Afwegingen programma indeling Rhenen versie 1b
Tekst van het document
Project doorontwikkeling P&C instrumentarium – inrichting begroting Afgelopen jaar zijn er meerdere gesprekken geweest met de brede stuurgroep en waren er werkbijeenkomsten met een afvaardiging van raadsfracties over de huidige programmabegroting. Het doel is om de stuurinformatie van de P&C rapportages te verbeteren en beter aan te sluiten op de informatiebehoefte van de raad. Aanleiding hiervoor waren de wensen en adviezen uit de quickscan planning en control instrumentarium, brieven van de rekenkamer en tussentijdse signalen van u als raad. Een goede programma indeling is hierbij belangrijk. Verder willen we een compacter, leesbaarder en toegankelijker P&C instrumentarium. In de twee werkbijeenkomsten* is hierover van gedachten gewisseld. Daarbij ging het over: 1. 2.
Het aantal programma’s De structuur en inhoud van een programma
*18 november 2025 en 13 januari 2026. In deze memo informeren wij u hierover en verder treft u een fictief voorbeeldprogramma aan. Het aantal programma’s is aan de raad Het Besluit Begroting en Verantwoording kent veel regels voor planning en control, maar er zijn geen voorschriften voor het aantal programma’s. Dat is aan de raad. Afspraken hierover kan de raad vastleggen in de financiële verordening. Over het aantal programma’s wordt door de raadsfracties verschillend gedacht. De één hecht sterk aan een indeling naar hoofdtaakvelden waarmee je uitkomt op negen programma’s. Een ander ziet liever minder programma’s en hecht meer aan het clusteren van beleidsinhoudelijke opgaven. Het is belangrijk dat de nieuwe raad een goede, zorgvuldige afweging maakt om te komen tot een programma indeling. In bijlage I zijn 2 scenario’s geschetst van een programma-indeling die afwijkt van de huidige indeling. Landelijk is een tendens waarneembaar waarbij het aantal programma’s sterk wordt teruggebracht. Met een beperkt aantal programma’s kunnen samenhangende doelen vaker aan een programma worden toegewezen. Ook draagt het bij aan een compactere P&C. Daarnaast zien we ook gemeenten die de hoofdtaakvelden aanhouden als programma-indeling. Belangrijke vragen bij uw afweging voor het aantal programma’s Hieronder treft u een afwegingskader aan voor het bepalen van het aantal programma’s.
Vragen die u kunt betrekken bij de afweging van een programma-indeling zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Is het product goed bruikbaar als sturingsinstrument? Sluit het aan bij de informatiebehoefte van de raad? Is het inhoudelijk samenhangend? Ligt er een herkenbaar en eenduidig verband met het bestaand beleid en met de ambities uit het coalitie- of raadsakkoord? Kunnen we hier effectindicatoren aan verbinden? Kan de raad hier keuzes in maken? Kunnen we hier ambities, doelen en geld logisch aan koppelen? Is het voor ieder raadslid, fractievolger of andere geïnteresseerde toegankelijk opgebouwd?
De eisen aan de inrichting van de programma’s Over de inhoud van de begrotingsprogramma’s stelt het BBV in de hoofdlijnennotitie op pagina 9 het volgende: ‘Begroting en jaarstukken zijn van groot belang voor de kader stellende en controlerende rol van de raad. De gemeenteraad stelt met de begrotingsprogramma’s de hoofdlijnen van het beleid vast en stuurt met de financiële begroting de middelen die de gemeente beschikbaar stelt aan de uitvoering van het beleid. Het BBV
1
stelt niet voor niets nadrukkelijk de beleidsbegroting centraal waarin per programma ingegaan wordt op de drie W-vragen (wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat gaat dat kosten).’ Een programma moet volgens het BBV primair te helpen bij: a. het formuleren van ambities b. het koppelen van doelen en activiteiten c. het verbinden van budget aan maatschappelijke effecten. Wensen van de raad over de inhoud van de programma’s In de werkbijeenkomsten van de raad zijn, naast de eisen uit het BBV de volgende wensen geuit: 1. Alle relevante informatie in een programma opnemen Dus meer aandacht in een programma voor het integreren van de financiële onderdelen zoals: a. Reserves en voorzieningen b. Investeringen c. Ombuigingen d. Apparaatskosten 2. Opnemen van een financiële benchmark 3. Opnemen van onze samenwerkingspartners en gesubsidieerden Voorbeelduitwerkingen ziet u in de bijlage We hebben in bijlage II een opzet uitgewerkt hoe een programma, met deze wensen en eisen, er uit kan zien. We hebben het programma Economie, arbeidsparticipatie en bestaanszekerheid daarbij als voorbeeld genomen. Dit programma is willekeurig gekozen. Het is niet de bedoeling om enige politieke kleuring aan te brengen. Het gaat hier enkel om u een beeld te geven van de onderdelen die in een programma naar voren kunnen komen.
Wat levert een goede programma-indeling u op? Een nieuwe programma-indeling moet de raad vanzelfsprekend iets opleveren. Denk aan: -
Voeding geven aan het debat; Aansluiting bij lange termijn ambities en coalitie- of raadsakkoord; Focus op maatschappelijke effecten; Een leesbaar, compact en toegankelijk product.
Daarnaast moet een goede financiële verordening de financiële kaders, waaronder het budgetrecht van de raad, borgen. Hoe verder? We adviseren de nieuwe raad om de afwegingen ter harte te nemen en tot een passende programma-indeling te komen. Wanneer gewenst kan de organisatie ondersteuning bieden om tot een gezamenlijke opzet te komen.
2
Bijlage I Twee voorbeelden voor een indeling in programma’s We schetsen twee voorbeelden van een andere programma-indeling dan de huidige. De cijfers die we daarbij aanhouden komen uit de begroting 2026 van gemeente Rhenen. Bij beide opties hebben we als uitgangspunt aangehouden dat een taakveld binnen één programma valt. Op die manier kunt u vergelijkende cijfers blijven zien en ook benchmarken. Voordat we de voorbeelden uitwerken infomeren wij u eerst over de huidige programma-indeling: Programma 1: Bedrijfsvoering Programma 2: Dienstverlening Programma 3: Fysiek Programma 4: Sociaal – Maatschappelijk Programma 5: Economie en Toerisme Programma 6: Veiligheid en Handhaving ‘Programma’ 7: Overige dekkingsmiddelen Voorbeeld 1: indeling op basis meer programma’s dan de huidige programma-indeling. Hierbij betrekken wij ook de 9 hoofdtaakvelden. Een programma indeling op basis van de hoofdtaakvelden en taakvelden sluit logisch aan met de verplichting om de financiële cijfers op deze manier aan te leveren bij het CBS. De taakvelden vormen een financiële rapportagelijn naar het Rijk, zodat het Rijk gemeenten kan vergelijken. Een dergelijke indeling wordt door meerdere gemeenten gebruikt. Een programma-indeling op basis van de hoofdtaakvelden ziet er als volgt uit:
Als u de wens heeft om het aantal programma’s te beperken dan bestaat die mogelijkheid ook binnen de indeling van de hoofdtaakvelden. In dat geval kunt u overwegen een aantal hoofdtaakvelden te combineren tot een programma. Voorbeeld 2: Indeling op basis van 5 programma’s Aan de andere kant zien we een ontwikkeling dat gemeenten die hun P&C cyclus aan het vernieuwen zijn overgaan naar 4 tot 6 programma’s. Als voorbeeld geven we een uitwerking waarbij de huidige programma’s van Rhenen zijn omgezet naar 5 nieuwe programma’s. De gedachte hierbij is om zoveel mogelijk samenhangend beleid te clusteren in een programma. Met een indeling van de programma’s die niet is gebaseerd op de hoofdtaakvelden is ook de vergelijkbaarheid op de IV3 taakvelden (voor benchmark) eenvoudig te realiseren.
3
Voor een goede afweging van de raad geven we bijgaand een niet limitatieve opsomming van de voor- en nadelen van meer of minder programma’s. Het voordeel van de ene keuze is, in de meeste gevallen, een nadeel voor de andere keuze. Nr. 1.
2.
3.
4.
5. 6.
7.
8.
9.
4
Voor- en nadelen meer programma’s Leidt tot versnippering van het vastgestelde beleid in meerdere programma’s. Voorbeeld: beleid in de economische agenda. Hierdoor wordt het document mogelijk minder goed toegankelijk en leesbaar voor (nieuwe) raadsleden, fractievolgers en andere geïnteresseerden. Verder draagt het minder bij aan een goede integrale bestuurlijke afweging. Minder beleidsmatige samenhang in een programma waardoor de rapportage minder toegankelijkheid en leesbaarheid is. Programma’s sluiten minder snel aan op integrale opgaven waardoor het lastiger is om effectindicatoren en trendlijnen te verbinden aan gezamenlijke beleidsdoelen. De kans is groter van overlap tussen doelen en opgaven. Specifiek voor de hoofdtaakvelden geldt dat benchmarking in het P&C instrumentarium eenvoudig te realiseren is binnen het programmatotaal. Gevoel meer grip te hebben. Indeling met meer programma’s leidt minder snel tot programma’s die financieel evenwichtig zijn. Meer programma’s leiden sneller tot een minder compacte begroting en tot meer (administratief en bestuurlijk) werk. Specifiek voor de hoofdtaakvelden geldt dat het een bekende landelijke structuur is, die door meerdere gemeenten gebruikt wordt. Specifiek voor de hoofdtaakvelden geldt dat het matchingsprincipe bij reservemutaties vervalt.
Toelichting: bij de indeling in (hoofd)taakvelden worden technisch gezien alle reservemutaties binnen een hoofdtaakveld verantwoord. Dus ook als deze mutaties inhoudelijk samenhangen met Sociaal domein of het fysiek domein.
Voor- en nadelen minder programma’s Samenhangend beleid is opgenomen in een programma en waarborgt een betere integrale bestuurlijke afweging.
Brede beleidsmatige samenhang van beleidsdoelen in een programma. Draagt bij aan een beter toegankelijke en leesbare rapportage. Programma’s sluiten meer aan op de integrale opgaven van de gemeente. Ruimte om effectindicatoren en trendlijnen te verbinden aan gezamenlijke beleidsdoelen. Met een programma-indeling die niet is gebaseerd op de hoofdtaakvelden is de vergelijkbaarheid op de IV3 taakvelden ook te realiseren. Gevoel minder grip te hebben. Met 4 tot 6 programma’s bereik je eenvoudiger financieel evenwicht in de programma’s. Dat kan als passend voelen bij het budgetrecht van de raad. Minder programma’s zorgen voor een compactere begroting.
Bijlage II Deze bijlage is ook als apart document toegevoegd.
5
6
7
8
9