Bijlage 2 Bijlagen Programma Landelijk Gebied
Tekst van het document
Bijlagen Programma Landelijk Gebied Rhenen Versie 11 november 2025
Inhoud Bijlage 1: Procesaanpak programma ................................................................................................................. 2 Bijlage 2: Betrokken gebiedspartijen .................................................................................................................. 5 Bijlage 3: Overzichtstabel beleidsdoelen landelijk gebied gemeente Rhenen .............................................. 9 Bijlage 4: Overzichtstabel beleidsdoelen landelijk gebied regio, provincie, Rijk ...................................... 11 Bijlage 5: Uitgebreide analyse inclusief kaarten ............................................................................................. 16 Toekomstbestendige (agrarische) economie .............................................................................................. 16 Vitale en robuuste leefomgeving ................................................................................................................. 34 Bijlage 6: Kosteninschatting maatregelen en capaciteit................................................................................. 53 Kosteninschatting capaciteit .........................................................................................................................
53 Kosteninschatting maatregelen .................................................................................................................... 53 Bijlage 7: Definities en afkortingen .................................................................................................................. 55
Bijlage 1: Procesaanpak programma Hieronder wordt beschreven via welke aanpak het Programma Landelijk Gebied tot stand is gekomen.
Figuur 1: procesoverzicht ontwikkeling programma van juli '24 tot okt '25
Stap 1. Inventarisatie en analyse Het programma is ingedeeld in twee pijlers met elk drie onderliggende doelen. Deze pijlers zijn in de voorbereidende fase gekozen omdat ze samen uitdrukken wat de belangrijkste opgave is voor het landelijk gebied: een economisch gezonde agrarische gemeente, in balans met het natuurlijk systeem. En uiteraard hangen deze twee nauw samen. Aan de basis van het programma, staat een gedegen analyse op basis van feiten. Ook dit programma is niet een startpunt van iets nieuws, maar een voortzetting van al lopende processen bij gebiedspartijen, overheden en vigerend beleid bij gemeente, waterschap en provincie. Dat moet samenkomen in dit programma. Als eerste stap is daarom de analyse gemaakt van bestaand beleid, relevante onderzoeken en data. Dit is geclusterd aan de hand van de twee pijlers. Een adviesbureau wat gespecialiseerd is in agroeconomie heeft een gespecialiseerde data-studie gedaan naar de omvang en kenmerken van de lokale agrarische economie. De uitgebreide beschrijving van de analyse staat in bijlage 4, 5 en 6 en is samengevat in het programma. Deze analyse van het fysieke landschap en beleid, zijn gepresenteerd tijdens een informerende sessie met het college. Aan de hand van deze feitelijke onderbouwing is geïnvesteerd in samenwerking tussen ambtenaren en college; wat gaan we doen, waarom gaan we dat doen.
In welke stappen komen we tot een gedragen programma en wat zijn de verwachtingen?
Stap 2: Kaders en ambities Tijdens een goed bezochte raadsavond (11 november 2024 en 28 januari 2025) zijn kaders opgehaald, waar het Programma aan bij moet dragen. Hierin zitten waarden en ambities besloten, die passen bij Rhenen. De volgende kaders zijn door de raad meegegeven:
2
De gemeente neemt de regie en wacht niet af tot andere overheden besluiten nemen. We nemen een actievere rol op het thema landelijk gebied dan hiervoor. We doen dit samen met lokale betrokkenen en beïnvloeden gericht daar waar wij mogelijkheden zien. We maken hier capaciteit en middelen voor beschikbaar. De keuze voor een actieve rol zorgt ervoor dat we ons eigen bod aan andere overheden kunnen duidelijk maken. Behoud van de agrarische sector als uitgangspunt. Dit vraagt toekomstgericht samenwerken tussen agrariërs en gemeente. De gemeente gaat hiervoor actief in gesprek met agrariërs en voert actief grondbeleid uit. Waardevolle landbouwgronden worden behouden, specifiek in het Binnenveld en op de esgronden op de flanken. Een (rand)voorwaarde van economische activiteit is het natuurlijk systeem. Agrarische activiteiten passen binnen de minimale benodigde kwaliteit van het natuurlijk systeem. Hiermee realiseer je ook voor de lange termijn economisch rendabele agrarische bedrijven. De gemeente stimuleert de agrarische sector om duurzaam en toekomstbestendig te worden. We richten ons op de kwaliteit van natuur, niet de kwantiteit. Door kwaliteit van bestaande (natuur)gebieden te verbeteren wordt de biodiversiteit in de gemeente versterkt. Hier zijn geen extra stukken natuurgebied voor nodig.
Slim ruimtegebruik zorgt voor een klimaatbestendig buitengebied en de minimale benodigde ecologische verbindingen. Elk deelgebied heeft een primaire functie De belangrijkste economische functie van het binnenveld is agrarisch, met ruimte voor recreatie. In de flanken is de primaire functie wonen en werken. Dit kan daar ten koste gaan van ruimte voor landbouw of natuur. Op de Heuvelrug, Grebbenberg en uiterwaarden ligt de focus op vergroten van de klimaatbestendigheid, met ruimte voor recreatie.
Stap 3: Participatie gebied De gemeente heeft participatie hoog in het vaandel staan. Immers, inwoners en ondernemers hebben kennis en ervaring, die de gemeente niet heeft en andersom. En, minstens zo belangrijk, gemeente kan de maatregelen niet allemaal zelf uitvoeren. We hebben elkaar nodig en successen kunnen we vaak alleen samen bereiken. Dus in de ontwikkeling van maatregelen willen we weten wat de gemeente te doen staat en wat ze van welke gebiedspartijen of andere overheden vraagt. En hoe één en ander goed aansluit op de praktijk van inwoners en ondernemers. Voor de totstandkoming van het programma is een aantal gebiedsbijeenkomsten geweest. Ook is met een aantal partijen gesproken om de maatregelen samen mee te ontwikkelen. We hebben hierin een breed spectrum aan type ondernemersvertegenwoordigers gesproken. We beginnen met de toelichting op de bijeenkomsten. Bijeenkomst 1: het toetsen van de feitenanalyse. Wordt deze herkent, kan men de informatie aanvullen met praktijk kennis? Worden er al prioritaire zaken opgemerkt waar gemeente voorrang aan moet geven? Ook was dit de avond om zorgen te uiten en wensen voor een goed programma.
3
Bijeenkomst 2: de tweede bijeenkomst stond in het teken van het bespreken van een aantal belangrijke thema’s: De agrarische sector als uitgangspunt, duurzame economische activiteiten en bestaande natuur versterken. Ook kon men zich uitspreken over de randzones, een parallel proces naast het opstellen van dit programma. Bijeenkomst 3: Naar aanleiding van de analyse, de kaders en de twee voorgaande sessies, is een set van potentiële maatregelen ontwikkeld. Een eerste versie van deze longlist van mogelijkheden is op deze avond getoond. Deze lijst bestond uit maatregelen van groen tot rijp en van realistisch uitvoerbaar tot onrealistisch ambitieus. Inwoners en ondernemers kregen de gelegenheid op de maatregelen te reageren, in steunende en in ontkrachtende zin. Ook konden ze aanvullingen geven wanneer ze daar aanleiding toe zagen.
Stap 4: Keuzes maken Na de participatieavonden is er voldoende materiaal om het programma met maatregelen verder uit te werken. De longlist van met maatregelen, met de reflectie daarop vanuit de participatieavonden, worden verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Er wordt toegewerkt naar een definitieve set aan maatregelen/activiteiten waarbij de volgende criteria zijn gehanteerd. De combinatie van maatregelen moet: -
de doelstellingen in het programma dichterbij brengen;
-
passen bij de rol en verantwoordelijkheden van de gemeente Rhenen;
-
realistisch een haalbaar zijn, zowel in uitvoeringscapaciteit als (financiële) middelen die de gemeente;
-
voldoen aan de wettelijke verplichtingen.
Sommige maatregelen zijn samengevoegd. Waar keuzes gemaakt moesten worden tussen de maatregelen is de afweging gemaakt vanuit het algemeen belang en wat realistisch is in de uitvoering. Sommige maatregelen hebben daarom niet de definitieve versie van het programma gehaald (denk aan langjarige structurele middelen voor agrarisch natuurbeheer – dit is onrealistisch om vanuit de gemeente te financieren, en zou vanuit een hogere overheid moeten komen), of zijn wel in het programma beland, omdat dit een gemeentelijke verplichting is vanuit hogere overheden (denk aan de maatregel “samenwerken aan systeemherstel”). Er hebben werksessies plaatsgevonden met ambtenaren binnen en buiten de gemeente om te bespreken welke kennis en middelen nodig zijn om tot uitvoering van deze set aan maatregelen te komen. Ook hebben nog enkele individuele gesprekken plaatsgevonden met gebiedspartijen plaats om details verder af te stemmen. Zo komen we tot een steeds completer programma, die ook voorstelbaar is voor gemeente, inwoners en ondernemers. Er heeft een ambtelijke sessie plaatsgevonden om de programmabegroting en financiering vorm te geven.
Stap 5: Afronding programma Het programma wordt gereed gemaakt met een laatste ambtelijke feedbackronde en bestuurlijke afstemming. Het traject voor besluitvorming (college en raad) wordt voorbereid. In deze fase wordt (nogmaals) de koppeling gemaakt met de sporen “randzonevisie” en de gebiedsverkenning “de Meent”. Omdat beide trajecten een duidelijke impact zullen gaan hebben op het landelijk gebied van Rhenen, is deze laatste fase benut om het Programma Landelijk Gebied beter te laten aansluiten op de ontwikkelingen in deze twee trajecten.
4
Bijlage 2: Betrokken gebiedspartijen De belangrijkste gebiedspartijen voor het landelijk gebied bestaan uit overheidsorganisaties, terreinbeherende organisaties (TBO’s) en de agrarische sector. Overheidsorganisaties spelen een cruciale rol bij het bepalen en handhaven van beleid, terwijl TBO’s verantwoordelijk zijn voor het beheer en behoud van natuur- en recreatiegebieden. Voor de gemeente Rhenen gaat het om de stakeholders: Provincie Utrecht, Waterschap Vallei en Veluwe, Hoogheenraadschap De Stichtse Rijnlanden, Regio Foodvalley, de Omgevingsdiensten RUD en ODRU, Utrechts Landschap, Staatsbosbeheer, Landschap Erfgoed Utrecht en de (particuliere) landgoederen. De agrarische sector vertegenwoordigt de lokale landbouw en heeft een aanzienlijke invloed op het landgebruik, beleving en de economische vitaliteit van de regio. Voor de gemeente Rhenen gaat het om de stakeholderpartijen: LTO Gelderse Vallei, Gebiedscoöperatie ‘Het Binnenveld’, Coöperatie Binnenveldse Hooilanden, Agrarische Jongeren Gelderse Vallei, Boerennatuur (Utrecht Oost en Veluwe), Stichting Mooi Binnenveld en Stichting Werkgroep Milieu- en natuurbeheer Rhenen (WMR).
Overheden Provincie Utrecht De gehele gemeente Rhenen valt in de provincie Utrecht. De provincie Utrecht werkt aan de opgaven in het landelijk gebied in het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Uitvoering geven aan deze opgaven gebeurt in de gebiedsgerichte aanpak (GGA), waarin de provincie samenwerkt met haar partners om per gebied te kijken wat noodzakelijk is. Utrecht is daarbij ingedeeld in negen gebieden. De gemeente Rhenen heeft daarbij te maken met de GGA-gebieden “Vallei Utrecht”, “Utrechtse Heuvelrug” en “Kromme Rijnstreek:”. De provincie Utrecht is een belangrijke gebiedsregisseur van het landelijk gebied via de gebiedsprocessen, door actief grondbeleid en het ontwikkelen van een stikstofbank. Ze hebben een rol in het aanjagen van de ontwikkeling van generiek instrumentarium bij de Rijksoverheid en ontwikkelen eigen instrumentarium.
Provincie Gelderland Gemeente Rhenen heeft in 2024 het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) vanuit de regio Foodvalley vastgesteld. Het RPLG wordt inmiddels verder uitgewerkt, zo is onder andere het Uitvoeringsplan Stikstof door de regio opgesteld. Provincie Gelderland is verantwoordelijk voor Aanpak Veluwe (waar het Uitvoeringsplan Stikstof onderdeel van uitmaakt) en stelt momenteel strokenbeleid op. Er komt een 500 meter zone rondom o.a. het N2000 gebied de Veluwe waarbinnen de stikstofuitstoot in de komende tien jaar fors verminderd moet worden. Provincie Gelderland is tevens de trekker van de gebiedsaanpak Binnenveld.
Waterschap Vallei en Veluwe en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Gemeente Rhenen valt in twee waterschappen. Het Waterschap Vallei en Veluwe (V&V) beheert het noordelijke deel van de gemeente Rhenen. Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) beheert het zuidelijke deel van de gemeente Rhenen.
5
Regio Foodvalley Samenwerkingsverband van 8 gemeenten in zowel provincie Utrecht als Gelderland. Op het thema Landelijk Gebied doet ook Putten mee als 9e gemeente. Vanuit de regio is een zomer 2024 een ‘Koers voor uitvoering’ vastgesteld voor het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied. Dit wordt komende periode doorontwikkeld tot een uitvoeringsprogramma. In de regio Foodvalley is ook de samenwerking met provincie Gelderland geborgd. Aan de oostelijke zijde grenst Rhenen en het Binnenveld hieraan. De opgaven houden niet op bij de provinciegrenzen dus dit vraagt nauwe samenwerking en afstemming.
Omgevingsdiensten Utrecht (ODU) De omgevingsdienst Utrecht, de ODU, ondersteunt gemeenten zoals Rhenen bij taken op het gebied van milieu, natuur, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. De ODU voert vergunningverlening, toezicht en handhaving uit op milieu- en natuurwetgeving voor bedrijven en instellingen. Ook adviseren zij bij ruimtelijke plannen en milieubeleid om een gezonde en veilige leefomgeving te bevorderen.
Gebiedspartijen agrarisch en natuur LTO Gelderse Vallei behartigt de belangen van agrariërs in de regio en speelt een centrale rol in het vertegenwoordigen van boeren op lokaal en regionaal niveau. De organisatie zet zich in voor duurzame landbouwpraktijken en werkt nauw samen met de overheid en andere partijen om de agrarische sector toekomstbestendig te maken.
Gebiedscoöperatie Het Binnenveld is een samenwerking tussen agrariërs, natuurorganisaties en lokale overheden om het Binnenveld duurzaam te beheren. De coöperatie richt zich op het bevorderen van een evenwicht tussen landbouw en natuurbehoud.
Coöperatie Binnenveldse Hooilanden richt zich op het beheer van een uniek natuurgebied binnen het Binnenveld. Door een combinatie van landbouw en natuurbeheer draagt de coöperatie bij aan het behoud van zeldzame plant- en diersoorten, terwijl boeren actief betrokken blijven bij het gebied.
Agrarische Jongeren Gelderse Vallei vertegenwoordigt de nieuwe generatie boeren en speelt een sleutelrol in de toekomst van de sector. De organisatie stimuleert kennisuitwisseling, innovatie en duurzaamheid, en zorgt ervoor dat jonge agrariërs een stem hebben in belangrijke regionale beslissingen.
Stichting Mooi Binnenveld Stichting en Vereniging Mooi Binnenveld stellen zich de ontwikkeling, het beheer en behoud van natuur in het Binnenveld ten doel. De Stichting beheert 50 hectare aangekocht via crowdfunding door leden.
Boer en natuur (Utrecht Oost en Veluwe) bevordert agrarisch natuurbeheer door boeren te ondersteunen in het verbeteren van biodiversiteit op hun land. De organisatie werkt aan het behoud van natuurwaarden, zoals weidevogels en bloemenrijke graslanden, zonder de landbouwproductie uit het oog te verliezen.
6
Terreinbeherende organisaties Utrechts Landschap beheert de Grebbeberg, een belangrijk natuurgebied met historische waarde, en de Blauwe Kamer, een uiterwaarden natuurreservaat aan de Nederrijn, met diverse flora en fauna. Daarnaast zijn de volgende gebieden in beheer: het Hoornwerk, Laarsenberg, Vogelenzang, Palmerswaard, Plantage Willem III en Elster Buitenwaarden en Steenfabrieksterrein Elst
Staatsbosbeheer beheert delen van de Utrechtse Heuvelrug en de Achterbergse Hooilanden en zorgt voor natuurbehoud en recreatiemogelijkheden.
Landschap Erfgoed Utrecht is actief in het beheer van kleinere natuur- en erfgoedlocaties, inclusief gebieden in Rhenen, met aandacht voor behoud en educatie.
Landgoederen De landgoederen Prattenburg, Remmerstein en Dikkenberg zijn de drie grootste landgoederen gelegen in de gemeente Rhenen. Landgoed Prattenburg en Landgoed Remmerstein zijn een particulier landgoed gelegen in de gemeente Rhenen dat zowel bos- als landgebouwgebieden omvat. Landgoed De Dikkenberg in de gemeente Rhenen is een natuurgebied op de Utrechtse Heuvelrug, gekenmerkt door uitgestrekte bossen en heidevelden. Daarnaast omvat de gemeente Rhenen de kleinere landgoederen: Roghairsparren, de Tangh, Laarsenberg en Grebbeberg.
Figuur 2: landgoederen in de gemeente Rhenen, bron: Atlas provincie Utrecht (provincie-utrecht.nl): hierin kunnen ook de unieke landgoederen grenzen aangeklikt worden. NSW opengesteld wil zeggen dat het landgoed is opengesteld voor publiek en erkend volgens de Natuurschoonwet 1928.
7
Overige stakeholders Agrarische Natuur Vereniging Het Binnenveld (ANV) zet zich in voor het behoud en herstel van natuurwaarden in het Binnenveld. De vereniging werkt samen met boeren, overheden en andere belanghebbenden om de biodiversiteit te versterken en de natuurlijke omgeving te beschermen. Ze spelen een rol in het monitoren en bevorderen van natuurinclusieve projecten in het gebied.
8
Bijlage 3: Overzichtstabel beleidsdoelen landelijk gebied gemeente Rhenen
Toekomstbes tendige economie
Vitale en robuuste leefomgeving
Doelen Rhenen lokaal Systeemniveau
Geen lokaal doel.
Waterkwaliteit (KRW) Klimaatadaptatie, waterkwantiteit, droogte en overstromingsrisico's
Geen lokaal doel. Water vasthouden op de Utrechtse Heuvelrug (en Grebbeberg ) en randzonde Elst. Dit sluit aan op Blauwe Agenda van hele Utrechtse Heuvelrug (Bron: Beleidsplan Ruimtelijk adaptatie en Omgevingsvisie) Behoud groene structuren in hele gemeente, Diversiteit in soorten groen en ecologisch beheer om klimaatbestendigheid te bevorderen (bron: groenbeleidsplan)
Bodem Drinkwater Natuurnetwerk (NNN en Groene contour)
Geen lokaal doel. Geen lokaal doel Groene contouren rondom stedelijke gebieden, worden onderdeel van NNN – Provinciaal beleid (bron:
Natura2000 GBDA Natuurherstel
Geen lokaal doel. Geen lokaal doel. Knelpunten ecologische verbindingen herinrichten (bron: groenbeleidsplan) Bloemrijke bermen aanleggen en beheren. (bron: groenbeleidsplan)
Stikstof Landschap en cultuurhistorie
Geen lokaal doel. - Landschap van de Grebbelinie versterken - Het Hoornwerk in ere herstellen - Recreatieve ontwikkelingen bij kasteel Ter Horst. (Bron: visie op Rhenen)
Natuurbranden
Sterke relatie met klimaatadaptatie en waterbeschikbaarheid (Bron: Beleidsplan Ruimtelijk adaptatie)
Gezondheid – groenbeleving, hittestress
Verkoelende plekken langs de Nederrijn - Palmerswaard en Passantenhaven (bron Beleidsplan ruimtelijke adaptatie)
CO2 Lachgas en Methaan
Geen lokaal doel. Geen lokaal doel.
Grond Dierenwelzijn
Geen lokaal doel Geen lokaal doel
Groenbeleidsplan)
9
Overige ontwikkelingen
Gezondheid - luchtkwaliteit
Geen lokaal doel
Recreatie en toerisme
- Wandelroutes aanleggen/beleefbaarheid Landschap bevorderen: (bron: Omgevingsvisie) - groene corridor tussen Rhenen en Achterberg beleefbaar maken d.m.v. educatie en cultuur. (bron: Omgevingsvisie). - Haven ontwikkelen, die voldoet aan N2000 richtlijnen (bron: omgevingsvisie). - Benutten Grebbelinie en Utrechtse Heuvelrug in samenwerking met Recreatie & Toerisme 2023-2027 (bron: Erfgoedvisie) - Duurzame sportinfrastructuur (bron: Groenbeleidsplan) - Een deel van het Binnenveld is stiltegebied - In het kader van het VAB-beleid worden nieuwe woningen bij voorkeur ‘teruggebouwd’ aan de kernrandzone. (Bron:
Stedelijke ontwikkelingen/ woningbouw
economische agenda) - Er loopt een onderzoek naar woonkern De Meent .
- In het Binnenveld: Gezamenlijk wonen voor families mogelijk maken (bijvoorbeeld kangoeroewoningen) (bron: Omgevingsvisie)
Duurzame energie
- Oostflank Utrechtse Heuvelrug: In het gedeelte tegenover Veenendaal: woningbouw toestaan als dat het karakter van het deelgebied niet aantast. (bron: Omgevingsvisie) Planologisch bieden van ruimte aan de realisatie van short- en mid-stayvoorzieningen in de kernen, in bedrijfsgebouwen en bij agrarische bebouwing (bron: woonvisie) Klimaatbestendig en waterrobuust bouwen, er komt een beleidsplan klimaatadaptatie (bron: woonvisie) 450 -550 woningen extra bouwen. 125 sociale huurwoningen - in 2040 Energieneutraal - In 2030 is de oppervlakte zonnepanelen in het buitengebied (bij voorkeur op daken) met 20% toegenomen. (Bron: economische agenda) - Nude: ruimte voor duurzame energie-opwek onderzoeken (Bron: Visie op Rhenen)
10
Bijlage 4: Overzichtstabel beleidsdoelen landelijk gebied regio, provincie, Rijk Systeemniveau
Nationaal / Europees
UPLG en provincie
RPLG en regio
Overig
Bodem en water sturend
In overgangsgebieden van 250m rondom N2000 extensieve en natuurinclusieve landbouw (bron:
Bodem en water zijn conditionerend en niet enkel faciliterend. Functies volgen het systeem.
Blauwe agenda Utrechtse Heuvelrug, met o.a. Vitens, Waterschap, etc. “een robuust en toekomstbestendig watersysteem, waarin alle waterfuncties een duurzame plek vinden”. Doelen op: water infiltreren, vasthouden, besparen, hergebruiken
Beleid, inrichting en beheer aangepast aan het veranderende klimaat.
Vitale en Robuuste Leefomgeving
Waterkwaliteit (KRW)
Europese doelstellingen in 2027 behaald. Concentraties nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen voldoen aan normen Europese Kaderrichtlijn Water in 2027
Gebiedsagenda Vallei Utrecht – concept)
Water vasthouden aan de rand van Utrechtse Heuvelrug
Als NPLG, specifiek genoemd voor Valleikanaal (Grift). De omgevingsverordening provincie Utrecht stuurt gemeenten in het borgen van KRW-vereisten: • Maak alle vergunningen voor indirecte lozingen KRW-proof • Reduceer zoveel mogelijk de belasting vanuit de rioolwateroverstorten • Pak foutieve aansluitingen op hemelwaterriool op • Zorg dat ruimtelijke ontwikkelingen KRW-proof zijn
In 2027: regionaal 40% reductie van fosfaat uit- en afspoeling naar oppervlaktewater, 11% reductie van stikstof uit- en afspoeling naar oppervlaktewater en verlaging van gemiddelde nitraatconcentratie in grondwater van 63 mg NO3/L naar 50 mg NO3/L;
11
Klimaatadaptati e, waterkwantiteit, droogte en overstromingsri sico's Bodem
Drinkwater
Natuurnetwerk (NNN en groene contour) Natura2000
Schade en ontwrichting door weersextremen zoveel mogelijk beperken. (deltaprogramma’s) Bodemrichtlijn EU/Rijk: duurzaam bodembeheer (verbeteren sponswerking, tegengaan van verdichting en verzuring) uiterlijk in 2023. Drinkwaternota 2021-2026 en de Kaderrichtlijn Water (KRW). 1) Voldoende en betrouwbaar drinkwater voor iedereen. 2) Bescherming van bronnen 3) veilig en gezond drinkwater 4) duurzaam drinkwater 5) borging van drinkwater in ruimtelijk beleid. Schade aan de Europese natuur tegen 2050 compleet hersteld (Europese natuurherstelwet) Afronding NNN in 2027 De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. EU heeft N2000 gebieden aangewezen met instandhoudingsdoelen.
Bodemrichtlijn EU/Rijk
Het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebie d kunnen beperkt worden gebruikt;
1.570 hectare functieverandering naar natuur en 4.264 hectare inrichting voor natuur (2027)
Nieuwe natuur langs randen van Utrechtse Heuvelrug,
Vitens: beschermen en verbeteren van de grondwaterkwaliteit, verbeteren van de waterbeschikbaarheid, inzetten op waterbesparing en het benutten van potentie van drinkwaterwingebieden om de natuur te versterken.
Ecologische verbindingszones in het Binnenveld Op basis van de Europese wetgeving ligt er een provinciale taak om de N2000 gebieden te beheren en beheerplannen op te stellen. Doel is goede instandhouding van de aangewezen habitattypen. Zie voor de doelen de Natuur doelanalyses (NDA’s), samengevat verderop in dit document.
12
GBDA
Natuurherstel
5% GBDA in 2030 10% GBDA in 2050 (Voormalig NPLG) 2030: 30% natuurherstel 2030: Uitvoering bossenstrategie Provincie Utrecht
5% GBDA in 2030 10% GBDA in 2050
Kwaliteitsverbetering van bestaande GBDA en versneld realiseren ervan.
1.500 hectare nieuw bos en revitaliseren van bestaand bos. In gebiedsagenda Vallei Utrecht komt een kaart moet zoekgebied.
2050: gunstige staat van instandhouding natuur Stikstof
Landschap en cultuurhistorie Gezondheid – groenbeleving, hittestress
Totale emissiereductie 46% reductie t.o.v. 2018.
Regionaal 46-55% van ammoniakemissie t.o.v. 2018.
2025: 40% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde.
De regio aanpak stikstof heeft Rhenen medeondertekend.
2030: 74% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde.
Programmadoelen Groen groeit mee: Realisatie van circa 10.000 hectare extra multifunctioneel groen in de regio Utrecht.
13
CO2
2030: Terugbrengen broeikasgassen uit veenweiden
Toekomstbestendige economie
2050: Nederland als geheel klimaatneutraal
Lachgas en Methaan
Landbouw
Dierenwelzijn
Koolstofvastlegging in bossen (n 0,4 – 0,8 Mton CO₂ eq) en landbouwbodems (0,5 Mton CO₂ eq) in 2030 2030: Terugbrengen broeikasgassen uit landbouw Methaanreductie: 3,82 Mton CO₂ eq. in 2030 EU “boer-tot-bord” strategie 1) voedselsystemen met positieve impact op milieu, klimaat en biodiversiteit en klimaatadaptief 2) genoeg, gezond en betaalbaar voedsel en 3) goed concurrentievermogen van de landbouwsector en eerlijke handel
in 2030 een reductie van 0,09 megaton CO2eq/jaar uit veenbodems Koolstofvastlegging in bossen (n 0,4 – 0,8 Mton CO₂ eq) en landbouwbodems (0,5 Mton CO₂ eq) in 2030
in 2030 0,3 megaton CO2eq reductie ten opzichte van de Klimaat- en Energieverkenning 2021
Reductie voor 2030 (methaan en lachgas) – regionaal ca 32%.
Een goede toekomst voor onze boeren.
Transitie naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw.
GLB: innovatie en verduurzaming, goede marktwerking en modernisering en verjonging van de landbouwsector. Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid, met waarborgen dierenwelzijn en -gezondheid
14
Overige ontwikkelingen
Gezondheid luchtkwaliteit
fijnstof: gezondheidswinst van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016.
Recreatie en toerisme
Schone Lucht Akkoord (SLA) voor reductie van fijnstof en geur, en vergroten van leefbaarheid rondom veehouderijen Regionaal 2000ha voor recreatief medegebruik
Stedelijke ontwikkelingen/ woningbouw Duurzame energie
2050: Nederland als geheel klimaatneutraal
15
Bijlage 5: Uitgebreide analyse inclusief kaarten Toekomstbestendige (agrarische) economie Het UPLG en het RPLG benoemen diverse niet-kwantitatieve doelen op de landbouw. Het doel is (UPLG) “gericht op een landbouwsector met toekomstperspectief, maar wel een landbouw die een flinke stap heeft gezet in de richting van de doelen en internationale verplichtingen waar we voor staan. Dit betekent voor de sector in zijn geheel een ontwikkeling naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw die economisch rendabel is en door de maatschappij gewaardeerd. Daarbinnen kunnen uiteraard wel verschillen zijn omdat ieder agrarisch bedrijf weer anders is.”
Economische analyse agrarische sector De (primaire) agrarische sector in de gemeente Rhenen maakt ca. 4% uit van het totaal aantal gevestigde bedrijven in Rhenen en 2% van de banen voor werknemers. Het agrocomplex is iets groter en bestaat naast de primaire sector, uit toelevering en verwerking, groothandel, onderzoek en onderwijssectoren. Dit is in Rhenen 5,2% van economie. In de gemeente zijn in totaal 69 landbouwbedrijven gevestigd. Op 52 van deze bedrijven wordt vee gehouden. Op 21 van deze bedrijven wordt een vorm van akkerbouw toegepast, het gaat hierbij voornamelijk om graangewassen. Op 8 bedrijven vindt tuinbouw open grond plaats, bij 4 hiervan betreft het boomkwekerijgewassen en vaste planten en bij 2 bedrijven fruit open grond. De som van het aantal bedrijven op activiteitenniveau is groter dan het totaal van de hele groep (69), omdat een bedrijf met meerdere activiteiten (bijv. houden van dieren en teelt van gewassen) meetelt bij iedere afzonderlijke activiteit. In vergelijking met het landelijk gemiddelde heeft Rhenen meer dierlijke sectoren (veehouderij) dan andere gemeenten. bron: CBS Statline 20231) Tabel 1: aantal bedrijven per sector in 2018 en 2023 (bron: CBS Statline 2023)
Hoofdbedrijfstype
2018
2023
Akkerbouw
4
3
Blijvende teelt
1
2
Gewas/veecombinaties
2
1
Graasdierbedrijven
51
49
Hokdier bedrijven
9
11
Tuinbouwbedrijven
1
2
Veeteeltcombinaties
1
1
Totaal
68
69
De gebiedscoöperatie in Rhenen heeft aangegeven dat de cijfers als vermeld in CBS niet altijd de werkelijkheid reflecteren. Bijvoorbeeld: niet alle in Rhenen geregistreerde dieraantallen worden ook daadwerkelijk in Rhenen gehouden. De cijfers in deze analyse dienen met die kanttekening gelezen te worden.
Melkveebedrijven Totaal waren er in 2018 1.922 melk- en kalfkoeien aanwezig op de 28 melkveebedrijven in Rhenen. In 2023 waren dit nog 1.701 dieren op 22 melkveebedrijven. Volgens de laatste informatie die vanuit het CBS beschikbaar is gekomen zijn er in 2024 nog eens 2 melkveebedrijven gestopt, waardoor het totaal op 20 melkveebedrijven komt. In de afgelopen jaren zijn er dus 6 melkveehouders gestopt met het houden van melkvee. Dat wil overigens nog niet zeggen dat ze volledig gestopt zijn met hun bedrijf. De categorie ‘overige rundveebedrijven’ is namelijk juist gestegen. Melkveehouders stoppen bijvoorbeeld met het melken van koeien, maar blijven wel wonen op de locatie en gaan bijvoorbeeld verder met jongvee opfok of het houden van een aantal dieren voor de hobby. De grond houden ze zo lang als mogelijk in eigendom, het verkopen van grond heeft grote fiscale gevolgen. In 2018 waren er 6 bedrijven met minder dan 50 melk- en kalfkoeien, in 2023 waren dit er 5. Uit deze cijfers kan niet opgemaakt worden of dit verschil veroorzaakt is door 1 bedrijf wat gestopt is, of juist 1 bedrijf wat is doorgegroeid naar de categorie 51-100 melk- en kalfkoeien. Beide is namelijk mogelijk. In de categorie 51-100 melk- en kalfkoeien is een afname te zien van 19 naar 12 bedrijven in 2023.
Hiervan is wel met zekerheid te zeggen dat de afname van 5 bedrijven, wordt veroorzaakt door 2 bedrijven die zijn doorgegroeid naar > 100 melk- en kalfkoeien. De overgebleven 3 bedrijven zullen gestopt zijn in de periode 2018-2023. Tabel 2: categorisering van melkveehouderijen in Rhenen (bron: CBS Statline 2023)
2023
2018
Aantal melk-
Aantal
Aantal
Gem. aantal
Aantal
Aantal
Gem. aantal
en
dieren
bedrijven
dieren/bedrijf
dieren
bedrijven
dieren/bedrijf
<50
160
5
32
144
6
24
51-100
915
12
76
1383
19
73
>100
626
5
125
395
3
132
Totaal
1701
22
77
1922
28
69
kalfkoeien
Overige sectoren Het aantal bedrijven in de andere sectoren is redelijk stabiel te noemen. Bedrijven met vleesvarkens kent een afname van 1 bedrijf. En het aantal bedrijven met fokvarkens kent in de periode 2018-2023 een toename van 1 bedrijf. Bij de vleesvarkens heeft wel een zeer grote stijging plaats gevonden in het aantal dieren: van 4.819 vleesvarkens in 2018 naar 11.717 vleesvarkens in 2023. Het aantal fokvarkens is licht gestegen van 7.082 dieren naar 7.607 op 5 bedrijven in 2023. In de gemeente Rhenen zijn in 2023 nog 3 bedrijven met daarop in totaal 139.508 leghennen aanwezig. In de afgelopen jaren is er 1 bedrijf gestopt, in 2018 waren het er namelijk nog 4. Het aantal dieren is wel nagenoeg gelijk gebleven.
17
Het aantal bedrijven met melkgeiten is volgens de data verdubbeld van 2 naar 4. Echter is nog onduidelijk waardoor dit komt. Hierin kan namelijk ook vertroebeling van de data hebben plaats gevonden door andere bedrijven met enkele melkgeiten op hun bedrijf. Denk bijvoorbeeld aan een melkveehouder met een aantal geiten in de hobby wei. Het dieraantal is in de afgelopen jaren namelijk ook nagenoeg gelijk gebleven (van 1.906 toegenomen tot 2.058 melkgeiten). Vanwege de geitenstop is het ook niet logisch om te verwachten dat er een toename zou zijn in het aantal geiten en het aantal bedrijven met professioneel gehouden melkgeiten. Tevens werd door een geitenhouder op de werkavond van 10 april 2025 nog aangegeven dat ook bij haar maar 2 bedrijven in de gemeente bekend waren. Tabel 3: Dieraantallen per subsector in 2023 (bron: CBS Statline 2023)
Aantal vleesvarkens Aantal fokvarkens Aantal leghennen Aantal melkgeiten
Aantal dieren 4.819
2018 Aantal bedrijven 11
Aantal dieren 11.717
2023 Aantal bedrijven 10
7.082
4
7.607
5
136.875
4
139.508
3
1.906
2
2.058
4
Biologisch In 2018 was er in Rhenen één biologische melkveehouderij en in 2023 is dat gestegen naar twee (<3%). Dit is ver beneden de nationale doelstelling van 15% in 2030. Biologisch is een bewezen verdienmodel. Boeren kunnen daarmee hogere marge te maken op hun product. In Rhenen is er onvoldoende landbouwgrond beschikbaar om aan de nationale doelstelling m.b.t. het aandeel biologisch te voldoen. De Rhenense boeren lopen hiermee een risico om achterop te raken. De transitie van gangbaar naar biologisch is echter niet makkelijk te maken en passende financieringen hiervoor vanuit het Rijk ontbreken nog.
Leeftijd bedrijfshoofd Opvallend is dat er in de gemeente Rhenen in de tijd tussen 2018 en 2023 veel overnames hebben plaats gevonden. De hoeveelheid bedrijven met een bedrijfshoofd < 55 jaar is gegroeid ten opzichte van het aantal bedrijven met een bedrijfshoofd > 55 jaar. In 2018 waren er 68 bedrijven, in 2023 waren er 69 bedrijven. Dus de toename van jongere bedrijfshoofden wordt niet veroorzaakt door een afname in het aantal bedrijven, waarvan het dan vaak logisch is dat de oudere ondernemers stoppen met hun bedrijf.
Leeftijd bedrijfshoofd 25
20 15 10 5 0 25-35 35-45 45-55 55-65 65-75 75-85 2018
>85
2023
18
Figuur 3: verdeling van leeftijd van bedrijfshoofden in Rhenen in 2018 en 2023 (bron: CBS Statline 2023)
Lokale, regionale, nationale vergelijking In vergelijking met het landelijk gemiddelde is in bovenstaande grafiek te zien dat de dierlijke sectoren zich in verhouding meer in de gemeente Rhenen gevestigd hebben ten opzichte van Nederland. Als je de percentages van deze 6 dierlijke sectoren voor Nederland optelt, zul je zien dat er nogal wat percentages missen tot de 100%. De gemeente Rhenen kenmerkt zich echter door voornamelijk veel veehouderij, waardoor de percentages hier ook hoger uitvallen ten opzichte van Nederland, waar in andere delen van Nederland andere sectoren (bijv. akkerbouw/tuinbouw) meer de boventoon voeren.
Aandeel van type bedrijven in verhouding tot andere gebieden 50% 40% 30% 20% 10% 0% Melk- en kalfkoeien
Melkgeiten
Nederland
Utrecht (PV)
Fokvarkens Vleesvarkens Leghennen Vleeskalveren Kromme Rijn-streek en Heuvelrug (LB)
Rhenen
Figuur 4: aandeel van type bedrijven in verhouding tot andere gebieden (bron: CBS Statline 2023)
In onderstaande grafiek is het gemiddeld aantal dieren op een bedrijf afgezet ten opzichte van het gemiddeld aantal dieren op een bedrijf in Nederland. Daarbij is ook de vergelijking gemaakt tussen de provincie Utrecht, het landbouwgebied Kromme Rijnstreek en Heuvelrug en de gemeente Rhenen. Alle sectoren, behalve de bedrijven met fokvarkens, houden minder dieren per bedrijf ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De enkele bedrijven met fokvarkens en leghennen die het gebied kent zijn qua gemiddeld aantal dieren fors groter dan de bedrijven in de omliggende regio.
Gemiddeld aantal dieren per bedrijf in verhouding tot Nederland = 100% 250% 200% 150% 100% 50% 0% Gemiddeld Gemiddeld aantal melkaantal en kalfkoeien melkgeiten
Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld aantal aantal aantal aantal fokvarkens vleesvarkens vleeskalveren leghennen
Nederland
Kromme Rijn-streek en Heuvelrug (LB)
Utrecht (PV)
Rhenen
Figuur 5: Gemiddeld aantal dieren per bedrijf in verhouding tot Nederland (bron: CBS Statline 2023)
19
Aandeel landbouw in lokale economie Onderstaande tabel en figuur geven nog inzicht hoe de banenverdeling van Rhenen in het grotere agrocomplex verdeeld is en hoe zich dit verhoudt tot de omliggende regio en Nederland. Het totale aantal bedrijfsvestigingen in Rhenen in 2021 is 2140 bedrijven, het totaal aantal arbeidsplaatsen Rhenen in 2021 is 6740. Tabel 4: aantal vestigingen en arbeidsplaatsen in het agrocomplex in Rhenen in 2018 en 2021. Bron: CHE, agrifoodmonitor 2022.
Grondgebruik
Aantal bedrijven 2018
Arbeidsplaatsen
2021
Verschil
%
2018
2021
Verschil
%
Primaire productie 90
100
10
11%
190
210
20
11%
Toelevering verwerking
& 0
20
20
200%
80
90
10
13%
Groothandel
10
10
0
0%
20
20
0
0%
& 10
10
0
0%
30
30
-10
-25%
Groene kennis- 0 instellingen
0
0
0%
0
0
0
0%
Totaal
140
30
27%
330
350
20
6%
Onderzoek onderwijs
110
Figuur 6: Vergelijking verdeling banen in agrocomplex. Bron: CHE, agrifoodmonitor 2022.
20
Ruimtelijke analyse agrarische sector Agrarische gronden Totaal is er 1.336 ha cultuurgrond in gebruik bij de 69 landbouwbedrijven. Dit is 32% van grondgebied van Rhenen. Bijna 93% van de hectares cultuurgrond zijn bestemd voor grasland en groenvoedergewassen. De kaart geeft weer hoe het grondgebruik met agrarische bestemming verdeeld is over de gemeente. Niet alle grond met agrarische bestemming is ook daarvoor in gebruik. Het diagram geeft weer hoe het feitelijk gebruik verdeeld is. Tabel 5: grondgebruik agrarische sector Rhenen (Bron: CBS Statline 2023)
Grondgebruik
Aantal bedrijven
Oppervlakte in hectare
Akkerbouw
21
75
Tuinbouw open grond
8
19
Grasland en groenvoedergewassen
65
1.242
Figuur 7: Kaart agrarisch grondgebruik gemeente Rhenen. Bron: gemeente Rhenen, opgesteld in het traject voor de concept Randzonevisie
21
Figuur 8: feitelijk gebruik van de grond met agrarische bestemming Bron: CBS Statline.
Diverse gronden zijn in pachtbeheer van de gemeente. Hieronder de gemeentelijke gronden:
Figuur 9: Overzicht gemeentelijke gronden
22
Overig grondgebruik In de BRT kaarten is niet inzichtelijk welk deel van de overige gronden functie natuur heeft. Aangezien bijvoorbeeld diverse NNN-gronden ook agrarisch in gebruik zijn. De meest gedetailleerde informatie die beschikbaar is staat in onderstaande tabel. Er worden op dit moment nog berekeningen gedaan door de gemeente om inzichtelijk te maken wat het % NNN en N2000 over de afgelopen jaren is. Categorie
% oppervlak van Rhenen
Begroeid
74%
Agrarisch Grasland Bouwland Boomteelt Fruitteelt
34%* 26,8% 6,0% 1,3% 0,3%
Groenvoorziening en natuur Bos (loof, naald, gemengd) Grasland overig Groenvoorziening (plantsoenen, parken, bermen) Heide Houtwallen + Struiken + rietland
34% 27,9 8,0 1,7 1,0 0,9
Stedelijk – bron omgevingsvisie provincie = overschatting
10%
Overig (o.a. water)
16%
Figuur 10: Oppervlakten grondgebruik Rhenen. Bron: Gemeente Rhenen * cijfer wijkt iets af van geregistreerd agrarisch grondgebruik (zie paragraaf hiervoor welke correct is), daarom dient deze tabel vooral om inzicht te geven in de algemene verhoudingen.
Grondgebondenheid agrarische sector De wens om naar een meer natuurinclusieve, circulaire landbouw te bewegen betekent een grotere opgave voor niet-grondgebonden bedrijven, die hun inputs en output elders verwerken, dan voor bedrijven die al grotendeels grondgebonden is. Inzicht in de “grondgebondenheid” van agrarische bedrijven en weten wat de grondbehoefte van de landbouw is helpt bij het vormgeven van nieuw beleid. Grondgebonden is een definitiekwestie. Het wordt over het algemeen uitgedrukt in Groot Vee Eenheden per hectare (GVE/ha). In Utrecht wordt de norm gehanteerd van (minder dan) 2,5 GVE/ha als “grondgebonden” in de omgevingsverordening. Daarbij is het ook belangrijk om onderscheid te maken tussen de melkveesector en andere dierlijke sectoren. Uit deze analyse voor geheel Utrecht blijkt dat ongeveer 75% van de melkveehouderijen in Rhenen <2,5 GVE/ha heeft en daarmee grondgebonden genoemd kan worden volgens de omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Dit percentage ligt iets lager dan het gemiddelde van Utrecht (79%). De mate van grondgebondenheid kan toenemen als er meer ha per bedrijf beschikbaar komt (en het aantal gehouden dieren gelijk blijft), of, bij gelijkblijvend aantal ha grasland, wanneer het aantal gehouden dieren in het gebied afneemt. Voor de pluimveehouderij en varkenshouderij ligt dit weer anders.
Vaak betrekken deze bedrijven het voer voor de dieren van elders. Een grondgebonden pluimveebedrijf of varkenshouderij zou
23
theoretisch gezien al het voer op eigen grond telen, aangevuld met reststromen van lokale bronnen. Als denkrichting is voor de gehele provincie Utrecht is het volgende becijferd: • Om de 76.355 ton granen voor varkens te kunnen telen is 10.405 ha nodig. Daarmee is bijna 60% van het rantsoen afgedekt – rest kan worden betrokken vanuit restproducten en daar zijn geen hectares tegenover gezet. • In totaal is er 7.849 ha nodig om 65-70% van het rantsoen voor de Utrechtse pluimveehouderij lokaal te telen. Als we dit aantal ha schalen naar de omgang van de gemeente komen we uit op: • 250-600 ha benodigd voor de Rhenense pluimveesector. Dit is ca. 7*-14**% van het landoppervlakte van Rhenen • 200-400 ha benodigd voor de varkenshouderijen. Dit is ca. 5*-9**% van het landoppervlakte van Rhenen. *geschaald naar de verhouding landoppervlakte Rhenen/Utrecht (lage schatting), ** geschaald naar de bedrijfsgrootte (hoge schatting). Rhenen heeft een relatief grote varkens- en pluimveehouderijen t.o.v. het gemiddelde van Utrecht zoals weergegeven in figuur 4 en 5. Deze cijfers zijn met veel aannames tot stand gekomen en geven enkel een orde van grootte weer. Lokale productie voor deze sectoren is een theoretisch scenario. Deze cijfers geven wat inzicht in de omvang van de Rhenense bedrijven uitgedrukt naar grondoppervlakte.
Meer lezen hierover, en de bron van deze informatie kan in dit rapport: https://www.connectingagriandfood.nl/wp-content/uploads/2024/03/230608_VerdiependeLandbouwanalyse-.pdf
Klimaatdoelen Nederland staat voor een grote transitieopgaven naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw in 2050. Het gaat met name om de reductie van emissies van broeikasgassen (CO2, en methaan) en stikstof en het sluiten van nutriënten- en mineralenkringlopen. Rhenen wil via maatwerk ruimte geven aan het bereiken van de klimaatdoelen in de agrarische sector. Het nationale klimaatakkoord stelt de volgende doelen: •
2050: Nederland als geheel klimaatneutraal, 95% reductie van broeikasgassen t.o.v. 1990;
•
55% minder uitstoot broeikasgassen in 2030 t.o.v. 1990.
Specifiek voor de landbouw geldt daarbij: •
Reductie uitstoot broeikasgassen uit veenbodems: in 2030 een reductie van 0,09 Mton CO 2eq/jaar in provincie Utrecht;
•
Koolstofvastlegging in bossen (n 0,4 – 0,8 Mton CO₂ eq) en landbouwbodems (0,5 Mton CO₂ eq) in 2030 in provincie Utrecht;
•
Reductie broeikasgassen uit ontwikkeling natte natuur: 0,4-0,8 megaton CO2eq als nationale opgave
Een groot deel van de Rhenense CO2 uitstoot is een gevolg van energieverbruik in met name de gebouwde omgeving en verkeer en vervoer. De landbouw speelt daarin een marginale rol. Daarentegen is het landelijk gebied (landbouw en natuur) juist wel verantwoordelijk voor een groot deel van de uitstoot van overige broeikasgassen. Daaronder vallen methaan en lachgas.
24
De agrarische sector kan bijdragen aan koolstofvastlegging in de bodem of in (hout)gewassen. Het terugdringen van emissies t.b.v. de klimaatdoelen draagt ook bij aan de gezondheid en leefbaarheid nabij veehouderijen wat betreft geur, fijnstof en zoönosen.
Methaan en lachgas Het internationale methaanpact stelt als doel: Reductie methaan uit veehouderij: 0,3 megaton CO2eq ten opzichte van de Klimaat- en Energieverkenning 2021 (KEV 2021). De grootste opgave voor methaanreductie ligt in de melk-, kalver- en varkenshouderij. Er is een relatief grote dierlijke agrarische sector aanwezig in Rhenen. De melkveehouderij is de grootste sector en er is een aantal grote bedrijven fokvarkens en leghennen. De transitieopgaven naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw is groter voor veehouderijen. Omdat Rhenen een bovengemiddeld aantal veehouderijen heeft, zijn deze opgaven in Rhenen dus groter dan landelijk gemiddeld.
Figuur 11: Inzichten in de Rhenense klimaatopgaven vanuit de nationale klimaatmonitor. Totale CO2 uitstoot sinds 2010 (linksboven). CO2 uitstoot door energieverbruik per sector (rechtsboven). Uitstoot overige broeikasgassen uitgesplitst per sector (onder)
25
Stikstofemissie Hieronder vindt je de meest recente informatie over stikstofemissie in Rhenen: NH3 vanuit veehouderijen en NOx vanuit verkeer en industrie. Deze kaarten zijn op basis van modelleergegevens van het RIVM (DASH dataset – 2024). De werkelijke data emissiedata per bedrijf is vertrouwelijk informatie en niet openbaar. Dit geeft wel een eerste indruk. Het kaartje met NOx data is iets groter genomen dan alleen gemeente Rhenen om wat verschil in kleur te kunnen zien.
Figuur 12: NH3 emissies voor Rhenen. Bron: DASH RIVM 2024
26
Figuur 13: NOx emissies voor Rhenen en omgeving. Bron: DASH RIVM 2024.
Natuurinclusieve landbouw Natuurinclusieve landbouw is een verzamelbegrip voor landbouwvormen die actief samenwerken met de natuur. Er zijn verschillende benamingen en varianten, elk met hun eigen accenten. Hier is een overzicht. Benaming
Focusgebied
Natuurinclusieve
Integratie van natuur in bedrijfsvoering, met oog voor biodiversiteit.
landbouw Kringlooplandbouw
/
Sluiten van nutriëntenkringlopen, minimaliseren van externe inputs.
circulaire landbouw Agro-ecologie
Ecologische principes als basis voor landbouwsystemen.
Biologische landbouw
Wettelijk
gereguleerd,
zonder
kunstmest
of
synthetische
bestrijdingsmiddelen. Biodynamische
Holistische benadering met antroposofische principes (Demeter-
landbouw
keurmerk).
Regeneratieve
Herstel van bodemgezondheid en ecosysteemdiensten.
landbouw Precisielandbouw
Technologiegestuurd, gericht op efficiëntie en minimale impact.
Op dit moment is er nog geen standaard verdienmodel voor extensivering of natuurinclusieve landbouw.
27
Biologisch is een certificering waarmee boeren een structureel hogere prijs kunnen ontvangen voor hun product. Biologische bedrijven hebben een lagere impact op het milieu en scoren beter op dierenwelzijn. De omschakeling naar biologisch is tegelijkertijd een (financiële) uitdaging. Zonder structurele langjarige overheidsbijdrage in de vorm van bijvoorbeeld subsidies wordt het voor een groot deel van de bedrijven lastig om voldoende verdienvermogen te behalen in een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering. Natuurinclusieve landbouw wordt ondersteund vanuit het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) en Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Ook de provincie Utrecht werkt met haar Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL) om agrariërs te ondersteunen bij het verduurzamen van hun bedrijfsvoering.
ANLb De kern van ANLb is een leefgebiedenbenadering voor (dier)soorten van internationaal belang op basis van een collectieve, gebiedsgerichte aanpak. Het ANLb gaat uit van effectief en efficiënt agrarisch natuurbeheer (meer natuurwinst), een collectieve, gebiedsgerichte aanpak en –verantwoordelijkheid. De financiering van het ANLb komt deels vanuit Europa, wat specifieke eisen stelt aan de uitvoering ervan om te voldoen aan EU-richtlijnen. De provincie Utrecht stelt voor 2030 de volgende indicatieve doelen op agrarisch natuurbeheer.: •
Indicatief 8.100 (2030) tot 27.000 (2050) extra hectare open grasland (voor weidevogels).
•
Indicatief 345 (2030) tot 1500 (2050) extra hectare open akkerland.
Deze doelen zijn niet verder uitgesplitst voor gemeente Rhenen. Er wordt op diverse gronden gebruik gemaakt van ANLb middelen. Voor het Binnenveld is ook bekend wat er tussen 2016 en 2023 extra gerealiseerd is in oppervlak. Zie de figuren hieronder.
Figuur 14: Inzet van ANLb pakketten Klimaat en Dooradering in Rhenen: Bron: gebiedsatlas Provincie Utrecht
28
Figuur 15: Inzet van ANLb pakket Water in Rhenen. Bron: gebiedsatlas Provincie Utrecht
Figuur 16: Inzet ANLb Binnenveld. Bron: Gebiedscoöperatie.
UMDL De Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL) is een initiatief van de provincie Utrecht om agrariërs te ondersteunen bij het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. Het programma richt zich op natuurinclusieve kringlooplandbouw en werkt met een systeem van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Het is een monitorings- en beloningssysteem voor melkveehouders en fruittelers. Deelnemers meten hun prestaties op thema’s als bodem, water, biodiversiteit, klimaat en dierenwelzijn aan de hand van 15 KPI’s en krijgen een (ondersteunende) financiering voor de geleverde prestaties op deze thema’s
Gezondheid Voor de gezonde leefomgeving zijn de volgende doelen gesteld vanuit Rijk en Provincie: • Met de aanpak van de binnenlandse bronnen streven het Rijk en de provincies naar een gezondheidswinst van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016.
29
•
•
•
• •
We werken toe naar de WHO-advieswaarden in 2030, met de WHO-advieswaarden uit 2005 als uitgangspunt. Op dit moment wordt in Rhenen de EU-grenswaarde behaald en de WHOadvieswaarde voor 2021 overschreden. Ook verkeer en industrie moet een bijdrage leveren aan reductie van fijnstof. De EU grenswaarde van 20 µg/m3 wordt in Rhenen niet overschreden, de WHO advieswaarde 2021 van 10 µg/m3 wel, met name bij de doorgaande wegen. De Europese grenswaarde voor de fijnstofconcentratie rond veehouderijen wordt niet meer overschreden, en er wordt bijgedragen aan de realisatie van de doelen van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Er zijn analyses beschikbaar van de geurbelasting van bedrijven en veehouderijen op de omringende functies. Met het ‘Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid’ verkleinen we het risico op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen, en zijn we voorbereid op een eventuele uitbraak. De focus ligt daarbij op zoönosen die potentieel een grote impact hebben op individuen of de maatschappij. Het RPLG benoemt om de risico’s van (onbekende) (zoönotische) ziekteverwekkers mee te wegen in de GGA’s.
Op 3 juli 2025 is tevens een advies door de Gezondheidsraad uitgebracht over gezondheidseffecten van wonen in de buurt van een geitenhouderij In dit advies wordt geconcludeerd dat volgens aanvaarde wetenschappelijke inzichten sprake van voldoende epidemiologisch bewijs voor een verhoogd risico op longontsteking onder direct omwonenden van geitenhouderijen. Er volgt nog een tweede advies van de gezondheidsraad waarbij nader onderzocht wordt wat de aard en de ernst van het risico is. Om gezondheidsrisico's van veehouderijen te beperken adviseert de GGD een minimumafstand aan te houden van 250 meter tussen de veehouderij en woningen. Voor nieuwbouw rondom geitenhouderijen adviseert de GGD een afstand van 2 km aan te houden. Binnen deze afstand is, zoals ook uit het advies van de Gezondheidsraad blijkt, sprake van een verhoogd risico op longontsteking.
30
Figuur 17: Kaart met gemiddelde fijnstofconcentraties (µg PM10/m3) rondom Rhenen in 2023. Bron: atlasleefomgeving
Figuur 18: kaart met stikstofdioxide (NO2) emissies rondom Rhenen in 2023. Bron: Atlas provincie Utrecht.
31
Figuur 19: Geurbelasting van bedrijven en veehouderijen. Bron: atlas provincie Utrecht. In deze atlas is ook een overzicht te vinden van de belaste functies (woonhuizen en andere locaties zoals zorgvoorzieningen).
Dierenwelzijn Het convenant dierwaardige veehouderij ziet toe op dierenwelzijn aan de hand van zes principes die daarvoor toegepast zouden moeten worden.
Economische/agrarische vitaliteit Rhenen De gemeente stelt in haar economische agenda de volgende doelen in 2030: 1) Het versterken van het partnerschap tussen overheid en ondernemers 2) Intensiveren van de verbinding tussen ondernemers lokaal 3) Vergroten van de lokale werkgelegenheid 4) Het creëren van een circulaire economie 5) Het versterken van een duurzame economie 6) Versterken van de regionale inbedding 7) Versterken van de match tussen de arbeidsvraag en –aanbod Specifiek voor het buitengebied is het doel: Het versterken van de kringlooplandbouw en de inkomenspositie van de agrarisch ondernemers en de verduurzaming van het landelijk gebied zodat de vitaliteit van het landelijk gebied behouden blijft.
32
Het is onze ambitie dat het agrarisch bedrijf in het Binnenveld kan blijven voortbestaan, uitgaande van een gezonde en duurzame bedrijfsvoering. Mogelijkheden die daarvoor worden benoemd zijn: Kavelruil en eventueel verlenging van de pachttijden, passende nevenactiviteiten ontwikkelen, lokale duurzame productieketens, duurzame energieopwekking en energiebesparing. Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid zijn: 1) stimuleren van de kringlooplandbouw, 2) verminderen van de intensieve veehouderij en 3) verminderen van de stikstof- en fijnstof emissies. Deze opgaven zijn erop gericht een toekomstbestendige landbouwsector en een vitaal platteland te behouden.
EU In de “boer-tot-bord” strategie zet de EU zich in voor: 1) voedselsystemen met positieve impact op milieu, klimaat en biodiversiteit en klimaatadaptief 2) genoeg, gezond en betaalbaar voedsel en 3) goed concurrentievermogen van de landbouwsector en eerlijke handel. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in Nederland richt zich op het aanmoedigen van innovatie en verduurzaming, goede marktwerking en modernisering en verjonging van de landbouwsector. Nederland zet zich in voor eenvoudiger Europees beleid en minder regeldruk voor boeren. Er wordt gewerkt aan een GLB-Nationaal strategisch plan.
Sociale samenhang In de visie sociaal Rhenen 2030 heeft als missie: “Een actieve, gezonde, veilige en vitale samenleving waarin iedereen gelijke (ontwikkel)kansen heeft en meedoet naar vermogen. We focussen ons op preventie en hebben vertrouwen op de eigen kracht van onze inwoners. Zo blijft zorg en ondersteuning beschikbaar en betaalbaar voor de mensen die het nodig hebben.” De visie is opgebouwd vanuit de volgende pijlers, die niet specifiek beschreven zijn voor het landelijk gebied van Rhenen maar daar uiteraard wel relevant voor zijn. 1) Gezond en vitaal, 2) Ontmoeten en verbinden 3) Passende en toegankelijke voorzieningen 4) Aantrekkelijke leefomgeving 5) Leren, werken en ontwikkelen.
Brede welvaart Nederland hanteert een brede welvaartsbenadering die verder gaat dan alleen economische groei. De landelijke doelen op brede welvaart zijn sterk verbonden met de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Hier zijn enkele belangrijke thema’s en doelen: •
Kwaliteit van leven – Het verbeteren van welzijn, gezondheid en sociale cohesie.
•
Duurzaamheid – Het verminderen van de ecologische voetafdruk en het beschermen van natuurlijke hulpbronnen.
•
Gelijke kansen – Het bevorderen van inclusiviteit en het verkleinen van sociaaleconomische ongelijkheden.
•
Toekomstbestendigheid – Zorgen dat de huidige welvaart niet ten koste gaat van toekomstige generaties.
•
Internationale impact – Rekening houden met de effecten van Nederlandse welvaart op andere landen.
33
Vitale en robuuste leefomgeving Voor de analyse van de leefomgeving is vele gebruik gemaakt van kaartmateriaal van de provincie Utrecht en de beide waterschappen. Deze organisaties hebben een online atlas waarin de kaarten verder te raadplegen zijn. Niet alle kaarten konden worden opgenomen in dit document. De geïnteresseerde lezer verwijzen we door naar de online atlassen: •
Atlas provincie Utrecht
•
Opendata HDSR
•
Open geodata portaal Vallei&Veluwe
•
Klimaateffectatlas
Water Het klimaat verandert. Onze leefomgeving en ons gedrag moeten zich daaraan aanpassen. Dat betekent ook een verandering in beleid, inrichting en beheer. Het principe “Bodem en water sturend” is onderdeel van een bredere landelijke aanpak, waarbij wordt gestreefd naar duurzaam waterbeheer, klimaatadaptatie en het voorkomen van wateroverlast. Het betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen en beleidskeuzes in Rhenen de natuurlijke eigenschappen van bodem en water leidend zijn. Dit houdt in dat de gemeente rekening houdt met factoren zoals grondwaterstanden, bodemgesteldheid en waterafvoer bij het plannen van woningbouw, landbouw en infrastructuur. Een uitgebreide beschrijving van het bodem- en watersysteem is te vinden in (o.a.) de blauwe agenda van de Utrechtse Heuvelrug. Ook het RPLG benoemt dat bodem en water conditionerend zijn en niet enkel faciliterend. Functies volgen het systeem. Lokale doelen/maatregelen voor systeemherstel in de omgeving van Rhenen: •
Meer water vasthouden aan de rand van Utrechtse Heuvelrug.
•
Waterschap HDSR heeft een geschiktheidskaart woon- en werklocaties ontwikkeld. Dit laat zien welke locaties meer en minder geschikt zijn op basis van de wateropgaven om te bouwen of ontwikkelen.
•
Valleikanaal en omgeving als klimaatkanaal ontwikkelen, natuurlijke oevers in combinatie met natuurontwikkeling in waterbergingsgebieden Binnenveld en Schammerpolder (waterschap V&V)
•
Realisatie dijkverbetering: Grebbedijk samen met ambities en opgaven voor natuur, ruimtelijke kwaliteit en infrastructuur (waterschap V&V).
Het waterschap HDSR heeft op basis van het principe “bodem en water sturend” een geschiktheidskaart ontwikkeld voor nieuwe woon- en werklocaties in de gehele provincie Utrecht.
34
Figuur 20: Geschiktheidskaart wonen en werken (uitsnede). Bron: HDSR
Waterkwantiteit Steeds vaker is er te veel of juist te weinig water. De opgave is daarom om zoveel mogelijk regenwater infiltreren en vast te houden. De waterschappen in Rhenen hebben doelen vastgelegd om ook bij zware buiten water volledig vast te houden en te infiltreren. Zo kan wateroverlast worden beperkt en de grondwatervoorraad aangevuld. In de Beleidsregels Waterschapsverordening staan maatgevende eisen hoeveel water geïnfiltreerd moet worden op het moment dat er afgevoerd wordt naar het watersysteem. Op de heuvelrug wordt veelal volledig geïnfiltreerd zonder aansluiting op een watersysteem van de waterschappen. Daar zijn de eisen uit het Rhenense Water Rioolplan van toepassing. Door het hoogteverschil vanaf de heuvelrug kunnen er stroombanen van regenwater en modder ontstaan die ook door de kernen van de gemeente heen lopen. De gemeente werkt met de waterschappen aan verschillende maatregelen om de uitdagingen van te veel en te weinig water aan te pakken. Wateroverlast: •
Afkoppelen en infiltreren van regenwater
•
Watergeleiders en wadi’s – Langs de Bergweg zijn infiltratieputten en wadi’s aangelegd om water beter af te voeren.
•
Vergroting van duikers – Waterschap Vallei en Veluwe heeft duikers vergroot om de waterafvoer te verbeteren.
•
Waterbergingsplekken realiseren of plannen
Droogte •
Groene maatregelen – Vergroening van stedelijke gebieden helpt om droogte-effecten te verminderen.
•
Ruimtelijke adaptatie – De gemeente werkt aan klimaatbestendige inrichting, zoals het stimuleren van waterdoorlatende bestrating.
35
Figuur 21: Wateroverlast bij bui van >74 mm / uur. Let op de verschillende legenda's van de 2 waterschappen! De onafhankelijke kaarten kunnen eenvoudig geraadpleegd worden via de data-atlas van de provincie Utrecht.
Figuur 22: gebieden geschikt voor vasthouden en infiltratie van water. Bron: HDSR
36
Figuur 23: Waterbergingsgebieden kaart, bron: HDSR
Waterveiligheid De gemeente Rhenen heeft verschillende uitdagingen op het gebied van waterveiligheid, vooral vanwege de ligging aan de Nederrijn en de aanwezigheid van de Grebbedijk. De gemeente Rhenen heeft een bijzondere ligging omdat een deel van de gemeente niet wordt beschermd door een primaire waterkering (Dijk). De waterschappen en Rijkswaterstaat zijn de belangrijkste partijen die aan zet zijn om waterveiligheid te verbeteren en overstromingsrisico’s te beperken. Concrete aandachtspunten voor de gemeente zijn: •
Dijkversterking Grebbedijk – De Grebbedijk beschermt Rhenen tegen hoogwater vanuit de Nederrijn. Er zijn plannen om de dijk te versterken en tegelijkertijd natuurontwikkeling in de uiterwaarden te bevorderen.
•
Ruimtelijke inrichting en waterrobuust bouwen – De gemeente moet waterveiligheid meenemen in ruimtelijke plannen, zoals het plannen van woningbouw op veilige locaties, het verhogen van infrastructuur en het nemen van rivierverruimende maatregelen.
Waterkwaliteit oppervlaktewater (KRW) Er komen diverse waterlichamen voor in Rhenen. Naast de Nederrijn zijn dat het valleikanaal, water bij Kwintelooyen en de Grebbeplas. Het valleikanaal (ook wel Grift) is van deze lichamen aangewezen onder de Kaderrichtlijn Water (KRW Kaderrichtlijn Water | Het Waterkwaliteitsportaal). De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen. In 2027 moeten de doelstellingen behaald zijn. De waterlichamen worden in de KRW beoordeeld op: •