CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

34-2026 Woonconvenant Roosendaal 2026-2028.pdf

Commissie 11 juni 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 7: Raadsmededeling 34-2026 Woonconvenant Roosendaal 2026-20286.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

——

Raadsmededeling

Gemeente

Roosendaal Datum:

25 maart 2026

Van:

het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder Wethouder De Beer

Aan:

de raad van de gemeente Roosendaal

Onderwerp:

Woonconvenant Roosendaal 2026-2028

Bijlage:

Woonconvenant Roosendaal 2026-2028

Zaaknummer: 1646171

Kennisnemen van Het Woonconvenant Roosendaal 2026-2028 Inleiding Op grond van de Woningwet maken de gemeente, de woningcorporaties Alwel en Stadlander en de Huurders Adviesraad Roosendaal verplicht prestatieafspraken in een meerjarig kader over de lokale volkshuisvestingsopgave. Voor de komende periode zijn door deze partijen gezamenlijk nieuwe afspraken opgesteld en opgenomen in het Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028. Informatie/kernboodschap De gemeente, Alwel, Stadlander en de Huurders Adviesraad willen als gelijkwaardig partners samenwerken aan het realiseren van de volkshuisvestelijke beleidsdoelen van de gemeente Roosendaal. De samenwerking in dit partnerschap heeft tot doel om gezamenlijk het maximale te bereiken in een veranderende context waarin de urgentie hoog is. Binnen de eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden geeft elke partij hier richting aan. De prestatieafspraken zijn gebaseerd op het Volkshuisvestingsprogramma Roosendaal 2026-2029 en de Regionale Woonzorgvisie West-Brabant. In dit woonconvenant ligt de focus op vier grote opgaven waarvoor uitvoeringsafspraken zijn opgenomen: • • • •

Leefbaarheid en veiligheid. Beschikbaarheid en betaalbaarheid. Differentiatie en duurzaamheid. Wonen - welzijn — zorg.

Communicatie De gemeente publiceert het woonconvenant op de website, in overeenstemming met openbare informatieverplichtingen (WOO). Vervolg(procedure) De uitvoering van het convenant wordt aan de hand van een actuele Jaarschijf opgepakt. Als er in de convenantperiode onvoorziene ontwikkelingen zijn die invloed hebben op de inhoud van het woonconvenant, dan kan eventueel bestuurlijke bijsturing en/of actualisatie binnen de huidige meerjaren prestatieafspraken worden gedaan. De convenantpartners evalueren jaarlijks (in het najaar) in een Jaarschijf de werkafspraken van dat jaar en leggen voor het volgende jaar de concrete activiteiten en werkzaamheden vast. In het daaropvolgende voorjaar wordt de gemeenteraad met een Raadsmededeling geïnformeerd over de actuele Jaarschijf. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roosendaal, de burgemeester de secretaris

r

J. Klaucke

M. Buijs

Bijlage: 1. Woonconvenant Roosendaal 2026-2028.

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Datum: 4 maart 2026

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Voorwoord In dit document staan de meerjarige prestatieafspraken tussen de gemeente Roosendaal, woningcorporaties Alwel en Stadlander en huurdersorganisatie Huurders Adviesraad Roosendaal (HAR) voor de periode 2026 tot en met 2028. In het Woonconvenant Roosendaal 2026 – 2028 worden afspraken opgenomen om samen met de convenantpartners de woonopgave te realiseren waarbij het Volkshuisvestingsprogramma Roosendaal 2026 – 2030 het kader is. We spelen als partners daarmee in op wat de samenleving belangrijk vindt en we geven uitvoering aan de brede woonopgave waar we met elkaar voor staan. Een belangrijk opgave voor de komende jaren is het werken aan veerkrachtige wijken en dorpen. Daarbij sturen we op (het versnellen van) de woningbouw, woning- en bewonersdifferentiatie, het verbeteren van de woon- en leefomgeving en een sociale aanpak. Tegelijkertijd zorgen we voor verduurzaming en voor een betaalbare woningvoorraad die aansluit bij de woningbehoefte. Op deze manier benutten we het sterke woonmilieu in Roosendaal en houden we dorpen vitaal. De komende jaren zetten we een flinke stap op weg naar zelfredzame bewoners, samenredzame gemeenschappen en veerkrachtige wijken. We kiezen bewust voor meerjarige samenwerkingsafspraken, waarin we de ambities en de inhoudelijke agenda op hoofdlijnen vastleggen. De meeste opgaven vragen nu eenmaal om een langjarige inzet.

Dan helpt het om koersvast te zijn. Mét daarbij voldoende ruimte om waar nodig wendbaar in te spelen op veranderende omstandigheden. In dit Woonconvenant ligt de focus op vier grote opgaven, uitgewerkt in de volgende hoofdstukken: ▪ ▪ ▪ ▪

Leefbaarheid en veiligheid Beschikbaarheid en betaalbaarheid Differentiatie en duurzaamheid Wonen welzijn zorg

Jaarlijks vertalen we het Woonconvenant Roosendaal naar een jaarschijf. Daarbij evalueren we de afspraken uit het voorgaande jaar en nemen we concrete activiteiten op voor het daaropvolgende jaar. Zo maken we onze inzet concreet, kunnen we nieuwe ontwikkelingen een plek geven en weten we wat we van elkaar kunnen en mogen verwachten.

2

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Inhoudsopgave Voorwoord ..............................................................................................................2 1.

Veerkracht als handelingskader .........................................................................4

2.

Leefbaarheid en veiligheid .................................................................................6

3.

4.

5.

6.

2.1

Samenwerken aan veerkrachtige wijken ..................................................... 6

2.2

Schoon heel veilig als basis ....................................................................... 7

2.3

Veiligheid ................................................................................................. 7

Beschikbaarheid en betaalbaarheid ....................................................................9 3.1

Nieuwbouw .............................................................................................. 9

3.2

Beter benutten bestaande voorraad .......................................................... 10

3.3

Werkwijze versnelling .............................................................................. 10

3.4

Grondbeleid ............................................................................................ 10

3.5

Betaalbare woningvoorraad ...................................................................... 11

Differentiatie en duurzaamheid ........................................................................ 12 4.1

Differentiatie van de woningvoorraad ........................................................ 12

4.2

Sturen op instroom .................................................................................. 12

4.3

Duurzaamheid ......................................................................................... 13

Wonen welzijn zorg ........................................................................................ 15 5.1

Aandachtsgroepen ................................................................................... 15

5.2

Senioren met een zorgvraag ..................................................................... 16

5.3

Intensiveren samenwerking ...................................................................... 17

Samenwerking ............................................................................................... 18 6.1

Vormgeving van samenwerking ................................................................ 18

6.2

Werkwijze bij bijzondere omstandigheden ................................................. 18

Bijlage 1: Projectenlijst .......................................................................................... 20 Bijlage 2: Tabel grondprijzen.................................................................................. 21 Bijlage 3: Definities ............................................................................................... 22 Tekenblad............................................................................................................. 25

3

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

1. Veerkracht als handelingskader Roosendaal is volop in beweging. Er staan veel woningbouwprojecten op stapel. Dat is ook hard nodig, want het is de afgelopen jaren voor Roosendalers steeds lastiger geworden om een passende woning te vinden. Door woningen toe te voegen voorzien we in de grote woonbehoefte én voegen we kwaliteit toe. Door het behouden en aantrekken van o.a. gezinnen ontstaat een nieuwe positieve dynamiek en een goede voedingsbodem voor maatschappelijke voorzieningen. Tegelijkertijd maken we ons zorgen over de veerkracht van onze inwoners en met name in de naoorlogse wijken waar corporaties veel bezit hebben. We zien dat de leefbaarheid onder druk staat. We zien dat mensen in toenemende mate worstelen met de gevolgen van armoede, uitsluiting, structurele overlast, ondermijning en criminaliteit. De zelf- en samenredzaamheid, ook wel veerkracht genoemd, ligt in de Roosendaalse wijken onder het gemiddelde van Nederland. Met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid worden deze problemen aangepakt door grootschalige verbetering van leefomstandigheden en veiligheid in kwetsbare wijken. De langjarige en integrale strategie van het NPLV is in Roosendaal vertaald naar het Nationaal Programma Roosendaal (NPR).

Vanuit het NPR wordt structureel gewerkt aan het versterken van de veerkracht door te investeren in een zeker bestaan, een veilig gevoel en vertrouwen in de toekomst. De focuswijken Westrand, Kalsdonk, Langdonk, Kroeven en het Oude Centrum zijn onderdeel van het NPR. Deze wijken kunnen alleen maar ontlast worden als er meer balans en veerkracht in de gehele stad, inclusief de dorpen, ontstaat. We bouwen daarbij voort op de kracht en het potentieel van bewoners, organisaties en voorzieningen in wijken en buurten. Uiteindelijk willen we dat alle bewoners kansrijk opgroeien met bestaanszekerheid, geborgenheid en een mooi toekomstperspectief. De convenantpartners kiezen de veerkrachtmethodiek als strategische aanpak om de leefbaarheid en sociale cohesie in de NPR-wijken te vergroten. Deze methodiek neemt als vertrekpunt dat wijken en buurten in staat zijn om individueel en collectief niveauveranderingen met sociale impact, zoals armoede, eenzaamheid, onveiligheid of overlast, op te vangen. Een buurt heeft veerkracht als een toename van kwetsbare bewoners niet samengaat met een toename van problemen van overlast en onveiligheid. In lijn met de veerkrachtmethodiek werken we de komende jaren gelijktijdig aan vier strategieën: 1. Woningprogramma. We werken aan meer balans in de stad door spreiding van sociale huurwoningen over alle wijken en dorpen.

Dat doen we door middel van het toevoegen dan wel af laten nemen van sociale huur, het vergroten van aanbod voor bijzondere doelgroepen en het toevoegen van andere type woningen (middeldure huur, koopgarant en koopwoningen). 2. Woninggebruik. We sturen op instroom, stimuleren doorstroom van ouderen en ontwikkelen nieuwe woonconcepten. 3. Sociale aanpak. We bouwen aan sterkere gemeenschappen door zichtbare aanwezigheid en sociale ondersteuning vanuit het gebiedsnetwerk, woonconcepten gericht op sterke gemeenschappen en het faciliteren van bewonersparticipatie.

4

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

4. Leefomgeving. We zorgen voor een prettige woonomgeving door woningen te verduurzamen, goede voorzieningen, het verbeteren van de uitstraling van woningen en de omgeving, vergroening, inzet op schoon – heel - veilig en het creëren van ruimte voor ontmoeting.

5

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

2. Leefbaarheid en veiligheid Opgave en ambitie In verschillende wijken en buurten staan de leefbaarheid en veiligheid onder druk. We hanteren de veerkrachtmethodiek om op gemeentelijk niveau te sturen op leefbare en veerkrachtige wijken. In lijn met het Nationaal Programma Roosendaal (NPR) werken we aan de verbetering van de leefbaarheid en veiligheid. In dit Woonconvenant ligt de focus op de wijken Westrand, Kalsdonk en het Oude Centrum. Om de leefbaarheid en de veiligheid in deze wijken te verbeteren zorgen we voor schoon-heel-veilig en zetten we in op sterke gemeenschappen. We gaan daarbij uit van de kracht van de bewoners en de kracht van samenwerking.

2.1

Samenwerken aan veerkrachtige wijken

2.1.1 Gemeente en corporaties passen in de gemeente integraal de vier strategieën van de 'veerkracht-methodiek' toe voor de meeste impact: sociale aanpak, woningbouw, woninggebruik en leefomgeving. Door meerdere strategieën gelijktijdig toe te passen, komen sociaal en fysiek samen en wordt er in samenhang gewerkt aan het versterken van de veerkracht op wijkniveau. 2.1.2 Gemeente en corporaties bouwen aan sterke gemeenschappen in zowel de stad als de dorpen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het ‘Volkshuisvestingsprogramma Roosendaal 2026 - 2030’. We maken daarbij de verbinding met zorg- en welzijnspartijen voor laagdrempelige zorg en ondersteuning. Hiermee wordt de zelf- en samenredzaamheid bevorderd. De gemeente is opdrachtgever en stemt af met de corporaties. 2.1.3 Gemeente en corporatie zetten in op bewonersbetrokkenheid onder regie van de Alliantie van het NPR. Partijen starten in de focuswijken en breiden dit gefaseerd uit naar andere wijken waarbij het doel is om integraal en samen met inwoners binnen de wijk verschil te maken. Het leidende principe is: 1 wijk, 1 team, 1 taal. Partijen werken langs drie sporen: (1) sociale dragers als toegangspunt; (2) één professioneel gebiedsteam in de wijk; (3) versterken van het informeel netwerk. 2.1.4 In het werken aan bewonersparticipatie, gaan partijen uit van de kracht en regie van bewoners zelf.

Corporaties en gemeente maken hierbij gebruik van de ‘ABCD-methode’ (Asset-Based Community Development). De gemeente borgt deze aanpak in de opdrachtverlening aan in ieder geval WijZijn en Social Klus. 2.1.5 Gemeente en corporaties stimuleren gemeenschapsvorming en de ontmoeting tussen bewoners. Gemeente en corporaties dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van en activiteiten binnen ontmoetingsruimtes, het creëren van laagdrempelige ontmoetingsplekken in de openbare ruimte en het inzetten van community building. Alwel ontwikkelt samen met maatschappelijke partners woonconcepten die gericht zijn op gemeenschapsvorming, zoals bijvoorbeeld in Bovendonk en Coulissen.

6

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

2.2

Schoon heel veilig als basis

2.2.1 Corporaties zetten in op een schoon, heel en veilig woonklimaat als basis voor een leefbare woonomgeving. Alwel ontwikkelt en voert een tuinenaanpak uit, waarbij deze aanpak wordt gekoppeld aan grootonderhoud projecten. Alwel werkt hierbij actief samen met bewoners om hun betrokkenheid te waarborgen. Alwel deelt haar ervaringen en best practices met Stadlander, zodat ook Stadlander deze aanpak effectief kan toepassen. 2.2.2 Gemeente en corporaties zorgen voor goed en tijdig onderhoud van het bestaande vastgoed in de focuswijken Kalsdonk, Westrand en het Oude Centrum. Partijen stemmen jaarlijks hun meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) en de gemeentelijke beheerkalender op elkaar af, zodat kansen om onderhoud te combineren met verbeteringen in de leefomgeving optimaal worden benut (“werk met werk maken”). Hierbij zetten corporaties in op tijdige uitvoering van gepland onderhoud, extra aandacht voor complexen met achterstanden en het verbeteren van de uitstraling van het vastgoed. De gemeente sluit hierop aan door in dezelfde gebieden onderhoud aan openbare ruimte te plannen en waar mogelijk te versnellen. Partijen monitoren jaarlijks de voortgang en bespreken knelpunten in het Ambtelijk Overleg. 2.2.3 Om de openbare ruimte schoon te houden, blijven Alwel en de gemeente samen met bewoners ‘opruimdagen’ organiseren.

Activiteiten worden afgestemd en geborgd in de wijkagenda in overleg met andere wijkpartners. 2.2.4 In het kader van de pijler Wijkveiligheid onder het NPR is een onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van afvaldumpingen in het openbaar gebied en in achterpaden van o.a. corporatiewoningen. Gemeente en Alwel geven de komende periode uitvoering aan de voorgestelde maatregelen in de ‘Kadernota Schoon Roosendaal’. Stadlander gebruikt de ervaringen van Alwel in Roosendaal om een passende aanpak voor de dorpen te ontwikkelen.

2.3

Veiligheid

2.3.1 De gemeente en corporaties pakken samen met andere NPR-partners ondermijnende criminaliteit proactief, preventief en repressief aan op basis van data en signalen. Partijen brengen belemmeringen in de samenwerking en/of gegevensdeling in kaart en lossen die op. 2.3.2 Gemeente en corporaties actualiseren en verankeren de bestaande samenwerkingsafspraken en aanpakken op het gebied van woonoverlast, onrechtmatig gebruik van de woning of onrechtmatige bewoning, zoals vastgelegd in het ‘Convenant onrechtmatige woonsituaties en woonfraude Roosendaal’ en het ‘Convenant aanpak drugscriminaliteit Zeeland en WestBrabant 2023-2026’. 2.3.3 In 2025 heeft op basis van casuïstiek een evaluatie plaatsgevonden over de samenwerking rondom overlast en woonfraude. Op basis van deze evaluatie maken gemeente en corporaties met het gebiedsnetwerk concrete werkafspraken over een persoonsgerichte aanpak en passen die vervolgens toe. 2.3.4 Om de veiligheid in wijken te waarborgen, stelt de gemeente op basis van het districtelijk integraal veiligheidsplan jaarlijks een uitvoeringsplan op. De gemeente bepaalt hierbij ook concrete maatregelen in de focuswijken en voert die samen met corporaties uit. 7

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

2.3.5 Gemeente geeft uitvoering aan het ontwikkelkader en uitvoeringsplan voor het Oude Centrum. De Pandbrigade handhaaft actief op leegstand en de naleving van onder andere de Wet goed verhuurderschap, de Huisvestingsverordening en de Leegstandsverordening. Daar waar sprake is van verwerving van panden en illegale bewoning maakt de gemeente, om dakloosheid te voorkomen, afspraken met Alwel over de herhuisvesting van gedupeerde bewoners en de mogelijke overname van panden en de daarbij behorende financiële voorwaarden. 2.3.6 Om bij te dragen aan goede veiligheidsbeleving, benutten gemeente en corporaties kansen om de sociale veiligheid in achterpaden te vergroten. Hierbij geven partijen speciale aandacht aan bijvoorbeeld verlichting, lage en hoge beplanting en onderdoorgangen.

8

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

3. Beschikbaarheid en betaalbaarheid Opgave en ambitie De woningnood is hoog. De ambitie is om in Roosendaal de druk op de woningmarkt te verlichten; om in de (toekomstige) woningbehoefte te voorzien bouwen we woningen voor gezinnen, ouderen, jongeren en aandachtsgroepen. Tegelijkertijd zetten we in op een kwaliteitssprong door via woningbouw wijken kwalitatief te verbeteren. We streven een groei van de totale én de sociale woningvoorraad na. Tot en met 2028 zetten we in op de daadwerkelijke oplevering van de nieuwbouwprojecten van Alwel. Tegelijkertijd zorgen we er samen voor dat we tijdig het gesprek voeren over woningbouwprojecten die na de periode van dit Woonconvenant gepland staan. Daarbij richten we onze samenwerking zó in dat de doorlooptijd van bouwprojecten niet vertraagt en waar mogelijk versnelt. Waar mogelijk benutten we ook de bestaande voorraad om woningen toe te voegen.

3.1

Nieuwbouw

3.1.1 In het Volkshuisvestingsprogramma heeft de gemeente een omvangrijke woningbouwopgave als ambitie opgenomen, ook in het sociale segment. Tot 2040 is het doel om circa 3.000 sociale huurwoningen toe te voegen (circa 2.400 appartementen en circa 600 eengezinswoningen). In bijlage 1 is een projectenlijst opgenomen waarin de woningbouwplannen tot en met 2032 inzichtelijk zijn gemaakt staan. Partijen committeren zich aan deze langjarige ambitie en hebben de intentie om tijdens en na deze woonconvenantperiode minimaal 30% sociale huurwoningen in de gemeente Roosendaal te realiseren. Dit betreft zowel nieuwbouw op uitleglocaties als projecten met sloop en nieuwbouw. Periodiek stemmen de gemeente en de corporaties de voortgang van de opgenomen projecten af. 3.1.2 Op peildatum 1 juli 2025 is de omvang van de totale huurwoningvoorraad van Alwel in Roosendaal 9.127 huurwoningen (waarvan 8.692 DAEB-huurwoningen) en van Stadlander 268 huurwoningen (alle DAEB-huurwoningen). Partijen streven naar een netto groei van de totale huurwoningvoorraad en realiseren zich dat de nieuwbouw tot en met 2028 volledig op het conto van Alwel (en niet Stadlander) komt. In de periode van 2026 tot en met 2028 committeren gemeente en Alwel zich aan de realisatie van netto 36 sociale huurwoningen, 62 middeldure woningen en 17 koopgarant woningen.

3.1.3 Bij nieuwbouwprojecten van meer dan twintig woningen is het uitgangspunt dat minimaal 30% sociale huur op projectniveau wordt gerealiseerd. Waar nodig gaan partijen met elkaar in gesprek over de mogelijkheid om in de dorpen maatwerk toe te passen. 3.1.4 Om niet alleen te zorgen voor voldoende woningen, maar ook voor kwalitatief goede woningen die aansluiten bij de woningbehoefte, maken partijen nadere afspraken over de toepassing van PMC’s (product markt combinaties) zoals vastgelegd in de Woonstandaard.

9

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

3.2

Beter benutten bestaande voorraad

3.2.1 Gemeente en Alwel onderzoeken samen de mogelijkheden om het woningaanbod uit te breiden met transformatie van leegstaande kantoor- en winkelpanden. In het Oude Centrum is het Beeldkwaliteitsplan (BKP) van toepassing. Gemeente en Alwel maken nadere afspraken over de financiële randvoorwaarden. 3.2.2 Corporaties en gemeente onderzoeken de eventuele mogelijkheden om meer huishoudens in één woning te huisvesten via woningdelen. Ze gaan met elkaar in gesprek over ‘passende zones’ waarin experimenten (zoals friends-woningen) zouden kunnen worden toegepast.

3.3

Werkwijze versnelling

3.3.1 Gemeente en corporaties omarmen de uitgangspunten van de ‘Nieuwe Werkwijze Versnelling’, zoals vastgelegd in de Woondeal West-Brabant 2025. Gemeente en Alwel stellen gezamenlijk een overzicht op van projecten waaraan zij gaan werken. De gemeente bepaalt welke projecten in aanmerking komen voor versnelling. Per project stemmen gemeente en Alwel de maatregelen vast die moeten helpen om te komen tot versnelling. Gemeente en Alwel evalueren deze manier van werken jaarlijks, waarbij de opgedane ervaringen worden benut om toekomstige projecten efficiënter te versnellen. 3.3.2 Partijen hebben de intentie om de woningbouw te versnellen, belemmeringen in het proces weg te nemen en een passend werkproces in te richten. Om dit te realiseren zetten partijen in op o.a. het vroegtijdig betrekken van corporaties bij gemeentelijke plannen, een passende overlegstructuur, het beschikbaar stellen van voldoende personele capaciteit, het toepassen van een verlaagde parkeernorm, parallel plannen en het benutten van relevante subsidiemogelijkheden. Voor het parkeren is de actuele Nota Parkeernormen van toepassing. 3.3.3 Partijen onderzoeken de haalbaarheid om industrieel en conceptueel bouwen toe te passen met als doel om de woningbouw te versnellen. 3.3.4 Om te sturen op realisatie en versnelling van de woningbouw zetten partijen het 6-wekelijkse ‘directieoverleg nieuwbouw’ voort.

3.4

Grondbeleid

3.4.1 De sociale kavelprijs geldt voor een sociale huurwoning (gereguleerde sector) waarvoor de maximale huurprijs in 2026 is vastgesteld op € 932,93 per maand (kale huur). Dit grensbedrag geldt bij het aangaan van een nieuw huurcontract en is gebaseerd op het woningwaarderingsstelsel (WWS) met een puntentelling van maximaal 143 punten. Per 1 januari 2026 wordt tussen de gemeente en woningcorporatie Alwel een sociale grondprijs afgesproken voor: • een grondgebonden woning van € 26.000 excl. btw. • een appartement/gestapelde woningbouw van € 20.000 excl. btw. (Zie ook tabel grondprijzen in bijlage 2.) De bouwkavels worden bouwrijp opgeleverd.

10

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Jaarlijkse indexering per 1 januari van deze sociale grondprijzen wordt berekend aan de hand van het gemiddelde van de inflatie van de voorgaande drie jaar. (systematiek Nationale Prestatieafspraken). Dit percentage wordt vóór 1 december van het lopende jaar berekend en rond eind januari van het toepassingsjaar door de Minister vastgesteld. De grondprijzen voor gereguleerde middenhuur en voor koopgarant vallen niet onder deze afspraak.

3.5

Betaalbare woningvoorraad

3.5.1 Alwel en Stadlander volgen de kaders van het Rijk bij de jaarlijkse huuraanpassing. Alwel en Stadlander kunnen gebruik maken van de inkomensafhankelijke huurverhoging. De extra opbrengsten zetten de corporaties in om hun sociale huurwoningen betaalbaar, beschikbaar en/of duurzaam te maken. Deze inkomensafhankelijke huurverhoging telt niet mee in de huursom (huursombenadering). De corporaties bespreken jaarlijks met hun eigen huurdersorganisatie of de inkomensafhankelijke huurverhoging al dan niet wordt ingezet. Als deze wordt ingezet, worden de investeringen die daaruit in Roosendaal worden gedaan jaarlijks verantwoord aan de eigen huurdersorganisatie. 3.5.2 Partijen streven naar een evenwichtige verdeling naar huurprijsklasse van de totale sociale woningvoorraad. De ontwikkeling van de totale woningvoorraad en de verdeling naar huurprijsklasse wordt jaarlijks gemonitord en besproken. 3.5.3 Gemeente, Alwel, Stadlander en huurdersorganisaties delen relevante woningmarktonderzoeken en jaarrapportages over de woonruimteverdeling met elkaar. Zij bespreken de inhoud van deze rapportages, en de slaagkansen van de diverse doelgroepen in het bijzonder, en sturen bij waar nodig.

3.5.4 Om schulden in een vroegtijdig stadium te signaleren, oplopende schulden te voorkomen én ontruimingen op basis van huurachterstand zoveel als mogelijk te voorkomen, werken gemeente en corporaties samen in ‘Erop Af’ en het gebiedsnetwerk. Belemmeringen in de samenwerking en/of gegevensdeling tussen de partijen worden tijdig aangekaart en opgelost.

11

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

4. Differentiatie en duurzaamheid Opgave en ambitie De eenzijdige instroom van kwetsbare bewoners heeft ertoe geleid dat de veerkracht in sommige wijken onder druk is komen te staan. Bouwen aan veerkrachtige wijken vraagt om balans in de stad. We zorgen voor een meer evenwichtige spreiding van sociale huurwoningen over de stad en het toevoegen van andere woningtypologieën. Daarmee verandert de samenstelling in wijken en dorpen, waardoor de zelf- en samenredzaamheid van bewoners verbetert. Verder werken we aan duurzame, circulaire en klimaatneutrale wijken. Verduurzaming moet bijdragen aan betaalbare woonlasten en aan wooncomfort. We zetten daarbij in op ‘dubbele verduurzaming’. We combineren de fysieke aanpak van woningen met een sociale ‘achter-de-voordeur’ aanpak.

4.1

Differentiatie van de woningvoorraad

4.1.1 Partijen streven naar een netto groei van de totale sociale huurwoningvoorraad (zie ook afspraak 3.1.1 en 3.1.2). Partijen sturen daarbij op afname van het huidige aandeel sociale huurwoningen in Kalsdonk, Westrand en Langdonk. Om dit te compenseren zorgen partijen er samen voor dat het aandeel sociale huurwoningen in nieuwe gebiedsontwikkelingen en andere (veerkrachtigere) wijken en in de dorpen wordt uitgebreid. Zowel via aanpassingen in de huurprijs (bijvoorbeeld omkatten van sociale woningbouw naar middenhuur) als via nieuwbouw van middeldure huur, koop of koopgarant werken partijen aan differentiatie van de woningvoorraad. 4.1.2 Om differentiatie te bevorderen past Alwel een generiek tweehuren-beleid toe. Met dit beleid zorgt Alwel voor een goede mix van inkomensgroepen op complex-, buurt- en wijkniveau. 4.1.3 Alwel en Stadlander verkopen gedoseerd sociale huurwoningen. Redenen voor verkoop kunnen zijn: differentiatie in wijken en dorpen, een gebalanceerd voorraadbeleid en een gezonde financiële bedrijfsvoering. Corporaties informeren de huurdersorganisaties en de gemeente vooraf jaarlijks over de visie op verkoop en brengen het aantal verkochte woningen achteraf jaarlijks in kaart. Partijen monitoren of de genomen maatregelen effectief zijn en of de verkoop bijdraagt aan de beoogde differentiatie van het woningaanbod.

4.1.4 Alwel en Stadlander verkennen de mogelijkheden voor Alwel om woningbezit van Stadlander in de dorpen over te nemen, zodat ook deze woningvoorraad (via Klik voor Wonen) kan worden ingezet voor de differentiatieopgave.

4.2

Sturen op instroom

4.2.1 Partijen streven ernaar dat bewoners van de wijken Kalsdonk en Westrand voorrang krijgen bij de toewijzing van nieuwbouwwoningen van Alwel.

12

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

4.2.2 Om de veerkracht te bevorderen wijst Alwel indien mogelijk vrijkomende woningen in de wijken Kalsdonk, Westrand en Langdonk voornamelijk toe aan de secundaire doelgroep en aan middeninkomens. 4.2.3 Alwel maakt optimaal gebruik van de vrije toewijzingsruimte (15%) om sociale huurwoningen toe te wijzen aan huishoudens met een (laag) middeninkomen. Jaarlijks informeert Alwel de andere partijen over de toepassing van de vrije toewijzingsruimte.

4.3

Duurzaamheid

4.3.1 Alwel faseert uiterlijk 2028 alle EFG-energielabels uit, met uitzondering van een deel van Kalsdonk en met eventuele uitzondering van monumenten en sloopwoningen. Voorwaarde voor woningverbetering, waaronder maatregelen om het energielabel te verbeteren, is dat minimaal 70% van de huurders op complexniveau (en de eventuele Vereniging van Eigenaren) instemt. Stadlander heeft geen woningen met EFG-energielabels in haar woningvoorraad in de gemeente Roosendaal. 4.3.2 In Kalsdonk en Westrand investeert Alwel in de uitstraling van haar woningbezit, de gemeente investeert in het verbeteren van openbare ruimtes en natuur met ruimte voor water. 4.3.3 Corporaties combineren de fysieke ingrepen tijdens renovatie en groot onderhoud met een sociale ‘achter-de-voordeur’ aanpak. Alwel geeft hierbij in de focuswijken uitvoering aan het programma ‘Geluk en Gezondheid’. Hierin wordt actief samengewerkt met de sociale partners in het gebiedsnetwerk. Stadlander beoordeelt per project welke sociale aanpak passend is bij het betreffende complex. 4.3.4 Daar waar sprake is van gespikkeld bezit of een VvE, is bij verduurzaming een collectieve aanpak voor sociale huurwoningen en particuliere woningen het uitgangspunt. De gemeente bepaalt in overleg met de corporaties of er mogelijkheden zijn om hiervoor middelen uit het Volkshuisvestingsfonds in te zetten.

4.3.5 Partijen hechten belang aan de uitgangspunten zoals vastgelegd in o.a. het ‘Convenant Biobased bouwen en telen’ en de ‘Regiodeal van (P)lant tot Pand’. Partijen bepalen op projectniveau de toepassing, waarbij Alwel al een start heeft gemaakt in Kalsdonk. 4.3.6 De gemeente onderzoekt de toepassing van een warmtenet bij vier nieuwbouwlocaties in Westrand. Betaalbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid, veiligheid en een rechtvaardige kostenverdeling zijn voor alle partijen belangrijke uitgangspunten voor de mogelijke aansluiting op een warmtenet wanneer het corporatiewoningen betreft. 4.3.7 De corporaties nemen duurzaamheidsmaatregelen op in de onderhoudsplannen, waarbij gemiddeld voor het hele bezit toegewerkt wordt naar wordt naar de Isolatiestandaard. Bij een collectieve aanpak (zie 4.3.5) streven partijen naar dezelfde Isolatiestandaard voor alle woningen in een blok of pand. 4.3.8 De komende jaren stelt de gemeente wijkuitvoeringsplannen op om op wijkniveau van het aardgas te gaan. De gemeente verkent hierbij de mogelijkheden om pilots rondom aquathermie en all-electric vorm te geven. De

13

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

gemeente betrekt de corporaties en samen beoordelen zij of en zo ja, op welke wijze deze pilots worden toegepast in het corporatiebezit. 4.3.9 De gemeente stelt in 2026 een ‘Soorten Management Plan’ (SMP) vast. Over de toepassing hiervan vindt jaarlijks overleg plaats tussen de gemeente, Alwel en Stadlander. 4.3.10 De gemeente en corporaties vergroten de klimaatbestendigheid en biodiversiteit van buurten en wijken. Partijen brengen klimaatrisico’s zoals hittestress, wateroverlast en droogte in beeld (Roosendaalse Maatlat). Partijen werken samen aan gebiedsgerichte maatregelen om hitte en wateroverlast tegen te gaan. Daarbij zoeken partijen naar koppelkansen, vooral in buurten waar de risico’s het grootst zijn. Tegelijkertijd met het onderhoud en verduurzamen van de woningen wordt het openbaar gebied verbeterd. Hierbij streven gemeente en corporaties naar het behalen van label B van de Roosendaalse Maatlat in het openbaar gebied. Als er sprake is van inbreiding dan streven gemeente en corporaties naar label A van de Roosendaalse Maatlat bij de inrichting van het openbare gebied. Bij alle inbreidingen zijn partijen gehouden aan het Water- en Rioleringsplan 2024-2027. 4.3.11 De gemeente heeft een verduurzamingsproject opgestart met het ‘waterzijdig inregelen CV’ om energiearmoede te bestrijden bij sociale minima met een eigen woning.

Dit is een laagdrempelige maatregel in de strijd tegen energiearmoede waarbij een aanpassing van de cv-installatie gedaan. Het inregelen kan leiden tot een besparing op het gasverbruik tot wel 15%. Dit project richt zich op kwetsbare huishoudens, omdat de besparing direct leidt tot een lagere energierekening.

14

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

5. Wonen welzijn zorg Opgave en ambitie De druk op de woningmarkt is groot. Het is voor woningzoekenden niet eenvoudig om een passende woning te vinden. Dat geldt in het bijzonder voor aandachtsgroepen en mensen met een urgente woonvraag. We vinden het belangrijk om deze groepen éxtra te helpen bij het vinden van een passende woning. We zorgen daarbij voor een goede landing en kijken steeds heel gericht naar de juiste plek en het juiste concept. Het aantal senioren groeit hard. Oudere bewoners die in hun eigen huis en buurt willen en kunnen blijven wonen, faciliteren we. We zorgen ook voor extra zorggeschikte woningen en voldoende voorzieningen in de buurt. Om de juiste en betaalbare zorg en begeleiding te kunnen bieden werken we samen met zorg- en welzijnspartijen aan nieuwe concepten. Zowel vanuit het Volkshuisvestingsprogramma als vanuit de Regionale woonzorgvisie (2025) werken partijen met professionaliteit op het gebied van wonen welzijn zorg samen, onder regie van de gemeente. Hiermee voldoen we gezamenlijk aan de huisvestingsvraag van de diverse aandachtgroepen en de beschikbaarheid en/of ontwikkeling van passende woonconcepten, bijvoorbeeld voor senioren (met een zorgvraag).

5.1

Aandachtsgroepen

5.1.1 Gemeente en corporaties maken op regionaal niveau afspraken over een evenwichtige verdeling van de huisvesting voor aandachtsgroepen. Mede op basis van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting worden vanuit het (nog op te stellen) Uitvoeringsprogramma Regionale Woonzorgvisie de exacte aandachtsgroepen en de aantallen voor de regio als geheel, en voor Roosendaal in het bijzonder, gespecificeerd (Regie huisvesting aandachtsgroepen). Partijen committeren zich aan het realiseren van deze opgave. 5.1.2 Gemeente en corporaties brengen gezamenlijk in kaart welke aandachtsgroepen het meest gebaat zijn bij geclusterde dan wel gespreide huisvesting. Het uitgangspunt is de spreiding van aandachtsgroepen zoals vastgesteld in het Volkshuisvestingsprogramma. De eerste bevindingen worden meegewogen bij de nieuwbouwontwikkelingen in Roosendaal. Hierbij worden de bestaande regionale afspraken voor relevante aandachtsgroepen gevolgd. 5.1.3 De huisvesting van statushouders is een wettelijke taakstelling. Alwel en Stadlander dragen hieraan bij door woningen met voorrang beschikbaar te stellen, waarbij begeleiding van statushouders (door Vluchtelingenwerk via de gemeente) een belangrijke voorwaarde is voor een ‘goede landing’. 5.1.4 Gemeente heeft de opgave om het aantal woonwagenstandplaatsen uit te breiden.

In lijn met het ‘Beleidskader gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid’, opgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, maakt de gemeente nadere afspraken met de corporaties over de realisatie van nieuwe woonwagenstandplaatsen en het beheer en de verhuur. De corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren. 15

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

5.1.5 Onderdeel van de aandachtsgroepen vormen arbeidsmigranten. De gemeente maakt afspraken met de corporaties over de mogelijkheden voor huisvesting van arbeidsmigranten door corporaties. 5.1.6 Gemeente en de corporaties brengen de opgave voor Oekraïense ontheemden in kaart en maken, zodra duidelijk is wanneer de status wijzigt en wat die nieuwe status inhoudt, afspraken over de eventuele mogelijkheden voor huisvesting. 5.1.7 Om een clustering van kwetsbaarheid te voorkomen en een goede landing te waarborgen, sturen de corporaties door middel van het toewijzingsbeleid gericht op instroom. Corporaties beoordelen bij de toewijzing van vrijkomende huurwoningen of en zo ja, aan welke aandachtsgroepen de betreffende woning toegewezen kan worden. 5.1.8 Voor de toewijzing van vrijkomende huurwoningen aan aandachtsgroepen, spreken partijen een signaalwaarde van 30% af. Zodra deze waarde in zicht komt gaan betrokken partijen met elkaar in gesprek over voorwaarden van huisvesting en wat ieders bijdrage hieraan is. Voor de huisvesting van aandachtsgroepen die gebaat zijn bij een geclusterde woonvorm, ontwikkelen gemeente en corporaties samen met professionele samenwerkingspartners passende woonconcepten.

5.1.9 Bij ieder nieuwbouwproject en elke herbestemmingslocatie met een omvang van meer dan 100 woningen onderzoeken gemeente en corporaties samen met samenwerkingspartners de ontwikkeling van een gemengd wonen concept. Uitgangspunt in een woningbouwontwikkeling is een 70/30-verdeling (70% t.b.v. reguliere bewoning en 30% t.b.v. kwetsbare aandachtsgroepen - bijvoorbeeld uitstromers uit MO/BW/jeugdzorg of statushouders). De ontwikkeling van gemengd wonen concepten sluit aan bij de uitgangspunten zoals vastgelegd in vastgesteld beleid. 5.1.10 Alwel is in 2025 samen met gemeente en WijZijn een experiment gestart om (dreigend) dak- en thuislozen aan een woning te helpen. Partijen volgen dit traject en trekken gezamenlijk conclusies over het vervolg van deze aanpak.

5.2

Senioren met een zorgvraag

5.2.1 Gemeente, Alwel en betrokken welzijns- en zorgpartners ontwikkelen op basis van de zes leidende principes een ‘Blauwdruk voor de huisvesting van senioren met een zware zorgvraag’. Partijen hanteren deze blauwdruk bij de ontwikkeling van nieuwe woon(zorg) concepten waarbij het langer zelfstandig thuis wonen van senioren, uitgangspunt is. Mogelijkheden om dit op termijn uit te breiden naar andere aandachtsgroepen worden onderzocht. 5.2.2 Elk potentieel (her)ontwikkelingsproject voor senioren of Gemengd Wonen concept (minimaal 100 verhuureenheden) beschikt minimaal de eerste 5 jaar na oplevering over een ontmoetingsruimte die gericht is op ontmoeting en niet op een ander doel; op open, transparante en niet-discriminerende basis te gebruiken door de bewoners en buurtbewoners, fysiek verbonden aan een geclusterde woonvorm, of op maximaal 100 meter daarvandaan, met activiteiten voor de bewoners. Over exploitatie, het organiseren van activiteiten en bemensing van de ontmoetingsruimtes maken partijen passende afspraken voor ten minste die 5 jaar binnen de samenwerking Wonen, Welzijn en Zorg.

16

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

5.2.3 Partijen streven ernaar om vrijkomend zorgvastgoed en vrijkomende zorggeschikte woningen te behouden voor een maatschappelijke bestemming. Gemeente en corporaties informeren elkaar hierover en beoordelen tijdig met elkaar of en zo ja, op welke wijze deze locaties kunnen worden ingezet voor specifieke (geclusterde) woonconcepten. 5.2.4 Gemeente en corporaties overleggen met elkaar over het creëren van passende oplossingen voor het realiseren van voldoende brandveilige stallingsmogelijkheden voor scootmobielen. 5.2.5 Om differentiatie en passend wonen mogelijk te maken, hebben partijen de ambitie om extra doorstroming te realiseren. Om doorstroming te bevorderen wordt door partijen onderzocht welke kaders hiervoor kunnen worden opgesteld en of hiervoor gezamenlijke afspraken kunnen worden gemaakt.

5.3

Intensiveren samenwerking

5.3.1 Om de voortgang van de thema’s in dit hoofdstuk te garanderen wordt een overlegvorm gezocht welke aansluit bij reeds bestaande overlegstructuren. 5.3.2 Gemeente en corporaties onderzoeken de mogelijkheden om een ‘Wmo verantwoordelijkheidsverdeling’ op te stellen met daarin taken, rollen, bevoegdheden en kostenverdeling bij de ontwikkeling van woonconcepten voor senioren (met een zorgvraag).

17

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

6. Samenwerking Opgave en ambitie De gemeente Roosendaal, Alwel, Stadlander en de huurdersorganisaties werken al langere tijd prettig samen. Deze stevige verbinding zetten we door. We hanteren hierbij de volgende ‘uitgangspunten’: • • • • •

We zijn transparant en open naar elkaar toe, ook over ieders mogelijkheden qua menskracht en financiële middelen; We werken binnen de kaders van de eigen organisatie en houden het gemeenschappelijke doel in het oog; We zijn proactief en delen relevante data, onderzoeken en subsidiemogelijkheden in een vroegtijdig stadium met elkaar; We spreken elkaar aan op het moment dat er knelpunten in de uitvoering of in de samenwerking optreden; We spreken elkaar aan op het niet nakomen van gemaakte afspraken.

6.1

Vormgeving van samenwerking

6.1.1

Ten minste tweemaal per jaar vindt ‘Bestuurlijk Overleg’ plaats tussen de gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties over de uitvoering van dit woonconvenant en onderwerpen die dit woonconvenant raken. Het Bestuurlijk Overleg wordt ambtelijk voorbereid. De gemeente laat andere betrokken portefeuillehouders aansluiten in het Bestuurlijk Overleg waar dit meerwaarde heeft.

6.1.2

Ten minste tweemaal per jaar vindt overleg plaats in het ‘Ambtelijk Overleg’, bestaande uit vertegenwoordigers van gemeente en corporaties. Het Ambtelijk Overleg zorgt voor de monitoring en de coördinatie van de prestatieafspraken. Zij bereidt het Bestuurlijk Overleg voor en is linking pin naar werkgroepen, projectgroepen en naar de huurdersorganisaties. Het voorzitterschap van het Ambtelijk Overleg rouleert.

6.1.3

Om de samenwerking rondom thema’s in de prestatieafspraken te verstevigen, wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van aanwezige overlegstructuren. De werkgroepen zorgen voor de uitvoering van het woonconvenant en agenderen eventuele knelpunten proactief in het Ambtelijk Overleg.

6.2

Werkwijze bij bijzondere omstandigheden

6.2.1

Deze meerjarenafspraken gelden vanaf het moment van ondertekening tot en met 31 december 2028. Deze overeenkomst kan eerder tussentijds beëindigd worden als alle partijen hiermee schriftelijk instemmen. In 2028 worden nieuwe meerjarenafspraken opgesteld voor de periode vanaf 1 januari 2029.

6.2.2

De publiekrechtelijke omgeving van deze overeenkomst leidt tot het voorbehoud dat als de Rijksoverheid of de provinciale overheid haar beleid verandert, dit ook kan betekenen dat de afspraken uit deze overeenkomst moeten worden bijgesteld.

18

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

6.2.3

Uitgangspunt bij deze afspraken is redelijkheid en billijkheid jegens elkaar, ook bij gewijzigde omstandigheden. Als één van de betrokken partijen meent dat deze afspraken gevolgen hebben die onredelijk of onbillijk zijn, is deze partij gerechtigd voorstellen te doen aan de andere partijen om deze onredelijkheid/onbillijkheid te voorkomen. Dit geldt ook als er naar mening van één van de partijen sprake is van overmacht, waardoor partijen elkaar in redelijkheid en billijkheid niet aan deze afspraken kunnen houden.

6.2.4

Bij een eventueel geschil vindt in het Ambtelijk Overleg afstemming plaats om tot een oplossing te komen. Als dit niet tot een voor partijen aanvaardbare oplossing leidt, vindt bestuurlijk overleg plaats

19

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Bijlage 1: Projectenlijst Projectnaam

Aantal VHE's

Bouwjaar Oplevering

Bloemenmarkt

sociaal

1

2024

2026

Beekhof middeldure koop

regulier

12

2025

2026

Beekhof dure koop

regulier

4

2025

2026

Beekhof

Koopgarant

17

2025

2026

Beekhof

middenhuur

28

2025

2026

Genestetlaan

sociaal

3

2026

2026

Beekhof

sociaal

26

2025

2027

Brugstraat

sociaal

6

2026

2027

Philipslaan

middenhuur

22

2026

2027

Permekeplein

sociaal

17

2027

2029

Permekeplein

middenhuur

34

2027

2029

Schoollocatie Azaleastraat 1

sociaal

40

2027

2029

Schoollocatie Bovendonk 115

sociaal

93

2027

2029

Schoollocatie Bovendonk 115

middenhuur

27

2027

2029

Meidoornlaan Nieuwbouw

sociaal

44

2027

2029

Schoollocatie Bovendonk 115

sociaal

93

2027

2030

Schoollocatie Bovendonk 115

Koopgarant

53

2028

2030

Coulissen Fase 1 Commercieel

BOG

1

2028

2030

Coulissen Fase 1 Niet-Daeb

middenhuur

14

2028

2030

Coulissen Fase 1 primair

sociaal

72

2028

2030

Bulkstraat wouw

sociaal

78

2028

2030

Laan van Brabant 48

sociaal

67

2028

2030

Coulissen kg blok 1

Koopgarant

6

2028

2030

Coulissen Fase 2 Commercieel

BOG

1

2029

2030

Coulissen Fase 2 Niet-Daeb

middenhuur

33

2029

2030

Coulissen Fase 2

sociaal

59

2029

2030

Coulissen kg blok 2

Koopgarant

5

2029

2030

Berkenveld Heerle

sociaal

15

2030

2032

Coulissen Fase 3 Commercieel

BOG

1

2029

2031

Coulissen Fase 3 Niet-Daeb

middenhuur

19

2029

2031

Coulissen Fase 3 primair

sociaal

52

2029

2031

Coulissen klein blok 4

regulier

27

2031

2032

Coulissen groot blok 4

regulier

13

2031

2032

Coulissen kg blok 3

Koopgarant

6

2030

2032

Geerhoek Wouw

sociaal

40

2032

2033

Stationskwartier Daeb

sociaal

120

2029

2033

Stationskwartier Niet-Daeb

middenhuur

80

2029

2033

Coulissen groot blok 7

regulier

12

2031

2032

Coulissen klein blok 7

regulier

19

2031

2032

Totaal

1.260

20

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Bijlage 2: Tabel grondprijzen Grondprijzen sociaal 2026 excl. BTW

Op basis van het Woonconvenant 2026-2028 zijn de vaste grondprijzen per 1-1-2026 Categorie woning

Sociale grondprijs 2026

EGW (grondgebonden)

€ 26.000,00

MGW (gestapeld)

€ 20.000,00

De bouwkavels worden bouwrijp opgeleverd. Jaarlijkse indexering per 1 januari van deze sociale grondprijzen wordt berekend aan de hand van het gemiddelde van de inflatie van de voorgaande drie jaar. (Systematiek Nationale Prestatieafspraken.)

21

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Bijlage 3: Definities Aandachtsgroepen Voor de aandachtsgroepen wordt verwezen naar de definitie zoals gehanteerd in de vastgestelde ‘Regionale woonzorgvisie West-Brabant West’:

Doorstroming Situatie waarbij huurders doorstromen naar een andere woning en hun oude sociale huurwoning achterlaten. Energielabel Laat zien hoe energiezuinig een woning is. Het energielabel wordt aangegeven door middel van de letters A (zeer zuinig) tot en met G (zeer onzuinig). Om het energielabel te bepalen wordt de NTA-8800 methodiek gebruikt. Geclusterde woonvormen De geclusterde woonvorm gaat over ruimtelijk geclusterde wooneenheden, waar ouderen (55+) of andere zorgdoelgroepen permanent en zelfstandig wonen. De clustering bestaat uit minimaal twaalf woningen, die tenminste nultreden zijn. Er is een gemeenschappelijke ruimte voor bewoners die gericht is op ontmoeting. Er kan sprake zijn van gezamenlijk ingekochte welzijn- en zorgarrangementen.

22

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Gespikkeld bezit Gespikkeld bezit zijn straten met woningen die deels bestaan uit corporatiewoningen en deels uit voormalige corporatiewoningen die in het verleden zijn verkocht aan particuliere woningeigenaren. Huursom / huursombenadering Bij de huursombenadering krijgt niet iedere woning dezelfde huurverhoging. Woningen die nu een relatief lage huurprijs hebben, kunnen een hogere huurverhoging krijgen dan woningen die nu al een passende huurprijs hebben. Via de maximale huursomstijging reguleert de overheid de totale stijging van alle huurprijzen van de corporatie (de huursom). Isolatiestandaard Een minimale waarde in de netto warmtebehoefte van een woning, waaraan de woning moet voldoen om van het gas af te kunnen. Middeninkomens Eenpersoonshuishoudens met een middeninkomen hebben een jaarinkomen tussen €51.537 en €70.149. Voor meerpersoonshuishoudens valt het gezamenlijk inkomen tussen €56.910 en €93.531 (prijspeil 2026). Middensegment huurwoningen Woningen waarvan de kale huurprijs tussen de €932,93 en €1.228,07 per maand (prijspeil 2026) ligt. Netto ontwikkeling woningvoorraad Uitkomst van bouwen, transformatie, verkopen en sloop-nieuwbouw, dus het aantal wooneenheden dat daadwerkelijk wordt toegevoegd. Nultredenwoning In dit type woning is de woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers. De woning is zonder traplopen bereikbaar.

Deze gelijkvloerse woningen/appartementen liggen vaak in de buurt van voorzieningen. Deze is goed toegankelijk voor mensen met een rollator. PMC’s (product markt combinaties)

Met het opnemen van De Woonstandaard in de prestatieafspraken maken we afspraken over een basiskwaliteit van woningen, in de vorm van PMC’s. Deze standaarden definiëren de minimale kwaliteit (duurzaamheid, beukmaat, gebruiksoppervlakte) voor betaalbare huisvesting voor grondgebonden woningen, appartementen en zorggeschikte woningen. Secundaire doelgroep Huishoudens met een inkomen tussen de huurtoeslaggrens en de inkomensgrens voor sociale huur; zij komen niet in aanmerking voor huurtoeslag. Slaagkans Getal dat laat zien hoe groot de kans is dat iemand uit een bepaalde leeftijds- of doelgroep een woning krijgt aangeboden. Sociale huurwoning Een woning met maximaal 143 WWS punten en een kale huurprijs van maximaal €932,93 (prijspeil 2026).

23

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Soorten Management Plan (SMP) Gemeentelijk beleid hoe om te gaan met biodiversiteit in de stad, en met beschermde dieren- en plantensoorten. Waterzijdig inregelen CV Dit is het optimaal afstellen van de cv-installatie door de hoeveelheid water per radiator te begrenzen. Dit zorgt voor een gelijkmatige warmteverdeling en kan een besparing op de gasrekening opleveren. Zorggeschikte woningen Deze woningen hebben extra voorzieningen, zodat deze beter geschikt zijn voor mensen met een beperking of voor het verlenen van zorg. Het zijn geclusterde woningen die moeten voldoen aan de criteria van de Stimuleringsregeling Zorggeschikte woningen.

24

Woonconvenant Roosendaal 2026 - 2028

Tekenblad Overeengekomen te Roosendaal op ……………………………………… 2026.

Namens het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Roosendaal

.............................. Dhr. P. de Beer - wethouder wonen

Namens Alwel

.............................. Mevr. T. van de Ven – voorzitter Raad van Bestuur

Namens Stadlander

.............................. Dhr. P. Huijsdens - bestuurder

Namens Huurders Adviesraad Roosendaal

.............................. Mevr. L. Heins - voorzitter

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1927/documents/54350