Aanvullend natuuronderzoek
Tekst van het document
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
G&G-rapport 2022-153
Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving
R. de Beer R. Brouwer
2022
Opdrachtgever DNS Planvorming B.V.
G&G-rapport 2022-153
Datum Versie
17 oktober 2022 v1
Gecontroleerd door: K. de Waart
De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.
De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
5
1.1
Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 6
1.3
Ligging van het plangebied ...................................................................................... 6
1.4
Geplande werkzaamheden ...................................................................................... 6
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 6
Methode 2.1
8
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten .................................................... 8 2.1.1 Huismus ..................................................................................................................... 8 2.1.2 Sperwer ..................................................................................................................... 9 2.1.3 Ransuil ....................................................................................................................... 9
2.2
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 10
2.3
Vleermuizen ........................................................................................................... 13 2.3.1 Veldbezoeken .......................................................................................................... 14 2.3.2 Relatie met het vleermuisprotocol ......................................................................... 16
3
4
5
6
Resultaten broedvogels
17
3.1
Huismus ................................................................................................................. 17
3.2
Sperwer en Ransuil ................................................................................................ 19
Resultaten kleine marterachtigen
20
4.1
Wezel, Hermelijn, Bunzing, Boommarter .............................................................. 20
4.2
Overige (zoog)dieren ............................................................................................. 20
Resultaten vleermuizen
22
5.1
Gewone dwergvleermuis....................................................................................... 22
5.2
Ruige dwergvleermuis ........................................................................................... 24
5.3
Laatvlieger.............................................................................................................. 24
Effectbeoordeling en maatregelen
26
6.1
Huismus ................................................................................................................. 26
6.2
Sperwer en Ransuil ................................................................................................ 26
6.3
Vleermuizen ........................................................................................................... 26
6.4
Overige broedvogels .............................................................................................. 27
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
7
Conclusies en aanbevelingen
28
8
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
30
9
Bijlagen
32
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
1
Inleiding 1.1
Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan herinrichtingsplannen voor een locatie aan de Sint Maartensweg 68 te Sint Maartensbrug. Sint Maartensbrug ligt in de gemeente Schagen in de provincie Noord-Holland. De bebouwing in het plangebied wordt gesloopt en er komt nieuwbouw voor in de plaats. Het is mogelijk dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (de Huismus, de Ransuil en de Sperwer), kleine marterachtigen of vleermuizen verblijven in de te slopen bebouwing of te kappen bomen. Ook is het mogelijk dat deze soorten het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied. De aanwezigheid van deze potentie werd aangegeven in een eerder uitgevoerde ‘ecologische quickscan’ (zie VAN DER MEER & PETERS, 2021). Om dit nader te onderzoeken heeft DNS Planvorming B.V. opdracht gegeven aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een inventarisatie uit te voeren naar deze soorten. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april-september 2022. De inventarisatie is uitgevoerd door medewerkers van bureau Van der Goes en Groot. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.
Ligging van plangebied Sint Maartensweg.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het voorkomen en de verspreiding van de Huismus, de Ransuil, de Sperwer, kleine marterachtigen en vleermuizen binnen het plangebied.
1.3
Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied betreft een schoolgebouw en een grasveld dat omringd wordt door bomenrijen. Het plangebied ligt aan de zuidkant van het dorp Sint Maartensbrug. Ten zuiden van het plangebied liggen agrarische velden.
1.4
Geplande werkzaamheden Een groot deel van het schoolgebouw wordt gesloopt. Hiervoor in de plaats worden er 21 grondgebonden woningen en een huisartsenpraktijk ontwikkeld. Ecologisch gevoelige werkzaamheden betreffen de sloop van de bebouwing met bijbehorend hak-, sloop- en/of breekwerk, waarbij holtes die eventueel gebruikt worden door vogels en/of vleermuizen, tijdelijk geopend worden of kunnen verdwijnen. Ook het verwijderen van groen (kappen/rooien van struiken en/of bomen en het verwijderen van de vegetatie-toplaag) in de omliggende tuinen maakt onderdeel uit van de plannen om het terrein volledig bouwrijp op te leveren. Daarbij kan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden door geluid, trillingen, optische verstoring, verandering van microklimaat en/of het gebruik van kunstlicht verstoring optreden van (beschermde) soorten.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3-5 worden de resultaten beschreven en wordt aangegeven welke soorten zijn aangetroffen binnen en eventueel nabij het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden door de uit te voeren werkzaamheden, welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en of een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Hoofdstuk 6 bevat de conclusies met noodzakelijke vervolgstappen. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft tenslotte een overzicht van de gebruikte literatuur.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
In de bijlages is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag. Eventueel zijn (indien relevant) verspreidingskaarten opgenomen.
Overzicht van het plangebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
2
Methode 2.1
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Alleen vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd worden zijn geïnventariseerd. Het betreft in dit geval de Huismus, de Ransuil en de Sperwer. Deze soorten komen in de omgeving van het plangebied voor (NDFF 2010-2020, zie VAN DER MEER & PETERS, 2021) en kunnen gevestigd zijn in bebouwing zoals aanwezig in het plangebied. Uiteraard is tijdens de inventarisatie ook gelet op eventueel andere aanwezige jaarrond beschermde broedvogels of andere beschermde soorten. Alle waarnemingen zijn op locatie gekarteerd. De codes zijn gestipt op locatie met behulp van een veldtablet.
2.1.1
Huismus Het onderzoek is uitgevoerd conform het KENNISDOCUMENT HUISMUS, VERSIE 1.0 (BIJ12, 2017). Op 18 april en 2 mei in 2022 is het plangebied bezocht om de verblijfplaatsen van Huismussen te inventariseren (zie Tabel 1). Tussen de verschillende bezoekrondes zaten minimaal tien dagen. De bezoeken vonden plaats tussen twee uur na zonsopkomst en twee uur voor zonsondergang, en zijn uitgevoerd bij gunstige (weers-) omstandigheden (geen regen, harde wind en/of kou en geen overmatige verkeersdrukte). Door langzaam rond te lopen en te posten in het plangebied en regelmatig te luisteren, wordt duidelijk of- en waar Huismussen aanwezig zijn. Tijdens elk van de inventarisatierondes is daarbij het gehele plangebied bezocht.
Overzicht bezoekrondes inventarisatie Huismus.
Ronde
Datum
Tijd (van – tot)
1 2
18 april 2022 2 mei 2022
10:30-11:32 8:00-9:00
Zowel nest-indicatieve waarnemingen als waarnemingen van (territoriale) vogels in geschikt broedbiotoop zijn op locatie gekarteerd. De waarnemingen zijn zoveel mogelijk gekarteerd op de daadwerkelijke nestplaatsen van de Huismussen. Indien mogelijk werd gewacht met het stippen tot vogels op of nabij de daadwerkelijke nestplaats aanwezig waren (veelal op dakgoten, op pannendaken, naast dakkapellen e.d.).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
De stippen per ronde zijn beide gebruikt om kaarten te maken van de verblijfplaatsen van Huismussen. Na afloop zijn de rondestippen geïnterpreteerd, handmatig geclusterd en is het aantal territoria bepaald. Hierbij is tussen nest-indicerende waarnemingen (in verband met kans op ondertellen) een kleinere fusieafstand (ongeveer 25 meter) genomen dan de vaste fusieafstand (100 meter) zoals bij de BMP methode van SOVON wordt gehanteerd. Bij territorium-indicerende waarnemingen is wel de vaste fusieafstand van SOVON (100 meter) aangehouden. Ook tijdens andere onderzoeken, zoals naar vleermuizen, is gelet op de aanwezigheid van Huismussen.
2.1.2
Sperwer Er zijn twee dagbezoeken uitgevoerd op 18 april 2022 en op 2 mei 2022. Tussen de verschillende bezoekrondes zaten minimaal tien dagen. De rondes werden aansluitend gelopen op het onderzoek naar Huismus (zie 2.1.1). Ook tijdens onderzoek naar Huismussen werd gelet op activiteit van roofvogels. Tijdens de vervolgrondes zijn de eventueel gevonden nesten gecontroleerd op aanwezigheid van roofvogels (adulte vogels of jongen). Er is rond eerder vastgestelde horsten en nesten gekeken naar een mogelijk uitstekende gebandeerde staart op het nest, aanvoer van vers loof, plukresten, krijtstrepen, braakballen of andere sporen die wijzen op bewoning.
2.1.3
Ransuil Er zijn twee dagbezoeken uitgevoerd samen met controlerondes voor de Sperwer op 18 april 2022 en op 2 mei 2022. Tussen de verschillende bezoekrondes zaten minimaal tien dagen. Tijdens het vleermuisonderzoek (zie §2.3) is tevens gelet op activiteit van Ransuilen in het plangebied. Tijdens de vervolgrondes zijn de eventueel gevonden nesten gecontroleerd op aanwezigheid van roofvogels (adulte vogels of jongen). Er is rond eerder vastgestelde horsten en nesten gekeken naar een mogelijk uitstekende gebandeerde staart op het nest, aanvoer van vers loof, plukresten, krijtstrepen, braakballen of andere sporen die wijzen op bewoning.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
2.2
Grondgebonden zoogdieren Alleen zoogdiersoorten die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd en die geen provinciale vrijstelling hebben, zijn geïnventariseerd. Het betreft in dit geval de Wezel, de Hermelijn en de Bunzing. Tijdens de inventarisatie is ook gelet op eventueel andere beschermde soorten. Alle waarnemingen en locaties van gebruikte onderzoeksmaterialen zijn op locatie gekarteerd met behulp van een veldtablet.
2.2.1
Marterachtigen In de onderzoeksperiode is onderzocht of kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en/of Wezel) aanwezig zijn binnen het plangebied, en wat de gebruiksfunctie van het plangebied is. Het onderzoek is uitgevoerd conform het document ‘Wezel, Hermelijn en Bunzing, beschermd in Noord-Holland’. Dit document van de provincie Noord-Holland is een handreiking voor het uitvoeren van onderzoek naar kleine marterachtigen zoals Wezels en Hermelijnen. Om een beeld te krijgen van de aanwezigheid en de verspreiding van de kleine marterachtigen is bij de inventarisatie gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksmethoden: cameravallen, struikrovers en sporenbuizen. In totaal zijn er één cameraval, één struikrover en zes sporenbuizen gebruikt bij dit onderzoek. Er zijn drie bezoeken afgelegd aan het gebied (zie Tabel 2). Tijdens het eerste bezoek worden de onderzoeksmaterialen uitgezet. Hierbij wordt uiteraard gelet op locaties met de hoogste trefkans. Deze wordt bepaald op grond van de aanwezige biotopen, dekking, eventuele passagepunten (wissels), foerageergebieden etc. De camera, struikrover en sporenbuizen zijn verspreid geplaatst over het gehele gebied op geschikte locaties waar kleine marterachtigen zoals Wezels, Hermelijnen en Bunzings zich kunnen ophouden. Een kaart met de locaties van de uitgezette onderzoeksmaterialen in het plangebied is opgenomen in Bijlage 1.
Een tussenbezoek is nodig voor controle van de materialen. Hierbij kunnen de sporenbuizen, indien nodig, voorzien worden van nieuw sporenpapier, de camera’s kunnen indien nodig bijgesteld worden en voorzien worden van nieuwe batterijen. Daarbij kunnen de geheugenkaartjes worden gewisseld.
Datums van activeren cameravallen (en looptijd) voor marteronderzoek.
Cameravallen, mostela, struikrover, sporenbuizen Uitzet materialen Controle Ophalen materialen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
21-07-2022 02-08-2022 18-08-2022
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Eventueel kan er bij dit bezoek ingegrepen worden als de sensor te vaak loos geactiveerd wordt door bijvoorbeeld zonlicht, schaduwen en/of bewegende vegetatie. Bij de derde ronde wordt het materiaal opgehaald waarna het beeldmateriaal en de prentenplaten tijdens een bureaustudie worden geanalyseerd. In Tabel 2 staan de startdatum, controledatum en einddatum van het onderzoek. Het materiaal heeft in totaal 28 dagen uitgestaan in het veld. Daarnaast is tijdens de veldbezoeken in het plangebied gericht gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van marterachtigen zoals latrines, prooiresten en uitwerpselen. Met deze aanvullende waarnemingen kan mogelijk een beter beeld worden verkregen van de aanwezigheid en het terreingebruik door marterachtigen. Tijdens het onderzoek zijn geen mostela’s gebruikt omdat struikrovers een beter beeld kunnen geven van alle genoemde soorten. Mostela’s zijn voornamelijk gericht op de aanwezigheid van alleen Hermelijnen en Wezels. Op de volgende pagina wordt kort de werking van de verschillende vangtechnieken toegelicht.
Vooral dichte vegetaties aan de randen van het plangebied zijn bemonsterd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Cameraval De cameravallen zijn voorzien van een sensor die reageert op de combinatie van warmte en beweging. Als er een warmbloedig dier (bijvoorbeeld een zoogdier of vogel) voor de camera beweegt begint deze met opnemen. Overdag zijn de beelden in kleur, en ’s-nachts of bij te weinig licht schakelt de camera automatisch over naar een infraroodbeeld. De camera maakt hierbij geen geluid en de infrarood lampjes zijn niet te zien door de dieren, waardoor deze niet afgeschrikt kunnen worden. De dieren blijven zich daarom natuurlijk gedragen. Als lokvoer is de inhoud van een blikje sardines gebruikt. Na minimaal vier weken wordt de cameraval verwijderd en worden de geheugenkaartjes uitgelezen. Het is ook mogelijk dat hiermee andere (zoog)dieren worden opgemerkt. Mostela De mostela is een houten marterkast die een combinatie is van een sporenbuis en een cameraval. Doordat een kleine marter door de buis van de mostela loopt, springt de camera aan en maakt opnamen van het dier. Door het gebruik van een mostela kan met zekerheid worden vastgesteld of het bijvoorbeeld een Wezel of een Hermelijn betreft. Door alleen het verzamelen van prenten kan dit in veel gevallen niet met 100% zekerheid worden vastgesteld.
Een mostela (marterkast) met opgetild deksel (linksboven), een cameraval in het veld (rechtsboven), een sporenbuis in het veld (linksonder) en struikrover (rechtsonder) (archieffoto’s G&G).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Struikrover De struikrover is een combinatie van een lokmiddel en een cameraval. Het is een korte PVC buis waarin een wildcamera is geplaatst met als lokmiddel een blikje sardientjes. Veldonderzoek heeft aangetoond dat hiermee alle aanwezige marterachtigen in een gebied binnen twee weken kunnen worden vastgesteld. Wanneer het onderzoek na enige tijd op identieke wijze wordt herhaald, is ook monitoring mogelijk, zodat een trend kan worden bepaald. De struikrover kan gebruikt worden om gemakkelijk alle soorten marterachtigen en vele andere (kleine) (zoog)dieren in beeld te brengen. Denk hierbij aan de Wezel, de Hermelijn, de Boommarter, de Steenmarter, de Das, de Egel, de Vos, diverse soorten muizen, maar ook vogels. Sporenbuizen De sporenbuis is een pvc-buis van 8 of 10 cm in diameter. Deze zijn vooral bedoeld om prenten van kleine marterachtigen als de Wezel en de Hermelijn waar te nemen. In de sporenbuis ligt een plankje met in het midden een stempelkussen met inkt. Aan weerszijden van het stempelkussen liggen witte vellen sporenpapier. Wezels en Hermelijnen zijn van nature nieuwsgierig. Ze lopen graag in de dekking op zoek naar prooidieren en onderzoeken daarbij holen. Daarbij is het dus de bedoeling dar ze door de sporenbuizen lopen en prenten achterlaten.
Warmtebeeldcamera Om aanvullende informatie te verzamelen over gebruik van het terrein kunnen aanwezige dieren met behulp van een warmtebeeldcamera worden opgespoord en gevolgd worden door achter de dieren aan te lopen. Overige (zoog)dieren Tijdens alle onderzoeken zijn waarnemingen van andere (zoog)dieren op de camera’s genoteerd.
2.3
Vleermuizen Alle soorten vleermuizen zijn beschermd krachtens de Wnb onder het regime van de Habitatrichtlijn. Het doel van het onderzoek is om de aanwezigheid en de verspreiding van vleermuizen in het plangebied in kaart te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de richtlijnen uit het protocol voor vleermuisinventarisaties zoals dat is opgesteld door het Vleermuisvakberaad (VLEERMUISVAKBERAAD, 2021). Voorafgaand aan het onderzoek is op grond van een uitgevoerde ecologische quickscan, de aanwezige biotopen en/of bekende voorkomens nagegaan welke vleermuissoorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn binnen het onderzoeksgebied. Het
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
onderzoek is op grond daarvan in dit geval met name gericht op de algemenere gebouw-bewonende soorten Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Uiteraard is ook op andere soorten gelet tijdens het onderzoek in het plangebied en zijn eventueel bezoekrondes en/of bezoektijden tussentijds aangepast aan bevindingen tijdens het veldwerk. Bij het aantreffen van ‘bijzondere’ soorten zoals de Meervleermuis, de Gewone grootoorvleermuis, de Watervleermuis en de Baardvleermuis, die mogelijk het plangebied gebruiken als verblijfplaats, worden rondes en rondetijden aangepast of worden extra rondes ingepland.
2.3.1
Veldbezoeken Door middel van veldwerk zijn de daadwerkelijke aanwezigheid en verspreiding van vleermuizen in het plangebied onderzocht. Er zijn vijf bezoeken afgelegd in de periode van mei tot en met september 2022. Het aantal bezoeken is op voorhand op basis van potentie van verwachte soorten en gebruiksfuncties bepaald. Bij onverwachte of afwijkende waarnemingen en/of grotere en bijzondere verblijfplaatsen wordt altijd een extra veldbezoek ingepland. Het plangebied kan door vleermuizen op verschillende manieren worden gebruikt, bijvoorbeeld als verblijfplaats, als (onderdeel van) een vliegroute of als foerageergebied. Deze gebiedsfuncties zijn tijdens het veldwerk onderzocht.
Overzicht van de veldbezoeken ten behoeve van het vleermuisonderzoek in plangebied Sint Maartensweg in 2022 per ronde (“KZ” = kraamkolonie- en zomerverblijfronde en “P” = paarverblijfronde).
Ronde / Datum
Tijd
Duur
Weersomstandigheden
Opzet
KZ1 18-05-2022
21:36-23:36
2 uur
W 2 bft, 18,5⁰C, 8/8
avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik
KZ2 27-06-2022
22:09-00:09
2 uur
ZW 2 bft, 16,7⁰C, 6/8
avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik
KZ3 18-7-2022
03:39-05:39
2 uur
Z 2 bft, 23,9⁰C, 5/8
ochtendbezoek kraamverblijven, zomerverblijven, terreingebruik
P1 26-8-2022
00:00-02:00
2 uur
NW 3 bft, 18,7⁰C, 6/8
middernacht/avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik
P2 25-9-2022
21:00-23:00
2 uur
W 2 bft, 12,2⁰C, 7/8
avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Tijdens een veldverkenning (gedurende de quickscan en tijdens de eerste ronde of rondes) zijn relevante elementen zoals begroeiing en randen daarvan, holtes in bomen, aanwezige lijnvormige beplanting en wateren in beeld gebracht, en zijn delen van bebouwing nader op potentie beoordeeld (gaten, spleten en donkere delen). Bij dit onderzoek en tijdens alle bezoekrondes is met behulp van een sterke zaklamp bij inspecteerbare delen van het plangebied en bij mogelijke verblijfplaatsen gezocht naar sporen van gebruik zoals keutels op verhardingen, poepstrepen bij gaten en vraatresten. Gedurende alle veldbezoeken is gekeken naar aanwezige vliegroutes en foerageergebieden in het plangebied. Deze gebruiksfuncties zijn vooral te verwachten in luwe delen van het plangebied en langs lijnvormige landschapselementen. Het terreingebruik door vleermuizen is op grond van de veldverkenning ’s nachts nader onderzocht door middel van langzaam surveilleren en posten met gebruik van batdetectors (beschikbare modellen Pettersson 240x en Echo Meter Touch Pro). Op de onderzoek locatie was altijd visuele- en audioweergave van de opgevangen pulsen mogelijk, en was er altijd opnameapparatuur beschikbaar om zodoende geluiden en/of pulsen op te nemen (Echo Meter Touch Pro, Pettersson 240X, Edirol R-09-HR).
De eerste drie kraam-zomer (KZ1 t/m KZ3) bezoeken aan het begin van de zomer zijn met name gericht geweest op het in kaart brengen van uitvliegen en zwermactiviteit bij kraam- of zomerverblijven. Zwermactiviteit treedt voornamelijk aan het einde van de nacht op en wordt onderzocht door op kansrijke plekken te posten en/of door rustig door het plangebied surveilleren. Bij een avondbezoek wordt gepost op kansrijke plekken (uitvlieggaten). De avondrondes zijn vooral ingezet om de activiteit van Laatvliegers te kunnen volgen. De laatste twee bezoeken (P1 en P2) zijn vooral gericht geweest op het vaststellen van paarverblijven en baltsactiviteit. De P1 ronde eind augustus is om middernacht ingezet om baltsactiviteit van Ruige dwergvleermuis later in de nacht in beeld te brengen. Deze P1 ronde is tevens laat ingezet om middernachtelijke zwermactiviteit van Gewone dwergvleermuis vast te kunnen stellen. Deze zwermactiviteit vormt een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van een winterverblijf. Vanwege de grootte van het object, het aantal potentieel geschikte plekken en de positie daarvan voor verblijfsgebruik van vleermuizen, is de inventarisatie uitgevoerd door twee personen. Tijdens de veldbezoeken was geen sprake van substantiële neerslag, werd er niet geïnventariseerd bij een windkracht hoger dan 4 Bft of bij een te lage temperatuur.
Voor een overzicht met informatie van de veldbezoeken zie Tabel 3.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
2.3.2
Relatie met het vleermuisprotocol De bebouwing binnen het plangebied is laag, wordt onregelmatig verwarmd en heeft weinig bufferende capaciteit ten aanzien van warmte. Daarom wordt er geen bijzondere constant en koel microklimaat verwacht ten aanzien van warmte en vocht, en is de bebouwing naar verwachting niet geschikt als (massa)winterverblijf voor Gewone dwergvleermuizen. Het middernachtzwermen van deze soort wordt daarom niet op voorhand verwacht. Omdat bovenstaande slechts een inschatting betreft en (massa-) winterverblijf als een belangrijke vast te stellen gebruiksfunctie wordt gezien, is hiernaar tijdens één ronde toch optimaal onderzoek gedaan. Door deze laat uitgevoerde bezoekronde wordt tevens ondervangen dat baltsactiviteit op verschillende momenten in de nacht wisselende intensiteit kan hebben en het plangebied op meerdere momenten in de nacht hierop werd onderzocht. In de andere (najaars-)ronde(s) is ook op nachtelijk zwermgedrag gelet; bij (grote) winterverblijven is dit gedrag ook eerder in de nacht waarneembaar en kan dit gedurende langere tijd doorgaan (tot ver in september).
Onderzoek in Sint Maartensbrug naar vleermuizen met herkenbare kleding.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
3
Resultaten broedvogels 3.1
Huismus De verspreiding van de waargenomen Huismussen in het plangebied en/of de directe omgeving daarvan, staat in Bijlage 2. In het plangebied werd tijdens de inventarisaties één nestplaats van de Huismus gevonden. Het nest bevond zich hoogstwaarschijnlijk onder de her en der scheef liggende platte dakpannen aan de noordkant van de bebouwing.
Een paartje Huismussen op de nok van de bebouwing in het plangebied; op de afbeelding is het vrouwtje nabij de ingang van de nestplaats geel omrand.
De waargenomen broedplek van de Huismus is deel van een grotere populatie Huismussen die langs de Sint Maartenseweg aanwezig is. Her en der langs de weg zijn op 4-5 plaatsen territoriale of nestplaatsinvliegende mussen waargenomen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
In de struiken net zuidelijk van de bebouwing werd éénmaal een los mannetje Huismus waargenomen. Aan de westkant, net buiten het plangebied staat een boom die overwoekerd is met Klimop en die dienst doet als ‘kwetterstruik’; hierin zitten veel Huismussen. Deze boom en de gehele omliggende struikenrij die tegen het plangebied aanligt moet worden gezien als ‘essentieel leefgebied’ voor de Huismus. Oostelijk van het plangebied ligt een kippenhok met spilvoer, een belangrijk element voor het voorkomen van de Huismus.
Kwetterstruik Klimop
Los mannetje Kippenhok
Leefgebied-elementen van de Huismus in- en rond het plangebied.
Vanwege omliggende begroeiing, waar Huismussen naartoe kunnen uitwijken, en het incidentele gebruik van vegetatie binnen het plangebied waargenomen tijdens de bezoekrondes, wordt de begroeiing binnen het plangebied zelf niet als essentieel leefgebied gezien. De soort heeft niet veel groen nodig rond zijn nestplaats omdat de groenvoorziening niet zozeer wordt gebruikt als voedselbron maar als plaats van dekking tegen predatoren (zoals de Sperwer) en sociale ontmoetingsplek. Af en toe wordt in dichte begroeiing gebroed. De
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
beschreven functies worden door omliggend groen buiten het plangebied geborgd. Het risico van cumulatie is hier wel aanwezig: zodra begroeiing rondom het plangebied verdwijnt, zou de begroeiing binnen het plangebied diens ‘taak’ kunnen overnemen.
3.2
Sperwer en Ransuil Het aangetroffen grote nest bleek reeds in de eerste ronde te worden gebruikt door Zwarte kraaien. Omdat het nest bezet is en er geen andere aanwijzingen werden verkregen dat roofvogels of uilen aanwezig zijn, kan er geconcludeerd worden dat er binnen het plangebied geen vaste verblijfplaats is voor deze soorten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
4
Resultaten kleine marterachtigen 4.1
Wezel, Hermelijn, Bunzing, Boommarter In het plangebied werden in het geheel geen kleine marters (Wezels, Hermelijnen, Bunzingen of Boommarter) of andere beschermde, niet vrijgestelde, grondgebonden zoogdiersoorten vastgelegd. De resultaten uit de twintig sporenbuizen laten alleen prenten zien van muizen. Er zijn geen prenten van kleine marterachtigen aangetroffen. Het plangebied wordt druk bezocht door mensen; dit zijn met name omwonenden met de fiets of tijdens het uitlaten van de hond. Hierdoor is het plangebied niet zeer geschikt voor kleine marterachtigen, die een rustig, onverstoord habitat eisen. Er kunnen daarom geen negatieve gevolgen zijn van de werkzaamheden op kleine marterachtigen.
4.2
Overige (zoog)dieren Op de cameravallen en bij de struikrovers zijn verschillende diersoorten vastgelegd; Tabel 4 geeft een overzicht van de aangetroffen diersoorten. Ook zijn per diersoort het aantal foto’s genoteerd waarop de desbetreffende soort te zien is. Het aantal foto’s geeft geen indicatie over het aantal individuen per soort in het plangebied, maar geeft wel een indicatie over de mate van activiteit van de soort is in het plangebied.
Tabel met vastgelegde soorten tijdens het onderzoek. Het getal geeft het aantal geschoten foto’s van de soort aan.
Zoogdieren: Bosmuis / muis spec. Bruine rat Egel Vogels: Ekster Heggenmus Zwartkop Merel Overig: Kat
Van der Goes en Groot
Camera’s/Struikrovers 13 4 3 1 1 1 3 2
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Enkele beelden van overige dieren in het plangebied. Links: Huiskat, rechts: Merel.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
5
Resultaten vleermuizen In plangebied Sint Maartensweg zijn drie soorten vleermuizen vastgesteld. In Tabel 5 staan de aangetroffen soorten. De relevante verspreidingskaarten van de aangetroffen vleermuizen staan in Bijlage 1.
Vastgestelde soorten vleermuizen met bijbehorende indicatie van de aantallen en gebruiksfuncties in plangebied Sint Maartensweg in 2022.
Soort
Aantal (indicatie)
Verblijf
Balts in vlucht
Foeragerend
Vliegroute
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger
10 tallen tiental enkele
geen geen geen
ja nee nee
ja ja ja
nee nee nee
Er werden langsvliegende, foeragerende en baltsende vleermuizen waargenomen. Verblijfplaatsen in bomen of gebouwen zijn niet vastgesteld. Per soort wordt hieronder het voorkomen van de aangetroffen vleermuizen in het plangebied kort toegelicht, en wordt de algemene leefwijze van de waargenomen vleermuizen in Nederland geschetst.
5.1
Gewone dwergvleermuis In plangebied Sint Maartensweg werd de Gewone dwergvleermuis in alle terreindelen verspreid aangetroffen. De dichtheden en aantallen vleermuizen lagen soms vrij hoog. Er werden in het geheel geen gebouwgerichte activiteiten van vleermuizen waargenomen. De omliggende begroeiing in en net buiten het plangebied, vooral aan de westkant, werd gedurende de onderzoeksperiode regelmatig gebruikt door foeragerende vleermuizen. Soms waren dieren langere tijd aanwezig. Gezien de mogelijkheden om te foerageren buiten het plangebied en de grootte van het plangebied ten opzichte van (geschiktere) gebieden daarbuiten, is het plangebied wat betreft foerageren geen ‘essentieel’ deel van het leefgebied van Gewone dwergvleermuizen. Mede bepalend is hier dat direct buiten het plangebied te behouden groen aanwezig is, die luwte blijft geven op de plekken waar de hoogste foerageerintensiteit van Gewone dwergvleermuizen is waargenomen. Deze groene locatie naast het plangebied is reeds besproken als essentieel leefgebied voor de Huismus.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Er werden geen bijzondere gerichte verplaatsingen opgemerkt van Gewone dwergvleermuizen die zouden kunnen wijzen op een belangrijke vliegroute. Rond de bebouwing, maar vooral bij de begroeiing, zijn in latere onderzoeksrondes enkele in vlucht baltsende Gewone dwergvleermuizen waargenomen. De waarnemingen van deze in vlucht baltsende vleermuizen kon niet worden gekoppeld aan bebouwing binnen het plangebied. Er was geen sprake van langdurige aanwezigheid van de baltsende vleermuizen met aanhoudend rond of bij bebouwing vliegende dieren of andere gebouwgerichte activiteit (aantikken, gebouwgericht zwenken enzovoorts). Verondersteld wordt dat de vleermuizen werden aangetrokken door de baltslocaties vanwege de gunstige foerageermogelijkheden. Op de baltslocaties was sprake van opgaande begroeiing en water en waren luwere terreindelen aanwezig. Het is gebruikelijk dat (Gewone) dwergvleermuizen later in het jaar zeer frequent sociale geluiden tijdens foerageeractiviteit laten horen. Mogelijk worden hiermee aanwezige vrouwtjes gelokt naar verblijven elders.
Tijdens de waargenomen baltsactiviteit zijn naast baltsgeluiden tevens vangpulsen (versnellende pulsen) van de aanwezige baltsende vleermuizen opgevangen, zodat duidelijk was dat de baltslocaties (ook) als foerageergebied gebruikt worden en het (in combinatie met afwezigheid van gebouwgerichte activiteit) waarschijnlijk is dat de dieren niet werden aangelokt door de omringende bebouwing binnen het plangebied. Algemeen De Gewone dwergvleermuis is de meest verspreide en talrijkste vleermuissoort in Nederland. Deze soort wordt beschouwd als hoofdzakelijk gebouw-bewonend. Gedurende het hele jaar worden vooral van buiten toegankelijke spouwmuren en besloten ruimtes achter betimmeringen en daklijsten gebruikt. Nachtelijk zwermgedrag rond een verblijfplaats in voorjaar en zomer duidt op de aanwezigheid van (kraam)kolonies. Door de verborgen leefwijze gedurende de winterperiode zijn overwinterende dieren, die zich dan meestal in kleinere groepen ophouden, vaak onvindbaar. Een sterke aanwijzing voor dergelijke winterverblijven is het voorkomen van zogenaamde middernachtzwermactiviteit in de periode half juli – augustus. Daarnaast is gedurende de baltsperiode in de nazomer en herfst sprake van paargezelschappen die rond paarverblijfplaatsen kunnen worden waargenomen.
Baltsende mannetjes worden ook vaak vliegend waargenomen, en zijn dan vaak niet direct aan een paarverblijfplaats te koppelen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Foerageergebieden bevinden zich overwegend in besloten tot halfopen landschap binnen enkele kilometers van de (zomer)verblijven. Het foerageergebied wordt via vaste en veelal beschutte vliegroutes bereikt, zoals bomenlanen, boszomen en watergangen.
5.2
Ruige dwergvleermuis In het plangebied werd de Ruige dwergvleermuis enkele malen verspreid aangetroffen in het gebied. De soort werd langsvliegend en foeragerend gezien zonder dat aanwijzingen werden verkregen dat de vleermuizen binding hadden met bebouwing in het plangebied. Rond het plangebied werden in latere onderzoeksrondes tevens enkele in vlucht baltsende Ruige dwergvleermuizen waargenomen. De waarnemingen van deze in vlucht baltsende vleermuizen kon niet worden gekoppeld aan bebouwing binnen het plangebied. Omdat Ruige dwergvleermuizen meestal vanuit hun tijdelijke paarverblijf baltsen en in mindere mate in vlucht, wordt verondersteld dat de waargenomen Ruige dwergvleermuizen elders, buiten het plangebied, verblijven. Algemeen De Ruige dwergvleermuis is in ons land jaarrond een algemeen verspreide soort, met name ten noorden van de grote rivieren. Het leefgebied is zeer divers, maar de grootste aantallen bevinden zich in bosrijk of parkachtig gebied. Ruige dwergvleermuizen gebruiken uiteenlopende (tijdelijke) verblijfplaatsen, zoals boomholten, bastspleten, nestkasten, spouwmuren, houtstapels en kelders. Hoewel de soort in ons land ook ’s zomers verspreid wordt waargenomen, bevinden kraamkolonies zich vooral in Noord- en Oost-Europa (slechts één keer waargenomen in ons land).
5.3
Laatvlieger In het plangebied werden enkele langsvliegende Laatvliegers opgemerkt. De waarnemingen van de soort betroffen relatief hoog vliegende, rechtdoor bewegende exemplaren. Deze waarnemingen hebben waarschijnlijk betrekking op dieren die op weg zijn van of naar foerageergebieden (veelal aan de buitenrand van bebouwing) of verblijfplaatsen. Er zijn geen aanwijzingen verkregen dat de vleermuizen binding hadden met (bebouwing in) het plangebied. Vanwege het beperkte gebruik van het plangebied en omdat er geen waarnemingen werden gedaan die duiden op belangrijke binding van de soort aan het plangebied, is er geen aparte verspreidingskaart opgenomen. Algemeen De Laatvlieger komt in ons land algemeen verspreid voor rond dorpen in agrarisch gebied, parken, tuinen en stadsranden. In
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Nederland bewonen Laatvliegers gedurende het hele jaar uitsluitend gebouwen. Kraamkolonies worden vooral aangetroffen op (kerk)zolders, in spouwmuren of achter gevelbekleding, waarbij de dieren vaak weggekropen zijn tussen balken en in spleten. Een populatie Laatvliegers gebruikt veelal een netwerk van verblijven, waarbij relatief vaak van plaats wordt gewisseld. Voor zover bekend leven mannetjes vrijwel het gehele jaar solitair. Overwinterende dieren worden meestal in kleine groepjes aangetroffen, mogelijk in dezelfde gebouwen als waarin zich de zomerverblijven bevinden. Laatvliegers foerageren na het uitvliegen eerst kort in sociale groepen nabij de kolonieplaats. Daarna zoeken ze afzonderlijk de open jachtgebieden op. Deze liggen veelal in kleinschalig agrarisch gebied dat rijk is aan vochtige graslanden. Hierbij kunnen relatief grote afstanden worden afgelegd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
6
Effectbeoordeling en maatregelen De aanwezigheid van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten of het voorkomen van vleermuizen nabij en/of binnen het plangebied kan van invloed zijn op de verdere procedure. De effecten die kunnen optreden bij de geplande werkzaamheden worden beschreven. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren.
6.1
Huismus In het plangebied is een verblijfplaats aanwezig van de Huismus. Deze vaste verblijfplaats zal door de sloop van het gebouw vernield kunnen worden. De Huismus kan tevens verstoord worden door het uit te voeren werk. Als de holtes verdwijnen dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in mitigerende en compenserende maatregelen in een op te stellen ‘activiteitenplan’ worden uitgewerkt. Door de werkzaamheden wordt naar verwachting geen essentieel groen verwijderd. Huismussen kunnen uitwijken in te behouden groen buiten het plangebied. Als door cumulatie de groenvoorziening buiten het plangebied verdwijnt, is het wél mogelijk dat het groen binnen het plangebied essentieel wordt voor de populatie Huismussen rond de Sint Maartenseweg.
6.2
Sperwer en Ransuil Omdat geen bezette nesten in- of rond het plangebied aanwezig zijn, worden er geen negatieve effecten verwacht voor roofvogels en uilen die in bomen broeden.
6.3
Vleermuizen Verblijfplaatsen Er zijn tijdens de inventarisaties geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Hierom zijn er geen negatieve effecten van de werkzaamheden op verblijvende vleermuizen mogelijk. Foerageergebied Het foerageergebied binnen het plangebied maakt slechts een klein deel uit van een groter foerageergebied; vleermuizen kunnen derhalve uitwijken. Hierom is het plangebied geen ‘essentieel’ deel van het leefgebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
6.4
Overige broedvogels In het broedseizoen kunnen in de bebouwing of het omliggend groen andere soorten broedvogels vestigen met niet-jaarrond beschermde nesten zoals de Kauw, de Zwarte kraai en diverse algemene bos- en struweelvogels. Ook een categorie 5 soort, de Zwarte roodstaart, werd territoriaal waargenomen in het plangebied. Dergelijke vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en/of bomen, het slopen of renoveren van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie-toplaag. Men dient de activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden daarom buiten het broedseizoen plaats te doen vinden; dit houdt in dat deze werkzaamheden niet van grofweg 15 maart tot 15 juli uitgevoerd moeten worden. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer toch in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als er (nog) geen nesten aanwezig zijn. De Zwarte roodstaart wordt verondersteld uit te wijken naar omliggende (agrarische) bebouwing in de omgeving.
Er zijn geen ecologisch belangrijke redenen om deze soort als jaarrond beschermd te beschouwen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
7
Conclusies en aanbevelingen Tijdens de inventarisatie zijn de Huismus en drie vleermuissoorten aangetroffen (zie Tabel 6).
Aangetroffen beschermde soorten met vastgestelde gebruiksfuncties in Sint Maartensweg in 2022. Vogels Essentieel leefgebied nee
Aanwezig
Verblijf
ja
ja
Verblijf
Foerageergebied
Essentieel foerageergebied
vliegroute
Essentiële vliegroute
Gewone dwergvleermuis
nee
ja
nee
nee
nee
Ruige dwergvleermuis
nee
ja
nee
nee
nee
Laatvlieger
nee
nee
nee
nee
nee
Huismus Vleermuizen
♣ In het plangebied komen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voor, namelijk die van Huismus. Als deze verblijfplaats tijdens de werkzaamheden wordt aangetast, moet een ontheffingsaanvraag worden ingediend waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. ♣ De begroeiing in het plangebied wordt niet gezien als essentieel leefgebied voor Huismus, maar als begroeiing in de omgeving verdwijnt zou deze situatie kunnen veranderen. ♣ In het plangebied kunnen ook broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. ♣ In het plangebied zijn alleen langsvliegende, in vlucht baltsende en foeragerende vleermuizen waargenomen. ♣ Verblijfplaatsen van vleermuizen konden niet worden vastgesteld in het plangebied. De in vlucht baltsende vleermuizen vertoonden geen gebouw gebonden activiteit en konden niet aan aanwezige bebouwing worden gekoppeld.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug ♣ Het foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied maakt slechts een klein deel uit van een veel groter foerageergebied en is geen ‘essentieel’ deel van het leefgebied. De vleermuizen kunnen derhalve uitwijken. ♣ Voor overige aanwezige soorten geldt onverminderd de zorgplicht (zie Bijlage 4.1.1). ♣ Als daarnaast gewerkt wordt conform de gestelde beperkingen en restricties in de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (VAN DER MEER & PETERS, 2021), worden bij uitvoer van de plannen geen belangrijke negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
8
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BARATAUD, M., Y. TUPINIER, H. LIMPENS & A C. BETAIN, 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Biotope editions, Publications scientifiques du muséum. ISBN 9782366621440. BEUSEKOM, R. VAN, HUIGEN P., HUSTINGS F., DE PATER, K. & THISSEN J. (RED.), 2005. Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Tirion uitgevers B.V., Baarn. BIJLSMA, R.G., HUSTINGS F. & C.J. CAMPHUYSEN, 2001. Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2). GMB Uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. BRIGGS, B. & D. KING, 1998. The Bat Detective. A fieldguide for bat detection. Stag Electronics, West Sussex. BROEKHUIZEN, S., B. HOEKSTRA, V. VAN LAAR, C. SMEENK & J.B.M. THISSEN (RED.), 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. 3e herziene druk. KNNV Uitgeverij, Utrecht. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. ATLAS VAN DE NEDERLANDSE ZOOGDIEREN. – NATUUR VAN NEDERLAND 12. NATURALIS BIODIVERSITY CENTER & EIS KENNISCENTRUM INSECTEN EN ANDERE ONGEWERVELDEN, LEIDEN. DIETZ, C., A. KIEFFER, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij. Zeist. DIJK A.J. VAN & A. BOELE, 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. GRIMMBERGER, E., 2001. Gids van de Vleermuizen van Europa. Tirion uitgevers B.V., Baarn. HUSTINGS F., BORGGREVE C., VAN TURNHOUT C. & THISSEN J. 2004.
Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels volgens Nederlandse en IUCN-criteria. SOVON-onderzoeksrapport 2004/13. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. MEER, T.S. VAN DER, PETERS, W. Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug. Toetsing in het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport QS2021-194. Van der Goes en Groot, Alkmaar/Kwintsheul. SIERDSEMA, HENK, 1995. Broedvogels en beheer. Het gebruik van broedvogelgegevens in het beheer van bos- en natuurterreinen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
SOVON-onderzoeksrapport 1995/04. Staatsbosbeheerrapport 1995-1. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING, 2021. Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. WISMEIJER, H., 2002. Zoogdieren van Europa. ANWB bv/ TIRION Uitgevers bv, Baarn. ZOOGDIERVERENIGING VZZ, 2007. BASISRAPPORT VOOR DE RODE LIJST ZOOGDIEREN VOLGENS NEDERLANDSE EN IUCN-CRITERIA. VZZ RAPPORT 2006.027. TWEEDE HERZIENE DRUK. ZOOGDIERVERENIGING VZZ, ARNHEM.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
9
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Valmateriaal kleine marterachtigen Verspreidingskaart Huismus Verspreidingskaart vleermuizen Huidige natuurwetgeving
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Bijlage 1 Valmateriaal kleine marterachtigen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Bijlage 2 Verspreidingskaart Huismus
^
^ ^
!
!
Huismus
© Kadaster Nederland
0
Sint Maartensbrug Sint Maartensweg Verspreidingskaart 2022
!
!
±
0,035 km
Territoriaal aanwezig ronde 1
^
Nest-indicerend aanwezig ronde 1
Ronde 2
^
Nest-indicerend aanwezig ronde 2
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Ronde 1
!
Territoriaal aanwezig ronde 2
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Bijlage 3 Verspreidingskaart vleermuizen
# # # #
# #
#
#
0
±
0,035 km
Gewone dwergvleermuis Sint Maartensbrug Sint Maartensweg Verspreidingskaart 2022 Kraam-Zomerronde 1 Kraam-Zomerronde 2 Kraam-Zomerronde 3 Middernachtzwermen Paarronde 1
# * Balts in vlucht " !
^ ! .
Paarverblijf Zomerverblijf Kraamverblijf Winterverblijf foerageergebied vliegroute
Paarronde 2
Van der Goes en Groot
!
1
!
6-10
! 2-5
!
!
11-25 >25
© Kadaster Nederland
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
#
#
0
±
0,035 km
Ruige dwergvleermuis Sint Maartensbrug Sint Maartensweg Verspreidingskaart 2022 Kraam-Zomerronde 1 Kraam-Zomerronde 2 Kraam-Zomerronde 3 Middernachtzwermen Paarronde 1
# * Balts in vlucht " !
^ ! .
Paarverblijf Zomerverblijf Kraamverblijf Winterverblijf foerageergebied vliegroute
Paarronde 2
Van der Goes en Groot
!
1
!
6-10
! 2-5
!
!
11-25 >25
© Kadaster Nederland
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Bijlage 4 Huidige natuurwetgeving Bijlage 4.1 Wet Natuurbescherming (Wnb) De Wet Natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 4.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Bijlage 4.2 Soortbescherming Bijlage 4.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en soorten genoemd in de Europese Vogelrichtlijn. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 4.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 7.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.
Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR
FL
FR
GL
GR
L
NB
NH
OV
UT
ZH
ZL
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+ + +
+ + + +
+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + +3 + +4 + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen en bijhorende erven bevinden +1:geldt in de periode maart-april en juli t/m november +2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari +3:geldt in de periode juli t/m september +4:geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
+ + + +
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Bijlage 4.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bijlage 4.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 4.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 4.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet. Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 4.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. ♣ in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ♣ ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. ♣ in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.
♣ ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 4.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘jaarrond beschermde broedvogels’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-153
Sint Maartensweg te Sint Maartensbrug
Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie.
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Categorie Toelichting codes 4 Vogelsoorten waarvan de nesten in 4 principe jaarrond zijn beschermd met 2 beschermingscategorie: 3 1 = soorten die ook buiten het 4 broedseizoen het nest gebruiken als vaste 2 rust- of verblijfplaats, 3 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen 3 op dezelfde plaats broeden en die daarin 3 zeer honkvast zijn of afhankelijk van 4 bebouwing of biotoop, 2 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats 3 broeden en die daarin zeer honkvast zijn of 4 afhankelijk van bebouwing, 1 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in 4 staat zijn een nest te maken. 4
De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf wordt zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan, betrokken! Voor jaarrond beschermde soorten kan, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als geen schade optreedt en de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, zal de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen.
Categorie 5-soorten Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook jaarrond beschermde soorten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’. Bijlage 4.2.6 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode hoeft bij werkzaamheden in het kader van