01. Gebundelde stukken BWB.pdf
Tekst van het document
2% (afgerond € 405. 000) niet wordt overschreden. Deze norm is formeel door het Algemeen Be-
stuur bepaald. Hieronder schetsen we per criteria voor rechtmatigheid de bevindingen. Toelichting Begrotingsrechtmatigheid Het Algemeen Bestuur van de BWB heeft op 26 januari 2026 de financiële verordening aangepast om duidelijke kaders te scheppen ten aanzien van begrotingsrechtmatigheid. In artikel 12 is vastgelegd dat dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.
Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a.
Er is sprake van een overschrijding van de lasten waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
b.
Er is sprake van een overschrijding van de lasten op een open-einde regeling.
c.
De overschrijding van de lasten is gedurende het boekjaar gemeld aan het Algemeen Bestuur door middel van een tussentijdse rapportage maar kon niet meer tijdig worden opgenomen in een begrotingswijziging deze wordt als gevolg hiervan in de jaarrekening gemeld. ,
d.
Er is sprake van een onderschrijding op de lasten die niet in een tussentijdse rapportage kon worden gemeld aan het Algemeen Bestuur deze wordt als gevolg hiervan in de jaarrekening gemeld. ,
e.
Er is sprake van een onderschrijding of overschrijding op de baten die niet in een tussentijdse rapportage kon worden gemeld aan het Algemeen Bestuur rekening gemeld.
Jaarstukken 2025
39
,
deze wordt als gevolg hiervan in de jaar-
De BWB heeft afwijkingen gemeld in de tweede bestuursrapportage.
Inkoop/aanbesteding (incl. inhuur) Om tot een oordeel te komen over de rechtmatigheid van de aanbestedingen is een volledige spendanalyse uitgevoerd over de inkoop 2022-2025. Alle inkoopdossiers boven de Europese aanbestedingsgrens zijn gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen
aanbestedingsfouten geconstateerd.
Salarissen en declaraties Voor de controle op de rechtmatigheid van de salarislasten zijn de mutaties in het personeelsbestand gecontroleerd. Hierbij is een steekproef op de in- en uitdiensttreding (incl. doorstroming binnen de or-
ganisatie) van personeel gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Ook in de controle op declaraties (reiskosten werkplek-vergoeding studiekosten ,
,
,
etc. )
zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd.
Memoriaalboekingen en investeringen Door middel van memoriaalboekingen kunnen beheersmaatregelen worden doorbroken. De memoriaalboekingen zijn steekproefsgewijs gecontroleerd. Hierbij zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Investeringen worden geactiveerd op de balans. Ook deze zijn gecontroleerd waarbij eveneens geen
rechtmatigheidsfouten zijn geconstateerd.
Proceskostenvergoedingen waardebezwaren Voor de controle op de rechtmatigheid proceskostenvergoedingen is een steekproef op uitgekeerde proceskostenvergoedingen gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd.
Misbruik en oneigenlijk gebruik Van misbruik en oneigenlijk gebruik kan sprake zijn als mensen of organisaties bewust of onbewust gebruik maken van de voorzieningen van de BWB
,
terwijl ze er geen recht op hadden of het proces van
belastingheffing of -inning beïnvloeden om voordeel te verkrijgen. De BWB heeft een risicoanalyse opgesteld voor de belastingprocessen en ondersteunende processen waarin de frauderisico’s zijn opgenomen. Jaarlijks worden deze geactualiseerd. Voor de BWB zijn de voornaamste risicogebieden (vanuit de optiek van de jaarrekening): inkoop en aanbesteding gen , salarissen en declaraties. Op deze processen
,
betalin-
heeft de BWB beheersingsmaatregelen getroffen
met name op het gebied van functie-scheiding en het vier-ogenprincipe. Deze beheersingsmaatregelen worden jaarlijks beoordeeld en – indien nodig
Jaarstukken 2025
–
aangescherpt.
40
,
Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen heeft de BWB de volgende preventieve componenten opgenomen in het integriteitsbeleid: -
De gedragscode integriteit Het hoofddoel van deze gedragscode is om medewerkers een richtlijn te bieden bij het hanteren van de normen en waarden van de BWB. De code verduidelijkt welke normen en waarden de BWB
belangrijk vindt en wat wel en niet acceptabel is voor medewerkers. -
Screening Bij de beoordeling van nieuwe medewerkers besteden de leidinggevende en de HR-adviseur standaard aandacht aan integriteit door het verifiëren van het curriculum vitae referenties diploma’s en ,
,
cijferlijsten van de sollicitant. Bij gevoelige functies (gebaseerd op een risicoanalyse van de functie) kan een diepere screening plaatsvinden. -
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) Voor alle indiensttredingen is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) vereist. Ook externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden een VOG te leveren voordat ze kunnen beginnen. Hierbij wordt de inhoud van de verklaring afgestemd op de functie.
-
Artikel 4 Eed en Belofte Bij aanvang van het dienstverband moet een ambtenaar een eed of belofte afleggen. In deze Eed
of Belofte verklaart men ook dat men kennis heeft genomen van de Gedragscode Integriteit. Externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden de integriteitsen geheimhoudingsverklaring te ondertekenen. Hierin wordt verklaard dat zij zich aan de integri-
teitsregels zullen houden. -
Melden van nevenwerkzaamheden Een medewerker is verplicht om alle nevenwerkzaamheden te melden die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden en die in verband staan met zijn of haar functie.
-
Melding van financiële belangen Medewerkers zijn verplicht om financiële belangen aan te geven. Het betreft financiële belangen die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden
,
voor zover deze relevant zijn voor de
uitvoering van de functie van de betrokken medewerkers. Het hoofddoel hiervan is om het risico van
financiële belangenverstrengeling te minimaliseren.
Naast preventieve elementen in de voorkoming van fraude heeft de BWB repressieve elementen zoals controle achteraf en sanctionering. De BWB heeft de voor fraude risicovolle processen in de verbijzonderde interne controle betrokken. Bij de uitvoering van deze controles zijn geen onregelmatigheden geconstateerd. Fraude Uit de interne beheersing en controles zijn er geen bevindingen ten aanzien van fraude. Voor 2025 heeft het Dagelijks Bestuur geen bevindingen ontvangen die duiden op fraude.
Jaarstukken 2025
41
Paragraaf 4: Openbaarheid De BWB heeft in 2025 vier Woo-verzoeken ontvangen en deze zijn binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. De onderwerpen die opgevraagd werden lagen op het gebied van het opvragen van fiscale gegevens , het proces rondom taxaties in het kader van de wet WOZ en de hoorplicht in het bezwarenproces.
Jaarstukken 2025
42
Paragraaf 5: Niet van toepassing zijnde paragrafen Binnen de BWB zijn de onderstaande in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vermelde pa,
ragrafen niet van toepassing: ,
-
Paragraaf lokale heffingen
-
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
-
Paragraaf verbonden partijen
-
Paragraaf grondbeleid
De BWB voert belastingtaken uit voor haar deelnemers (waterschap en gemeenten) maar het heffin,
genbeleid en de lastendruk vallen onder de verantwoordelijkheid van de deelnemers en niet onder deze
paragraaf. De BWB heeft zeer beperkt kapitaalgoederen in eigendom. Het kantoorpand wordt gehuurd op basis van een meerjarig contract , zoals toegelicht onder " Niet in de balans opgenomen verplichtingen." Daar-
naast heeft de BWB geen verbonden partijen en is grondontwikkeling geen onderdeel van haar taken.
Jaarstukken 2025
43
II
Jaarstukken 2025
JAARREKENING 2025
44
1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Programma (× € 1. 000)
Begroting 2025 primair Baten
Lasten
Waarderen Heffen
Begroting 2025 na wijziging Saldo
Baten
-
5. 412 2. 647
-5. 412 -2. 647
Invordering
-
2. 501
Subtotaal programma's
-
-
Overhead Vennootschapsbelasting
165
Subtotaal overhead
165
Bijdrage deelnemers
20. 773
Treasury Post onvoorzien
-5. 232 -2. 567
-2. 501
-
2. 369
10. 560
-10. 560
-
10. 723
-10. 558 -
20. 354
5 80
425 -80
300
21. 118
21. 368
21. 368 -
Structureel jaarrekeningsaldo
-
21. 368 -
21. 368
-
21. 368
45
-2. 369
-
2. 316
-2. 316
10. 168
-10. 168
-
10. 020
-10. 020
10. 566
-10. 401
10. 236
-9. 993
-
243 -
-
-
-
20. 354
20. 354
-
20. 354
5 80
295 -80
277
5
272
20. 654
85
20. 569
20. 631
5
20. 626
20. 819
20. 819
20. 874
20. 261
613
-
20. 819
20. 819 -
20. 819
-
20. 819
-
-
-
10. 236
-
243
-
-5. 143 -2. 561
-
-10. 401
-
Saldo
5. 143 2. 561
10. 566
-
-
Lasten -
-
20. 773
Saldo baten en lasten voor bestemming
Waarvan incidentele baten en lasten
-
-
85
21. 368
165 165
21. 203
Saldo baten en lasten na bestemming
-
-10. 558
Subtotaal dekkingsmiddelen
Mutaties reserves
Baten
5. 232 2. 567
10. 723
-
Saldo
-
-
430
Lasten
Realisatie 2025
-
-9. 993
-
-
-
-
-
-
20. 874
20. 261
613
-
1
531
-530
-
20. 873
19. 730
1. 143
Gn Belastingsamenwerking
West-Brabant
2. TOELICHTING Conform die
de
voorschriften
betrekking
hebben
OVERZICHT
en
afzonderlijke post
gegaan
op de
toegelicht.
Begroting
In dit hoofdstuk
overhead
afwijkingen
Kleinere
Besluit
op begrotingsjaar verdeeld
head’ inzichtelijk gemaakt. de
het
van
BATEN
ten
wijzigingen
de
worden
verder
en
en
uitgediept.
Per
onder
‘overige
van
baten
lasten
per programma
programma
€ 100.000 worden
kleine
lasten
en
afzonderlijke post ‘over-
baten
begroting. Afwijkingen
samengevat
(BBV) zijn de
is er een
en
gepresenteerde
inzichtelijk gemaakt de
LASTEN
Verantwoording
en
per programma
worden
opzichte van
EN
wordt
in-
individueel
verschillen’.
(geanonimiseerd) Het programma
Waarderen
is als
Omschrijving (* € 1.000) Loonkosten
volgt
te
specificeren:
Jaarrekening
Begroting
2024
2025 primair
Begroting 2025 _na wijziging
Jaarrekening
5412 5232}
5143
Versali
2025
personeel
Inhuur personeel Beheer WOZ-administratie Taxeren Griffie-
herwaarderen
en
proceskosten
en
|EE Subtotaallasten | 5.747) 5747)
TL
lasten
Bijdrage
waarderen
5:
Resultaat Waarderen
Verschillen
(> € 100.000) loonkosten
Het onderdeel van
€ 183.000.
Dit resultaat
per programma verschillen
en
niet
worden
inhuur
tussentijds
de totale
Ten
aanzien
van
proceskosten
het
vrijvallen
van
de
Overige De
Jaarstukken
2025
wordt
kleine
aangepast.
als
totaal
er verwezen
van
naar
een
nadeel
zien
vertekend
beeld,
omdat de
begrotingscijfers
loonbudget
wordt
als
gestuurd
een
Het
Waarderen
het
onderdeel
geheel
overhead
wordt
de
en
een
inte-
onder andere
door
kosten.
voordeel
ter waarde
het programma
toegelicht. Bij
personele
is er een
voorziening
kleine verschillen
overige
worden
bij de jaarstukken
Kortheidshalve
laat binnen
geeft op programmaniveau
grale toelichting gegeven op
balans.
personeel
zichtbaar
€ 121.000
€ 249.000.
van
zoals
de betreffende
Dit komt
beschreven
bij de toelichting op
de
toelichting.
(< € 100.000)
afwijkingen zijn gezamenlijk
€ 23.000 voordelig
en
bevat geen
opvallende afwijkingen.
Programma Heffen
€ 6. 000 V
Het programma Heffen is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1. 000) Loonkosten huidig personeel
Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
2. 209
2. 426
2. 276
2. 223
53
67
-67
Verschil
Inhuur personeel
76
Kosten BAG (Controle)kosten gegevensbeheer Griffie- en proceskosten Heffen
41
45
15
11
4
158
159
266
246
20
10
17
10
14
-4
2. 494
2. 647
2. 567
2. 561
6
Subtotaal lasten
-
-
Bijdrage heffen
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
Resultaat Heffen
2. 494
2. 647
2. 567
2. 561
Verschillen ( > € 100. 000) Het programma Heffen bevat geen verschillen groter dan € 100. 000.
Overige kleine verschillen ( < € 100. 000) De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 6. 000 voordelig. Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Heffen een nadeel zien van
€ 14. 000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld omdat de begrotingscijfers per ,
programma
niet tussentijds worden aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de ver-
schillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.
Jaarstukken 2025
47
6
Programma Invordering
€ 53. 000 V
Het programma Invordering is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1. 000) Loonkosten huidig personeel
Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
2. 080
2. 311
2. 161
2. 121
Inhuur personeel
-
-
-
Verschil 40 -
-
Financiële invordering
114
131
121
121
Dwanginvordering
62
59
87
74
13
Subtotaal lasten
2. 256
2. 501
2. 369
2. 316
53
-
Bijdrage invordering
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
Resultaat Invordering
2. 256
2. 501
2. 369
2. 316
Verschillen ( > € 100. 000) Het programma Invordering bevat geen verschillen groter dan € 100. 000.
Overige kleine verschillen ( < € 100. 000) De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 53. 000 voordelig. Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Invordering een voordeel zien van
€ 40. 000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld omdat de begrotingscijfers
per programma
,
niet tussentijds worden aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de
verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.
Jaarstukken 2025
48
53
Overhead
€ 408. 000 V
Het programma Overhead is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
3. 530
4. 059
3. 734
3. 547
187
Inhuur derden
228
710
510
233
277
Overige personele kosten
444
640
1. 068
1. 402
-334
Bedrijfsvoering
325
387
416
369
47
Kantoorkosten
618
706
668
668
1. 924
2. 053
2. 097
2. 048
49
797
818
823
809
14
Door te schuiven BTW
1. 126
1. 350
1. 250
1. 160
90
Subtotaal lasten
8. 992
10. 723
10. 566
10. 236
330
Bijdrage loonkosten
63
97
97
Bijdrage garantiesalarissen
112
108
-2
Bijdrage print en portokosten
8
8
8
Bijdrage overige goederen en diensten
112
55
55
30
-25
Subtotaal baten
295
165
165
243
78
8. 697
10. 558
10. 401
9. 993
408
Omschrijving (× € 1. 000) Personeel
Informatisering/automatisering Huisvesting
Resultaat Overhead
-
110
-
110 -
-
Verschil
Verschillen ( > € 100. 000) Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen het programma Overhead een nadeel zien van € 464. 000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld , omdat de per programma
begrotingscijfers
niet tussentijds worden aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de
verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.
Overige personele kosten (€ 334. 000 N) De overige personeelskosten leveren een nadeel op van € 334. 000. Dit nadeel is volledig het gevolg van een overschrijding binnen de uitstroomkosten personeel. Deze hoge kosten houden verband met
de vorming van twee voorzieningen namelijk de voorziening voor de RVU en de voorziening voor voor,
malig personeel. Hierbij wordt de voorziening ten aanzien van RVU gevormd op basis van bestaand beleid waarbij aan,
vragen die tot 31 december 2025 zijn goedgekeurd , worden opgenomen als voorziening. De voorziening
voormalig personeel is aangepast op basis van een geactualiseerde onderliggende verplichting. Voor de toelichting wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 6. Toelichting op de balans.
Jaarstukken 2025
49
-
Overige kleine verschillen ( < € 100. 000) De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 278. 000 voordelig. De grootste afwijkingen ontstaan als gevolg van de door te schuiven btw en bijdrage loonkosten. Beide voordelen worden dan ook nog kort toegelicht. Bijdrage loonkosten (€ 97. 000 V) De post bijdrage loonkosten betreft ontvangen vergoedingen van het UWV in verband met onder meer ziektewetuitkeringen
,
ouderschapsverlof en beëindigingsvergoedingen bij uitdiensttreding wegens ar-
beidsongeschiktheid. Deze baten worden vooraf niet geraamd
,
aangezien zij afhankelijk zijn van indivi-
duele personele situaties. Indien van toepassing kunnen deze middelen worden ingezet ter (gedeelte-
lijke) dekking van vervangingskosten. In 2025 zijn meerdere vergoedingen ontvangen. Door te schuiven BTW (€ 90. 000 V) De post ‘Door te schuiven btw’ is geraamd op basis van de verwachte inkoop. Doordat de daadwerkelijke inkoop lager is uitgevallen
,
is ook het daarmee samenhangende bedrag aan btw lager dan vooraf
geraamd. Dit resulteert in een voordeel in de jaarrekening van de BWB. Dit leidt echter niet tot een
financieel effect voor de gemeentelijke deelnemers aangezien deze kosten niet voor compensatie via ,
het btw-compensatiefonds (BCF) in aanmerking komen.
Jaarstukken 2025
50
Personeelslasten De salariskosten en de inhuurkosten personeel zijn in de jaarrekening rechtstreeks verantwoord binnen de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Voor een totaaloverzicht van de gerealiseerde personeelslasten (loonkosten inclusief inhuur) wordt hieronder een totaalbeeld gegeven waarbij onder,
scheid is gemaakt tussen personeelslasten binnen de programma’s en als gevolg van overhead. Salariskosten van het personeel en inhuurkosten worden als geheel beoordeeld. In onderstaande tabel en in de toelichting worden ze daarom ook in samenhang gepresenteerd.
Personeelslasten (× € 1. 000)
Loonkosten
Woon-werkverkeer
Garantiesalarissen
Gratificaties & uitkeringen
Waarderen
3. 675
70
75
24
865
4. 709
Heffen
2. 223
42
23
67
2. 355
Invordering
2. 121
32
9
7
Overhead
3. 170
50
24
21
233
3. 498
Totale lasten
11. 189
194
108
75
1. 165
12. 731
Begroot na wijziging 2025
12. 153
190
110
75
510
13. 038
964
-4
2
-655
307
Resultaat personeelslasten
-
Inhuur
Totaal
-
-
2. 169
In de reguliere exploitatie resteert een voordeel van € 307. 000 op de totale personeelslasten. Dit wordt deels veroorzaakt door een overschrijding van € 2. 000 op woon-werkverkeer
thuiswerkvergoedingen
,
garantiesalarissen en gratificaties. Deze onderschrijding ten aanzien van het overige deel van € 309. 000
heeft meerdere oorzaken welke hieronder worden toegelicht. ,
1.
Diverse personele effecten (€ 236. 000 V)
Er zijn diverse effecten binnen het personele budget die resulteren in een voordeel van € 236. 000. Zo zijn sommige medewerkers uitgestroomd zonder dat hun formatieplekken zijn ingevuld. Dit werk is in,
tern opgevangen door procesverbeteringen het structurele effect hiervan is verwerkt in de formatie voor 2026. Ook valt de daadwerkelijke personeelslast iets lager uit dan de geraamde persoonslast door verschil in treden en niet opgevulde restformatie. 2.
Niet benutte inhuurruimte (€ 47. 000 V)
De kosten voor inhuur van externe expertise zijn lager uitgevallen dan geraamd. Dit hangt samen met een verminderde
behoefte aan externe ondersteuning mede als gevolg van doorgevoerde procesver,
beteringen. Daarnaast zijn door ingehuurde krachten minder uren gerealiseerd dan bij aanvang van de opdrachten was voorzien. Per saldo resulteert dit in een voordeel van € 47. 000.
Jaarstukken 2025
51
,
3.
Mutaties voorzieningen (€ 26. 000 V)
Volgens bestaand beleid zijn in 2025 de voorzieningen voor spaar- en bovenwettelijk verlof opnieuw aangepast op basis van de actuele stand van de verlofsaldi. Deze mutatie die heeft plaatsgevonden resulteert per saldo in een voordeel van € 26. 000. Voor de toelichting wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 6. Toelichting op de balans.
Jaarstukken 2025
52
Gn Belastingsamenwerking
West-Brabant
Treasury De
€ 23.000
post treasury
is te
specificeren
Omschrijvingl(GSSR5000) nt
Subtotaal
in de
volgende
N
onderdelen:
Jaarrekening
Begroting
2024
2025 primair
Begroting 2025 _na wijziging
Jaarrekening 2025
Verschil
lasten
Renteopbrengsten
Resultaat
Treasury
De rentelasten bestaat
geldlening. houding
van
De het
voornamelijk
renteopbrengsten
uit de rente die betaald wordt
komen
voort
uit het
volgend
bankrekeningsaldo
uit de van
afgesloten langlopende de
rekeningcourant-ver-
Rijk.
(geanonimiseerd) De
post
onvoorzien
is te
specificeren
OmschnrijvinglC4SRE000)
in de
volgende
onderdelen:
Jaarrekening
Begroting
2024
2025 primair
Resultaat Onvoorzien
De
post
Jaarstukken
2025
onvoorzien
is in 2025
niet
ingezet
als
dekkingsmiddel.
Begroting 2025 _na wijziging
Jaarrekening 2025
ers
Bijdrage deelnemers
€ 0
De post bijdrage deelnemers is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2024
Begroting 2025 primair
Begroting 2025 na wijziging
Jaarrekening 2025
Bijdrage deelnemers
19. 850
20. 773
20. 354
20. 354
-
Resultaat Deelnemersbijdrage
19. 850
20. 773
20. 354
20. 354
-
Omschrijving (× € 1. 000)
Verschil
Conform de Gemeenschappelijke Regeling (GR) BWB artikel 33 lid 1 wordt het rekeningresultaat per ,
deelnemer opgenomen in de jaarrekening op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Deze berekeningswijze is per 2021 in overeenstemming met de deelnemers herzien. Na vaststelling van de jaarstukken 2025 door het Algemeen Bestuur zal conform artikel 33 lid 2 van de GR een verrekening plaats ,
vinden op basis van de vastgestelde bestemming van het resultaat. Hierbij kan worden gedacht aan een verrekening met de deelnemers
of aan een reserve volgens de vastgestelde nota reserves en voor-
zieningen.
In de volgende tabel is de berekening van de bijdrage op basis van nacalculatie weergegeven. In kolom 1 staat de werkelijke bijdrage van de jaarrekening 2024. In kolom 2 is de begrote bijdrage volgens de tweede bestuursrapportage van 2025 weergegeven. De bijdrage van 2025 op nacalculatorische basis is weergegeven in kolom 3 van de tabel. In kolom 4 wordt vervolgens de werkelijk ontvangen bijdrage weergegeven. In de laatste kolom wordt weergegeven welke bedrag moet worden bestemd.
Bijdrage inclusief compensabele BTW (× € 1. 000) Omschrijving Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
Jaarrekening nacalc. 2024
Begroot na wijziging 2025
1. 603 3. 903 537 943 668 700 1. 060 1. 356 1. 865 475 528 684 4. 407
1. 724 4. 253 627 1. 058 728 732 1. 079 1. 466 2. 011 535 581 628 4. 932
Bijdrage nacalc. 2025
Te bestemmen 2025
1. 730 4. 190 632 1. 053 731 727 1. 084 1. 470 2. 003 539 584 629 4. 982
-30 -167 -21 -25 -6 -40 -40 -56 -12 -12 -19 -28 -157
Totaal deelnemers 18. 729 20. 354 19. 741 20. 354 *Dit bedrag komt overeen met de bijdrage zoals gesteld in de eerste bestuursrapportage 2025.
-613
Jaarstukken 2025
54
1. 700 4. 023 611 1. 028 725 687 1. 044 1. 414 1. 991 527 565 601 4. 825
Ontvangen 2025*
In onderstaande tabel wordt naast de bruto deelnemersbijdrage
,
de compensabele btw-component af-
zonderlijk in beeld gebracht.
Bijdrage compensabele BTW (× € 1. 000) Omschrijving Bergen
Begroot na wijziging 2025
Bijdrage nacalculatie 2025
Bijdrage
Bijdrage
op Zoom
Comp. BTW
Comp. BTW
1. 724
106
1. 700
100
Breda
4. 253
261
4. 023
236
Dongen
627
39
611
36
Etten-Leur
1. 058
65
1. 028
60
Halderberge
728
45
725
43
Loon
732
45
687
40
Moerdijk
1. 079
66
1. 044
61
Oosterhout
1. 466
90
1. 414
83
Roosendaal
2. 011
124
1. 991
117
Rucphen
535
33
527
31
Woensdrecht
581
36
565
33
Zundert
628
39
601
35
op Zand
Brabantse Delta
4. 932
Totaal deelnemers
20. 354
4. 825
-
949
19. 741
-
875
Toelichting afwijking Hieronder is weergegeven wat de wijziging is ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2025 in percentages. Het gemiddelde over alle deelnemers bedraagt 30%. ,
Bergen op Zoom
14% ,
Oosterhout
35%
Breda
54%
Roosendaal
10%
Dongen
26%
Rucphen
15%
Etten-Leur
28%
Woensdrecht
28%
Halderberge
04%
Zundert
43%
Loon op Zand
61%
Brabantse Delta
22%
Moerdijk
32%
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Hiermee heeft Gemeente Halderberge het laagste aandeel met 04% en Gemeente Loon op Zand het ,
hoogste aandeel met 61%. De verschillen tussen de deelnemers zijn daarmee beperkt. ,
Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de specificatie in de totale kostenverdeelstaat. Wel kan worden geconcludeerd dat alle deelnemers voordeel hebben door de daling van de procesprijzen met name bij de waardebezwaren.
Jaarstukken 2025
55
,
Resultaatbestemming Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt onderscheid gemaakt tussen het resultaat vóór bestemming en het resultaat ná bestemming. Het resultaat vóór bestemming betreft het saldo van baten en lasten en bedraagt
€ 613. 000. Vervolgens worden hierop de mutaties in reserves verwerkt
,
in de vorm van toevoegingen en onttrekkingen. Het saldo dat resteert betreft het resultaat ná bestem,
ming. Bij de resultaatbestemming wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de reeds in de begroting opgenomen mutaties in reserves en anderzijds de daadwerkelijke bestemming van het gerealiseerde
resultaat waarover nog besluitvorming moet plaatsvinden. Dit laatste wordt aangeduid als het voorstel tot resultaatbesteding. Bij het opstellen van de jaarrekening beschikt de BWB over een algemene reserve van € 200. 000. Voorgesteld wordt om het volledige gerealiseerde resultaat van € 613. 000 te verrekenen met de deelnemers op basis van de eerder gepresenteerde tabel en geen toevoeging te doen aan de algemene reserve.
Incidentele baten en lasten Incidentele baten
en
lasten (× € 1. 000)
Begroot 2025
Realisatie 2025
Verschil
Overhead
-
553
553
Dotatie voorziening voormalig personeel
-
549
549
Desinvestering automatisering
-
5
5
Verkoop vervoersmiddelen
-
-1
-1
Waarderen
-
-23
-23
Vrijval opheffen voorziening griffie- en proceskosten
-
-23
-23
Totalen incidentele baten en lasten
-
530
530
In voorgaande jaren zijn onder deze post de opbrengsten opgenomen zoals verantwoord in de ‘Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten Kinderopvangtoeslagaffaire’. Deze baten en lasten worden niet langer als incidenteel gepresenteerd aangezien zij inmiddels gedurende meerdere jaren in ,
de jaarstukken terugkeren en geen formele einddatum kennen. In het verslagjaar zijn de volgende posten als incidentele baten en lasten aangemerkt: de dotatie aan de voorziening voor voormalig personeel de desinvestering van automatiseringsmiddelen ,
,
de verkoop
van vervoersmiddelen en de vrijval als gevolg van het opheffen van de voorziening voor griffie- en pro-
ceskosten. Deze posten hebben een incidenteel karakter omdat zij niet voortvloeien uit de reguliere ,
bedrijfsvoering maar samenhangen met specifieke niet-structurele gebeurtenissen. ,
Jaarstukken 2025
56
Belastingsamenwerking
West-Brabant
3. WET
NORMERING
Beloningen
van
bestuurders
en
TOPINKOMENS
overige topfunctionarissen
genormeerd, respectievelijk gemaximeerd diging topfunctionarissen publieke tisch
gelegitimeerd
bezoldiging
van
instrument
bestuurders
en
semipublieke
en
waarmee
andere
normen
hebben
zicht
zijn
de
1a.
Leidinggevende topfunctionarissen
topfunctionarissen
functionarissen zonder Tabel 1. Leidinggevende zonder
op
boven
naam
de
van
in de
Dit heeft sector
(semi-)publieke geresulteerd
(WNT).
De
verplichtingen
en
topfunctionarissen
In 2025
geen
bezoldigingen
te worden.
(WNT)
maximale
persoon
topfunctionarissen
kunnen
normering in een
democra-
worden
opgelegd
voor
(semi-)publieke
norm
plaatsgevonden.
dienstbetrekking
dienstbetrekking
Boekjaar
Aanvang
en
einde
functievervulling boekjaar
Omvang
dienstverband
(als deeltijdfactor
in
In onderstaand
over-
de
van
functievervulling
leidinggevende topfunctionarissen
en
de
van
leidinggevende top-
en
functievervulling 2024
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Plv. directeur
Directeur
Directeur
19 feb
—
fte)
Dienstbetrekking
31
dec
01
jan —31
mrt
01
jan
—
1,0
1,0
1,0
Ja
Ja
Ja
31 dec
Bezoldiging Beloning plus vergoedingen
belastbare onkosten-
Á
Beloningen
betaalbaar op
termijn
101.667
121.649
14.387
20.462
Subtotaal
beloning
116.054
142.111
Individueel
toepasselijke bezoldigingsmaximum
212.975
233.000
-/-
Onverschuldigd bedrag
betaald
en
nog
niet terugont-
vangen
Bezoldiging
Het bedrag van de overschrijding en de reden de overschrijding al dan niet is toege-
waarom
Nvt.
116.054
Nvt.
Nvt.
vt.
Ì
44.222
Nvt.
Nvt.
Nvt.
142.111
Nvt.
Nvt.
staan
Toelichting op de vordering wegens onverschul-
digde betaling
Jaarstukken
2025
de
sector.
2025
Functiegegevens
bezol-
voorziet
in de
vanaf de 13e maand
Leidinggevende topfunctionaris
wettelijk
opgenomen.
met
met
in de wet
WNT
dienstbetrekking vanaf de 13° maand
dienstbetrekking
sector dienen
Nvt.
N.v.t.
Nvt.
To Senden Tabel 2.
Uitkeringen wegen beëindiging
dienstverband
aan
topfunctionarissen
Boekjaar
2025
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Leidinggevende topfunctionaris Functiegegevens
Directeur
Functie(s) bij beëindiging Omvang
dienstverband
dienstverband
(als deeltijdfactor
Jaar waarin dienstverband is
Uitkering
Overeengekomen uitkeringen
Individueel -/-
toepasselijk
Onverschuldigd
Totaal
1,0
het dienstverband
beëindiging
wegens
dienstverband
maximum
betaald
en
niet
nog
terugontvangen bedrag
dienstverband
betaald in 2025
Het bedrag van de overschrijding is toegestaan
Toelichting
1d.
fte)
2025
uitkeringen wegens beëindiging
Waarvan
in
beëindigd
beëindiging van
wegens
Directeur
op de
vordering
Topfunctionarissen
de reden
en
wegens
waarom
de overschrijding al dan
onverschuldigde betaling
met een
totale
bezoldiging Gegevens
Naam
topfunctionaris
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Functie Vz.
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
DB
DB DB
(geanonimiseerd)
DB
—
—
-
-
AB
van
€ 2.100 of minder
2025 Deelnemer
AB
Breda
AB
Dongen
AB
Roosendaal
AB
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
AB
Etten-Leur
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
AB
Halderberge
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
AB
Loon op Zand
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
AB
Moerdijk
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
AB
Oosterhout
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
AB
Rucphen
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
AB
Woensdrecht
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
AB
Woensdrecht
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
AB
Zundert
2025
Mutatie
Waterschap
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Jaarstukken
niet
Bergen
op Zoom
Geëindigd
per 04-07-2025
Nieuw per 04-07-2025
2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden. ,
Sinds 2018 is de zogenaamde anticumulatiebepaling in werking getreden. Dit houdt in dat indien een ,
leidinggevende topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult de ,
instelling in de WNT-verantwoording vermeldt welke topfunctionaris en welke WNT-instellingen het be-
treft. Voor de BWB is geen sprake van een leidinggevende topfunctionaris die bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult.
Jaarstukken 2025
59
4. BALANS PER 31 DECEMBER 2025 VOOR BESTEMMING ACTIVA (× € 1. 000)
Balans per 31-12-2025
Balans per 31-12-2024
VASTE ACTIVA 6. 1 Materiële vaste activa
917
Investeringen met een economisch nut
971
917
Totaal vaste activa
971 917
971
5. 364
7. 124
VLOTTENDE ACTIVA 6. 2 Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Vorderingen
op
openbare lichamen
Rekening-courantverhouding met het Rijk
41
71
5. 323
7. 053
6. 3 Liquide middelen
3. 741
3. 476
Kassaldi
1
1
Banksaldi
3. 740
3. 475
6. 4 Overlopende activa
258
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
256
258
256
Totaal vlottende activa
9. 363
10. 856
TOTAAL ACTIVA
10. 280
11. 827
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet vennootschapsbelasting 1969
Jaarstukken 2025
op de
-
60
-
PASSIVA (× € 1. 000)
Balans per 31-12-2025
Balans per 31-12-2024
VASTE PASSIVA 6. 5 Eigen vermogen
813
1. 321
Gerealiseerde resultaat
613
1. 121
Algemene
200
200
reserve
6. 6 Voorzieningen Voorzieningen
voor
806 verplichtingen verliezen en risico's
806
,
6. 7 Vaste schulden looptijd langer dan één jaar
295 295
450
Onderhandse leningen van binnenlandse banken
450
Totaal vaste passiva
600 600
2. 069
2. 216
4. 312
5. 985
VLOTTENDE PASSIVA 6. 8 Netto-vlottende schulden korter dan één jaar Overige schulden
571
2. 509
Banksaldi
3. 741
3. 476
6. 9 Overlopende passiva
3. 899
Overige nog te betalen en de vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
3. 899
3. 626 3. 626
Totaal vlottende passiva
8. 211
9. 611
TOTAAL PASSIVA
10. 280
11. 827
Jaarstukken 2025
61
5. WAARDERINGSGRONDSLAGEN JAARREKENING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet
,
waarin de uitgangs-
punten voor het financiële beleid alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting ,
van de
financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grond-
slagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de Gemeenschappelijke Regeling. Programmarekening De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar , worden in acht genomen indien zij voor het
opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Balans De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs verminderd met ,
de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. De afschrijving start in het jaar volgend op het jaar waarop de investering voor minimaal 50% is afgerond. Afschrijvingen vinden plaats conform het gestelde in de ‘Nota Waarderen en Afschrijven’ zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in de vergadering van 21 oktober 2022. De waardering van de overige activa en passiva geschiedt in het algemeen tegen nominale waarden. Wanneer hiervan wordt afgeweken is dit in de toelichting bij de desbetreffende post vermeld. Er is geen ,
voorziening opgenomen voor oninbaarheid van vorderingen.
Jaarstukken 2025
62
De volgende voorzieningen zijn opgenomen op de balans
,
waarbij de opbouw van de voorzieningen is
toegelicht in paragraaf 6. 6: -
Voorziening materiële kosten (griffie en proceskosten waarderen)
Vanaf de jaarrekening 2022 is een voorziening gevormd voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van openstaande bezwaren en beroepen per balansdatum (31 december) van het
betreffende boekjaar.
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dient een voorziening te worden
getroffen voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op
de balansdatum onzeker is maar redelijkerwijs kan worden geschat. De voorziening materiële ,
kosten is gebaseerd op een inschatting van de nog te verwachten proceskostenvergoedingen inzake openstaande dossiers. Als gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur om de proceskostenvergoedingen met ingang van 2026 te verrekenen met de belastingopbrengsten van de deelnemers
,
vervalt de
verplichting voor de BWB per 31 december 2026. Dit betekent dat: •
de resterende voorzieningen uit voorgaande jaren in de jaarrekening 2025 vrijvallen ten gunste van het resultaat ;
•
voor de in 2025 ontvangen en per balansdatum nog openstaande bezwaren en beroepen
géén nieuwe voorziening meer wordt gevormd.
Het verloop van de voorziening is nader toegelicht in paragraaf 6. 6 van de jaarrekening
,
waarbij
onderscheid is gemaakt naar de gevormde voorzieningen in 2022 2023 en 2024. ,
-
Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof)
Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet een voorziening worden opgenomen met betrekking tot bovenwettelijk- en spaarverlof. De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk
verlof bere,
kend op basis van het 5-jarige gemiddelde inclusief de gekochte verlofuren uit het individuele keuzenbudget (IKB). Daarnaast wordt de voorziening gevormd voor het saldo aan verlofsparen per balansdatum
(31 december). Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen een geïn-
dexeerd gemiddeld uurloon inclusief werkgeverslasten.
-
Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) De Regeling Vervroegde Uittreding zoals opgenomen in de cao leidt ertoe dat ambtenaren het recht hebben maximaal twee jaar eerder te stoppen met werken. Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording
(BBV) moet een voorziening worden gevormd voor
de medewerkers die gebruik (gaan) maken van de regeling. Hierbij wordt de bruto uitkering over de looptijd van deze regeling als uitgangspunt genomen.
Jaarstukken 2025
63
Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals vastgesteld in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025. Dat betekent dat: -
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten lasten en ,
balansmutaties. -
De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium ,
,
het begrotingscriterium en
het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium omvat: •
voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals deze op 23
januari 2026 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld ; •
het DB betrekt de overschrijdingen van de lasten en investeringen ten opzichte van de begroting na wijziging bij de fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording.
•
voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investerings-
kredieten onrechtmatig zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten onderschrijding ,
van lasten en onderschrijding van investeringskredieten geldt dat ze rechtmatig zijn in-
dien zij tijdig gemeld zijn -
.
Een en ander is in de financiële verordening nader uitgewerkt.
Ten aanzien van het M&O criterium is het M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Geconstateerd misbruik waarbij het M&O-beleid juist is uitgevoerd en op een getrouwe wijze is verwerkt in de jaarrekening wordt niet betrokken bij het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Wel wordt via de
paragraaf bedrijfsvoering inzicht te worden gegeven in de aard en de (financiële) impact van het bij de gemeente geconstateerde misbruik. -
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: •
een verantwoordingsgrens van 2%
(zijnde € 405. 000) is gehanteerd waarboven cumu-
latieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen ; •
een rapporteringstolerantie van
€ 50. 000 wordt gehanteerd waarboven fouten en on-
duidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Jaarstukken 2025
64
,
Gn Belastingsamenwerking
6. TOELICHTING
OP
DE
BALANS
PER
31
DECEMBER
2025
ACTIVA 6.1 In
Materiële vaste activa onderstaande
tabel
wordt
Belastingsamenwerking schappelijk men
nut als
€ 917.000 het
verloop
West-Brabant
bedoeld
in artikel
35
de
van
materiële
vaste
heeft geen
investeringen
BBV.
die reden
Om
in de
is deze
2025
over
openbare
categorie
ruimte
niet
De
weergegeven. met
een
maat-
afzonderlijk opgeno-
in de balans.
Bedrijfsgebouwen
152
252
Overige
materiële vaste activa
819
26
Totaal
materiële vaste activa
971
278
Bijdragen niet
activa
van
derden
voorgedaan.
Om
die rechtstreeks die
reden
zijn
in verband in
het
staan met
bovenstaande
30
374
5
297
543
5
327
917
-
een
actief hebben
zich
verloopoverzicht geen
in het
verslagjaar
dergelijke bijdragen
opgenomen.
De
post bedrijfsgebouwen heeft betrekking op investeringen
Het betreft de
kosten
verlichting
door
periode van
tien
De
het
van
duurzame
project herinrichting bedrijfsgebouw
ledverlichting. Op
deze
vaste activa omvat
investeringen
slagjaar is uitsluitend geïnvesteerd
in nieuwe
afschrijving vindt lineair plaats,
met een
6.2
één
Uitzettingen
korter dan
opgenomen
Vorderingen op openbare
e
__Rekening-courantverhouding
afwikkeling
volgende
2025
de
aan
vervanging
wordt
lineair
het
bedrijfsgebouw.
van
de bestaande
afgeschreven
over
een
van
de
in inventaris
en
telefoons ten behoeve
afschrijvingstermijn
variërend
van
van
de
In het ver-
automatisering.
De
vijf tot tien jaar.
(geanonimiseerd) korter dan
een
jaar per
eind 2025
heeft betrekking op:
41.000
lichamen met het
automatisering.
Rijk
5.323.000
vorderingen op openbare
lichamen
naar
de toestand
per 1 maart 2026
geeft
het
beeld:
Vorderingen
Jaarstukken
en
jaar
Omschrijving (x € 1.000)
Totaal
investeringen
mobiele
post uitzettingen
e
De
aanpassingen
jaar.
post overige materiële
De in de balans
in
op openbare
uitzettingen
lichamen
korter dan
één
jaar
Vorderingen
Vorderingen
Ontvangsten
Vorderingen
01-01-2025
31-12-2025
in 2026
01-03-2026
71
41
41
71
41
41
-
-
De in de balans opgenomen vorderingen op openbare lichamen is als volgt te specificeren: Renteopbrengsten Ministerie van Financiën
•
41. 000
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 41. 000 aan openstaande vordering per 31 december 2025.
Schatkistbankieren 5. 323. 000
Saldo rekening-courantverhouding met het Rijk
•
Vanuit de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn regels vastgesteld voor de uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor de decentrale overheden. Het bedrag boven de drempel van
200% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 1. 000. 000 dient gestort te worden bij het Rijk ,
als zijnde een rekeningcourant verhouding. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Met betrekking tot alle liquide middelen dient alles boven het drempelbedrag gestort te worden in de schatkist. In 2025 hebben geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaats gevonden.
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren , verslagjaar 2025 (x € 1. 000) Berekening drempelbedrag a. Begrotingstotaal
verslagjaar
21. 368
b. Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen
21. 368
c. Drempel
is 200% ,
van
begrotingstotaal onder sub b
-
1. Drempelbedrag (Minimaal: € 1. 000. 000)
1. 000
Berekening kwartaalcijfers buiten ‘s Rijksschatkist
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1. 285
1. 384
555
404
90
91
92
92
14
15
6
4
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
BWB
1. 000
1. 000
1. 000
1. 000
2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten ‘s Rijk schatkist
14
15
6
4
3. Ruimte onder het drempelbedrag
986
985
994
996
d. Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatief tellen nihil) e. Dagen
in het kwartaal
2. Kwartaalcijfers
op
dag basis buiten schatkist
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren
1. Drempelbedrag
voor
4. Overschrijding van het drempelbedrag
Jaarstukken 2025
-
66
-
-
-
6. 3 Liquide middelen
€ 3. 740. 000
De in de balans opgenomen post liquide middelen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Kassaldo bedrijfsvoering
•
Saldo bankrekening BNG (belastingen)
•
Saldo bankrekening ING
1. 000 3. 735. 000 4. 000
Het kassaldo bedrijfsvoering en het banksaldo ING staan vrij ter beschikking. Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. Deze middelen staan daarmee niet vrij ter beschikking van de bedrijfsvoering van de BWB. Aan de passivazijde van de balans is dit saldo verwerkt als overlopend
passief. 6. 4 Overlopende activa
€ 259. 000
De in de balans opgenomen post overlopende activa per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Nog te ontvangen bedragen
28. 000
•
Vooruitbetaalde bedragen
231. 000
Nog te ontvangen bedragen De post nog te ontvangen bedragen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Uitvoeringsbijdrage KOTA 2025
18. 000
•
Overige bijdrage
10. 000
Vooruitbetaalde bedragen De post vooruitbetaalde bedragen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Huisvesting
121. 000
•
Bedrijfsvoering
36. 000
•
Programma Waarderen
34. 000
•
Automatisering
28. 000
•
Overige overheadkosten
12. 000
Jaarstukken 2025
67
PASSIVA 6. 5 Eigen vermogen
€ 813. 000
De in de balans opgenomen post eigen vermogen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Gerealiseerd rekeningresultaat
613. 000
•
Algemene reserve
200. 000
Rekeningresultaat 2025 Artikel 42 van het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
Het Algemeen Bestuur beslist over de afhandeling van dit resultaat. De jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van € 613. 000. In de toelichting baten en lasten 2025 wordt weergegeven hoe dit positieve resultaat tot stand is gekomen. Algemene reserve Omschrijving (× € 1. 000)
Boekwaarde 01-01-2025
Bestemming resultaat 2024
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2025
Toevoeging
Algemene reserve
200
-
-
-
200
Totaal algemene reserve
200
-
-
-
200
De algemene reserve is ingesteld bij de besluitvorming rond de jaarrekening 2023. Als onderdeel van de resultaatbesteding is € 200. 000 gestort in de algemene reserve. De algemene reserve heeft een
bufferfunctie (om beperkte afwijkingen tussen de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling op te kunnen vangen). Er is geen minimale of maximale omvang vastgesteld. Stortingen en onttrekkingen vinden plaats op basis van een besluit van het Algemeen Bestuur.
Jaarstukken 2025
68
6. 6 Voorzieningen
€ 806. 000
De in de balans opgenomen post voorzieningen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Voorziening personeel
806. 000
•
Voorziening materieel
Vervalt
Voorziening personeel Het verloop van de voorzieningen personeel in 2025 geeft het volgende beeld: Voorziening bovenwettelijk verlofsaldo 73
Voorziening personeel (× € 1. 000) Boekwaarde 01-01-2025 Toevoegingen
Voorziening spaarverlof 33
Aanwending
53
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen 20
177
Totaal voorziening personeel -
549 -
-
-
-
-
60
177
549
106 755
2 -
Boekwaarde 31-12-2025
-
29
-
Voorziening voormalig personeel
Voorziening RVU
55 -
806
Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof)
Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de Belastingsamenwerking wettelijk verplicht twee voorzieningen op te nemen met betrekking tot verlof. De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk verlof
,
berekend op basis van het 5-jarige gemiddelde. Hieronder vallen ook de gekochte verlofuren uit het individuele keuzebudget (IKB). Op 31 december 2025 bedraagt dit bovengemiddelde aantal 413 uur. Dit deel wordt aangemerkt als verlof met geen gelijke omvang.
Daarnaast wordt de voorziening voor spaarverlof gevormd voor volledig opgenomen verlofuren. Op 31 december 2025 bedraagt het aantal spaarverlof 1. 247 uur. Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen een tarief van € 4790 ,
,
resulterend in bedragen van respectievelijk € 20. 000 voor bovenwettelijk
verlof en € 60. 000 voor spaarverlof. Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU)
Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de Belastingsamenwerking wettelijk een voorziening te treffen voor de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Deze regeling stelt enkele medewerkers in staat eerder uit dienst te treden en daarbij alsnog een uitkering van de werkgever te ontvangen. Medewerkers
konden tot en met 31 december 2025 gebruik maken
van deze regeling. In het laatste kwartaal van 2025 hebben drie medewerkers
deze regeling waarvoor de betreffende voorziening is opgenomen. ,
Jaarstukken 2025
69
gebruikt gemaakt van
Voorziening Voormalig personeel Dit betreft een nieuwe voorziening met ingang van 2025. De voorziening voormalig personeel ziet op de uitkeringsverplichtingen voortvloeiend uit WW-uitkeringen en aanvullende reparatie- en nawettelijke ,
uitkeringen conform geldende wet- en regelgeving. Daarnaast is hierin de verplichting opgenomen uit
hoofde van de in 2025 gesloten vaststellingsovereenkomst met een voormalig medewerker. De BWB is eigenrisicodrager voor de WW en draagt daarmee het financiële risico van deze uitkeringen. De voorziening is gebaseerd op de resterende verplichting op balansdatum
,
vastgesteld op basis van de bere-
kende uitkeringsduur en -hoogte. De voorziening wordt jaarlijks beoordeeld op toereikendheid. Voorziening materieel Het verloop van de voorzieningen materieel in 2025 geeft het volgende beeld:
Voorziening materieel (× € 1. 000)
Voorziening griffie- en proceskosten waarderen 2022
Voorziening griffie- en proceskosten waarderen 2023
Voorziening griffie- en proceskosten waarderen 2024
10
24
155
Boekwaarde 01-01-2025
Totale voorziening materieel 189
Toevoegingen
-
-
Aanwending
4
6
58
68
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen
6
18
97
121
Boekwaarde 31-12-2025
-
-
-
-
-
-
Voorziening griffie en proceskosten waarderen
Sinds 2022 zijn voorzieningen opgenomen voor griffie- en proceskosten. In het afgelopen jaar is hiervan € 68. 000 aangewend voor de vergoeding van bezwaren en beroepen. In een regulier jaar zou daarnaast nog € 23. 000 aan voorziening nodig zijn voor lopende zaken. In dat geval zou per saldo € 98. 000 zijn vrijgevallen. Daarnaast zou voor belastingjaar 2025 een nieuwe voorziening van € 48. 000 zijn gevormd. Dit is echter niet gebeurd. Vanaf 2026 verlopen de vergoedingen via de belastingadministratie en de bijbehorende afdracht. Hierdoor maakt deze voorziening geen deel meer uit van de bedrijfsvoering en valt de volledige voorziening van € 121. 000 vrij (bestaande uit € 98. 000 vrijval en € 23. 000 resterende
voorziening). Het bedrag van € 71. 000 (€ 23. 000 resterende voorziening en € 48. 000 nieuwe voorziening) maal gesproken als voorziening zou worden opgenomen
,
,
dat nor-
wordt nu via de kostenverdeelsystematiek
verdeeld over de deelnemende gemeenten. Dit bedrag kan niet worden aangemerkt als een positief resultaat omdat het risico verschuift van de belastingsamenwerking naar de gemeenten. ,
Jaarstukken 2025
70
6. 7 Vaste schulden langer dan één jaar
€ 450. 000
In onderstaande tabel wordt het verloop van de geldleningen over 2025 weergegeven. Omschrijving (× € 1. 000)
Boekwaarde 01-01-2025
Toevoegingen
Onttrekkingen
Boekwaarde 31-12-2025
Geldlening 2018
600
-
150
450
Totaal onderhandse leningen
600
-
150
450
Met betrekking tot de geldleningen is in 2025 een bedrag van € 5. 000 aan rente betaald welke ten ,
laste van de exploitatie 2025 is gebracht.
6. 8 Netto vlottende schulden korter dan één jaar
€ 4. 312. 000
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2025 heeft betrekking op: •
Overige schulden
•
Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)
571. 000 3. 741. 000
De afwikkeling van de overige schulden naar de toestand per 1 maart 2026 geeft het volgende beeld: Schulden 01-01-2025
Schulden 31-12-2025
Overige schulden
2. 509
571
571
-
Totaal netto vlottende schulden
2. 509
571
571
-
Omschrijving (× € 1. 000)
Betaald in 2026
Schulden 01-03-2026
De in de balans opgenomen netto vlottende schulden korter dan een jaar zijn uit te splitsen in: •
Proceskostenvergoeding (Waarderen & Heffen)
289. 000
•
Overige crediteuren
280. 000
•
Schulden op openbare lichamen
2. 000
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 640. 000 aan openstaande schulden per 31 december 2025. Daarnaast is er nog een openstaand banksaldo aanwezig op de BNG-bank. Dit saldo moet gezien worden in combinatie met de rekening-courant van het Rijk en liquide middelen aan de activakant van de balans. •
Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)
Jaarstukken 2025
3. 741. 000
71
6. 9 Overlopende passiva
€ 3. 899. 000
De in de balans opgenomen post overlopende passiva per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
Nog te betalen bedragen
•
Vooruitontvangen bedragen
3. 896. 000 3. 000
Nog te betalen bedragen De post nog te betalen bedragen per eind 2025 is als volgt te specificeren: 3. 735. 000
•
Belastingrekening
•
Inhuur derden
63. 000
•
Bedrijfsvoering
30. 000
•
Overige personeelskosten
24. 000
•
Overige overheadkosten
22. 000
•
Salarissen
20. 000
•
Overige primaire kosten
1. 000
•
Omzetbelasting aangifte
1. 000
De post nog af te dragen ontvangsten bestaat uit het saldo op de belastingrekening. Conform artikel 34 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling West-Brabant De BWB houdt de administratie van de opgelegde aanslagen en de ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voor de bedrijfsvoering van de BWB. Vooruitontvangen bedragen De post vooruitontvangen bedragen per eind 2025 is als volgt te specificeren: •
3. 000
Verhuur parkeerplaatsen
6. 10 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.
Jaarstukken 2025
72
Gn Belastingsamenwerking
West-Brabant
7. NIET
IN DE
Artikel
53
het
balans
inzicht
van
BALANS
Besluit
Begroting in
te geven
de
OPGENOMEN
Verantwoording verplicht gemeenten
en
financiële verplichtingen
verplichtingen financiële consequenties opgenomen
in een
balanspost.
VERPLICHTINGEN
hebben
Voorbeelden
voor
daarvan
waaraan
de
BWB
toekomstige jaren zijn langlopende
is en
in de
om
toelichting op
verbonden, deze
voor
verplichtingen
huurcontracten
en
de
zover
die
niet
zijn
leasecontrac-
ten.
Het
gaat
alleen
die financieel
om
verplichtingen
stellige uitspraak
om
meerjarige inkoopcontracten,
de
de
toelichting op
het volle
bedrag
In onderstaand Deze
jaar
jaarrekening bij de
waarover
overzicht
is voor diensten komt
dit neer
op
met
het contract is
ingang
€ 54.000
Er wordt
basis van
de kadernota
van
de
2026
per jaar
voor
contracten
opgenomen
De
voldoen
Commissie
BBV
doet
de
Europese regels,
aan
verplichtingen’
boven
de
vastgesteld € 216.000, uitgaande de
boven de
(geanonimise rd) 2025
balans
moeten
meerjarige contracten
2027, opgenomen
Leverancier
Jaarstukken
die zouden
gehele looptijd exclusief
hierbij rekening gehouden
Meerjarige
belang zijn.
van
op te
nemen
in
voor
afgesloten.
zijn opgenomen
mogelijkheden. de, in
‘niet in de
gezien
met
de
indexering
niet voor
EU-aanbestedingsgrens. van
van
toekomstige uitgaven
EU-aanbestedingsgrens (x € 1.000) Einddata
Kantoorkosten
01-01-2027
Beeldmateriaal Beeldmateriaal
31-12-2026
Automatisering
01-01-2027
Bedrijfsvoering
30-11-2026
Automatisering
31-12-2028
omatisering
01-01-2027
isvesting
31-08-2030
ordering
31-12-2026
omatisering
31-12-2029
Huisvesting
looptijd
vier
afgeroepen verlengings-
indexatie.
Betreft
een
31-12-2028
31-12-2027
op
8. BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Nr.
Begroting 2025 na wijziging
Naam taakveld (× € 1. 000)
Realisatie 2025
Lasten 0. 10
Mutaties reserves
-
-
0. 11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
0. 4
Overhead
10. 566
10. 236
0. 5
Treasury
5
5
0. 64
Belastingen overig
10. 248
10. 020
0. 8
Overige baten en lasten
-
Totale lasten
20. 819
-
20. 261
Baten 0. 10
Mutaties reserves
-
0. 11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
0. 4
Overhead
165
243
0. 5
Treasury
300
277
0. 64
Belastingen overig
20. 354
20. 354
0. 8
Overige baten en lasten
-
-613
-
Totale baten
20. 819
-
20. 261
Saldo 0. 10
Mutaties reserves
-
0. 11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
0. 4
Overhead
-10. 401
-9. 993
0. 5
Treasury
295
272
0. 64
Belastingen overig
10. 106
10. 334
0. 8
Overige baten en lasten
Totaal saldo
Jaarstukken 2025
74
-
-613
-
-
-
-
9. VERANTWOORDING GEDERFDE INKOMSTEN EN UITVOERINGSKOSTEN
KINDEROPVANGTOESLAG
1. Algemeen Het Rijk heeft toegezegd dat de gemeenten en waterschappen de verschuldigde belastingen van gedupeerde ouders en hun toeslagpartner die zij kwijtschelden volledig vergoed krijgen. Daarnaast wordt er ook compensatie verleend voor de uitvoeringskosten die in het kader van de operatie door gemeenten en waterschap worden gemaakt. In 2025 zal de BWB namens de deelnemers hiervan gebruik maken.
De uitvoering van de regeling is voor gemeenten vastgelegd in het VNG-rapport¹ en voor het Waterschap is een aparte regeling opgesteld door de Unie van Waterschappen². Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorziet in de bekostiging met twee componenten: •
De kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen
(gederfde inkomsten) ; •
Een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding
(uitvoeringskosten). Onderstaand worden de componenten toegelicht en een specificatie van de kosten weergegeven. 2. Kwijtgescholden bedragen (gederfde inkomsten) De hoogte van de kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen betreft de hoogte van het kwijtgescholden bedrag
,
inclusief de ophogingskosten en de bedragen van restitutie.
Deze bedragen zijn onderdeel van de eindverantwoording belastingopbrengsten 2025. In onderstaand overzicht worden de kwijtgescholden bedragen en de ophogingskosten voor 2025 per deelnemer weergegeven. Omschrijving Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta Totaal deelnemers
Gemeentelijke belastingen / waterschapslasten 4. 700 4. 800
Ophogings-kosten
Totaal
500 700 -
5. 200 5. 600 -
1. 000 700
-
1. 000 700
-
-
1. 600 2. 700 5. 200 200 500 300 8. 400 30. 100
200 -
900 -
100 100 1. 100 3. 600
-
1. 800 2. 700 6. 100 200 600 300 9. 500 33. 700
¹SPUK en financiële verantwoording kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen voor gedupeerden. ²Afspraken Rijk- Hersteloperatie kinderopvangtoeslag voor Waterschappen.
Jaarstukken 2025
75
3. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten is een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding. Voor gedupeerde per gemeente en voor de gedupeerde waarvoor een Belasting-
samenwerking gecombineerde aanslagen oplegt kan een bedrag van € 150 in rekening worden gebracht. Voor een gedupeerde per waterschap kan € 100 per gedupeerde in rekening worden gebracht indien aan gedupeerde zelfstandige aanslagen waterschapsbelasting worden opgelegd. Om de uitvoeringskosten te kunnen bepalen voorziet de Belastingdienst elke gemeente van een lijst met het aantal gedupeerden op jaarbasis. In onderstaand overzicht worden het voorlopige aantal dossiers en de uitvoeringskosten van 2025 per deelnemer als volgt weergegeven: Omschrijving
Aantal dossiers
Bedrag
Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
9 22 4 8 5 4 6 11 21 1 3 2 37
1. 350 3. 300 600 1. 200 750 600 900 1. 650 3. 150 150 450 300 3. 700
Totaal deelnemers
133
18. 100
Jaarstukken 2025
76
,
10. RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties blijken een drietal recht,
matigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings- voorwaarden- en misbruik- en oneigenlijk ,
,
gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties het begrotings- voor,
,
waarden- en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde ,
baten en lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur ,
vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 23 januari 2026 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op
€ 405. 000. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 0 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 405. 000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur overigens een bedrag van € 0 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de
afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de fi-
nanciële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Jaarstukken 2025
77
11. OVERIGE GEGEVENS (ruimte voor controleverklaring van de accountant).
Jaarstukken 2025
<= Flynth ((geanonimiseerd) geanonimise rd) CONTROLEVERKLARING
Aan
het
algemeen bestuur
de
van
VAN
DE ONAFHANKELIJKE
ACCOUNTANT
Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking
West-Brabant
Verklaring Ons
de
over
in de
jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025
oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant te Etten-Leur gecontroleerd. Naar
oordeel
geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van grootte en samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant op 31 december ons
de
2025
alsmede
getrouw
een
overeenstemming
beeld van
met het Besluit
de financiële
begroting
en
rechtmatigheid over 2025 in verantwoording provincies en gemeenten
(BBV). De
jaarrekening
bestaat
1.
de staat van
2.
de balans
3.
de
baten
per 31
toelichting verslaggeving de