CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5b-06. RAV.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5b: Raadsvoorstel 037 - Toestemming vaststelling gewijzigde gemeenschappelijke regelingen5.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Beoordelingsformulier definitief wijzigingsvoorstel zaaknummer collectief raadsvoorstel: 817670

Naam gemeenschappelijke regeling

RAV

1

Zienswijze over ontwerpwijziging ingebracht door college van Roosendaal? X Ja □ Nee (indien nee, dan is vraag 2 niet relevant)

2

Komt bestuur GR tegemoet aan zienswijze college Roosendaal? □ Ja (indien ja, dan is vraag 3 niet relevant) X Nee (dan toelichten bij vraag 3)

3

Toelichting op niet tegemoetkomen zienswijze Roosendaal: P&C-cyclus (artikel 34, 34b en 35 Wgr) In de ontwerpwijziging GR houdt men in artikel 19 lid 3 voor de aanlevering van de ontwerpbegroting uiterlijk 5 april aan in plaats van de in de concept Nota VP genoemde voorkeursdatum. Zienswijze: De raad merkt op dat het advies in de NVP is, dat het beter is om alleen te verwijzen naar de termijnen, maar deze niet op te nemen in de gemeenschappelijke regeling. Reactie GR: Deze voorgestelde aanpassing is niet doorgevoerd, aangezien de Nota Verbonden Partijen slechts de gemeenten van de regio West-Brabant betreft. Conclusie: Het is niet in strijd met de wet of het algemeen belang dus stemmen we in. Uittredingsvoorwaarden (artikel 9, lid 1 Wgr) De artikelen 23 en 25 bevatten weliswaar bepalingen over uittreding en opheffing, maar regelen niet inhoudelijk de daaraan verbonden voorwaarden en gevolgen. Er wordt onvoldoende aandacht besteed aan de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten bij uittreding. Daarmee wordt niet voldaan aan de Wgr. Zienswijze: De raad adviseert Hoofdstuk 11 van de GR RAV op dat onderdeel in overeenstemming te brengen met de Wgr. Reactie GR: Artikelen 23 en 25 zijn vooralsnog niet aangepast.

De genoemde bepalingen rondom vermogen van het samenwerkingsverband en de deelnemende gemeenten zijn weinig relevant vanwege de taak en de wijze van financiering van de GR RAV, waarbij zeggenschap over beleid en financiering is belegd bij respectievelijk de minister van VWS en de zorgverzekeraars. Daarnaast vanwege het feit dat de GR RAV geheel binnen het eigen budget opereert en geen financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten krijgt. Conclusie: Wij kunnen ons vinden in de redenatie van RAV.

4

Zijn er overige inhoudelijke opmerkingen over het definitieve wijzigingsvoorstel? □ Ja (indien ja, dan toelichten bij vraag 5) X Nee (indien nee, dan is vraag 5 niet relevant)

-1-

5

Toelichting op inhoudelijke opmerkingen over het definitieve wijzigingsvoorstel

6

Is er een reden om toestemming vanwege strijd met het algemeen belang of strijd met het recht te onthouden? □ Ja (indien ja, dan toelichten bij vraag 7) X Nee (indien nee, dan is vraag 7 niet relevant)

7

Toelichting op onthouden toestemming

8

Overige opmerkingen Een wijziging van de GR wordt, na goedkeuring door de raad, vastgesteld door de colleges. Onderaan de GR staat echter dat de wijziging van de GR RAV door het AB op 27 juni 2024 wordt vastgesteld. Dit klopt niet: er moet staan dat het AB op 27 juni heeft vastgesteld dat, conform artikel 24, tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten die tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen, de wijziging heeft vastgesteld.

-2-

Aan de Colleges en Raden van de gemeenten die deelnemen in de GR Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Brabant Midden-West-Noord

Kenmerk:

RAVUIT030424wijzgr2

Datum:

3 april 2024

Behandeld door:

Gezie Pelkmans

E-mail:

directiesecretaris@ravbrabantmwn.nl

Onderwerp:

Definitief wijzigingsvoorstel GR RAV Brabant MWN

Geacht College, geachte Raad,

Namens het Algemeen Bestuur bieden wij u aan het definitieve wijzigingsvoorstel inzake de Gemeenschappelijke Regeling (GR) RAV Brabant Midden-West-Noord (versie 8, 1 juli 2024). De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) maakt aanpassing van de GR RAV Brabant MWN noodzakelijk. Op 28 september 2023 zonden wij u het wijzigingsvoorstel met het verzoek om vóór 1 januari 2024 uw zienswijze kenbaar te maken. De ontvangen zienswijzen en adviezen zijn verwerkt in dit 2e wijzigingsvoorstel. Na ontvangst van akkoord van 2/3 van de deelnemende gemeenten (die 2/3 van het aantal inwoners vertegenwoordigen) kan de GR RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8 worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 27 juni 2024. Hiermee kan de GR RAV versie 8 per 1 juli 2024 van kracht zijn, waarmee wordt voldaan aan de wettelijk bepaalde ingangsdatum. Graag vernemen wij uw akkoord inzake het definitieve wijzigingsvoorstel, uiterlijk 26 juni 2024.

RAV Brabant Midden-West-Noord Postbus 3024 5003 DA Tilburg 085 044 22 00

www.ravbrabantmwn.nl info@ravbrabantmwn.nl

Indien u vragen heeft over het bovenstaande, kunt u contact met ons opnemen via bovenstaand e-mailadres.

Hopend u hiermede voldoende te hebben ingelicht,

Met vriendelijke groet,

Jan de Waard, algemeen directeur en secretaris van het bestuur RAV Brabant Midden-West-Noord

Bijlagen:

- bijlage 1: Definitief wijzigingsvoorstel GR RAV Brabant MWN (versie 7 naar versie 8) - bijlage 2: Overzicht ontvangen reacties wijzigingsvoorstel - bijlage 3: Overzicht verwerkte zienswijzen en adviezen

2

Zienswijzen gemeenteraden op 1e wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling RAV Brabant Midden-West-Noord Stand van zaken per 11 maart 2024: van de 35 gemeenten hebben er 26 gereageerd, waarvan 20 gemeenten akkoord zijn zonder zienswijze (zie excelbestand). De ontvangen zienswijzen en adviezen zijn hieronder zoveel mogelijk gebundeld per onderwerp. De nieuwe Nota Verbonden Partijen van de gemeenten regio West-Brabant is ontvangen. Hierin zijn, behalve de opmerkingen hieronder gemarkeerd met een *, geen zaken opgenomen die van effect zijn op de GR RAV. Bijgevoegd is het 2e wijzigingsvoorstel GR RAV versie 8. De aanpassingen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van de zienswijzen/adviezen zijn hierin ROOD gemarkeerd. Om verwarring te voorkomen zijn de aanpassingen van het 1e wijzigingsvoorstel die zonder opmerkingen zijn geaccepteerd BLAUW weergeven.

ZIENSWIJZE Tekstuele correcties In artikel 15 l¡d 9 wordt verwezen naar wet medezeggenschap cliëntenraden in de zorg. Dit moet echter zijn de wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018). Daarnaast wordt in dit artikel gesproken over cliënten en burgers. In de Wet gemeenschappelijke regelingen worden de termen ‘ingezetenen’ en ‘belanghebbenden’ gebruikt.

Door

V

Voorstel actie RAV

Zundert Etten-Leur Halderberge Rucphen Roosendaal

V

Artikel 15 lid 9 is als volgt aangepast (conform voorstel Halderberge): ‘Er is een clientenraad als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet medezeggenschap clienten zorginstellingen 2018. Patienten van de RAV, ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden via de clientenraad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken’.

Wet Kwaliteitszorg Zorginstellingen is per 1 juli 2023 ingetrokken en vervangen door de Wet kwaliteit, geschillen en klachten zorg.

Halderberge

V

Tekstuele aanpassing doorgevoerd op pagina 1.

Artikel 1, lid 2 verwijst naar ‘de raad’. Artikel 1, lid 1 bevat wel een definitie van ‘college’ maar niet van ‘raad’.

Halderberge Rucphen

V

Definitie van ‘raad’ is als volgt toegevoegd aan artikel 1, lid 1: d. raad: de raad van een gemeente

Planning & control Artikel 19 lid 3: Toevoegen: als in de Nota Verbonden Partijen* eerdere termijnen dan de wettelijke termijnen zijn opgenomen, zijn deze van toepassing.

Zundert Etten-Leur Geertruidenberg

X

Deze voorgestelde aanpassing is niet doorgevoerd, aangezien de Nota Verbonden Partijen slechts de gemeenten van de regio West-Brabant betreft. In de toelichting op de GR RAV is opgenomen dat de wettelijke termijnen worden aangehouden boven de voorwaarden in de Nota Verbonden Partijen, omdat de Nota Verbonden Partijen slechts de gemeenten van de regio West-Brabant betreft, en niet de gemeenten van Midden-Brabant en Brabant-Noord.

Artikel 19 lid 3 Voor aanlevering van de ontwerpbegroting wordt 5 april genoemd. Liever geen datum noemen maar verwijzen naar de Nota Verbonden Partijen*.

Roosendaal

X

Idem

Artikel 19 lid 3 Oude tekst: Het dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting ter formulering van een zienswijze naar de raden uiterlijk op 5 april in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Tekstvoorstel Halderberge: Het dagelijks bestuur doet de raden van de deelnemende gemeenten voor 5 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het verzoek om hun zienswijze op de ontwerpbegroting naar voren te brengen.

Halderberge Rucphen

V

Artikel 19 lid 3 is aangepast conform tekstvoorstel.

Artikel 19 lid 4 Het algemeen bestuur kan besluiten om ook bij andere onderwerpen de raden (toevoegen: en de colleges) de gelegenheid te geven om hun zienswijze te geven.

Halderberge

V

Rucphen stemt in met het voorstel van het DB om geen zienswijze van de raden te vragen voor de kadernota, omdat

Rucphen

n.v.t. Geen actie nodig.

Met opmerkingen [Wd1]: heb hier nog even naar zitten kijken. Zit hier een addertje onder het gras waardoor we de concept begroting al veel eerder moeten toesturen? als de gemeente voor 5 april hun zienswijzen kunnen aangeven moet de concept begroting al voor half januari naar de raden Met opmerkingen [PG2R1]: beetje onhandig geformuleerd idd, bedoeld wordt dat we de conceptbegroting uiterlijk 5 april toesturen. ik pas het iets aan.

Artikel 19 lid 4 is aangepast conform tekstvoorstel.

daartoe de tijd ontbreekt en geen financiële bijdrage van de gemeenten wordt gevraagd. Actieve informering Helderder omschrijven artikel 15 lid 7: Tekstvoorstel: Het dagelijks bestuur informeert de raden (toevoegen: en de colleges) na de vergadering van het algemeen bestuur over de besluiten die hij daarin nam. Daarnaast informeert het dagelijks bestuur de raden en de colleges over ontwikkelingen in het beleid of de organsatie die hij van belang acht.

Zundert Halderberge Rucphen Roosendaal

Adviescommissie gemeenteraden De raad van de gemeente Oosterhout vraagt aan alle GR’en Oosterhout om te bevorderen dat het initiatiefrecht van de raden t.a.v. zienswijzen en de participatie/inspraak in eerste instantie via gemeenten wordt georganiseerd, en vraagt of dit onderdeel kan worden van de definitieve wijzigingsvoorstellen.

V

Artikel 15 lid 7 is aangepast conform tekstvoorstel.

V

Het Dagelijks Bestuur van de RAV heeft in haar vergadering van 3 april besloten om dit advies niet over te nemen, gezien de taak en de wijze van financiering van de GR RAV, waarbij zeggenschap over beleid en financiering is belegd bij respectievelijk de minister van VWS en de zorgverzekeraars.

Wij zien graag dat de GR RAV Brabant Midden-West-Noord gebruik maakt van de mogelijkheid om een adviescommissie vanuit de gemeenteraden in te stellen.

Boxtel

V

Idem

Alsnog een vorm van participatie opnemen in de gewijzigde regeling.

Geertruidenberg

V

Idem

Gelet op de taak en wijze van financiering van de GR RAV wordt ingestemd met het NIET instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. Zeggenschap over beleid en financiering is belegd bij respectievelijk de minister van VWS en de zorgverzekeraars.

Rucphen

nvt

Geen actie vereist.

Archief en informatiebeheer

Artikel 17 Archief Halderberge verwijst naar een model archiefparagraaf voor een GR met een openbaar lichaam zoals de RAV in de Handreiking Inrichting informatie en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden (LOPAI, KIA,KVAN; Den Haag, november 2021). Deze voldoet aan de laatste inzichten op het gebied van informatie en archiefbeheer. Geadviseerd wordt de bepaling uit die paragraaf over te nemen. Evaluatie Artikel 22 Geadviseerd wordt de bepaling over de evaluatie te verplaatsen naar hoofdstuk 8 Informatie en verantwoording als artikel 16 (nieuw). Roosendaal adviseert de werkwijze en functioneren vierjaarlijks te evalueren, en tussentijds op voorstel van het AB. Artikelen 23 en 25 Wgr artikel 9, lid 1, bepaalt dat de GR bepalingen bevat over: - De voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden - De gevolgen voor het vermogen van het samenwerkingsverband - De gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten. De artikelen 23 en 25 bevatten weliswaar bepalingen over uittreding en opheffing, maar regelen niet inhoudelijk de daaraan verbonden voorwaarden en gevolgen. Daarmee wordt niet voldaan aan de Wgr. Geadviseerd wordt hoofdstuk 11 van de GR RAV op dat onderdeel in overeenstemming te brengen met de Wgr.

Halderberge Rucphen Roosendaal

V

Artikel 17 is uitgebreid met de relevante bepalingen uit de hiernaast genoemde archiefparagraaf in de Handreiking.

Halderberge Roosendaal

V

Artikel 22 wordt aangepast met de toevoeging om de werkwijze en functioneren vierjaarlijks te evaleren, en tussentijds op voorstel van het Algemeen Bestuur. Het artikel wordt niet verplaatst naar hoofdstuk 8.

Halderberge Rucphen Roosendaal

X

Artikelen 23 en 25 zijn vooralsnog niet aangepast. De genoemde bepalingen rondom vermogen van het samenwerkingsverband en de deelnemende gemeenten zijn weinig relevant vanwege de taak en de wijze van financiering van de GR RAV, waarbij zeggenschap over beleid en financiering is belegd bij respectievelijk de minister van VWS en de zorgverzekeraars. Daarnaast vanwege het feit dat de GR RAV geheel binnen het eigen budget opereert en geen financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten krijgt.

Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord

De raden en de colleges van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Bernheze, Boekel, Boxtel, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Hilvarenbeek, Land van Cuijk, Loon op Zand, Maashorst, Meierijstad, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Oss, Roosendaal, Rucphen, SintMichielsgestel, Steenbergen, Tilburg, Vught, Waalwijk, Woensdrecht en Zundert;

overwegende dat het voor een goede ambulancezorg van belang is samen te werken; -

dat deze samenwerking zich richt op ambulancezorg waarbij de patiënt centraal staat;

-

dat de ambulancezorg een onderdeel is van de keten van gezondheidszorg in Nederland;

-

dat de ambulancezorg daarnaast een belangrijke pijler is onder de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en het wenselijk is om het werkgebied te laten samenvallen met dat van de veiligheidsregio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; dat zij daarvoor een gemeenschappelijke regeling willen aangaan op de schaal van Middenen West-Brabant en Brabant-Noord en daarbij een openbaar lichaam willen instellen;

gelet op: de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Wet ambulancezorgvoorzieningen, Wet kwaliteit, geschillen en klachten zorg, de Wet toelating zorginstellingen, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Wet veiligheidsregio’s; besluiten de gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-WestNoord te wijzigen en conform de volgende tekst vast te stellen.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

1

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Begripsbepalingen

Begrippen

1. Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a.

wet: Wet gemeenschappelijke regelingen;

b.

regeling: deze gemeenschappelijke regeling;

c.

gemeente: aan de regeling deelnemende gemeente;

d.

college: college van burgemeester en wethouders van een gemeente;

e.

raad: de raad van een gemeente;

f.

werkgebied: het gezamenlijke grondgebied van de gemeenten in enerzijds het gebied Midden- en West-Brabant en anderzijds de gemeenten in het gebied Brabant-Noord; -

Midden- en West-Brabant: de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Woensdrecht en Zundert;

-

Brabant-Noord: de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxtel, Heusden, ’s-Hertogenbosch, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel en Vught;

g.

gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant;

h. ambulancezorg: zorg, erop gericht een zieke of gewonde ter zake van zijn aandoening of letsel hulp te verlenen en/of per ambulance te vervoeren; i.

Regionale Ambulancevoorziening (RAV): rechtspersoon waaraan vergunning is verleend tot het verlenen van ambulancezorg;

j.

meldkamer (ambulancezorg): meldkamer als bedoeld in artikel 35, eerste Lid Wet veiligheidsregio’s;

k.

directeur RAV: directeur die bevoegd en verantwoordelijk is voor de operationele directievoering van het openbaar lichaam;

l.

directeur publieke gezondheid: functionaris als bedoeld in artikel 14, tweede lid van de Wet publieke gezondheid en artikel 32, tweede lid van de Wet veiligheidsregio’s.

2. Waar de regeling een mannelijk voornaamwoord of een mannelijk functionarisbegrip gebruikt, bedoelt zij zowel mannelijke als vrouwelijke personen.

Hoofdstuk 2 Artikel 2

Algemene bepalingen

Het openbaar lichaam

1. Er is een openbaar lichaam, dat heet: Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-WestNoord. Het is gevestigd te Tilburg. 2. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

2

Hoofdstuk 3 Artikel 3

Doel, taken en bevoegdheden

Doel

1. Het openbaar lichaam heeft tot doel het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg. 2. Het openbaar lichaam probeert dit doel te bereiken met alle wettelijk toegestane middelen die daaraan naar zijn mening kunnen bijdragen. Artikel 4

Taken

1. Het openbaar lichaam heeft tot taak: -

het in stand houden van een Regionale Ambulancevoorziening voor Midden- en WestBrabant;

-

het in stand houden van een Regionale Ambulancevoorziening voor Brabant-Noord;

-

het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg voor Midden- en West-Brabant;

-

het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg voor Brabant-Noord;

-

het vaststellen en (doen) uitvoeren van regionale ambulanceplannen voor Midden- en West-Brabant en voor Brabant-Noord;

-

het (doen) leveren van een bijdrage aan de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen voor de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Veiligheidsregio BrabantNoord;

-

alle andere taken die naar de mening van het dagelijks bestuur kunnen bijdragen aan het bereiken van het in artikel 3, lid 1 genoemde doel en de hierboven genoemde taken.

Artikel 5

Bevoegdheden

1. Het openbaar lichaam heeft alle bevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken. 2. Het openbaar lichaam is, voor de Regionale Ambulancevoorziening Midden- en West Brabant en de Regionale Ambulancevoorziening Brabant-Noord, zorgaanbieder zoals bedoeld in artikel 1, aanhef onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg.

Hoofdstuk 4 Artikel 6

Het algemeen bestuur

Samenstelling

1. Het algemeen bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal deelnemende gemeenten. 2. De raden wijzen bij voorkeur als lid aan het collegelid met de portefeuille gezondheidszorg of het collegelid dat lid is van het algemeen bestuur van de GGD West-Brabant of de GGD Hart voor Brabant. Artikel 7

Zittingsduur

1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur wordt bepaald door de inhoud van artikel 13 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. De raad kan een door hem aangewezen lid ontslaan als dit zijn vertrouwen niet meer heeft, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van toepassing. 3. Het college meldt elke wijziging in het lidmaatschap zo snel mogelijk aan de voorzitter. Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

3

Artikel 8

Vergaderingen

1. Het algemeen bestuur vergadert overeenkomstig het bepaalde in de wet en in het Reglement van Orde van het algemeen bestuur. 2. Elk lid heeft in de vergadering één stem. 3. Elk lid kan maximaal één ander lid vertegenwoordigen in de vergadering. Een lid dat een ander lid in de vergadering vertegenwoordigt, overlegt een schriftelijke volmacht daartoe afkomstig van het lid dat de volmacht heeft verleend. 4. Voor het vaststellen van de begroting is daarnaast een meerderheid nodig van de leden die in totaal tenminste de helft vertegenwoordigen van het aantal inwoners van de gemeenten waarvan de leden een stem uitbrengen. 5. Voor het vaststellen van de inwoneraantallen van de gemeenten gelden de aantallen op 1 januari van het jaar vóór het begrotingsjaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Hoofdstuk 5 Artikel 9

Het dagelijks bestuur

Samenstelling

1. Het dagelijks bestuur bestaat tenminste uit de voorzitter en 5 andere leden, die allen ook lid zijn van het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur wijst deze leden aan, waarbij hij: -

drie leden aanwijst uit de leden van het dagelijks bestuur van de GGD West-Brabant;

-

drie leden aanwijst uit de leden van het dagelijks bestuur van de GGD Hart voor Brabant.

3. Het algemeen bestuur kan daarnaast ook leden van het dagelijks bestuur aanwijzen die geen lid zijn van het algemeen bestuur. 4. Het algemeen bestuur kan leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen. Artikel 10

Zittingsduur

1. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt of wanneer het lid van het dagelijks bestuur als zodanig ontslag neemt of krijgt verleend. 2. Het lid van het dagelijks bestuur dat ontslag neemt of krijgt verleend, blijft in functie totdat zijn opvolger de functie heeft aanvaard. Artikel 11

Vergaderingen

De artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van het dagelijks bestuur.

Hoofdstuk 6 Artikel 12

De voorzitter

Aanwijzing en vervanging

1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan. 2. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

4

3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wijst het dagelijks bestuur uit zijn midden een plaatsvervanger aan. 4. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen.

Hoofdstuk 7 Artikel 13

Bevoegdheden

Bevoegdheden van de bestuursorganen

1. Aan de bestuursorganen komen de bevoegdheden toe als bepaald in artikel 33 tot en met 33d van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij daarvan in deze regeling wordt afgeweken. Artikel 14

Overdracht bevoegdheden van algemeen bestuur aan dagelijks bestuur

1. Het algemeen bestuur draagt aan het dagelijks bestuur alle bevoegdheden over behalve de bevoegdheid tot: -

het vaststellen van de jaarstukken en het vaststellen en/of wijzigen van de begroting;

-

het besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen;

-

alle andere bevoegdheden die in wettelijke regelingen zijn opgenomen en niet overdraagbaar zijn of in deze regeling expliciet aan het algemeen bestuur zijn voorbehouden.

2. Het dagelijks bestuur draagt de uitoefening van zijn bevoegdheden in mandaat over aan de directeur RAV. Hiertoe wordt een mandaatregeling vastgesteld.

Hoofdstuk 8 Artikel 15

Informatie en verantwoording

Informatie en verantwoording

1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het algemeen bestuur is verplicht de raden en/of de colleges desgevraagd, en in ieder geval binnen zes weken, te informeren en inlichtingen te verschaffen over alle zaken over deze regeling. 4. Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer raden en/of colleges advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig vindt. 5. Het algemeen bestuur is verplicht de door een of meer leden van de raad of het college van een gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Zij verstrekken deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat daarom is gevraagd. 6. Elk lid van het algemeen bestuur is daarnaast verplicht de door een of meer leden van de raad of het college van zijn gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

5

7. Het dagelijks bestuur informeert de raden en de colleges na de vergadering van het algemeen bestuur over de besluiten die hij daarin nam. Daarnaast informeert het dagelijks bestuur de raden over ontwikkelingen in het beleid of de organisatie die hij van belang acht. 8. Elk lid van het algemeen bestuur is aan de raad en het college van de gemeente waarvan de raad hem als lid heeft aangewezen verantwoording schuldig voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat de raad of het college hem daarom heeft gevraagd. 9. Er is een clientenraad als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden via de cliëntenraad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken. 10. Deze regeling voorziet niet in het, op andere wijze dan bovenstaand vermeld, betrekken van ingezetenen van gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de RAV.

Hoofdstuk 9 Artikel 16

De organisatie

De directie

1. De directeur RAV is voorzitter van de directie en belast met de operationele directievoering. 2. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur RAV. 3. Het dagelijks bestuur kan naast de directeur RAV ook als leden van de directie aanwijzen: de directeur publieke gezondheid van de GGD Hart voor Brabant en de directeur publieke gezondheid van de GGD West-Brabant. 4. Bij een directie die uit meerdere personen bestaat, verdeelt zij onderling de taken en legt deze taakverdeling ter goedkeuring voor aan het dagelijks bestuur. 5. De directeur RAV is secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De artikelen 102 tot en met 106 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 17

Het archief

1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden, en stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 2. De directeur/secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voorzover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente ’s-Hertogenbosch. 4. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voorzover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente ’sHertogenbosch. 5. De archivaris van de gemeente ’s-Hertogenbosch brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

6

6. Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer.

Hoofdstuk 10 Artikel 18

Financiën

Algemeen

1. Op dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing Titel IV van de Gemeentewet voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet is afgeweken. 2. Het algemeen bestuur stelt verordeningen vast overeenkomstig de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet. 3.

De gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Artikel 19

De begroting

1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast conform het bepaalde in artikel 34 en 35 van de wet. De begroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2. De begroting en de meerjarenraming zijn gebaseerd op het door het algemeen bestuur vastgesteld regionaal ambulanceplan. 3. Het dagelijks bestuur doet de raden van de deelnemende gemeenten voor 5 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het verzoek om hun zienswijze op de ontwerpbegroting naar voren te brengen. 4.

Het algemeen bestuur kan besluiten om ook bij andere onderwerpen de raden en de colleges de gelegenheid te geven om hun zienswijze te geven.

Artikel 20

De jaarstukken

1. Het dagelijks bestuur legt verantwoording af aan het algemeen bestuur van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam in elk dienstjaar, onder overlegging van de jaarstukken met daarbij behorende bescheiden. Hij voegt daarbij een verslag van bevindingen van de accountant overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast conform het bepaalde in artikel 34 van de wet. Het dagelijks bestuur deelt dit mee aan de raden en aan gedeputeerde staten. 3. Het dagelijks bestuur stuurt de jaarstukken naar de raden voor 15 april van het jaar na het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben. 4. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden ontlast de vaststelling van de jaarstukken de leden van het dagelijks bestuur van het daarin verantwoorde financieel beheer.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

7

Hoofdstuk 11 Artikel 21

Toetreden, uittreden, wijzigen en opheffen

Toetreden

Een gemeente kan toetreden tot deze regeling na instemming van twee derde van het aantal leden van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding. Artikel 22

Evaluatie

Het algemeen bestuur evalueert elke vier jaar het functioneren van de regeling en betrekt de raden bij die evaluatie. Op voorstel van het algemeen bestuur kan tussentijdse evaluatie plaatsvinden. Artikel 23 1.

Uittreden

Elke gemeente kan bij besluit van de raad en het college de deelname aan deze regeling opzeggen met ingang van twee kalenderjaren na het jaar waarin zij dit besluit nemen. De gemeente brengt dit besluit direct ter kennis van het dagelijks bestuur.

2.

Het algemeen bestuur regelt de financiële verplichtingen en de andere gevolgen van de uittreding.

3.

Als het algemeen bestuur bij meerderheid van tenminste twee derde van het aantal leden die samen ook tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen daartoe besluit, kan hij een kortere termijn toestaan dan de in lid 1 genoemde termijn.

4.

Het algemeen bestuur brengt elk besluit tot uittreding direct ter kennis van de gemeenten.

Artikel 24

Wijzigen

1. Deze regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de raden en de colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten die samen tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen. 2. Als een wijziging niet bepaalt wanneer deze in werking treedt, gaat de wijziging in op de eerste dag na die van de bekendmaking in de Staatscourant door het gemeentebestuur van Tilburg. Artikel 25

Opheffen

1. Deze regeling kan worden opgeheven bij eensluidende besluiten van de raden en colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten die samen tenminste twee derde van het aantal inwoners vertegenwoordigen. 2. Bij opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt, nadat hij de raden en colleges van de gemeenten heeft gehoord, een liquidatieplan op, dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Daarbij kan hij van deze regeling afwijken. 3. Het algemeen bestuur stelt het definitieve afwikkelingsvoorstel voor de liquidatie en de vereffening vast. 4. De organen van het openbaar lichaam blijven na de opheffing in functie totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

8

Hoofdstuk 12

Slot

Artikel 25 1. De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. De regeling heeft een toelichting. 3. Deze regeling heet Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord. 4. Het gemeentebestuur van Tilburg zorgt voor bekendmaking van het besluit tot vaststelling van de regeling, van de besluiten tot wijziging en opheffing van de regeling en van de besluiten tot toetreding en uittreding in de Staatscourant en stuurt deze besluiten naar gedeputeerde staten

Aldus als 7e wijziging GR RAV (versie 8) vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de RAV Brabant Midden-West-Noord in haar vergadering van 27 juni 2024,

………………………………….. de voorzitter,

………………………………….. de secretaris,

M. Witte

J. de Waard

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

9

Toelichting op de Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord Met deze regeling stellen de deelnemers de Regionale Ambulancevoorziening Brabant MiddenWest-Noord (hierna: RAV) in. De regeling omvat het werkgebied van twee veiligheidsregio’s, wat schaalvoordelen oplevert. De regeling is gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hieronder volgt, waar nodig, een toelichting per artikel. Artikel 4

Taken

Een RAV sluit voor zover nodig een samenwerkingsverband met alle ambulancediensten in het werkgebied en met de meldkamer ambulancezorg (MKA). De RAV is verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeleid, de beschikbaarheid en de doelmatigheid van de ambulancezorg, zoals die worden gesteld op grond van de Wet kwaliteit, geschillen en klachten zorg. Meldkamer ambulancezorg (MKA) valt zorginhoudelijk onder de RAV, zoals het politiedeel onder de politie en het brandweerdeel onder de brandweer valt. De kwaliteitseisen voor verantwoorde ambulancezorg gelden dus voor de meldkamer ambulancezorg in verband met het belang van indicatiestelling, zorgtoewijzing en zorgcoördinatie. Artikel 8

Vergaderingen (algemeen bestuur)

De besluitvorming in het algemeen bestuur gaat volgens de regel one man, one vote. Hierbij mag een AB-lid maximaal één ander AB-lid bij volmacht vertegenwoordigen. Bij een aantal in de regeling genoemde onderwerpen, zoals het vaststellen van de begroting, is er een gewogen stemverhouding op basis van het aantal inwoners van de gemeenten. Artikel 13

Bevoegdheden dagelijks bestuur

De bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn beschreven op basis van de artikelen 33a en 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In de mandaatregeling regelt het dagelijks bestuur de (gemandateerde) bevoegdheden van de directie en de wijze waarop zij daarover verantwoording aflegt. Artikel 19/20

De begroting/de jaarstukken

Nadat het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting naar de raden stuurt, kunnen zij daarop hun zienswijze geven. Hierbij worden de wettelijke termijnen aangehouden, boven de voorwaarden die zijn opgenomen in de Nota Verbonden Partijen. Dit omdat de Nota Verbonden Partijen slechts de gemeenten van de regio West-Brabant betreft, en niet de gemeenten van Midden-Brabant en Brabant-Noord. Het dagelijks bestuur voegt de zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor voldoende beschikbaarheid van ambulancezorg. Zij onderhandelen over de prijs van die zorg en over de kosten van de bedrijfsvoering en dragen daardoor zorg voor een goede organisatie van de hele spoedeisende zorgketen.

Gemeenschappelijke regeling RAV Brabant Midden-West-Noord versie 8

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1680/documents/43506