CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Samenvatting - Vertrekpuntennotitie landelijk gebied Noord Veluwe

Overige evenementen 30 november 2023, gemeente Putten3.043 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vertrekpuntennotitie Landelijk Gebied Noord Veluwe Openbare samenvatting

Samenvatting

Colofon

Titel

:

Vertrekpuntennotitie Landelijk Gebied Noord Veluwe - Samenvatting

Status

:

Openbare samenvatting

Contact

:

Fiona van der Burgt

Datum

:

November 2023

Email

:

fiona.vanderburgt@overmorgen.nl

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

2.

Gebiedsvisie en ontwikkelrichtingen

5

2.1.

Een visie op het gebied aan de hand van zoneringen

5

2.1.

Landbouwperspectief

6

Gebiedsprogramma

7

3.1.

Uitvoering

7

3.2.

Beleid en instrumentarium

8

3.3.

Manier van samenwerken

9

Vervolgstappen

10

4.1.

De kwartiermakers-fase (dec 2023- sept 2024)

10

4.2.

Uitvoeren waar dat al kan

11

4.3.

Capaciteit voor uitvoering

11

3.

4.

3

1.

Inleiding

In het landelijk gebied van de Noord-Veluwe ligt een forse stapel aan opgaven voor stikstof, natuur, water, klimaat en landbouw. Het is waarschijnlijk dat er een grote transitie in het landelijk gebied zal plaatsvinden. Er moeten slimme keuzes gemaakt worden over wat past en kan in de ‘smalle strook van wonen en werken’ die is ingeklemd tussen de Natura2000 gebieden (Veluwe en Randmeren). Voor veel agrarische bedrijven heerst grote onzekerheid over hun toekomst. Alle bedrijven in de Noord-Veluwe liggen binnen 25km vanaf het stikstofgevoelige Natura2000 gebied en het merendeel komt derhalve in aanmerking voor de regeling piekbelasters. Dit betekent enerzijds dat veel bedrijven nog steeds door kunnen, maar anderzijds dat zij niet of nauwelijks kunnen groeien in de bestaande manier van bedrijfsvoering. Zij zullen op zoek moeten gaan naar nieuwe wegen. Ondernemers die zich wel aanmelden voor de piekbelastersregeling hebben de keuze het hele bedrijf te beëindigen en ook de stallen te slopen of de stallen zelf te ‘herontwikkelen’. De grond is bij deze regeling niet inbegrepen. Als veel boeren in het gebied hiervan gebruik willen maken, kan het landelijk gebied er al op korte termijn heel anders uit komen te zien. Kortom: de transitie is fors, en het gebied zit er al middenin.

De regio kan en wil zelf -en met haar partners en ondernemers- sturing blijven geven aan de toekomst van haar landelijk gebied. Daarom is deze vertrekpuntennotitie opgesteld in opdracht van de zeven gemeenten in de regio (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten). De regio heeft in het verleden al andere grote transities ondergaan, zoals de vestiging van niet-grondgebonden veehouderijen op de arme zandgronden, het verdwijnen van de kust met de aanleg van Flevoland en de transformatie van de defensiekazernes. De regio weet daarin flexibel te opereren en zich aan te passen. Dit document helpt om sturing te geven aan de transitie waar de regio nu voor staat. Er is een analyse gemaakt van de beleidsopgaven en er is gesproken met verschillende stakeholders (waaronder agrarische ondernemers) of zij de opgaven en de noodzaak van de transitie herkennen. Het opgeleverde product –de vertrekpuntennotitie – brengt de opgaven en daarmee de omvang van de transitie in beeld en biedt een richting voor oplossingen waarin de gebiedspartijen die betrokken zijn in dit traject zich in herkennen.

VERTREKPUNTENNOTITIE LANDELIJK GEBIED NOORD VELUWE Deze vertrekpuntennotitie gaat uit van een flexibele zonering, gebaseerd op het bodem-, water- en natuursysteem. De zonering geeft aan waar in verschillende mate ruimte is voor water, natuur en agrarische activiteiten. In een landbouw- en een natuurprogramma worden activiteiten en maatregelen benoemd om toe te werken naar een robuust bodem- en watersysteem, natuurherstel en een toekomstbestendige agrarische sector.

4

Figuur 1. Regio Noord Veluwe.

2.

Gebiedsvisie en ontwikkelrichtingen

In de Noord Veluwe wordt met overheden, gebiedspartijen, natuurorganisaties, stoppende boeren, blijvende boeren en nieuwe boeren gewerkt aan oplossingen; het bouwen van robuuste ecosystemen, nieuwe verdienmodellen en klimaatbestendigheid. Het doel is: een leefbaar, economisch vitaal landelijk gebied binnen de grenzen van een florerend ecosysteem. 2.1. Een visie op het gebied aan de hand van zoneringen De vertrekpuntennotitie voor de Noord-Veluwe is gebaseerd op een zonering waar in verschillende mate ruimte

is voor water, natuur en agrarische activiteiten. Per zone is er een perspectief met bepaalde activiteiten en vormen van landbouw die daar passen. De zoneringen helpen richting te geven aan welke activiteiten waar wenselijk zijn. Activiteiten die minder goed passen in de zone waar ze nu liggen, kunnen verplaatsen naar een zone waar dat beter past. Bijvoorbeeld intensieve boeren in zones die in de vertrekpuntennotitie meer extensief worden, helpen om de transitie te maken of te verplaatsen. Deze zoneringen zijn niet zwart-wit: ze lopen in elkaar over en kunnen tegelijkertijd op dezelfde plek bestaan.

Figuur 2. Schematische weergave zonering.

Zone 1: Natuur In deze zone, helemaal oostelijk in het gebied tegen de Veluwe aan, ligt de focus op natuurontwikkeling en het herstellen van de grondwaterbalans. Toevoegen van nieuwe natuur, de natuur versterken en het herstellen met bijvoorbeeld verjonging en diversificatie van bos. Het maximaal laten infiltreren van regenwater en het vasthouden van water. Aandachtspunt is dat dit niet gaat zorgen voor uitbreiding van stikstofgevoelige natuur waarin de problematiek verplaatst of wordt vergroot.

Zone 2: Bufferzone landgoederen/natuurinclusieve landbouw Zone 2 is een bufferzone tussen de stikstofgevoelige natuur en het woon-werkgebied van de Noord Veluwe. Hier wordt gewerkt aan herstel van landschapselementen (denk aan houtwallen, heggen, bomen), natuurinclusieve landbouw en nieuwe pachtconstructies. Op die manier blijft landbouw in een ander jasje mogelijk, wordt een extra bufferzone gecreëerd. Landgoederen zijn de drager van het gebied en het landschap. Aan bestaande landgoederen worden nieuwe (economische) impulsen gegeven en nieuwe landgoederen worden ontwikkeld: gebieden waar natuurinclusieve landbouw, wonen, recreatie en energie in samenhang wordt ontwikkeld en geëxploiteerd. De uitdaging is tegelijkertijd om juist ook het gebied tussen de landgoederen hierbij te betrekken zodat samenhang ontstaat. Aandachtspunt is de (economische) levensvatbaarheid en toekomstbestendigheid van een natuurinclusieve bedrijfsvoering voor de landbouw.

Zone 3: Versterkingsgebieden landbouw De landbouw is als grondgebonden sector onlosmakelijk verbonden met de historie, landschapsinrichting, sociale samenhang en economische bedrijvigheid van de Noord Veluwe. Naast natuurinclusieve landbouw in zone 2 moet ook ruimte zijn voor andere vormen van bedrijfsvoering. In deze zone is meer ruimte voor hoog productieve landbouw die met bedrijfstechnische innovaties, voer- en managementmaatregelen een lage

5

impact heeft op het milieu. In zone 3 staan agrarische activiteiten centraal. Vormen van grondmobiliteit zouden kunnen helpen om tot optimalere gebiedsinrichting te komen en ook in deze zone een extensiveringslag te maken bij de boeren die dat willen. Verduurzaming van de bedrijfsvoering, ook met betrekking tot de waterkwaliteit en klimaatdoelen, is onderdeel van het ontwikkelperspectief/ bedrijfsplan.

Zone 4: Natte gronden Deze zone, aan met name de Randmeerkust, biedt ruimte voor het combineren van plas-dras maatregelen met weidevogelbeheer en agrarische bedrijfsvoering. Aandachtspunt is dat een succesvolle combinatie van weidevogelbeheer en agrarisch gebruik vraagt om goede onderlinge afstemming (o.a. mestbeleid, weidegang). Dit gebeurt momenteel al in Polder Oosterwolde. Weidevogelbeheer laat zich moeilijk combineren met andere functies met grote ruimtelijke impact, bijv. duurzame energieopwekking. Niet ieder type landbouw past overal in het de bodem- en watersysteem.

Zone 5: Ontwikkelperspectief recreatie Verspreid over de regio Noord Veluwe liggen kansen voor het bieden van ontwikkelruimte voor nieuwe of aangepaste vormen van recreatie om ook de recreatieve waarde van het gebied (o.a. Randmeerkust en Veluwe) te behouden en benutten. Daarbij liggen op gebieds- en projectniveau kansen om te combineren met natuur, landgoederen, agrarische bedrijfsvoering. Aandachtspunt is om samenhang en een overkoepelende visie te bewaken en de recreatiezonering die voor de Veluwe is uitgewerkt door de provincie en terrein beherende organisaties. 2.1. Landbouwperspectief Grondwaterstand en bodemtype zijn leidend voor wat waar mogelijk is. De agrarische bedrijven in de Noord Veluwe zullen zich nog meer dan in het verleden zich moeten richten en verhouden tot hun omgeving. Soms kan of moet op dit op korte termijn (bijvoorbeeld door urgente droogte-problematiek), soms kan of mag dit op langere termijn. Het is de ondernemer die de keuze maakt en kansen pakt die voor haar/hem interessant en toekomstperspectief bieden. Van kleine tot grote transitie bestaat deze schaal uit management aanpassing, aanzienlijke verandering, grote transitie en technologische toekomst.

6

•

Management aanpassingen: technologische, precisie- of managementaanpassingen die binnen de huidige bedrijfsvoering mogelijk zijn en waar beperkte investering voor nodig is.

•

Aanzienlijke verandering: structurele verandering die effect heeft op de bedrijfsvoering en om aanzienlijke investeringen vraagt. Bijvoorbeeld strokenteelt of agroforestry melkveehouderij.

•

Grote transitie: complete verandering van het verdienmodel van het agrarisch bedrijf waarvoor veel geïnvesteerd moet worden. Bijvoorbeeld natte teelten of gemengde landgoed-boerderijen.

•

Technologische toekomst: bedrijfsmodellen waar de technologische uitvoerbaarheid van is bewezen, maar waar veel investering, knowhow en pionierend ondernemerschap voor nodig is. Bijvoorbeeld kweekvlees of het houden van proteïnerijke insecten.

3.

Gebiedsprogramma

De overheid kan de benodigde transitie(s) in het buitengebied faciliteren met een integrale, programmatische aanpak. Uit de gesprekken, de overleggen met de gemeenten, provincie en de betrokken gebiedspartijen is het gebiedsprogramma voor de integrale ontwikkeling van het landelijk gebied op de Noord Veluwe tot stand gekomen. Dit gebiedsprogramma bestaat uit drie onderdelen, te weten: 1.

Uitvoering bestaande uit drie programma’s met maatregelen voor landbouw en natuur en lokale gebiedsprocessen.

2.

Beleid en instrumentarium wat overkoepelend aan deze programma’s nodig is om te ontwikkelen.

3.

Manieren van samenwerken met de betrokken overheden en gebiedspartijen in het gebied.

3.1. Uitvoering De uitvoering bestaat uit drie elementen, het landbouwprogramma, natuurprogramma en lokale gebiedsprocessen. Deze worden hieronder toegelicht, een overzicht van de inhoud van de programma’s staat in figuur 3. Lokale gebiedsprocessen komen tot lokaal gedragen plannen die de complexe uitdagingen van natuur, landbouw en andere kwesties adresseren. Het landbouw- en natuurprogramma richten zich ook op de gebieden die niet onderdeel zijn van een lokaal gebiedsproces.

Figuur 3. Overzicht uitvoering en inhoud van de drie programma’s.

Wat betreft landbouw zoekt de regio naar een nieuw antwoord op de huidige route van schaalvergroting, te weten meer intensiveren met minder boeren. Het perspectief ligt in maatwerk per bedrijf en een diversiteit van agrarische bedrijfsmodellen. De voorgestelde zoneringen geven aan welk type bedrijfsmodel kan passen op

7

die locatie. De regio zoekt een sector die collectief bijdraagt aan het behalen van de benoemde doelen en produceert hoogwaardig voedsel, maar teelt ook nieuwe gewassen die bijvoorbeeld belangrijk zijn voor de duurzame bouwsector. De sector als geheel wordt daarvoor gewaardeerd (zowel in financiële als spreekwoordelijke zin). Individuele ondernemers kiezen op welke manier zij daaraan bijdragen, waar zij het beste in zijn, of het meest voor warmlopen. Doen zij dat met een extensieve en/of natuurinclusieve bedrijfsvoering, met inzet op voedselproductie met een lage impact per hectare en herstel van biodiversiteit? Dat past het beste in de bufferzone. Anderen willen juist werken met een intensieve, dierwaardige bedrijfsvoering, met inzet op maximale productie en minimale impact op het milieu per kilogram product. Dat past dan het beste in de agrarische zone. Biologisch, nieuwe teelten en gewassen, nieuwe vormen van het betrekken van de consument: in deze diversiteit vinden we de juiste puzzelstukjes voor de toekomst. In het natuurprogramma worden maatregelen uitgewerkt die vanuit de balans tussen bodem, water en natuur werken aan systeemherstel: • •

•

Op de hoge delen en zandgronden wordt gewerkt aan het verbeteren van de infiltratie van regenwater het verhogen van het grondwaterpeil en vergroting, diversificatie en verjonging van het bos; Op de flanken, waar de landschappelijke gradiënt van hoog naar laag het sterkst is wordt ingezet op maatregelen om het water beter vast te houden, een versterking van bufferzones tussen natuur en landbouw, en het versterken en toevoegen van landschapselementen zoals houtwallen, heggen, randen en bomen; In de lage delen is vernatting, het verhogen van het waterpeil en het creëren van natte natuur de weg daarin een robuuster bodem-, water- en ecosysteem wordt vormgegeven.

Met deze maatregelen wordt bijgedragen aan een grote variëteit aan maatschappelijke doelen, zoals natuurherstel, biodiversiteit, waterkwaliteit, klimaatadaptatie, groenblauwe dooradering etc. De puzzel die nu gelegd moet gaan worden met stoppers, blijvers en nieuwe blijvers moet uiteindelijk leiden tot een vitaal sociaaleconomisch systeem binnen de grenzen van het ecosysteem. Deze visie op de smalle strook van de Noord Veluwe kan helpen om de puzzelstukjes op de juiste plek te leggen. Dit gebeurt ook in lokale gebiedsprocessen waarvan al enkele succesvol lopen of in gang zijn gezet (GEUS, Vier Merken, Veenhuizerveld en Hoenwaard), en in de toekomst nieuwe zullen starten (bijvoorbeeld rondom de Schuitenbeek en in het eendengebied bij Harderwijk). In de gebiedsprocessen worden ook de relaties gelegd naar andere opgaven die er spelen. Energie en woningbouw (rood voor rood) kunnen bijvoorbeeld een verdienmodel bieden voor het landelijk gebied. Er is een pallet van mogelijkheden waar de stoppende of transformerende boer naar zou kunnen kijken. Het liefst gebeurt dat niet alleen bedrijfsgericht, maar ook gebiedsgericht. Het gebied kent van oudsher vele landgoederen, waarvan het model (alles gecombineerd, integraal, lokaal) als voorbeeld kan dienen of waar men van kan leren of op kan teruggrijpen.

In de gebiedsprocessen wordt samen, integraal, gebiedsgericht gekeken hoe alle maatschappelijke opgaven het beste ingevuld kunnen worden. 3.2. Beleid en instrumentarium Het is duidelijk dat er instrumentarium ontbreekt om de benodigde transitie in het buitengebied aan te jagen. In het ontwikkelen van nieuw of aanvullend instrumentarium ligt wel de oplossingsrichting, maar dit zal vaak iets zijn waarin de gemeenten die dit plan hebben opgesteld, niet alleen voor aan de lat staan. Ontwikkelen van instrumentarium kan voor een deel in de regio gebeuren maar moet voornamelijk gebeuren met ondersteuning van provincie en het Rijk. Bijvoorbeeld een grondbank en -fonds kan essentieel zijn voor de benoemde ontwikkelingen, als is het waarschijnlijk dat deze bank op een groter schaalniveau opgezet moet worden dan alleen de Noord Veluwe. Figuur 4 geeft een overzicht van beleid en instrumentarium waar concreet mee kan worden gestart en hoe dit te doen betreft governance.

8

Figuur 4. Beleid en instrumentarium wat essentieel is om de transitie aan te jagen.

3.3. Manier van samenwerken Er is een grote noodzaak tot uitvoering en aan de slag gaan. Gebrek aan instrumentarium of onduidelijkheid in de governance mag niet tot nietsdoen leiden. De overheid kan en wil het niet alleen doen. Om de uitvoering voorspoedig te organiseren zijn goede overlegtafels belangrijk. Het programma stelt de volgende “manier van samenwerken” voor. We kiezen bewust niet voor deze term (en geen “governance”), omdat de nadruk zou moeten liggen op inhoudelijke agendering en de uitvoering. Het initiatief ligt bij de zeven gemeenten van het gebied. De programma’s en gebiedsprocessen krijgen richting van “onderop” vanuit het gebied. Op lokaal niveau wordt de verbinding gevonden en het eigenaarschap gevoeld. Figuur 5 geeft deze structuur weer.

wartiermaker (tot

)

rogrammamanager (vanaf

ertegenwoordiger natuur

ertegenwoordiger landbouw

rojectleiders ebiedsprocessen

rogramma(groep) natuur

rogramma(groep) landbouw

rojectgroepen gebiedsprocessen

Figuur 5. Voorgestelde structuur voor de samenwerking.

9

)

4.

Vervolgstappen

Er zit energie en ontwikkeling in het gebied. “Bottom-up” gebeurt er al veel bij natuurorganisaties, boeren en samenwerkingen daartussen. Met de vervolgstappen op dit ontwikkelplan, willen we de volgende doelen bereiken: 1. Regionaal perspectief ontwikkelen. Het nationale landbouwakkoord is geklapt. Er is vertraging op dit dossier vanuit het Rijk; het kabinet is gevallen en het zal naar alle waarschijnlijkheid nog een tijd duren voordat er een nieuw coalitieakkoord ligt. De provincies hebben met hun provinciale programma’s het beschikbare budget vanuit het Rijk sterk overvraagd. Perspectief voor ondernemers in de regio blijft daardoor ontbreken. Ook het herstel van de natuur is niet geholpen bij vertraging. De Noord Veluwse gemeenten en provincie Gelderland willen daarom gezamenlijk de schouders eronder zetten. 2. Verder bouwen aan vertrouwen, samen met de gebiedspartijen te werken aan dat toekomstperspectief. Er zit energie en ambitie die bij stakeholders in het gebied. Een deel is al betrokken geweest bij de totstandkoming van deze vertrekpuntennotitie. Deze verbondenheid, energie en ambitie kan benut worden. Door aan stakeholders te laten zien dat er verder gewerkt wordt vanuit de regio, ondanks de onzekerheid vanuit Den Haag, wordt het vertrouwen verder opgebouwd. 3. Uitvoeren waar dat al kan.

emeenten en provincie kunnen samen aan de slag met het uitvoeren van “no regret” maatregelen, wanneer de financiering daarvoor wordt gehonoreerd vanuit het Rijk. 4.1. De kwartiermakers-fase (dec 2023- sept 2024) Door met de drie onderdelen (uitvoering, beleid en instrumentarium, en uitvoeringskracht) van de vertrekpuntennotitie aan de slag te gaan, werkt het gebied aan de realisatie van de beoogde doelen en aan een (nieuw) toekomstperspectief. In het proces om tot de vertrekpuntennotitie te komen, is een start gemaakt met het organiseren van de samenwerkingsvorm in het gebied. Om tot uitvoering te komen, stellen we een meertrapsraket voor: 1) Een kwartiermakers-fase (hieronder verder toegelicht); 2) Besluitvorming in de gemeenten over de uitvoeringsfase; 3) De uitvoerings-fase met de daadwerkelijke programma-uitvoering. In eerste instantie richt de kwartiermakers-fase zich op het maken van de koppeling tussen dit regionale spoor en de provinciale processen zoals de regioarrangementen, het VLGG (en NPLG) en het programma Veluwe. Daarop volgend kan een kwartiermaker aan de slag met het optuigen van de programma’s en de manier van samenwerken. De kwartiermakers-fase wordt afgerond uiterlijk september 2024. Deze fase is succesvol als: •

• • • •

10

De koppeling met (boven)regionale processen goed gelegd is, te weten: o De regioarrangementen EHZP en Kop van de Veluwe o Het VLGG (eventueel ook het NPLG) o Provinciale programma Veluwe De koppeling met de gemeentelijke processen goed gelegd is, onder andere: o Ambtelijk eigenaarschap, beschikbaarheid van capaciteit o Lokaal beleid, zoals de omgevingsvisies De samenwerkingsvorm/organisatie staat en alle posten zijn ingevuld/geïdentificeerd; Het financiële kader voor periode 2024-2026 gereed is; Er gestart kan worden met uitvoering van maatregelen.

4.2. Uitvoeren waar dat al kan Per 1 juli heeft de provincie Gelderland een aanvraag gedaan voor een rijksbijdrage vanuit het NPLGtransitiefonds voor zogenaamde “no-regret” maatregelen. anuit de regio zijn bij de provincie elderland zes templates ingediend. Het gaat om aanvragen voor een natuurprogramma, verschillende gebiedsprocessen, een maatregel rondom grondwateronttrekkingen, pilots voor nieuwe agrarische businessmodellen, een pilot/proeftuin voor het creëren van overgangszones en de verkenning van een regionale grondbank. Dit najaar komt er meer informatie over de honorering daarvan. Bij honorering van de ingediende “no-regret maatregelen”, kan ook gedurende de kwartiermakers-fase al worden gestart met de uitvoering. 4.3. Capaciteit Het is belangrijk dat dit traject verder en beter geborgd wordt in de ambtelijke organisaties. Het is noodzakelijk dat daar betrokkenheid ontstaat. Voor de verdere uitvoer van de maatregelen als voorgesteld in dit programma is ook extra (ambtelijke) capaciteit nodig bij de gemeenten, provincie en waterschap. De beschikbaarheid van capaciteit daarvoor is een knelpunt, en in de huidige, krappe arbeidsmarkt is het geen gegeven dat die capaciteit ook ingevuld kan worden.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13518538/1