CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie kaders uitvoering jeugdwet

Commissie Samenleving 17 september 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Agendaverzoek Consultatie Kaders verordening jeugdhulp4.154 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Notitie kaders uitvoering jeugdwet Inleiding Deze notitie is opgesteld ter voorbereiding op de commissievergadering van 17 september met betrekking tot het bespreken van de kaders voor de lokale uitvoering van de jeugdwet. Het meer kaderen van de uitvoering is onderdeel van het actieplan jeugdhulp om de kosten jeugdhulp beheersbaar te krijgen. Het bepalen van de kaders is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Tijdens de commissievergadering willen we met u als gemeenteraad in gesprek over de mogelijkheden die u heeft om de kaders te verscherpen en willen we bij u richting ophalen voor deze kaders. Deze richting wordt vervolgens vertaald in de nieuwe verordening jeugdhulp, waarin u de kaders voor de uitvoering van de jeugdwet vaststelt. Deze gewenste richting willen we in de commissie ophalen door het voorleggen en bespreken van een aantal stellingen. Per stelling hebben we zo kort en bondig mogelijk omschreven wat het inhoudt als je voor of tegen deze stelling bent. Onderstaand in de leeswijzer een aantal belangrijke aspecten om de notitie in het juiste perspectief te plaatsen. Leeswijzer ✓ Onderstaande stellingen zijn allen gericht op een soberder uitvoering van de jeugdwet, passend binnen de jeugdwet en de visie op sociaal Rhenen en de leidende principes. ✓ De notitie is slechts een onderlegger voor het gesprek op 17 september.

Het dient ter verduidelijking van de te bespreken richtinggevende keuzes. De notitie is niet bedoeld ter vaststelling of anderszins. ✓ We omschrijven op hoofdlijnen wat de keuzes inhouden, om het leesbaar en kaderstellend te houden. Tijdens de bespreking van de notitie halen we waar nodig concrete voorbeelden aan om inzicht te krijgen in de verwachte gevolgen van de keuzes. ✓ De stellingen betekenen niet dat we hier nog geen uitvoering aan geven. Wel is er ruimte voor verbetering en verscherping. Tevens willen we alle kaders -al dan niet reeds uitgevoerd- tegen het licht houden, zodat er een compleet beeld ontstaat voor het opstellen van de verordening. ✓ Bij iedere keuze zijn er altijd uitzonderingen (casuïstiek) te benoemen. We gaan in de notitie uit van de algemene regel. ✓ Het doel van de bespreking van de notitie is een richtinggevend kader waarop we de verordening jeugdhulp baseren. ✓ De verordening is een beslissingsbevoegdheid van de raad en wordt ter besluitvorming op een later moment voorgelegd. ✓ Veiligheid (mentaal en fysiek) binnen een gezin is altijd de ondergrens. Hier bedoelen we mee dat wanneer er veiligheid in het geding is, we de veiligheid voor laten gaan op uitvoering van onderstaande stellingen.

Stelling 1: Als er voorliggende wetgeving is / voorliggende voorzieningen, dan geen inzet jeugdwet We zien dat de gemeente in verschillende casussen zorg inzet dat wettelijk gezien niet tot onze verantwoordelijkheid hoort. Denk hierbij aan verantwoordelijkheden van het passend onderwijs, Wmo of zorgverzekeringswet. Strak oppakken gemeentelijke taak Gezien de financiële en personele druk op de (jeugd)zorg, is het belangrijk om de uitvoering van de jeugdwet te beperken tot de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Als andere partijen hun verantwoordelijkheid niet nemen, nemen wij deze niet over, ook al betekent dat dat jongeren niet de zorg krijgen die zij nodig hebben (zij het binnen andere wet- of regelgeving). Hierbij is zoals aangegeven veiligheid de ondergrens. Als wij van mening zijn dat hulp geboden kan worden in het eigen netwerk of door het inzetten van voorliggend aanbod, dan zetten wij geen individueel maatwerk in, al is dat de wens van de ouders en/of jongere en zouden zij daar óók mee geholpen zijn. Als uit onderzoek blijkt dat de hulpvraag na 18 jaar naar alle waarschijnlijkheid doorloopt, zorgen we er voor dat we tijdig met jongere, eventueel ouders en zorgaanbieder in gesprek gaan en passen we het zorgaanbod vanuit de jeugdwet zoveel mogelijk aan voor een soepele overgang naar andere wetgeving (Wmo, ZVW, WLZ) ✓ ✓ ✓ -

Met deze maatregel verwachten we de grootste kostenbesparing Conform hervormingsagenda jeugd Meer behoud eigen regie en meer duurzame oplossing door meer inzet van het eigen gezin/systeem. Jongeren kunnen (tijdelijk) tussen wal en schip vallen door discussies over verantwoordelijkheid of dat instanties hun verantwoordelijkheid niet pakken. Jongeren komen op een later moment in het jeugdhulpsysteem met zwaardere hulpvraag, waar wij wel verantwoordelijk voor zijn. De samenwerking met passend onderwijs kan verslechteren Meer personele inzet nodig: Scherpte in wetgeving / gesprekken partijen (school) / actieve regie en sturing andere wetgeving na 18 Meer bezwaren

Ruim oppakken gemeentelijke taak Een van onze leidende principes is doen wat nodig is. Als uit het onderzoek blijkt dat er bepaalde zorg nodig is en het bevindt zich in een grijs gebied m.b.t wetgeving of verantwoordelijke partijen laten het afweten, dan zetten wij toch zorg in om erger te voorkomen. We gaan voor het welzijn van het kind in de brede zin, ook al bevinden wij ons in een grijs gebied of dat de verantwoordelijkheid van de gemeente is. ✓ Jongeren en ouders worden altijd (vraaggericht) geholpen ✓ Kostenverhogend Niet conform de hervormingsagenda jeugd We pakken meer dan onze eigen verantwoordelijkheid, waardoor anderen zich blijven onthouden van hun verantwoordelijkheid Stelling 2: Geen verlengde jeugdhulp behalve pleegzorg en gezinshuis Nauw samenhangend met bovenstaande stelling is dat we geen verlengde jeugdhulp (zorg vanuit de jeugdwet na 18e levensjaar) meer afgeven. Pleegzorg en gezinshuizen (verblijfscomponent) vallen hierbuiten, omdat deze vanuit wetgeving doorlopen tot 21 jaar. Ook valt jeugdreclassering hierbuiten. Geen verlengde jeugdhulp Bij (her)indicatie van jeugdigen vanaf 16, dient er standaard gekeken te worden naar de verwachte hulpvraag na het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Is dat op dat moment nog niet duidelijk, dan voeren we actieve regie totdat er wel duidelijkheid is over eventueel vervolgzorg.

Samen met de jongere wordt een (toekomst)plan opgesteld en bepaald wat er na het 18 e levensjaar nog aan hulp en ondersteuning nodig is en hierop voeren we gedurende deze periode actieve regie. Bij het bepalen van de jeugdhulp houden we rekening met wat er na 18 jaar nodig is en daar passen we onze (jeugd)zorg op aan. We betrekken waar nodig andere partijen (Wmo, Zvw, WLZ) om te zorgen voor een warme overdracht naar de andere wetgeving en dat deze overdracht mogelijk is. We dragen altijd over, ook al past hulp vanuit de jeugdwet beter dan hulp vanuit andere wetgeving, maar is andere wetgeving voldoende adequaat.

✓ ✓ ✓ ✓ − − −

Verlaging van de kosten voor jeugdhulp Verantwoordelijkheid daar beleggen waar deze hoort Jeugdigen en zorgpartners weten waar ze aan toe zijn Gericht op integraliteit, samenwerking en levensloopbestendige zorg Mogelijk een gat in het zorgproces als volwassenzorg (Wmo / Zvw) niet direct kan aansluiten op de jeugdhulp (tijdelijke) verslechtering van de situatie door wisseling in zorgverleners Goed aansluitende zorg kan betekenen dat het niet de best passende zorg is.

Wel verlengde jeugdhulp We gaan voor de meest optimale variant voor de jongere en/ouders, ook als de jongere na zijn 18e nog hulp nodig heeft. Als dat binnen andere wetgeving past, dragen we over, maar als hulp vanuit de jeugdwet best passend is, kennen we verlengde jeugdhulp toe. ✓ ✓ − −

Jongeren krijgen de best passende zorg i.p.v. de goedkoopst/aansluitende passende zorg Jongeren kunnen zorgtrajecten die zijn ingezet voor hun 18e zo lang als wenselijk afronden Hogere kosten jeugdhulp dan nodig Het voorkomt niet de uiteindelijke overgang naar hulp vanuit andere wetgeving (jongeren hebben zelden geen hulp meer nodig na jeugdhulp)

Stelling 3: Wij stellen enkel nog de volgende voorzieningen beschikbaar vanuit de jeugdwet: ✓ Alleen interventies die als effectieve interventie erkend zijn1 ✓ Alleen die voorzieningen die ook beschikbaar waren onder de oude AWBZ / wet op de jeugdzorg. ✓ Geen voorzieningen die beschikbaar zijn onder de zorgverzekeringswet Beperking van voorzieningen De gemeente hoeft vanuit de bedoeling van de wetgever niet meer jeugdhulp beschikbaar te stellen dan wat voorheen onder de AWBZ en Wet op de jeugdzorg viel. Hierin speelt bewezen effectiviteit ook een grote rol. Dit betekent dat bepaalde vormen van vaktherapie2 die niet of (nog) onvoldoende bewezen effectief zijn (bv. paardentherapie), niet meer aangeboden worden vanuit de jeugdwet. Daarnaast hoeft de gemeente ook geen zorg aan te bieden wat onder de aanvullende verzekering van de zorgverzekering kan worden vergoed. De jeugdwet is niet bedoeld voor alle vormen van hulp te vergoeden die niet onder andere wetgeving is te scharen. Door grenzen te stellen aan wat de gemeente ziet als jeugdhulp wordt voorkomen dat er hulp wordt ingezet die niet effectief is, die niet aansluit bij de problematiek of niet noodzakelijk is maar alleen wenselijk. ✓ Heldere kaders aan wat wel en niet onder de jeugdhulpplicht valt van de gemeente. Minder “out of the box” interventies zoals paardencoaching of reflexintegratietherapie.

✓ Jeugdhulp wordt alleen vergoed wanneer deze door een erkende en gekwalificeerde professional wordt gegeven; o.a. aangesloten bij een beroepsvereniging en SKJ of BIGgeregistreerd. ✓ Hulp of verzorging die ook beschikbaar is onder andere wetgeving wordt niet gezien als jeugdhulp (bijvoorbeeld vaktherapie, niet opgenomen in de databank van het NJI). ✓ Begeleiding gericht op vaardigheden in relatie tot onderwijs is geen jeugdhulp (huiswerkbegeleiding, hulp bij plannen van huiswerk) De vorm van jeugdhulp wordt niet meer bepaald door de eigen wens van ouders/jeugdige, passend bij hun levensovertuiging (bijvoorbeeld meer geloof in alternatieve geneeswijze dan regulier). Dit kan bezwaren met zich mee brengen. Er is minder maatwerk mogelijk doordat niet meer alle vormen van “out of the box” begeleiding of therapie als jeugdhulp worden aangemerkt. In hoeverre een gemeente af kan wijken van de regionaal ingekochte jeugdhulp is afhankelijk van de regionale contractering en moet nader uitgezocht worden.

Te raadplegen via de databank van het NJI Vaktherapie is de overkoepelende naam voor beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie en speltherapie. 1 2

Niet beperken van voorzieningen Wanneer elke vorm van ondersteuning, begeleiding, opvang of behandeling als jeugdhulp kan worden aangemerkt, hebben ouders en jeugdige meer invloed op de vorm van hulp die zij zelf denken nodig te hebben. Er is meer maatwerk mogelijk, als de ondersteuning maar bijdraagt aan het behalen van de gewenste resultaten, ook al is daar weinig bewijs voor. Een gemeente mag meer aanbieden als jeugdhulp dan wettelijk noodzakelijk is. ✓ Meer maatwerk mogelijk door ook out of the box methodes beschikbaar te stellen. ✓ Wanneer andere wetgeving niet volledig vergoedt, kan de jeugdige toch de hulp krijgen die hij/zij nodig heeft. Kans op schade bij de jeugdige door niet bewezen interventies in te zetten, of door hulp van niet-gekwalificeerde en erkende hulpverleners Hogere kosten door niet noodzakelijke hulp in te zetten of om gaten te dichten die door andere partijen wordt gecreëerd (passend onderwijs, ZVW, WMO). Stelling 4: Wij stellen grenzen aan voorzieningen met betrekking tot duur, stapeling van zorg en gezinsondersteuning Grenzen aan voorzieningen Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de meeste interventies het meest effectief zijn in de eerste 9-12 maanden.

Dit betekent dat een voorziening gericht op behandeling/verbetering nooit langer dan 12 maanden wordt afgegeven en alleen verlengd wordt als onderbouwd kan worden waarom doelen/resultaten (nog) niet zijn behaald, waarom een verlenging zorgt voor het behalen van het resultaat en voor welke duur. Deze verlenging is nooit langer dan 6 maanden. Er worden geen verlengingen van behandeling afgegeven wanneer er geen verbetering meer plaats vindt. Dan is dat de max dat behaald kan worden en moet inzet van hulp overgaan naar stabilisatie (=begeleiding). Intensiteit van de behandeling wordt bepaald op basis van wat een kind aan kan, niet wat standaard geboden wordt. Geen stapeling van zorg in de ambulante sector; te veel hulp en te veel verschillende hulpverleners op 1 jeugdige zorgt eerder voor inefficiënte hulpverlening en tegenstrijdige boodschappen aan het kind. Eerst de ene interventie inzetten, blijkt die onvoldoende dan pas kijken naar een andere of zwaardere vorm van interventie. Dan de een stoppen en dan pas de ander inzetten. Overdragen in plaats van zorg opplussen. Ondersteuning thuis op andere gezinsleden wordt in principe ingezet bij dezelfde zorgaanbieder om te zorgen dat de ondersteuning aan elk individueel lid zo makkelijk mogelijk ook bijdraagt aan de ondersteuning aan het gezinssysteem.

Hoe meer partijen hoe groter de kans om de ondersteuning niet afgestemd te krijgen op elkaar. ✓ Scherpere richtlijnen voor het jeugdteam in het toekennen danwel afwijzen en duidelijkheid voor ouders en aanbieders ✓ Op basis van wetenschappelijk onderzoek ✓ Effectieve en efficiënte inzet van zorg ✓ Kostenbesparend ✓ Minder belasting voor de jeugdige en/of ouders Acceptatie bij ouders dat zorg op een bepaald moment stopt Risico van meer bezwaren Geen grenzen aan voorzieningen Geen grenzen stellen, betekent dat hulp zo lang als nodig kan worden geboden en afhankelijk van de zorgvraag de duur van de voorziening wordt bepaald. Ook kunnen meerdere vormen van zorg tegelijkertijd worden ingezet zodat er zoveel mogelijk tegelijkertijd kan worden opgepakt. ✓ Langere zekerheid voor jeugdige en/of ouders dat zij bepaalde zorg zullen ontvangen. ✓ Het scheelt administratietijd wanneer een verlenging maar 1x per 2 jaar nodig is i.p.v. elk jaar. ✓ Je doet wat nodig is, zolang het nodig is, op basis van een eerste eigen onderzoek en de expertise van de behandelende partij. ✓ Meerdere hulpvragen kunnen tegelijkertijd aangepakt worden. Minder regie en sturing mogelijk op de doelmatigheid van de voorziening. Langere hulptrajecten vanaf de start zonder zicht op effectiviteit. Risico op overvraging van de jeugdige en/of het systeem door te veel hulp tegelijkertijd.

Risico op minder effect van de voorziening wanneer er meer dan 1 tegelijkertijd loopt, door interventies die onvoldoende op elkaar zijn aangesloten. Tegenstrijdige inzichten bij verschillende partijen die betrokken zijn.

Stelling 5: Gedegen onderzoek en actieve regie is bovenliggend aan wachtlijsten Gedegen onderzoek en regie is bovenliggend Een gedegen onderzoek helpt te begrijpen waarom problemen zich op een bepaald moment voordoen en welke factoren van invloed zijn op het ontstaan en het in stand houden van het probleem. Hulpvraag, motivatie, zelfoplossend vermogen, oorzaak en gevolg en factoren die van invloed zijn, zijn essentieel voor het bepalen van adequate effectieve interventies en te behalen resultaten. Onvoldoende onderzoek leidt tot ineffectieve zorginzet, wat weer leidt tot demotivatie en langdurige inzet met marginaal resultaat. Hierdoor lopen casussen, en inzet jeugdteam, langer door. Dat leidt tot oplopende wachtlijsten doordat er geen ruimte ontstaat in caseload. Actieve regie is van belang om proactief in te spelen op verandering en voor een onafhankelijk perspectief t.o.v. het perspectief van de zorgaanbieder over wat nodig is aan inzet. Als er wachtlijsten ontstaan, gaan we eerst gebruik maken van de mogelijkheden om termijnen te verlengen, mits de situatie dat toelaat. Als alle mogelijkheden daarin uitgenut zijn, gaan we voor inhuur in plaats van het beperken van onderzoek en regie ✓ ✓ ✓ − − −

Efficiency van zorg (aanpak oorzaak i.p.v. gevolgschade, inzet netwerk) zorgt voor kostenbesparing Past binnen gedachtengoed wetgeving en hervormingsagenda door scherp te kijken naar inzet eigen draagkracht Actieve regie zorgt voor snelle aanpassing waar nodig/mogelijk en minder afhankelijkheid van oordeel zorgaanbieders. Bij de start kost dit meer tijd/extra inzet, we verwachten dat dit zich terugbetaalt door minder (dure) herbeschikkingen en snellere afbouw van zorg. Wachtlijsten kunnen initieel oplopen, inwoners moeten langer wachten op hulp waardoor problemen kunnen verergeren. Risico op meer verwijzingen via de huisarts

Inzet op wachtlijsten moet prioriteit krijgen Jongeren en ouders moeten zo snel mogelijk geholpen worden met hun hulpvraag om erger te voorkomen. Als er wachtlijsten ontstaan, gaan deze voor op onderzoek en regie. We blijven binnen de wettelijke termijn van 8 weken van aanvraag tot beschikking. We verwachten door er zo snel mogelijk bij te zijn en hulp te bieden, dat de problemen klein blijven. Dit betekent dat er mogelijk onterecht of te veel of onvoldoende passende hulp wordt geboden, maar dat vinden we beter dan geen hulp. ✓ ✓ ✓ -

Inwoners worden snel geholpen, waardoor het risico van verergering van problemen minder is; We blijven binnen de termijn van 8 weken van aanvraag tot beschikking; Verkleint het risico op evt. inhuur door minder actieve regie en minder uitvoerig onderzoek; Risico van onterechte, te veel of onvoldoende passende hulp neemt toe door snelheid boven kwaliteit van het onderzoek te stellen Meer kans op herbeschikkingen door onvoldoende passende hulp en afhankelijkheid van oordeel zorgaanbieders.

Stelling 6: We maximeren het zelfoplossend vermogen, leggen de verantwoordelijk meer terug bij ouders en jongeren We maximeren het probleemoplossend vermogen Een gemeente hoeft geen jeugdhulp te bieden voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (eigen kracht) van de ouder(s) of jeugdige toereikend zijn. Gemeenten moeten beleid vaststellen waaruit volgt wat precies verstaan wordt onder eigen kracht. We maximaliseren hierbij zelfregie: mensen zijn verantwoordelijk voor hun eigen leven (en de opvoeding van kinderen) en doen naar vermogen mee. Daarnaast stimuleren en maximaliseren we het zelfoplossend vermogen van de burger en diens netwerk, omdat dat zorgt voor de meest duurzame oplossingen. Dit betekent onder meer dat sociale netwerkversterking onderdeel is van de oplossingsrichting. Ook kan dit betekenen dat ouders en hun netwerk meer zelf doen dan vanuit eerdere wet- en regelgeving gebruikelijk is. ✓ Kostenbesparing: Minder geïndiceerde zorginzet door inzet van het probleemoplossend vermogen van het netwerk; ✓ Inzet op duurzame oplossing en behoud van eigen regie van het gezin. ✓ Passend bij jeugdwet en hervormingsagenda jeugd

-

Dit vraagt training en inzet van het jeugdteam. Dit kost in eerste instantie meer capaciteit; dit verwachten we terug te verdienen door minder geïndiceerde zorginzet. Het vraagt om een andere mindset van inwoners, dit levert wrijving op. Een scherpe omschrijving en uitwerking in de verordening is noodzakelijk voor juridische houdbaarheid Risico van meer bezwaren

Het probleemoplossend vermogen stellen we gelijk aan gebruikelijke hulp vanuit de oude AWBZ De definities gebruikelijke3 en bovengebruikelijke4 hulp zijn in de tijd van de AWBZ uitgewerkt en verscherpt. Deze definities zijn jarenlang gehanteerd en geven een scherp beeld van wat er binnen en buiten valt. Je loopt als gemeente geen (juridisch) risico met deze definities en er kan een korte klap worden gegeven: alles is al uitgewerkt en kan een-op-een worden overgenomen. Medewerkers zijn hiermee bekend en kunnen deze regels toepassen. Alle bovengebruikelijke hulp wordt hierdoor per definitie niet onder eigen kracht geschaard en dus volgt er altijd een beschikking voor jeugdhulp op een aanvraag, ook als dit een PGB is waarmee ouders zichzelf kunnen betalen voor de zorg die zij bieden aan hun kind. ✓

✓ -

Geringere kostenbesparing: inzet vanuit het netwerk voor ‘oud ABWZ’ is een aanvulling op de huidige werkwijze, al levert dit minder besparing op dan de brede definitie van het probleemoplossend vermogen Inzet op duurzame oplossing en behoud van eigen regie van het gezin. Minder passend bij jeugdwet en hervormingsagenda jeugd Ook dit vraagt om training en inzet van het jeugdteam, zij het in mindere mate. Dit kost in eerste instantie meer capaciteit; dit verwachten we terug te verdienen door minder geïndiceerde zorginzet. Het vraagt om een andere mindset van inwoners, dit levert wrijving op.

Stelling 7: We zetten de ondersteuning altijd eerst in op het wegnemen van de oorzaak van de hulpvraag, niet (enkel) op de gevolgvraag Aanpakken oorzaak Studies hebben aangetoond dat het (enkel) inzetten van jeugdhulp op gevolg, niet op oorzaak, niet bijdraagt aan een duurzame oplossing en dat het in de meeste gevallen geen effect heeft. We willen daarom zoveel mogelijk, wat binnen wetgeving mogelijk is, sturen op de aanpak van de oorzaak. Daar waar nodig pakken we gelijktijdig het gevolg aan, maar de voorkeur heeft het om eerst de oorzaak en daarna pas de gevolgvraag aan te pakken. Zodat er vanuit een stabiele basis gewerkt kan worden aan herstel. Daar waar oorzaak niet aangepakt kan worden, en het kind onveilig is of vastloopt in de ontwikkeling, zetten we direct in op de gevolgvraag. ✓ Het aanpakken van de oorzaak richt zich op een duurzame en tijdelijke (en daarmee mogelijk goedkopere) oplossing ✓ Volgordelijkheid van zorginzet zorgt voor rust. Te veel hulp(verleners) zorgt eerder voor inefficiënte hulpverlening en tegenstrijdige boodschappen Oorzaak kan ook liggen op een terrein waar er geen gemeentelijke rol of taak is.

Het dilemma wanneer ouders niet mee willen werken aan het oplossen van de oorzaak terwijl er negatieve gevolgen ontstaan voor het kind/de kinderen Juridisch is dit een lastige stelling en dient er per casus gekeken te worden naar aanpak oorzaak en aanpak gevolgvragen.

Altijd aanpakken gevolgvraag De jeugdwet is specifiek ingericht om de veiligheid en ontwikkeling van het kind te waarborgen. Ongeacht waar de oorzaak ligt, bij ouders, school of andere context, willen wij ervoor zorgen dat het kind zo min mogelijk hinder ondervindt. Dat betekent dat wij altijd inzetten op het kind, ongeacht of de oorzaak wordt aangepakt. ✓ Kinderen krijgen altijd hulp geboden Geen inzet op de oorzaak zorgt voor ineffectieve en inefficiënte, langdurige (en dure) zorg.

De dagelijkse verzorging, opvoeding en ondersteuning die ouders, partners, inwonende kinderen en/of andere huisgenoten elkaar geven. 4 De extra zorg en ondersteuning die niet binnen de gebruikelijke zorg valt. 3

Stelling 8: Wij geven geen beschikkingen meer af met terugwerkende kracht Een beschikking met terugwerkende kracht (hierna: TWK) betekent dat een zorgaanbieder al start met zorg voordat er een formele beschikking is afgegeven. Ongeveer 70% tot 80% van de afgegeven beschikkingen in Rhenen is met TWK. Hiervan blijft het merendeel (80 tot 90%) onder 1 maand. In enkele gevallen leidt het later afgeven van een beschikking tot een benodigde aanpassing in zorg, terwijl de aanbieder al wel gestart is met de initiële zorg. Noot: Soms is TWK niet te voorkomen: dat geldt bij crisissituaties waar directe inzet van hulp noodzakelijk is en bij bepalingen van de Gecertificeerde Instellingen. Het sturen op TWK vanuit verwijzingen medisch domein is juridisch lastig en beïnvloeding is hierdoor kleiner, maar niet geheel onmogelijk. Waarom geen TWK? Met het starten van zorg zonder dat het volledige proces is afgerond, zorgt voor financiële risico’s. Je geeft als het ware je portemonnee af zonder formeel aan te geven wat je er voor terug wilt (doelen, producten en uren). Je laat het aan de aanbieder om productie te bepalen. We willen eerst een formele beschikking over de zorginzet (met eventuele bezwaarmogelijkheid van ouders/jeugdige) en dan pas te starten.

Het achteraf aanpassen levert zeker voor de client, maar ook in de relatie tussen jeugdteam en aanbieder meer gedoe en onbegrip op dan zorgen dat het aan de voorkant goed geregeld is. Dit is ook conform de regionale afspraken: aanbieders dienen te wachten op de beschikking/start zorg bericht. ✓ Kostenbesparing, zij het in beperkte mate ✓ Scherpere sturing op zorg Communicatie met aanbieders. Er moet altijd een startbericht vanuit de gemeente zijn. Intern heeft dit met name gevolgen voor onder meer het werkproces (her)beschikking (tijdige inrichting herbeschikken incl. tijdige aanvraag aanbieders). In iets mindere mate voor het werkproces eerste aanvraag, behalve dat we administratieve proces eerst volledig afronden voordat zorg gestart kan worden. Waarom wel TWK?: We willen graag vanuit de bedoeling werken. Dat betekent dat we ouders en jongeren zo snel mogelijk met het zorgtraject willen laten starten. We hebben wel het onderzoek gedaan en gezamenlijk bepaalt welke zorg nodig en gewenst is, maar de afwikkeling van het administratieve proces is niet leidend en laten we niet vertragend werken. ✓ Dit is conform huidige werkwijze, dus geen aanvullende acties nodig.

Minder sturing / actieve regie op zorginzet en vervolg Stelling 9: Wij houden vast aan de ministeriële Regeling van €141,- voor informeel netwerk PGB Het is mogelijk om vanuit het persoonsgebonden budget door de SVB een symbolisch bedrag per maand uit te laten betalen aan personen die informele hulp vanuit de sociale relatie met de budgethouder verlenen. Deze maatregel biedt de budgethouder een mogelijkheid om hun informele hulp in te zetten zonder dat daarbij sprake is van een arbeidsrelatie (en dus van een minimumloon). Er wordt dan niet meer met een zorgovereenkomst van opdracht gewerkt, maar met een verklaring. Het alternatief is een formele vergoeding op basis van een zorgovereenkomst, gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de betreffende geldende CAO, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren (€ 19,26 per uur). Vasthouden aan de ministeriele regeling Het inzetten van het informeel netwerk zien wij als normaliseren en het versterken van het gewone leven: het inzetten van het probleemoplossend vermogen van naasten, het gezamenlijk willen bijdragen aan een oplossing voor een familielid/buurtgenoot/vriend/kennis. Dit past binnen de bedoeling van de wet en de hervormingsagenda Jeugd: We gaan uit van een inclusieve samenleving.

Hulp en ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats binnen het eigen netwerk en de context waarin jeugdigen opgroeien met ouders, vrienden, familie, buren, sportcoaches, leerkrachten, kinderopvangmedewerkers, kinder- en jongerenwerkers, jeugdgezondheidszorg, informele steunfiguren. Het normaliseren van hulp bieden aan een ander begint onder meer bij het informeel en beperkt belonen van deze hulp in plaats van het formaliseren van deze hulp inclusief een CAO-conform uurtarief. ✓ Kostenbesparing ✓ Past beter bij doestelling om meer in te zetten op eigen kracht en netwerk, met een eventuele vergoeding in plaats van een formeel tarief.

Vasthouden aan de CAO Wij willen de inzet van het informeel netwerk marktconform belonen, wat altijd nog goedkoper is dan het inzetten van formele zorgaanbieders. Als het netwerk kwalitatieve zorg kan bieden, biedt dat meerwaarde ten opzichte van een onbekende zorgaanbieder. De informele zorgverlener kent het gezin, er is een vertrouwensband aanwezig en wij verwachten dat hierdoor de zorg meer effectief is en sneller resultaat wordt geboekt, wat in zichzelf zorgt voor een kostenreductie. ✓ Helpt in voorkoming wachtlijsten zorg Kostenverhogend doordat je het formeel tarief betaalt voor informele hulp Risico op veel aanvragen PGB door aantrekkelijk tarief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14494814/1