Erratum Programmabegroting 2023.pdf
Tekst van het document
Aan: De leden van de gemeenteraad
Onderwerp:
Erratum bij de Programmabegroting 2023 i.v.m. een correctie op de Septembercirculaire 2022
Roosendaal
: 19-10-2022
ons zaaknummer : 559056 uw kenmerk
:-
bijlage(n)
: n.v.t.
Geachte leden van de gemeenteraad, Op donderdag 6 oktober jl. heeft ons College de Programmabegroting 2023 aan u aangeboden. Daarin zijn de resultaten van de septembercirculaire 2022 verwerkt. Het Ministerie van BZK heeft de Septembercirculaire 2022 op 21 september gepubliceerd. Op basis daarvan hebben wij berekend wat de effecten voor onze gemeente zijn. Nadat we de Programmabegroting naar u verzonden hebben, bleek echter dat het ministerie van BZK een fout had gemaakt in de septembercirculaire. Hierdoor zijn onze berekeningen niet meer actueel en moeten wij helaas een correctie aanbrengen op onze begroting. Wij betreuren dit uiteraard ten zeerste. Hieronder geven wij aan wat de gevolgen zijn van de correctie. Correctie Septembercirculaire In de septembercirculaire heeft BZK een verkeerde uitkeringsfactor gehanteerd. In een correctie op de septembercirculaire geeft BZK aan wat de juiste uitkeringsfactor had moeten zijn. In de decembercirculaire 2022 zal BZK deze correctie pas verwerken. De algemene uitkering wordt momenteel nog bepaald aan de hand van ongeveer 90 maatstaven. Met de invoering van het nieuwe verdeelmodel in 2023 daalt dit aantal maatstaven naar ongeveer 50. Voorbeelden van maatstaven zijn het aantal inwoners, het aantal jongeren, de oppervlakte van de gemeente en het aantal bijstandsontvangers. Deze maatstaven worden vermenigvuldigd met een bedrag per eenheid.
Op deze manier ontstaat de uitkeringsbasis. Om de algemene uitkering voor een individuele gemeente te bepalen wordt de uitkeringsbasis vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor wordt door BZK vastgesteld en zorgt ervoor dat de uitkeringen aan alle gemeenten precies passen binnen de beschikbare omvang van het gemeentefonds. In de correctie is de uitkeringsfactor fors naar beneden bijgesteld. Dat betekent dat onze algemene uitkering daalt. Het nadelige effect is in onderstaande tabel weergegeven: Effect op algemene uitkering Nadelig effect
2023
2024
2025
2026
2027
1.057.000
1.021.000
1.025.000
1.033.000
1.041.000
In 2023 is onze algemene uitkering bijna € 1,1 miljoen lager dan was geraamd en opgenomen in de programmabegroting 2023. Voor de jaren daarna is de algemene uitkering ruim € 1 miljoen lager. Gevolgen van de bijstelling van de algemene uitkering voor de begroting Door de neerwaartse bijstelling van de algemene uitkering daalt onze structurele financiële ruimte. In onderstaande tabel is de correctie bij de septembercirculaire 2022 meegenomen in de bepaling van de structurele ruimte:
Financiële uitgangspositie
2023
2024
2025
2026
16.646.000
21.730.000
28.382.000
15.543.000
B. Structurele effecten Voorjaarsbrief
-420.000
-426.000
-432.000
-439.000
C. Onvermijdelijke baten en lasten
-6.352.000
-3.908.000
-3.658.000
-806.000
D. Gevolgen Septembercirculaire
3.311.000
3.647.000
3.778.000
8.266.000
CORRECTIE Septembercirculaire
-1.056.890
-1.021.160
-1.024.570
-1.032.930
Structurele financiële ruimte
12.128.110
20.021.840
27.045.430
21.531.070
Structurele financiële ruimte volgens PB 2023
13.185.000
21.043.000
28.070.000
22.564.000
A. Uitkomsten beheersbegroting
De tabel die te vinden is op p. 4 van het Bijlagenboek klopt dus niet meer. Daarvoor moet bovenstaande tabel in de plaats komen. Uit de tabel is af te leiden dat de structurele financiële ruimte in 2023 niet € 13,2 miljoen is, maar € 12,1 miljoen. De aanpassing in de financiële ruimte heeft ook invloed op het begrotingssaldo, zoals gepresenteerd op p. 13 van het Bijlagenboek. De tabel die daar te vinden is moet vervangen worden door onderstaande tabel: Structurele budgetten ten opzichte van structurele middelen Middelen: wat hebben we beschikbaar (structurele ruimte)? Budgetten: Wat hebben we nodig voor onze prioriteiten?
2023
2024
2025
2026
12.128.110
21.021.840
27.045.430
21.531.070
-8.535.538
-11.074.575
-11.068.075
-10.998.075
Storting in Investeringsfonds
-3.300.000 292.572
8.947.265
15.977.355
10.532.995
1.349.463
9.968.425
17.001.925
11.565.925
Overschot Overschot volgens PB 2023
Als gevolg van de correctie bij de septembercirculaire is het begrotingssaldo nu dus niet langer € 1,3 miljoen, maar slechts € 293.000. In het raadsvoorstel bij de Programmabegroting 2023 stellen wij voor om een deel van het begrotingssaldo te reserveren voor prijsstijgingen en actuele ontwikkelingen (€ 675.000) en om de OZB niet te indexeren (€ 400.000). Voor 2023 kunnen deze reserveringen nu niet meer ten laste van het begrotingssaldo komen. Daarom stellen wij voor om deze bedragen te reserveren in het Investeringsfonds. Hierdoor wijzigt ook het overzicht van het Investeringsfonds op p. 13 van het Bijlagenboek. Hieronder staat de juiste tabel: Incidentele budgetten ten opzichte van incidentele middelen
Totaal
Middelen: wat hebben we beschikbaar in het Investeringsfonds?
30.000.000
Budgetten: Wat hebben we nodig voor onze prioriteiten?
-24.920.500
Voorgestelde reservering voor prijsstijgingen
-675.000
Voorgestelde reservering voor niet indexeren OZB
-400.000
Overschot
4.004.500
Overschot volgens PB 2023
5.079.500
Er resteren nu dus minder middelen in het Investeringsfonds. Wij zullen het raadsvoorstel aanpassen naar aanleiding van het bovenstaande.
Tot slot Wij begrijpen dat dit erg vervelend is voor u. Omdat wij toch een realistische begroting willen presenteren hebben wij ervoor gekozen om dit Erratum nog op te stellen. Indien u meer technische toelichting nodig heeft, geef dit dan vooral aan bij de griffie. Dan zullen we samen met de griffie kijken hoe we u goed van dienst kunnen zijn om deze materie te doorgronden. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,
E.G.A. van der Star-Deijkers Wethouder Financiën