CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1d. Chw bestemmingsplan Spoor C_vastgesteld_1_Toelichting (1).pdf

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6b: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Spoor C en openen Grex17.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Chw bestemmingsplan Spoor C Roosendaal

DATUM IMRO IDN

15-01-2025 NL.IMRO.1674.2166SPOORC-0301

PROJECT PROJECTLEIDER

J.A. van Broekhoven

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Roosendaal 20191427

AUTEUR STATUS

J.A van Broekhoven, L. ten Braak vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Doel

7

1.3

Ligging plangebied

7

1.4

Geldende bestemmingsregeling

8

1.5

Leeswijzer

10

Beschrijving plangebied

11

2.1

Historische analyse plangebied

11

2.2

Ruimtelijke analyse van het gebied

12

Visie plangebied

14

3.1

Ontwikkelprogramma ROOS

14

3.2

Ruimtelijke invulling

15

3.3

Programma Spoor C

22

3.4

Ontwikkeling Spoor C

23

Hoofdstuk 4

Beleidskader

24

4.1

Rijksbeleid

24

4.2

Provinciaal en regionaal beleid

30

4.3

Gemeentelijk beleid

33

Milieu- en omgevingsaspecten

39

5.1

Inleiding

39

5.2

Mobiliteit

39

5.3

Cultuurhistorie

41

5.4

Water

42

5.5

Ecologie

46

Juridische planbeschrijving

49

6.1

CHW plan

49

6.2

Gehanteerde bestemmingen

49

6.3

Milieubelastende activiteiten

52

6.4

Hogere grenswaarden Wet geluidhinder

52

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

3/55

6.5

Algemene regels

53

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

54

7.1

Economische uitvoerbaarheid

54

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54

4/55

Toelichting

5/55

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Kwaliteiten en planhistorie van Spoor C als onderdel van Stadsoevers Planhistorie Al rond de eeuwwisseling startten voor het gebied Stadsoevers plannen met grote ambities, zoals het ondergronds brengen van de sporen en het verplaatsen van het station. Deze ambities vertaalden zich enkele jaren later in een ontwikkelopgave naar een woongebied met hoge dichtheid en onderscheidende kwaliteit. Als juridisch kader voor de ontwikkelopgave is in 2009 het bestemmingsplan Spoorhaven 1e fase vastgesteld. Door de crisis werden de risico's voor uitvoering te groot en is vervolgens realisatie in fases onderzocht. Ook dit bleek niet haalbaar. Toch zijn belangrijke delen van het plan Spoorhaven tot stand gekomen, zoals het Kellebeekcollege (huidige Curio) en de Passerelle, die als geslaagde projecten kunnen worden beschouwd. Met de vaststelling van het bestemmingsplan Stadsoevers in 2017 is de volgende stap in de realisatie van Stadsoevers genomen. Dit projectgebied is inmiddels volop in ontwikkeling. Nu is het laatste gedeelte van de ontwikkeling van dit nieuwe stuk stad aangebroken: het oostelijk deel of Spoor C (voorheen Vlietpark). Bij de start van de planvorming in 2019/2020 zijn de bewoners van de stad in diverse bijeenkomsten gevraagd hoe zij de toekomst van dit gebied zien. De wens is vooral om, gezien de ligging in dit deel van de stad, iets bijzonders te maken.

Een stuk stad dat Roosendaal nog niet kent. 'Open het gebied en maak iets voor alle Roosendalers!' Potentie Spoor C Het gebied heeft veel potentie. Stadsoevers, een gebied met een rijke historie, groot geworden door verbindingen zoals de Vliet en het spoor. Spoor C, als onderdeel van Stadsoevers, is strategisch gelegen ten opzichte van het station en stadscentrum, maar ook goed bereikbaar van buiten de stad. Daarnaast is Spoor C het schakelpunt tussen het centrum, de wijk Westrand en bedrijventerrein Borchwerf en heeft de potentie om deze met elkaar te verbinden. In het gebied liggen bouwwerken met een gebiedsoverstijgend belang: het EKP-gebouw en het stadion. Daarnaast vormen ontwikkelingen als het opwaarderen van de Vlietkades, de activiteiten in en om het Urban Sportspark en de graffitiloods een goede basis om op door te bouwen. Spoor C heeft samen met de ontwikkeling van Stadsoevers de potentie gebied te transformeren van een bedrijventerrein naar een gebied waar je wil zijn en waar je naar toe wil, met aantrekkelijke openbare ruimte, evenementen en een gemixt programma. Nieuw bestemmingsplan Spoor C In het voorliggende bestemmingsplan zijn de actuele ambities voor het gebied vertaald in een nieuw juridisch kader. Een kader dat uitgaat van kwaliteiten en dat bewegingsvrijheid biedt voor het invullen van die kwaliteiten de komende jaren.

Deelgebieden De, door de gemeenteraad vastgestelde, gebiedsvisie Spoor C (zie ook bijlage 1) vormt de basis voor de bestemmingsregeling. Hieruit volgen functies, programma en kwaliteitseisen voor markante locaties, wandvorming, verspreide bebouwing en globale hoogtematen. Per deelgebied kan een specifiekere set regels van belang zijn, afgestemd op de beoogde kwaliteiten van het betreffende deelgebied.

6/55

1.2

Doel

Transformatie verouderd bedrijventerrein naar een nieuwe stadswijk Het gebied Spoor C is het oostelijk deel van het ontwikkelgebied Stadsoevers. Dit gebied ligt aan de rand van het stadscentrum van Roosendaal en heeft deel uitgemaakt van het bedrijventerrein Stationswerf. Dit deel van het bedrijventerrein kenmerkte zich door een uitgestrekt, extensief bebouwd terrein met veelal verouderde industrie, deels verlaten bedrijfsgebouwen en een spooremplacement. Het spoor en het spooremplacement vormen daarbij een barrière tussen Stadsoevers en de binnenstad. Belangrijke kansen voor vernieuwing en kwaliteitsverbetering De gunstige ligging van Stadsoevers, dicht bij de binnenstad en het station, biedt grote kansen om er nieuwe functies te vestigen die aanvullend zijn op de functies in het stadscentrum. Binnen Stadsoevers complementeert Spoor C de ontwikkeling van het westelijke woongedeelte en het zuidelijke gebied met gecombineerde focus op wonen, onderwijs, maatschappelijke en economische functies. Spoor C is een van de schaarse gebieden binnen de stadsgrenzen waar het nog mogelijk is een grote kwaliteitswinst te boeken door intensiveren, combineren en transformeren van de ruimte. Het is bij uitstek de plaats voor het vestigen van functies die van belang zijn voor het functioneren van de gehele stad.

Planvorming De inzet van dit bestemmingsplan is de metamorfose van Spoor C tot multifunctioneel gebied waar de inwoners van heel Roosendaal gebruik van kunnen maken. Hierbij staat het bieden van uiteenlopende mogelijkheden voor een diversiteit aan ontwikkelingen voorop. Het plangebied bestaat uit meerdere deelgebieden die gefaseerd worden gerealiseerd. De basis voor de ruimtelijke kwaliteit is gelegd in het Ontwikkelkader Vlietpark (2019), door de gemeenteraad van Roosendaal in oktober 2019 vastgesteld. Hierin werden de eerste gedachten voor de ontwikkeling van het gebied omschreven. Zonder dat dit een blauwdruk, een ontwerp is. In 2021 zijn deze ideeën uitgewerkt in een voorontwerp bestemmingsplan, wat gepubliceerd is voor inspraak. Sindsdien is de wereld veranderd. Het huidige college heeft grote ambities. Daarnaast zijn externe factoren ook van invloed. Zoals de krapte op de woningmarkt of de noodzaak tot klimaatadaptatie. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een vernieuwde visie. Een frisse blik op het gebied en alle mogelijkheden die daarbij horen. Het resultaat: Gebiedsvisie Spoor C (bijlage 1). Hiermee wordt een helder ruimtelijk kader geboden, voortbordurend op de kaders zoals beschreven in het ontwikkelkader en het voorontwerp bestemmingsplan, echter intensiever en met nadrukkelijkere keuzes.

Met name de opzet, maatvoering en inrichting van de (groene) openbare ruimte is van betekenis. Binnen deze groene kaders krijgt het gebied een eigen, afwisselende invulling met een hoge mate van stedelijkheid binnen de ontwikkelplots. Hiervoor zijn spelregels nodig, die vooral ruimte bieden, gecombineerd met specifieke kwaliteitsdoelstellingen. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet daarin.

1.3

Ligging plangebied

Het plangebied wordt globaal begrensd door: de Borchwerf aan de noordzijde;

7/55

de spoorzone aan de oostzijde; de Vliet aan de westzijde; de Kade aan de zuidzijde. In figuur 1.1 is het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1 Ligging plangebied, rood omrand (bron: Luchtfoto Kadaster Nederland)

1.4

Geldende bestemmingsregeling

Ter plaatse van het plangebied geldt grotendeels het bestemmingsplan 'Spoorhaven 1e fase' (vastgesteld 27 juni 2012) en het bestemmingsplan 'Stationsgebied' (vastgesteld 18 september 2013) voor het gebied rondom het stadion. In het bestemmingsplan 'Spoorhaven 1e fase' is rekening gehouden met een ontwikkeling in het noordwestelijke deel van het plangebied. Dit deel heeft een gemengde bestemming waarbinnen detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen (o.a. onderwijs) sportvoorzieningen en culturele voorzieningen, parkeervoorzieningen en woningen zijn toegestaan. De overige delen zijn destijds consoliderend bestemd en hebben bestemmingen 'Bedrijf', 'Wonen' en 'Cultuur en Ontspanning' (Figuur 1.2 en 1.3). Binnen deze bestemmingen zijn de beoogde ontwikkelingen niet mogelijk.

8/55

Figuur 1.2 Verbeelding bestemmingsplan 'Spoorhaven 1e fase'

9/55

Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Stationsgebied' (bron: ruimtelijkeplannen.nl

1.5

Leeswijzer

De opzet van de toelichting is als volgt. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de beschrijving van de beoogde ontwikkeling van Spoor C. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. In hoofdstuk 5 zijn de resultaten vermeld van de toetsing van het plan aan ruimtelijke aspecten en milieuaspecten. In hoofdstuk 6 is de toelichting op de juridische regeling opgenomen. Hoofdstuk 7 bevat een toelichting op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

10/55

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Historische analyse plangebied

Het plangebied kent vele gezichten. Een van de oudste routes in Roosendaal verbindt de Markt met het Stadsoeversgebied. De spoorlijn en naastgelegen Stationsstraat die de route doorsnijden zijn pas eind negentiende eeuw aangelegd. Het vormde het begin van een lange periode waarin Roosendaal een belangrijke internationale spoorstad was. Tot de 'moderne' laat negentiende-eeuwse infrastructurele projecten hoort ook de kanalisering van de Roosendaalse Vliet, een operatie die van de beek een industrieel kanaal maakte. De nieuwe infrastructuur leverde Roosendaal naast de besloten ruimte rond de Oude Markt, een nieuw soort grote ruimtes op. Ten noorden van Roosendaal was vroeger een land van kreken en gorzen dat in latere jaren steeds verder werd bedijkt. De belangrijkste kreken, zoals de Roosendaalse Vliet, behielden hun waterafvoerende functie. In Spoor C is lange tijd het overslagpunt van de turf geweest. Dat is het overladen van de turf vanuit de kleinere vaarten op de Roosendaalse Vliet. Hier vandaan werd de turf verscheept naar grotere steden. Halverwege de negentiende eeuw deed het spoor zijn intrede. Daarna is duidelijk te zien dat begin twintigste eeuw de industrie langs het water toeneemt, want in het gebied komen met name aan de oostzijde tussen het spoor en de Roosendaalse Vliet steeds meer industriële panden te staan.

Dit zijn voornamelijk suikerfabrieken die een geheel eigen cluster vormen tussen de Oostelijke Havendijk en de Industriestraat. Voor de industrie en de steeds grotere schepen werd een zwaaigat uitgegraven. Tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw had de Roosendaalse Vliet grote betekenis voor de beroepsvaart. Suikerfabrieken, zand- en grindbedrijven, een betonmortelcentrale en een oliedistributiecentrum in Roosendaal hadden een vestiging aan het water voor de aan- en afvoer van grondstoffen. De jaren 1967 en 1968 waren topjaren met een geschat tonnage van één miljoen per jaar. Daarna liep het terug door de opkomst van goederenvervoer over de weg. Bedrijven verplaatsten zich waardoor nog vóór de eeuwwisseling het vrachtvervoer per schip over de Roosendaalse Vliet tot nul was gereduceerd. Dit had ook te maken met het graven van het Mark-Vlietkanaal in 1983. Hierdoor kwam Roosendaal rechtstreeks in verbinding met de Dintel waardoor de Roosendaalse Vliet voor het scheepvaartverkeer nauwelijks nog betekenis had. Lange tijd heeft de Molenbeek de vrije loop gehad vanwege de ligging buiten de stad. Door de naoorlogse groei van Roosendaal, en met de komst van uitbreidingen zoals Westrand en Borchwerf, is de Molenbeek steeds verder ingedamd.

Het is goed te zien dat de Roosendaalse Vliet en de Molenbeek vroeger samen één systeem waren en dat ze door de tijd heen steeds verder uit elkaar getrokken zijn. Als onderdeel van de uitvoering van Spoorhaven is deze verbinding hersteld met de nieuw aangelegde meander van de Molenbeek ter hoogte van het Kadeplein gegraven.

11/55

2.2

Ruimtelijke analyse van het gebied

2.2.1 Stedenbouwkundige analyse Het plangebied ligt aan de rand van het stadscentrum van Roosendaal: een uitgestrekt, extensief bebouwd terrein met veelal verouderde bedrijfspanden. De gunstige ligging van Spoor C, zo dicht bij de binnenstad en station, biedt grote kansen om er nieuwe functies te vestigen die aanvullend zijn op de functies in het stadscentrum. Het is bij uitstek de plaats voor het vestigen van functies die van belang zijn voor het functioneren van de gehele stad. De inzet van dit bestemmingsplan is de metamorfose van het gebied tot multifunctioneel gebied met ruimte voor wonen, werken, leren en recreëren. Industriestraat De noordelijke helft van plangebied wordt in de huidige situatie door de Industriestraat in twee delen verdeeld. Aan de oostzijde is ruimte voor het stadion en aan de westzijde voor bedrijven. Aan de Industriestraat stonden 14 kleinschalige rijwoningen aan de noordzijde en een bedrijfswoning aan de zuidkant. De straat wordt verder geflankeerd door bomen en bosschages. Omgeving Stadion Aan de noordzijde van Spoor C ligt het voetbalstadion. De commerciële functies en kantoren bevinden zich aan de noordzijde van het gebouw, gelegen aan de straat Borchwerf. De overige zijden van het stadion zijn gesloten. Dit zorgt ervoor dat deze zijden van het stadion als achterkant functioneren.

Het stadion wordt omringd door parkeerplaatsen en toegangswegen en maakt geen verbinding met het omliggende gebied. Bedrijven aan de Roosendaalse Vliet Aan de Roosendaalse Vliet waren meerdere bedrijfspanden aanwezig. Veel van deze panden zijn inmiddels gesloopt en die er nog staan vervullen inmiddels een andere functie. Uitzondering is de Cosun Beet Company. De verkaveling is gevarieerd, net als de omvang van de bedrijfspercelen en -gebouwen. De gevestigde bedrijven maken geen gebruik meer van de Roosendaalse Vliet. Er is ook geen directe toegang tot het water vanaf het bedrijventerrein. Wel ontstonden hier allerlei nieuwe (tijdelijke) initiatieven zoals het Innovitapark, containerbar Spot en het stadsstrand. Het meest zuidelijke bedrijf aan de oostkant van de Roosendaalse Vliet is de Cosun Beet Company specialiteitenfabriek (Van Gilse), een suikerverwerkend bedrijf. De bebouwing is qua uiterlijk een uitzondering op de bebouwing aan de Oostelijke Havendijk. Het historische pand is gebouwd begin 20e eeuw en valt op door het baksteengebruik en de kapvorm. Omgeving Kadeplein Het gebied aan de zuidzijde van Spoor C wordt gekenmerkt door een aantal grootschalige gebouwen als het Curio college, de Douanier en het EKP-gebouw. De openbare ruimte tussen deze gebouwen is veelal verhard en in gebruik als parkeerplaats.

Stroomopwaarts gezien gaat de Roosendaalse Vliet hier van een breed kanaal over in de Molenbeek, een smallere stroom waarbij de oevers vaker ingericht zijn met riet en groen. Dit gebied vormt de overgang tussen het (voormalig) bedrijventerrein aan de noordzijde en het gebied rondom de Kade. Aan de Kade, de verbindingsweg met het centrum en onderdeel uitmakend van het 'historisch lint', zijn verschillende horeca- en winkelpanden aanwezig. De schaal van de bebouwing aan deze weg is kleiner en sluit aan bij de bebouwing van het centrum.

12/55

13/55

Hoofdstuk 3 3.1

Visie plangebied

Ontwikkelprogramma ROOS

In het ontwikkelprogramma ROOS (Roosendaals Ontwikkelprogramma voor Onze Stad) worden bestaande waarden zichtbaar gemaakt, versterkt en aan elkaar verbonden. Het plan gaat over het integraal opwaarderen van het centrumgebied en omgeving. Onderligger van ROOS is het ontwikkelplan Rondje Roosendaal. Vier principes liggen ten grondslag aan ROOS. Deze principes zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en bepalen gezamenlijk de koers voor ROOS en de toekomstige ontwikkelingen die hierin plaatsvinden: 1. DNA, cultuur en erfgoed vertelt het verhaal 2. Natuur in de stad verbindt 3. Gebied specifiek programmeren 4. Duurzame mobiliteit Naast Spoor C maken andere herkenbare plaatsen in Roosendaal als het Stationsplein, Mariadal, Dokter Braberstraat, de Nieuwe Markt, het Kadeplein en het Zwaaigat deel uit van het Rondje Roosendaal. De prominente rol van Spoor C binnen de route benadrukt het belang van de openbare ruimte in het gebied.

14/55

Figuur 3.1 Rondje Roosendaal (bron: Ontwikkelplan Rondje Roosendaal)

3.2

Ruimtelijke invulling

3.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur Ambities Spoor C De ambitie is om van het Spoor C een multifunctioneel, groen en levendig deel van de stad te maken. In Spoor C vind je bijzondere gebouwen van gedurfde materialen en uitgesproken kleuren. Hier speelt duurzaamheid en klimaatadaptatie een belangrijke rol. Bewoners en ondernemers durven hier te pionieren. Natuur en de levendigheid van de stad komen hier samen.

15/55

Om dit te realiseren zijn acht principes gedefinieerd waarop de ontwikkeling van het gebied gestoeld is. Deze principes zijn opgenomen in figuur 3.2. De functies die in het gebied gerealiseerd kunnen worden zorgen ervoor dat het gebied 24 uur per dag gebruikt wordt en levendig zal zijn. Voor de exacte invulling met functies wordt een open grondhouding voor initiatieven aangehouden, van belang hierbij is dat ze bijdragen aan het innovatieve en gezonde karakter van het park. Het wordt een plaats voor eigenzinnige bewoners, waar innovatie wordt toegejuicht en gepionierd wordt door zowel ontwikkelaars, gemeente als bewoners. De ontwikkeling is een impuls voor de omgeving en zorgt daarmee voor een nieuwe voorzieningen op zowel buurtniveau als voor de hele stad. Daarnaast is in het plan veel aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, water- en groenelementen. Bij de inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met hittestress en wateroverlast. Groen, schaduw en de Vliet spelen hierin belangrijke rol. Met de ontwikkeling wordt tevens aangesloten bij de laatste eisen ten aanzien van duurzaamheid en energie-neutraal bouwen, waarmee de ontwikkeling past binnen de visie van energietransitie.

Figuur 3.2 Uitgangspunten ontwerp Spoor C(bron: Gebiedsvisie Spoor C) Ruimtelijke principes De ontwikkeling van Spoor C kan niet los gezien worden van de totale ontwikkeling van Stadsoevers. Er zijn vier centrale doelstellingen geformuleerd die de kapstok vormen van de (ruimtelijke) principes en kernwaarden van de wijk. 1. Waarde creëren: een goed vestigingsklimaat realiseren voor verschillende partijen in een nieuw, groen en klimaatbestendig stuk stad 2. Stad en gebied verbinden: Stadsoevers en de Westrand op een logische manier verbinden met het centrum. 3. Realiseren van een bestemming: Spoor C wordt een bestemming, een plek om mensen te ontmoeten, ruimte voor festivals. 4. Collectieve identiteit van Roosendaal: De historie van het gebied is een waardevol fundament voor de nieuwe opzet Stedenbouwkundige principes Spoor C De visie voor Spoor C is een open parkomgeving waar gewoond, gewerkt, geleerd en gerecreëerd wordt. De vormgeving van Spoor C volgens het campus principe sluit aan bij deze gedachte. Spoor C bestaat uit twee delen; het noordelijke, parkachtig ingerichte gedeelte en het zuidelijke, meer stedelijk georiënteerde deel. De reeks informele pleinen langs de Vliet vormen een herkenbare continuïteit binnen deze twee delen. In combinatie

16/55

met een coherent materiaalgebruik worden het Noordelijk en Zuidelijk deel met elkaar verbonden. De promenade en de pleinen vormen zo gezamenlijk de ruggengraat langs de Vliet. Verder is het gebied opgedeeld in een aantal oost- west georiënteerde velden.

Figuur 3.3 Opdeling zuidelijk (grijs) en noordelijk deel (groen) van Spoor C (bron: gebiedsvisie Spoor C) Openbare ruimte Het noordelijk deel van Spoor C is een ruim opgezet, groen landschap. Het ligt direct aan het water, en bestaat uit verschillende velden. Velden die her en der bebouwing toelaten. Op twee velden speelt de buitenruimte en bijbehorende activiteiten de hoofdrol: op de Groene Loper en de Sportloper. De Groene Loper is de kern van Spoor C en markeert de centrale oost-west verbinding in het gebied. Vanaf de Passerelle en de gele brug over de Roosendaalse Vliet verbindt de Loper Stadsoevers en de Westrand met het

17/55

station en de binnenstad. Op de Loper vind je een breed pallet van functies, van sport- en speelaanleidingen tot een ligweide en picknickplaatsen. Het is de groene buitenruimte van de aanliggende woon-, werk- en onderwijsgebouwen. De Sportloper is het veld dat uitdaagt tot sport, beweging en Urban Culture. Het biedt ruimte voor diverse urban sports, avontuurlijk spelen en een bootcamp parcours. Hier is er voor elke leeftijd wel iets te doen. De buitenruimte is vormgegeven als een park met verschillende onderdelen en gebruik, en met een duidelijke indeling. Het biedt ruimte voor festivals en evenementen, kunst en cultuuruitingen, rust en klimaat adaptieve elementen. In de buitenruimte is daarnaast ruimte voor twee horeca paviljoens: aan de kade in de Groene loper en aan de oostzijde in de Sportloper. Bebouwing In het noordelijke gedeelte van Spoor C vind je gebouwen in het groen. De maat en schaal van de bebouwing refereert naar het historische industriële verleden en sluit aan bij de bestaande bebouwing in de omgeving, zoals het stadion. Aan de spoorzijde is de ritmiek van grotere, gebied overstijgende bebouwing kenmerkend. De afmeting van de bouwvolumes nemen af richting de Vliet. De lagere bebouwingshoogte langs de Vliet sluit aan op de bebouwing aan de westzijde van het water. Het zuidelijke gedeelte is stedelijker van opzet.

De bebouwing is al aanwezig in de vorm van de specialiteitenfabriek van Cosun en het voormalige Expeditie Knooppunt (EKP) van PostNL. De ontwikkeling focust zich rondom het EKP met name op het opwaarderen , vergroenen en activeren van de buitenruimte. 3.2.2 Bouwvelden Van noord naar zuid zijn binnen Spoor C vijf bouwvelden gedefinieerd, gescheiden door de lopers. In het zuidelijk deel staat het EKP dat de entree van Stadsoevers aan de Kade markeert.

18/55

Figuur 3.4 Bouwvelden en lopers Spoor C (bron: Gebiedsvisie Spoor C) Binnen Spoor C speelt de flexibiliteit in de invulling een belangrijke rol. Daarom wordt gewerkt met bouwvelden met eigen nuancering van de invulling in een campussetting. Hierdoor krijgen de afzonderlijke velden een eigen specifieke invulling en daarmee ook herkenbare identiteit zonder zich los te koppelen van de identiteit van Spoor C. De invulling van het gebied met bouwvelden in een groen kader is goed terug te zien in de verbeelding van het bestemmingsplan. De Coulissen Het bouwveld in het noordwesten van Spoor C is bestemd voor woon- werkgebouwen. Het gebied wordt groen ingericht en binnen deze groene inrichting is ruimte voor verschillende solitaire woon- en werkgebouwen. Er

19/55

wordt een sociaal en betaalbaar woningbouwprogramma beoogd. Op de eerste twee verdiepingen zijn daarnaast werk- en maatschappelijke functies mogelijk. Door het gemengde programma wordt een levendige openbare ruimte gestimuleerd. De hoogte van de gebouwen neemt af vanaf de Borchwerf naar de groene loper. De bouwhoogte loopt af van maximaal 33 meter in de noordwesthoek aan de Borchwerf naar maximaal 16 meter in de zuidoosthoek van het bouwveld. De gebouwen aan de Borchwerf hebben ook geluidwerende functie, waardoor hier een minimale breedte verplicht is. Het Stadion Als eyecatcher en publiekstrekker is het bestaande stadion een waardevolle plek voor het gebied. Het stadion is flexibel in te vullen: naast verschillende sportactiviteiten en evenementen in de buitenlucht zijn er ook in de bebouwing van de ring verschillende functies aanwezig. Zo zijn er al diverse onderwijsfuncties, binnensporten en kantoren gevestigd in het stadion. Om de groeiende ambitie van het stadion en ruimtevraag van huurders een plek te geven wordt aan de zuidzijde van het stadion een uitbreiding mogelijk gemaakt. Dit biedt tegelijkertijd de mogelijkheid van deze zijde een voorzijde te maken. De maximale hoogte van deze uitbreiding wordt, evenals de maximale hoogte van het stadion zelf, 13 meter. De kantoortorens aan de noordzijde hebben een maximale hoogte van 22 meter.

Om voor te sorteren op toekomstige ontwikkelen is het daarnaast mogelijk af te wijken van de maximale hoogte van 13 meter voor het realiseren van een overkapping van het stadion. De Tribune Gelegen in het hart van Spoor C, op de kruising van de hoofdverbindingen en omringd door actieve velden ligt de Tribune. Een markant gebouw met drie zeer uiteenlopende uitzichten: Op de dynamiek van de Sportloper in het zuiden; Op de Vliet aan de westzijde; En aan de noordzijde op de levendigheid en ruimte van de Groene loper. Het gebouw voorziet in werk en maatschappelijke functies op de begane grond. Op de verdiepingen worden appartementen gerealiseerd. Deze locatie kent een gemixt woonprogramma en een commercieel en werkprogramma op de begane grond. Op de hoger gelegen verdiepingen is plaats voor wonen. Het bouwblok wordt zo vormgegeven dat op de eerste verdieping een semi openbare binnenplaats ontstaat.

20/55

Figuur 3.5 referentiebeeld De Tribune (bron: Gebiedsvisie Spoor C) De Foyer Omdat Spoor C autoluw is wordt het parkeren centraal geregeld in een HUB aan de oostkant van het gebied aan de Spoorlaan, direct ontsloten op de Borchwerf. Naast een HUB is de Foyer ook een multifunctioneel gebouw met diverse functies die goed bij de ligging van het gebouw passen, denk daarbij aan een buurt-afhaalpunt voor pakketten, diverse werkfuncties (kantoren, dienstverlening of onderwijs). Wonen is hier niet toegestaan.

Figuur 3.5 referentiebeeld De Foyer (bron: Gebiedsvisie Spoor C) De Toeschouwer De Toeschouwer heeft een programma dat gebaseerd is op wonen, beperkte werk of maatschappelijke functies zijn optioneel. De begane grond wordt verhoogd aangelegd om een goede overgang openbaar-privé te behouden terwijl het gebouw wel open is aan de kant van de kade. Op deze manier kan het groene park via de

21/55

opening in het U-vormige gebouw de semiopenbare binnenruimte als het ware instromen. EKP Het meest zuidelijke bouwveld betreft het EKP gebouw, het voormalig post distributiecentrum. Binnen ontwikkelprogramma ROOS is het EKP opgenomen als sleutelproject: Het is van belang om dit gebouw een nieuwe passende functie te geven op een wijze die de positie in het stedelijke weefsel of het landschap versterkt. EKP wordt een multifunctioneel gebouw met wonen, werken en leisure. Het plein aan de voorzijde van het EKP kan gebruikt worden door de horeca en leent zich voor evenementen en markten. Aan de noordzijde van het EKP gebouw bevindt zich een parkeerterrein. In het bestemmingsplan wordt het realiseren van een gebouwde parkeervoorziening op deze plek mogelijk gemaakt. Cosun Beat Company-specialiteitenfabriek De suikerfabriek is een belangrijk gebouw in de historie van Spoor C en zal de huidige functie als suikerfabriek behouden. De bestemming van dit bouwveld wordt niet gewijzigd. Met de invulling van de omliggende gronden wordt rekening gehouden met deze functie en de belemmeringen die dit met zich meebrengt. 3.2.3 Verkeer en parkeren Verkeersstructuur In Spoor C staat de voetganger en fietser centraal. De auto speelt een ondergeschikte rol en is slechts op enkele plaatsen toegestaan.

Aan de oostzijde langs het spoor komt een verbindende weg tussen de Borchwerf en de verschillende ontwikkelplots in Spoor C. De huidige Industrieweg komt te vervallen. Aan de zuidzijde wordt het gebied ontsloten via de bestaande wegen Kade, Oostelijke Havendijk, Wethouder Lanenstraat en Turfberg. De wegenstructuur hier loopt tot aan de Vliet, waardoor het overgrote deel van Spoor C autoluw wordt. Parkeren Parkeren wordt zoveel mogelijk aan de buitenranden gerealiseerd om het parkeren op straat te minimaliseren. In de Foyer wordt een parkeerhub gemaakt om in deze ambitie te voorzien. Aan de oostzijde wordt het bestaande parkeerterrein van het stadion benut voor dagdagelijks parkeren en parkeren bij evenementen. Langzaamverkeer De hoofdroute voor het langzaam verkeer, zowel fietsers als wandelaars, loopt via de Kade en Vlietkade langs de openbare pleinen en sluit middels de Groene loper aan op de Passerelle. Daarnaast zijn er een informele langzaam verkeerroutes in het campusachtige landschap tussen de bebouwing door.

3.3

Programma Spoor C

Zoals uit de voorgaande tekst blijkt, wordt voor Spoor C nadrukkelijk ingezet op een gemengd programma. Het stedenbouwkundig plan biedt ruimte aan maximaal 560 woningen (afhankelijk van de woninggrootte), commerciële ontwikkelingen en maatschappelijke voorzieningen. Gestreefd wordt naar een gedifferentieerd woonprogramma met een belangrijke rol voor betaalbare woningen: 100 - 150 starterswoningen, waarvan de helft als koopgarant 120 - 220 sociale huurwoningen 60 - 80 studenten appartementen

22/55

100 - 150 vrije markthuur appartementen Naast het gebouwde programma maakt ook de openbare ruimte in het gebied nadrukkelijk onderdeel uit van het Spoor C programma. De ruim aanwezige groene campusachtige openbare ruimte biedt mogelijkheden voor recreëren, sport en spel (Urban sportspark) en evenementen. Binnen de groene ruimte zijn diverse functies mogelijk, zoals twee horeca-paviljoenen. Het programma dat gaat landen in het gebied zie er als volgt uit: 560 woningen 11.900 m² bvo commerciële ruimte 10.550 m² bvo maatschappelijke functies 20.000 m² Groene loper 12.500 m² Sportloper 4 pleinen in een 15 ha grote campus

3.4

Ontwikkeling Spoor C

De ontwikkeling van Spoor C wordt gefaseerd uitgevoerd. De ambitie is om Spoor C over 8 jaar af te hebben. Bouwvelden zullen gefaseerd tot ontwikkeling gebracht worden, waarbij gestart wordt in het noorden met de Coulissen. De groene velden worden zodra het mogelijk is in de definitieve vorm aangelegd. In de tussentijd biedt het gebied ruimte aan tijdelijk programma, initiatieven en invullingen, zoals Tiny oevers, SPOT en The Loods.

23/55

Hoofdstuk 4

4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke

24/55

leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Ruimte voor overgang naar een circulaire economie Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. Dit noemt men omgevingsinclusief beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden in Nederland. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren.

Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Spoor C wordt een gemengd gebied waarbinnen diverse functies als bedrijven, wonen en vrijetijdsbesteding gecombineerd wordt. Zo wordt de ruimte 24 uur per dag en 7 dagen per week gebruikt en ontstaat een levendige woon- en werkomgeving. De leefomgeving wordt ingericht met veel groen en openbare ruimte, waaronder de aanleg van een urban sportpark voor alle leeftijden. De inrichting van de openbare ruimte nodigt uit tot bewegen en draagt bij aan een gezonde leefomgeving. De ruime groene opzet en de relatie met de Roosendaalse Vliet zorgen voor een prettige en gezonde leefomgeving. Het mogelijk maken van 560 nieuwe woningen in combinatie met andere functies in het bestaand stedelijk gebied van Roosendaal past binnen het rijksbeleid en draagt bij aan de opgave om 1 miljoen woningen te bouwen tot 2030. In bijlage 2 is onderzocht of er voldoende marktruimte is voor het beoogde programma. Daaruit blijkt dat de

25/55

herontwikkeling van het gebied Spoor C past binnen gemeentelijke beleidskaders. Binnen het plan worden verschillende functies mogelijk gemaakt. De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte hieraan is in dit onderzoek beschreven. De woningopgave in de gemeente is groot, de herontwikkeling van Spoor C voorziet in het toevoegen van een groot aantal woningen. De nieuwe inwoners in Spoor C zorgen daarnaast voor nieuw draagvlak en behoefte aan voorzieningen. Het beoogde programma is afgestemd op de verzorging van de inwoners uit eigen wijk. Gelet op deze wijkverzorgende functie leidt de toevoeging van deze voorzieningen niet tot onaanvaardbare leegstand elders. Geconcludeerd wordt dat met de ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dienstenrichtlijn In het bestemmingsplan is in een aantal gevallen is sprake van een inperking in het kader van de Europese Dienstenrichtlijn: Voor detailhandel geldt een omvangsbeperking; Voor horeca geldt een branchebeperking; Voor horeca geldt een omvangsbeperking; DETAILHANDEL IN RELATIE TOT DIENSTENRICHTLIJN Detailhandel in goederen is een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn en een beperking moet dus aan die voorwaarden voldoen. Hierover heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de eerste richtinggevende uitspraak gedaan inzake het bestemmingsplan Stad Appingedam (ECLI:NL:RVS:2019:2569; 201309296/6/R3.; 24 juli 2019).

Op grond van een serie Afdelingsuitspraken over bestemmingsplannen en de Dienstenrichtlijn, in het verlengde van de Appingedam-uitspraak, blijkt dat branche- en maatvoeringsbeperkingen mogelijk zijn in het licht van de Dienstenrichtlijn, mits goed onderbouwd. Het uitsluiten van supermarkten en andere vestigingsbeperkingen voldoen doorgaans aan het discriminatieverbod. Uit jurisprudentie blijkt dat het actief sturen op detailhandelsstructuur ter bescherming van de vitaliteit en leefbaarheid van de binnenstad en wijk- en buurtcentra als een dwingende reden van algemeen belang geldt en daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde van 'noodzakelijkheid' van die beperking. Of een vestigingsbeperking de evenredigheidstoets doorstaat vergt veelal specifiek onderzoek. De inperkingen in voorliggend bestemmingsplan voldoen aan de Dienstenrichtlijn. Deze beperkingen leveren een zinvolle bijdrage aan het bereiken van de gemeentelijke doelen t.a.v. de voorzieningenstructuur. Samenvatting beleid Het gemeentebestuur van Roosendaal staat voor een majeure opgave: behoud en versterking van de positie van de centrumgebieden in een krimpende markt, behoud van de posities van de wijkwinkelcentra waarin supermarkten een essentiële rol vervullen, maar ook vernieuwing van de perifere detailhandelslocaties en Designer Outlet Roosendaal.

Het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid zijn erop gericht detailhandelsontwikkelingen te laten plaatsvinden in daarvoor aangewezen winkelgebieden: de binnenstad en de wijkwinkelcentra. Buiten deze detailhandelsstructuur is alleen ruimte voor volumineuze detailhandel en detailhandel die elders geen plaats kan krijgen zonder dat hiermee de posities van de winkelgebieden wordt aangetast. Deze

26/55

samenvatting van het beleid is uitvoerig in tal van beleidsdocumenten op de drie relevante niveaus van provincie, regio en gemeente vastgelegd en voorzien van afzonderlijke onderbouwingen en toelichtingen die op hoofdlijnen gelijkluidend zijn. Marktverkenning Voor dit bestemmingsplan is een actuele marktverkenning uitgevoerd. De uitkomst van de marktverkenning onderstreept de noodzaak van het beleid, gericht op concentratie van detailhandel in winkelgebieden. Het huidige oppervlakte aan detailhandel in Roosendaal ligt op niveau. Als gevolg van landelijke trends en ontwikkelingen staat het functioneren; zeker op het vlak van centrumbranches 'mode & luxe' en 'vrije tijd' waar sprake van afnemende bestedingen in fysieke winkels. Afgelopen jaren is terughoudend omgegaan met nieuwe detailhandelsontwikkeling buiten de aangewezen detailhandelsstructuur. In de gemeente wordt actief plancapaciteit gesaneerd. Het laten vervallen van de detailhandelsbeperkingen in voorliggend plan, op korte afstand van het centrumgebied, zou ten koste gaan van de vitaliteit van de centrumgebieden. Het zou betekenen dat elders ruimte ontstaat voor detailhandel die ook in de aangewezen winkelgebieden past. Hiermee wordt het concurrerend en zorgt het - gelet op de krimpende markt - voor relevante leegstand. Dit gaat ten koste van de vitaliteit en leefbaarheid van de winkelgebieden.

Het beleid en het coherent en systematisch handelen om detailhandel in niet-volumineuze goederen te vestigen in de daarvoor aangewezen winkelgebieden mag niet worden verlaten door nieuw-vestiging van deze winkels buiten de winkelgebieden toe te staan. Dit beleid en handelen dragen bij aan het beter laten functioneren van winkels in winkelgebieden. Versterking van detailhandel in dagelijkse goederen is wenselijk. Specifiek voor supermarkten geldt dat ze essentieel onderdeel zijn van elk perspectiefvol cluster op buurt en wijkniveau wordt er terughoudend omgegaan met initiatieven op andere locaties. Dit zet de ruimtelijke kwaliteit in bestaande boodschappencentra onder druk. De omvangsbeperkingen dragen bij aan het functioneren van supermarkten in omliggende boodschappencentra. Wanneer dit wordt verlaten zet dit de leefbaarheid in buurten onder druk, temeer hier ook uitbreidingsplannen spelen. Conclusie De in dit omgevingsprogramma gestelde brancherings- en omvangsbeperkingen zijn in lijn met consistent gemeentelijk beleid gericht op het behoud van de vitaliteit van de binnenstad en concentreren van detailhandel in de aangewezen retailgebieden. De keuzes ten aanzien van maatvoering maken voor detailhandel, geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel van de te vestigen winkels.

Hiermee wordt derhalve voldaan aan het discriminatieverbod in artikel 15, derde lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn. Het beleid ten aanzien van het centrumgebied en andere winkelgebieden, het beleid gericht op concentratie van niet-volumineuze detailhandel in die gebieden in het bijzonder alsmede de systematiek van bestemmingsregelingen in Roosendaal, maken in samenhang duidelijk dat de 'bescherming van het stedelijk milieu' de dwingende reden van algemeen belang is voor inperking van de omvang van detailhandel. De vestigingsbeperkingen in dit Omgevingsprogramma zijn een evenredige maatregel. Deze maatregel is namelijk geschikt en effectief, wordt coherent en systematisch toegepast en doorstaat de hypocrisietest,

27/55

gaat niet verder dan nodig om het nagestreefde doel/de nagestreefde doelen te bereiken en het effect kan niet worden bereikt met andere, minder beperkende maatregelen voor het gebruik als detailhandel. Deze maatregel waarborgt ook de vitaliteit van en dynamiek in het centrumgebied en andere winkelgebieden in de aangewezen hoofdstructuur. De voldoen aan het evenredigheidscriterium in artikel 15, derde lid onder c van de Dienstenrichtlijn. HORECA IN RELATIE TOT DIENSTENRICHTLIJN In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke horeca-categorieën overgenomen. De indeling is gebaseerd van lichte tot zware impact op de omgeving. Denk bij impact aan het samenspel van geluid, geur, bezoekfrequentie en -piek etc. Lichtere vormen van horeca (zoals een lunchroom) hebben een lichtere impact op de omgeving dan zwaardere vormen van horeca, zoals een bar of discotheek. Om deze reden gelden voor lichtere horeca veelal andere vestigingsbeperkingen dan voor zwaardere horeca. Horeca moet worden beschouwd als een dienst en daarmee valt de functie onder de Europese Dienstenrichtlijn. Deze richtlijn schrijft voor dat horeca zich net als een dienst in theorie vrij moet kunnen vestigen. Vestigingsbeperkingen via een horeca-categorisering zijn toegestaan mits voldaan wordt aan de voorwaarden (zie kader Dienstenrichtlijn).

Het discriminatieverbod is niet van toepassing omdat bestemmingsplannen voor eenieder gelden. De horeca-categorisering voldoet aan het noodzakelijkheidscriterium. Via de indeling wordt zwaardere horeca omwille van de impact op de omgeving (o.a. geluids- en geuroverlast) gereguleerd binnen de aangewezen concentratiegebieden en daarbuiten geweerd. Hierdoor draagt de categorisering bij aan een goed woon- en leefklimaat. De concentratie van bepaalde typen horeca in voorzieningencentra (zoals de binnenstad) draagt bij aan de vitaliteit van deze centra. Indien de horeca categorisering wordt losgelaten, kan de gemeente de beleidsdoelen t.a.v. leefbaarheid en vitale centra niet realiseren. De horeca-categorieën voldoen ook aan het evenredigheidsbeginsel: De gemeente handelt coherent en systematisch. De horeca categorieën zijn uniform uitgangspunt in de bestemmingsplannen. In algemene zin zijn horeca categorieën effectief en dragen bij aan de bescherming van het woon- en leefklimaat. Dit blijkt uit het feit dat iedere gemeente in Nederland categorische beperkingen t.a.v. horeca in bestemmings- plannen heeft. De horeca-categorisering levert een zinvolle bijdrage aan de beleidsdoelen. Zonder de categorisering zou alle horeca zich overal zou mogen vestigen, waardoor de beleidsdoelen niet worden gehaald.

De maatregel gaat niet verder dan nodig, omdat de horecacategorisering in beleid én bestemmingsplannen, de enige mogelijkheid is om juridisch-planologisch te voorkomen dat horeca zich op onwenselijke locaties vestigt. Daarom zijn er geen minder beperkende maatregelen mogelijk.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk heeft met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vastgelegd. Het gaat om regels voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de kust, grote rivieren en militaire terreinen.

28/55

Toetsing Voor het plangebied geldt dat bij de ontwikkeling van het voorgenomen plan geen nationale belangen uit het Barro in het geding zijn. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) De Ladder voor duurzame verstedelijking is als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan welke een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, moet in de toelichting worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling van Spoor C voorziet in de realisatie van maximaal 560 woningen. Ontwikkelingen tot 12 woningen worden niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. Ook een functiewijziging zonder nieuw ruimtebeslag wordt in de jurisprudentie over de ladder niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van dat laatste criterium zou de ontwikkeling van woningen in het EKP niet getoetst hoeven te worden aan de ladder. De ontwikkeling van Spoor C als geheel moet echter wel als een stedelijke ontwikkeling worden beschouwd. Daarom is een beschrijving van de behoefte opgenomen.

Wonen In het geldende bestemmingsplan Spoorhaven fase 1 zijn 95 woningen opgenomen, dit aantal zou nu al mogen worden gebouwd in het gebied. Aan de Industriestraat bevonden zich tot voor kort 16 woningen met een woonbestemming. Het bestemmingsplan Spoor C voegt per saldo dus 449 woningen toe. In de Woonagenda van de gemeente Roosendaal (2021) is benoemd dat de Roosendaalse bevolking tot 2040 groeit naar circa 83.000 inwoners. De woningbouwopgave voor Brabant is tot 2030 nog circa 120.000 extra woningen. Een groot deel daarvan zal in stedelijke gebieden moeten komen. Daarnaast is gesignaleerd dat de behoefte aan woningen voor 1 en 2 persoonshuishoudens nog toeneemt. Spoor C levert door zijn ligging en opzet een belangrijke bijdrage aan het invullen van deze woningbouwopgave. Spoor C is ook expliciet benoemd in de Woonagenda, als grootschalige woningbouwlocatie. Werken In het geldende bestemmingsplan heeft een groot deel van het gebied de bestemming 'Bedrijf'. De Cosun Beet Company specialiteitenfabriek blijft aanwezig en behoudt de bedrijfsbestemming. Bij het EKP wordt het bestaande gebouw herontwikkeld en is er geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Alle gebouwen worden gesloopt en het gebied wordt opnieuw ingericht. Daartegenover staat voor heel Spoor C een programma met maximaal 11.900 m2 bvo aan werk- en maatschappelijke functies.

Per saldo is er dan ook sprake van een afname van bedrijfsfuncties. Kwalitatief is sprake van een verbetering. De verouderde bedrijfsgebouwen en terreinen die niet meer voldeden aan de eisen die daar aangesteld worden, worden vervangen door een nieuwe invulling die beter past bij de ligging van het gebied. Anderzijds leidt het verwijderen van de bestaande bedrijfsbestemmingen niet tot een tekort aan ruimte in Roosendaal. Uit het gemeentelijke

29/55

bedrijventerreinprogramma blijkt dat er voldoende geschikt aanbod is op andere locaties in de stad.

4.2

Provinciaal en regionaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven te onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing De ontwikkeling van Spoor C past binnen de omgevingsvisie van de provincie. Het plangebied maakt onderdeel uit van de bestaande stedelijke structuur van Roosendaal en is dan ook herstructurering van bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is een impuls voor de omgeving en zorgt daarmee voor een nieuwe voorzieningen op zowel buurtniveau als voor de hele stad.

Daarnaast is in het plan Stadsoevers veel aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, water- en groenelementen. Bij de inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met hittestress en wateroverlast. Groen, schaduw en de Vliet spelen hierin belangrijke rol. Met de ontwikkeling wordt tevens aangesloten bij de laatste eisen ten aanzien van duurzaamheid en energie-neutraal bouwen, waarmee de ontwikkeling past binnen de visie van energietransitie. Het plan past daarmee binnen de uitgangspunten van de provinciale structuurvisie

4.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Iov N-B) vastgesteld. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Iov N-B is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening, waaronder de huidige Verordening ruimte. De Iov N-B is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn

30/55

doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Iov N-B zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Hierin staan de regels die nu nog zijn opgenomen in de Verordening ruimte. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. Toetsing In de verordening zijn geen specifieke regels opgenomen ten aanzien van de locatie van het bestemmingsplan. Voor stedelijke ontwikkelingen voor wonen, werken of voorzieningen zijn de volgende regels opgenomen. Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1: Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.

Lid 2:Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Invulling door Spoor C In hoofdstuk 5 wordt aan de verschillende omgevingsaspecten getoetst of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De onderdelen a., b., en c. worden hierna behandeld bij de toetsing aan de artikelen die hier specifiek over gaan. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel; d.

de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag, zoals door meervoudig ruimtegebruik of door verticale bouw, zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling.

31/55

Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Invulling door Spoor C De ontwikkeling van Spoor C is een herstructurering van bestaand stedelijk gebied, waarbij een intensivering van het programma onderdeel is van de ontwikkeling. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verticale bouw. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is toepassing gegeven en komt aan de orde bij de toetsing van artikel 3.42. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1: De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2: De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

Lid 3: Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Invulling door Spoor C De ontwikkeling van Spoor C is een herstructurering van bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is opgenomen in de regionale omgevingsagenda. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Invulling door Spoor C

32/55

De ontwikkeling van Spoor C is de transformatie van het verouderde bedrijventerrein ten westen van de spoorlijn. Doel van de ontwikkeling is een impuls te geven aan het gebied rondom het spoor en de stad als geheel. Er is ruimte voor een organische ontwikkeling van voorzieningen en bedrijven. In hoofdstuk 5 is getoetst of de ontwikkeling voldoet aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot omgevingskwaliteit. Dakoppervlak van bebouwing wordt zoveel mogelijk benut voor duurzame energie. De openbare ruimte wordt veelal groen ingericht met gras en bomen op deze manier wordt hittestress tegengegaan. De opvang van water vindt plaats via berging en infiltratie waar mogelijk, met een overstort richting de Vliet. De auto speelt een ondergeschikte rol in Spoor C, in de openbare ruimte spelen de fiets en voetganger de hoofdrol. De ligging pal achter het station maakt vervoer met openbaar vervoer aantrekkelijk. De voornaamste taak van de provincie is om (ruimtelijke) ontwikkelingen van detailhandelslocaties regionaal en bovenregionaal af te stemmen. In het regionaal overleg wil de provincie met gemeenten afspraken maken over welke detailhandelslocaties regionaal en bovenregionaal worden afgestemd. In Spoor C wordt slechts wijkbediende detailhandel toegestaan.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Omgevingsvisie Roosendaal (De Verbonden Stad)) Roosendaal heeft de ambitie zich tot 2030 verder te ontwikkelen als een ‘verbonden gemeente‘. Een gemeente waar inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving. Een gemeente waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn. Roosendaal ontleent ook haar kracht aan de verbondenheid met omliggende gemeenten in de regio, met de Brabantse stedenrij en met de metropolen Rotterdam, Antwerpen en Brainport Eindhoven. Deze verbondenheid is al eeuwen de stuwende motor achter de ontwikkeling van Roosendaal en zorgt ervoor dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Voor bedrijven zijn internationale afzetmarkten goed bereikbaar. Bij het realiseren van deze ambitie hanteert de gemeente drie leidende principes: 1. Stad van de menselijke maat In de toekomst is goed wonen een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Roosendaal is een aantrekkelijke en gezonde woonstad voor haar inwoners, in al hun diversiteit, met veel ruimte voor ontmoeting en oog voor het individu. De woonwijken en dorpen zijn ruim van opzet, gezond, groen, rustig en veilig en hebben ieder een eigen sfeer en identiteit. 2. Balans tussen mens en natuur Roosendaal kent in 2030 meer groen in de stad, en meer stad in het groen.

Wandelaars en fietsers krijgen meer ruimte, er komen meer groene verbindingen binnen de stad en de dorpen, en naar het buitengebied. Bodem, oppervlakte en lucht zijn schoon, en de leefomgeving kent een grote biodiversiteit. In de toekomst is Roosendaal klimaatadaptief. Er is een goede balans tussen het bebouwde gebied, landbouw, natuur en recreatie. 3. Ruimte voor talent en ondernemerschap Roosendaal huisvest nu en in de toekomst bedrijven die sterk zijn in het opschalen van innovaties. De beroepsbevolking is opgeleid voor een plaatsje op de arbeidsmarkt in sectoren die perspectief bieden. Bedrijven, mbo+ en hbo werken samen aan goed hierbij passende opleidingen in de zorg, techniek, logistiek

33/55

en vrijetijdseconomie. Roosendaal is hiermee een belangrijke schakel in een rij van sterke steden en in een regio die gericht is op vernieuwend ondernemerschap Een analyse van de ontwikkeling en huidige situatie van Roosendaal, de trends en ontwikkelingen, in combinatie met de geformuleerde ambitie voor de toekomst en leidende principes, leidt tot een drietal overkoepelende opgaven voor Roosendaal. Deze zijn: Inspelen op extra groei Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid Werken aan een inclusieve stad. Nieuwe ontwikkelingen en functies wil de gemeente primair faciliteren in bebouwd gebied, onder andere via meervoudig ruimtegebruik. Gemeente streeft naar het optimaal gebruiken van bestaand bebouwd gebied, dus kiezen voor inbreiding waar dat kan. De ontwikkeling van Spoor C (voorheen Vlietpark) wordt ook als in ontwikkeling zijnde project benoemd. Wonen De gemeente zet zich in om haar burgers een passende woning en woonomgeving te bieden en om burgers binnen de wijken en dorpen mogelijkheden voor een wooncarrière te bieden. Bij ontwikkeling wordt ligt het zwaartepunt bij projecten die onderdeel uitmaken van het Rondje Roosendaal Onderwijs Roosendaal wil een kennisstad zijn voor met name hbo en mbo instellingen. Een belangrijke vraag voor de toekomst is of moet worden nagedacht over een campus waar alle voortgezette opleidingen worden gecombineerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1918/documents/53362