Bijlage 1 Programmabegroting 2024.pdf
Tekst van het document
WBW centraal.
voldongen feit, maar op termijn (na afloop van bestaande trajecten) kunnen de kosten
> In 2023 is de capaciteit jeugdprofessionals structureel uitgebreid en belegd. Omdat de formatie hiermee op orde is, wordt in 2024 vooral geïnvesteerd in de kwaliteit en de
worden beperkt (zonder in kwaliteit in te leveren) door de trajecten voort te zetten binnen de arrangementensystematiek van West Brabant West.
samenwerking van de jeugdprofessionals en niet in verdere uitbreiding van capaciteit.
> Binnen het sociaal domein worden steeds meer mogelijkheden gezocht en benut om
De beweging naar voren wordt door jeugdprofessionals ingevuld door meer zelf te
integraal samen te werken, hetgeen resultaten oplevert in bijvoorbeeld sociale veilig-
doen of gebruik te maken van het voorliggend veld.
heid of de begeleiding bij echtscheidingen of vraagstukken bij bestaanszekerheid. Hervormingsagenda Jeugd
Niet vrij toegankelijke zorg
De hervormingsagenda Jeugd is in juni 2023 vastgesteld door het Rijk, de gemeenten, de
De Niet Vrij Toegankelijke Zorg is in juli 2023 opnieuw ingekocht, waarbij ruim 100
aanbieders en cliëntvertegenwoordiging. De gevolgen van de hervormingsagenda zijn
aanbieders regionaal zijn gecontracteerd. Het beleid voor de Open House inkoop is
binnen het landelijke jeugdveld groot, met name vanwege de bezuiniging met 374
hierbij wederom leidend. In tegenstelling tot voorgaande perioden is het voor aanbieders
miljoen euro die de gemeenten moeten realiseren. Dit geldt ook voor 2024. Op welke
slechts 2x per jaar mogelijk om in te schrijven, waarbij streng gekeken wordt naar kwaliteit
wijze dit wordt uitgevoerd in de regio West-Brabant West en wat de gevolgen zijn voor de
van zorg en de bereidheid tot het (uit)dragen van onder meer de regiovisie, kwaliteits
gemeente Roosendaal is pas duidelijk wanneer de door de VNG aangekondigde regioscan
monitor en het gespreksmodel.
en het implementatieplan zijn opgesteld.
Niet alleen zijn contractafspraken herzien of aangescherpt, maar ook de tarieven zijn
Jeugd en Veiligheid
herzien. Hoewel het aantal jeugdigen dat de gemeente weet te vinden blijft toenemen,
> Om de uitdagingen in de jeugdbeschermingsketen vanuit de 5 regio’s in Brabant het
is de stijging in Niet Vrij Toegankelijke Zorg lager dan de toename in aantal cliënten.
hoofd te kunnen bieden is in 2023 een Leading Coalition opgericht, waarin gemeen-
Een toenemend deel wordt door jeugdprofessionals zelf begeleid of wordt verwezen naar
ten, Gecertifeerde Instellingen (GI’s), aanbieders en cliëntvertegenwoordiging elkaar
een beter passende voorziening in het voorliggend veld. Deze trend willen we in 2024
vinden. In deze leading coalition worden afspraken gemaakt over samenwerking,
voortzetten. Hierdoor zullen de kosten voor Niet Vrij Toegankelijke Zorg niet significant
toeleiding en doorverwijzing, maar ook over de tarieven voor jeugdbescherming.
toenemen ten opzichte van 2023. Een daling in kosten en daarmee bezuiniging op de
Hierbij wordt aangesloten bij landelijke ontwikkelingen en de voorgestelde tarief
kosten voor Niet Vrij Toegankelijke Zorg is mogelijk, maar nog niet zeker. In het kader van
standaarden, die aanzienlijk hoger lijken te liggen dan nu het geval is. De verwachting is
de hervormingsagenda Jeugd worden de aansluiting bij onderwijs en huisartsen versterkt.
dan ook dat de kosten voor jeugdbescherming in 2024 niet lager zullen liggen dan in
Met name in het speciaal (basis-)onderwijs worden gecombineerde onderwijs en
2023, hoewel het aantal maatregelen blijft dalen.
zorgarrangementen ontwikkeld.
08 110
> De ontwikkeling van de regionale veiligheidsteams en de proeftuin toekomstscenario
111
JEUGD EN JEUGDZORG
5
5
Jeugd- en Gezinsbescherming worden in 2024 verder voortgezet. Het is nog onduide-
Gemeenschappelijke regelingen
lijk of hier aanvullende financiering vanuit het Rijk beschikbaar voor wordt gesteld.
Als gemeenten samen een organisatie oprichten om voor diezelfde gemeenten taken uit
Indien dit niet het geval is zullen de kosten door de regio’s West Brabant West (WBW)
te voeren, noemen we dat een Gemeenschappelijke Regeling (GR). De deelnemende
en West Brabant Oost (WBO) gezamenlijk worden gedragen.
gemeenten bepalen het beleid en de GR voert dit beleid uit. Ook Roosendaal besteedt
> De transformatie gesloten jeugdzorg gaat een versnelling in waarbij de vastgoedtransi-
een aantal taken uit. In het kader van dit programma hebben we taken belegd bij de
tie wordt opgevolgd tot een afbouw in kindplaatsen, die moet leiden tot een volledige
onderstaande GR’en. Voor een nadere toelichting op de GR’en verwijzen we naar
afbouw. Om deze transformatie vorm te kunnen geven, zullen de kosten voor gesloten
Paragraaf 5 Verbonden partijen.
jeugdzorg in 2024 hoger zijn dan in 2023. Roosendaal heeft een relatief groot aandeel in de huidige afname van gesloten jeugdzorg en zal dus een relatief groot deel van de kosten dragen.
Percentage Jongeren met jeugdhulp Bron: Gemeentelijke monitor sociaal domein
12,9%
14,5%
1380 14,3%
2020
2021
2022
WAT MAG DIT KOSTEN? 2022 rekening
2023 begroting
2024 begroting
2025 begroting
2026 begroting
2027 begroting
Lasten Jeugd en jeugdzorg
36.029
39.520
35.268
35.027
34.825
35.596
Baten Jeugd en jeugdzorg
9.857
12.176
8.286
8.033
8.033
8.033
Saldo
26.173
27.344
26.982
26.994
26.791
27.563
X € 1.000
08 112
16
1.990
AANTAL DEELNEMERS
BIJDRAGE ROOSENDAAL IN 2024 (x 1.000 euro)
40
-
AANTAL DEELNEMERS
BIJDRAGE ROOSENDAAL IN 2024 (x 1.000 euro)
113
FINANCIEEL OVERZICHT ZORGEN & STIMULEREN
5
BeleidsX € 1.000 veld Lasten
Leefbare buurten en dorpen
2.224
3.099
4.131
4.588
1.134
Welzijn
8.447
8.635
9.332
9.632
9.850
9.477
25.965
28.936
28.540
28.762
29.039
29.143
Jeugd en jeugdzorg
36.029
39.520
35.268
35.027
34.825
35.596
71.275
79.315
76.239
77.552
78.301
75.350
0
97
97
87
0
0
Leefbare buurten en dorpen Welzijn
08 114
834
2023 2024 2025 2026 2027 begroting begroting begroting begroting begroting
Zorg en ondersteuning
Totaal Baten
2022 rekening
5
91
344
363
375
338
100
Zorg en ondersteuning
1.286
1.667
1.476
1.480
1.341
913
Jeugd en jeugdzorg
9.857
12.176
8.286
8.033
8.033
8.033
Totaal
11.234
14.284
10.222
9.975
9.712
9.046
Saldo
60.041
65.030
66.017
67.577
68.590
66.304
Stortingen in reserves
268
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
1.533
2.122
3.173
3.641
4.140
821
115
PROGRAMMA 6
BETALEN & FINANCIEREN
6 Algemene uitkering gemeentefonds Het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente Roosendaal. De ontwikkeling van het gemeentefonds bepaalt dan ook in belangrijke mate de financiële ruimte. De laatste ontwikkelingen met betrekking tot de algemene uitkering voor de jaren 2022 en verder zijn gepubliceerd in de septembercirculaire 2023. Een uitgebreide toelichting op de septembercirculaire 2023 nemen we op in een raadsmededeling. Lokale heffingen Een toelichting op de lokale heffingen kunt u vinden in de paragraaf Lokale Heffingen. Met betrekking tot de belasting- en legesinkomsten is in de begroting 2024 conform de uitgangspunten in het Spoorboekje 2023 rekening gehouden met een aanpassing van de tarieven met een inflatiecorrectie van 5,2% (op basis van de gemiddelde inflatie van de afgelopen 3 jaar). Uitzonderingen op de verhoging van de tarieven vormen de reclamebelasting en de parkeertarieven; deze worden (vooralsnog) niet verhoogd. De gesloten financieringen hebben een eigen regime voor de jaarlijkse aanpassingen, namelijk: > Riolering: Op basis van het huidige Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2023 (VGRP) is de voorziene extra stijging, boven de inflatiecorrectie, in 2024 bepaald op 0,5%. Rekening houdend met het inflatiepercentage van 5,2% betekent dit dus een stijging van het tarief in 2024 met 5,7%. > Reiniging is 100% kostendekkend.
Vennootschapsbelasting Bij de fiscale positie bepaling ten behoeve van de vennootschapsbelasting (vpb) is gebleken dat de gemeente Roosendaal sinds 2021 alleen vpb plichtig is voor de terug levering van energie van de zonnepanelen bij de Gewenten. De belastingdienst is van mening dat gemeenten ook vpb plichtig zijn voor de opbrengsten uit reclame (abri’s, sandwichborden etc.) Landelijk wordt hiertegen geprocedeerd. Verbonden partijen/ Gemeenschappelijk regelingen Binnen programma 6 is sprake van een aantal verbonden partijen. Deze verbonden partijen richten zich vooral op financiële dienstverlening. Het gaat om de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) en de verbonden partijen NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), NV Brabant Water en deelnemingen uit het voormalige Essent. In de paragraaf Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op deelname in alle verbonden partijen.
116
12
1.993
AANTAL DEELNEMERS
BIJDRAGE ROOSENDAAL IN 2024 (x 1.000 euro)
117
FINANCIEEL OVERZICHT BETALEN & FINANCIEREN
6
BeleidsX € 1.000 veld Lasten
Treasury
2023 2024 2025 2026 2027 begroting begroting begroting begroting begroting
-111
289
-814
-70
-155
108
Uitkeringen gemeentefonds
0
0
0
0
0
0
Algemene lasten en baten
4.086
2.026
2.240
5.015
5.110
5.167
Belastingen
1.509
1.549
1.611
1.676
1.743
1.813
Resultaten
42.685
55.329
11.786
15.177
11.021
11.662
48.170
59.193
14.822
21.797
17.719
18.750
264
467
467
467
467
467
Uitkeringen gemeentefonds
172.254
171.391
184.887
193.902
186.585
187.564
Algemene lasten en baten
1.610
1.282
1.307
1.278
1.272
1.274
Belastingen
15.317
15.180
16.039
16.832
17.665
18.542
Resultaten
41.853
79.437
20.145
16.374
17.913
15.306
Totaal
231.298
267.756
222.845
228.852
223.902
223.153
Saldo
-183.128
-208.563
-208.023
-207.055
-206.183
-204.403
Totaal
Baten
08 118
2022 rekening
6
Treasury
Stortingen in reserves
6.444
38.192
252
2.413
307
309
Onttrekkingen aan reserves
6.191
22.335
838
523
531
539
119
Paragrafen
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing ter bestrijding van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen
Paragraaf 1. Lokale heffingen
waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. Voor de afvalstoffenheffing geldt, naast het beginsel van 100%
Uitgangspunten tarieven opgenomen in begroting 2024
kostendekkendheid, het principe van ‘de vervuiler betaalt’.
Met betrekking tot de belasting- en legesinkomsten is in de begroting 2024 conform de uitgangspunten in het Spoorboekje 2023 rekening gehouden met
Toelichting
een aanpassing van de tarieven met een inflatiecorrectie van 5,2% (op basis van
De gemeente heeft een wettelijke inzamelplicht voor het afval van huishoudens.
de gemiddelde inflatie van de afgelopen 3 jaar).
In totaal verwacht de gemeente het komende jaar ca. € 13 miljoen aan kosten te
Uitzonderingen op de verhoging van de tarieven vormen de reclamebelasting en
maken. Om deze kosten transparant te maken is hierna een specificatie van de
de parkeertarieven; deze worden vooralsnog niet verhoogd. In juli 2023 heeft het
kosten (direct en indirect) en opbrengsten opgenomen.
college een nieuwe parkeervisie naar de raad gestuurd. In het najaar van 2023
Naast de directe lasten op het beleidsveld Reiniging wordt een aantal indirecte
zal de raad deze visie behandelen. Na vaststelling door de raad wordt de visie
lasten, die worden verantwoord op andere beleidsvelden, (gedeeltelijk) in de
verder uitgewerkt tot een nieuw parkeerbeleid. In dit nieuwe beleid kan mogelijk
afvalstoffenheffing betrokken. Het betreft hier een aandeel in de kosten van
ook sprake zijn van nieuwe parkeertarieven. Op dit moment is dat echter nog niet
overhead, kwijtscheldingen en compensabele BTW.
bekend.
Kwijtscheldingen De gesloten financieringen hebben een eigen regime voor de jaarlijkse
Op het beleidsveld Voorzieningen minima worden de kosten van kwijtscheldingen
aanpassingen, namelijk:
geraamd. Kwijtschelding wordt o.a. verleend voor de afvalstoffenheffing. Gezien
- Riolering: Op basis van het huidige Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan
de realisatie van de kwijtscheldingen in 2022 en de verwachte ontwikkeling van
2020-2023 (VGRP) is de voorziene extra stijging, boven de inflatiecorrectie,
de kwijtscheldingen in 2023, wordt het bedrag van de kwijtscheldingen in de
in 2024 bepaald op 0,5%. Rekening houdend met het inflatiepercentage van
begroting 2024 verlaagd ten opzichte van de raming in de begroting 2023. Voor
5,2% zou dit dus een stijging van het tarief betekenen van 5,7% in 2024. Het
kwijtscheldingen wordt in 2024 een bedrag geraamd van € 885.000 (raming
tarief zou daarmee in 2024 met € 20 stijgen. Momenteel wordt echter een
2023: € 949.000).
nieuw Water- en Rioleringsplan (WRP) opgesteld voor de periode 2024-
Mocht het daadwerkelijke gebruik van de kwijtscheldingsregeling in 2024
2027. Daarin wordt ook een nieuwe berekening gemaakt van het benodigde
hoger zijn dan we nu ramen, dan krijgt iedereen die in aanmerking komt voor
tarief om de toekomstige rioleringsinvesteringen te kunnen dekken. Op dit
kwijtschelding deze uiteraard gewoon verleend.
moment zijn de uitkomsten daarvan nog niet bekend. Naar verwachting ontvangt de raad het nieuwe WRP in de eerste helft van 2024 ter vaststelling.
Compensabele BTW
We stellen daarom voor om het tarief voor het jaar 2024 gelijk te houden aan
Sinds de invoering van het BTW-compensatiefonds (BCF) mag de BTW op de
het tarief in 2023 (€ 350,77).
kosten van de reiniging worden betrokken in het tarief van de afvalstoffenheffing.
- Reiniging is 100% kostendekkend.
Op basis van de kostenramingen in de conceptbegroting 2024 wordt een bedrag van € 1.979.000 ingeschat.
Bij de belastingvoorstellen die in december door de raad worden behandeld worden de definitieve tarieven en verordeningen voor 2024 vastgesteld.
Overhead Naast de directe kosten wordt een bedrag aan indirecte kosten toegerekend
Onroerende zaakbelastingen
aan de kosten van de reiniging. Onder de indirecte kosten vallen de kosten
Bij de tariefbepaling voor 2024 is uitgegaan van een totaalopbrengst gebaseerd
van overhead. Deze kosten worden verantwoord op een apart beleidsveld
op de verwachte OZB opbrengsten over 2023 vermeerderd met de gevolgen van
Ondersteuning organisatie in programma 1. In de berekening van het tarief van de
areaaluitbreidingen en een trendmatige verhoging van 5,2%. Daarnaast wordt de
afvalstoffenheffing wordt een bedrag aan overhead van € 170.000 meegenomen.
waardeontwikkeling (stijging of daling) van de onroerende zaken als gevolg van de jaarlijkse herwaardering gecompenseerd in de tarieven voor 2024. Vanaf 2020 is in de gemeente Roosendaal de grondslag voor de waardering de gebruiksoppervlakte in plaats van de inhoud in m3. Bij de belastingvoorstellen 2024 zal nader op de te verwachten waardeontwikkeling worden ingegaan.
120
121
Reiniging (bedragen x € 1.000)
Lasten begroting 2024
Lasten begroting 2023
Baten begroting 2024
Baten begroting 2023
Met betrekking tot de variabele tarieven (kosten per lediging) is het voorstel om deze in 2024 te laten stijgen, zodat we inwoners stimuleren om nog minder restafval aan te bieden. De voorgestelde variabele tarieven zijn als volgt:
Huisvuilinzameling en –verwijdering
9.479
9.016
> Per lediging van een 240-liter restafvalcontainer: € 9,00 (2023: € 6,60)
Opruimen klandestiene stortplaatsen
328
324
> Per lediging van een 140-liter restafvalcontainer: € 5,25 (2023: € 3,85)
Heffing en invordering
182
165
> Per inworp in een ondergrondse restafvalcontainer van 60 liter: € 1,50 (2023:
Kwijtscheldingen
885
949
BTW
1.979
1.904
170
163
Overhead
€ 1,10) > Per inworp in een ondergrondse restafvalcontainer van 30 liter: € 0,75 (2023: € 0,55)
Opbrengst afvalstoffenheffing
11.150
11.068
Opbrengst monostromen
1.048
1.033
Dividenduitkering Saver
100
100
Onttrekking egalisatie voorziening
725
320
13.023
12.521
100%
100%
Leges
Correctie onttrekking voorziening Totaal
13.023
12.521
Kostendekkendheid reiniging
Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven aan gebruikers van percelen van waaruit water direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. Met betrekking tot de rioolheffing is het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2023 (VGRP) kaderstellend. Hierin is vastgelegd dat de financiële systematiek voldoet aan de eisen van solide financiën. Gestreefd wordt naar een ideaal complex, waarbij de investeringen volledig worden gedekt uit de gespaarde bedragen. In het VGRP is een extra stijging – boven de inflatiecorrectie – van
In bovenstaand overzicht zijn de kosten opgenomen zoals deze in de
0,5% voorzien in 2024. Rekening houdend met het inflatiepercentage van 5,2%
conceptbegroting 2024 zijn verwerkt.
betekent dit dus een stijging van het tarief in 2024 met 5,7%. Hierdoor zou het
Bij de belastingvoorstellen 2024 wordt in de kostenonderbouwing nader
vaste tarief in 2024 uitkomen op € 370,76 (2023: € 350,77).
ingegaan op de samenstelling van de kosten.
De ramingen in de conceptbegroting 2024 zijn gebaseerd op het vastgestelde
Voor een toelichting op de verschillen ten opzichte van 2023 wordt verwezen
VGRP 2020-2023. Dat betekent dat voor de berekening van de opbrengsten in
naar de analyse op het product reiniging in het bijlagenboek behorende bij de
onze begroting uit is gegaan van een stijging van het tarief van 5,7%.
begroting 2024. Momenteel wordt er een nieuw Water- en Rioleringsplan opgesteld voor de
Onttrekking egalisatievoorziening
jaren 2024-2027. Dit is de opvolger van het huidige VGRP en vormt de basis
In 2024 onttrekken we een bedrag van € 725.000 uit de voorziening Exploitatie
voor de bepaling van de tarieven voor de jaren vanaf 2024 en de bijbehorende
Reinigingssector.
opbrengsten. Het nieuwe WRP is op dit moment echter nog niet gereed. We
Bij de Najaarsbrief 2022 is besloten om een deel van het positieve saldo,
stellen daarom voor om het tarief in 2024 niet te laten stijgen, maar gelijk te
€ 1,5 miljoen, in de voorziening Exploitatie Reinigingssector te storten.
houden aan het tarief in 2023. Dekking daarvoor kan gevonden worden in de
Hiermee kan dan het tarief van de afvalstoffenheffing in de jaren 2024 t/m 2026
gevormde spaarvoorziening voor rioleringsinvesteringen. Na vaststelling van
gedempt worden. In 2024 onttrekken we daarom een bedrag van € 525.000 uit
de belastingverordeningen 2024 door de raad passen we de begroting van de
deze voorziening. Hiermee wordt de tariefsverhoging met ca. € 15 gedempt.
opbrengsten en de bijbehorende onttrekking uit de voorziening aan in onze
Daarnaast wordt een bedrag van € 200.000 onttrokken. In 2023 was een
begroting.
onttrekking uit de voorziening geraamd van vanwege de verplichting tot het aanleggen van ondergrondse GFT-E containers bij hoogbouw. Omdat de
Kwijtscheldingen
werkzaamheden vertraging oplopen schuiven zowel een deel van de lasten
Op het beleidsveld Voorzieningen minima worden de kosten van kwijtscheldingen
als een deel van de onttrekking (€ 200.000) door naar 2024.
geraamd. Kwijtschelding wordt o.a. verleend voor de rioolheffing. In de conceptbegroting 2024 is een bedrag van € 839.000 geraamd.
Afvalstoffenheffing De opbrengsten van de afvalstoffenheffing bestaan uit:
Compensabele BTW
> Aanbiedingen restafvalcontainers en aanbiedingen ondergrondse
Sinds de invoering van het BTW compensatiefonds (BCF) mag de BTW op de
restafvalcontainers (variabel tarief): € 2.235.000
122
kosten van de riolering worden betrokken in het tarief van de rioolheffing.
> Vast tarief: 35.238 aansluitingen x € 253 = € 8.915.000
In 2024 wordt een bedrag van € 1.752.000 ingeschat.
Volgens de berekening van de gesloten financiering komt het vaste tarief in
Overhead
2024 uit op € 253. Voor 2023 is het tarief door de raad vastgesteld op € 245. Dit
Naast de directe kosten wordt een bedrag aan indirecte kosten toegerekend
betekent dat het tarief ten opzichte van 2023 stijgt met € 8.
aan de kosten van de riolering. Onder de indirecte kosten vallen de kosten
123
Toeristenbelasting
van overhead. Deze kosten worden verantwoord op een apart beleidsveld Ondersteuning organisatie in programma 1. In de berekening van het tarief van de rioolheffing wordt een bedrag aan overhead van € 371.000 meegenomen.
Toeristenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die binnen de gemeente of openbaar lichaam verblijf houden, maar niet als ingezetene in de
Riolering (bedragen x € 1.000)
Lasten Begroting 2024
Lasten begroting 2023
Baten begroting 2024
Baten begroting 2023
gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens zijn ingeschreven. In de begroting 2024 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 5,2%. Tarief per overnachting bedraagt in 2024 € 1,30 (2023 € 1,24).
Riolering algemeen
6.845
6.549
Basisrioleringsplan
220
242
Rioleringsbeheer
1.883
1.791
Parkeerbelastingen
Pompgemalen en persleidingen
967
777
In het najaar van 2023 zal de gemeenteraad een nieuwe parkeervisie vaststellen,
Heffing en invordering
193
178
die zal worden uitgewerkt tot nieuw parkeerbeleid. De nieuwe visie en het nieuwe
Kolken en lijngoten
651
619
beleid kunnen tot gevolg hebben dat de parkeertarieven wijzigen. Op dit moment
Grondwaterbeheerplan
136
129
is dat echter nog niet duidelijk. In de begroting gaan we daarom uit van de
Kosten straatreiniging
460
460
bestaande parkeertarieven.
Kosten waterkering en afwatering
34
34
Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelastingen is voor 2024 nog niet
BTW
1.752
1.691
Kwijtscheldingen
839
771
Overhead
371
223
Opbrengst rioolheffingen
Totaal
14.351
13.464
Kostendekkendheid riolering
door het Ministerie van BZK vastgesteld en gepubliceerd.
Marktgelden 14.351
13.464
14.351
13.464
100%
100%
In de begroting 2024 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 5,2%.
Markten (bedragen x € 1.000)
Precariobelasting
Kosten markten -/- terugontvangen energiekosten
Lasten begroting 2024
Lasten begroting 2023
98
Baten begroting 2024
88
Deze belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of
BTW
8
8
boven gemeentegrond.
Overhead
23
22
In de begroting 2024 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 5,2%.
Afschrijving voorzieningen t.b.v. markten
6
6
135
124
Reclamebelasting - binnenstad De reclamebelasting wordt geheven aan degene van wie, dan wel ten behoeve
Totale kosten
Baten begroting 2023
Opbrengst marktgelden
Kostendekkingspercentage
81
98
60,4%
79,0%
van wie reclameobjecten worden aangetroffen. De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag per vestiging. Het bedrag van de belasting is afhankelijk van de locatie: € 400 in tariefgebied A en € 250 in tariefgebied B. Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst bestemd voor de
Leges
Binnenstadsorganisatie. Leges zijn rechten die de gemeente kan heffen in verband met verstrekte
Reclamebelasting – bedrijventerreinen
(administratieve) diensten. In een aantal gevallen gaat het om tarieven met wettelijke beperkingen (bijvoorbeeld paspoorten), maar als rode draad loopt de
De reclamebelasting voor de bedrijventerreinen Borchwerf I en Majoppeveld
voorwaarde van maximaal kostendekkende tarieven door de tarieventabel. In de
wordt geheven met ingang van het belastingjaar 2016.
begroting 2024 is voor titel I en III rekening gehouden met een tariefsverhoging
De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag van € 275 per vestiging,
van 5,2%. De tarieven voor titel II zijn opnieuw bepaald in verband met de nieuwe
vermeerderd met € 3 per € 1.000 WOZ-waarde boven een WOZ-waarde van
Omgevingswet die per 1 januari 2024 van kracht wordt.
€ 115.000, met een maximum per vestiging van € 1.500. Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst bestemd voor de Stichting Ondernemersfonds Roosendaal voor de uitvoering van het activiteitenplan.
124
125
Leges (bedragen x € 1.000)
Lasten begroting 2024
Verhaalbare lasten
Baten begroting 2024
door de gemeente wordt uitgevoerd, kunnen hiervoor ook geen leges meer in rekening worden gebracht. Bij de behandeling van de belastingvoorstellen zult u een vernieuwde legestabel
Titel 1 – Algemene dienstverlening Kosten basisregistratie personen
291
145
Overhead
170
85
1.045
1.045
592
592
Kosten externe dienstverlening Overhead
aantreffen.
Overzicht geraamde opbrengsten in begroting 2024
Burgerlijke stand
32
32
75
Paspoorten
65
65
121
Belastingsoort (bedragen x € 1.000)
Identiteitskaarten
99
99
185
Leges publiekszaken (incl. rijksleges)
Rijbewijzen
63
63
255
Marktgelden
71
77
81
45
Rioolheffing
12.860
13.464
14.351
102
Parkeerbelasting
1.525
1.420
1.305
Uittreksels persoonsregister
103
Parkeervergunningen burgers
189
159
140
Gehandicaptenparkeerkaarten
13
Parkeervergunningen werkers
73
76
80
75
Naheffingsaanslagen parkeren
420
455
405
3
Afvalstoffenheffing
9.858
10.909
11.150
Leges omgevingsvergunningen
2.432
2.198
1.480
Leges openbare orde veiligheid
38
69
73 8.896
Eigen verklaringen Naturalisaties
66
Overige leges burgerzaken
71
66
71
Leegstandswet Overige
234
BTW
24
Totaal
24 2.287
Kostendekkendheid
Rekening 2022
Begroting 2023 (na wijziging)
Concept Begroting 2024
925
973
1.299
1.211
OZB woningen
8.456
8.393
53,0%
OZB niet woningen eigendom
3.636
3.597
3.812
OZB niet woningen gebruik
2.107
2.081
2.206
Toeristenbelasting
304
193
204
Titel 2 – Dienstverlening fysieke leefomgeving 1.426
1.426
Reclamebelasting - binnenstad
141
168
168
BTW
43
43
Reclamebelasting - bedrijventerreinen
428
450
450
Overhead
767
767
Precariobelasting
62
117
123
43.899
44.751
45.897
Omgevingsvergunningen
Totaal
2.236
Kostendekkendheid
1.480
1.480
Kwijtscheldingsbeleid
Titel 3 – Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Horeca
367
367
47
Evenementen
177
177
0
Standplaatsen e.d.
88
88
14
Overige
61
61
12
BTW
3
3
Overhead Totaal
Totaal belastingdomein
66,2%
405
De gemeente Roosendaal heeft een kwijtscheldingsnorm vastgesteld van 100%. Kwijtschelding wordt verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Kwijtscheldingsaanvragen worden door de Belastingsamenwerking West-Brabant in behandeling genomen en verder afgewerkt.
405 73
De kwijtscheldingslasten worden verantwoord onder het product minimabeleid,
6,6%
waarvan zij onderdeel uitmaken (zie Programma 3 Werken & Ondernemen). In de
1.101
Kostendekkendheid
berekening van de tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolheffing is met de kwijtscheldingen rekening gehouden.
Totaal leges (titel 1 t/m 3) Kostendekkendheid leges totaal
49,2%
In de begroting 2024 zijn de volgende kwijtscheldingslasten opgenomen:
Inwerkingtreding Omgevingswet (OW) en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging bouwen in werking. Dit heeft een effect op de mogelijkheid tot het heffen van leges. Als gevolg van de nieuwe wetgeving zullen meer aanvragen vergunningsvrij zijn dan nu het geval is.
126
Belastingsoort
Kwijtscheldingslasten Werkelijk 2021
Werkelijk 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Rioolheffing
903.462
921.684
771.000
839.000
Afvalstoffenheffing
872.335
686.695
949.000
885.000
1.775.797
1.608.379
1.720.000
1.724.000
Totale kwijtscheldingslasten
Daarnaast zal een deel van de werkzaamheden die nodig zijn voor de afhandeling
Toelichting:
van aanvragen om een omgevingsvergunning activiteit bouwen bij een flink
In de werkelijke kwijtscheldingsbedragen (jaarrekeningen) zijn kwijtscheldingen
deel van de aanvragen wegvallen, omdat deze werkzaamheden voortaan door
over voorgaande jaren opgenomen. In 2022 is € 124.000 over eerdere jaren
marktpartijen dienen te worden uitgevoerd. Nu een deel van het werk niet meer
kwijtgescholden. 127
Ontwikkeling woonlasten
Vergelijking woonlasten ten opzichte van landelijk gemiddelde
Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen volgen we de lijn dat deze
(bron: “Atlas van de lokale lasten 2023” van Coelo, ook deels te vinden op de
alleen worden verhoogd met het inflatiecijfer (exclusief rioolheffing en
website waarstaatjegemeente.nl)
afvalstoffenheffing in verband met gesloten financiering). In de begroting 2024 is een verhoging van de gemeentelijke belastingen opgenomen van 5,2%.
Roosendaal
Noord-Brabant
Landelijk
In onderstaande tabellen is de ontwikkeling van de woonlasten in de afgelopen
Eigenaar/bewoner
€ 932
€ 877
€ 942
jaren weergegeven. De woonlasten kunnen worden bekeken vanuit het
Huurder
€ 655
€ 420
€ 436
perspectief van de gebruiker van een woning (meestal de huurder), maar ook vanuit het perspectief van de eigenaar van dat pand.
Het betreft hier de woonlasten van een meerpersoonshuishouden.
Tabel: Belastingen die tot woonlasten voor gebruikers leiden
Voorgestelde tarieven 2024
Jaar
Afvalstoffenheffing**
Rioolheffing*
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste en meest
Wijziging t.o.v. voorgaand jaar
Totaal
2014
€ 283,20
€ 280,50
€ 563,70
-
2015
€ 295,10
€ 281,80
€ 576,90
+ 2,35%
2016
€ 304,55
€ 278,10
€ 582,65
+ 1,00%
2017
€ 308,80
€ 238,40
€ 547,20
- 6,10%
2018
€ 312,50
€ 238,70
€ 551,20
+ 0,73%
2019
€ 316,90
€ 262,00
€ 578,90
+ 5,02%
2020
€ 322,90
€ 315,80
€ 638,70
+ 10,15%
2021
€ 330,97
€ 330,80
€ 661,77
+ 3,61%
2022
€ 339,24
€ 330,80
€ 670,04
+ 1,25%
2023
€ 350,77
€ 356,30
€ 707,07
+ 5,53%
2024
€ 350,77
€ 370,00
€ 720,77
+ 1,94%
*
tarief t/m 500 m3 waterverbruik
voorkomende tarieven: Belastingsoort
2022
2023
2024
verschil
- tarief eigenaren woningen
0,0931%
0,0931%
n.n.b.*
- tarief eigenaren niet-woningen
0,1805%
0,1805%
n.n.b.*
- tarief gebruikers niet-woningen
0,1275%
0,1275%
n.n.b.*
€ 245
€ 245
€ 253
+ 3,3%
- 240-liter restafvalcontainer
€ 6,60
€ 6,60
€ 9,00
+ 36,4%
- 140-liter restafvalcontainer
€ 3,85
€ 3,85
€ 5,25
+ 36,4%
- per inworp ondergrondse container van 60 l.
€ 1,10
€ 1,10
€ 1,50
+ 36,4%
- per inworp ondergrondse container van 30 l.
€ 0,55
€ 0,55
€ 0,75
+ 36,4%
€ 339,24
€ 350,77
€ 350,77
+ 0,0%
- parkeren in gebied A, per uur
€ 2,10
€ 2,10
€ 2,10
n.v.t.
- parkeren in gebied B, per uur
€ 1,50
€ 1,50
€ 1,50
n.v.t.
Onroerende zaakbelastingen
Afvalstoffenheffing - Vast bedrag per perceel
Variabel tarief Per lediging van
** vastrecht + gemiddeld 13 ledigingen 240 l. container restafval Als er sprake is van een woning waarvan de eigenaar ook gebruik maakt, betaalt deze ook onroerendezaakbelasting (OZB). Tabel: Belastingen die tot woonlasten voor eigenaren/gebruikers leiden
Rioolheffing Jaar
OZB*
Rioolheffing**
Afvalstoffenheffing***
Totaal
Wijziging t.o.v. voorgaand jaar
2014
€ 226
€ 283,20
€ 280,50
€ 789,70
-
2015
€ 228
€ 295,10
€ 281,80
€ 804,90
+ 1,93%
2016
€ 227
€ 304,55
€ 278,10
€ 809,65
+ 0,59%
2017
€ 228
€ 308,80
€ 238,40
€ 775,20
- 4,26%
2018
€ 229
€ 312,50
€ 238,70
€ 780,20
+ 0,65%
2019
€ 231
€ 316,90
€ 262,00
€ 809,90
+ 3,80%
2020
€ 234
€ 322,90
€ 315,80
€ 872,70
+ 7,75%
2021
€ 238
€ 330,97
€ 330,80
€ 899,77
+ 3,01%
2022
€ 243
€ 339,24
€ 330,80
€ 913,04
+ 1,48%
2023
€ 250
€ 350,77
€ 356,30
€ 957,07
+ 4,82%
2024
€ 263
€ 350,77
€ 370,00
€ 983,77
+ 2,79%
*
- basistarief per jaar
Parkeerbelasting
* Tariefsverhoging is nog niet bekend, omdat de WOZ waarden per 1 januari 2023 nog niet bekend zijn.
op basis van de gemiddelde woningwaarde
** tarief t/m 500 m3 waterverbruik *** vastrecht + gemiddeld 13 ledigingen 240 l. container restafval
128
129
Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
> De eigen bijdrage (max. € 19 per persoon per maand in plaats van inkomensafhankelijk) is door landelijke wetgeving opnieuw ingevoerd.
Algemeen
Dit heeft reeds geleid tot een toename aan Wmo-voorzieningen.
> Het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2026 voor alle WmoIn deze paragraaf worden de gemeentelijke risico’s financieel vertaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om risico’s af te kunnen dekken. De weerstandscapaciteit wordt afgestemd op het risicoprofiel van de gemeente, waarbij de ratio voor het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Dit beleid is vastgelegd in de nota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’. Deze nota is in 2023 geactualiseerd.
Top 10 risico’s
voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren.
> Een groei in de aantallen jeugdigen die ondersteuning krijgen vanuit de Jeugdwet leidt ook tot groei in de instroom in de Wmo bij 18 jarigen
> We zetten in op de beweging naar het voorliggend veld en we gaan starten met indicatieloze dagbesteding 3. Kosten bouw- en woonrijp maken Bravis valt duurder uit (incidenteel risico) Met het bestemmingsplan De Bulkenaar is in februari 2022 het exploitatieplan
Elk jaar wordt een geactualiseerd risicoprofiel met de Top 10 van risico’s
vastgesteld. Het tekort op het exploitatieplan is door kredieten afgedekt. De
opgenomen in deze paragraaf.
opbrengsten (uitgifteprijs voor de gronden Maatschappelijk) zijn vastgelegd en gemaximeerd in de anterieure overeenkomst met Bravis. De kostenkant is
1. Jeugdzorg (structureel risico)
onderhevig aan macro economische ontwikkelingen, welke kunnen leidden tot
De Jeugdwet is een open-einde regeling waardoor overschrijding tot de
forse prijsstijgingen (tot meer dan 10%).
risico’s behoort 4. Onderwijshuisvesting (structureel risico) Maatregelen/ontwikkelingen
> De contracten voor Niet Vrij Toegankelijke Zorg (NVTZ) zijn per juli 2023
Uit landelijke benchmarks blijkt dat de kosten voor de bouw van nieuwe scholen stijgen. Door het grote aantal te vernieuwen scholen in de
opnieuw aanbesteed. Hoewel het aantal gecontracteerde zorgaanbieders
vastgestelde HPO’s kan dit extra kosten met zich meebrengen. Het risico
lager is dan in voorgaande jaren (mede als gevolg van strengere eisen) is het
bestaat dat de huidige middelen voor onderwijshuisvesting niet voldoende zijn.
aanbod voldoende om te voorzien in een dekkend zorglandschap.
Dit geldt met name voor het primair onderwijs (PO).
> Door vroegtijdige signalering van problematiek kan met relatief lichte hulpverlening de juiste ondersteuning worden geboden, gemiddeld gezien wordt de hulp goedkoper, omdat er een effectievere inzet is van het
Maatregelen/ontwikkelingen Landelijk worden de ontwikkelingen gevolgd. Mogelijk zal er ook op landelijk
voorliggend veld en de jeugdprofessional. Daarnaast wordt nog steeds strak
niveau worden nagedacht over de financiering van scholen, wat invloed kan
gestuurd op het gebruik van hoogcomplexe (dure) zorg.
hebben op het gemeentefonds.
> Het aantal jongeren en kinderen dat een beroep doet op ondersteuning vanuit de gemeente stijgt nog steeds met 5-7%, maar het beroep op Niet Vrij Toegankelijke Zorg stijgt aanzienlijk minder (1,5-2,5%).
> Het woonplaatsbeginsel heeft voor de gemeente Roosendaal een substantiële financiele impact.
5. Algemene Uitkering gemeentefonds valt lager uit dan begroot (structureel risico) De Algemene Uitkering gemeentefonds wordt altijd pas achteraf definitief vastgesteld, zodat wijzigingen altijd nog mogelijk zijn. Er zijn nog forse onzekerheden over de meerjarige financiering van gemeenten via het
2. WMO (structureel risico)
Gemeentefonds.
De WMO is een open-einde-regeling waardoor overschrijding tot de risico’s behoort.
Maatregelen/ontwikkelingen
> Omdat het kabinet is gevallen zijn de onzekerheden rondom het Maatregelen/ontwikkelingen
> Er ontstaat een toenemende druk op budgetten WMO als gevolg van de bezuinigingen op beschermd wonen. De verdergaande vergrijzing vergroot daarbij het aantal zelfstandig wonende inwoners met een
Gemeentefonds onzekerder geworden. Duidelijk is dat het Rijk voor een bezuinigingsopgave staat. In hoeverre dit gemeenten gaat raken middels een lagere algemene uitkering is nog onduidelijk.
> Het Rijk heeft de middelen die via de meicirculaire 2023 zijn verstrekt
ondersteuningsvraagstuk. Daarnaast zien we ook dat er een gebrek is aan
aan gemeenten niet structureel doorgetrokken na 2025. In 2026, het
geschikte woningen om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen.
zogenaamde ravijnjaar, zien we de uitkering daarom kelderen. De keldering in
> Vanaf 2023 is er een nieuwe overeenkomst voor de maatwerkvoorziening
2026 maakt het voor gemeenten lastig om investeringen te kunnen doen, die
Wmo begeleiding. hierin zullen risicobeperkende maatregelen worden
ook na 2025 nog een behoorlijke financiële impact zullen hebben.
meegenomen. Vanwege autonome ontwikkelingen (o.a. CAOontwikkelingen en vervoerskosten) lijkt een kostenstijging onontkoombaar.
130
131
6. Gemeente wordt aangesproken op lokale garantstellingen (incidenteel risico)
9. Beheer openbaar groen (structureel risico)
De gemeente staat garant voor lokale verenigingen, instellingen en
Het bestrijden van exoten (Eikenprocessierupsen, dennenprocessierupsen,
onderwijsbesturen. Bij een eventueel faillissement van één van de partijen
Japanse Duizendknoop) wordt steeds meer regulier werk. Het risico bestaat
bestaat het risico dat de instelling de afgesloten geldleningen (hypotheken)
dat de overlast groter wordt en dat dit extra kosten met zich mee gaat brengen
niet kan terugbetalen en dat de gemeente als garantsteller het restantbedrag
om de overlast te beperken. Daarnaast kan klimaatverandering leiden tot
moet betalen.
langdurige droge periodes. Om het huidige groenassortiment te behouden, zullen extra maatregelen nodig zijn.
Maatregelen/ontwikkelingen Organisatorisch is het proces van garantstellingen, inclusief de inschatting van
Maatregelen/ontwikkelingen
de risico’s, centraal verankerd. De gebruikelijke risicobeperkende maatregelen,
> Meer eiken worden preventief gespoten en er komen steeds meer natuurlijke
zoals: het eerste recht van hypotheek, borgstellingen ed. worden toegepast.
vijanden. Eerst ontstaat er een soort plaag, vervolgens zie je dat de natuur zich langzaam maar zeker herstelt.
7. Stijging aantal bijstandsklanten (structureel risico) Als het aantal bijstandsklanten meer stijgt (of minder daalt) dan begroot, nemen zowel de uitkeringslasten als de uitvoeringskosten bij het Werkplein toe. Door bijvoorbeeld faillissementen, instroom statushouders enzovoorts kan het aantal bijstandsklanten onverwachts snel toenemen.
> Een andere exoot is de dennenprocessierups; deze is in aantocht vanuit het zuiden. Dennen hebben we alleen in bosstroken staan, maar deze rups heeft meer brandharen. Impact nog niet bekend.
> Japanse duizendknoop is een echt probleem; om de locaties structureel Japanse duizendknoop vrij te maken ( op sommige locaties minimaal 150 cm diep grond uitwisselen) hebben we minimaal € 50.000- € 100.000
Maatregelen/ontwikkelingen
> In de vastgestelde begroting 2024 van het Werkplein is uitgegaan van een
nodig uitgaande van de huidige locaties.
> Mogelijke oplossingen voor de droogte zijn dat Waterschappen het water
daling van het klantenbestand van 1,4% in 2023 en een stijging van het
langer vast moeten houden, maar ook moet nagedacht worden over ander
bestand in 2023 met 1,4%. Daarna is uitgegaan van een stabiel bestand
groen en minder diversiteit in soorten (vooral soorten uit het Middellands
(stijging van 0,0%). In 2023 is echter zichtbaar dat er sprake is van een
zeeklimaat, maar die hebben het ook weer moeilijk in de winters).
stijging van het bestand, t/m mei Werkpleinbreed 1,5%. Dat betekent dat, als deze trend zich voortzet, eind 2023 sprake is van een financieel nadeel
10.Aanhoudend hoge inflatie (structureel risico)
ten opzichte van de begroting 2023. Dit heeft ook financieel effect op de
Het inflatiecijfer is momenteel uitzonderlijk hoog. De inflatie in 2022 bedroeg
komende jaren. Tegenover de uitkeringslasten staan de BUIG-middelen. De inschatting van
volgens het CBS 10%. Indien deze hoge inflatie aanhoudt heeft dit impact op onze begroting en maatschappelijke partners. In onze begroting houden we
dit budget voor 2023 bedraagt € 33,3 miljoen. Dit betekent een stijging van
rekening met een indexering van 5,2%, het gemiddelde van de afgelopen
de BUIG-middelen ten opzichte van onze begroting van circa € 1,5 miljoen.
3 jaar. Correctie op begrotingsbedragen zal hierdoor mogelijk nodig zijn om
> Vanaf 2022 werken we met een egalisatiereserve participatie om de nadelen
het beleid c.q. uitvoering conform begroting uit te kunnen voeren.
en voordelen van de bijstand te vereffenen. De verwachting is dat deze buffer voldoende is om eventuele nadelen in de eerstkomende jaren op te vangen. 8. Data wordt gegijzeld door cybercriminelen (incidenteel risico) Als cybercriminelen toegang krijgen tot ons netwerk en data versleutelen, dan kunnen ze om losgeld vragen om de data weer vrij te geven. Maatregelen/ontwikkelingen
> Er is continu aandacht voor bewustwording onder medewerkers voor informatiebeveiliging.
> Technisch wordt met autorisaties enz het risico verder verkleind. > Extra technische beveiligingsmaatregelen op de mailserver om de kans dat mailtjes met “foute links en bijlagen” doorkomen te minimaliseren.
> Netwerksegmentering: bij infectie of versleuteling, wordt slechts een deel van het netwerk geraakt.
> Opslag van data verspreiden: door onder meer toepassing van SaaS wordt de opslag van data verspreid over meerdere locaties en meerdere leveranciers. Als één leverancier gehackt wordt, wordt alleen die data versleuteld.
132
133
Toelichting op het weerstandsvermogen
B. De vrij aanwendbare bestemmingsreserves (incidenteel karakter) Bestemmingsreserves zijn vrij aanwendbaar voor zover deze niet zijn
Risicoprofiel
belast met verplichtingen aan derden, respectievelijk wanneer zij niet de functie hebben van een egalisatiereserve. Indien een risicogebeurtenis zich
Het risicoprofiel voor de begroting 2024 is tot stand gekomen door voor alle
voordoet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om de bestemming van
organisatieonderdelen de risico’s in het desbetreffende werkveld te bepalen.
de reserve te wijzigen ter dekking van het risico. De volgende (delen van)
Aan elke risicovolle gebeurtenis is een kans en een financiële waarde toegekend.
bestemmingsreserves worden als vrij aanwendbaar aangeduid:
Omdat niet alle risico’s zich maximaal en/of gelijktijdig zullen voordoen, is een zogeheten statistische Monte Carlo risico-simulatie uitgevoerd. Daarmee is berekend hoe groot de weerstandscapaciteit is die minimaal benodigd is om met een waarschijnlijkheid van 90% de gevolgen van zich eventueel voordoende risico’s af te kunnen dekken. In totaal zijn er voor de organisatie 81 risico’s in beeld gebracht, waarvan 70 met een geldgevolg. In onderstaande tabel is per vakje het aantal risico’s geclassificeerd naar risicobedrag en de kans dat een risico zich zal voordoen. Het
Stand 31-12-2024 Bestemmingsreserve Roosendaal spreekt, Roosendaal Doet € 281.258 Bestemmingsreserve vastgoed € 303.407 Bestemmingsreserve grondexploitatie € 5.911.930 Bestemmingsreserve Participatie € 5.098.955 Bestemmingsreserve Investeringsfonds € 11.100.382 Bestemmingsreserve Aanpak snelweg A58 € 750.000 Duurzaamheid € 184.403 Totaal € 23.630.335
risicoprofiel is een momentopname. C. De onbenutte belastingcapaciteit (structureel karakter) Geld
De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de werkelijk opgelegde
Netto
x > € 1.000.000
11
5
1
2
en de maximaal te heffen Onroerend Zaak Belasting (OZB). De raad heeft de
€ 500.000 < x < € 1.000.000
8
3
1
1
mogelijkheid om in geval van een calamiteit de financiële gevolgen te dekken
€ 200.000 < x < € 500.000
3
7
1
€ 50.000 < x < € 200.000
2
4
x < € 50.000
11
5
Geen geldgevolgen
5
1
3
1
1
10%
30%
50%
70%
90%
Kans
met een verhoging van de OZB. Conform de beleidsnota ‘risicomanagement
2
en weerstandsvermogen’ is dit 2% van de in 2024 op te leggen aanslagen = 2% x € 14.914.000 = € 298.280.
3
D. De post onvoorzien in de programmabegroting (structureel karakter) De post onvoorzien staat structureel in de begroting, is € 150.000 en wordt ook als weerstandscapaciteit aangemerkt. Het is een structureel opgenomen
De benodigde weerstandscapaciteit
begrotingspost, waartegenover geen directe uitgaven geraamd staan en die ingezet wordt voor onvoorziene, incidentele tegenvallers.
Indien alle geïdentificeerde gemeentelijke risico’s zich gelijktijdig en in maximale omvang voor zouden doen is een bedrag van € 53,1 miljoen benodigd.
Kapitalisatiefactor
Dit zal in de praktijk echter niet het geval zijn, zodat het reserveren van dit
Gezien de structurele beschikbaarheid en de mogelijkheid om de onbenutte
maximale bedrag niet noodzakelijk is. De risicosimulatie toont aan dat met
belastingcapaciteit en de post onvoorzien structureel in te zetten ter
een waarschijnlijkheid van 90% een bedrag van € 9,9 miljoen voldoende is om
dekking van risico’s wordt conform de beleidsnota ‘risicomanagement en
de geïdentificeerde risico’s in financiële zin te kunnen afdekken (= benodigde
weerstandvermogen’ een kapitalisatiefactor toegepast van 2,5.
weerstandscapaciteit).
De beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: A. De vrij aanwendbare algemene reserves (incidenteel karakter) Deze bestaan uit: Algemene reserve
134
Stand
31-12-2024
€
15.432.098
Algemene saldireserve
€
0
Totaal
€
15.432.098
135
De beschikbare weerstandscapaciteit ziet er voor de gemeente Roosendaal per
> Het risico ‘Beheer openbaar groen’ is hoger geworden door het risico op overlast door exoten en klimaatverandering en is daardoor in de Top 10
31-12-2024 als volgt uit:
gekomen. Begroting 2023 (per 31-12-2023)
Begroting 2024 (per 31-12-2024)
Structureel karakter Onbenutte belastingcapaciteit (OZB)
289.320
298.280
Post Onvoorzien
150.000
150.000
439.320
448.280
2,5
2,5
1.098.300
1.120.700
Kapitalisatiefactor structurele beschikbaarheid subtotaal weerstandscapaciteit exploitatie
> Het risico Terugloop parkeeropbrengsten is verlaagd, omdat de parkeervraag zich na corona hersteld heeft, hierdoor valt het risico buiten de Top 10. > De hoge inflatie kan leiden tot benodigde correcties van begrotingsbedragen, dit risico is nieuw in de Top 10. Let op: Voorzichtigheid blijft geboden Voor de duidelijkheid: de hoogte van de weerstandsratio zegt niets over eventuele vrije ruimte binnen de begroting. Onder elke bestemmingsreserve liggen immers plannen. Aanwending van deze reserves voor het afdekken van
Incidenteel karakter Vrij aanwendbare algemene reserves:
15.815.700
15.432.100
risico’s die zich voordoen, heeft consequenties voor de huidige onderliggende
Vrij aanwendbare bestemmingsreserves:
20.989.700
23.630.300
plannen.
subtotaal weerstandscapaciteit vermogen
36.805.400
39.062.400
Kengetallen
Totale weerstandscapaciteit
37.903.700
40.183.100
Het besluit tot wijziging van het BBV is in mei 2015 aangepast vastgesteld. Er dienen kengetallen opgenomen te worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (Artikel 11 BBV). Het betreft:
De beoordeling van het weerstandsvermogen
> netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de volgende ratio en bedraagt per
> solvabiliteitsratio;
31 december 2024:
> grondexploitatie;
leningen;
> structurele exploitatieruimte; Ratio weestandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
€ 40,2 mln € 9,9 mln
= 4,1
> belastingcapaciteit. Het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) is een provinciaal
In de nota ’beleid risicomanagement en weerstandsvermogen’ is het streefgetal
toezichtskader waarin signaleringswaarden staan hoe de in deze paragraaf
voor het weerstandsvermogen vastgesteld op een minimale waarde van 1,0.
genoemde kengetallen te interpreteren. Het betreft geen normering, de invoering
De ratio van het weerstandsvermogen per 31 december 2024 voldoet met
van de set van vijf kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie
de waarde 4,1 ruimschoots aan deze norm. Ten opzichte van de begroting
voor raadsleden inzichtelijker te maken.
2023 is de weerstands-ratio 0,8 hoger. Dit wordt enerzijds verklaard door een hogere beschikbare weerstandscapaciteit, met name door het saldo in
Signaleringswaarden financiële kengetallen (GTK 2020)
het Investeringsfonds. Anderzijds is de benodigde weerstandscapaciteit lager geworden, dit wordt verklaard door een aantal verlaagde risico’s, zie hieronder voor de belangrijkste wijzigingen in de Top 10. De belangrijkste wijzigingen in de Top 10 risico’s ten opzichte van de begroting 2023 zijn: > De toegenomen verkopen en bestaande opties bij bedrijventerrein Majoppeveld hebben dat risico aanzienlijk verlaagd, waardoor het niet meer in de Top 10 staat. > Het risico op de stijging van het aantal bijstandsklanten is naar beneden bijgesteld, vanwege de krapper wordende arbeidsmarkt. > Het risico van de overschrijding WMO is naar beneden bijgesteld, omdat
Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote
<90 %
90-130 %
>130 %
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90 %
90-130 %
>130 %
Solvabiliteitsratio
>50 %
20-50 %
<20 %
Grondexploitatie
<20 %
20-35 %
>35 %
Structurele exploitatieruimte (begroting)
>0 %
0%
<0 %
Belastingcapaciteit
<95 %
95-105 %
>105 %
de verwachting is dat de inzet middels business cases en het starten met indicatieloze dagbesteding positief uitpakt op het gebruik van het voorliggend
Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze van de kengetallen heeft
veld.
geen functie als normeringinstrument in het kader van het financieel toezicht
> Voor het risico ‘Overschrijding Beschermd Wonen’ is de verwachting dat de
136
door de provincies. De invoering van de set van vijf kengetallen is voornamelijk
financiele herverdeling voor onze regio per 2024 voordelig uitpakt. Het risico is
bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken.
verkleind en valt uit de top 10.
De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de 137
raad in de beoordeling van de financiële positie kan betrekken. De kengetallen
Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat als dit kengetal onder de
zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk
20% zit, dat het dan kan worden gezien als ‘minst risicovol’. Dit is in Roosendaal
en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële
het geval.
positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend moeten worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling (26 oktober 2015, nr. 2015-0000611752).
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De woonlasten zijn voor de gemeente de belangrijkste eigen
Begroting 2024
belastinginkomstenbron. De hoogte van de woonlasten geeft aan in hoeverre
Verloop van de kengetallen
de gemeente relatief hoog zit met de woonlasten ten opzichte van de WOZ-
Jaarverslag 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
netto schuldquote
36%
67%
71%
78%
84%
85%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
36%
67%
71%
78%
84%
85%
solvabiliteitsratio
32%
19%
18%
16%
13%
11%
structurele exploitatieruimte
0%
7%
0%
1%
- 3%
- 1%
grondexploitatie
13%
11%
5%
4%
2%
2%
investeringen en externe ontwikkelingen als hoge inflatie en CAO stijgingen een
belastingcapaciteit
104%
99%
104%
104%
104%
104%
minder positief beeld zien voor nu en de toekomst. Acute maatregelen zijn op
Kengetallen:
waarden in vergelijking met andere gemeenten. Signaal: het provinciaals toezichtskader geeft aan dat een percentage boven de 105% als ‘meest risicovol’ kan worden gezien. Het klopt dat in Roosendaal het tarief voor de woonlasten hoger is dan landelijk. In paragraaf 1 Lokale heffingen wordt het tarief nader toegelicht. Conclusie: De kengetallen laten als gevolg van genomen besluiten over
dit moment niet nodig. Wel maken we als college nu pas op de plaats en doen we geen nieuwe beleidsvoorstellen. We hebben op dit moment nog voldoende
Beoordeling kengetallen
sturingsmogelijkheden om het beeld weer in positieve zin bij te draaien. De komende tijd zullen we gebruiken om te inventariseren aan welke knoppen we
Netto schuldquote
kunnen en willen draaien om in de toekomst meer structurele financiële ruimte te
De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden aan in relatie tot de
creëren en financieel gezond te blijven. Dit alles om ervoor te zorgen dat we ook
jaarlijkse inkomsten en geeft hierdoor een indicatie van de flexibiliteit van de
in de toekomst onze taken en ambities uit kunnen blijven voeren.
begroting. Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat indien dit kengetal lager is dan 90% dat het als ‘minst risicovol’ wordt gezien. Dit is in Roosendaal het geval. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen en het totaal vermogen aan. Het geeft daarmee een indicatie of een gemeente haar bezit zeer zwaar belast met schuld. Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal tussen de 20% en 50% als ‘neutraal’ kan worden gezien. Bij de gemeente Roosendaal heeft het college grote ambities en zijn er veel investeringen gepland, waarvoor deels extra vreemd vermogen voor wordt aangetrokken en deels het eigen vermogen voor wordt aangewend. Deze combinatie zorgt voor een solvabiliteit net onder de 20%. Op dit moment vraagt dit nog niet om een directe actie. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan in hoeverre structurele lasten ook gedekt worden met structurele baten. Signaal: : het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal boven de 0% als ‘minst risicovol’ kan worden gezien. Dit is in Roosendaal voor 2024 het geval. Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Het is lastig om een norm te bepalen voor dit kengetal.
Wel geeft het aan of een gemeente veel geld heeft gestopt in haar grondexploitatie, dit geld dient namelijk nog wel terugverdiend te worden. De laatste jaren ligt met name de focus op het ontwikkelen van beschikbare gronden, daarnaast zijn de gronden afgewaardeerd naar actuele boekwaarden. 138
139
Paragraaf 3. Financiering
Renteontwikkeling
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente
De rente op de geldmarkt vertoont een opgaande lijn. De Europese Centrale Bank
Roosendaal haar activiteiten voor het komende jaar gaat financieren.
(ECB) voert op dit moment een beleid waarmee de rente geleidelijk, afhankelijk van de Europese ontwikkelingen op de geldmarkt, wordt verhoogd. Het effect
We staan voor een transparante en duurzame wijze van financiering van onze
voor de gemeente is een stijgende rentelast.
activiteiten. Als doelen zijn geformuleerd:
Renteschema
> Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. > Het beschermen van het gemeentelijk vermogen en resultaat tegen financiële
Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording is onderstaand renteschema opgenomen.
risico’s, zoals rente-, koers-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. > Het minimaliseren van de interne en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities.
Renteschema 2024 (Bedragen x € 1.000)
> Het optimaliseren van de banksaldi en renteresultaten.
a.
> Deze doelen worden binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale b.
Overheden (Fido), Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) en verder Wet
De externe rentelasten over korte en lange financiering
2.428
Rentelasten verwacht financieringstekort
1.596
De externe rentebaten
-/-
Saldo rentelasten en rentebaten
verplicht Schatkistbankieren (vSB) respectievelijk de limieten en richtlijnen van
237 3.787
het Treasury statuut uitgevoerd.
Kasgeldlimiet Renterisico vlottende schuld
c1.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
c2.
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
353 0 -/-
Het financieren van de gemeentelijke activa en exploitatie door middel van
Aan taakvelden toe te rekenen rente
353 3.434
kortlopende geldleningen heeft twee voordelen: er kan snel worden ingespeeld op mutaties in de financieringsbehoefte en bij een normale rentestructuur -
d1.
Rente over eigen vermogen
0
waarin het aantrekken van lange geldleningen duurder is dan korte geldleningen
d2.
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0
- is het een relatief goedkope financieringsvorm. Tegenover deze voordelen
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
3.434
staat echter het nadeel van de korte rentevastheid, waardoor de gemeentelijke huishouding gevoelig wordt voor schommelingen in de rentestand. Om deze
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
rentegevoeligheid te beperken heeft de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld.
f.
Renteresultaat op het taakveld treasury (-/- = voordeel)
-/-
4.534 - 1.100
Deze limiet stelt een maximum aan de omvang van de netto vlottende schuld
Financieringssaldo
die de gemeente mag hebben. Er is sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet wanneer het kwartaalgemiddelde van de netto vlottende schuld gedurende twee opeenvolgende kwartalen hoger is dan de berekende limiet. Het
In de financiering van de gemeentelijke investeringen wordt deels door interne en
percentage voor de limiet is bepaald op 8,5% van de begrotingsomvang met een
deels door externe middelen voorzien.
minimum van € 300.000. In onderstaande tabel is de kasgeldlimiet berekend. Lasten in de kolom 2024 zijn volgens de gegevens zoals die bij ons bekend waren
Boekwaarde (Bedragen x € 1.000)
op 06-9-2023. In dit bedrag zijn de lasten mutaties van de aanbiedingsnota en de amendementen, uiteraard, nog niet verwerkt.
Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1.000 )
A. Investeringen: Grondexploitatie Overige investeringen Totaal investeringen (A)
2023 Primair
2023 Primair + 1e wijziging
2024 Primair*
Omvang lasten programmabegroting*
282.979
283.129
319.020
Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)
24.053
24.066
27.117
B. Financiering: Interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) Externe financieringsmiddelen (langlopende geldleningen en waarborgsommen) Totaal financieringsmiddelen (B) Financieringssaldo (B-A)
Rekening Begroting Begroting Rekening balansstand prognose prognose balansstand 31-12-2022 balansstand balansstand 31-12-2021 (Na resultaat 31-12-2023 31-12-2024 verdeling) 43.190 200.849 244.039
41.447 225.975 267.422
23.505 272.998 296.503
17.286 322.570 339.856
125.723
136.274
118.429
106.873
104.050 229.773
98.000 234.274
86.875 205.304
79.950 186.823
-/- 14.266
-/- 33.148
-/- 91.199
-/- 153.033
(1) Stand in de begroting voor het jaar 2024 op 28-8-2023 De in de tabel opgenomen berekeningen zijn gemaakt vanuit de stand van de huidige informatie en vragen om nadere toelichting.
140
141
miljoen. Door het afzetten van de jaarlijkse mutatie in de investeringen van
Vaste uitzettingen Mutaties vaste uitzettingen
2020 t/m 2022 blijkt dat circa 50% hiervan wordt gerealiseerd. Daarom is dit
Vaste uitzettingen zijn door de gemeente verstrekte geldleningen met een rente
percentage van 50% gehanteerd voor de berekening van de rentelasten voor het
typische looptijd van één jaar of langer. Dergelijke leningen worden enerzijds
verwachte financieringstekort. In de begroting 2024 is hiervoor € 1.596 miljoen
verstrekt in het kader van de publieke taakuitoefening, anderzijds in perioden
opgenomen.
waarin er sprake is van een liquiditeitenoverschot. Dit laatste komt echter -
Per 31 december 2023 is er een begroot restant financieringstekort van € 91
zeker de laatste jaren - niet of nauwelijks voor. In onderstaand overzicht staan Door het naar verwachting wederom achterblijven van investeringen in 2024
de partijen vermeld aan wie door de gemeente Roosendaal in het verleden
t.o.v. de begroting 2024 is de verwachting dat het werkelijke financieringstekort
geldleningen zijn verstrekt, en ook de restantschuld en de ontstaansgrond van de
over het jaar 2024 minder zal zijn dan begroot. Per 31 december 2024 wordt een
leningen.
financieringstekort verwacht van circa € 150 miljoen. De feitelijke omvang van het financieringstekort is onder andere afhankelijk van het daadwerkelijke verloop van de geplande investeringen en de dagelijkse ontvangsten en betalingen gedurende het jaar 2024.
Bedragen x € 1.000 Geldnemer
Ontstaansgrond
Rekening 31-12-2022
Begroting 01-01-2024
350
600
Uitvoering Participatie Wet
Leningen Participatie Wet Krediethypotheken Participatie Wet
84
84
Uitvoering Participatie Wet
Leenbijstand BBZ
543
543
Uitvoering Participatie Wet
geldleningen (Lang geld). De resterende € 20 miljoen financieren wij met kort
Stimuleringsleningen Woon-Werk loca-ties
87
95
Volkshuisvesting
geld (Kasgeldleningen).
Startersleningen Roosendaal
De herfinanciering van het financieringstekort per ultimo 2024 kan worden ingevuld door een (her)financiering van maximaal € 130 miljoen aan nieuwe
11.563
14.916
Volkshuisvesting
Startersleningen Nieuwbouw dorpen
0
0
Volkshuisvesting
Vaste schuld Mutaties vaste schuld
Startersleningen Huurwoningen Alwel
118
134
Volkshuisvesting
Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden aangegaan met een
Stimuleringsleningen
rente typische looptijd van één jaar of langer. Daartoe wordt overgegaan
Verzilverleningen
Duurzaamheidsleningen Roosendaal
Totaal
wanneer de liquiditeitsplanning aangeeft dat er sprake is van een structurele
581
1.307
Volkshuisvesting
1.918
3.229
Volkshuisvesting
43
118
Deelneming in NV
15.287
21.026
financieringsbehoefte.
Renterisico vaste schuld
Debiteurenrisico op verstrekte leningen
In de Wet Fido is onder andere de renterisico norm met betrekking tot de vaste
Aan het voor langere tijd verstrekken van middelen aan derden kleeft het
schuld opgenomen. Deze norm dient decentrale overheden aan te zetten tot
gevaar dat deze derden op een onvoorzien moment niet meer aan hun
het spreiden van hun lange termijn renterisico door bij het samenstellen van de
aflossingsverplichting kunnen voldoen.
leningenportefeuille door middel van de verschillende rente typische looptijden
Ten aanzien van geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak