Motivering_Rotonde N798
Tekst van het document
Rotonde N798, Putten Motivering binnen- en buitenplanse omgevingsplanactivitieit, (B)OPA Gemeente Putten
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
6 oktober 2025, projectnummer 250271
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
3
1.3
Leeswijzer
5
Planbeschrijving
6
2.1
Huidige ruimtelijke situatie
6
2.2
Huidige juridisch-planologische situatie
7
2.3
Toekomstige situatie
12
2.4
Strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan
15
Beleidskader
16
3.1
Rijksbeleid
16
3.2
Provinciaal beleid
17
3.3
Regionaal beleid
24
3.4
Gemeentelijk beleid
24
Gevolgen fysieke leefomgeving
27
4.1
Milieueffectrapportage
27
4.2
Bodem
28
4.3
Geluid
29
4.4
Luchtkwaliteit
31
4.5
Geur
33
4.6
Kabels en leidingen
34
4.7
Omgevingsveiligheid
34
4.8
Gezondheid
36
4.9
Water
37
4.10
Klimaatadaptatie
40
4.11
Duurzaamheid
43
4.12
Natuur
43
4.13
Archeologie
47
4.14
Cultuurhistorie
49
4.15
Ontplofbare oorlogsresten
50
4.16
Mobiliteit en parkeren
50
4.17
Ladder voor duurzame verstedelijking
51
4.18
Omgevingskwaliteit
52
5
6
Uitvoerbaarheid
54
5.1
Economische uitvoerbaarheid
54
5.2
Participatie en overleg
54
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Bijlagen Bijlage 1: Inrichtingstekening Bijlage 2: Bodem- en asfaltonderzoek Bijlage 3: Digitaal wateradvies Bijlage 4: Akoestisch onderzoek geluid wegverkeer Bijlage 5: Quick scan flora en fauna Bijlage 6: Nader onderzoek flora en fauna
56
1 Inleiding 1.1
Aanleiding De provincie Gelderland is verantwoordelijk voor het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit, functionaliteit en veiligheid van de provinciale infrastructuur. Ten behoeve van het verbeteren van de verkeersveiligheid bestaat daarom het voornemen een rotonde te realiseren ter plaatse van de kruising Oude Rijksweg (N798) en Hoofdlaan Putten. De huidige inrichting van het kruispunt is tot stand gekomen na een aanpassing uit 2021. De aanleiding was toen een ongeluk welke het verbeteren van de verkeersveiligheid genoodzaakte. Ondanks de herinrichting in 2021 hebben in de afgelopen jaren toch nog meerdere ongevallen op het kruispunt plaatsgevonden. Dit heeft ertoe geleid dat een gedragscampagne is ingezet en dat de maximumsnelheid is aangepast naar 60km/u. In 2024 heeft echter wederom een ongeluk plaatsgevonden met dodelijke afloop. Hierop is bestuurlijk afgesproken dat gemeente Putten en Provincie Gelderland gezamenlijk werken aan de realisatie van een rotonde op het kruispunt. Het voorliggende project ziet op de realisatie van deze rotonde en een tweezijdige fietsoversteek. De aanleg van de rotonde met fietsoversteekplaats zal een veiligere en praktischere oversteek voor het (langzaam) verkeer creëren en de doorstroming verbeteren. Het project beoogt een verbeterde verkeersveiligheid ter plaatse.
De beoogde rotonde met fietsoversteekplaats past niet (geheel) binnen de juridisch planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijke omgevingsplan. Hiervoor wordt van het omgevingsplan afgeweken met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Daarnaast zijn verschillende activiteiten door de gemeente aangewezen als vergunningplichtig, waardoor een OPA noodzakelijk is. Een BOPA moet voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het voorliggend document voorziet in de motivering behorende bij de BOPA en functioneert tevens als onderbouwing voor de OPA’s.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het besluitgebied omvat een klein deel van de weg N798, welke een oost-westroute tussen Nijkerk en Putten vormt. Het besluitgebied bevindt zich in het noorden van de kern Putten, buiten de bebouwde kom. Het besluitgebied omvat in de huidige situatie het kruispunt van de Oude Rijksweg (N798) met de Hoofdlaan en Schoonderbeeklaan in Putten.
3
Luchtfoto ligging besluitgebied ten opzichte van wijdere omgeving (bron: PDOK-Viewer).
Het besluitgebied grenst aan de oostzijde aan speeltuin en woonpercelen aan de beukenlaan. Aan de westzijde grenst het aan de opritten naar de woningen aan de Schoonderbeeklaan 35 en 37. Het besluitgebied bestaat uit de provinciale weg N798, fietspaden en gemaaide bermen tussen de wegen. Verspreid over het besluitgebied bevinden zich meerdere bomen. Gebouwen en watervoerende elementen zijn afwezig binnen het besluitgebied. Het besluitgebied omvat de volgende kadastrale percelen: − PTN01-C-10905 − PTN01-C-10156 − PTN01-C-9840
4
Luchtfoto met besluitgebiedN798 (bron: PDOK-Viewer).
De exacte begrenzing van het besluitgebied is gebaseerd op het ontwerp voor de rotonde.
1.3
Leeswijzer De voorliggende motivering bij deze BOPA is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en toekomstige situatie in het besluitgebied, waarbij zowel de ruimtelijke, juridisch-planologische, als functionele aspecten aan de orde komen. Hierbij wordt ook ingegaan op de strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan. Het derde hoofdstuk gaat in op de relevante geldende beleidskaders op nationaal, provinciaal en regionaal niveau die van invloed zijn op de ontwikkeling. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in hoeverre de ontwikkeling gevolgen heeft op de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling en de participatie en het overleg dat heeft plaatsgevonden. Tot slot bevat het zesde hoofdstuk een conclusie hoe de ontwikkeling aansluit op het principe van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5
2 Planbeschrijving 2.1
Huidige ruimtelijke situatie
2.1.1
Historie De N798 is een provinciale weg in Gelderland, die Nijkerk met Putten verbindt. In de vroege 20e eeuw bestond de weg uit smalle, onverharde paden, die voornamelijk voor land- en paardentransport werden gebruikt. Hier kwam in de loop der jaren met de groei van gemotoriseerd verkeer verandering in. Nagenoeg precies tussen Nijkerk en Putten in steekt de weg de Schuitenbeek over. Na de oorlog, in de jaren '50 en '60, keerde de weg terug tot haar hoofdfunctie: als oost-westroute tussen Nijkerk en Putten. Men begon met de verharding en verbreding van de weg, om de toenemende verkeersdrukte door de groei van het autoverkeer te kunnen verwerken. Deze verbeteringen maakten de route toegankelijker en veiliger voor zowel personenauto’s als vrachtvervoer. De weg N798 is in de loop der geschiedenis weinig gewijzigd. Alleen het beginpunt is veranderd. De N798 begon oorspronkelijk vanuit de Vetkamp in Nijkerk en verwerkte toen het doorgaand verkeer naar Hoevelaken en Amersfoort. Na het gereedkomen van de A28 begin jaren '60 verviel de doorgaande functie van de weg. Toen is ook de noordelijke rondweg van Nijkerk aangelegd, tegelijkertijd met de N301 richting Flevoland, waar de N798 naar verlengd is.
Wegenstructuur tussen Nijkerk en Putten 1925 - 1950 - 2000 - 2023 (bron: topotijdreis.nl)
2.1.2
Ruimtelijke structuur De N798, tussen Nijkerk en Putten vormt de oost-westroute tussen beiden plaatsen. De weg wordt gekenmerkt door een afwisseling van lange rechte en licht
6
glooiende trajecten, met aan weerszijden op sommige stukken bomenrijen en een losliggend fietspad aan de noordelijk en zuidelijke zijde. De weg wordt omgeven door agrarische gronden, weilanden en stukjes bos. Aan de weg liggen tevens enkele woningen en bedrijfsbestemmingen. 2.1.3
Functionele structuur
Huidige situatie kruispunt, gezien vanaf de N798 in noordelijke richting (bron: Google Streetview, 2024).
De kruising Oude Rijksweg (N798) - Hoofdlaan Putten ligt net buiten de bebouwde kom van Putten. De oprit van de Schoonenbeekerlaan en de Hoofdlaan sluiten aan op de kruising. Aan de noordzijde van de kruising is een fietsoversteek. Het kruispunt wordt door automobilisten op de N798 met hoge snelheid gepasseerd. Het invoegen vanuit de Schoonderbeeklaan en de Hoofdlaan levert hierdoor onveilige situaties op. Daarnaast biedt de fietsoversteek weinig ruimte voor het opstellen van fietsers en ontbreekt een oversteekplek voor voetgangers. In de afgelopen jaren hebben meerdere verkeersongevallen ertoe geleid dat er een sterke wens is tot verbetering van het kruispunt. Met name de verkeersveiligheid voor fietsers staat daarbij centraal. Het verlagen van de snelheid van het gemotoriseerd verkeer is daarbij van belang.
2.2
Huidige juridisch-planologische situatie Met deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt afgeweken van de geldende bestemmingsplannen die zijn opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan, voor zover van toepassing op dit besluitgebied. De ter plaatse geldende functies worden navolgend toegelicht. In het besluitgebied gelden grotendeels het bestemmingsplan ‘Westelijk Buitengebied’ van de gemeente Putten, vastgesteld op 3 juli 2014 en het ‘Veegplan Westelijk Buitengebied’, vastgesteld op 4 oktober 2018 . Daarnaast geldt ter plaatse van een 7
klein gedeelte het besluitgebied het bestemmingsplan ‘Kom Noord en Zuidoost’ van de gemeente Putten, welke is vastgesteld op 4 oktober 2018 door de gemeenteraad. Bestemmingsplan ‘Westelijk Buitengebied’ Binnen dit bestemmingsplan zijn aan het besluitgebied de functies ‘Verkeer’ en ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ toegekend. Ook kent het besluitgebied de functie ‘Waarde - Archeologie 2’. De gronden binnen de functie ‘Verkeer’ zijn bestemd voor wegen met maximaal 4 rijstroken en voet- en rijwielpaden met de daar bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeer- en groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
De gronden binnen de functie ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ zijn bestemd voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf (onder voorwaarden), behoud en herstel van landschapswaarden, extensieve dagrecreatie en hobbymatig medegebruik, de bestaande wandel-, fiets- en ruiterpaden en wegen met het bestaande aantal rijstroken, de aanleg van nieuwe wandel-, fiets- en ruiterpaden voor zover gelegen binnen een afstand van 30 m uit de as van een bestaande weg, per agrarisch bouwvlak maximaal 2 erftoegangswegen naar de openbare weg vanaf het agrarisch bouwvlak, met dien verstande dat bij aanleg van nieuwe of verlegging van bestaande erftoegangswegen uitsluitend de kortst mogelijke verbinding is toegestaan, water, waterberging en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en de bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, erftoegangswegen, en parkeer- en groenvoorzieningen.
Onder het behoud en herstel van landschapswaarden is de instandhouding begrepen van de volgende landschapswaarden: − de Volenbeek als natte ecologische verbindingszone; − de stroomgebieden Veldbeek, Groot Hell en Blarinckhorsterbeek die onderdeel uitmaken van het Veldbeeksysteem; − onverharde wegen en paden; − beplantingselementen, zoals houtwallen, kleine bosperceeltjes, oeverbeplanting, erfbeplanting en oude laanbeplanting; Ter plaatse van de functie ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ geldt een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden: − het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; − het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,40 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; − het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand;
8
− het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen; − het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m², met uitzondering van erftoegangswegen naar bouwvlakken naar de bestemmingsvlakken van de bestemmingen Bedrijf, Bedrijf -Landelijke bedrijven, Bedrijf - Nutsvoorziening, Detailhandel, Horeca, Kantoor, Maatschappelijk, Recreatie Dagrecreatie, Recreatie - Verblijfsrecreatie, Sport, Wonen en Wonen – Landhuis; − het verwijderen van onverharde wegen of paden; − het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. Voor gronden met de functie ‘Waarde - Archeologie 2’ geldt dat bouwwerken of werkzaamheden vergunningplichtig zijn indien het grondoppervlak groter is dan 100 m2 en de werkzaamheden dieper dan 40 cm onder het maaiveld wordt gerealiseerd. In de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Westelijk Buitengebied’ opgenomen.
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan ‘Westelijk Buitengebied’ met besluitgebied globaal rood omkaderd (bron: Regels op de kaart).
9
Veegplan Westelijk Buitengebied Dit bestemmingsplan heeft tot doel om enkele aanpassingen door te voeren die voortvloeien uit voortschrijdend inzicht dat is ontstaan bij het gebruik van het bestemmingsplan, en om het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met een aantal na vaststelling van het bestemmingsplan Westelijk Buitengebied verleende vergunningen. Al deze aanpassingen zijn van geringe omvang en sorteren geen (significante) effecten ten opzichte van het op 3 juli 2014 vastgestelde bestemmingsplan. Het betreft zeer geringe correcties en aanpassingen die de juridische regeling in overeenstemming brengt met de feitelijke situatie. Bestemmingsplan ‘Kom Noord en Zuidoost’ Binnen dit plan zijn aan het besluitgebied de functies ‘Bos’ en ‘Verkeer-Verblijf’ toegekend. Ook kent het besluitgebied de dubbelfunctie ‘Waarde - Archeologie - hoge verwachting’. Gronden met de functie ‘Bos’ zijn bestemd voor het behoud en herstel van bos, groenvoorzieningen, waaronder structurerende laanbeplanting, sport- of speeltoestellen, paden, waterberging, waterlopen en -partijen. Gronden met de functie ‘Verkeer’ zijn bestemd voor wegen, straten en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, structurerende laanbeplanting, waterberging en water, speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen.
Voor gronden met de functie ‘Waarde – Archeologie – hoge verwachting’ geldt dat werkzaamheden vergunningplichtig zijn indien de oppervlakte meer dan 100 m 2 betreft en dieper dan 40 cm onder het maaiveld worden gerealiseerd. In de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Kom Noord en Zuidoost’ opgenomen.
10
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan ‘Kom Noord en Zuidoost’ met besluitgebied globaal rood omkaderd (bron: Regels op de kaart).
11
2.3
Toekomstige situatie
2.3.1
Aanleiding In 2021 is het kruispunt N798 met de Hoofdlaan aangepast. De aanleiding hiervoor was het ongeval met dodelijke afloop dat in 2016 gebeurde. Voorafgaand aan deze aanpassing is een participatieproces met een klankbordgroep doorlopen. De voorkeursvariant van de klankbordgroep en de gemeente was een rotonde, maar vanwege de kosten en de complexe ruimtelijk inpassing was deze oplossingsrichting niet haalbaar. Daarna is besloten het kruispunt overzichtelijker en eenvoudiger in te richten, in lijn met een uitgevoerde verkeersveiligheidsaudit. Na de herinrichting in 2021 zijn er in hetzelfde najaar wederom ongevallen met letsel geweest. De ongevallen zijn de aanleiding geweest om opnieuw een verkeersveiligheidsaudit uit te voeren. De klankbordgroep en gemeente Putten hebben de provincie opnieuw verzocht aanvullen maatregelen te treffen om het kruispunt veiliger te maken, bij voorkeur het alsnog realiseren van een rotonde. Er is onderzocht hoe het kruispunt kan worden ingericht als gevarenpunt. Er is een gedragscampagne ingezet en als maatregel is de maximumsnelheid op het kruispunt verlaagd naar 60 km/u. In 2024 heeft er wederom een ongeluk met dodelijke afloop plaatsgevonden. De gemeente Putten heeft vervolgens op bestuurlijk niveau overlegd met Provincie Gelderland.
Inzet is te komen tot een voor alle partijen gewenst oplossing voor het kruispunt Oude Rijksweg/N798 met de Hoofdlaan. Uit de eerdere verkenningen is duidelijk naar voren gekomen dat verkeersgedrag een belangrijk aandachtspunt is op de kruising N798 met de Hoofdlaan. Een rotonde is een fysieke maatregel en vooral effectief voor het wijzigen van verkeersstromen en omlaag brengen van de snelheden van gemotoriseerd verkeer. Ondanks dat is de mogelijkheid voor de realisatie een rotonde opnieuw in beeld gekomen, waarbij het aandachtspunt is om de kans op verkeersongevallen met fietsers zoveel mogelijk te beperken. Bestuurlijk is afgesproken dat gemeente Putten en Provincie Gelderland gezamenlijk werken aan de realisatie van de rotonde op het kruispunt N798 met de Hoofdlaan in Putten. In samenspraak met de klankbordgroep is de voorkeur uitgesproken voor een rotonde met een eenzijdig aan de zuidzijde gelegen oversteek voor (brom)fietsverkeer in twee richtingen. Deze oplossing sluit het beste aan bij verschillende routes van overstekende fietsers en draagt bij aan het tegengaan van ongewenste verkeersgedrag. Door de rotondevorm gaan de snelheden van het gemotoriseerd verkeer aanzienlijk omlaag en door een brede middengeleider is de oversteek voor fietsers in twee fasen te maken.
Tijdens een informatieavond, waar deze oplossing aan bewoners is gepresenteerd, waren vooral positieve en instemmende reacties te horen.
12
2.3.2
Toekomstige inrichting In de volgende afbeelding is de toekomstige inrichting van het besluitgebied weergegeven. De inrichtingstekening is ook als bijlage bij deze motivering gevoegd (bijlage 1). Het project ziet op de volgende maatregelen: Vervangen kruispunt door rotonde De rotonde wordt gerealiseerd om de snelheid van het verkeer omlaag te brengen en zo bij te dragen aan de verkeersveiligheid. Deze rotonde is afwijkend van vorm van een standaard rotonde om ingepast te kunnen worden binnen het beschikbare grondeigendom. Het perceel aan de noordwestzijde van de rotonde heeft een landgoed status en zou door het ontwerp van een standaard 18 meter rotonde deze status gaan verliezen. Door een maatwerk ‘rotonde’ te ontwerpen valt het ontwerp binnen de beschikbare ruimte. Fiets- en voetgangersoversteekplaats aan zuidzijde De fietsoversteek in twee richtingen verplaatst ten opzichte van de huidige ligging aan de noord-oost zijde naar de zuid-west zijde en op de N798 komt ter plaatse van deze nieuwe oversteek een brede middengeleider van 7,0 meter. Alle fietsoversteken zijn ontworpen uit de voorrang waarbij fietsers voorrang moeten verlenen aan het overige verkeer, dit zoals gebruikelijk is bij een rotonde buiten de bebouwde kom. Langs de fietspaden aan de noord-oost zijde van de N798 komen hagen in de tussenberm naar de rijbaan om ongewenste oversteekbewegingen te voorkomen.
Kap en aanplant bomen Om de rotonde te kunnen realiseren moeten 9 bomen worden gekapt. In de toekomstige situatie worden daar waar ruimte is nieuwe bomen terug geplant. Van de 9 te kappen bomen komen er 6 terug direct naast de rotonde. Voor de drie overige bomen wordt elders langs de N798 een plek gezocht. Aansluiten Beukenlaan op Hoofdlaan met inritconstructie De Hoofdlaan krijgt een aansluiting op de rotonde uitgevoerd met 7 cm hoge overrijdbare geleiders om het in- en uitdraaien van de beukenlaan door (kleine) vrachtauto’s mogelijk te maken. De huidige drempelconstructie aan het begin van de Hoofdlaan is vervallen. De Beukenlaan wordt met een plateau aangesloten als uitrit op de Hoofdlaan. Aansluiten Schoonderbeeklaan op rotonde met inritconstructie De aansluitingen van de Schoonderbeeklaan en de woningen 35 en 37 worden met grasbetonstenen als uitritten aangesloten op de rotonde. De uitritten van de beide woningen sluiten met een korte helling van 1:16 aan op de rotonde. De Leicon rotondeblokken lopen ter plaatse van de uitritten als verlaagde band door. Bij de aansluiting van de Schoonderbeeklaan is er over een korte lengte bermverharding aangebracht omdat uit controle met rijcurven bleek dat er daar een grote kans op bermschade is als deze bermverharding niet aangebracht zou worden.
13
Het fietspad aan de noord-west zijde langs de rotonde, het verlengde van de Schoonderbeeklaan, is iets verhoogd ontworpen om goed aan te sluiten bij de uitritten van de beide woningen maar komt wel te liggen op de plek van het huidige fietspad. Aanpassen speelplek en toevoegen afscherming naar fietspad Ten behoeve van het realiseren van de rotonde zal de speelplek gelegen aan de noordoostelijke zijde verkleind en aangepast worden. Middels een hekwerk en een haag zal de speelplek worden afgeschermd van het fietspad dat erlangs loopt. Ter plaatse komt een 1 meter hoog hekwerk om te voorkomen dat spelende kinderen onverwacht het fietspad of de weg op lopen. Leidingen Op de huidige locatie kruist een hogedruk gasleiding de N798. Deze leiding zal verlegd moeten worden. Op de ontwerptekeningen staan de gewenste nieuwe stroken voor kabels en leidingen aangegeven. Borden De komgrens van Putten moet een aantal meters worden opgeschoven om de bebording hiervoor een goede plek te geven. Middeneiland De inrichting van het middeneiland op de rotonde is vooralsnog een standaard grond verhoging van maximaal 1 meter die voorzien is van een grasmengsel. Water De watergang (droge sloot) aan de noord-oost zijde van de N798 wordt een aantal meters ingekort maar dat heeft geen invloed op de bestaande uitstroomopening van de overstort van de hemelwaterafvoer.
De afwatering van de weg vindt plaats in de bermen, met uitzondering van een aantal plekken bij de fietsoversteken bij de rotonde en langs de Hoofdlaan en de Beukenlaan. De ligging van de aansluitingen van de straatkolken op de riolering wordt in een later stadium uitgezocht.
14
Inrichtingstekening toekomstige situatie (bron: Provincie Gelderland).
Het uitgangspunt is dat deze maatregelen bijdragen aan het verhogen van de verkeersveiligheid en een veiligere oversteekplaats voor fietsers. De complexiteit van het huidige kruispunt wordt verminderd met een rotonde wat tot een veiliger en efficiënter verkeerssysteem zal leiden.
2.4
Strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan Op basis van het (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Putten, waar de bestemmingsplannen ‘Westelijk buitengebied’ en ‘Kom Noord en Zuidoost’ onderdeel van uitmaken, kent het besluitgebied grotendeels een verkeersfunctie en daarnaast de functies ‘Bos’ en ‘Agrarisch met waarden - Landschap’. Binnen de functie ‘Bos’ zijn wegen niet toegestaan, binnen de functie ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ zijn alleen erftoegangswegen en bestaande wegen toegestaan. De rotonde is deels voorzien binnen deze twee functies. De ontwikkeling past derhalve niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijke omgevingsplan. Dit betekent dat een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) nodig is om de rotonde mogelijk te maken. Ter plaatse van de functie ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ worden graafwerkzaamheden in de bodem verricht, een greppel geherprofileerd, een weg aangelegd en ondergrondse leidingen aangebracht. Hiervoor moet een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden worden aangevraagd. De werkzaamheden beslaan een grotere oppervlakte dan 100 m 2. Dit betekent dat ook vanwege de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden moet worden aangevraagd.
15
3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1 Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2 Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3 Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Op het voorliggende plan zijn de prioriteiten sterke en gezonde steden en regio’s en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied van belang. Het verbeteren van de N798 draagt bij aan een goed bereikbaar en bovenal veilig netwerk in de regio en de infrastructuur van Putten, alsmede een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
3.1.2
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan: − instructieregels voor programma’s, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma’s 16
voor de kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma’s, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. − omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a. omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. − regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning. − monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving. Toetsing Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in het Bkl. 3.1.3
Conclusie Het project is in lijn met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − energietransitie: van fossiel naar duurzaam; − klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; − circulaire economie: sluiten van kringlopen; − biodiversiteit: werken met de natuur; − bereikbaarheid: duurzaam verbonden; − vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; − woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. 17
Toetsing Het onderhavig project betreft het realiseren van een rotonde ter plaatse van de kruising van de N798 met de Hoofdlaan in Putten om de verkeersveiligheid te verbeteren. Hiermee draagt het plan bij aan de ambitie voor een “Gezond en veilig” Gelderland, waar ook verkeersveiligheid als belangrijk thema wordt benoemd. Het plan is hiermee in lijn met de Omgevingsvisie van Gelderland. 3.2.2
Omgevingsverordening De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Nationale landschappen De provincie wil de landschappelijke waarden binnen de provincie behouden, beschermen en in stand houden.
Daarom moet de toelichting van een omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het besluitgebied aanwezige kernkwaliteiten bevatten. Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de Gelderse streek Randmeerkust. In de volgende paragrafen wordt beschreven hoe rekening is gehouden met deze kernkwaliteiten. Beschermen van het landschap: Gelderse streek Randmeerkust De provincie wil de landschappelijke waarden binnen de provincie behouden, beschermen en in stand houden. Daarom moet volgens artikel 5.44 bij iedere ontwikkeling rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. In voorliggende situatie maakt een deel van het besluitgebied onderdeel uit van de Gelderse streek Randmeerkust. De kernkwaliteiten van de Randmeerkust zijn: − Gradiënt van hoge gronden van het Veluwemassief naar de lagere gronden langs de Randmeren: een landschappelijke zonering met kwelzones en van zuid
18
naar noord afstromende beken. Daarnaast is de kustlijn van de voormalige Zuiderzee een landschappelijke kernkwaliteit. − Kleinschalig half-open coulisselandschap langs de bosrand van de Veluwe met afwisseling van oude bouwlanden (open essen), houtwallen, buurtschappen, lanen, landgoederen, parkbossen en recreatievoorzieningen. − Historische Zuiderzeestraatweg van Amersfoort naar Zwolle: een dorpenweg op de flank van de Veluwe, inclusief historische steden Harderwijk en Elburg. − Tussen Elburg en Harderwijk grote openheid van veenlandschap met grasland. Gave ontwaterings-, ontsluitings- en verkavelings-patronen, inclusief contrast met kleinschaligheid van de hogere flanken. − Ten noorden van Oosterwolde en Oldebroek: zeer open polder- en veenlandschap met opvallende afwezigheid van bebouwing en opgaand groen. Karakteristiek ontwaterings- en verkavelings-patroon, voornamelijk grasland. Bij Oldebroek contrast met de bebouwingslinten op de veenontginningen. − Polder Arkemheen: extreme openheid in zeekleigebied met zeer weinig bebouwing en opgaande elementen; deels grillige (oude kreken), deels regelmatige, verkaveling met herkenbare oude veenontginningsrichting en oude hoeven op terpen langs de rand, als ook blokverkaveling (met oude kreken), medenverkaveling en strokenverkaveling. Tevens stilte in een verder verstedelijkende omgeving.
− Microreliëf door aanwezigheid van dekzandruggen en (fragmenten van) strandwallen met onregelmatige en kleinschalige blokverkaveling, inclusief kunstmatig opgeworpen pollen of terpen in het noorden. − Zichtlijnen op Veluwemassief en Randmeren, inclusief het nieuwe land van Flevoland. − Ecologische waarden met name langs beken (o.a. Hierdense beek), langs de voormalige Zuiderzeekust en in weidevogelgebieden. Natura 2000 waarden in Arkemheen en Veluwe randmeren. De ontwikkeldoelen van de Randmeerkust zijn: − Ruimtelijke ontwikkelingen houden rekening met en dragen zo mogelijk bij aan de kernkwaliteiten van de Randmeerkust. Zoveel mogelijk de gradiënt respecteren, zichtbaar en beleefbaar maken. Ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met deze landschappelijke zonering. Afstromende beken zijn aanleiding voor verdere natuurontwikkeling en landschapsbouw. Kwelzones benutten voor vernatting, in combinatie met klimaatadaptatie. − Behouden en versterken van het kleinschalig landschap door o.a. herstel, aanleg en beheer van groene landschapselementen en zorgvuldig openhouden van oude bouwlanden. − De Zuiderzeestraatweg is en blijft een historische ontwikkelings-as, waarbij het van belang is te voorkomen dat dit een aaneengesloten stedelijk lint wordt in de gradiënt door het versterken van groene ruimten tussen de dorpen.
Het monumentaal karakter van Harderwijk en Elburg bewaren, herstellen en beleefbaar maken. − Zoveel mogelijk de karakteristieke verkaveling respecteren. Behoud van de open weidsheid door terughoudendheid te betrachten bij ruimtelijke
19
ontwikkelingen. Blijvend benutten voor grondgebonden en duurzame veehouderij en mogelijk klimaatadaptatie. − Zoveel mogelijk de karakteristieke verkaveling respecteren. Behoud van de open weidsheid door terughoudendheid te betrachten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Blijvend benutten voor grondgebonden en duurzame veehouderij. Mogelijk combineren met klimaatadaptatie. − Behouden en beschermen van de extreme openheid, rust, donkerte en de bijzondere verkaveling door zorgvuldig om te gaan met uitbreiding van erven en door verdere bebouwing niet na te streven. Blijvend benutten voor grondgebonden en duurzame veehouderij, mogelijk in combinatie met agrarisch natuurbeheer en reservaatsbeheer en klimaatadaptatie. − Zoveel mogelijk het microreliëf respecteren. − Geen storende elementen plaatsen die waardevolle zichtlijnen negatief beïnvloeden. − Intensief inzetten op het verder aanleggen van ecologische verbindingszones en behoud en ontwikkeling van weidevogelgebieden. Beschermen Natura 2000 waarden. Waar mogelijk combineren met klimaatadaptie en recreatieve toegankelijkheid. Het onderhavig project betreft het realiseren van een rotonde ter plaatse van de kruising van de N798 met de Hoofdlaan in Putten om de verkeersveiligheid te verbeteren. Door deze aanpassingen wordt het ruimtebeslag van de weg bij de kruising groter.
De aanpassingen zijn echter te kleinschalig om een significant effect te hebben op de kernkwaliteiten van de Randmeerkust en de aanwezige wegenstructuren blijven behouden. Het project houdt hiermee voldoende rekening met de voor de streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap Intrekgebied De provincie heeft vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving een zorgplicht voor het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de waterwinning. De provincie wil de beschikbaarheid van de grondstof voor de openbare drinkwatervoorziening veiligstellen en daar bij besluiten rekening mee houden. Daarom zijn binnen de provincie verschillende grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen. Binnen een intrekgebied is het verboden een mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte. Daarnaast is degene die een grondwaterbedreigende activiteit verricht in een intrekgebied en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van het grondwater, verplicht te voldoen aan enkel voorwaarden. Met het onderhavig project wordt echter geen mijnbouwwerk of grondwaterbedreigende activiteit gerealiseerd.
20
Beperkingengebied met betrekking tot een provinciale weg Delen van het besluitgebied vallen binnen het Beperkingengebied met betrekking tot een provinciale weg. In afdeling 4.6 van de verordening zijn hierover regels opgenomen. De regels binnen deze afdeling van de verordening zijn niet van toepassing op activiteiten door of in opdracht van de wegbeheerder. De voorliggende werkzaamheden aan de N798 zijn in opdracht van de wegbeheerder, de provincie Gelderland. Verbodsgebied windturbines Veluwe Met voorliggende ontwikkeling worden geen windturbines mogelijk gemaakt. Beperkingengebied stikstofemissie Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen het beperkingengebied stikstofemissie een nieuwe activiteit met stikstofdepositie op de stikstofgevoelige natuur binnen de aangegeven Natura 2000-gebieden te verrichten of een bestaande activiteit met stikstofdepositie op de stikstofgevoelige natuur binnen de aangegeven Natura 2000-gebieden uit te breiden. Het aspect stikstof wordt voor voorliggend project nader toegelicht in hoofdstuk 4.12. Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale omgevingsverordening is vastgesteld dat in de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving dient te worden gegeven van de maatregelen die worden genomen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken.
In de beschrijving worden in ieder geval de aspecten waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte betrokken. Daarnaast moet de opgestelde beschrijving worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap. Het aspect klimaatadaptatie wordt nader besproken in paragraaf 4.10. Kappen van bomen Er moet een kapmelding worden gedaan bij de provincie Gelderland als er een deel van een bos wordt gekapt dat buiten de bebouwingscontour houtkap valt en samen groter is dan 1.000 vierkante meter of als er 1 of meer bomen worden gekapt uit een rij van 21 bomen. De te kappen bomen liggen allemaal binnen de bebouwingscontour houtkap. Dit betekent dat geen kapmelding hoeft te worden gedaan. 3.2.3
Functioneel kader wegennet Gelderland, Wegennetvisie In het Functioneel kader wegennet Gelderland beschrijft de provincie hoe ze met haar wegennet om wil gaan. In het Functioneel kader wegennet Gelderland is het regionale hoofdwegennet beschreven en getekend op kaarten. Dat zijn voornamelijk provinciale wegen, maar ook de rijkswegen en een aantal gemeentelijke wegen vervullen een belangrijke economische functie voor de provincie. Uitgangspunt is dat Provincie Gelderland vooral investeert in die wegen die een belangrijke rol vervullen voor de economische bereikbaarheid. Behalve om woon-werkverkeer, gaat het ook om verkeer voor het leveren van diensten en goederen.
21
Netwerkkaart trajectvisies Gelderland (bron: Royal HaskoningDHV).
Doorgaand verkeer wordt gebundeld op stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen, om daarmee de erftoegangswegen en verblijfsgebieden binnen en buiten de bebouwde kom zo veel mogelijk verkeersluw te maken. Om te zorgen dat gebiedsontsluitingswegen deze functie kunnen vervullen, dienen zij een vlotte en veilige verkeersafwikkeling te kunnen faciliteren. Aan de N302 is de functie van GOW Basis toegekend. Binnen de functie GOW hanteert de provincie twee subtypes, ‘Voorkeur’ en ‘Basis’, waarbij ‘Voorkeur’ de belangrijkste categorie is. Dit teneinde - waar nodig - onderling prioritering aan te kunnen brengen in de programmering van werken. Voor een GOW bij bewoond gebied geldt dat deze functioneel bij voorkeur buiten de bebouwde kom ligt, vanwege de lagere maximumsnelheid die binnen de bebouwde kom geldt. Deze lagere maximumsnelheid, en het bijbehorende reistijdverlies, doen afbreuk aan de bereikbaarheid van de herkomsten en bestemmingen die door de GOW met elkaar verbonden worden. Voor een GOW buiten de bebouwde kom geldt in principe een maximumsnelheid van 80 km/u, binnen de bebouwde kom 50. Toetsing De N798 Nijkerk - Putten heeft de status van gebiedsontsluitingsweg, waar een vlotte en veilige verkeersafwikkeling van belang is. Met de werkzaamheden die uitgevoerd zullen worden, worden de verkeersveiligheid en de doorstroming van de weg verbeterd.
22
3.2.4
Visie voor een bereikbaar Gelderland (2020) In deze visie beschrijft de Provincie Gelderland de ontwikkelingen en bereikbaarheidsopgaven voor Gelderland richting 2030, hun strategie en een afwegingskader op basis waarvan activiteiten en projecten worden geselecteerd die bijdragen aan het realiseren van de visie. De visie voor een bereikbaar Gelderland is een uitwerking van de ambitie bereikbaarheid in de Omgevingsvisie en is vastgesteld op 8 juli 2020 door Provinciale Staten van Gelderland. De provincie richt zich vooral op de belangrijkste opgaven, hiermee komt de focus te liggen op de stedelijke netwerken. Daarnaast werkt de provincie aan een balans tussen investeren in infrastructuur en inzet op slim gebruik. Ze stellen de reiziger centraal en verleiden de reiziger de slimste en schoonste keuzes te maken om door het netwerk te reizen, daarvoor werken ze verbinden, veranderen en vergroenen. De provincie is zich in de samenwerking bewust van haar rol en ons instrumentarium.
De provincie werkt daarbij aan 5 bouwstenen, waarbij hubs centraal staan: 1 Realiseren kwalitatief hoogwaardige hubs op de juiste locaties 2 Inzetten op fietsen op korte afstanden 3 Optimaliseren capaciteit op de langere afstanden 4 Verder versterken van ons goederenvervoer 5 Het bevorderen van de verkeersveiligheid Noord Veluwe kenmerkt zich door rust, ruimte, prachtige natuur en landschappen, rijke cultuurhistorie en landelijke gelegen dorpen. De regio is een belangrijk punt tussen de stedelijke regio’s Zwolle, Amersfoort en Lelystad, langs de A28: een belangrijke as tussen de Randstad en het noorden van Nederland. De gunstige geografische ligging maakt Noord-Veluwe tot een aantrekkelijk vestigingsgebied voor bedrijven. De infrastructuur is de basis voor economische ontwikkeling en behoud van werkgelegenheid, belangrijk voor inwoners, werknemers en bedrijven. Om de kracht van de regio te versterken, werkt de regio samen aan een sterk toeristisch product, een vitaal buitengebied, een optimale economische infrastructuur en aan een klimaat neutrale regio. Een optie is te werken aan kwalitatieve, duurzame ontvangstlocaties op de Veluwe.
De belangrijkste mobiliteitsvraagstukken in de regio Noord-Veluwe zijn: − uitwerken maatregelenpakket gedragsbeïnvloeding uit het MIRT onderzoek A28; − aanleggen van een snelle fietsverbinding en het opwaarderen van (spoor)knooppunten langs de A28; − een intercity station Harderwijk Toetsing De realisatie van de rotonde draagt bij aan de opgave van de provincie om de verkeersveiligheid te verbeteren (zowel voor automobilisten als voor fietsers en voetgangers).
3.2.5
Conclusie Het project is in lijn met het provinciaal beleid.
23
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Mobiliteitsvisie- en agenda 2013 - 2025 De Mobiliteitsvisie en -agenda 2013-2025 van de Regio Noord-Veluwe presenteert een langetermijnvisie op mobiliteit in de regio, met een focus op bereikbaarheid, leefbaarheid, gastvrijheid en duurzaamheid. De visie wordt uitgewerkt in een agenda met concrete programma's en acties gericht op het verbeteren van het openbaar vervoer, het stimuleren van fietsgebruik, en het optimaliseren van het wegennet, inclusief aandacht voor waterwegen. Het doel is om de economische potentie van de regio te benutten en tegelijkertijd de kwaliteit van leven te verbeteren, met een verschuiving naar duurzame vervoerswijzen en het verminderen van verkeersoverlast in de kernen. De agenda dient als basis voor projecten, subsidieaanvragen en regionale samenwerking. In het document wordt de N798 niet genoemd, maar wel is er aandacht voor wegen in het buitengebied van Putten. In de visie staat beschreven dat de gemeente Putten maatregelen dient te nemen om de veiligheid van langzaam verkeer in het buitengebied te garanderen. Toetsing De realisatie van de rotonde heeft als doel de verkeersveiligheid van de N798 te verbeteren. Onderdeel van de ontwikkeling is het creëren van een veilige fietsoversteekplaats voor fietsers aan de rand van Putten.
Dit is in lijn met het streven uit de Mobiliteitsvisie en -agenda om de verkeersveiligheid voor langzaam verkeer in het buitengebied van Putten te verbeteren.
3.3.2
Conclusie Het project is in lijn met het regionaal beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Putten 2040 De Omgevingsvisie Putten 2040 is een toekomstvisie die de ambities en doelen van de gemeente Putten beschrijft voor een leefbare, duurzame en vitale leefomgeving tot het jaar 2040. Dit document is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het dient als belangrijk kader voor toekomstige ontwikkelingen en initiatieven in de fysieke leefomgeving, zoals wonen, werken, natuur, verkeer en duurzaamheid. De Omgevingsvisie Putten 2040 richt zich ook op de verbetering van verkeer en mobiliteit, met nadruk op bereikbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid. De regio EHPZ (Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde) is goed bereikbaar, maar de groei van het aantal inwoners bedreigt de bestaande infrastructuur. Er zijn verschillende mobiliteitsmaatregelen nodig, zoals snellere spoor- en fietsverbindingen, betere doorstroming naar de A28 en de realisatie van mobiliteitshubs. Putten wil inzetten op een duurzaam mobiliteitsnetwerk en op het verbeteren van de 24
verkeersveiligheid op bestaande wegen, met name op de doorgaande wegen in het dorp en in het landelijk gebied. Genoemd wordt het streven naar een duidelijkere verkeersstructuur. Bij de verkeersveilige fietsstructuur wordt extra aandacht besteed aan de routes naar scholen en sportparken. Ook voor de N798 zijn in de Omgevingsvisie van Putten doelen gesteld. In samenspraak met de gemeente Nijkerk heeft de gemeente Putten het streven bij de provincie aan te dringen op een grondige aanpak van de N798. Het doel is een betere doorstroming en verkeersveiligheid. Specifieke aandachtspunten zijn de rotonde Putterweg – Berencamperweg – Vetkampstraat; de verkeersveiligheid van de scholen Hoef en Diermen die aan de N798; en de spoorwegovergang op de Nijkerkerstraat (N798). In de visie wordt het streven genoemd langzaam verkeer te bevorderen evenals het verbeteren van de verkeersstructuur en gebruik van wegen in het buitengebied. Toetsing De realisatie van de rotonde heeft als doel de verkeersveiligheid van de N798 te verbeteren. In de Omgevingsvisie wordt het aanpassen van de N798 als relevante mobiliteitsopgave gezien, specifiek voor de verkeersveiligheid voor langzaam verkeer. Met het voorliggende project wordt onder andere de fietsoversteekplaats verbreed en verbeterd en zal het verkeer door de rotonde de fietsoversteek plaats met minder hoge snelheid naderen.
Met deze kleinschalige aanpassing wordt een bijdrage geleverd aan een betere doorstroming en oversteekbaarheid van de N798. Dit project is derhalve in lijn met de Omgevingsvisie Putten 2040. 3.4.2
Algemene plaatselijke verordening Putten 2019 De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Putten is een belangrijk gemeentelijk document dat regels bevat voor de openbare orde, veiligheid, en leefbaarheid. Het doel is om een veilige en prettige leefomgeving te creëren en te behouden voor alle inwoners. De APV bevat bepalingen over uiteenlopende zaken, van samenscholingen en ongeregeldheden tot regels over geluidhinder, de kap van houtopstanden, standplaatsen, erfgoed, parkeren, afvalstoffen, begraafplaatsen, ondergrondse infrastructuren, markt, riool, de haven en winkeltijden. Toetsing Het voorliggende project ziet onder andere op de kap van 9 bomen. Hiervoor zijn de regels uit de APV met betrekking tot het vellen van houtopstanden (artikel 4:10a) van belang. In de APV van Putten wordt het kappen van bomen en andere houtopstanden gereguleerd. De kernbepaling is dat voor het vellen van een boom, in veel gevallen, een vergunning of ontheffing nodig is. Het doel van deze bepalingen is om onnodige en ongewenste bomenkap tegen te gaan en zo de aanwezige natuurwaarde en de leefomgeving te beschermen. De gemeente behoudt zich het recht voor om handhavend op te treden als bomen onrechtmatig worden gekapt. Met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari
25
2024 zijn veel van deze bepalingen overgegaan naar het nieuwe Omgevingsplan, dat de regels voor de fysieke leefomgeving bundelt. De APV van Putten 2019 blijft echter relevant als basis voor de actuele regels en totdat het nieuwe omgevingsplan volledig van kracht is. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag buiten de bebouwde kom Wet Natuurbescherming houtopstand te vellen of te doen vellen of binnen de bebouwde kom Wet Natuurbescherming houtopstand te vellen of te doen vellen voor zover sprake is van houtopstand die door het college is aangewezen en als zodanig voorkomt op de bomenlijst. Als onderdeel van de herontwikkeling op het kruispunt Oude Rijksweg (N798) – Hoofdlaan Putten worden bomen gekapt. De te kappen bomen liggen allemaal binnen de bebouwingscontour houtkap. De bomen staan niet op de bomenlijst van de gemeente Putten, waardoor geen vergunning nodig is voor de kap van de bomen. 3.4.3
Conclusie Het project is in lijn met het gemeentelijk beleid.
26
4 Gevolgen fysieke leefomgeving 4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Algemeen De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma’s die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.
Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.
4.1.2
Toetsing In bijlage V van het Omgevingsbesluit is onder J1 opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van wegen m.e.r.-beoordelingsplichtig is. De beoogde ontwikkeling betreft het omzetten van een kruispunt op de N798 naar een rotonde, en het verleggen van de fietsoversteekplaats. Onder het besluit m.e.r. was sprake van een weg, wanneer sprake was van een autoweg of wanneer werd voldaan aan de volgende drie vereisten: a De weg moet bestemd zijn voor autoverkeer; b De weg dient alleen toegankelijk te zijn: − via knooppunten (hoofdrijbanen van de autoweg zijn ongelijkvloers gekruist) of
27
− door verkeerslichten geregelde (gelijkvloerse of ongelijkvloerse) kruispunten of; − via rotondes of verkeerspleinen (volgens de toelichting bij het Besluit m.e.r. worden deze gelijkgesteld met kruispunten die door verkeerslichten geregeld zijn, omdat het gaat om de toeritdosering en doorstroombaarheid van het verkeer); c het is verboden op de weg te stoppen of te parkeren. De N798 is op basis van de oude definitie niet te kwalificeren als een ‘weg’. Daarnaast zijn de aanpassingen die met voorliggend project mogelijk worden gemaakt dermate beperkt, dat gezien de aard en omvang ook onder het Omgevingsbesluit geen sprake is van de aanleg, wijziging of uitbreiding van wegen. Daarom is er geen sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor voorliggende ontwikkeling. Bovendien zijn aanzienlijke milieugevolgen door de beperkte omvang van de ontwikkeling op voorhand uit te sluiten. 4.1.3
Conclusie Voor het voorliggende plan is geen sprake van een m.e.r.- (beoordelings)plicht.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen Om een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie toe te staan, dient op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie is bodemgevoelig als hier een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan; een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn (op grond van artikel 5.89i Bkl) opgenomen in het omgevingsplan. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen.
28
4.2.2
Toetsing In het kader van de ontwikkeling is in 2020 een bodem en asfaltonderzoek1 uitgevoerd. Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van het besluitgebied analytisch maximaal licht verhoogde gehalten met PCB, PAK dan wel minerale olie gemeten. Indicatief kan de bodem ter plaatse bestempeld worden als zijnde een klasse varierend tussen AW2000 en industrie. Verder heeft destijds een inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In de grondmengmonster MMPFAS10 (bovengrond) zijn analytisch geen significant verhoogde gehalten aan PFAS aangetoond. Het grondmengmonster wordt geclassificeerd als ‘AW2000’ voor het toepassen op landbodem (op basis van PFAS). Conform de CROW 400 geldt dat voor de geplande werkzaamheden in de grond geen veiligheidsklasse van toepassing is. Opgemerkt wordt dat de basishygiëne en basiskennis ook van toepassing is bij werk buiten een veiligheidsklasse. De conclusie van het bodemonderzoek is dat in het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk ter plaatse van de onderzoekslocatie. Daar dit onderzoek in 2020 is uitgevoerd is het meer dan drie jaar oud. In afgelopen jaren hebben geen nieuwe verontreinigende activiteiten plaatsgevonden die de gesteldheid van de bodem zouden kunnen aantasten.
De verwachting is dat de bodemgesteldheid gelijk is gebleven en er geen sprake van een verhoogd verontreinigingsgehalte is.
4.2.3
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit project.
4.3
Geluid
4.3.1
Algemeen Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. De mate waarin het geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen omliggende geluidgevoelige functies mag belasten is geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarin zijn instructieregels opgenomen die erop zijn gericht het geluid
1
Lankelma (2020). Verkennend bodemonderzoek N798 te Putten. Rapportnummer: 2000702. Datum: 2 april 2020.
29
door een weg, spoorweg of industrieterrein te beheersen (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt daarbij onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (GPP) en bronnen met een basisgeluidemissie (BGE). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Daarom moet bij nieuwe ontwikkelingen gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de voornoemde bronnen, het geluid van deze bronnen op geluidgevoelige gebouwen altijd beoordeeld worden (artikel 3.20 Bkl). Daarbij wordt getoetst aan de onderstaande waarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Grenswaarde in Lden (dB) Geluidbronsoorten
Standaardwaarde in Lden (dB)
Nieuwe geluidgevoelige gebouwen
aanpassing bron
50
60
65
53
70
70
55
65
70
50
55
60
40 Lnight
45 Lnight
50 Lnight
Rijks- en provinci-
Aanleg of
ale wegen Gemeente- en waterschapswegen Hoofd- en lokale spoorwegen Industrieterreinen
Als de (gezamenlijke) geluidbelasting niet voldoet aan de standaardwaarde kunnen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om het geluid te verminderen tot de standaardwaarde. Het Bkl biedt de mogelijkheid om een hogere geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toe te staan tot de grenswaarde, ook voor de geluidbelasting op bestaande geluidgevoelige gebouwen. Het bevoegd gezag kan dit alleen toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Bovendien moet de binnenwaarde van 33 dB (artikel 4.30 Bbl) te allen tijde gewaarborgd zijn. Een geluidgevoelig gebouw kan binnen meer dan één geluidaandachtsgebied liggen. In dat geval moet bij de vaststelling van een hogere waarde, onderzoek worden gedaan naar de effecten van de cumulatie van alle geluidbronnen tezamen. 4.3.2
Toetsing Met voorliggend project wordt een kruising omgevormd tot een rotonde. Dit heeft gevolgen voor het geluid op de omgeving. In het kader van deze ontwikkeling is
30
daarom een akoestisch onderzoek naar het geluid van wegverkeer2 uitgevoerd. In het onderzoek is gekeken naar zowel gemeentewegen als provinciale wegen. De resultaten worden navolgend besproken. Provinciale weg De waarden zoals vastgelegd in het geluidproductieplafond worden niet overschreden door de provinciale weg N798/N303 Oude Rijksweg door de aanpassing van het kruispunt naar een rotonde. Er wordt voldaan aan het Bkl. Gemeentewegen De hoogste waarde tussen de standaardwaarde en de bestaande geluidbelasting wordt niet overschreden door de Hoofdlaan en Beukenlaan door de aanpassing van het kruispunt naar een rotonde. Er wordt voldaan aan het Bkl. Toename van geluid Er bestaan geen woningen nabij de aanpassing van het kruispunt naar een rotonde waar het geluid door een van de relevante geluidbronsoorten met tenminste 1,5 dB toeneemt en de standaardwaarde wordt overschreden. Er wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Aangezien aan het Bkl en een ETFAL wordt voldaan, is er geen onderzoek naar maatregelen benodigd en hoeven er geen hogere gezamenlijke waarden in het omgevingsplan opgenomen te worden. Door de voorgenomen ontwikkeling wordt een gezonde fysieke leefomgeving in stand gehouden. 4.3.3