CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Motivering.pdf

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5c: Raadsvoorstel omgevingsplanwijziging herstel Boerenweg 8-8a Heerle3.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Motivering TAM-Omgevingsplanwijziging Boerenweg 8-8a Heerle (technische wijziging)

Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1 Aanleiding van de wijziging Op 21 juli 2022 is het bestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020 vastgesteld. Dit bestemmingsplan betrof een actualisatie van het voorheen geldende bestemmingsplan Buitengebied Wouw. Binnen het plangebied valt de Boerenweg 8-8a Heerle. Aan de boerenweg 8-8a te Heerle is een afvalverwerkingsbedrijf gevestigd. In het bestemmingsplan Buitengebied Wouw en Buitengebouw Wouw 2020 is het bedrijf planologisch vastgelegd binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein - 6’. Daarbij is een specifieke vorm van bedrijventerrein – afvalverwerkingsbedrijf gekoppeld. Aanleiding van onderhavige technische wijziging van het omgevingsplan is het gegeven, dat in het bestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020 een technische fout ontdekt is, in vergelijking met de voorgaande planologie buitengebied Wouw. Buitengebied Wouw Binnen de planregels van Buitengebied Wouw is de bestemming ter plaatse bedrijventerrein – 6 met aanduiding. De voor deze wijziging relevante regels zijn: 13.2.2 Gebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn uitsluitend ter plaatse van het als zodanig aangegeven bestemmingsvlak toegestaan;

Afbeelding 1. Weergave plankaart Buitengebied Wouw

Buitengebied Wouw 2020 In Buitengebied Wouw 2020 is de bestemming wederom Bedrijventerrein – 6 met aanduiding. De relevante regel betreft:

11.2.2 Gebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn uitsluitend ter plaatse van het als zodanig aangegeven bouwvlak toegestaan;

Echter, er is geen bouwvlak toegewezen aan de Boerenweg 8-8a Heerle. De plankaart is hieronder weergegeven.

Afbeelding 2. Weergave plankaart Buitengebied Wouw 2020

De technische link tussen de plankaart en de regels is per abuis weggevallen. De regels en plankaart zijn niet juist op elkaar afgestemd. Deze technische fout heeft echter wel grote gevolgen voor de locatie. Waar eerst gebouwen opgericht konden worden binnen het bestemmingsvlak, kunnen nu binnenplans geen gebouwen meer worden opgericht. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden om hiervan af te wijken. Voor het afvalverwerkingsbedrijf betekent dit dat zij geen nieuwe gebouwen meer kunnen oprichten, zonder een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (ook wel de BOPA). De huidige bebouwing staat als het ware onder overgangsrecht. Deze technische fout dient te worden hersteld, door middel van een wijziging van het omgevingsplan. In deze wijziging wordt de term ‘bouwvlak’ gewijzigd naar ‘bestemmingsvlak’. Zo zijn de regels en de verbeelding weer met elkaar in overeenstemming. 1.2 Ligging projectgebied De locatie is gelegen aan de Boerenweg 8-8a te Heerle. De locatie is kadastraal bekend als: WOU00-P-703, WOU00-P-1304, WOU00-P-705, WOU00-P-1303 en WOU00-P-706. De locatie is op onderstaande afbeeldingen weergegeven.

Afbeelding 3 en 4: Indicatieve weergave van de ligging in de directe omgeving

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en de ontwikkeling beschreven. Hoofdstuk 3 bespreekt het relevante beleid en regelgeving. De fysieke gevolgen van de wijziging worden in hoofdstuk 4 beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt getoetst of voldaan kan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoofdstuk 6 behandelt de uitwerking in het omgevingsplan en hoofdstuk 7 gaat in op participatie. Hoofdstuk 2: Ontwikkeling 2.1 Beschrijving van de bestaande situatie en omgeving 2.1.1 Feitelijke situatie

Het gebied ligt in het buitengebied nabij Heerle. De directe omgeving heeft een verschillende scala aan functies. Zo zijn er agrarische gronden, bedrijven, woningen en wegen. Ten zuiden van de locatie liggen twee bedrijfspanden, enkele woningen en de A58. Ten noorden is de spoorlijn Roosendaal-Bergen op Zoom geleden, agrarisch gebied en een woning gelegen in de directe omgeving. Verder ten noorden ligt de kern van Heerle. Ten oosten ligt in de directe omgeving meer agrarische grond. Verder in de oostelijke richting zijn woningen geleden en bedrijvigheid. Ten westen van het gebied ligt de gemeentegrens met Bergen op Zoom. 2.1.2 Nieuwe situatie De wijziging betreft het herstellen van een technische fout in het bestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020. Feitelijk gezien zijn er geen wijzigingen. De omgevingsplanwijziging voorziet niet in het toevoegen van of verminderen van bouw- of gebruiksmogelijkheden ten opzichte van Buitengebied Wouw. Hoofdstuk 3: Beleid en instructieregels 3.1 Rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die op 11 september 2020 van kracht werd, biedt een toekomstvisie voor de fysieke leefomgeving van Nederland en omvat zowel bestaand als nieuw strategisch beleid.

De NOVI richt zich op vier prioriteiten: klimaatverandering en energietransitie, duurzame economische groei, sterke en gezonde steden en regio's, en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Deze visie adresseert grote uitdagingen zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, en bevat 21 nationale belangen en bijbehorende uitdagingen. Conclusie Gezien het hier gaat om het herstellen van een fout in bestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020, is de NOVI niet van belang op deze omgevingsplanwijziging. 3.1.2 Instructieregels Rijk Voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving zijn drie belangrijke besluiten van toepassing: het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het Bkl stelt normen voor omgevingsplannen en veiligheid, het Bbl regelt bouwactiviteiten en duurzaamheid, en het Bal dekt algemene regels voor milieu en infrastructuur. Bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten moeten beoordelingsregels uit het Bkl worden gevolgd, zoals instructieregels van de provincie en maatwerkregels. Conclusie Bij het opstellen van deze omgevingsplanwijziging zijn de relevante instructieregels in acht genomen. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie van Noord-Brabant, vastgesteld in december 2018, biedt een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving van de provincie met ambities zoals energieneutraliteit in 2050, klimaatbestendigheid, en een slimme netwerkstad. De visie benadrukt ook de bevordering van een duurzame economie en de verbetering van natuurkwaliteit. Samenwerking met andere overheden, bedrijven en burgers is cruciaal om deze doelen te bereiken.

Conclusie De omgevingsplanwijziging betreft het herstellen van een fout in Buitengebied Wouw 2020. Er worden geen nieuwe gebruiksmogelijkheden/functies toegevoegd. De omgevingsvisie is dan ook niet relevant voor deze wijziging. 3.2.2 Provinciale verordening De Omgevingsverordening Noord-Brabant stelt voorwaarden voor de vestiging en uitbreiding van detailhandel, waarbij rekening wordt gehouden met ruimtelijke ordening en de impact op de omgeving. Gemeenten zoals Roosendaal moeten deze regels opnemen in hun omgevingsplannen om een evenwichtige ontwikkeling te waarborgen. De locatie is in de omgevingsverordening aangemerkt als landelijk gebied. Conclusie De omgevingsplanwijziging betreft het herstellen van een technische fout in Buitengebied Wouw 2020. Er worden geen nieuwe functies toegevoegd binnen het landelijk gebied. De ontwikkeling is daarmee niet in strijd met de provinciale verordening. 3.2.3 Beleidskader milieu 2030 Het beleidskader heeft als centrale ambitie: Een gezond milieu voor een gezonder leven. De provincie wil in 2030 op alle milieuthema’s beter presteren dan de wettelijke normen, met een doorkijk naar 2050. Het Beleidskader Milieu is een uitwerking van de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Het vormt de basis voor het milieubeleid tot 2030 en vervangt het eerdere Provinciaal Milieu- en Waterplan (PMWP).

Conclusie Met de wijziging van het omgevingsplan wordt een technische fout hersteld binnen Buitengebied Wouw 2020. Er worden in vergelijking met voorgaande planologie Buitengebied Wouw geen nieuwe functies of gebruiksmogelijkheden toegevoegd. Het thema gezond milieu is dan ook niet in het geding met deze wijziging. 3.5 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie De gemeente Roosendaal heeft in haar omgevingsvisie, getiteld “Roosendaal, de Verbonden Stad”, haar ambities en beleidsrichting voor de fysieke leefomgeving

tot 2030 vastgelegd. Deze visie vormt het strategisch kader voor ruimtelijke ontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit, economie en leefkwaliteit. Belangrijke uitgangspunten:

-

Menselijke maat: Wijken en dorpen worden ingericht met oog voor ontmoeting, gezondheid en veiligheid. Groen en klimaatadaptatie: Meer ruimte voor natuur, biodiversiteit en klimaatbestendige inrichting. Ruimte voor groei: De gemeente anticipeert op bevolkingsgroei en biedt ruimte voor woningbouw, ook aan de stadsrand. Verbinding: Roosendaal wil zich sterker verbinden met omliggende steden en economische regio’s zoals Rotterdam, Antwerpen en Brainport Eindhoven.

Conclusie In de omgevingsvisie wordt afvalverwerking niet specifiek benoemd. Er worden geen nieuwe functies geïntroduceerd die raakvlak hebben met de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is niet van toepassing op deze ontwikkeling.

Hoofdstuk 4: Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 4.1 M.e.r.‐beoordeling 4.1.1 Kader Bijlage V van het Omgevingsbesluit geeft aan welke projecten een milieueffectrapportage (m.e.r.) of een m.e.r.-beoordeling nodig hebben voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Projecten in de eerste kolom moeten worden beoordeeld op significante milieu-effecten, zoals vermeld in de derde kolom. 4.1.2 Toetsing Om te bepalen of een project aanzienlijke milieu-effecten heeft, worden criteria uit Bijlage III van de EU Richtlijn m.e.r. gebruikt. Deze criteria omvatten de kenmerken van het project, de locatie, en de aard en omvang van mogelijke milieueffecten. De projectontwikkelaar moet een melding doen bij de bevoegd gezag vaak het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow), met een beschrijving van het project, de locatie en de potentiële milieu-effecten (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of het project significante milieueffecten heeft en verwerkt deze beoordeling in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). 4.1.3 Conclusie Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er is geen m.e.r.beoordeling nodig, het gaat om het herstellen van een fout. Er worden geen nieuwe mogelijkheden geïntroduceerd die effect kan hebben op het milieu.

4.2 Ladder duurzame verstedelijking (wonen, economische ontwikkelingen, buitengebied enz) 4.2.1 Toetsingskader Het ruimtelijk afwegingskader voor het toevoegen van nieuwe stedelijke ontwikkelingen is onder de Omgevingswet de laddertoets in artikel 5.129 g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de jurisprudentie (ABRvS28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) wordt afgeleid dat voor een woningbouwproject sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als meer dan 11 woningen of meer dan 500m2 bvo wordt gerealiseerd. 4.2.2 Conclusie Het voornemen wordt niet aangemerkt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ zoals bedoeld in de ladder. 4.3 Water(toets) en klimaatadaptatie Beleid Waterschap Brabantse Delta: 1. Het waterschap zorgt voor watermanagement, inclusief zuivering, waterbeheer, dijkonderhoud en waterwegenbeheer. Het streeft naar waterkwaliteit en een adequate watervoorziening, vastgelegd in het waterbeheerprogramma 2022-2027. Dit programma bevordert geïntegreerd watermanagement en duurzame groei. 2. Specifiek beleid en regels zijn ontwikkeld voor diverse thema's uit het waterbeheerprogramma. De Keur bevat regels en verboden voor activiteiten die invloed hebben op het waterbeheer.

De legger specificeert de locatie van waterstaatswerken en onderhoudsverantwoordelijkheden. 3. Voor veel activiteiten is een vergunning van het waterschap vereist. De Keur is beschikbaar op de website van Waterschap Brabantse Delta. Gemeentelijk waterbeleid Roosendaal: 1. Het Water- en Rioleringsprogramma 2024-2027 richt zich op een robuust en toekomstbestendig riool- en watersysteem. Speerpunten zijn waterveiligheid, klimaatadaptatie, duurzaam waterbeheer en datagedreven werken. Het doel is om risico's op wateroverlast te verminderen en aan te passen aan klimaatverandering. 2. De gemeente werkt samen met verschillende partners en gebruikt innovatieve technieken om deze doelen te bereiken. Het beleid richt zich op zowel stedelijke als landelijke gebieden. Een belangrijk vereiste is een bergingseis van 60mm. 3. Duurzaam waterbeheer omvat efficiënt gebruik van waterbronnen en behoud van een goede waterbalans. Datagedreven werken optimaliseert onderhoud en renovatie van het watersysteem. Dit beleid maakt Roosendaal beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering. Conclusie

De wijziging heeft geen impact op het watersysteem of op andere waterthema’s. Er worden geen wijziging doorgevoerd op het gebied van riolering, afwatering of waterbeheer.

4.4

Groen en klimaatadaptatie: waardevolle bomen en structureel groen (hoofdstructuur) Het beleidsraamwerk van Roosendaal Natuurstad vertegenwoordigt de lokale strategie om klimaatverandering aan te pakken. De stad heeft haar streven naar meer groen en aanpassing aan het klimaat in dit kader vastgesteld. Het voornaamste doel is om Roosendaal weerbaarder te maken tegen klimaatinvloeden, wat de stad ook prettiger en aantrekkelijker zal maken. Bovendien is de belangrijkste groenstructuur bepaald en zijn er specifieke bomen als waardevol bestempeld. Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op de groenstructuur en klimaatadaptatie van Roosendaal. De uitgangspunten van het gemeentelijk beleid blijven gewaarborgd. 4.5 Bodem De Omgevingswet stelt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de fysieke leefomgeving, inclusief bodemkwaliteit, via preventie, functietoedeling en beheer van historische bodemverontreiniging. Voor bouwactiviteiten op bodemgevoelige plekken moet de bodemkwaliteit passend zijn voor het geplande gebruik, en een verkennend bodemonderzoek is vereist. Als de bodemkwaliteit niet voldoet aan de normen, zijn sanerende maatregelen noodzakelijk voordat er gebouwd mag worden Conclusie De bodem wordt niet geroerd met de wijziging. Het thema bodem is daarom niet relevant.

4.6 Erfgoed Erfgoed omvat een breed scala aan elementen zoals archeologie, historische monumenten, karakteristieke gebouwen, beschermde stadsgezichten, monumentale bomen en het landschap. Volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn er principes opgesteld voor de bescherming van cultureel erfgoed, waaronder de omgang met beschermde monumenten, archeologische monumenten, rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen. Er zijn ook regels vastgesteld voor het beoordelen van activiteiten die rijksmonumenten betreffen en voor het verplaatsen van gebouwde monumenten. Conclusie Er is geen sprake van erfgoed.

4.7 Verkeer en Parkeren Volgens de Omgevingswet moeten de gevolgen van de ontwikkeling voor het verkeer en vervoer in de omgeving worden beoordeeld. Conclusie: Er is geen wijziging van de parkeerbehoefte. Aan de wegen worden geen wijzigingen toegepast.

4.8 Ecologie/Flora en Fauna/Natuur De bescherming van flora en fauna is geregeld in de Omgevingswet. Wanneer er sprake is van een ontwikkeling die mogelijk invloed heeft op de natuurwaarden, dient een ecologische toets plaats te vinden. Dit kan een effectbeoordeling zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot beschermde soorten, habitats of ecologische verbindingen. De zorgplicht wordt in acht genomen. Conclusie: Er zijn geen negatieve gevolgen te verwachten voor de ecologie of beschermde natuurwaarden als gevolg van de geplande ontwikkeling. Er is geen noodzaak voor ecologisch onderzoek of aanvullende maatregelen. Er wordt niet gebouwd en er zijn geen nieuwe gebruiksmogelijkheden geïntroduceerd. Er kan derhalve geen verstoring optreden voor eventuele aanwezige fora en fauna. 4.9

Luchtkwaliteit

Voor activiteiten die niet onder artikel 5.50 en 5.51 Bkl vallen, bevat het Bkl geen instructieregels, en de gemeente moet beoordelen of de luchtkwaliteit aanvaardbaar is. De Omgevingswet vereist dat gemeenten rekening houden met de gezondheid van inwoners bij het toedelen van functies aan locaties. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, zoals bij een verhoging van stikstofdioxide en PM10 van 1,2 µg/m³ of minder. Conclusie De wijziging heeft geen invloed op de luchtkwaliteit, aangezien er geen nieuwe bronnen van luchtvervuiling ontstaan. Er worden geen bronnen toegevoegd. Het gebruik blijft ongewijzigd. 4.10 Geur Artikel 5.92 Bkl bepaalt dat de geur rondom geurgevoelige objecten aanvaardbaar dienen te zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor projecten nabij industrie of intensieve veehouderij. Conclusie: De wijziging betreft geen geurgevoelig object. 4.11 Geluid

De regels voor geluid zijn vastgelegd in de bruidsschat en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij het toestaan van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw, moet het bevoegd gezag het geluid bij geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Het belangrijkste doel is om deze gebouwen te beschermen tegen geluidsoverlast uit de omgeving. Conclusie: De wijziging maakt geen geluidsgevoelig gebouw mogelijk.

4.12 Omgevingsveiligheid De Omgevingswet bevat regels over de veiligheid van de fysieke leefomgeving, inclusief de bescherming tegen risico's van bijvoorbeeld de opslag van gevaarlijke stoffen, explosiegevaar, of andere gevaren voor de omgeving. Conclusie: Er zijn geen effecten op de omgevingsveiligheid als gevolg van de wijziging. Er zijn geen veiligheidsrisico’s die door de wijziging geïntroduceerd worden. 4.13 Trillingen Bij sommige ontwikkelingen moet gekeken worden of er trillingen optreden die de omgeving of omliggende gebouwen kunnen beschadigen. Dit geldt meestal voor zware constructies of werkzaamheden die gebruik maken van trillingsintensieve technieken. Conclusie: Er zullen geen trillingen optreden die de omgeving kunnen beïnvloeden als gevolg van de wijziging. 4.14 Overige aandachts- en beperkingsgebieden Afhankelijk van de locatie kunnen er andere relevante aandachts- of beperkingsgebieden zijn, zoals luchthavens, natuurgebieden of specifieke milieuzones. Conclusie: Het plangebied is gelegen binnen een vrijwaringszone – Radar. Deze vrijwaringszone, welke verband houdt met de nabijheid van de vliegbasis Woensdrecht, legt een maximale bouwhoogte op. De maximale bouwhoogtes van de functie bedrijventerrein – 6 liggen echter veel lager. Er worden geen nieuwe bouwhoogtes geïntroduceerd. De vrijwaringszone is daarmee voldoende geborgd.

4.15 Gezondheid De gezondheidsimpact van een project kan worden beoordeeld op basis van de wetgeving rond gezondheidsrisico’s en de fysieke leefomgeving. Conclusie:

Er zijn geen negatieve gezondheidseffecten te verwachten. In de voorgaande paragraven is getoetst dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn op basis van de thema’s geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en overige milieuthema’s. De gezondheid is voldoende gewaarborgd. 4.16 Kostenverhaal Kostenverhaal betreft de mogelijkheid om de kosten van de ontwikkeling te verhalen op de initiatiefnemer of andere belanghebbenden. Dit kan bijvoorbeeld door bijdragen aan de openbare ruimte. Gezien de aard van het project (een erfafscheiding), zijn er geen kosten die via kostenverhaal moeten worden gedragen door andere partijen. Conclusie: Er is geen sprake van kostenverhaal voor dit project, aangezien het geen publieke lasten met zich meebrengt.

Hoofdstuk 5: Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Middels onderhavige onderbouwing is onder meer aan de hand van een toetsing aan relevant beleid en relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving en het milieu uitvoerig gemotiveerd om welke reden met de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toelichting van functies aan locaties. De conclusie luidt dan ook dat het initiatief in overeenstemming is met relevante beleidskaders en dat met de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoofdstuk 6: Uitwerking in het omgevingsplan De gemeente is bezig met het opstellen van een nieuw omgevingsplan voor de gehele gemeente. Inhoudelijk sluiten de regels in dit TAM-omgevingsplan aan op de regels die we voor het (nieuwe) omgevingsplan aan het opstellen zijn. Om te voorkomen dat al te grote verschillen ontstaan tussen de TAM-omgevingsplannen en de regeling in het omgevingsplan later, is het van belang dat deze standaard als uitgangspunt wordt gebruikt. Het prototype is voor nu alleen nog gericht op wonen en openbaar gebied. Wanneer voor een andere ontwikkeling dan woningbouw een TAM-omgevingsplan moet worden opgesteld is een aanvulling van het prototype vereist. Een TAM-omgevingsplan is een wijziging van het omgevingsplan conform de Omgevingswet, maar wordt opgesteld met techniek van de bestemmingsplannen.

Dit heeft te maken met het feit dat bepaalde functionaliteiten in de software nog ontbreken en de gebruiksvriendelijkheid van het nieuwe digitale omgevingsloket nog erg slecht is. De TAM-omgevingsplannen zijn een tijdelijke alternatieve maatregel totdat de omgevingsplansoftware en het digitale loket verder ontwikkeld zijn. Het TAMomgevingsplan vormt een apart hoofdstuk in het omgevingsplan. Het eerste TAM-omgevingsplan krijgt hoofdstuk 22A, het tweede TAM-omgevingsplan krijgt hoofdstuk 22B en zo verder. Op termijn worden de TAM- omgevingsplannen geheel geïntegreerd in het omgevingsplan. Het TAM-omgevingsplan lijkt dus vanwege de oude techniek op een bestemmingsplan, maar is dit zeker niet. Het plan is als volgt ingedeeld.

Het plan start met een Pre-ambule. Daarna volgen de juridische regels in de verschillende hoofdstukken. De hoofdstukken hebben de volgende inhoud: Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4:

Inleidende regels: reken- en meetbepalingen, begrippen en toepassingsbereik; Aangepaste regel Van toepassing verklaring Slotregels

Hoofdstuk 7: Participatie en procedure Participatietraject Volgens artikel 7.4 van de Omgevingsregeling moet een aanvrager van een omgevingsvergunning aangeven of er aan participatie is gedaan, hoe dit is uitgevoerd en wat de resultaten zijn. Hoewel participatie in beginsel niet verplicht is, kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen waarin participatie wel verplicht is. Op grond van de participatieverordening van Roosendaal heeft een omgevingsplanwijziging een participatieplicht. Echter, een uitzondering hierop staat genoemd in artikel 4 onder k: Artikel 4 Geen participatie in de volgende gevallen:

indien sprake is van technische wijzigingen van het omgevingsplan. Onderhavige wijziging betreft een technische wijziging van het omgevingsplan. Met de wijziging van het omgevingsplan wordt een technische fout hersteld in de koppeling tussen de verbeelding en de regels. Deze koppeling is per abuis komen te vervallen. Nu het gaat om een technische wijziging, heeft geen participatie plaatsgevonden. De omgevingsplanwijziging wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd. Ontwerp en zienswijze Het ontwerp omgevingsplanwijziging wordt zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan iedereen op het TAM-omgevingsplan een zienswijze indienen. De zienswijzen worden samengevat en voorzien van beantwoording. Deze zienswijzen zullen worden beoordeeld op het feit of, en zo ja, in hoeverre het omgevingsplan aanpassing behoeft. Ook wordt het ontwerp gedeeld met de Provincie. Vervolgens zal het college van B&W de gemeenteraad voorstellen het omgevingsplan al dan niet gewijzigd vast te stellen. Beroep Na vaststelling wordt het gewijzigde omgevingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1918/documents/53523