Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley - Deel B
Tekst van het document
Dat wat lokaal geworteld is vraagt om lokale oplossingen. Overheden stellen kaders die ruimte houden voor creatieve oplossingen. Ze werken met goed vertrouwen en goede intenties mee aan het in gang zetten van goede ontwikkelingen. Dat vraagt om onderling vertrouwen en leren van elkaar. Het vraagt ook om lef en moed, en om begrip en respect voor elkaars standpunten. We scheppen met elkaar de ruimte voor de mens, het landschap, de ondernemer. Tot slot willen we benadrukken dat het landschap ook ruimte nodig heeft om in perspectief te ontwikkelen. Daarbij zijn gezamenlijke keuzes nodig om de ontwikkeling van het landschap te borgen en initiatieven voor verbetering ruimte te geven en belonen.
45
Waarde 2: Zorgdragen voor onze omgeving De inwoners van de Regio Foodvalley staan niet los van hun natuurlijk omgeving en het landschap, maar zijn er onderdeel van. Zonder natuur is er geen leven mogelijk. Daarbij zorgt een gezonde natuur, de lokale gemeenschap en een vitaal landschap voor de inwoners voor gezond voedsel, voor energie, rust en ontspanning. Als we weten hoe we ons verhouden tot onze omgeving, dan weten we wat ons te doen staat: we gaan uit van onze relatie met de natuurlijke omgeving, en de relaties binnen natuurlijke systemen. Dat kunnen we op verschillende manieren doen. Dat kan door minder in functies en begrenzingen te denken, en te kijken vanuit onderlinge relaties en verbanden die niet stil staan maar altijd in ontwikkeling zijn. Om de veerkracht van de natuurlijke omgeving te herstellen en in balans te houden is meer evenwicht nodig. Hiervoor is het nodig om de natuurlijke processen te versterken, in een variëteit aan landbouw (gangbaar, biologisch, natuurinclusief, multifunctioneel et cetera) en in de identiteit van het karakter van de dorpen en stedelijke profilering. Zo kunnen we bijdragen aan de omgeving voor onze toekomstige generaties. Waarde 3: Oplossingen bouwen met respect voor verleden en heden De vraagstukken van deze tijd vragen om een brede blik en lange adem.
Maatregelen die de korte termijn overstijgen, en oplossingen die recht doen aan verleden én toekomst. We bouwen voort op wat er in eeuwen is ontwikkeld. En dat wat we gestart zijn en ten goede komt aan de gewenste ontwikkelingen, zetten we door. We zorgen dat we in verbinding blijven met ons verleden, door elkaars blik op de geschiedenis te delen, daarvan te leren en te respecteren. We durven ver vooruit te kijken, 2040 en waar nodig en behulpzaam daar voorbij. We hebben oog voor effecten op lange termijn en laten deze zwaar meewegen in de keuzes die we maken. Want we willen dat de generaties na ons hier ook gezond en plezierig kunnen leven. Zo gaan we met respect voor ons verleden de uitdagingen van deze tijd aan met openheid en nieuwsgierigheid naar de toekomst.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
46
7
DOELEN RUIMTELIJK IN BEELD – BIJ H3
ISOMETRIËN - CONCEPTUELE 3D WEERGAVEN VAN HET LANDSCHAP De doelen worden komende tijd en in samenwerking met gebiedspartijen en overheden ruimtelijk gemaakt. De plek staat daarin centraal, met haar eigen historie, fysieke kenmerken, huidig gebruik en ontwikkelmogelijkheden. Kennis over de landschappen zit zowel bij de overheden als de huidige gebruikers. In dit hoofdstuk, dat hoort bij hoofdstuk 3 (deel A), wordt een eerste verkenning getoond hoe landschappen er in de toekomst uit kunnen komen te zijn. In de isometriën zijn de doelen gerangschikt naar type landschappen en type gebruik. Deze ordening is niet automatisch in vlekken op de kaart te zetten.
Enerzijds omdat er meerdere typen gebruik in een gebied kunnen zitten, maar ook omdat we in dit document ‘enkel’ de doelen voor het landelijk gebied noemen. In gebiedsprocessen wordt er gewerkt aan plannen voor systeemherstel op verschillende schaalniveaus en verschillende tijdspaden en worden doelen voor energie en gebiedsontwikkeling mee afgewogen. De isometriën, die hier worden getoond, zijn hiervoor een middel om het onderzoek en gesprek te voeren. Hierbij moet de relatie tussen praktijk en beleid goed worden onderzocht. Het verzachten van grenzen tussen ruimtelijk of beleidsmatig aangewezen gebieden helpt in het bedenken van oplossingen.
Figuur 21: Landgoederenzone en N2000-landschap
• In de landgoederen(zone) vragen de doelen om versterking van de combinatie van natuurinclusieve voedselproductie, natuur(beheer) en recreatief medegebruik. • In N2000 gebieden vragen de doelen om een betere balans (minder druk) tussen recreatie en natuurbeheer en ontwikkeling.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
47
Figuur 22: Bekenlandschap en landbouwgebieden
• Rondom de beken vragen de doelen om reductie van uitspoeling en vergroten van de biodiversiteit in en rond het water. Ook vraagt dit deelgebied meer ruimte voor waterberging en het vertraagd laten infiltreren van neerslag. • In (grondgebonden) landbouwgebieden vragen de doelen om natuurvriendelijk bodembeheer, versterking en herstel van landschap, biodiversiteit en watersysteem en vermindering van verliezen (stoffenbalans).
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
48
Figuur 23: Gebouwgebonden landbouw en stedelijk gebied
• In gebieden met veel gebouwgebonden landbouw vragen de doelen om emissiereductie, verduurzaming, aandacht voor dierenwelzijn met ruimte voor ondernemerschap. Door inzet van technische en managementmaatregelen in stallen komen bedrijven binnen de grenzen van de milieugebruiksruimte (duurzaam intensiveren) en blijft er ruimte voor schaalvergroting. • In de dorpen en stedelijk gebied vragen de doelen om vasthouden en infiltreren van water, herstel biodiversiteit, vermindering drinkwatergebruik en bijdragen aan de (nutriënten) kringloop. Ook het beschikbaar maken van lokaal geproduceerd voedsel draagt bij aan de doelen; verdienen en waarderen van lokaal voedsel en in balans brengen van het natuurlijk systeem.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
49
Figuur 24: landschap aansluitend aan stedelijk gebied en landschap aansluitend aan N2000-gebieden
• Rondom dorpen en steden vragen de doelen om het verbeteren van de leefomgeving voor mens, flora en fauna door het terugdringen van emissies (schone lucht) en versterking en herstel van landschap en biodiversiteit, verbinding tussen stad en land en piek-waterberging. • Rondom N2000 gebieden vragen de doelen om extra ruimte voor natuurherstel. Het verzachten van harde grenzen tussen bijvoorbeeld natuur en voedselproductie en reductie van emissies.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
50
Figuur 25: Polderlandschap en (gebiedsproces) Binneveld
• In de Nijkerkse Polder/Arkemheen vragen de doelen om herstel van biodiversiteit (weidevogels) en vergroten van recreatief medegebruik (al dan niet rondom/buiten het N2000 gebied). De doelen op het gebied van natuurherstel vragen hier om de doorontwikkeling van natuurinclusieve voedselproductie en verbreding van de landbouw via andere verdienmodellen. • In het Binnenveld vragen de doelen om het verzachten van grenzen en het maken van keuzes op het gebied van leefbaarheid, voedselproductie, recreatie, verstedelijking en natuurontwikkeling.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
51
8
LANGE TERMIJN STUDIES – BIJ H3
Om een systeemverandering op lange termijn te kunnen ontwikkelen, hebben we nu lange termijn visies nodig. Daarbij hebben we onze waarden opnieuw tegen het licht te houden; rechtvaardigheid, eerlijke prijs, verdelen van de lasten.
“By changing our food environment, healthy and sustainable food has been made a ppealing, normal and easy” ~ WUR: re-rooting the Dutch Foodsystem ~
Wereldwijd moeten we toe naar een landbouw- en voedselsysteem dat rechtvaardig is en opereert binnen de planetaire grenzen. Het hebben van een langetermijnvisie is daarbij essentieel, mede door de groeiende wereldbevolking die duurzaam gevoed moet worden. Wij kunnen hieraan bijdragen dankzij goed ondernemerschap, gunstige natuurlijke omstandigheden en logistieke voordelen. Het bestaande landbouwsysteem in Nederland stuit echter op beperkingen, bijvoorbeeld op het gebied van economie, landbouwkunde, ecologie, en maatschappij. Niet alleen in Regio Foodvalley, maar in heel Nederland, is een sterke behoefte aan een langetermijnperspectief. Hieronder vind je daarom korte samen vattingen van een aantal studies uit de regio die hier onderzoek naar hebben gedaan, en waaruit we inspiratie willen halen voor toekomstige besluitvorming in onze regio.
RE-ROOTING THE DUTCH FOODSYSTEM35 Dit artikel gaat over de visie van het herstructureren van het Nederlandse voedsel systeem, waarbij de focus verschuift van kwantiteit naar kwaliteit. Het benadrukt de noodzaak om duurzamere, gezondere en veerkrachtigere voedselsystemen te ontwikkelen. Hierbij worden verschillende aspecten besproken, zoals de rol van de landbouwsector, de noodzaak van een circulaire economie, de goede relatie tussen steden en het platteland, duurzaam waterbeheer, het belang van gezonde voeding en het betrekken van een grote verscheidenheid aan belanghebbenden bij deze transitie. Het doel is om een voedsel systeem te creëren dat niet alleen voldoende voedsel produceert, maar ook rekening houdt met milieueffecten, dierenwelzijn, volksgezondheid en sociale rechtvaardigheid. Het artikel benadrukt dat deze veranderingen niet alleen van boeren en producenten afhangen, maar ook betrokkenheid vereisen van consumenten, overheden, onderzoekers en andere belanghebbenden. Een fundamentele verandering in het voedselsysteem is nodig om de uitdagingen van klimaatverandering, milieu-impact en gezondheidsproblemen aan te pakken.
Er is daarom een noodzaak van een duurzame en kwalitatieve verandering van het Nederlandse voedselsysteem, waarbij verschillende aspecten van landbouw, stedelijke gebieden, waterbeheer, kustgebieden, mariene ecosystemen en de rol van consumenten worden belicht. Voor meer informatie, zie afbeelding 26 en het volledige artikel.
Een regeneratief en gezond voedselsysteem in 2120 In het nieuwe systeem wordt gezond voedsel voor iedereen geproduceerd, met respect voor onze planeet en alle mensen en dieren die er leven. Plantaardig en gezond voedsel is aantrekkelijk, makkelijk toegankelijk en een fors groter aandeel van het menu. Economische welvaart wordt gemeten aan de hand van het Bruto Maatschappelijk Product.
Het gaat om de rapporten: • Re-rooting the Dutch food system – from more to better (de Boer, 2020 – WUR rapport). • WUR-perspectieven op landbouw, voedsel en natuur (Bos et al., 2023 – WUR rapport). • Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in 2120 (Baptist et al., 2019 – WUR rapport). • Next Economy & impact op bedrijven en ruimte in Regio Foodvalley (Savelberg, 2023). • Een watergestuurde regio. Vallei en Veluwe in 2120. 35 Re-rooting the Dutch food system – from more to better - WUR
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
52
Figuur 26: De visie van het herstructureren van het Nederlandse voedselsysteem, waarbij de focus verschuift van kwantiteit naar kwaliteit
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
53
WUR-PERSPECTIEVEN OP LANDBOUW, VOEDSEL EN NATUUR36 Een team onderzoekers van de WUR heeft zes dilemma’s geïdentificeerd op basis van diverse studies, die bepalend zijn voor de toekomst van landbouw, voedsel en natuur in Nederland. Het doel is om bij te dragen aan het maatschappelijke debat en dit in een breder perspectief te plaatsen. Vanuit een breder perspectief en op de langere termijn zijn zes dilemma’s naar voren gekomen die volgens de onderzoekers onderwerp van het maatschappelijke en politieke debat zouden moeten zijn, namelijk: 1 Wat wordt de Nederlandse bijdrage aan de wereldvoedselvoorziening? 2 Wat is de functie van de dierhouderij in Nederland? 3 Wat is de morele positie van dieren in onze voedselvoorziening, en welke rechten kennen we dieren toe? 4 Hoeveel van de toekomstige klimaat- en natuurdoelen willen we binnen Nederland halen? 5 Moeten landbouw en natuur gescheiden of verweven worden? 6 Hoe sturen we op consumenten gedrag?
Figuur 4.2
Verbinding tussen de verschillende dilemma’s. Figuur 27: Verbinding tussen de verschillende dilemma’s (WUR)
36 WUR-perspectieven op landbouw, voedsel en natuur — Research@WUR
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
Het ligt voor de hand om vanuit een dilemma te starten
gebieden in het algemeen lager zal liggen dan wanneer
en dan na te gaan welke gevolgen de gewenste keuze
er sprake is van ‘sharing’.
heeft op andere dilemma’s. Ter illustratie kijken we naar
54
dilemma 1. De keuzes ten aanzien van dilemma 1 (welke
Bij een aantal dilemma’s geldt dat stevige keuzes echt
bijdrage levert Nederland aan de
grote consequenties hebben voor andere dilemma’s. Bij
Deze dilemma’s zijn onderling verbonden en keuzes op het ene gebied kunnen invloed hebben op andere dilemma’s. Nederland heeft al internationale afspraken gemaakt over biodiversiteit en klimaat, maar binnen die kaders moet de regering keuzes maken over de ontwikkeling van de Nederlandse landbouw. Op basis van de analyse van de onderzoekers worden enkele ontwikkelingen verwacht: 1 Nederland kan een grote bijdrage leveren aan de wereldvoedselvoorziening door te focussen op uitgangsmaterialen, technologie en kennis, in plaats van alleen productie volumes. 2 De dierhouderij moet zich meer richten op het benutten van niet-humaan consumeer bare grondstoffen en reststromen, om minder afhankelijk te zijn van de import van veevoer. 3 Er is behoefte aan actieve sturing op het consumptiepatroon naar een plantaardiger, gezonder en minder vervuilend dieet. 4 Herstel van de bestaande natuur in Nederland is zowel internationaal verplicht als in het belang van Nederland en de landbouw. 5 Er moet een keuze gemaakt worden over de verhouding tussen landbouw en natuur, waarbij zowel scheiding als verweving van grondgebonden functies mogelijkheden zijn. Zie figuur 27 voor de verbinding tussen de verschillende dilemma’s.
Nederland staat voor grote veranderopgaven. Door klimaatverandering gaat de ruimtelijke inrichting in ons land steeds meer knellen. We worden geconfronteerd met wateroverlast door extreme regenbuien, droogte en warmtestress door hittegolven, en een daling van veenbodems. De zeespiegelstijging vergroot het risico op overstromingen en opwellend water en leidt tot toenemende verzilting van het kustgebied. De infrastructuur die ons land hiertegen beschermt vereist dringende aanpassingen. Tegelijkertijd moet er meer ruimte komen voor alternatieve energiewinning en is de noodzaak voor duurzame huisvesting groot. Herstel van de biodiversiteit in Nederland vergt een drastische ingreep in de intensieve landbouw, een nieuw perspectief op verstedelijking en ruimtelijke inrichting, en een slimmer, efficiënter en duurzamer gebruik van water.
EEN NATUURLIJKERE TOEKOMST VOOR NEDERLAND IN 212037 Wageningen University & Research heeft een toekomstvisie uitgewerkt voor Nederland in 2120. Hoe kan Nederland er over een eeuw uitzien, hoe groeit en bloeit ons land dan? Op welke ontwikkelingen kunnen we de komende tien decennia inspelen om extreme situaties en groeiende onzekerheden te vermijden of te weerstaan? Welke opgaven liggen er, welke transities moeten we daarvoor doormaken en welke oplossingen zijn er? Deze toekomstvisie voor het Nederland van 2120 werkt kansen uit voor de economie, biodiversiteit en leefbaarheid van ons land. Het is een nieuw verhaal voor Nederland met een hoofdrol voor de natuur en natuurlijke processen. Het ontvouwt zich rondom de thema’s waterbeheer, energie, landbouw, circulaire economie, verstedelijking en biodiversiteit. Door de ontwikkelingen op deze gebieden integraal te benaderen en te analyseren, kunnen we toewerken naar groene, natuurinclusieve oplossingen.
Figuur 28: Als we onze toekomstvisie volgens deze principes uitwerken, hoe ziet Nederland er in 2120 dan uit? Een scenarioschets.
37 Nederland in 2120 - WUR
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
55
De veranderopgaven in Nederland moeten slim gecombineerd worden. De keuzes die worden gemaakt voor het toekomstbeeld voor 2120 zijn daarom gebaseerd op vijf principes die elkaar versterken, namelijk: 1 Het natuurlijk systeem aan de basis. 2 Het optimaal benutten van water. 3 Een natuurinclusieve samenleving. 4 Een circulaire economie. 5 Een meebewegende (adaptieve) ruimtelijke inrichting.
NEXT ECONOMY & IMPACT OP BEDRIJVEN EN RUIMTE IN REGIO FOODVALLEY (STUDIOSAVELBERG) De ideeën en inzichten over toekomstig krachtige ecosystemen in dit rapport kunnen perspectief bieden aan het (agrarisch) ondernemerschap in het landelijk gebied, gunstige voorwaarden creëren voor duurzame landbouwpraktijken, en innovatie in de agrarische sector. Een ecosysteem op economisch gebied beschrijft de context waarin veel verschillende organisaties met elkaar samenwerken en concurreren. Het kan daarmee bijdragen aan behoud en ontwikkeling van (nieuwe) werkgelegenheid en toegevoegde waarde van een toekomstbestendig Agrocomplex. Bij het opstellen van het rapport over de Next Economy is voor zover mogelijk op dit abstractieniveau nadrukkelijk uitgegaan van het bevorderen van een duurzame en vitale landelijke omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van landbouw, natuur, landschap, recreatie en leefbaarheid.
NEXT ECONOMY EN TOEKOMSTVISIE Het begrip “Next Economy” is een veelomvattend concept dat niet scherp is afgebakend en geen heldere of eenduidige definitie kent. Over het algemeen zijn de geïnterviewden het erover eens dat er ten minste zes belangrijke thema’s zijn die onder dit begrip vallen, namelijk: digitalisering, dataficering en AI, robotisering, circulariteit, energie(transitie), en milieu en klimaat. De centrale vraag is hoe de Next Economy de economie van de regio Food Valley zal beïnvloeden en wat dit betekent voor de toekomstige ruimtebehoefte van bedrijven en kennisinstellingen. Dit kwalitatieve onderzoek beoogt een eerste inzicht te bieden in de antwoorden op deze vraag en dient als aanzet tot en agenda voor verder sectoraal onderzoek.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
Belangrijke vragen die opkomen zijn: Welke ecosystemen bieden kansen? Waar ontstaat ruimte? Deze vragen zijn van cruciaal belang voor ruimtelijk beleid en economie met een vooruitblik van 10 tot 20 jaar. Gezien de langere doorlooptijden van ruimtelijke ordening en projectontwikkeling is het noodzakelijk om nu al na te denken over deze kwesties. Langzaam wordt duidelijk hoeveel agrarische bedrijven in de Regio Foodvalley mogelijk zullen verplaatsen, transformeren naar een milieuvriendelijker productiemodel, of stoppen. Er bestaat een kans om - ook vanuit een economisch perspectief - constructieve gesprekken te voeren met kleine clusters van boeren wiens percelen aan elkaar grenzen. Door ideeën aan te dragen vanuit de overheid maar het initiatief en de regie bij de grondeigenaren te Na lezing van dit rapport: INLEIDING leggen, kan de huidige sfeer van onzekerheid en wantrouwen mogelijk veranderen in iets constructiefs. Inspireren en verbinden is daarbij essentieel.
twe
STERKE SECTOREN IN REGIO FOODVALLEY Naast de dominant aanwezige agrifood sector focus op ontwikkeling cross-overs met agri-food sector zijn er in de regio nog vier andere sectoren die zich krachtig en veelbelovend manifesteren in sectoren het kader van Next Economy- aspecten en groei. Deze sectoren zijn de tech- en metaalsector, de bouw- en infrastructuursector, de ICT-sector, en de zorgsector. Deze vijf sectoren worden aangevuld met de sectoren toerisme en logistiek. Alle genoemde sectoren vertonen autonome economische groei en hebben het potentieel om duurzaam bij te dragen aan banengroei en brede Figuur 29: Sectoren welvaart in de komende decennia. Vanwege de beperkte ruimte is het echter noodzakelijk om Rapport Savelberg in opdracht van Regio Foodvalley - Mrt 2023 prioriteiten te stellen. Zoals eerder beschreven, zouden met name kansrijke ecosystemen die op een duurzame en langdurige wijze kunnen bijdragen aan de economie en brede welvaart gestimuleerd moeten worden. Met name de cross-overs in de grensvlakken tussen Tech/Metaal, Bouw/Infra, ICT/Digi, Zorg& Welzijn en de Agri-Food Sector zijn dan interessant. Het lijkt logisch om de focus te leggen op de ontwikkeling van ecosystemen op het grensvlak van deze vier sterke sectoren met de agri-food sector.
De Economic Board merkt hierbij op dat de (primaire) agri-food sector voldoende kritische massa moet behouden in de komende decennia.
zoekg van in
56
HOOFDSTUK 3 RUIMTELIJKE KANSEN EN ZOEKGEBIEDEN ECOSYSTEMEN Globale zoekgebieden voor diverse bestaande en nieuwe ecosystemen in de Regio Foodvalley (zoekgebieden hebben nog geen status en moeten nader worden gedefinieerd!)
RUIMTELIJKE KANSEN EN ZOEKGEBIEDEN ECOSYSTEMEN
KANSEN VOOR DOORONTWIKKELING TOERISME Er bestaat mogelijkheid tot diversificatie, met name in de vorm van water- en zakelijk toerisme, en kwaliteitsverbetering in de toerismesector. Het aantrekkelijker maken van de regio kan worden gerealiseerd door een nieuwe route te ontwikkelen langs, eveneens op te richten, XXL-kunstwerken in het groen. Deze ‘Land-Art kunstwerken’ hebben het potentieel om daadwerkelijk een verbindende rol te spelen tussen verschillende steden en dorpen in de regio, evenals tussen toekomstige parken binnen een innovatief landschap. Om de diversiteit in het toerisme, dat momenteel voornamelijk gericht is op natuur wandelingen met bijbehorende voorzieningen op vakantieparken, te vergroten, zouden enkele hoogwaardige en duurzame attracties kunnen worden toegevoegd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met bereikbaarheid en de impact op de omgeving.
A B
Toer isme
In afwachting van vervolgonderzoek, zijn al eerste zoekgebieden in kaart gebracht voor de ecosystemen waarvan duidelijk lijkt te zijn dat ze kansrijk zijn of gaan worden. In de regio rond Nijkerk wordt bijvoorbeeld het Smart Food Production Cluster in kaart gebracht, bestaande uit 19 bedrijven verenigd in de Food Academy Nijkerk (FAN) met duidelijke ambities. In de omgeving van Barneveld liggen mogelijkheden voor de o ntwikkeling van een nieuw en belangrijk duurzaamheidscluster, gericht op onderzoek (testbeds) en productie van nieuwe eiwitten, hernieuwbare energie en circulaire landbouw. Voor Ede en Veenendaal worden kansen verkend voor de groei van ecosystemen die zich bezig houden met Urban Food Production, waarbij ICT, digitalisering en AI van cruciaal belang zijn. Het Sciencepark kan niet alleen langs de kennisas (Wageningen-Ede WFC) uitbreiden, maar ook een westelijke tegenhanger krijgen tussen Rhenen en Veenendaal.
C D
In hoo sector met be econo ruimte decen Vooru al vast waarv worde Produ Food A Rond B impor onder hernie Rond E die zic waarb Het Sc as (Wa penda
Op de toegel
Figuur 30: Ruimtelijke kansen voor ecosystemen Rapport Savelberg in opdracht van Regio Foodvalley - Mrt 2023
ALGEMENE BEVINDINGEN Afbeelding 31 geeft de conclusies en aanbevelingen uit het rapport weer.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
57
Figuur 31: Aanbevelingen (Savelberg, 2023)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
58
EEN WATERGESTUURDE REGIO. VALLEI EN VELUWE IN 2120 In navolging van de kaart van NL2120 heeft WUR een toekomstvisie uitgewerkt voor het werkgebied van Vallei en Veluwe. Wageningen University & Research (WUR) presenteerde in 2020 een toekomstvisie voor Nederland over honderd jaar, die diende als inspiratie voor het initiatief Vallei en Veluwe Klimaatbestendig. Dit project richt zich op de regio Vallei en Veluwe en onderzoekt hoe het gebied er rond 2120 uit zou kunnen zien als het bodem- en watersysteem centraal staat. De regio Vallei en Veluwe kenmerkt zich door hoogteverschillen en diversiteit in bodem en ondergrond. Er zijn vijf onderscheidende gebieden: Veluwe, Utrechtse Heuvelrug, Gelderse Vallei, Randmeerzone en IJsselvallei. Het (grond)watersysteem verbindt deze gebieden zowel ondergronds als bovengronds. Ingrepen in dit systeem in de omringende gebieden, hebben lokaal effect. Dit natuurlijk water- en bodemsysteem vormt de basis voor de visie. We stellen ons de vraag: wat is nodig om dit systeem in de toekomst goed te laten functioneren? Hoe zorgen we ervoor dat er voldoende grondwater van goede kwaliteit is? Welke plekken zijn geschikt voor natuur en grondgebonden landbouw? Etc. Met dat als uitgangspunt kijken we naar belangrijke functies als wonen, werken en mobiliteit. Zij krijgen daarin een nieuwe of andere plek dan we de afgelopen 100 jaar hebben gekozen.
Het mooie is dat dan elke streek weer herkenbaar wordt, met zijn eigen specifieke kenmerken; het krijgt zijn identiteit terug.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
De volgende vergezichten spelen in de visie een doorslaggevende rol: 1 De stuwwallen herbergen een drinkwaterreserve van nationale betekenis. 2 Beken, rivieren en meren krijgen de ruimte. 3 Een veel groter en weidser natuurgebied. 4 Landbouw draagt bij aan de circulaire grondstoffeneconomie. 5 Steden breiden zich uit. 6 Nederland heeft eigen Costa’s del Sol. 7 Lokale, regionale, nationale en Europese bereikbaarheid op maat. Voor de Gelderse Vallei wordt een toekomstbeeld geschetst waarin het gebied natter en gevarieerder is geworden door een natuurlijke waterhuishouding. Landbouw past zich aan het verhoogde waterpeil aan en levert producten en diensten aan nabijgelegen steden. Het landschap wordt onderhouden door grazers en biedt ruimte aan vezel gewassen, groenteteelt en natuurgebieden. Geluidloos, heel snel en bijna zwevend boven het maaiveld kom je in de trein of zelfsturende auto aan op je werk langs de Food-Alley. Op deze as van zuid naar noord in de Gelderse Vallei, werken duizenden mensen aan het bedenken, testen én toepassen van steeds nieuwe, betere en efficiëntere productie van voedsel. De visie stimuleert een discussie over langetermijnplanning en beoogt inspiratie te bieden voor omgevingsvisies en ruimtelijke plannen. De gemeenschap wordt aangemoedigd om deel te nemen aan de dialoog en reacties achter te laten op www.klimaatvalleienveluwe.nl.
59
Grotere legenda zie volgende pagina
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
60
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
61
9
UITVOERINGSSTRATEGIE - BIJ H4
WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER Er zijn diverse strategieën denkbaar om met de transitie van het landelijk gebied om te gaan. Hieronder benoemen we twee lijnen. Uiteindelijk zal de oplossing niet alleen op één van deze uitersten liggen, maar een combinatie daarvan zijn. Deze verdeling helpt om het overzicht te krijgen: • We kunnen als regio wachten op wat er vanuit de landelijke en provinciale politiek op ons afkomt en pas in beweging komen als het niet anders kan óf we kunnen proactief ons bod op tafel leggen en al aan de slag gaan om te laten zien hoe het regionaal kan worden aangepakt. • We kunnen vanuit gelijkheidsprincipes alle maatregelen zoveel mogelijk generiek over de regio inzetten óf we kunnen gebiedsgericht via gebiedsprocessen en maatwerk de transitie vormgeven. Hiermee ontstaan 3 mogelijke strategieën: proactief – maatwerk, proactief – generiek en reactief. Alle opties hebben hun voor- en nadelen ofwel kansen en risico’s. In paragraaf 4.1 wordt kort toelicht waarom we kiezen voor proactief gebiedsgericht aan de slag. Hieronder staat uitgebreider welke overwegingen hierbij zijn meegenomen en zijn de andere 2 strategieën toegelicht. Er zijn ook enkele algemene kansen en dilemma’s die in de uitvoeringsstrategie een plek moeten krijgen.
ALGEMENE KANSEN • Innovaties en een plattelandseconomie van de toekomst: De regio kan een voor trekkersrol pakken in het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen, teelten, ketens, etc. Nabij natuurgebieden liggen kansen voor de landbouw van de toekomst. Met onze kennis- en expertisecentra, proeftuinen en meetnetwerk kunnen we technologische innovaties versneld testen en inzetten. • Publiek geld inzetten voor verminderen van toekomstige schade: In het huidige (economische) systeem wordt veel publiek geld besteed aan het in stand houden van de huidige situatie. Denk aan kosten bij het waterschap voor het oplossen van waterschade en overlast, of EU-landbouwsubsidies waar kleinere boeren minder van kunnen profiteren dan grotere boeren. Dit geld kunnen we ook inzetten om een nieuw systeem te faciliteren en toekomstige schade en kosten te voorkomen. Denk aan middelen voor
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
langjarig natuurinclusieve maatregelen, regionale-voedselketens, een klimaatbestendig bodem- en watersysteem, etc. • Aantrekkelijke, klimaatbestendige leefomgeving: De inzet op herstel van balans in het natuurlijk systeem zal de regio fijner te maken om in te wonen, werken, talent aan te trekken/vast te houden en te leven. Het biedt kansen op een verdienmodel voor boeren en er ontstaan ook nieuwe kansen voor recreatie. • Gezondheid en welzijn van mens en dier: De overgang naar extensievere vormen van veehouderij en het verminderen van de aantallen dieren kan bijdragen aan dieren welzijn en volksgezondheid. Denk daarbij aan het verminderen van fijnstof en risico’s op zoönosen. Dit is voor boeren alleen een optie als daar een agrarisch businessmodel (en daarmee afzetmarkt) voor is.
ALGEMENE DILEMMA’S • De puzzel met ruimte. Bodem en water sturend, robuuste natuur en groenblauwe structuren (bijvoorbeeld het verbreden van beeklopen) en extensivering kosten ruimte. Dit kan ten koste gaan van vruchtbare en goede landbouwgrond. Verweving van functies is daarbij belangrijk. Alleen is ons RO-instrumentarium hier niet op ingericht. Hoe gaan we hiermee om? • De ontwikkeling van wereldwijde voedselmarkt is onduidelijk. Door klimaatverandering verandert de wereldwijde voedselmarkt, het is nog onduidelijk hoe Nederland en de regio zich hier in wil positioneren. In het huidige marktsysteem ligt het aanjagen van de vraag naar duurzaam, lokaal geproduceerd voedsel vooral bij de keten, het Rijk en Europa. De vraag is hoe we regionaal een efficiënte, duurzame voedselproductie ontwikkelen in een globaal marktsysteem wat andere prikkels geeft. • Er zijn veel positieve effecten op de lange termijn te verwachten als we de transitie aangaan en veel negatieve effecten (schade) te verwachten als we de transitie niet aangaan. Hoe wegen we de korte termijn af tegen de lange termijn? Hoe maken we deze langetermijn baten te gelden in kortetermijn besluitvorming en financieringsstromen?
9.1
PROACTIEF INZETTEN MET EEN GEBIEDSGERICHTE AANPAK
Dit is de voorkeursstrategie. We willen niet afwachten wat er vanuit de landelijke en provinciale politiek op ons afkomt maar voorop blijven lopen. Daarbij kent onze regio deelgebieden met verschillende karakteristieken. Daarom kiezen we voor een proactieve, gebiedsgerichte strategie.
62
Hierbij zijn de volgende zaken belangrijk: Gelijkwaardigheid via gebiedsspecifieke oplossingen is eerlijker dan gelijkheid. Het bewustzijn dat niet iedereen hetzelfde uitgangspunt heeft is cruciaal voor het creëren van een eerlijke oplossing. Een aanpak vanuit gelijkwaardigheid in plaats van gelijkheid houdt rekening hiermee. Werken met aandachtsgebieden rond dorpen, natuur en landgoederen zorgt voor meer ruimte van bijvoorbeeld intensieve landbouw in andere delen van de regio. Het risico hiervan is dat een gebiedsproces een oplossing kan leveren, die volledig gedragen wordt door het gebied en de hoogste maatschappelijke baten oplevert, maar waarin de juridische doelstellingen onvoldoende behaald worden en/of waar regelgeving aan uitvoering in de weg staat. Kunnen we dan nieuwe regelgeving maken en bepleiten om de uitkomsten van het gebiedsproces toch juridisch mogelijk te maken? Of moet het gebiedsproces dan “opnieuw”? Hier moeten vooraf aan het proces al duidelijke afspraken over gemaakt worden. Maatwerk zorgt voor vertrouwen en beter resultaat. De piekbelastersregeling laat zien dat een ‘one size fits all’ niet voldoende werkt. Keukentafelgesprekken helpen om vertrouwen terug te winnen. Met maatwerk en doelsturing kan een juiste regeling voor iedereen getroffen worden. Er zal daarvoor wel meer capaciteit nodig zijn, terwijl deze al krap is.
We zullen moeten kiezen om in specifieke gebieden te starten en de doorlooptijd zal groter worden. Nieuw beleid zal rekening moeten houden met onduidelijkheid vanuit Rijk, provincies en EU. Onduidelijkheid over wanneer het reduceren van stikstof voldoende is zal voorlopig blijven. Veel ondernemers hebben niet de informatie die nodig is om tot een weloverwogen keuze te komen over of en hoe ze verder willen met hun bedrijf waarin ze potentieel willen en kunnen investeren. Met welke eisen krijgen zij (in de toekomst) te maken als ze niet stoppen? In de toekomst volgen er andere landelijke en/of Europese opgaven voor bijvoorbeeld natuurherstel, waterkwaliteit, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en klimaat (vermindering emissies methaan, lachgas en CO2). Dit maakt het lastig om het probleem per ondernemer of per natuurgebied te concretiseren.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
9.2
PROACTIEF INZETTEN MET EEN GENERIEKE AANPAK
Deze strategie is gericht op proactief aan de slag gaan om zoveel mogelijk passend beleid en instrumentarium te ontwikkelen dat voor de gehele regio geldt. De regio treedt de transitie proactief tegemoet vanuit duidelijk (bestuurlijke) ambitie en kaders. De regio treft met een regionale, algemene aanpak eerlijke, gelijkwaardige regelingen en maatregelen.
KANSEN Het huidige beleid en wetgeving knelt. Het is duidelijk dat er instrumentarium ontbreekt om de benodigde transitie in het buitengebied aan te jagen. De overheid loopt hierin achter, waardoor de ondernemers die al wel een stap willen nemen niet de mogelijkheden krijgen om dat te doen. Door proactief in te zetten op een regionale aanpak kan er gericht gewerkt worden aan beleid en instrumentarium wat zoveel mogelijk ondernemers helpt. Met een regionale, algemene aanpak kunnen we in alle gebieden in de regio stappen zetten met de beperkte (uitvoerings)capaciteit die er is.
RISICO’S Ook in deze proactieve strategie zit het “Risico op niet voor de juiste keuzes gaan” (zie hierboven). Als we niet inzetten op aandachtsgebieden en specifieke oplossingen (bijvoorbeeld rondom natuur) zijn er in de hele regio zwaardere maatregelen nodig: • Als gehele regio richting natuurinclusief boeren (anders redden we het niet). • Natuur die in het recente verleden ontwikkeld is blijkt enkele jaren later ook stikstof gevoelig te zijn. Dit maakt agrariërs huiverig voor het realiseren van nieuwe natuur. Duidelijkheid hierover en welke eisen aan “agrarische natuur” worden gesteld kunnen deze spanning verminderen.
63
9.3
REACTIEF AAN DE SLAG MET LANDELIJK EN EUROPEES BELEID
Deze strategie is gericht op aan de slag gaan zodra er voldoende duidelijkheid wordt geboden vanuit Rijk en de EU over gekozen beleid en financiële dekking. We wachten op dit moment even af.
KANSEN Meer duidelijkheid over landelijke doelen en keuzes: • Het lijkt aantrekkelijk om vanuit maximale duidelijkheid aan de slag te gaan, pas wanneer de exacte regionale doelen voor stikstof- en andere reducties bekend zijn en de haalbaarheid duidelijk is. Daarbij leveren de te verwachte autonome ontwikkelingen ook nu al reductie van emissies op, ook al is nog onduidelijk hoe groot dit aandeel voor de regio is. • Ook is er later mogelijk meer bekend over welke regelingen worden er getroffen voor boeren die (bijvoorbeeld extensiever) verder willen gaan en welk instrumentarium door de Rijksoverheid wordt ingezet of ondersteund. • Het kan aantrekkelijk lijken om te wachten met investeren in duurzamere productie/ producten totdat duidelijker xis hoe Nederland of Europa wil inzetten op de Wereldwijde voedselmarkt.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
RISICO’S Hogere kosten • De kosten om later de transitie te maken liggen nog hoger dan nu het geval is. • De middelen uit het transitiefonds zijn in andere regio’s geland omdat zij een aantrekkelijker propositie hadden. • Hogere kans op boetes als gevolg van niet-naleven van milieuwetgeving. Perspectief blijft ontbreken • Spanning op de ruimte en gebruik van de ruimte blijft, er worden ook lokaal geen keuzes gemaakt. De onduidelijkheid voor boeren blijft. Kans om onze koploperspositie te verliezen • We verliezen onze koplopersrol in voedselproductie en worden voorbijgestreefd door andere regio’s. • De overlast die er is door emissies en hoge recreatiedruk wordt voorlopig niet aangepakt waardoor andere regio’s mogelijk aantrekkelijker worden om te wonen en werken. Door het niet maken van keuzes laten we veel kansen liggen op het vlak van • Toekomstige (klimaat)schade wordt niet verminderd, we schuiven de rekening door. • Zorgen die er nu zijn op het gebied van dierenwelzijn en zoönose worden vooruit geschoven, met kans op nieuwe ziektes.
64
10
ONTWIKKELLIJNEN - BIJ H4
WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER In de voorgaande versie van het (toen nog) Groeidocument RPLG, spraken we over ontwikkellijnen. Deze ontwikkellijnen blijven de integrale inhoudelijke lijnen waar we met elkaar, op verschillende schaalniveaus aan willen (blijven) werken. Gezien de relevantie van de gedachten achter deze ontwikkellijnen en het denken over het gehele systeem als opgave, worden ze hieronder toegelicht.
Zoals genoemd in paragraaf 2.1.1 zien we bodem en water als vertrekpunt op basis waarvan we met gebruik van natuurlijke processen een toekomstbestendige leefomgeving creëren. Dus maximaal sturen met de natuur en minimaal sturen van de natuur. Dat houdt in dat we bij de verschillende functies afwegen hoe de activiteit of ingreep helpt bij het herstel van het natuurlijke systeem. Zoveel mogelijk op basis van een gebiedsgerichte effectanalyse van grondslag, natuurlijk systeem en landgebruik en liever niet met generieke vaste afstanden. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn. Anders denken: “van > naar” situatie
Rekening houdend met de opgaven en uitgangspunten van contourennotitie, geven we hieronder via drie ontwikkellijnen de richting en denkruimte aan waarbinnen we perspectief ontwikkelen en bieden. Hierbij kijken we vanuit ruimtelijk perspectief waar welk gebruik past, en waar niet. De drie ontwikkellijnen zijn: A Het water en bodemsysteem brengen we in balans B Een vruchtbaar landschap in een gezonde omgeving C Een natuurlijk landschap dat verbindt
A
HET WATER- EN BODEMSYSTEEM BRENGEN WE IN BALANS
We werken toe naar een robuust watersysteem van bron tot monding. De bodem en het water is de basis van al het leven en is daarom de eerste ontwikkellijn. Hiermee sluiten we aan bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waar bodem en water leidend zijn. Onder robuust verstaan we een landschappelijk systeem, dat pieken of extremen kan opvangen, zonder dat het onoverkomelijke schade toebrengt voor inwoners en land gebruikers. In een robuuste bodem zal droogteproblematiek zich minder manifesteren. Er is voldoende water, waaronder drinkwater. Voor drinkwater gaat dit enerzijds over het inzetten op het verminderen van drinkwatergebruik, maar ook over het toewerken naar nieuwe en diverse drinkwaterbronnen, rekening houdend met de effecten van grondwater onttrekking. Hierbij realiseren we ons dat we een ASV-gebied hebben (Aanvullende Strategische Voorraden). Het is een gezamenlijk belang van iedereen in het landelijk gebied om bodem en water een grotere rol te laten spelen bij het afwegen van ruimtelijke veranderingen of landgebruik.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
1 – Van A – B – c naar…
bodem – C – B – a
2 – Van impact op lijnen naar...
impact op vlakken (en de diepte in)
3 – Van afvalwater naar...
hergebruik van alle waterstromen én besparen van water
Een betere balans tussen 4 – Individueel beheer en ...
beheer door meer betrokkenheid in het gebied
5 – Klein lokaal herstel en ...
groter systeemherstel
6 – Technisch beheer en …
meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar
1 – Van A – B – c naar… bodem – C – B – a Als we willen toewerken naar het langer vasthouden van het water, dan moeten we de bodem en de kleine wateren een belangrijkere rol geven. Bodem - CBA watergangen zijn er voor het vasthouden, infiltreren en herverdelen van regenwater. Ze zorgen ervoor dat het land niet te droog wordt en de grondwatervoorraad op peil blijft. Dit verplaatst de primaire focus van de grote (A en B) wateren naar de bodem en de haarvaten. Het vast houden begint bij een bodem met een hoog gehalte organische stof, bodemleven en -structuur. Hiermee wordt de sponswerking en daarmee de waterbeschikbaarheid vergroot, in tijden van droogte. Vervolgens zijn de haarvaten van het watersysteem belangrijk om de hoeveelheid water langer vast te houden. Dit maakt het systeem flexibeler om ook met piekbelasting om te gaan. 2 – Van impact op lijnen naar... impact op vlakken Als we nr. 1 doordenken, dan willen we sturen op de kwaliteit van de percelen in dit hele systeem en het gehele grondgebruik (2D en 3D). Het is hierbij realistisch te denken, dat het water langer dan we nu gewend zijn, op de erven en (woon)percelen bewaren (de vlakken), voordat het naar de lijnen (de watergangen) stroomt. Een deel kan dan al infiltreren in de bodem. Dit kan later weer aangewend worden voor gewassen en 65
iodiversiteit. Door te sturen op het waar mogelijk vasthouden van water, verbetert door b de verminderde uitspoeling ook de waterkwaliteit. Op deze manier dragen ook landschaps elementen die de afstroming vertragen bij aan de waterkwaliteit. Uiteraard is het belangrijk niet alleen te kijken naar water vasthouden, maar ook te kijken hoe bij extremen water voor zo min mogelijk overlast zorgt. 3 – Van afvalwater naar... hergebruik van alle waterstromen én besparen van water We willen kijken naar de hele watercyclus en alle vormen van water zijn daar onderdeel van. We moeten zuinig zijn op het water, besparen en hergebruiken. Hierbij hoort ook het verbeteren van de waterkwaliteit (KRW-doelen). 4 – Individueel beheer en... beheer door meer betrokkenheid in het gebied Uitwerking van nr. 1 is dat de landgebruikers meer gezamenlijk aan zet zijn om het beheer van bodem en watersysteem uit te voeren. En samen te leren en monitoren hoe bodem en water reageren op veranderende omstandigheden, hoe dit situationeel in te regelen is en welke impact dit heeft op het landgebruik en waterkwaliteit. 5 – Klein lokaal herstel en... groter systeemherstel We hebben lange tijd meer aandacht gehad voor de ingrepen op relatief kleine schaal, in plaats van robuust systeemherstel. Hier komen individueel belang en algemeen belang bij elkaar en dit kan tot nieuwe afwegingen leiden.
Klimaatverandering vraagt om denken op de schaal van het hele systeem. 6 – Technisch beheer en... meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar Naast het feit dat we kunstmatige ingrepen en faciliteiten in het landschap hebben gemaakt én nodig houden, willen we toe naar ‘building with nature’. Hoe kan de natuur richting geven aan het herstel van een natuurlijk systeem? Dit draagt ook bij aan het besef dat de landschappen door de seizoenen heen veranderen en dat we ons daarop aan te passen hebben.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
B
EEN VRUCHTBAAR LANDSCHAP IN EEN GEZONDE OMGEVING
Voedsel komt van over de hele wereld: We willen veel meer kijken naar ‘wat hier is’ en wat regionaal kan. Waarbij ‘hier’ eerst op schaal van (noordwest) Europa kan plaatsvinden. Nederland is een klein land, afhankelijk van het agrarisch bedrijf is een bepaalde schaal nodig voor een gezond verdienmodel. We streven naar een zo efficiënt mogelijke omgang met grondstoffen en watergebruik. Daarbij wil je dieren voeden met voedsel dat niet voor mensen geschikt is, of wel: zoveel mogelijk reststromen en deze zo slim mogelijk benutten. Ons doel is een zo klein mogelijke footprint, korte ketens en gesloten kringlopen, passend in de omgeving en passend bij de ondernemer. Voorwaarde is een eerlijk en duurzaam verdienmodel waar iedereen in de keten haar rol moet onderzoeken. En waar ruimte wordt ervaren om te ondernemen en met elkaar te leren. Er is al veel in beweging in de agrarische sector en er zijn al veel toekomstperspectieven, ideeën en transitiepaden uitgedacht die ingezet kunnen worden. Het is belangrijk om diverse paden tegelijk verder te ontwikkelen, die mogelijk per landschap en onderneming specifiek te maken zijn.
De agrarische sector kan inzetten op emissiereductie, gebruik van circulair veevoer, technologische innovaties, meer CO2- en energieneutrale bedrijven, natuurinclusieve landbouw, uitvoering van natuur en landschapsbeheer, inzet van nieuwe teelten en de eiwittransitie, het vergroten van huiskavels en/of vrijwillige opkoop. Afhankelijk van de specifieke situatie. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn. Ons uitgangspunt is dat de boer boer moet kunnen blijven. Het aandeel kringloop/natuurinclusieve landbouw bij grondgebonden veehouderij van de regio groeit. Er komt meer ruimte voor bedrijfsvoeringen en ontwikkelingen die bijdragen aan het herstel van natuurlijke processen. Niet alles kan meer overal, maar waar dat kan blijft er ruimte voor diverse vormen van landbouw, ook voor productie voor de (inter-)nationale markt. Vandaar het woord ‘ook’ in de uitwerkingen in de tabel. Op termijn is met innovatie gebouwgebonden intensieve landbouw denkbaar, zolang de uitstoot laag is. Verwachting is dat de in de komende periode de omvang van de veestapel en daarmee ook de uitstoot gereduceerd wordt.
66
Anders denken: “van > naar” situatie 1 – Van agrariër naar…
… vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel
2–V an zelfstandig ondernemer met (te) strakke regels naar…
… v erbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap en nieuwe samenwerkingsvormen (coöperaties).
3 – Van versnipperde kavels naar…
… meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels
4 – Van dierlijke eiwitten naar…
… ook alternatieve eiwitbronnen
Een betere balans tussen 5 – Van kwantiteit en maximale opbrengst naar…
… meer focus op kwaliteit en optimale opbrengst (met eerlijke prijs, kunstmest-arm, energie neutraal, lage uitstoot)
6–V an consument op afstand naar…
… consument meer nabij en betrokken
7 – Van alleen landbouwgrond naar…
… meer (bio)diversiteit zoals ook (oude) granen, vlinderbloemigen, ruimte voor gebiedsidentiteit en landschappelijke waarden.
1–V an agrariër naar… vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel. Het agrarisch bedrijf kan meer dan alleen voedsel produceren. Op dit moment komen de hoofdinkomsten meestal vanuit verkoop / afzet product. Van betekenis zijn in de voedselproductie is echter één van de mogelijke bedrijfstakken. Afhankelijk van de locatie en de individuele ondernemer zijn er diverse keuzes mogelijk om op een volwaardige manier de bedrijfsvoering te verbreden. Met het oog op het creëren van aantrekkelijke gebieden voor extensieve recreatie voor de toenemende bevolking, zien wij kansen voor landschapsbeheer en enige mate van recreatief dubbelgebruik. Een goed verdienmodel, gegarandeerd voor de langere termijn, is hierbij essentieel. Op plekken waar dit kan blijft er daarbij ruimte voor landbouwproductie die op de (inter)nationale markt is gericht. 2–V an zelfstandig ondernemer met (te) strakke regels naar… verbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap en nieuwe samenwerkingsvormen (coöperaties). Er is experimenteerruimte en toekomstperspectief nodig om te kunnen investeren in wat de maatschappij vraagt. Daar hoort ook financiering bij van innovaties, van omvorming en van maatschappelijke diensten.
Georganiseerd in collectieven of cooperaties zijn er soms andere berijfsvoeringen en verdienmodellen mogelijk en is een ondernemer minder kwetsbaar.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
3 – Van versnipperde kavels naar… meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels. Gezien de hoge grondprijzen en het belang van de landbouw voor de regio gaan we als gemeenten gebieden die specifiek qua bodem en landschapstype zeer geschikt zijn voor landbouw, actief behouden door hier in ons ruimtelijk beleid (waaronder bestemmingsplannen en het functieveranderingsbeleid) actief op te sturen. In de ruimtelijke puzzel willen we waar mogelijk grotere huiskavels realiseren om verdienmodellen te verbeteren en kansen voor extensivering te vergroten. Dit gaat over de grenzen van gemeenten heen. Door uitruil van gronden kan een boer meer grond bij zijn huiskavel creëren, waardoor alternatieve gewassen, weidegang, of activiteiten die wat meer bewerkelijk zijn, mogelijk worden. 4 – Van dierlijke eiwitten naar… ook alternatieve eiwitbronnen. Er is vraag naar plantaardige eiwitten voor humane consumptie: dat kunnen bonen en granen zijn of noten en groenten. Daarnaastbij wordt er gekeken naar insecten als alternatieve dierlijke bron. We faciliteren de eiwittransitie van humane voeding (van 60/40 naar 40/60 dierlijk/plantaardig), wat impact heeft op grondgebruik (andere gewassen) én op gebouwgebonden productie (insecten, vertical farming). Dit biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodellen en technologische innovaties bijvoorbeeld op het gebied van vegetarische vleesvervangers.
En een aantal van deze teelten kan bijdragen aan gezonde bodems, meer biodiversiteit en vastlegging van CO2. 5 – Van kwantiteit en maximale opbrengst naar… meer focus op kwaliteit en optimale opbrengst (met eerlijke prijs, kunstmest-arm, energie neutraal, lage uitstoot). Goede producten voor een goede prijs, waarbij de grond minder wordt uitgeput en bedrijven inzetten op gesloten kringlopen. Kunstmest wordt zoveel mogelijk vervangen door organische mest(producten) in combinatie met stikstofvastlegging door vlinder bloemigen en terugwining van fosfaat uit menselijke mest. We stimuleren bodemleven om zo ook een optimale voedingswaarde van gewassen te bewerkstelligen. Waarbij we inzetten op reductie van de uitstoot van ammoniak, fijnstof en geur. Agrarische bedrijven kunnen door een mix van zonne-energie, windenergie en potentieel waterstof energie neutraal of mogelijk energie leverend worden en bijdragen aan (betaalde) CO2-opslag.
67
De gehele keten neemt hierin zijn verantwoordelijkheid. We zetten in op circulair veevoer, minder veevoer van elders en willen toewerken naar het waar mogelijk verkleinen en sluiten van de kringlopen met zo min mogelijk restverliezen en emissies. In eerste instantie op de schaalgrootte van NW-Europa, op langere termijn waar mogelijk nog meer lokaal/regionaal. We gaan van alleen een (financierings)focus op rendement en risico’s naar focus op waarden, innovatief en toekomstbestendig. Diensten die de boer aan de maatschappij levert worden betaald en gewaardeerd in bijvoorbeeld ondernemersruimte. 6 – Van consument op afstand naar… consument meer nabij en betrokken. De rol van de consument is essentieel om een lokaal voedselsysteem in balans te krijgen en houden. Evenwichtige ketens willen we stimuleren, zowel korte ketens, als betere samenwerking en opbrengstverdeling in de langere ketens met supermarkten en andere marktpartijen (‘eerlijke ketens’). De relatie tussen boer en burger versterken, waarbij de consument vertrouwen krijgt/behoudt in het voedselsysteem. Consument leren over gezonde voeding, wat daarbij komt kijken en wat hun eigen bijdrage kan zijn aan een leefbaar en gezond landelijk gebied. Nieuwe vormen van landbouw met betrokkenheid van burgers en financiering door burgers bieden waardevolle kansen.
Denk aan ontwikkelingen zoals Heereboeren, Land van Ons en zelfvoorzienende tiny-houses- gemeenschappen. 7–V an alleen landbouwgrond naar… meer (bio)diversiteit zoals ook (oude) granen, vlinderbloemigen, ruimte voor gebiedsidetiteit en landschappelijke waarden. Hieronder vallen bijvoorbeeld teelten die beter tegen droogte kunnen, of andere teelten die voedingsstoffen voor menselijke consumptie bevatten. Ook het terugbrengen van herkenbare landschapselementen als hagen etc. past bij diversificering van het agrarisch gebied en draagt bij aan vermindering van uit- en afspoeling. Instandhouding hiervan kan alleen door ondernemers hiervoor te belonen.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
C
EEN NATUURLIJK LANDSCHAP DAT VERBINDT
In de regio zijn steeds meer landgebruikers bezig hun negatieve impact op de bodem, water, uitstoot en biodiversiteit om te buigen naar nul impact of zelfs natuur herstellend (regeneratief). Dat kan en moet op meer plekken. Dit vraagt een omslag in ons denken en onze kennis hierover. Alleen al het creëren van meer variatie in het landschap draagt bij aan de basiskwaliteit in soorten. Uiteindelijk willen we in een wereld leven waarin ‘gewone’ soorten daadwerkelijk gewoon (en niet schaars) zijn. Hiervoor moeten we ons richten op herstel van het gehele natuurlijke systeem. Juist ook buiten de grenzen van de planmatig toegekende natuurgebieden. De ontwikkellijn gaat er daarbij vanuit dat als de condities van algemene, niet bedreigde soorten verbeteren, de positie van alle soorten (en dus biodiversiteit) verbetert. Dit kan op basis van de aanwezige landschapstypen in een gebied concreet gemaakt worden. We richten ons naast het beschermen van natuurgebieden (N2000) op herstel van natuurlijke processen. Die zijn overal: van bedrijfsperceel tot achtertuin en van paardenweide tot de uitloop van legkippen. In de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley is opgenomen dat de opgave voor voldoende recreatief toegankelijk groen vooral wordt gerealiseerd in het toegankelijk maken van het landelijk gebied.
Voor Foodvalley gaat dat om een totale oppervlakte van 2.000 hectare aantrekkelijk en beleefbaar groen. Mensen hebben behoefte aan dagelijks (te lopen), wekelijks (te fietsen) en maandelijks (per auto/OV) groen. Deze 2.000 hectare toegankelijk groen hebben voor Foodvalley vooral betrekking op dagelijks en wekelijks groen en daarmee op het landelijk, en vooral agrarisch gebied. Voor de lange termijn willen we voorkomen dat we met generieke afstandsmaatregelen als zonering moeten gaan werken. Natuurdoelen en waterkwaliteit moeten bepalend zijn (van middel naar doelsturing). Echter gezien de urgentie om op korte termijn maatregelen te moeten nemen is het niet te voorkomen dat we voor een overbruggingsperiode van een aantal jaar gaan werken met overgangsgebieden rondom N2000 gebieden (zonder dat de breedte overal hetzelfde hoeft te zijn, dit kan afhangen van landschaps- en bodemtypen). In deze overgangsgebieden ontstaat een verweving tussen landbouw en natuur, met vormen van natuurinclusieve landbouw, die we kunnen onderzoeken. Deze overbruggings periode is nodig omdat maatregelen en technologie voor bedrijfsspecifieke sturing nog niet voldoende zijn uitontwikkeld om op korte termijn in te kunnen zetten.
68
Er is een sterke relatie met de ontwikkellijn Bodem en watersysteem brengen we in balans. En de samenwerking met de landschapsbeheerders en agrariërs is noodzakelijk. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn.
standaard “grootheid” euro’s. Hiermee kunnen we het makkelijker inzetten om de balans in evenwicht te krijgen (true pricing). Ook meer verbinding is tussen stad en platteland helpt hierbij.
Anders denken: “van > naar” situatie
3 – Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar… ook natuur als intrinsieke waarde. Niet alle natuur hoeft een functie te hebben, historisch was dit vaak de gedachte. Natuur kan ook van zichzelf mooi zijn en niet van iets of iemand zijn. Voorwaarde voor deze uitwerking is dat er (weer) meer verbinding is tussen stad en platteland.
1 – Naast het beschermen van N2000/GNN gebieden...
… ook zorgen voor een basiskwaliteit natuur in de hele regio en juiste beheer van natuur (Vogelhabitatrichtlijn, bossenstrategie, Groenblauwe dooradering)
2 – Van natuur als kostenpost naar…
… natuur als betaalde ecosysteemdienst en randvoorwaarde
3 – Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar…
… ook natuur als intrinsieke waarde
Een betere balans tussen 4 – Naast natuur als plek voor buitenactiviteit...
…n atuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin
5 – Van sterke contrasten tussen landschappen en dorp/stad naar…
… verweven van cultuurlandschappen met natuurkwaliteit tot aan de voordeur (bodemleven, schoonwater, groenblauwe dooradering)
6 – Van centraal beheer naar…
….meer beheer door het gebied zelf, in goed overleg en samenwerking
1–N aast het beschermen van N2000/GNN gebieden… ook zorgen voor een basis kwaliteit natuur in de hele regio. Zodat de algehele leefomgeving groener, gevarieerder en gezonder wordt. Dit vraagt om integrale keuzes in ruimtegebruik. Het formuleren, realiseren en monitoren van een basiskwaliteit kan voor meer ontspanning zorgen. Als de algehele natuur kwaliteit vergroot wordt kunnen we ook kijken of er in N2000 gebieden meer mogelijk is door bijvoorbeeld soms extra functies toe te staan. We bepalen per gebied gezamenlijk welke basiskwaliteit we willen en hoe de huidige situatie is. Naast de zorg voor een goede basiskwaliteit realiseren we als regio de maatregelen die nodig zijn voor de minimale 10% groenblauwe dooradering (GBDA), het voldoen aan de vogelhabitatrichtlijn en de bossenstrategie. 2 – Van natuur als kostenpost naar… natuur als ecosysteemdienst en randvoorwaarde. Een nieuwe manier van kijken naar economische waarden, onderdeel van brede welvaart en de welzijnseconomie. Het is belangrijk om natuurwaarden uit te drukken in onze
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
4 – Naast natuur als plek voor buitenactiviteit… natuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin. Je gaat niet alleen de natuur in als je deze bewust opzoekt, maar het is onderdeel van je dagelijks leven, waardoor je leefomgeving een prettigere plek wordt en je het meer kunt zien en waarderen. Een opgave voor alle eigenaren in het landelijk gebied, van niet-agrarische bedrijven tot paardenhouderijen en van woningen tot vakantieparken. 5 – Van sterke contrasten tussen landschappen en stad naar … natuur integraal opgenomen in het gebied (bodemleven, schoonwater, Groenblauwe Dooradering). Verschil tussen natuur en landschap (of natuurlijke processen) verzachten, niet alleen de fysieke grenzen maar ook de functiegrenzen. Hierdoor ontstaat meer diversiteit. Denk aan Landbouwinclusieve natuur, of natuurinclusieve landbouw, maar ook initiatieven als moestuinen, voedselbossen en herenboeren. Beleefbaar en bereikbaar. Daarbij moet de verbinding tussen de stad, burger, boer, en natuur verbeterd worden om de tegenstellingen te verkleinen. 6 – Van centraal beheer naar… meer beheer door het gebied zelf. Dit betekent dat overheden en/of terreinbeherende organisaties (TBO’s) deels beheer en regie loslaten en/of nog meer de samenwerking aangaan met het gebied (samenleving heeft gedeeld eigenaarschap) – afhankelijk van het type en kwetsbaarheid van de gebieden.
Wat er bottom-up georganiseerd kan worden, moet bottom-up. Niet alleen de mensen in het buitengebied zijn hiervoor belangrijk, maar juist ook de mensen in de dorpen en steden. Verantwoordelijkheid nemen voor beheer en onderhoud van natuur en landschap waar je zelf ‘dagelijks’ van geniet. Het beeld hierbij is dat natuur niet van de overheid is, maar van de mensen in het gebied zelf.
69
11
OPZET UITVOERINGSPROGRAMMA - BIJ H4
WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER Dit hoofdstuk geeft aanvullend op de informatie uit de expertgesprekken (verdieping 12) inzicht in de bouwstenen die mee worden genomen in het uitvoeringsprogramma. Het gaat hierbij om de kennisagenda (11.2), de samenwerkingsagenda (11.3), gebiedsprocessen (11.4) en overige onderdelen (11.1). Denk hierbij aan een financiële onderbouwing, aan vullende keuzes en maatregelen en monitoring.
11.1
VERDER TE ONTWIKKELEN
MAATREGELEN EN RO-BELEID UITWERKEN Startend met de maatregelen uit paragraaf 4.7 van deel A worden deelprogramma’s en projecten opgezet om de maatregelen te laten landen in gemeentelijk beleid. Bijvoorbeeld op de thema’s Landbouw, Nieuwe Economie, Natuur en Water, Gezonde Leefomgeving. Hiervoor komt per thema een activiteitenschema per periode. Het rapport van KokxDeVoogd38 biedt daarbij handvatten om de voorgestelde maatregelen om te zetten in RO-beleid en uit te voeren via bestaande wet- en regelgeving. De Omgevings wet regelt bijvoorbeeld dat opgaven, activiteiten, functies en kwaliteiten in een gebied in onderlinge samenhang worden bestuurd. Ook regelt deze wet de onderlinge bestuurlijke verhoudingen, op basis van bovengenoemd principe van “decentraal, tenzij” en op basis van “samenwerking tussen overheden”. Vanuit deze principes kan de regio op verschillende manieren sturen om de doelen van het RPLG te behalen. Er kan hier gewerkt worden met: • Emissievoorschriften (uitstoot bij concrete activiteiten). • Aandachtsgebieden (ruimtelijk functietoedeling). • Omgevingswaarden (toelaatbare belasting in activiteiten of stoffen). Deze en andere voorbeelden worden meegenomen in de concrete opzet van projecten.