CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

TOELICHTING_Bijlage 4 Ecologisch soortonderzoek Putten-Zuid

Gemeenteraad 23 november 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Bestemmingsplan en grondexploitatie Halvinkhuizen fase 19.749 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3 alinea's met “opening”: 142 161 528

Daarna wordt op basis van de onderzoeksresultaten deze rapportage aangepast. 3.2.8 Teunisbloempijlstaart Er zijn geen rupsen van teunisbloempijlstaart aangetroffen, echter zijn twee percelen (Hooiweg 22 - 24) nog niet onderzocht. Voor deze twee percelen zijn nog geen effecten te bepalen. Voor overige delen van het plangebied zijn negatieve effecten uit te sluiten door de afwezigheid van teunisbloempijlstaart. Voor de onderzochte delen van het plangebied is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming of het nemen van maatregelen nodig.

4 Vervolgstappen In dit hoofdstuk is ingegaan op de vervolgstappen die nodig zijn om de beoogde ontwikkeling tot uitvoering te brengen. Door het voornemen geen verblijfplaatsen en/of essentieel foerageergebied van beschermde soorten verloren. Hierdoor is het voornemen in strijd met de Wet natuurbescherming. Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming, artikel 3.10 lid 1b (das, boommarter) en artikel 3.1 lid 2 (steenuil, kerkuil en huismus) aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag. Aangaande steenmarter, vleermuizen, huismus, gierzwaluw en teunisbloempijlstaart zijn de onderzoeken nog niet (volledig) afgerond. Dit wordt in een later stadium uitgevoerd, waardoor voor meer soorten een ontheffing nodig is of meer maatregelen nodig zijn.

33/36

Kenmerk

R001-1281464VSX-V02-mdg-NL

Voor dit voornemen is het bevoegd gezag de Provincie Gelderland. De ontheffingsaanvraag moet ingediend worden voor de te overtreden verbodsbepalingen. Om een ontheffing aan te vragen moet een activiteitenplan opgesteld worden. In dit activiteitenplan moet ingegaan worden op de volgende onderdelen:   

De beoogde ontwikkeling en de planning hiervan De aanwezige soorten en beschermde ecologische functies en hoe die zijn onderzocht De te overtreden verbodsbepalingen

  

De mitigerende en compenserende maatregelen Het wettelijk belang van de ontwikkeling De staat van instandhouding van de soort

Een alternatievenafweging

Voor het mitigeren en compenseren zijn specifieke maatregelen nodig zoals het aanbieden van alternatief leefgebied. Dit alternatief leefgebied dient tijdig gerealiseerd te zijn, voordat het oorspronkelijk leefgebied verloren gaat. Hierbij gaat het vaak om een minimale gewenningsperiode van enkele maanden. De oppervlakte van het te realiseren leefgebied dient eenzelfde of hogere waarde te hebben als dat wat verloren gaat. Dit kan bereikt worden door alternatief leefgebied van een kleinere oppervlakte aan te bieden, maar van een betere kwaliteit. Als de provincie akkoord gaat met de alternatievenafweging, het wettelijk belang en de maatregelen die getroffen worden om negatieve effecten te verzachten of te voorkomen, verleent de provincie een ontheffing. In dat geval zijn er vaak in de verleende ontheffing voorwaarden beschreven. Meestal is één van die voorwaarden het opstellen van een werkprotocol waarin de mitigerende en compenserende maatregelen uitgewerkt worden. Daarbij moeten de werkzaamheden op een ecologisch verantwoorde wijze uitgevoerd worden en wordt de aanwezigheid van ecologische begeleiding vereist. Bij formele ontheffingsaanvragen dient rekening gehouden te worden met een proceduretijd. De wettelijk vastgestelde proceduretermijn voor de behandeling van een ontheffingsaanvraag bedraagt 13 weken.

Het bevoegd gezag (Provincie Gelderland) kan deze eenmalig met 7 weken verlengen tot een maximale proceduretermijn van 20 weken. bereiken, die gunstiger uitpakken voor de betreffende soorten.

5 Conclusie 5.1

Aanleiding

Gemeente Putten is voornemens om een nieuwbouwwijk te realiseren ten zuiden van de bebouwde kom van Putten. TAUW heeft het voornemen getoetst aan de Wet natuurbescherming (TAUW, 2020). Hieruit bleek dat negatieve effecten op beschermde soorten door het voornemen niet uitgesloten konden worden. TAUW heeft in 2021 en 2022 ecologisch onderzoek uitgevoerd om de functie van het plangebied voor deze beschermde soorten te bepalen.

34/36

Kenmerk

R001-1281464VSX-V02-mdg-NL

Het gaat om de volgende soorten:   

Das Steenmarter Boommarter

  

Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) Eekhoorn Vleermuizen (verblijfplaatsen en vliegroutes)

Jaarrond beschermde vogelsoorten (buizerd, sperwer, havik, boomvalk, roek, kerkuil, steenuil, ransuil, gierzwaluw en huismus) Teunisbloempijlstaart

5.2

Resultaten en toetsing

In het plangebied zijn beschermde functies aanwezig van das, boommarter, vleermuizen, steenuil, kerkuil en huismus. In tabel 5.1 zijn de globale onderzoeksresultaten binnen het plangebied weergegeven. Tabel 5.1 Globale van de ecologische onderzoeken in Putten Soort

Functie

Hoeveelheid

Negatief effect?

Das

Bijburcht

1

Ja

Das

Secundair foerageergebied

30 hectare

Ja

Boommarter

Mogelijke verblijfplaats

19 vogelnesten in plangebied

Ja

Boommarter

Foerageergebied

6 hectare

Ja

Gewone dwergvleermuis

Paarverblijfplaats

6

Nee, mits maatregel

Gewone dwergvleermuis

Zomerverblijfplaats

2

Nee, mits maatregel

Rosse vleermuis

Paarverblijfplaats

1

Nee, mits maatregel

Div. vleermuissoorten

Essentiële vliegroute

3

Nee, mits maatregel

Steenuil

Functionele leefomgeving

7,5 hectare

Ja

Kerkuil

Functionele leefomgeving

50 hectare

Ja

Huismus

Functionele leefomgeving

1 voor circa 5 paar

Ja

(zie tabel 3.5)

Door het nemen van maatregelen kunnen verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen behouden blijven. De maatregelen bestaan uit het voorkomen van uitstralende verlichting richting verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes van vleermuizen. Voorwaarde is dat de woningen langs de Hooiweg en Van Geenstraat 85 behouden blijven. Wanneer dit niet het geval is, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Een ter zake kundig ecoloog dient betrokken te worden bij het opstellen van het verlichtingsplan, om te voorkomen dat er negatieve effecten optreden op beschermde functies van vleermuizen. Overige beschermde functies gaan permanent verloren bij de bouw van woningen in het plangebied. Dit is een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.1 lid 2 (steenuil, kerkuil en huismus) en artikel 3.10 lid 1b (das en boommarter). Hiervoor is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

35/36

Kenmerk

R001-1281464VSX-V02-mdg-NL

Er zijn in het plangebied geen beschermde functies van bunzing, hermelijn, wezel, buizerd, sperwer, havik, boomvalk, roek, gierzwaluw en ransuil aanwezig.

5.3

Vervolgstappen

Voor het perceel op Beitelweg 7 is nog helemaal geen vleermuisonderzoek uitgevoerd en dienen de resultaten voor huismus aangevuld te worden. Ook dient op dit perceel nader onderzocht te worden of verblijfplaatsen van steenmarter uitgesloten kunnen worden. Voor teunisbloempijlstaart is Hooiweg 22 tot en met 24 nog niet onderzocht. Aangaande deze soorten en locaties dient het onderzoek als niet volledig te worden beschouwd en moet in een later stadium alsnog ecologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Bij de Provincie Gelderland dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Voor een ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk een activiteitenplan op te stellen. Hierin staat alle informatie over het voornemen, de onderzoeksresultaten en de effecten op populaties. Een belangrijk onderdeel zijn de maatregelen die genomen moeten worden om effecten op beschermde soorten te mitigeren en te compenseren. Daarnaast is het noodzakelijk het wettelijk belang aan te tonen van het voornemen. Ook moet aangetoond worden dat er geen reële alternatieven zijn om hetzelfde te bereiken, die gunstiger uitpakken voor de betreffende soorten.

5.4

Conclusie

Bij het nemen van de juiste mitigerende/compenserende maatregelen, die verwerkt worden in activiteitenplan inclusief een volledige alternatievenafweging en onderbouwing van het wettelijk belang kan de beoogde ontwikkeling doorgang ondervinden. Ook een wijziging van het bestemmingsplan is op dat moment redelijkerwijs uitvoerbaar.

6 Literatuur Sanders, V., Ecologische effectenbeoordeling Putten-Zuid, TAUW 9 december 2020. Rapportage met kenmerk R001-1277262VSX-V02-rlk-NL. Kennisdocument Kerkuil, BIJ12, versie 1.0 juli 2017. Kennisdocument Huismus, BIJ12, versie 1.0 juli 2017. Kennisdocument Steenuil, BIJ12, versie 1.0 juli 2017. Kennisdocument Buizerd, BIJ12, versie 1.0 juli 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming, Provincie Noord-Brabant, 2017. www.zoogdiervereniging.nl

36/36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13489986/1