Programmabegroting VNOG 2025-2028
Tekst van het document
ontwerp
Programmabegroting 2025-2028
28 maart 2024
Inhoudsopgave Voorwoord
3
1. Inleiding
5
2. Missie, visie, opgaven
7
3. Programma’s
10
Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing Programma 2. Brandweerzorg Programma 3. GHOR Programma 4. Meldkamer Oost-Nederland – Meldkamer Brandweer Multi (MKON-MKBM) Programma 5. Directie en Control Programma 6. Bedrijfsvoering Programma 7. Algemene dekkingsmiddelen Programma 8. Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)
4. Overzicht baten & lasten en uitgangspunten
32
5. Paragrafen
37
5.1. Beleidsregels en uitgangspunten reserves 5.2. Weerstandsvermogen en risicomanagement 5.3. Onderhoud kapitaalgoederen 5.4. Financiering / treasury 5.5. Bedrijfsvoering 5.6. Verbonden partijen 5.7. Openbaarheidsparagraaf 5.8. Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (inzet BDUR-ophoging)
Bijlagen
59
Bijlage 1. Kerngegevens Bijlage 2. Gemeentelijke bijdrage 2025 Bijlage 3. Overzicht programma 8 Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen Bijlage 5. Overzicht taakvelden en Beleidsindicatoren Bijlage 6. Geprognostiseerde meerjarenbalans Bijlage 7. Kredieten 2025-2028 Bijlage 8. Overzicht van de gekwantificeerde- en niet-gekwantificeerde risico’s
Pagina 2 van 71
Voorwoord Voor u ligt de meerjaren programmabegroting 2025-2028 van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). De basis van het werk van VNOG ligt in de twee vragen die de samenleving aan haar stelt. “Ik heb hulp nodig” en “Leer mij gevaar voorkomen”. Ook voor 2025 zijn deze vragen van belang. VNOG heeft dit vertaald in vijf Opgaven in deze begroting, namelijk Incidentbestrijding en crisisorganisatie, Zelfredzaam en risicobewust, Vakbekwaam en deskundig, Sterke informatiepositie en Gezonde bedrijfsvoering (mensen en middelen). Vrijwel gelijktijdig1 met deze begroting ligt ook het Regionaal Beleidsplan 2025-2028 voor bij de gemeenteraden. In het Regionaal Beleidsplan worden zes speerpunten voorgesteld die passen bij de Opgaven van VNOG voor de komende jaren. Daarbij houden we rekening met ontwikkelingen in de samenleving en kansen voor innovatie. Deze speerpunten hebben we nog niet financieel vertaald in deze begroting, in deze begroting vindt u daarom het vervolg op eerder ingezette activiteiten die we sowieso willen of moeten voortzetten. Incidentbestrijding en crisisorganisatie Brandweer, GHOR en de (multidisciplinaire) crisisorganisatie staan ook in 2025 altijd paraat. We bereiden ons, in intensieve samenwerking met onze partners, voor op verschillende typen incidenten en crises.
Onze brandweer is compact en slagvaardig georganiseerd vanuit 56 brandweerposten, beschikt over voldoende materiaal en is vakbekwaam. Onze GHOR is een netwerkorganisatie met sterke verbindingen en blijft daarin investeren. De crisisorganisatie wordt de komende jaren verder versterkt, onder andere door een extra structurele, oplopende bijdrage vanuit het Rijk (BDuR). Zelfredzaam & risicobewust Wij geloven dat een echte veilige en gezonde regio ontstaat als iedereen daaraan bijdraagt. Onze hulpverleners helpen iedereen, maar liever zien we dat inwoners, bedrijven, overheden en instellingen weten welke preventieve maatregelen genomen kunnen worden en weten wat te doen als er iets aan de hand is. Vanuit het risicobewustzijn bouwen we ook verder aan de natuurbrandbestendigheid van de uitgestrekte en kwetsbare natuurgebieden in onze regio, in nauwe samenwerking met grondeigenaren en terrein-beherende organisaties. Vakbekwaam en deskundig VNOG investeert via opleidingen, oefeningen en trainingen in haar medewerkers, zodat zij vakbekwaam en deskundig blijven. Nieuwe methoden en werkwijzen voeren we in. We zorgen voor aansluiting op de praktijk. Duurzame inzetbaarheid, vitaliteit, leiderschapsontwikkeling, persoonlijke ontwikkeling en de ‘juiste mens op de juiste plek’ hebben een vaste plaats gekregen in het personeelsbeleid van VNOG.
Sterke informatiepositie Nieuwe kansen en ontwikkelingen, zoals rondom (technische) innovatie en informatietechnologie, worden door VNOG aangegrepen. Daarbij heeft het onderwerp informatieveiligheid veel en blijvende aandacht. De informatiepositie wordt de komende jaren verder versterkt, onder door bovengenoemde verhoging van de Rijksbijdrage (BDuR).
1 De concept begroting gaat begin april naar de raden, het concept Beleidsplan eind juni. De begroting wordt in september
vastgesteld, het Beleidsplan in december.
Pagina 3 van 71
Gezonde bedrijfsvoering VNOG kan haar taken alleen uitvoeren als zij financieel gezond is en blijft. Het beschikken over voldoende (betrokken) medewerkers is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. Wij zien dat gemeenten financiële uitdagingen krijgen in deze beleidsperiode, daarom zijn we bijzonder terughoudend in het doen van nieuwe voorstellen. Tegelijkertijd heeft VNOG in de afgelopen jaren € 1,4 miljoen structureel uit haar begroting gehaald, door minder voorzichtig te begroten en door lessen uit de voorgaande jaren in de begroting te verwerken. Namens het dagelijks bestuur VNOG, J. Joon portefeuillehouder Middelen
Medewerkers van VNOG staan dag en nacht klaar om te kunnen optreden bij noodsituaties. Bij heftige incidenten, ongevallen, branden en protestacties. Daarbij laten de collega’s van de brandweer, de crisisorganisatie en GHOR zich van hun professionele kant zien. Ook leveren we een stevige bijdrage aan langdurige crises. Daarbij vervullen we steeds vaker een centrale en verbindende rol. In het online magazine Voorop in Veiligheid lees je hoe we samen werken aan veiligheid! Scan de QR code om het magazine te lezen.
Pagina 4 van 71
1. Inleiding In 2024 maken we voor VNOG een nieuw meerjarig Regionaal Beleidsplan voor de periode 20252028. Het huidige plan loopt eind 2024 af. In het Beleidsplan staat het strategische beleid voor de komende jaren. Het plan gaat in 2024 onder andere eerst nog ter consultatie naar de raden en het plan wordt in december 2024 definitief vastgesteld. Deze begroting 2025 moet bij wet in september 2024 echter al worden vastgesteld en loopt er in tijd dus op vooruit. Vooruitlopend op het nieuwe Beleidsplan beschrijven we in deze begroting 2025 alleen reguliere taken en bestaande plannen en gaan we maar beperkt in op nieuwe ontwikkelingen; er is (nog) géén nieuw beleid (voornemens met een beslag op (structureel, extra) budget) opgenomen. Het Beleidsplan is immers de grondslag voor de begroting, niet andersom. De komst van een nieuw Beleidsplan neemt niet weg dat de hoofdopgaven voor VNOG gewoon door zullen gaan. VNOG blijft altijd antwoord geven op de beide vragen die de samenleving aan haar stelt: hulp bieden bij nood en (helpen bij) voorkomen van gevaar. Daarvoor voert VNOG haar wettelijke taken uit, namelijk brandweerzorg, rampenbestrijding, risico- en crisisbeheersing, bevolkingszorg en geneeskundige hulpverlening. Om deze taken te kunnen uitvoeren verricht VNOG ook alle voorbereidende en administratieve werkzaamheden die hierbij horen.
Daarbij zal VNOG, indachtig haar missie (‘Samen werken aan veiligheid’), de samenwerking met de vele partners opzoeken. Deze hoofdtaken zijn in deze begroting opgenomen. De voorliggende begroting is voor nu dus toegespitst op reguliere taken en bestaande plannen. Rode draad in deze begroting zijn de Opgaven van VNOG. In het nieuwe Beleidsplan zullen die naar verwachting ook worden voortgezet, want zij gelden nog steeds. De Opgaven vormen het concrete antwoord van VNOG op de vragen van de samenleving. Deze Opgaven zijn: • Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises (maatschappelijke opdracht) (Incidentbestrijding en crisisorganisatie) • Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust • Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig • Opgave 3. Sterke informatiepositie • Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) (gezonde bedrijfsvoering) In het Beleidsplan zal VNOG aanvullend op de reguliere taken (nieuwe) speerpunten gaan oppakken. Met deze speerpunten geven we een antwoord op de (maatschappelijke) ontwikkelingen die we voor komende jaren voorzien. Daarmee blijft VNOG voorbereid op de toekomst. Zie hiervoor het Beleidsplan. Indien nodig kan begin 2025 de begroting 2025 nog worden bijgesteld.
Financieel beeld op hoofdlijnen Het financiële effect van de op 14 december 2023 door het AB vastgestelde Kadernota 2025-2028 is verwerkt in deze begroting. Dit betreft onder andere de toegepaste ramingsgrondslagen, loon- en prijsindices, autonome ontwikkelingen en besparingen ter demping van de stijging van de gemeentelijke bijdrage, waarmee de VNOG gehoor geeft aan de oproep hiertoe van diverse gemeenten. Zoals gezegd: de Kadernota 2025 bevatte géén nieuw beleid, in afwachting van het nieuwe Beleidsplan. In hoofdstuk 4 wordt dit verder toegelicht. In voorgaande kadernota’s en begrotingen is reeds aangegeven dat de kapitaallasten dusdanig zullen stijgen dat deze op enig moment niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de
Pagina 5 van 71
beschikbare egalisatiereserve2. Hierdoor wordt een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op termijn noodzakelijk. In voorgaande kadernota’s kon hiervan al een voorlopige berekening gepresenteerd worden. In de Kadernota 2025 is de voorlopige berekening verder verfijnd. De stijging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van de kapitaallasten gaat volgens de huidige berekening in 2027 in (één jaar na het “ravijnjaar 2026” van de gemeentefinanciën). Deze stijging loopt op van structureel € 3 miljoen in 2027 + € 1,5 miljoen in 2028 naar structureel € 4,5 miljoen (in eerdere berekeningen werd nog uitgegaan van € 3 miljoen in 2026 + € 2 miljoen in 2027 naar structureel € 5 miljoen). Tenslotte zijn in deze begroting de risico's herijkt in vervolg op wat daarover is opgenomen in de Kadernota 2025 en de jaarrekening 2023. De ratio van het weerstandsvermogen van VNOG bevindt zich onder de ondergrens van de hiertoe door het AB vastgestelde bandbreedte; dit wordt aan het AB voorgelegd. VNOG moet, met alle ontwikkelingen om haar heen, de gezondheid van haar bedrijfsvoering bewaken en ervoor zorgen dat zij haar Opgaven kan blijven uitvoeren. Hiervoor heeft VNOG ook de gemeenten nodig. Gemeenten staan echter ook voor grote, deels dezelfde, (financiële) uitdagingen die naar verwachting ook komende jaren verdere invloed gaan krijgen. VNOG heeft hier oog voor.
In onderling overleg en met begrip voor elkaars positie wil VNOG hierin samen met de gemeenten optrekken. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de koers van de VNOG, vertaald in de missie, (Toekomst)visie en Opgaven. In hoofdstuk 3 staan de programma’s en welke activiteiten in 2025 worden uitgevoerd met welke middelen, alsook de indicatoren waarmee de voortgang op de Opgaven periodiek wordt gemeten. Hoofdstuk 4 bevat het overzicht van baten en lasten en de toegepaste ramingsgrondslagen uit de Kadernota 2025. In dit hoofdstuk is de Kadernota 2025 e.v. verwerkt. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de verplichte paragrafen. Daarna volgen bijlagen met diverse (onder andere financiële) overzichten.
2 Uiteraard is het afhankelijk van (het tempo van) de voorgenomen investeringen en van de verkoop van af te stoten mate-
rieel, wanneer de reserve daadwerkelijk zal zijn uitgeput.
Pagina 6 van 71
2. Missie, visie, opgaven Vragen van de samenleving en Missie De samenleving stelt grofweg twee vragen aan VNOG: • Ik heb hulp nodig (bij brand, ongevallen, rampen, crises). • Leer mij gevaar te voorkomen (veilig wonen, werken en recreëren). Inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan VNOG. VNOG moet, op grond van haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s, deze vragen beantwoorden. De missie van VNOG daarbij is: “Samen werken aan veiligheid”. Zoals in de Inleiding van deze begroting geschetst komt er een nieuw Beleidsplan. De twee vragen van de samenleving en de missie van VNOG zijn echter nog steeds geldig en blijven ook in het nieuwe Beleidsplan de basis vormen; ze zijn immers geworteld in de wettelijke taken van VNOG en die veranderen niet. Naar verwachting zal daarom de formulering van de vragen en missie, al dan niet met een kleine tekstuele bijstelling, in het nieuwe Beleidsplan worden voortgezet. Opgaven De Opgaven van VNOG vormen het antwoord op de beide vragen van de samenleving. De huidige Opgaven zijn breed gesteld en daarmee toekomstbestendig. Naar verwachting worden zij doorgezet in het nieuwe Beleidsplan: • Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises (maatschappelijke opdracht) • Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust • Opgave 2.
Vakbekwaam & deskundig • Opgave 3. Sterke informatiepositie • Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde, gezonde bedrijfsvoering) De Opgaven vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG, waaronder deze opgavegerichte begroting. Visie De visie beschrijft hoe VNOG haar missie gestalte geeft. Naar verwachting zal de visie in het nieuwe Beleidsplan (al dan niet met wat aanvullingen/aanpassingen) worden voortgezet, want de punten hierin zijn ook nog steeds geldig. De huidige visie luidt: − VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. Het is een operationele organisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan de inwoners en bezoekers van de regio. − Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. VNOG speelt in op demografische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s. VNOG is een toekomstbestendige veiligheidsregio. − VNOG werkt met compacte en slagvaardige posten in een fijnmazig netwerk van posten, met passend materieel met goed getrainde vrijwilligers vanuit een versterkte informatiepositie.
− VNOG verzamelt, duidt en verspreidt informatie (waardoor zorg en hulp verbeteren) en biedt handelingsperspectieven. − VNOG stimuleert inwoners, instellingen en bedrijven tot zelf- en samenredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid bij incidenten, rampen en crises en het voorkomen daarvan.
Pagina 7 van 71
−
VNOG werkt samen met vele partners (zoals: gemeenten, GGD, andere veiligheidsregio’s (Oost5), waterschappen, omgevingsdiensten, NIPV, regionaal, interregionaal, landelijk en internationaal (bijv. Duitse buren).
Ontwikkelingen Voor het nieuwe Beleidsplan 2025-2028 is gekeken naar (maatschappelijke) ontwikkelingen en trends. Daarbij is verkend met welke (nieuwe) uitdagingen VNOG te maken krijgt, wat de samenleving gaat verwachten en hoe VNOG zich hierbij kan positioneren. In het Beleidsplan zijn hiervoor vervolgens (nieuwe) speerpunten geformuleerd voor de komende beleidsperiode. Zie voor de geïdentificeerde ontwikkelingen en speerpunten straks het Beleidsplan. Samenvatting VNOG (op basis van het huidige Beleidsplan, in afwachting op nieuwe Beleidsplan) De vragen van de samenleving en het antwoord van VNOG daarop:
Crisisbeheersing
Kernwaarden: daadkrachtig – deskundig - gepassioneerd
Pagina 8 van 71
Opgavegericht In deze begroting komen, zoals aangegeven, de Opgaven van VNOG als rode draad terug (opgavegerichte begroting). Door opgavegericht te werken, wordt beoogd doelgerichter keuzes te kunnen maken en (bij) te kunnen sturen. De organisatiestructuur (de programma’s en afdelingen) blijft echter wel leidend bij het opstellen van de begroting. Dat betekent dat hoofdstuk 3 is ingedeeld volgens de programma’s, maar dat hier vervolgens de beleidsdoelen per Opgave staan (de vraag: “wat willen we bereiken”) en dat ze hier daarna zijn uitgewerkt, door per beleidsdoel de concrete activiteiten van het programma voor 2025 te beschrijven (vraag: “wat gaan we ervoor doen”). Vervolgens zijn er per Opgave indicatoren (vraag: “hoe gaan we dat meten”), die terugkomen op de Prestatiekaart van VNOG (die ook volgens de Opgaven is ingedeeld). Tenslotte zijn per programma de beschikbare middelen weergegeven (vraag: “welke middelen hebben we daarvoor beschikbaar”). Voor verantwoording zijn per Opgave zoals gezegd indicatoren opgenomen. Met de indicatoren wordt periodiek de voortgang gemeten. Daarnaast zijn in de diverse paragrafen van deze begroting ook kengetallen, ratio’s, toelichtingen op berekeningsmethoden en (ramings)grondslagen opgenomen: − paragraaf 5.2.
‘Weerstandvermogen en risicomanagement’: ratio weerstandsvermogen, netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte; − paragraaf 5.4. ‘Financiering & treasury’: kasgeldlimiet, renterisiconorm; Tenslotte zijn, als gebruikelijk, ook de verplichte beleidsindicatoren vanuit het BBV opgenomen: − Bijlage 5 ‘Beleidsindicatoren’: formatie en bezetting (in aantal fte per 1.000 inwoners), apparaatskosten per 1.000 inwoners, externe inhuur en overhead als percentage van de totale lasten. Met behulp van de indicatoren, kengetallen, ratio’s en grondslagen kan doelgerichter worden gerapporteerd en gestuurd.
Pagina 9 van 71
3. Programma’s Programma:
1. Risico- en Crisisbeheersing
Programmahouder:
mevr. A.H. Bronsvoort
Welke Opgaven voert Risico- en Crisisbeheersing primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De afdeling Risico- en Crisisbeheersing (RCB) heeft een breed takenpakket en is betrokken in verschillende fasen van de veiligheidsketen. Daarbij gaat het onder andere over het analyseren van risico’s, het adviseren op omgevingsvisie, -plannen en -vergunningen, het adviseren en voorlichten van inwoners in het kader van zelfredzaamheid en risicobewustwording, het onderhouden van het netwerk van crisispartners, het voorbereiden van de crisisorganisatie op mogelijke incidenten, rampen en (langdurige)crises en het bieden van operationele informatie voor de operationele functionarissen. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises a. In samenwerking met partners voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises door informatiegestuurd en risicogericht te werken. Bij incidenten, rampen en (langdurige) crises is VNOG in staat om flexibel en slagvaardig op te treden. b.
De afdeling werkt, naar aanleiding van landelijke afspraken, samen met andere afdelingen van VNOG aan de versterking van crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDuR. Zie de separate paragraaf 5.8. hierover. 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Met behulp van (innovatieve) campagnes gericht op duurzame gedragsverandering, voorlichting en advisering de zelfredzaamheid en het zelforganiserend vermogen van inwoners, bedrijven en instellingen vergroten. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Het verder vormgeven van een netwerk met (internationale) partners in het kader van samenwerking crisisbeheersing. b. Als netwerkpartner toegerust zijn om tijdig (integrale) veiligheidsadvisering te verlenen aan de gemeenten en andere partners. c. Deelnemers aan de multidisciplinaire crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend. 3. Sterke informatiepositie a. Door gegevens te verzamelen, koppelen en analyseren zicht krijgen op en duiding geven aan risico’s en potentiële veiligheidswinst als basis voor risicogericht adviseren. b. Bij de voorbereiding op inzetten en gedurende inzetten acteren op basis van een actueel informatiebeeld en scenario’s.
Pagina 10 van 71
Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises. RCB: − geeft uitvoering aan het regionaal crisisplan, beleidsplan en regionaal risicoprofiel; − voert de activiteiten uit voor de landelijk afgesproken versterkingsopgaven van crisisbeheersing, informatievoorziening en samenwerking tussen regio en Rijk (n.a.v. verhoging rijksbijdrage BDuR). Zie de separate paragraaf 5.8. hierover; − faciliteert en regisseert een breed regionaal platform waar kennis vanuit de samenleving op specifieke terreinen wordt samengebracht en waar crisispartners bijeenkomen ter bevordering van het zelf-organiserend vermogen; − bouwt verder aan goede samenwerkingsrelaties met onze 22 gemeenten, de omgevingsdiensten, GGD en het samenwerkingsverband van veiligheidsregio’s “Oost-5” en werkt aan nieuwe allianties om daarmee een basis te leggen voor integrale veiligheidsadvisering (o.a. gezondheid-, water-, milieu-, evenementen- en brandveiligheid) aan gemeenten; − beheert de afsprakenlijsten bij de convenanten en onderhoudt de verbinding met het netwerk aan crisispartners; − ondersteunt de VNOG-gemeenten in hun crisistaken op het gebied van bevolkingszorg en crisiscommunicatie. 1. Zelfredzaam en risicobewust.
RCB: − werkt aan de versnelde gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing vanuit de interregionale werkorganisatie (projectfase); − werkt volgens een ontwikkelagenda aan een expertisecentrum ‘gedrag en veilige leefomgeving 2025-2028’; − onderzoekt de risicoperceptie van burgers op basis van de thema’s uit het regionaal risicoprofiel en intervenieert waar mogelijk; − analyseert risico- en doelgroepen en organiseert (publieks)campagnes op basis van de regionale gedragsstrategie voor duurzame gedragsinterventies; − verstevigt het netwerk rondom gedrag en veiligheid en benut kansen om meer partners aan te laten haken in campagnes; − ondersteunt en bevordert innovatieve projecten in het kader van gedrag en veilige leefomgeving; − adviseert risicogericht aan gemeenten en partners aan de hand van een vastgesteld dienstverleningsconcept; − past bij bedrijfsbezoeken het principe van het risicogericht werken toe. Op basis van de risico’s kan praktisch worden nagedacht over de aspecten waar de veiligheidsregio zich proactief op voor kan bereiden en welke handelingsperspectieven er geboden kunnen worden. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Het verder vormgeven van een netwerk met (internationale) partners voor crisisbeheersing.
RCB: − versterkt de samenwerking in Oost-Nederland, met het Rijk en met Duitsland op het gebied van onder andere onze gezamenlijke informatiepositie en vakbekwaamheid; − verkent de mogelijkheden voor netwerkregie en platformfunctie VNOG. b. Als netwerkpartner toegerust zijn om tijdig (integrale) veiligheidsadvisering te verlenen. RCB: − ontwikkelt het risicogericht werken aan de hand van de routekaart; − blijft investeren in het versterken van de vaardigheden van adviseurs, gericht op het toepassen van de risicogerichte advisering; − implementeert het in 2024 ontwikkelde beleidskader ‘nieuwe risico’s’ (waaronder klimaatadaptatie en veilige energietransitie); − implementeert de doorontwikkeling van Bevolkingszorg.
Pagina 11 van 71
c. Deelnemers multidisciplinaire crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend. RCB: − werkt verder aan de doorontwikkeling naar een moderne MOTO-organisatie; − ontwikkelt een regionale multidisciplinaire kennisbank ter ondersteuning van de diverse operationele crisisfunctionarissen; − onderhoudt regionale poules voor operationele informatievoorziening (informatiemanagers, beleidsondersteuners, loggers, plotters en andere ontkleurde functionarissen) en de faciliteiten die hiervoor nodig zijn. 3. Sterke informatiepositie a. Informatie als basis voor risicogerichte advisering. RCB: − werkt verder aan een duurzame toepassing van de digitwin als onderdeel van het informatiegestuurd werken ter ondersteuning van de informatiebehoefte van adviseurs; − ontwikkelt de Risico Analyse Monitor – Kenmerkenschema (RAM) door over de meerdere thema’s binnen het regionaal risicoprofiel. − brengt gevraagd en ongevraagd advies uit op basis van de risico’s uit de periodiek herijkte risicoprofielen, zowel in de ontwerp- als de gebruiksfase van de publieke/fysieke leefomgeving; − ontwikkelt een toekomstbestendig afwegingskader voor operationele informatiekaarten en richt hiervoor een beheerproces in; − levert een bijdrage aan het opstellen van de functionele eisen voor het zaaksysteem waarmee de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet geborgd blijft; b.
VNOG acteert op basis van een actueel informatiebeeld en scenario’s. RCB: − verzamelt, koppelt, analyseert en gebruikt gegevens t.b.v. regionaal risicoprofiel en werkt verder aan (en met) een dynamisch en actueel risicobeeld (Veiligheidsinformatie en Coördinatiecentrum, VICC); − levert een bijdrage in de ontwikkeling van het Informatiegestuurde Veiligheidsbeeld Oost-5 ten behoeve van KCR-2 (Knooppunt Rijk-Regio’s); − zorgt dat de risico’s en dreigingen in een dynamisch risicoprofiel continu gemonitord en beschikbaar gesteld worden aan de operationele organisatie (inclusief de netwerkpartners); − past het scenariodenken, in lijn met de daartoe ontworpen methodiek, toe bij (dreigende) crisis/crises; − onderhoudt de crisisruimten en vervangt tijdig de technische hulpmiddelen om aan te blijven sluiten bij interregionale en nationale standaarden en het informatiegestuurd werken. Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart wordt twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen.
Pagina 12 van 71
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Realisatie 2023
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
297.830 7.277.633 -6.979.803 132.230 132.230 0 1.109.357 2.685.364 -1.576.006
Regionaal Brandmeldsysteem
Overig
Rente en afschrijving
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
8.104.675 -8.104.675
8.019.800 -8.019.800
7.979.800 -7.979.800
7.949.800 -7.949.800
7.909.800 -7.909.800
0 1.769.285 -1.769.285
0 1.743.260 -1.743.260
0 1.978.960 -1.978.960
0 1.978.960 -1.978.960
0 1.978.960 -1.978.960
76.767 -76.767
27.300 -27.300
4.500 -4.500
5.500 -5.500
33.500 -33.500
32.000 -32.000
-8.632.576
-9.901.260
-9.767.560
-9.964.260
-9.962.260
-9.920.760
570.035 119.233 450.801 450.801
651.000 651.000 651.000
-8.181.774
-9.250.260
-9.767.560
-9.964.260
-9.962.260
-9.920.760
Mutaties reserves 1.0 Risico- en crisisbeheersing
Saldo reserves Resultaat
Baten Lasten Saldo
Pagina 13 van 71
Programma:
2. Brandweerzorg
Programmahouder:
dhr. M. Boumans
Welke Opgaven voert Brandweerzorg primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De afdeling Brandweerzorg (BWZ) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week paraat om incidenten af te handelen. Deze taak wordt op een doeltreffende en veilige wijze voorbereid en ondersteund door aandacht te hebben voor Materieel & Logistiek, Vakbekwaamheid en Nazorg. Tevens heeft BWZ de juiste informatie op de juiste wijze en op het juiste moment beschikbaar, zodat voorafgaand en ten tijde van een incident adequaat kan worden opgetreden. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 0. Het beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Het zo snel mogelijk bieden van hulp aan burgers, dieren, bedrijven en instellingen door het leveren van effectieve en kwalitatieve brandweerzorg die is afgestemd op de risico’s in het gebied van VNOG; b. Materieel en materiaal is functioneel en doelmatig en is 24/7 beschikbaar voor uitruk en vakbekwaam worden én blijven conform het dekkings- en spreidingsplan. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Personeel is vakbekwaam om operationeel op te treden; b. Processen en procedures zijn afgestemd op de aanwezige risico’s in het gebied; c. Adequate nazorg wordt geleverd aan de repressieve medewerkers. 3. Sterke informatiepositie a.
Inzicht in gegevens door te onderzoeken, verzamelen, koppelen en analyseren; b. Verbinding in gegevens; c. Achteraf evalueren en bijstellen van het functioneren. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 0. Het beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Bieden van zo snel mogelijke hulp. De afdeling BWZ: − levert brandweerzorg vanuit een compact, slagvaardig en fijnmazig netwerk van brandweerposten met repressieve medewerkers die veilig en doeltreffend (bekwaam) optreden, conform het Dekkingsplan. Hierbij worden innovaties zoals dynamisch alarmeren meegenomen en waar mogelijk geïmplementeerd en wordt Uitruk op Maat (TS-Flex) verder uitgerold; − maakt een eerste tussenevaluatie van de nieuwe Regeling Kazerne dagdiensten voor de posten Doetinchem en Zutphen; − investeert in uitrusting, oefening en opleiding van de Waterongevallen teams (duiken én oppervlakteredding); − zet verdere stappen in de samenwerking Gendringen – Silvolde (opvolgen van onderzoeken naar de toekomstige bedrijfszekerheid in het verzorgingsgebied), het samenvoegen van de posten in het stedelijk gebied Apeldoorn en bij grensoverstijgende samenwerking (zoals Crossfire); − start een onderzoek naar het robuuster inrichten van de piketten voor de operationele leiding.
Pagina 14 van 71
b. Materieel en materiaal. De afdeling BWZ: − zorgt dat het materieel om incidenten te bestrijden – en om op te leiden en te oefenen – beschikbaar en paraat is en dat daarmee doeltreffend en veilig kan worden gewerkt; − werkt aan de aanschaf en implementatie van 145 nieuwe eenheden en draagt zorg voor het afstoten van bestaande voertuigen conform een levering- en afstootschema; − start op werklocaties met een aantal dienstbussen en -auto’s met alternatieve aandrijving; − werkt aan de implementatie van nieuwe bepakking, waaronder innovatieve blusmiddelen met een veiliger, groter en effectiever koelend vermogen; − werkt aan de verdere uitrol van het Operationeel uniform. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Opgeleid en geoefend personeel. De afdeling BWZ: − voert een oefenprogramma uit conform het beleidsplan Vakbekwaamheid waarin verbeterpunten en nieuwe ontwikkelingen zijn verwerkt.
Hierbij is extra aandacht voor grote projecten (blusvoertuigen & bepakking) en specifieke oefenthema’s per post (maatwerk) op basis van risico’s in het eigen verzorgingsgebied; − gaat door op de ingeslagen weg van het meten van de huidige kwaliteit van repressieve medewerkers; − gaat starten met de uitvoering van een nieuwe cyclus van het realistisch oefenprogramma waarbij de scenario’s (meer) aansluiten bij landelijke ontwikkelingen; − investeert in de ontwikkeling van postcommandanten (toekomstbestendig); − organiseert oefeningen in het publieke domein; − start een pilot met bodycams om te onderzoeken of daarmee het lerend vermogen wordt vergroot. b. Processen en procedures. De afdeling BWZ zorgt ervoor dat: − processen en procedures actueel zijn en aansluiten op het risicoprofiel en op elkaar; − procedures zodanig zijn ingericht dat zij informatie verstrekken of toepasbaar zijn tijdens het bestrijden van incidenten en zorgen voor verbinding met externe partners; − belangrijke informatie middels een briefing app wordt gedeeld met de operationele organisatie. c. Nazorg. De afdeling BWZ: − ondersteunt eigen personeel bij o.a.
traumatische ervaringen die zijn opgedaan tijdens het bestrijden van incidenten; − voert evaluaties van incidenten uit in het kader van leren van incidenten; − geeft uitvoering aan de blauwdruk Nazorg wat aansluit bij de wensen en ervaringen uit eerdere trainingen en bijeenkomsten. 3. Sterke informatiepositie. De afdeling BWZ: − draagt informatie uit onderzoek aan voor risicobewustwording, ter bevordering van het lerend vermogen en voor verdere data-analyse. Hierbij is brandonderzoek verbreed tot incident-onderzoek waarbij er ook aandacht is voor Veilige Energietransitie en gevaarlijke stoffen; − gebruikt innovatieve Business-Intelligence (BI)-tools die aansluiten bij landelijke databases. Deze en andere gegevens uit de eigen organisatie en van netwerkpartners worden onderzocht, verzameld, gekoppeld en geanalyseerd en zichtbaar gemaakt in dashboards voor leidinggevenden; − participeert in diverse landelijke- en regionale werkgroepen, onder andere op actuele thema’s, zoals energietransitie, het netwerk vrijwilligheid, de bouwsteen Verplichtend karakter en natuurbrandbeheersing.
Pagina 15 van 71
Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van de VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Vrijwilligers vergoedingen Baten Lasten Saldo Vrijwilligers overig Baten Lasten Saldo Operationele voorbereiding Baten Lasten Saldo Materieel en logistiek Baten Lasten Saldo Vakbekwaam worden en blijven Baten Lasten Saldo Overig Baten Lasten Saldo Rente en afschrijving Baten Lasten Saldo Mutatie(s) reserve(s) Baten Lasten Saldo Totaal saldo baten en lasten
Realisatie 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
11.299.700 -11.299.700
11.299.700 -11.299.700
11.207.700 -11.207.700
10.877.700 -10.877.700
10.712.700 -10.712.700
8.780.000 -8.780.000
8.778.000 -8.778.000
8.772.000 -8.772.000
8.772.000 -8.772.000
8.772.000 -8.772.000
246.788 -246.788
226.800 -226.800
246.800 -246.800
246.800 -246.800
246.800 -246.800
246.800 -246.800
11.185 -11.185 243.337 3.054.341 -2.811.003
30.000 -30.000
30.000 -30.000
30.000 -30.000
30.000 -30.000
30.000 -30.000
2.939.905 -2.939.905
3.001.905 -3.001.905
2.982.005 -2.982.005
2.944.005 -2.944.005
2.944.005 -2.944.005
2.898.541 -2.898.541 9.840 60.763 -50.923
3.504.560 -3.504.560 14.000 102.240 -88.240
3.330.560 -3.330.560 14.000 102.240 -88.240
3.514.810 -3.514.810 14.000 102.240 -88.240
3.494.810 -3.494.810 14.000 102.240 -88.240
3.494.810 -3.494.810 14.000 102.240 -88.240
4.432.442 -4.432.442
6.287.800 -6.287.800
7.185.000 -7.185.000
8.870.000 -8.870.000
10.231.000 -10.231.000
9.686.000 -9.686.000
-29.936.376
-33.157.005
-33.960.205
-35.711.555
-36.684.555
-35.974.555
270.490 1.238.145 -967.655 -967.655
803.000
515.000
249.000
803.000 803.000
515.000 515.000
249.000 249.000
-30.904.032
-32.354.005
-33.445.205
-35.462.555
-36.684.555
-35.974.555
6.633 11.095.756 -11.089.122 6.695 8.403.067 -8.396.372
Mutaties reserves 2.0 Brandweerzorg
Saldo reserves Resultaat
Baten Lasten Saldo
Pagina 16 van 71
Programma:
3. Geneeskundige Hulpverlenings-Organisatie in de Regio (GHOR)
Programmahouder:
dhr. W. Jaeger
Welke Opgaven voert de GHOR primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) coördineert - op basis van de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio’s - de geneeskundige zorg bij incidenten, crises en rampen. Het doel is om zoveel mogelijk slachtoffers te voorkomen en indien er toch slachtoffers zijn, hen de best beschikbare zorg te laten bieden. Dit gebeurt door de hulpverlening tijdens incidenten te laten functioneren als één (witte) keten. De GHOR draagt bij aan de voorbereiding van deze geneeskundige hulpverleningsorganisatie. Dit vereist veel afstemming met ketenpartners uit de zorgsector, zoals ambulancedienst, de GGD, ziekenhuizen en huisartsen. Onder regie van het openbaar bestuur werkt de GHOR ook nauw samen met de partners binnen de veiligheidsregio, gemeenten en andere diensten en zorginstellingen. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Het zoveel mogelijk voorkomen van slachtoffers en indien er toch slachtoffers zijn, hen de best beschikbare geneeskundige en psychosociale zorg te (laten) bieden. b. Voorzien in (structurele) advisering over veiligheid en gezondheid aan (zorg)partners. c.
Het borgen van ketencontinuïteit in de zorg. d. De GHOR werkt, n.a.v. landelijke afspraken, samen met andere afdelingen aan de versterking van crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDuR. Zie hiervoor de separate paragraaf (5.8.) hierover. 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Volgen van ontwikkelingen en bij elkaar brengen van diverse organisaties en actoren (binnen en buiten veiligheid en zorg) rondom zelfredzaamheid en risicobeheersing, met als doel gezamenlijk voorbereid te zijn op dit maatschappelijke thema. b. Starten met invulling geven aan zelfredzaamheid en burgerparticipatie ter versterking van de slagkracht van de geneeskundige crisisorganisatie, samen met keten-, kolom- en zorgpartners. c. Doorontwikkelen en vernieuwen van het zorgrisicoprofiel, zowel landelijk als regionaal. 2. Crisisorganisatie, Vakbekwaam en deskundig a. De GHOR heeft 24/7 een parate crisisorganisatie beschikbaar bestaande uit bekwame (opgeleide en getrainde) functionarissen in de witte kolom die samenwerken met de netwerkpartners. 3. Sterke informatiepositie a. Verder versterken van de netcentrische werkwijze binnen de witte kolom. b. Groeien in de strategisch/ tactische rol als informatieknooppunt voor geneeskundige informatie. Overig-overkoepelend a.
Strategische visie ontwikkeling en Innovatie
Pagina 17 van 71
Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Voorkomen van slachtoffers en indien nodig zorg te (laten) bieden. De GHOR: − voorziet in een flexibele operationele GHOR-organisatie (24/7) voor de coördinatie van de geneeskundige zorg bij incidenten, crises en rampen; − werkt samen met zorgorganisaties zodat het zorgnetwerk goed is voorbereid op rampen en crises en slachtoffers toegang hebben tot (acute) zorg tijdens rampen en crises; − werkt samen met de GGD zodat slachtoffers toegang hebben tot psychosociale hulpverlening bij rampen en crises en andere crisisprocessen op gebied van publieke gezondheid (infectieziektebestrijding, medische milieukunde en gezondheidsonderzoek na rampen); − werkt samen met multidisciplinaire partners en openbaar bestuur zodat zorgnetwerk, veiligheidsregio en openbaar bestuur goed op elkaar zijn aangesloten; − onderhoudt en borgt de contacten in het netwerk van zorg, veiligheid en openbaar bestuur en gebruikt hiervoor een relatiemanagementsysteem; − werkt nauw samen in Oost-5 en op landelijk niveau. b. Voorzien in (structurele) advisering over veiligheid en gezondheid.
De GHOR: − adviseert onder andere bij (grote) evenementen, omgevingsveiligheid, zorgcontinuïteit, nieuwe risico's en incidenttypen, ingrijpende gebeurtenissen en sociale veiligheid; − geeft uitvoering aan het in 2019 vastgestelde beleidsplan advisering GHOR; − volgt veranderingen in o.a wetgeving (Wvr, Wpg, Omgevingswet), zorgakkoorden (IZA, GALA), werkwijzen (evenementenadvisering), toekomstig zorglandschap, samenleving (energietransitie) voor een actuele en integrale advisering; − onderhoudt contacten met gemeenten. c. Het borgen van ketencontinuïteit in de zorg. De GHOR: − monitort en duidt de regionale drukte in de zorg en signaleert knelpunten (samen met het ROAZ); − maakt afspraken met (acute) zorgaanbieders over de voorbereiding op- en inzet tijdens rampen en crises; − stimuleert niet-acute zorgaanbieders tot het borgen van zorgcontinuïteit; − houdt bijeenkomsten voor alle zorgpartners in de regio om ontwikkelingen te bespreken en het netwerk te versterken. d. Samenwerken met andere afdelingen aan de verschillende opgaven. De GHOR: − werkt bij verschillende opgaven samen met afdeling RCB en CB binnen VNOG; − zet communicatie in voor de verschillende opgaven. 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Volgen ontwikkelingen en bij elkaar brengen actoren.
− In samenwerking met de GGD en Crisisbeheersing ontwikkelt de GHOR een plan van aanpak voor het vergroten en verbeteren van zelfredzaamheid en burgerparticipatie. b. Het regionaal zorgrisicoprofiel. − In samenwerking met ketenpartners start de GHOR een vervolgproject voor de implementatie van verbeterpunten. 2. Vakbekwame en deskundige crisisorganisatie − De GHOR investeert samen met de regionale ambulancevoorziening (RAV) en het Nederlandse Rode Kruis in het opleiden, trainen en oefenen van alle functionarissen in hun rol binnen de GGB (Grootschalige Geneeskundige Bijstand) zoals vastgelegd in het convenant met het Witte kruis.
Pagina 18 van 71
−
−
− − − −
De digitale, innovatieve werkvormen zoals het actief delen van kennis met de operationele functionarissen worden verder ontwikkeld. De verbinding met het VICC VNOG (Veiligheids Informatie en Coördinatiecentrum) vanuit de GHOR witte informatiebron wordt ontwikkeld. Door het aanbieden van individuele leertrajecten, inzetevaluatie en registratie van oefeningen en trainingen wordt de (blijvende) vakbekwaamheid van operationele functionarissen en teams bevorderd en geborgd. Het veiligheidspaspoort is daarbij een belangrijk hulpmiddel. Er is aandacht voor activiteiten door zorginstellingen gericht op zelfredzaamheid en burgerparticipatie. Participatie en samenwerking met partners in de witte keten, ROAZ OTO steunpunten en de GHOR vakbekwaamheid en crisisorganisatie Oost-5 niveau vinden plaats. Het monitoren van ontwikkelingen van de crisisorganisatie meldkamer MKON. Het evalueren van het model OVDG zoals vastgelegd in het projectplan.
3. Sterke informatiepositie. De GHOR: − volgt de verdere positionering en inrichting van de witte meldkamer(s) in de Landelijke Meldkamer (LMS) op de voet, vanwege de invloed daarvan op de aansturing, opschaling en informatievoorziening binnen de witte kolom; − draagt bij aan de verdere versterking van de netcentrische werkwijze binnen de witte kolom door middel van opleiden, trainen en oefenen met ketenpartners in het gebruik van LCMS-GZ; − neemt deel aan het project Witte Informatiebron Oost-5, waarmee permanente monitoring van het geneeskundig beeld en van de actuele beschikbaarheid van acute zorg mogelijk wordt; − sluit aan bij andere regionale initiatieven van ketenpartners rondom informatievoorziening ten behoeve van een sterke informatiepositie; − werkt samen met GHOR afdelingen en Acute Zorgregio’s aan de doorontwikkeling op schaalgrootte Oost-5; − draagt bij aan de doorontwikkeling van het VICC binnen VNOG; − Implementatie Toekomstvisie: De GHOR faciliteert het op incidentlocatie beschikbaar hebben van informatie uit de witte kolom en zoekt daarbij de samenwerking binnen VNOG. 4. Overig-overkoepelend.
De GHOR werkt aan: − Evaluatie GHOR-organisatie − Strategische sturing − Oriëntering robuuste GHOR-organisatie − Intensivering samenwerking crisisorganisatie GGD Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van de VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen.
Pagina 19 van 71
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
Overig
Rente en afschrijving
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten
Realisatie 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
1.141.400 -1.141.400 29.802 720.805 -691.003
1.850.400 -1.850.400 48.000 379.200 -331.200
1.850.400 -1.850.400 48.000 379.200 -331.200
1.850.400 -1.850.400 48.000 379.200 -331.200
1.850.400 -1.850.400 48.000 379.200 -331.200
1.850.400 -1.850.400 48.000 379.200 -331.200
33.100 -33.100
27.500 -27.500
27.500 -27.500
27.000 -27.000
27.000 -27.000
-2.214.700
-2.209.100
-2.209.100
-2.208.600
-2.208.600
-2.214.700
-2.209.100
-2.209.100
-2.208.600
-2.208.600
-1.832.403
Mutaties reserves 3.0 GHOR
Saldo reserves Resultaat
Baten Lasten Saldo
14.000 -14.000 -14.000 -1.846.403
Pagina 20 van 71
Programma:
4. Meldkamer Oost-Nederland (MKON) – Meldkamer Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking (MKONMKBM)
Programmahouder:
dhr. J.N. Rozendaal
Welke Opgaven voert de MKON-MKBM primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De meldkamer is dé betrouwbare verbinding tussen de hulpverlening en de bevolking en werkt als meld-, regel- en coördinatiecentrum, waar alle meldingen van brandweer, politie en geneeskundige zorg binnen komen. De meldkamer alarmeert de hulpverleningsdiensten, stuurt deze aan en verzorgt de multidisciplinaire opschaling. De Meldkamer Oost-Nederland (MKON) bedient Gelderland en Overijssel en is actief sinds maart 2023. De MKON is gevestigd in Apeldoorn. De MKON wordt ondersteund door de Landelijke Meldkamersamenwerking (LMS), die de meldkamervoorzieningen levert, namelijk het gebouw en de ICTinfrastructuur. De ondersteunende taken op het gebied van Facilitair en IV/ICT zijn ook bij LMS georganiseerd. Een zelfstandig organisatieonderdeel binnen de MKON is de Meldkamer Brandweer/Multidisciplinaire samenwerking (MKBM). Deze MKBM valt onder verantwoordelijkheid van de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel. MKBM verzorgt de meldkamerfunctie van de brandweer en voert alarmerings- en coördinatietaken uit ten behoeve van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.
Het centrale werkgeverschap voor de MKBM is door de vijf veiligheidsregio’s belegd bij VNOG; de medewerkers zijn dan ook bij VNOG in dienst en uitgaven verlopen via de VNOG-begroting. Hoewel georganiseerd binnen VNOG als werkgever van het meldkamerpersoneel, bepalen de vijf veiligheidsregio’s wat er door de MKBM geleverd wordt. Het functioneren van de MKBM valt onder hun gezamenlijke verantwoordelijkheid. Naast het werkgeverschap voert VNOG als werkgever bepaalde bedrijfsvoeringtaken voor de MKBM uit, waaronder financiën, HRM, administratie en secretariële ondersteuning (die bij VNOG binnen de afdeling Bedrijfsvoering georganiseerd zijn), opleidingen, bijscholingen, bepaalde oefeningen, personele aangelegenheden, Arbo, verzekeringen, persoonlijke ICT-middelen en licenties. De vijf algemeen besturen van de betrokken veiligheidsregio’s hebben een Organisatieplan voor hun MKBM vastgesteld, waarin doelen, taken, activiteiten, structuur, governance, financiën, etc. zijn beschreven. Daarnaast is ook een convenant afgesloten tussen de veiligheidsregio’s, zoals de Wet voorschrijft. De navolgende beleidstekst put uit het vastgestelde Organisatieplan. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a.
De wettelijke kerntaak is leidend: het 24/7 aannemen, verwerken en begeleiden van noodmeldingen uiteenlopend van kleine incidenten tot rampen en crises. b. De keten van melding, alarmering en begeleiding is snel en betrouwbaar en de continuïteit is gegarandeerd.
Pagina 21 van 71
c. De beschikbaarheid 24/7 van de operationele taak van Calamiteitencoördinator (Caco) is gegarandeerd. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Vergroting van de kennis en vaardigheden van de medewerkers MKBM. 3. Sterke informatiepositie a. Hoogwaardige informatievoorziening vanuit de meldkamer om de inzet van de hulpdiensten op straat zo goed mogelijk te laten verlopen. b. Een bijdrage leveren aan het actuele veiligheidsbeeld van de veiligheidsregio’s. c. Inspelen op de landelijke ontwikkeling van de meldkamers naar informatieknooppunten, door het ontwikkelen en verbeteren van (nieuwe) informatiestromen. d. Volgen van overige landelijke ontwikkelingen die effect (kunnen) hebben op de MKON-MKBM. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises − De centralist meldkamer is verantwoordelijk voor het aannemen, verwerken, uitgeven en afhandelen van alle meldingen voor de vijf veiligheidsregio’s. − De centralist is verantwoordelijk voor het alarmeren van de hoofdstructuur bij rampen en crises en het initieel uitvoeren van het proces waarschuwen en alarmeren bevolking. − Er wordt voorzien in een rooster (beheer en bewaking). − De functie van Calamiteitencoördinator wordt ingevuld door speciaal daarvoor opgeleide CaCo’s.
De taken van de CaCo zijn wettelijk bepaald als functioneel coördinerend op de meldkamer bij (dreigende) grootschalige alarmering/opschaling met twee kerntaken: coördineren van de multidisciplinaire samenwerking en het multidisciplinair afstemmen en delen van informatie. Daarnaast heeft de CaCo een rol in de bewaking van de continuïteit van de meldkamer als geheel. 2. Vakbekwaam en deskundig Er wordt voorzien in ondersteunende functies voor opleiden/oefenen, operationele voorbereiding en kwaliteitszorg; deze worden uitgevoerd als vrijgestelde medewerkers. De volgende activiteiten worden uitgevoerd: − (Mede) ontwikkelen van beleid en voeren van regie op het mono- en multidisciplinair oefenen; − Opstellen en uitvoeren van het oefenplan; − Verbinding hebben met het (inter)regionaal netwerk van vakbekwaamheid; − Bijdragen aan het leren van incidenten en doen van evaluaties voor de meldkamer; − Vertalen/ mede opstellen van planvorming voor gebruik op de meldkamer in geval van evenementen en rampen (implementeren en actualiseren); − Vertalen van de leerpunten uit evaluaties naar procedures en plannen, incl. implementatie; − Implementeren en actualiseren planvorming in GMS; − Zorgen voor goede afstemming en wisselwerking tussen de meldkamer en veiligheidsregio’s ten behoeve van de planvorming; − Evalueren van incidenten; − Afhandelen van klachten. 3.
Sterke informatiepositie − De CaCo vervult op de meldkamer de rol van informatiemanager. − De informatievoorziening van de meldkamer komt tot stand in wisselwerking met de vijf veiligheidsregio’s, op basis van hun bekendheid met het verzorgingsgebied en het inzetpotentieel. − Medewerkers nemen niet louter meldingen aan en alarmeren eenheden, maar voorzien burgers en hulpverleners van handelingsperspectieven en andere relevante informatie. Pagina 22 van 71
− − −
Interne en externe communicatie over uitrukken en incidenten wordt door de veiligheidsregio’s zelf uitgevoerd. We houden de ontwikkelingen rondom de (voorgenomen) uitfasering van het Waarschuwingsen Alarmeringssysteem (WAS-palen) in de gaten en verwerken dit in de werkprocessen. We monitoren de ontwikkelingen in de samenwerking met de meldkamer ambulance en de zorgcoördinatiecentra met als doel het waarborgen van een adequate coördinatie van de hulpverlening.
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Alle kosten van de primaire meldkamerorganisatie MKON-MKBM en de daarvoor benodigde bedrijfsvoering door VNOG worden gedragen door alle vijf de veiligheidsregio’s op basis van het inwoneraantal als objectieve verdeelmethodiek. De bijdrage van de veiligheidsregio’s en de kosten verlopen via de VNOG-begroting. De financiële risico’s worden op basis van de gehanteerde verdeelsleutel verdeeld over de deelnemende partijen. Met VNOG zijn afspraken gemaakt voor de verwerking in de begroting en daarmee voor de verrekening van de (structurele en incidentele) kosten van ondersteunende taken op het gebied van onder andere HRM en Financiën. Product
L/B
Realisatie 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
238.651 3.505.224 -3.266.573 2.733.243 265.087 2.468.156
4.629.600 -4.629.600 3.579.000 337.400 3.241.600
4.671.750 -4.671.750 4.151.500 815.000 3.336.500
4.671.750 -4.671.750 4.151.500 815.000 3.336.500
4.671.750 -4.671.750 4.151.500 815.000 3.336.500
4.671.750 -4.671.750 4.151.500 815.000 3.336.500
17.332 -17.332
27.000 -27.000
28.500 -28.500
28.000 -28.000
28.500 -28.500
33.000 -33.000
-815.748
-1.415.000
-1.363.750
-1.363.250
-1.363.750
-1.368.250
-1.415.000
-1.363.750
-1.363.250
-1.363.750
-1.368.250
Overig
Rente en afschrijving
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten
Mutaties reserves 4.0 MON
Saldo reserves Resultaat
Baten Lasten Saldo
373.411 -373.411 -373.411 -1.189.160
Pagina 23 van 71
Programma:
5. Directie, Control en Staf
Programmahouder:
dhr. A.J.M. Heerts
Welke Opgaven voeren Directie, Control en Staf primair uit? Directie, Control en Staf zijn verantwoordelijk voor alle Opgaven van VNOG en dragen zorg voor de ondersteuning van bestuur, directie en management. Dit betreft met name strategisch beleidsadvies, controle op het proces van planning en control, kwaliteit van besluitvorming en advisering over interne en externe communicatie. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? Opgaven 0. t/m 4. (alle opgaven) a. Het behalen, behouden en monitoren van het dienstverleningsniveau zoals in het in december 2024 vast te stellen Regionaal Beleidsplan 2025-2028 is beschreven, binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen. b. Het informeren van het bestuur, de directeur en het management over de mate van besturing en beheersing in de organisatie. c. Het versterken van de relatie en samenwerking met de gemeenteraden en de colleges en met externe partners, zoals GGD NOG, andere veiligheidsregio’s en NIPV. d. Het verder werken aan een verbeterde (financiële) transparantie. e. In control blijven stimuleren door middel van visitaties, het uitvoeren van audits, het toetsen van voorstellen resp. besluiten op uitvoerbaarheid resp. uitvoering en het adviseren van directie en bestuur.
Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? Directie: − stuurt op de ontwikkeling van de organisatie; − stuurt op de realisatie van de doelstellingen uit het (in december 2024 vast te stellen) Regionaal Beleidsplan 2025-2028; − stimuleert innovatie; Nieuwe risico’s en de snel veranderende werkelijkheid stellen andere eisen aan VNOG en vragen om flexibiliteit, veerkracht, nieuwe (advies) vaardigheden en innovatieve oplossingen. Er valt hierbij te denken aan de klimaatverandering, energietransitie, digitale veiligheid, nieuwe vereisten uit de Omgevingswet. VNOG bereidt haar medewerkers hierop voor door training en opleiding. En door nieuwe samenwerkingen te zoeken, zoals met het landelijke NIPV, andere veiligheidsregio’s (zeker die in Gelderland en Overijssel: ‘Oost-5’), gemeenten, private partijen. Hierbij worden innovatieve ideeën uitgewerkt, uitgetest en toegepast, zie bij de diverse programma’s in dit hoofdstuk 3 en paragraaf 5.5. − stemt verwachtingen tussen de medewerkers, posten, het MT en het bestuur af, door: o zichtbaarheid van de directeur en het management; o tijdig informeren over ontwikkelingen; o een transparant besluitvormingsproces; o nieuwe overzichten en dashboards die in één oogopslag inzicht geven; o het inrichten van heldere werkprocessen; o ondersteuning van de voorzitter NIPV, dhr. Heerts; o te investeren in relatiebeheer, door o.a.
extra te investeren in het (inhoudelijk) goed informeren van de raden en de samenwerking met de raden verder te bevorderen en te ontdekken hoe een gezamenlijke adviescommissie van raadsleden hier aan kan bijdragen. − monitort de beheersing en (bij)sturing hierop door: o inhoudelijke beheersing door bewaking van het dienstverleningsniveau;
Pagina 24 van 71
o o
−
financiële beheersing door monitoring van de planning en control cyclus; personele beheersing door het nemen van uitvoeringsbesluiten over de formatie en door monitoring van het personeelsbestand (binnen dit programma worden kosten van bovenformatieve medewerkers en in sommige specifieke gevallen inhuur verantwoord. Deze worden gecompenseerd binnen het geheel van de personele lasten). bouwt en behoudt sterke relaties met de multidisciplinaire partners, buurregio’s en internationale samenwerkingsverbanden van de veiligheidsregio. Hierbij is speciale aandacht voor samenwerking op Oost-5 niveau, met de GGD NOG, het NIPV en met Duitse buurregio’s. Gezien het risicoprofiel van VNOG springt hierbij het thema natuurbrandbeheersing en -bestrijding nadrukkelijk in het oog. Hierbij wil VNOG samen met andere veiligheidsregio’s (o.a. in Oost-5) en nationaal (met het NIPV) kennis en vaardigheden verder uitbouwen en zaken samen oppakken.
Control: − verricht onderzoeken en audits; − biedt ondersteuning bij en rapporteert op hoofdlijnen over de uitkomsten van de verbijzonderde interne controle aan de directie en het bestuur; − adviseert over de uitvoerbaarheid van voorstellen aan het MT en bestuursorganen en ziet toe op de uitvoering van de genomen besluiten; − stimuleert het opzetten van het wettelijk vereiste kwaliteitszorgsysteem inclusief de vastlegging van relevante processen en de beoordeling van de geleverde kwaliteit door de verantwoordelijke proceseigenaar. Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van de VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
Bestuur
Directie overig
Control
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten
Realisatie 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
80.345 707.387 -627.042
551.300 -551.300
551.300 -551.300
551.300 -551.300
551.300 -551.300
551.300 -551.300
29.296 -29.296 396.089 459.710 -63.621
30.000 -30.000 150.000 437.000 -287.000
50.000 -50.000
30.000 -30.000
50.000 -50.000
30.000 -30.000
204.000 -204.000
704.000 -704.000
239.000 -239.000
404.000 -404.000
99.825 -99.825
75.000 -75.000
75.000 -75.000
75.000 -75.000
75.000 -75.000
75.000 -75.000
-819.784
-943.300
-880.300
-1.360.300
-915.300
-1.060.300
-915.300
-1.060.300
Mutaties reserves 5.0 Directie en control
Baten Lasten Saldo
500.000 500.000 500.000
Saldo reserves Resultaat
-819.784
-943.300
Pagina 25 van 71
-880.300
-860.300
Programma:
6. Bedrijfsvoering
Programmahouder:
dhr. J. Joon
Welke Opgaven voert Bedrijfsvoering primair uit? 3. Sterke informatiepositie 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers De afdeling Bedrijfsvoering (BV) ondersteunt het werk van bestuur, management en medewerkers. Uitgangspunt is om, in dialoog met de gebruiker, eenvoud en gemak te organiseren. Informatieveiligheid is daarbij randvoorwaarde. Dat geldt ook voor goed geoutilleerde werkplekken en kazernes. VNOG staat voor transparantie en een rechtmatige bedrijfsvoering. Effectieve communicatie met alle interne en externe doelgroepen wordt ondersteund met moderne hulpmiddelen in een eigentijdse vormgeving. Motivatie van onze medewerkers is alles, daarom wordt geïnvesteerd in training en ontwikkeling van mensen en kunnen collega’s zelf werken aan hun fysieke en mentale fitheid. Taken van de afdeling zijn: beleids- en juridisch advies, communicatie, financiën, inkoop, verzekeringen en praktische ondersteuning, vastgoed, services en projecten, HRM en ARBO, informatisering, archief (DIV) en privacy. De afdeling BV levert een bijdrage aan innovatieve werkwijzen van VNOG, onder andere door het gebruik van hoogwaardige informatietechnologie. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 3. Sterke informatiepositie a. Een goede informatiepositie van alle belanghebbenden (intern, bestuur, samenleving).
De informatievoorziening is betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers a. Een solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. b. Optimale facilitering op gebied van huisvesting, services en projecten. c. Onze medewerkers richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen en resultaten te behalen, die burgers, bestuur en partners van VNOG vragen. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 3. Sterke informatiepositie. BV: − zorgt voor een betrouwbare, integrale informatievoorziening, ingericht volgens de referentie architectuur voor veiligheidsregio’s en landelijke richtlijnen; − zorgt voor informatiebeveiliging en continuïteit conform de landelijke standaarden; − implementeert, gebruikt, beheert en ondersteunt informatiegestuurd werken, onder andere via dashboards, business intelligence en het datawarehouse; − zorgt voor een goede archivering van stukken; − draagt bij aan de integraliteit en kwaliteit van beleids- en bestuursvoorstellen; − zorgt voor (juridische) advisering; − coördineert en verzorgt 24/7 de in- en externe communicatie (ten aanzien van de reguliere activiteiten en bij incidenten, rampen, crises); − ontwikkelt en beheert content en (nieuwe) communicatiemiddelen en waakt over uitstraling, huisstijl en relevantie van boodschappen voor de diverse doelgroepen;