07e Programmaverantwoording 2025 Rucphen Getekend
Tekst van het document
Afvalstoffenheffing In de 2e bestuursrapportage 2025 is de raming verhoogd met € 120.845,00. De werkelijke opbrengsten afvalstoffenheffing zijn € 4.563,00 hoger dan de begroting na wijziging. Een deel zit in het vastrecht. Er is op dit onderdeel € 12.500,00 meer ontvangen; mede door areaaluitbreiding. Het restant wordt verklaard door het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Er hebben meer ledigingen plaatsgevonden dan waar we in de begroting rekening mee hielden. Het gaat om een stijging van 5.000 ledigingen gft en 6.000 ledigingen restafval. Meer ledigingen betekent meer inkomsten, maar als hier meer tonnages tegenover staan, ook meer kosten. De volledige kostendekking afvalstoffenheffing volgt verderop in deze paragraaf. Onze debiteurenpositie is verslechterd t.o.v. ultimo 2024. Daarom storten we een bedrag van € 1.307,00 in de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een positief effect op de werkelijke inkomsten. Ook verklaarden we een bedrag van € 20.016,00 als oninbaar. Lijkbezorgingsrechten In 2025 is de werkelijke opbrengst lijkbezorgingsrechten € 2.560,00 minder dan begroot. De opbrengst bestaat voor het grootste gedeelte uit verlengingen van bestaande grafrechten. Dit geldt zowel voor de begraafplaats aan de Kaaistraat in St. Willebrord als aan de Kerstraat in Rucphen.
Marktgelden De werkelijke opbrengsten marktgelden zijn € 374,00 minder dan begroot. In de 2e bestuursrapportage 2025 was eerder € 443,00 bijgeraamd. Het verschil verklaren we door een lagere bezetting van de markt.
67
Beleids- en begrotingsuitgangspunten De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden ieder jaar in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze uitgangspunten volgen het Hoofdlijnenakkoord 2022 - 2026 voor deze raadsperiode. De meest belangrijke uitgangspunten kunnen als volgt worden samengevat: • bezuinigen gaat voor lastenverzwaring; • de opbrengst van de onroerendezaakbelastingen (OZB) wordt jaarlijks maximaal 2% verhoogd. Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. In de raadsvergadering van het 11 december 2024 heeft uw raad, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, de verordeningen voor 2025 vastgesteld. Onroerendezaakbelastingen (Ozb) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet mogen we belastingen op onroerende zaken heffen. Dit doen we om een deel van onze gemeentelijke taken te bekostigen. De onroerendezaakbelastingen vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van onze gemeente. Drie groepen krijgen een aanslag: • • •
eigenaren van woningen; eigenaren van niet-woningen; gebruikers van niet-woningen.
De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor dat hele jaar. De heffingsgrondslag is de (WOZ)waarde van de onroerende zaak, die met een WOZ-beschikking is vastgesteld. Voor het belastingjaar 2025 gold de waardepeildatum 1 januari 2024. Bij de vaststelling van de Ozb-opbrengst is, conform het coalitieakkoord, vastgehouden aan de afgesproken maximale stijging van 2%. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde Ozb-opbrengst in combinatie met de totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij gaan we uit van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen. Deze waarde is berekend exclusief areaaluitbreiding. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling. Forensenbelasting We heffen forensenbelasting om mensen die relatief veel in onze gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van onze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in onze gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau. De heffingsgrondslag is de WOZ-waarde van de woning waarin het verblijf plaatsvindt. Conform de uitgangspunten verhoogden we de opbrengst forensenbelasting met hetzelfde percentage als de Ozb (2%).
Toeristenbelasting Toeristenbelasting is verschuldigd over zakelijke of privé overnachtingen van mensen buiten de gemeente die hiervoor een vergoeding betalen. Degene die overnacht, betaalt de belasting vrijwel altijd aan de ondernemer die de overnachting verzorgt. Deze ondernemer draagt de belasting daarna af aan de gemeente. Deze belasting kent zowel een tarief voor volwassenen als voor jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar. Bij de wijziging van de tarieven van de toeristenbelasting is rekening gehouden met het amendement dat in december 2014 door uw raad is aangenomen. De tarieven worden pas verhoogd als de meerjarige indexering gekoppeld aan de OZB-opbrengstverhoging (2%) leidt tot een verhoging van de tarieven met een tot op € 0,05 nauwkeurig af te ronden tarief. In 2025 was het tarief voor volwassenen € 1,10 en het tarief voor personen jonger dan 18 jaar € 0,80. Kostendekking van de tarieven In dit onderdeel beschrijven we de heffingen en rechten die hoogstens kostendekkend mogen zijn. We maken inzichtelijk hoe we bij de berekening van de tarieven borgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn en hoe deze uitgangspunten zijn gebruikt bij de tariefstelling.
68
Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de beschreven zorgtaken. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijk rioleringsplan. Op 15 juni 2022 heeft uw raad het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023 – 2026 vastgesteld. Een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening is het uitgangspunt. Voor woningen is een vast bedrag aan rioolheffing verschuldigd. In 2025 is dit bedrag bepaald op € 236,25. Voor niet-woningen is de WOZ-waarde van het object de heffingsgrondslag. De heffingsmaatstaf is 0,1459% van de totale WOZ-waarde met een maximale heffing voor niet-woningen van € 2.500,00. De eigenaar op 1 januari van het belastingjaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. Berekening van de kostendekkendheid rioolheffing Begroting na wijziging
Begroting Lasten taakveld(en), incl. (omslag)rente
Rekening
1.769.155
1.762.183
1.692.356
Overhead incl. (omslag)rente
269.035
269.035
269.035
BTW
455.198
455.198
631.078
Overig
357.274
367.174
319.879
2.850.662
2.853.590
2.912.348
73
73
54.533
2.850.612
2.860.709
2.857.815
2.850.685
2.860.782
2.912.348
100,0%
100,3%
100,0%
TOTAAL LASTEN Baten taakveld(en), excl. heffingen Opbrengst heffingen TOTAAL BATEN Dekkingspercentage
Afvalstoffenheffing Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kan de inzameling van het huishoudelijk afval worden bekostigd. De inkomsten uit de afvalstoffenheffing mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Alle particuliere huishoudens waar de gemeente de inzamelplicht nakomt, moeten afvalstoffenheffing betalen. De heffing stellen we vast per perceel. Sinds de invoering van het DIFTAR-systeem bestaat de heffing uit een vast bedrag per perceel (woning) en een drietal variabele tarieven voor het per keer aanbieden van de verschillende afvalcontainers (restafval-, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer). Voor de huis-aanhuis inzameling van papier en plastic is géén bedrag verschuldigd. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de gemeentelijke milieustraat, zijn in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Het vast tarief voor 2025 is € 175,00.
De variabele tarieven voor restafval, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer zijn respectievelijk € 12,20, € 4,30 en € 2,40 per lediging. De afvalstoffenheffing over 2025 is meer dan kostendekkend; in totaal is er € 110.867,00 meer aan baten dan aan lasten. De belangrijkste oorzaak voor dit resultaat is een ontvangen UPV-vergoeding (Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid) voor zwerfval van ruim € 98.000,00. Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing Het verschil van € 110.867,00 wordt bij de resultaatbestemming 2025 gestort in de Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Het uitgangspunt van de voorziening is dat deze middelen zijn ontvangen als afvalstoffenheffing en beschikbaar moeten blijven voor de kosten van inzameling van huishoudelijk afval. Dit kan door de voorziening in te zetten om het tarief te drukken of door de voorziening in te zetten bij een dekkingspercentage kleiner dan 100%.
69
Berekening van de kostendekkendheid afvalstoffenheffing Begroting na wijziging
Begroting Lasten taakveld(en), incl. (omslag)rente
2.543.234
2.538.072
Rekening 2.449.557
Overhead incl. (omslag)rente
98.243
98.243
98.243
BTW
448.078
448.078
496.551
Overig
333.932
339.046
314.049
3.423.487
3.423.439
3.358.400
383.778
383.778
306.072
3.037.787
3.158.632
3.163.195
3.421.565
3.542.410
3.469.267
99,9%
103,9%
103,6%
TOTAAL LASTEN Baten taakveld(en), excl. heffingen Opbrengst heffingen TOTAAL BATEN Dekkingspercentage
Leges We heffen leges voor het in behandeling nemen van verschillende aanvragen voor gemeentelijke dienstverlening of voor het verkrijgen van diverse producten. Denk hierbij aan inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar ook aan projectontwikkelaars die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeente kan geen winst maken op de diensten die zij levert. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximumtarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. We berekenen alle tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, directe kosten en een doorbelasting van overhead. De legestabel is onderverdeeld in drie hoofdstukken voor specifieke dienstverlening. In onderstaande tabellen is de kostendekking inzichtelijk gemaakt. Berekening van de kostendekkendheid leges Lasten
Baten
Dekking
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
730.213
593.198
81,2%
865.270
492.243
56,9%
8.074
4.082
50,6%
1.603.557
1.089.523
67,9%
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn TOTAAL
Bovenstaande tabel bevat alleen de producten die zijn opgenomen in onze legesverordening. (Rijks)leges met betrekking tot eigen verklaringen en naturalisatie in dit overzicht. Voor eigen verklaringen en naturalisatie gelden vaste landelijke tarieven en voor anterieure overeenkomsten worden separate overeenkomsten gesloten. De inkomsten uit bovenstaande tabellen sluiten om die reden niet aan bij de leges inkomsten voor hoofdstuk 1 zoals vermeld in paragraaf 5.1. Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Marktgeld en lijkbezorgingsrechten vallen, net als leges, onder retributies (rechten). Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. In dit geval gaat het om respectievelijk het gebruik van een marktstandplaats en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Ook bij deze rechten geldt dat ze maximaal kostendekkend mogen zijn, maar hier kiezen we bewust voor gedeeltelijke kostendekking. Een verhoging naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Bij de berekening van het tarief van het markt- en promotiegeld hebben wij in verband met de praktische hanteerbaarheid het tarief op € 0,05 naar boven afgerond. De lijkbezorgingsrechten zijn afgerond op hele euro’s.
70
Berekening van de kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Begroting na wijziging
Begroting
Rekening
Lasten taakveld(en), incl. (omslag)rente
66.529
69.492
66.324
Overhead incl. (omslag)rente
20.921
20.921
20.921
BTW
-
-
-
Overig
-
-
-
87.450
90.413
87.245
-
-
-
26.932
26.932
24.372
26.932
26.932
24.372
30,8%
29,8%
27,9%
TOTAAL LASTEN Baten taakveld(en), excl. heffingen Opbrengst heffingen TOTAAL BATEN Dekkingspercentage
Berekening van de kostendekkendheid marktgeld Begroting na wijziging
Begroting
Rekening
Lasten taakveld(en), incl. (omslag)rente
43.044
37.394
28.853
Overhead incl. (omslag)rente
11.066
11.066
11.066
BTW
-
-
-
Overig
-
-
-
54.110
48.460
39.919
8.850
8.800
7.371
TOTAAL LASTEN Baten taakveld(en), excl. heffingen Opbrengst heffingen TOTAAL BATEN Dekkingspercentage
7.250
7.693
7.319
16.100
16.493
14.690
16,0%
19,4%
22,5%
Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we een doorkijk in het verloop van de tarieven en de waardeontwikkeling. Belastingsoort
2022
2023
2024
2025
1. eigenarenheffing woningen
0,0944%
0,0819%
0,0795%
0,0748%
2. eigenarenheffing niet-woningen
0,1623%
0,1700%
0,1538%
0,1460%
3. gebruikersheffing niet-woningen
0,1339%
0,1376%
0,1267%
0,1218%
Onroerendezaakbelastingen
Rioolheffing 1. tarief woningen
€ 207,02
€ 216,34
€ 227,16
€ 236,25
2. tarief niet-woningen
0,1193%
0,1273%
0,1368%
0,1459%
1. vast bedrag per perceel
€ 156,50
€ 155,00
€ 175,00
€ 175,00
2. tarief lediging Restafvalcontainer
€ 11,00
€ 9,70
€ 11,30
€ 12,20
3. tarief lediging GFT-afvalcontainer
€ 3,80
€ 3,40
€ 3,90
€ 4,30
4. tarief inworp OVC
€ 2,20
€ 1,90
€ 2,30
€ 2,40
Afvalstoffenheffing
Waardeontwikkeling WOZ-waarde
1-1-2021
1-1-2022
1-1-2023
1-1-2024
1. woningen (Waarderingskamer)
9,1%
13,1%
4,6%
11,3%
2. niet-woningen (Waarderingskamer)
0,7%
4,8%
4,7%
4,3%
Gemiddelde WOZ waarde
1-1-2021
1-1-2022
1-1-2023
1-1-2024
1. woningen (CBS)
€ 315.000
€ 352.000
€ 370.000
€ 401.000
71
Ook hebben we voor de verschillende (fictieve) huishoudens de financiële consequenties (lokale lastendruk) in een tabel weergegeven. Wij hebben onderscheid gemaakt in een berekening voor belastingplichtigen met een eigen woning of eigen bedrijf, en een berekening voor huurders van woningen.
Huurwoning
Particuliere woning
Particuliere woning
n.v.t.
€ 250.000
€ 400.000
€ 700.000
eigenarenheffing
n.v.t.
€ 187,00
€ 299,20
€ 1.022,00
gebruikersheffing
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 852,60
n.v.t.
€ 236,25
€ 236,25
Belastingsoort WOZ-waarde object per 1-1-2023
Bedrijf
Onroerendezaakbelastingen
Rioolheffing woningtarief niet-woningtarief
€ 1.021,30
Afvalstoffenheffing* vast bedrag per perceel
€ 175,00
€ 175,00
€ 175,00
n.v.t.
lediging GFT-afvalcontainer
€ 25,80
€ 25,80
€ 25,80
n.v.t.
lediging restafvalcontainer
€ 134,20
€ 134,20
€ 134,20
n.v.t.
Aanslagbedrag 2025
€ 335,00
€ 758,25
€ 870,45
€ 2.895,90
(*) uitgaande van een gemiddeld aantal ledigingen van respectievelijk 6 GFT/ 11 Rest afvalcontainers.
Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Volgens de Invorderingswet kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2025 is vastgesteld op 11 december 2024. In iedere belastingverordening afzonderlijk is vermeld of kwijtschelding mogelijk is. In 2025 kon volledige kwijtschelding worden verzocht voor de aanslag Ozb, rioolheffing en het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van het variabele deel van de afvalstoffenheffing was beperkt tot een maximum aantal containerledigingen, namelijk 9 ledigingen van de restafvalcontainer, 5 ledigingen van de Gft-container en 26 inworpen in de ondergrondse verzamelcontainer. Daarnaast is in het kwijtscheldingbeleid aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Dit toetsen we aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Het betreft de normen en bedragen genoemd in de Participatiewet (bijstandsnorm), die gelden voor de “kosten van bestaan”. In ons bestaand beleid is gekozen om de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm te stellen.
Dit is het maximaal toegestane percentage en zorgt voor de ruimste mate van kwijtschelding. In 2025 is € 92.112,56 aan kwijtschelding verleend. Hiervan heeft € 62.351,03 betrekking op het vaste deel en € 30.890,64 op het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Het verschil bestaat uit een vergoeding voor kwijtschelding m.b.t. Kinderopvangtoeslagenaffaire, € 129,11, en de mutatie nog op te leggen kwijtschelding € 1.000,00. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) Onze deelname aan de BWB heeft als doel de gemeentelijke taken met betrekking tot de heffing en inning van de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de toeristenbelasting, de forensenbelasting en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) over te dragen. In 2025 is € 509.000,00 aan reguliere bijdragen betaald aan de BWB. Dit bedrag is exclusief compensabele BTW (€ 30.000,00) en na verwerking van de 1e begrotingswijziging BWB 2025.
72
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Beleidskader In de raadsvergadering van 19 september 2018 stelde uw raad de “Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2018” vast. In het risicomanagementbeleid is op hoofdlijnen aangegeven wat uw raad wil bereiken met risicomanagement, welke instrumenten en middelen daartoe ingezet worden, en wat de definities en uitgangspunten zijn om te komen tot de noodzakelijke berekeningen. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en overige stille reserves. Algemene reserve Per 31 december 2025 is de algemene reserve groot € 7.175.623,30. Om een correct beeld te geven van het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve brengen we alle toekomstige onttrekkingen uit de algemene reserve, waarover door uw raad besluitvorming heeft plaatsgevonden, in mindering. In 2026 houden we rekening met: een storting in de Reserve Kadernota van € 187.500,00 (Kadernota 2026); een storting in de Reserve dekking kapitaallasten van € 667.056,00 (Kadernota 2026); een storting in de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen € 270.000,00 (Programmabegroting 2026). Reserve grondexploitatie Deze middelen gebruiken we om de risico’s van de grondexploitatie af te dekken.
De omvang van de reserve grondexploitatie per 31 december 2025 is € 2.105.014,44. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bij de onroerendezaakbelastingen is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2026 is dit tarief 0,1648%. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZBontvangsten blijkt er nog een ruimte te zijn van € 4.410.000,00 structureel. Onvoorzien De post onvoorzien is een vast onderdeel van de begroting. Op het budget voor onvoorziene uitgaven 2025 resteert een bedrag van € 0,00. Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves) Op basis van nieuwe BBV-regelgeving moeten in erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen de uitgifteprijs van eerste uitgifte. Deze waarde (€ 953.000,00) is toegevoegd aan de algemene reserve (erfpacht) en mag worden toegerekend aan onze weerstandscapaciteit. Net als bij de onbenutte belastingcapaciteit kan deze waarde niet worden gebruikt als dekking. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 31-12-2025
7.175.623
Reserve grondexploitatie per 31-12-2025
2.105.014
Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2026)
4.410.000
Onvoorzien (2025)
-
Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves) Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
953.000 14.643.638
Af: aanwendingen t.l.v. / Bij: vrijval .t.g.v. de algemene reserve
-1.124.556
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit (gecorrigeerd)
13.519.082
73
Risicoprofiel (Benodigde weerstandscapaciteit) De lijst met risico’s actualiseren we twee keer per kalenderjaar: bij de samenstelling van de begroting en de jaarrekening. In combinatie met de risico’s van de grondexploitatie en strategische gronden vormen deze risico’s het risicoprofiel van de gemeente Rucphen. Het is ondenkbaar dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang optreden. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. In het volgende overzicht presenteren we de grootste risico’s en het totaalbedrag van de overige risico’s uit de gemeentelijke (grond)exploitatie. Een totaallijst van deze risico’s vindt u terug in de bijlagen.
Risico's gemeentelijke exploitatie
Kans
Financieel gevolg maximaal
Benodigde weerstandscapaciteit
Afwaardering gronden camping 'De Witte Plas'
90%
3.150.000
2.830.000
Openeinderegeling Jeugdwet
70%
1.000.000
700.000
Verkoop voormalige milieustraat gaat niet door
90%
400.000
360.000
Opzeggen huurovereenkomst Vinkenbos
10%
1.950.000
195.000
Openeinderegeling Wet maatschappelijke ondersteuning
70%
500.000
350.000
Openeinderegeling Participatiewet
50%
300.000
150.000
Ontwikkelingen bij verbonden partijen
50%
200.000
100.000
Boete Autoriteit Persoonsgegevens
10%
1.000.000
100.000
Het uitbreken van nog onbekende crises
10%
1.000.000
100.000
Overlast door extreme weersomstandigheden
50%
200.000
100.000
Totaal grote risico's
9.700.000
4.985.000
Overige risico's
2.850.000
525.000
12.550.000
5.510.000
1.696.394
1.696.394
Totaal risico's grondexploitatie
1.696.394
1.696.394
Totaal gemeentelijke risico's
14.246.394
7.206.394
Totaal risico's gemeentelijke exploitatie Risico’s grondexploitatie Complexen in exploitatie (zie paragraaf 5.7)
n.v.t.
Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het financiële vermogen van onze gemeente om onverwachte, substantiële tegenvallers op te vangen zonder het beleid ingrijpend te wijzigen. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het ratio weerstandsvermogen: Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
13.519.082
Benodigde weerstandscapaciteit
7.206.394
1,9
Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert het ratio als volgt:
Ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
8.156.082
Benodigde weerstandscapaciteit
7.206.394
1,1
Het uitgangspunt is een gecorrigeerd ratio met een bandbreedte tussen 1,0 en 1,4, met waarderingscijfer C. Het gecorrigeerd ratio voor de jaarrekening 2025 ligt binnen deze bandbreedte. Volgens de weerstandsnorm is dit ratio ‘voldoende’. Indien het ratio op enig moment groter is dan 1,4, dan is sprake van vrij besteedbare ruimte binnen de Algemene reserve. Het uitgangspunt is dat deze ruimte in de Algemene reserve blijft, totdat anders wordt besloten.
74
Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2.0
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
<0.6
ruim onvoldoende
In onderstaand schema is het verloop van het ratio weerstandsvermogen weergegeven. De genoemde P&C documenten staan volgorde van vaststelling. Verloop van het ratio weerstandsvermogen Begroting 2025
Rekening 2024
Begroting 2026
Rekening 2025
ratio weerstandsvermogen
4,0
2,9
1,9
1,9
ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
2,9
1,8
1,2
1,1
Op basis van de door ons uitgevoerde risico-inventarisatie, de weerstandsratio van 1,2 en het beeld van onze meerjarenbegroting is ons college van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet. Kengetallen Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een provincie of gemeente. Om dit te bereiken is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden van gemeente Rucphen aan ten opzichte van de totaal baten. Het percentage gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen geeft aan hoeveel schulden zijn doorgeleend aan derden. De schuldquote geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op exploitatie drukken. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de gemeente Rucphen voldoende eigen vermogen bezit om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Aan grondexploitatie kunnen risico’s verbonden zijn, door bijvoorbeeld herwaardering.
Het percentage grondexploitatie geeft aan of de gemeente Rucphen relatief veel grond heeft en daardoor veel risico loopt. Voor het percentage grondexploitatie geldt: hoe lager dit percentage, hoe beter. Structurele exploitatieruimte Dit percentage geeft aan of de gemeente Rucphen voldoende structurele baten heeft om haar structurele lasten te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de inkomsten onvoldoende ruimte biedt om de structurele component van de lasten te dragen. Voor het percentage structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger dit percentage, hoe beter. Belastingcapaciteit De hoogte van de belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.
75
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing Begroting 2025
Rekening 2024
Rekening 2025
Netto schuldquote
56,0%
43,9%
54,6%
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
55,2%
42,8%
53,1%
Solvabiliteitsratio
46,5%
48,9%
47,7%
Grondexploitatie
5,1%
7,9%
7,9%
Structurele exploitatieruimte
1,7%
0,5%
4,1%
Belastingcapaciteit
94,9%
94,9%
90,5%
Begroting 2025
Rekening 2024
Rekening 2025
Netto schuldquote
A
A
A
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
A
A
A
Solvabiliteitsratio
B
B
B
Grondexploitatie
A
A
A
Structurele exploitatieruimte
A
A
A
Belastingcapaciteit
A
A
A
Kengetallen
Normering kengetallen Kengetallen
In 2025 was een stijging in de netto schuldquote (gecorrigeerd) begroot als direct gevolg van het aantrekken van lang vermogen om onze regulier- en investeringsuitgaven te kunnen financieren. Dit lang vermogen is ook in werkelijkheid aangetrokken. De daling is het gevolg van een toename in het saldo van de totale baten op met name de programma’s. Een toename van het totaal eigen vermogen in combinatie met een grotere toename van het vreemd vermogen zorgt voor een verlaagde financiële weerbaarheid. Het solvabiliteitsratio daalt licht. De gemeente Rucphen heeft een aantal grondposities. Ten opzichte van de totaalbaten uit de programma’s lopen we hiermee minimaal risico (< 20%) bij bijvoorbeeld een herwaardering van de gronden. De structurele exploitatieruimte over 2025 is positief. Dit komt omdat de structurele lasten over 2025 lager zijn dan de structurele baten uit 2025. Hierin nemen we alle lasten en baten mee waarvan het karakter structureel is. Een structureel karakter wil niet per definitie zeggen dat het jaarlijks voorkomt, maar wel dat er regelmaat in zit. Een goed voorbeeld zijn de verkiezingen, deze zijn niet jaarlijks, maar hebben wel een terugkeerpatroon, dus een structureel karakter. Tussen de begrotingsjaren kan de structurele exploitatieruimte afwijken. Het percentage belastingcapaciteit in Rucphen ligt op 90,5%.
Dit houdt in dat er minder belasting wordt geheven t.o.v. het landelijk gemiddelde. Impliciet geeft dit percentage weer dat er meer inkomsten uit belastingen gegenereerd kunnen worden.
76
Onderhoud kapitaalgoederen Wegen Op 13 december 2023 heeft uw raad het beleids-/beheerplan wegen 2024-2028 vastgesteld. Het beheerniveau is hierin vastgesteld op beeldkwaliteitsniveau B. Hierin is ook vastgesteld dat de wegen tweemaal per drie jaar visueel worden geïnspecteerd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De reguliere voortgang op het gebied van het (financiële) beheer, investeringen en onderhoud is toegelicht onder taakveld 2.1 – verkeer en vervoer. Riolering Op 15 juni 2022 heeft uw raad het Gemeentelijk Riolerings Programma 2023-2026 (GRP) vastgesteld. Met dit GRP is invulling gegeven aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, regenwater, grondwater en aan klimaatadaptatie. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De stand van de voorziening GRP is € 1.298.413,00 per 31 december 2025. De reguliere voortgang op het gebied van het (financiële) beheer, investeringen en onderhoud is toegelicht onder taakveld 7.2 – riolering. Groen Het beheer van bomen en plantsoenen vindt plaats conform het in 2021 vastgestelde boombeleidsplan BOOM | Boombeleid gemeente Rucphen en het in 2022 vastgestelde groenbeleidsplan Groen R | Groenbeleid gemeente Rucphen. Het beheerniveau van het openbaar groen is hierin vastgesteld op beeldkwaliteitsniveau B (beeldbestek, niveau B op basis van landelijke CROW normeringen).
Bij de inrichting en beheer van groen wordt invulling gegeven aan de beleidsuitgangspunten zoals genoemd in het groenbeleid en boombeleid. Het reguliere onderhoud van het groen vindt plaats door commerciële partijen en het Werkvoorzieningsschap (WVS). Door te werken met onderhoudsbestekken gericht op het genoemde beeldkwaliteitsniveau B is een verbetering van de kwaliteit van het onderhoud merkbaar. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De stand van de reserve groencompensatie is € 856.374,66 per 31 december 2025. In 2025 heeft een storting plaatsgevonden van € 10.330,91 i.v.m. financiële herplantplicht en een bijdrage uit het groenfonds. Daarnaast is een bedrag aangewend ten laste van de reserve van € 70.459,00 i.v.m. afschrijvingslasten, voortzetting van het Stimuleringskader Landschap (STILA), renovatie van het Dorpsplein in Zegge en het plaatsen van boom- en heesterbakken op het Neerhofplein in Sprundel. Na aftrek van alle geraamde aanwendingen resteert op deze reserve een boekwaarde van € 199.083,43 (betreft vrije ruimte). De stand van de reserve groenvoorziening is € 284.290,35 per 31 december 2025. In 2025 heeft een storting plaatsgevonden van € 3.375,00 i.v.m. de verkoop van diverse percelen (stukken plantsoen en reststroken). Daarnaast is een bedrag aangewend ten laste van deze reserve van € 40.332,00 i.v.m.
afschrijvingslasten, een bijdrage aan de Natuurwerkgroep Groen- en Klimaatfonds en de voortzetting van het Stimuleringskader Landschap (STILA). De STILA regeling is verlengd. Na aftrek van alle geraamde aanwendingen resteert een boekwaarde van € 57.989,65 (betreft vrije ruimte). De reguliere voortgang op het gebied van het (financiële) beheer, investeringen en onderhoud is toegelicht onder taakveld 5.7 – openbaar groen en (openlucht) recreatie. Gebouwen De gemeentelijke gebouwen en objecten zijn in onderhoud en beheer van de gemeente. Het onderhoud vindt plaats aan de hand van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP). In 2025 is het MJOP geactualiseerd voor het jaar 2026. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is hierin onderscheid gemaakt tussen klein of jaarlijks onderhoud en groot onderhoud. Klein/dagelijks onderhoud komt rechtstreeks ten laste van de exploitatiebudgetten, voor groot onderhoud wordt gespaard door storting in een voorziening. De onderhoudswerkzaamheden uit het MJOP 2025 zijn uitgevoerd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De stand van de voorziening onderhoud gebouwen is per 31 december 2025 € 90.266,37. In 2025 is een bedrag gestort van € 64.909,00. Na verwerking van alle geboekte kosten in 2025 is een bedrag van € 38.764,44 onttrokken aan de voorziening. In 2025 is in totaliteit een bedrag uitgegeven aan klein onderhoud van € 390.894,86.
77
Financiering Beleidskader In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de gemeenten verplicht twee treasury-instrumenten op te stellen. Dit zijn het Treasurystatuut en de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening. Het ‘Treasurystatuut Rucphen 2023’, door het college vastgesteld op 7 februari 2023, is een nadere uitwerking van de ‘Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Rucphen 2023’. Het document bevat regels ter uitvoering van de taken, bevoegdheden en de bijbehorende informatievoorziening omtrent de financieringsfunctie. Rentebeleid We trekken tegen een zo laag mogelijk rentepercentage financieringsmiddelen aan. Voor financiering tot één jaar zijn dit kasgeldleningen. Langlopende financiering vindt plaats op de kapitaalmarkt tegen concurrerende rentetarieven. Hierbij houden we ons aan de normen zoals deze zijn opgenomen in de Wet fido. Kasgeldlimiet De financiering met kasgeld is geregeld binnen de kasgeldlimiet die is voorgeschreven in de Wet fido. De wettelijke norm bedraagt 8,5% van het totaal van de jaarbegroting (de totale lasten op de begroting) van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. Dit betekent dat het maximale bedrag dat in 2025 met kasgeld (korter dan één jaar) gefinancierd mocht worden 8,5% x € 80.283.605,00 = € 6.824.106,00 bedroeg.
In 2025 is één kasgeldlening afgesloten voor een totaalbedrag van € 3,5 mln. voor een periode van 3 maanden. Op 8 mei 2025 is deze kasgeldlening verhoogd naar € 5 mln. en twee keer verlengd met 3 maanden. Op 13 oktober 2025 is de kasgeldlening volledig afgelost. In totaal is € 75.861,11 aan rente betaald over deze lening. Het totaal aan kasgeldleningen per 31 december 2025 is nihil en valt binnen de kasgeldlimiet. Financieringsbehoefte Op 8 oktober 2025 is een langlopende geldlening afgesloten voor een bedrag van € 7 mln. We hebben de lening afgesloten bij Provincie Groningen (via een tussenpersoon) tegen een percentage van 3,21%. De lening heeft een looptijd van 20 jaar en is rentevast. In onze begroting 2025 is rekening gehouden met het aantrekken van € 7,0 mln. per 1 oktober 2025 tegen een percentage van 2,0%. Omdat het rentepercentage hoger is, waren de rentekosten in 2025 hoger dan begroot. Het verschil is ten laste gebracht van het begrotingssaldo 2025 en verwerkt in de 2e bestuursrapportage 2025 en financiële slotwijziging 2025. Bij het opstellen van Programmabegroting 2026 is de financieringsbehoefte van onze gemeente geactualiseerd. Op basis van de geactualiseerde liquiditeitenplanning verwachten we in de periode 2026 – 2029 afgerond € 34,5 mln. aan geldleningen te moeten aantrekken. Waar nodig maken we gebruik van kasgeldleningen tot maximaal de kasgeldlimiet.
Staat van vaste schulden Per 31 december 2025 hebben we een restant aan langlopende schulden van € 42.680.000,00. De rentelasten over 2025 bedragen € 674.044,91. Onze huidige leningenportefeuille ziet er als volgt uit: Omschrijving
Hoofdsom
1 jan 2025
Mutatie
31 dec 2025
%
Rente
221
BNG 2014 - 2034
8.000.000
4.000.000
-400.000
3.600.000
2,270
86.223
706
BNG 2015 - 2040
9.000.000
5.760.000
-360.000
5.400.000
0,938
51.540
279
BNG 2017 - 2042
14.000.000
10.080.000
-560.000
9.520.000
1,577
155.260
507
BNG 2021 - 2046
9.000.000
7.920.000
-360.000
7.560.000
0,177
13.399
212
BNG 2024 - 2049
10.000.000
10.000.000
-400.000
9.600.000
3,248
315.296
7.000.000
0
7.000.000
7.000.000
3,210
52.327
37.760.000
4.920.000
42.680.000
Provincie Groningen K7471 2025 - 20245 TOTAAL
78
674.045
Waarborgsommen Voor de bedrijfsruimten die we verhuren vragen we een waarborgsom van de hurende partij. Ontvangen waarborgsommen horen op de passivazijde van de balans, omdat ze een schuld vertegenwoordigen. 01-01-2025 Huurovereenkomsten
31-12-2025
13.044
-337
12.707
0
0
0
13.044
-337
12.707
Overige waarborgsommen TOTAAL
Mutatie
Risicobeheer We zijn ons bewust van de renterisico’s die gemoeid zijn met financiering op lange termijn. We kiezen bij nieuwe geldleningen voor een looptijd van 20-25 jaar. Hierbij maken we een afweging tussen financieringsovereenkomsten welke rentevast zijn en financieringsovereenkomsten met een conversiebepaling na 10 jaar. Dit is afhankelijk van de renteontwikkeling op dat moment. Renterisiconorm De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Het doel van deze norm is dat gemeenten in enig jaar niet meer dan 20% van hun begrotingstotaal (looptijd langer dan 1 jaar) mogen converteren. Deze zekerheid is ingebouwd in de wet Fido om te voorkomen dat de gemeente met te grote negatieve renteschommelingen geconfronteerd wordt en de nadelige gevolgen daarvan moet kunnen opvangen binnen de begroting. Ons renterisico blijft ruim binnen de norm van 20% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm
2025
1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2 Netto-renteherziening op vaste schuld (1a -/- 1b)
0
3 Aflossingen
2.080.000
4 Renterisico op vaste schuld (2 +/+ 3)
2.080.000
5 Begrotingstotaal 2025
80.283.605
6 Het normpercentage
20%
7 Renterisiconorm (5 x 6)
16.056.721
8 Ruimte onder risiconorm (7 -/- 4)
13.976.721
79
Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Opgaven, ambities, rollen en taken veranderen continu. Dit vraagt om een wendbare organisatie die kan inspelen op de veranderende vraag uit samenleving en bestuur. We ontwikkelen de organisatie aan de hand van de organisatieagenda. Dit is een dynamisch document, dat zowel de koers, doelen én de uitvoering bevat. In 2025 actualiseerden we de agenda met input van bestuur, het managementteam en de medewerkers. We zetten in op een goede afbakening van thema’s en activiteiten (focus). Focus op de volgende vier thema’s leidde tot de volgende resultaten: 1. Talent en waarderen Samen zijn we een talentgerichte organisatie waar medewerkers zich gewaardeerd voelen. In de huidige arbeidsmarkt blijft het vinden en behouden van medewerkers een uitdaging. Instrumenten zoals personeelsgesprekken, het introductieprogramma en de arbeidsmarktstrategie hebben we doorontwikkeld en samenhangend ingezet. Daarnaast werkten we intensief aan de invoering van een nieuw functiewaarderingssysteem en een modern belonings- en waarderingsbeleid, daarbij zijn de eerder gehanteerde uitloopschalen afgeschaft. Het nieuwe beleid is erop gericht om recht te doen aan de diversiteit in de organisatie. De nieuwe vormen van belonen en waarderen houden rekening met verschillen en bieden ruimte voor maatwerk, zodat deze aansluiten bij de unieke bijdrage van iedere medewerker.
Tot slot bereidden we de overgang naar een nieuw personeelsinformatie- en salarisadministratiesysteem per 1 januari 2026 voor. 2. Prettige werkcultuur Samen vormen we een organisatie met een prettige werkcultuur waarin medewerkers veilig en weerbaar zijn. De bedrijfscultuur bepaalt het samenspel in de organisatie. Werken vanuit onze kernwaarden (Gelijkwaardigheid, Prestatiegerichtheid en Samen) vormt de basis om te komen tot een prettige, professionele werkcultuur. Het programma IkbenR brengt als “paraplu” samenhang in de diverse activiteiten. We organiseerden samen met de diverse werkgroepen (Betrouwbaar Rucphen, VitaalR en JongR) nieuwe en reguliere workshops door en voor collega’s. We koppelden de workshops aan het introductieprogramma voor nieuwe medewerkers. Ook werkten we meer met opdrachtbeschrijvingen en het bijbehorende samenspel van bestuurlijk opdrachtgever, ambtelijk opdrachtgever en ambtelijk opdrachtnemer. Dit draagt bij aan eigenaarschap en weerbaarheid van medewerkers. 3. Innovatie en AI Samen zetten we in op innovatie en stimuleren we het veilig gebruik van o.a. AI. Artificial Intelligence (AI) speelt een steeds grotere rol in onze organisatie. Door AI op een verantwoorde en doordachte manier in te zetten, kunnen we onze diensten verbeteren en efficiënter werken. Maar met deze nieuwe ontwikkelingen komen ook nieuwe verantwoordelijkheden.
Dit jaar vormden we de werkgroep AI. Met de werkgroep onderzoeken we hoe we AI op een slimme en veilige manier kunnen implementeren. Denk hierbij aan aansluiting van nieuwe wetgeving zoals de Europese AI act, het voeren van regie op de tools die binnen de organisatie worden gebruikt en het faciliteren van trainingen en richtlijnen rondom het gebruik. Tevens zijn we gestart met een pilot om te onderzoeken hoe AI-tools ons werk kunnen ondersteunen en versterken. We kozen voor een tool die speciaal is ontwikkeld met strenge privacy- en veiligheidsmaatregelen. Alle gegevens worden binnen Europa verwerkt en opgeslagen, waardoor de informatie beter beschermd is dan bij veel andere AI-systemen. Zo kunnen we AI veilig inzetten, zonder concessies te doen aan de vertrouwelijkheid van onze gegevens. 4. Branding en communicatie Wij zijn een organisatie met eigen branding en we investeren in een duidelijke, goede interne en externe communicatie. Het verbeteren van de interne en externe profilering is een belangrijk speerpunt voor het managementteam en de Ondernemingsraad. In het afgelopen jaar hebben we communicatie binnen de organisatie versterkt door de vier thema’s inclusief voortgang een duidelijke plek te geven op onze Intranet pagina.
Ook hebben we verschillende nieuwsbrieven verstuurd, sessies georganiseerd en diverse gesprekken met de medewerkers en werkgroepen gevoerd om input op te halen. Deze acties hebben geholpen om de dialoog te openen en de betrokkenheid te vergroten, waardoor we de communicatie verder kunnen verbeteren.
80
Samenwerking en juridische kwaliteitszorg Samenwerking Naast de verbonden partijen, die we elders in deze jaarrekening toelichten, werken we op verschillende niveaus en binnen diverse vakgebieden samen. Per opgave bepalen we of het zinvol is om samen te werken en welke vorm van samenwerking het beste bijdraagt aan het behalen van het gewenste resultaat. Samenwerking is voor ons een belangrijk middel om gezamenlijke doelen te realiseren en bij te dragen aan een sterke en leefbare regio. Juridische kwaliteitszorg We hebben vooral geïnvesteerd in het verbeteren van de kwaliteit, uniformiteit en integraliteit van de adviesnota’s. Hiervoor is een handreiking opgesteld die tevens als trainingsinstrument voor nieuwe medewerkers wordt gebruikt. Informatievoorziening en automatisering De visie op Dienstverlening en Informatievoorziening (2020–2025), gebaseerd op de kernwaarden persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar, is in 2025 verder uitgevoerd conform het Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2020–2025. In de begroting 2025 is opgenomen dat het bestaande Programma- en Uitvoeringsplan DV&I 2020–2025 zou worden vervangen door een nieuw meerjarig programma. In de verdere voorbereiding is gebleken dat de doelstellingen hiervan het meest effectief worden gerealiseerd binnen de organisatiebrede implementatie van Office 365, die de komende jaren gefaseerd wordt uitgerold.
Daarom wordt geen afzonderlijk DV&I-programma meer opgesteld en worden de beschikbare middelen en inzet in samenhang en doelmatig ingezet. Om wel te blijven voldoen aan wettelijke en organisatorische verplichtingen worden twee afzonderlijke plannen opgesteld: een informatiebeleidsplan- en een informatiebeheersplan. In 2025 zijn, naast het uitstippelen van deze nieuwe koers, belangrijke stappen gezet op het gebied van informatievoorziening en automatisering: • Er zijn voorbereidingen getroffen voor de uitrol en inrichting van de implementatie van Office 365, zodat de organisatie toekomstbestendig en informatieveilig kan werken; • Daarnaast zijn kernapplicaties actueel gehouden en vernieuwd, waaronder de implementatie van een nieuw personeels-, informatie- en salarissysteem; • De overgang van applicaties van on-premise servers naar de Cloud is verder versneld; • Er is een meerjarenplanning opgesteld voor t.b.v. Informatie & Automatiseringscontracten- en budgetten zijn waar mogelijk gecentraliseerd. • In het licht van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) is het aantal digitaal aan te vragen producten uitgebreid en zijn processen verder geoptimaliseerd. Archief- en informatiebeheer De gemeente Rucphen is aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling West-Brabants Archief (WBA).
Het WBA is het historisch informatiecentrum voor negen gemeenten in de regio West-Brabant en beheert onze analoge en digitale archieven en stellen deze ter beschikking aan belanghebbenden. In 2025 was onze bijdrage aan het WBA € 129.278,00. De archivaris van het WBA stelt jaarlijks een (voortgangs)rapportage Archiefinspectie op. Dit is een beoordeling van de kwaliteit van ons archief- en informatiebeheer. Deze rapportage is door ons voorzien van een plan met concrete acties op deze aanbevelingen en de stand van zaken met betrekking tot de afhandeling van deze voorstellen. Het Interbestuurlijk toezicht (IBT) heeft inmiddels aangegeven dat de (voortgangs)rapportage 2025 voldoet aan de eisen. De belangrijkste uitgevoerde verbeteracties in 2025 zijn: • Het ‘strategisch kwaliteitssysteem gemeente Rucphen 2025’ is vastgesteld met daarin aandacht voor de gemeentelijke informatiehuishouding en gemeentebreed zaakgericht werken; • Het Strategisch Informatie Overleg (SIO) is in werking gesteld. Het thema ‘plaatselijke wielergeschiedenis’ is in het SIO aangewezen als hotspot en wordt daarmee aangemerkt als te bewaren, belangrijke gemeentelijke gebeurtenis; • Het WBA en deelnemende gemeenten hebben werkateliers ingesteld waarbij de thema’s ‘e-depot’, ‘kwaliteitsverbetering’ en ‘opleiden’ met elkaar vormgegeven worden.
81
Auditing en ‘brede’ control Begin 2025 had het Control-team te maken met een fors aantal vacatures. Dat maakte dat de focus lag op het begeleiden van de jaarrekeningcontrole, zodanig dat de accountant zijn controlewerkzaamheden voor de jaarrekening 2024 tijdig en succesvol kon afronden. Sinds medio 2025 is het Control-team (weer) op volle sterkte en kon worden gestart met opzetten en versterken van de brede controlfunctie, waarbij risico’s van financiële onrechtmatigheid, informatieveiligheid en privacyvraagstukken in een gezamenlijke aanpak kunnen worden afgewend. Bewustwording was daarbij het eerste, belangrijkste speerpunt waarbij het ‘three lines of defense’-model als leidraad dient om een heldere rolverdeling en verantwoordelijkheidsstructuur te borgen. Monitoring en beheersing van informatieveiligheidsrisico’s We stelden het Strategisch Informatiebeveilingsbeleid vast. Dat geeft de komende jaren richting aan rollen, verantwoordelijkheden én opgaven op het gebied van informatieveiligheid. We zetten intern een steviger structuur weg van onderzoek, periodieke rapportage en de monitoring van aanbevelingen op het gebied van informatieveiligheid en privacy. Daarnaast investeerden we in het vergroten van het bewustzijn over deze onderwerpen. Ook over 2025 voerden we de jaarlijkse ENSIA13-audit uit. Daarmee leggen we d.m.v.
een zelfevaluatie verantwoording af over informatieveiligheid en kwaliteit, o.a. op basis van de algemene informatiebeveiligingsnorm BIO2. De resultaten waren als volgt: • • •
DigiD, Suwinet, Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en Basisregistratie grootschalige topografie (BGT) voldoen aan de gestelde normenkaders; De Basisregistratie ondergrond (BRO) scoort opnieuw onvoldoende omdat de verantwoordelijkheid daarvoor in 2025 nog niet was belegd binnen de organisatie; Voor de Basisregistratie personen (BRP) en Reisdocumenten wordt de streefscore van 100% niet bereikt. Inmiddels maken we, in nauwe samenspraak met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), afspraken over noodzakelijke verbetermaatregelen die moeten worden genomen.
Monitoring en beheersing van financiële rechtmatigheid Om de kwaliteit en effectiviteit van de interne controle te vergroten, is onze controle-aanpak geherstructureerd en herijkt. We hebben een intern beheersingssysteem ingericht om de rechtmatigheidsverantwoording van ons college te borgen. Dit systeem bestaat uit een normenkader, een jaarlijkse risico-inventarisatie, een intern controleplan, werkprocesbeschrijvingen en de uitvoering van verbijzonderde interne controles (VIC). Ook maakten we interne afspraken over periodieke controles, rapportages en de wijze van monitoren van de opvolging van aanbevelingen in de voortgangsverslagen over 2025. Om de samenwerking in toekomstige controleprocessen te versterken zijn nieuwe, duidelijke afspraken gemaakt met de accountant. Om ons te kunnen verantwoorden op de rechtmatigheid voerden we gedurende het gehele jaar verbijzonderde, interne controles uit, gericht op specifieke risicogebieden. Ook de accountant kan daardoor voor zijn controles steeds beter leunen op een gedegen intern audit en controlmechanisme. Tot slot is ook de samenwerking met regionale controllers opnieuw vormgegeven, voornamelijk gericht op kennisuitwisseling en gezamenlijke advisering. In 2025 deden we dat o.a. op het gebied van de vorming van gemeenschappelijke regeling Jeugd.
Rekenkamer Een gemeentelijke rekenkamer voert onafhankelijke onderzoeken uit naar het gebruik van middelen en de uitvoering van beleid binnen de gemeente. Hierdoor wordt de transparantie en verantwoording richting inwoners versterkt, wat het vertrouwen in het gemeentebestuur vergroot. Daarnaast ondersteunt de rekenkamer de gemeenteraad bij haar controlerende taak ten opzichte van het college van burgemeester en wethouders. Door aanbevelingen te doen draagt zij bij aan het verbeteren van de effectiviteit en doelmatigheid van het gemeentelijk bestuur. Nadat de raad eind 2024 kennis nam van het onderzoeksprogramma 2024-2026 van de Gezamenlijke Rekenkamer Rucphen en Zundert werd door de Rekenkamer gestart met het eerste onderzoek naar ‘Inwonersen Overheidsparticipatie’. Het daaruit voortkomende onderzoeksrapport met aanbevelingen is in december 2025 aan de raad gepresenteerd. De raad gaf daarbij opdracht aan het college deze aanbevelingen zichtbaar te verwerken in het participatiebeleid/-verordening die begin 2026 aan de raad zijn aangeboden. 13
Eenduidige Normatiek Single Information Audit
82
Voor het tweede onderzoek uit het programma van de rekenkamer, ‘Grip op verbonden partijen’, werd kort voor het kerstreces 2025 een plan van aanpak door de rekenkamer aangeboden. Dit onderzoek wordt door de rekenkamer in 2026 uitgevoerd. Communicatie en Participatie Communicatie We zetten in op duidelijke, relevante en effectieve communicatie. Hiervoor vormt de door de gemeenteraad vastgestelde Visie op Verbinding de basis. Door het inzetten van automatiseringstools kunnen we berichten op een eenduidige en aantrekkelijk leesbare wijze delen via op onze social media. Een belangrijk onderdeel hiervan is onze website. Voor inwoners en ondernemers is dit een essentieel kanaal om snel en eenvoudig toegang te krijgen tot gemeentelijke diensten en informatie. Dit jaar stond in het teken van onderzoek naar het gebruiksgemak van de website, waarbij zowel inwoners als medewerkers zijn betrokken. Richting de pers zijn we actief: we beantwoorden persvragen die betrekking hebben op onze gemeente, informeren lokale en regionale media tijdig en organiseren waar nodig persgesprekken om juiste en actuele informatie te verschaffen. Participatie In 2025 hebben we gericht geïnvesteerd in het versterken en vernieuwen van participatie. De wet vraagt om duidelijke kaders en een zorgvuldige borging van participatie in beleid, uitvoering en evaluatie.
Met het project Participatie 2025 is gewerkt aan: • Het actualiseren van de participatieverordening; • Het ontwikkelen van een nieuw participatiebeleid met heldere en toepasbare participatieaanpak; • Het versterken van kennis en bewustwording binnen de organisatie en maatschappelijke organisaties. Daarnaast zijn participatiemomenten georganiseerd met inwoners, maatschappelijke organisaties en de interne organisatie om ervaringen op te halen. Deze input is gebruikt om de nieuwe kaders beter te laten aansluiten bij wat er leeft in de gemeente. Het doel van het project – het creëren van duidelijke, wettelijk verankerde en praktisch toepasbare participatiekaders – is behaald. De nieuwe participatieverordening verduidelijkt de rolverdeling tussen raad, college en organisatie. Deze helderheid draagt bij aan rolvastheid en bestuurlijke duidelijkheid. Voor inwoners en maatschappelijke organisaties wordt inzichtelijk wanneer participatie plaatsvindt, welke stappen worden gevolgd en wanneer participatie niet aan de orde is. Huisvesting en facilitair In 2025 heeft de projectgroep de richtlijnen en kaders voor ‘Samenwerken onder één dak’ uitgewerkt en intern vastgesteld. Dit creëert duidelijkheid over wie gebruik kan maken van het gemeentehuis, op welke locaties dit mogelijk is en onder welke voorwaarden.
Daarnaast zijn aanpassingen doorgevoerd in het gebruik van de balies en het reserveringsproces. De afspraken hierover zijn vastgelegd en geborgd binnen de organisatie.
83
Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. In hoofdstuk 1 is beleidsinformatie opgenomen over de verbonden partijen, die aansluit op het betreffende taakveld. De huidige deelnames zijn gebaseerd op een gemeenschappelijk nut voor meerdere gemeenten in (een deel van) de provincie. Met de deelname in de regelingen wordt uitsluitend een publieke taak gediend en uitsluitend in het belang van de burger van de gemeente. De gemeente Rucphen participeert bestuurlijk en financieel in de volgende gemeenschappelijke regelingen. Van deze regelingen zijn de meest recente jaarcijfers opgenomen. Gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap West Noord-Brabant (WVS) Openbaar belang: Het op efficiënte wijze bieden van werkgelegenheid aan personen met een arbeidsbeperking die geen perspectief hebben op de reguliere arbeidsmarkt en het verzorgen van trajecten gericht op de arbeidsontwikkeling van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
Gemeentelijke bijdrage:
€ 549.714,96
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025: € 9.518.000,00 resp. € 8.176.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025: € 20.278.000,00 resp. € 19.306.000,00
Resultaat boekjaar:
2025: € 830.000,00
Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst West Brabant (GGD) Openbaar belang: Het uitvoeren van de Wet publieke gezondheid en toezichtstaken van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
Gemeentelijke bijdrage:
€ 580.386,00
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025: € 7.176.000,00 resp. € 8.995.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025: € 20.860.000,00 resp. € 14.561.000,00
Resultaat boekjaar:
2025: € 1.071.000,00
Gemeenschappelijke Regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV) Openbaar belang: Het verlenen van ambulancezorg. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
Gemeentelijke bijdrage:
€ 0,00
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025 € 15.980.000,00 resp. € 17.073.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025 € 26.188.000,00 resp. € 20.841.000,00
Resultaat boekjaar:
2025 € 1.093.000,00
Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) Openbaar belang: Een bijdrage te leveren aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving voor de regio. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
Gemeentelijke bijdrage:
€ 544.939,00
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025 € 6.086.000,00 resp. € 8.652.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025 € 7.641.000,00 resp. € 6.361.000,00
Resultaat boekjaar:
2025 € 4.519.000,00
84
Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden en West-Brabant (VRMWB) Openbaar belang: Het verzorgen van brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening bij rampenbestrijding en crisisbeheersing. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
Gemeentelijke bijdrage:
€ 1.369.658,00
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025: € 6.696.000,00 resp. € 6.419.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025: € 57.282.000,00 resp. € 54.659.000,00
Resultaat boekjaar:
2025: -/- € 1.045.000,00
Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant (RWB) Openbaar belang: Het versterken van de economisch ruimtelijke structuur van West-Brabant. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur
Gemeentelijke bijdrage:
€ 562.795,14
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025 € 1.782.000,00 resp. € 1.643.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025 € 6.402.000,00 resp. € 9.271.000,00
Resultaat boekjaar:
2025: € 579.000,00
Gemeenschappelijke Regeling West-Brabants Archief (WBA) Openbaar belang: Het zorgen, beheren, bewaren en ter beschikking stellen van de in de archiefbewaarplaats aanwezige archiefbescheiden. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur
Gemeentelijke bijdrage:
€ 129.278,00
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025 € 631.356,00 resp. € 439.371,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025 € 390.283,00 resp. € 468.060,00
Resultaat boekjaar:
2025 € 93.545,00
Gemeenschappelijke Regeling Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten regio West-Brabant (Regionaal Bureau Leren) Openbaar belang: Het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
Gemeentelijke bijdrage:
€ 39.722,00
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025 € 0,00 resp.€ 192.258,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025 € 2.089.240,00 resp. € 1.367.431,00
Resultaat boekjaar:
2025: € 192.258,00
Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van WestBrabant Openbaar belang: Efficiënte en effectieve uitvoering van de Participatiewet en bijbehorende inkomensondersteunende regelingen Ioaw, Ioaz (Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers/ - gewezen zelfstandigen) en BBZ (Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen), het minimabeleid en de Wet inburgering 2021. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur
Gemeentelijke bijdrage:
€ 1.394.790,00
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025 € 1.004.500,00 resp. € 1.178.040,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025 € 23.876.033,00 resp. € 22.587.531,00
Resultaat boekjaar:
2025: € 1.178.040,00
85
Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) Openbaar belang: De heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken. Bestuur:
Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur.
Gemeentelijke bijdrage:
€ 509.000,00
Eigen vermogen begin en einde jaar:
2025: € 1.321.000,00 resp. € 813.000,00
Vreemd vermogen begin en einde jaar:
2025: € 10.506.000,00 resp. € 9.467.000,00
Resultaat boekjaar:
2025: € 613.000,00
Gemeenschappelijke regeling voor Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en meldpunt Crisiszorg West-Brabant Openbaar belang: De aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties om huiselijk geweld en kindermishandeling eerder en beter in beeld krijgen, te stoppen en duurzaam op te lossen. Bestuur: Bij een centrumregeling is geen sprake van een eigen bestuur. Wel is er sprake van een plenair overleg en een stuurgroep. Rucphen neemt deel aan het plenair overleg. Gemeentelijke bijdrage:
Veilig thuis: € 309.865,00 Meldpunt crisiszorg: € 25.291,00
Centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en aanverwante taken gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen en Woensdrecht Openbaar belang: Vormgeven, uitvoeren en financieren van Beschermd Wonen voor kwetsbare inwoners. Bestuur: Bij een centrumregeling is geen sprake van een eigen bestuur. Wel is er sprake vaneen Regionaal Bestuurlijk Overleg. Gemeentelijke bijdrage:
€ 0,00
Vennootschappen en coöperaties n.v.t. Stichtingen en verenigingen Stichting Inkoopbureau West-Brabant (Karel.) Openbaar belang: Bestuur: