LR Antwoorden Pilots Jeugdhulp op school.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Jeugdhulp op School pilots speciaal onderwijs en regulier onderwijs Algemene informatie •
Vragensteller: R.J. Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk
•
Vergaderdatum: 4 september 2025
•
Portefeuillehouder: E.M. Piena
•
Datum vraag: 3 september 2025
•
Datum antwoord: 4 september 2025
Vragen en antwoorden Vraag 1 Is er een kosten-batenanalyse gemaakt van de huidige pilot, om bijvoorbeeld te zien hoeveel deze preventieve inzet bespaart op andere vormen van jeugdhulp? Antwoord 1 In de huidige pilot is bijgehouden hoeveel thuiszitters er waren en nu zijn en scholen is gevraagd aan te geven of er zwaardere hulp is voorkomen door de inzet vanuit Jeugdhulp op School. De maatschappelijke kosten van een thuiszitter zijn volgens onderzoek €50.000,- tot €100.000,-.
Vraag 2 Hoe verhoudt dit voorstel zich tot andere preventieve interventies binnen het sociaal domein en is dit de meest effectieve inzet van jeugdhulpmiddelen, of zijn er alternatieven met vergelijkbaar (of groter) effect? Antwoord 2 In de huidige pilot is er een samenwerking binnen casussen tussen de schoolcontactpersoon en de Jeugdhulp op School medewerker. Daarnaast wordt de jeugdverpleegkundige ingezet indien de intern begeleider dit nodig acht omdat er zorgwekkend verzuim wordt gesignaleerd. En zal er binnen de pilot op de reguliere scholen ook gestuurd worden op de samenwerking met de jongerenwerkers. Of dit de meest effectieve inzet van jeugdhulpmiddelen is moet nog blijken voor het regulier onderwijs, in het speciaal onderwijs is wel al te zien dat het effectief is voor het voorkomen van thuiszitten. Alternatieven zijn tot op heden nog niet bekend.
Vraag 3 Op basis waarvan is de inzet van 0,5 FTE jeugdhulp per school bepaald, en wat als blijkt dat dit onverhoopt toch onvoldoende blijkt te zijn? Antwoord 3 Dit is door een aantal factoren tot stand gekomen. Het aantal leerlingen die een beschikking jeugdhulp hebben en op een speciaal onderwijs school zitten ligt procentueel hoger (50% van het totaal aantal leerlingen op een speciaal onderwijsschool ten opzichte van 10%-25% van het totaal aantal leerlingen op een reguliere school), dus er is geen hele FTE nodig op een reguliere school. Uit de lopende pilot blijkt dat het een meerwaarde is wanneer een Jeugdhulp op School medewerker meerdere keren per week op school is om onderdeel uit te gaan maken van het team. Dus 0,2 FTE per school is te weinig. Eén van de jeugdhulp aanbieders heeft twee medewerkers op een school werken die samen deze hele FTE vervullen, zij werken ieder 0,5 FTE op de school en zijn onderdeel gaan uitmaken van het team.
Vraag 4 Het zorgniveau op scholen voor speciaal onderwijs ligt op een ander niveau dan bij regulier onderwijs. Soms is er sprake van 1 op 1 begeleiding, er zijn kleinere klassen in de kleinere scholen, enzovoort. Er is zodoende meer ondersteuning en men kent de leerlingen heel goed. Dit wordt nu uitgevoerd op 2 scholen met ieder 1 FTE. Is er sprake van gelijkwaardige impact bij 0,5 FTE op juist veel grotere reguliere scholen in vergelijking met 1 FTE op de kleinere scholen in het speciaal onderwijs? Of zijn de doelen en verwachtingen anders? Antwoord 4 Op basis van de factoren zoals benoemd bij het antwoord op vraag 3 is 0.5 FTE bepaald voor de pilot op regulier. De pilot moet o.a. uitwijzen of dit voldoende uur is om de hoofddoelen 1. Voorkomen dat jeugdigen vastlopen/dreigen uit te vallen en 2. Inzetten op voorkomen zwaardere jeugdhulp te bereiken.
Vraag 5 Is 0,5 FTE per school voldoende om structureel onderdeel te worden van een schoolteam, zoals in het speciaal onderwijs wél gebeurt? Antwoord 5 Zie het antwoord op vraag 3 betreft het aantal uur dat een medewerker op een speciaal onderwijs school werkt.
Vraag 6 Hoe worden scholen geselecteerd voor deelname aan de pilot in het regulier onderwijs en is dit een transparant en objectief selectieproces? Antwoord 6 Er wordt middels een data-analyse gekeken naar: 1. Welke scholen (gehuisvest binnen Ridderkerk) hebben de meeste leerlingen met een beschikking, 2. De hoeveelheid beschikkingen per school, 3. De zorgwaarde van alle beschikkingen op de school, 4. % leerlingen op de school vanuit Ridderkerk, 5. Achterstandsscore. Daaruit volgt een volgordelijke lijst met scholen, waarvan de eerste 6 scholen als eerste worden benaderd. Mocht een benaderde school de tijdsinvestering van haar kant niet kunnen waarborgen, dan gaan we door naar de volgende school op de lijst.
Vraag 7 Zijn de geselecteerde scholen allen PO scholen? Antwoord 7 Zowel PO- als VO-scholen.
Vraag 8 Is er ná 2027 zicht op structurele borging in beleid en begroting, óf blijft het bij tijdelijke pilots? Antwoord 8 Bij een positief effect op de gestelde doelen zal een structurele borging in beleid zeker mogelijk zijn. De borging in de begroting is aan de gemeenteraad.
Vraag 9 Onder 1.7 staat benoemd dat reguliere onderwijsscholen (raar woord overigens..) enthousiast zijn over de effecten op De Burcht en het Maxima college. Welke effecten of opbrengsten worden hier bedoeld? Antwoord 9 Zowel De Burcht als het Maxima college geeft aan dat de samenwerking tussen de school en de jeugdhulpaanbieder is versterkt. De scholen ervaren dat leerlingen baat hebben bij het geleerde en dit ook om kunnen zetten in gedrag. Hier zien ze minder resultaat van wanneer een leerling op een externe zorglocatie begeleiding ontvangt. Leraren geven aan echt wat te kunnen met de tips en adviezen die de Jeugdhulp op School medewerkers geven. Leerlingen geven uit zichzelf aan gesprekken te willen met de Jeugdhulp op School medewerker, etc.
Vraag 10 In het voorstel worden positieve effecten beschreven als “tevredenheid”en “minder thuiszitters” maar er ontbreekt een duidelijke en meetbare definitie van succes. Dit lijkt ons wel belangrijk als er jaarlijks ruim een half miljoen euro wordt geïnvesteerd in een preventieve voorziening. Kunt u al meer duiding geven over het projectkader (waar op pagina 4 over wordt gesproken), zodat duidelijk wordt wat de concrete doelen zijn van de pilot, uitgedrukt in meetbare resultaten? Antwoord 10 De hoofddoelen van de pilot op regulier onderwijs zijn 1. Voorkomen dat jeugdigen vastlopen/dreigen uit te vallen en 2. Inzetten op voorkomen zwaardere jeugdhulp. Voor beide doelen wordt aan het begin van de pilot een 0 meting gedaan. Bij doel 1 hoeveel thuiszitters er zijn bij de start van de pilot op de school. Bij doel 2 hoeveel individuele beschikkingen er zijn op de school binnen de hulp die geboden gaat worden binnen Jeugdhulp op School en hoeveel individuele beschikkingen er zijn in totaal op de school.
Vraag 11 Zijn de scholen en samenwerkingsverbanden ook bereid om organisatorisch te investeren (denk aan ruimte, overlegstructuur enz.) of wordt dit volledig overgelaten aan de jeugdhulpaanbieders? Antwoord 11 De scholen hebben hun enthousiasme getoond tijden de inspiratiesessies en werksessies. Na de selectie volgt een gesprek met de geselecteerde scholen, dan worden pas concrete investeringsvragen gesteld aan de scholen en heeft de school de keuze om mee te doen aan de pilot met de bijbehorende investering.
Vraag 12 In de tekst (pagina 4) staat dat gesprekken over cofinanciering worden opgestart. Is er wel zicht op de bereidheid van scholen om financieel bij te dragen? Antwoord 12 Nee hier is nog geen zicht op.