstaan door een externe deskundige.
Artikel 3.4: Het feitenonderzoek, lid 2: Het feitenonderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijke externe onderzoeker op basis van een opdracht van de burgemeester.
Redactionele wijzigingen was
Redactionele wijzigingen wordt
Plaatsvervangend raadsvoorzitter
Vicevoorzitter van de raad.
Raadspresidium
Presidium
Raadsgriffier
Griffier
Secretaris
Gemeentesecretaris
Herordeningen in het hele stuk was
Herordeningen in het hele stuk wordt
Hoofdstuk 1: Basisprincipes
Hoofdstuk 1: Inleiding
2.1: Centrale rol burgemeester
Artikel 1.1: Centrale rol burgemeester
2.2: Burgemeester
Artikel 2.6: Melding integriteitsschending door de burgemeester
2.3: Niet voorzien situaties
2.7: Onvoorziene situaties
2.4: Openbaar
2.3: Openbaar
2.5: Externe onderzoeker
2.4: Externe onderzoeker
2.6: Aangifte
2.5: Aangifte
3.2: lid 2, bolletje 2
2.2: Bijstand