CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Handhaving 3D beleidsplan

Commissie Samenleving 25 mei 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Handhaving sociaal domein6.958 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

HANDHAVING SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE PUTTEN

Inhoud Inleiding........................................................................................................................................4 Leeswijzer ....................................................................................................................................4

1.

Wat is handhaving? .............................................................................................................5

1.1.

Handhaving ......................................................................................................................5

1.2.

Niveaus van handhaving ................................................................................................5

1.3.

Waarom handhaving in het sociale domein? ...............................................................6

1.4.

Sociale Recherche (SR) ..................................................................................................7

2.

Juridisch kader.....................................................................................................................7

3.

Visie.......................................................................................................................................7

4.

Handhaving op inwoner- of organisatieniveau .................................................................8

4.1.

Hoogwaardige uitvoering op Inwonerniveau................................................................8

4.2.

Hoogwaardige uitvoering op organisatieniveau ..........................................................9

5.

Uitgangspunten en doelstelling........................................................................................10

5.1.

Uitgangspunten .............................................................................................................10

5.2.

Doelstelling ....................................................................................................................10 5.2.1.

Doel 1. Structurele inzet op preventie door voorlichting en dienstverlening........10

5.2.2.

Doel 2. Versterken toetreding gemeentelijke voorziening ...................................11

5.2.3.

Doel 3. Blijvende inzet op controle en sanctionering...........................................12

5.2.4.

Doel 4: Het versterken van de lerende organisatie .............................................13

6.

Actiepunten ........................................................................................................................13

6.1.

Structurele inzet op preventie door voorlichting en dienstverlening ......................14

6.2.

6.1.1.

Waar nodig verbeteren van de communicatie .....................................................14

6.1.2.

Het blijven verbeteren interne werkprocessen en uniforme werkwijze................15

6.1.3.

Het blijven verbeteren van professionalisering van medewerkers ......................15

Activiteiten bij de toetreding gemeentelijke voorziening ..........................................16 6.2.1.

Blijven werken aan een omslag van denken; inwoner is zelf verantwoordelijk ...16

2

6.2.2.

Consulent werkt op maat en weet de inwoner op de juiste manier aan te spreken 16

6.3.

6.2.3.

Participatiewet; proces aanvraag bijstand ..........................................................17

6.2.4.

Jeugdwet en Wmo; Aanpassing proces indicatiestelling PGB en zorg in natura 17

Het versterken van een lerende organisatie ...............................................................17 6.3.1.

Handhavingsdossiers gebruiken om het primaire werkproces te verbeteren......17

7.

PGB’s ..................................................................................................................................17

8.

Inkoop / Contractmanagement .........................................................................................18

9.

Toezichthoudend mandaat................................................................................................18

10. Ontwikkelingen...................................................................................................................18

11. Financiën ............................................................................................................................19

12. Evaluatie en monitoring ....................................................................................................19

13. Geschillen ...........................................................................................................................20

Bijlage: Routekaart VNG / Naleving.net ..................................................................................21

3

Inleiding Het Sociaal Domein is een overkoepelende term voor de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), de Jeugdwet, de Participatiewet (Pw)1, Schulddienstverlening en aanverwante wetgeving. Op grond van deze wetgeving verstrekt de gemeente Putten ondersteuning aan haar inwoners. Altijd met het oog op behoud of bevordering van de zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie. Een belangrijk onderdeel binnen het Sociaal Domein is het onderwerp ‘Toezicht en Handhaving’: al langere tijd geldt dat het toezicht op de uitvoering van de Participatiewet tot de verantwoordelijkheid van gemeenten behoort. Sinds 2015 is ook het toezicht op de Wmo (kwaliteit en rechtmatigheid) en de Jeugdwet (rechtmatigheid) bij gemeenten belegd. Het toezicht op de kwaliteit van de geboden jeugdhulp vindt plaats door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. De wetgever verwoordt dit als volgt: ‘het voorkomen van misbruik en het oneigenlijk gebruik, en waar nodig, op te treden tegen onterecht gebruik van voorzieningen, behoort tot de verantwoordelijkheid van de gemeenten.’ Gemeenten zijn vrij in de wijze waarop zij dit invullen. Het is van groot belang dat de inzet van collectieve middelen op maatschappelijk draagvlak blijft rekenen. Beschikbare budgetten zowel het Wmo-budget, budget Jeugdwet, BUIG (Bundeling Uitkering Inkomens Gemeenten) als het Participatiebudget staan enorm onder druk.

Daarom staat het leveren van zorg op maat, kwaliteit en zorgvuldige instroom hoog op de agenda. Een kwalitatief goede handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. Niet alleen aan de poort, maar door het hele proces met de inwoner en contractproces met aanbieders heen is aandacht voor signalering en voorkomen van fraude van belang. Dit beleidsplan gaat over Handhaving. Het is niet zo dat alles nieuw is. Onderdelen die in dit plan zijn beschreven worden al op deze manier uitgevoerd. Het plan omvat dus ook onderdelen die al geregeld zijn. Maar brengt dit nu samen met nieuwe elementen. Wat in ieder geval nieuw is dat we nu een integraal handhavingsplan hebben voor het gehele Sociaal Domein. Waar mogelijk wordt dit gelijk getrokken voor alle drie wetten. Ook nieuw is dat het handhavingsplan niet alleen van toepassing is op de inwoners maar ook op de aanbieders/contractpartners. Verder staat in hoofdstuk 6 bij de actiepunten beschreven wat we verder gaan veranderen of intensiveren/verbeteren. Bij dit plan is onder andere gebruik gemaakt van de Routekaart van de VNG / Naleving.net (zie bijlage).

Leeswijzer In het eerste hoofdstuk beschrijven we wat handhaving is en welke niveaus er zijn. Daarna staat in hoofdstuk 2 komt het juridisch kader aan de orde. Hierna beschrijven we in hoofdstuk 3 onze visie op handhaving waarna in hoofdstuk 4 de dimensies van handhaving aan de orde komen. In hoofdstuk 5 staan de uitgangspunten en doelstellingen waarna in hoofdstuk 6 de actiepunten uit vierde hoofdstuk verder worden uitgewerkt. In hoofdstuk 7 gaan we in op PGB’s. Vervolgens komt in hoofdstuk 8 en 9 het inkoop/contractmanagement en toezichthoudend mandaat aan de orde. In hoofdstuk 10 kijken 1 Waar in dit plan wordt gesproken over de Participatiewet of Pw wordt ook Ioaw en Ioaz bedoeld.

4

we naar de eventuele financiële gevolgen. Waarna we in hoofdstuk 11 beschrijven hoe we monitoren en evalueren.

5

1. Wat is handhaving? Als we het hebben over handhaving, waar hebben we het dan over?

1.1. Handhaving Handhaving gaat over alle activiteiten van de overheid die erop zijn gericht dat regels worden nageleefd. De definitie welke we in dit beleidsplan hanteren voor handhaving is: ‘het door de overheid toezicht houden op en zo nodig afdwingen van de naleving van door haar gestelde regels’. De overheid moet het naleven stimuleren via preventieve maatregelen, zoals voorlichting, interventies op gedrag overleg en subsidiëring. Maar de overheid moet ook beleid hebben als regels niet worden nageleefd. Onrechtmatigheden kunnen voorkomen worden omdat er fouten worden gemaakt. Die kunnen het gevolg zijn van complexe regelgeving of door vergissingen. Maar het komt ook voor dat er opzettelijk in strijd wordt gehandeld met wet- en regelgeving. Wij maken daarom onderscheid tussen: 

Fouten waarbij regels als gevolg van onduidelijkheid, onwetendheid of vergissingen onbedoeld worden overtreden.

Fraude waarbij opzettelijk en doelbewust in strijd met de regels wordt gehandeld met het oog op eigen of andermans (financieel) gewin.

1.2. Niveaus van handhaving Handhaven kan op verschillende niveaus. Het sociaal domein bij de gemeente heeft te maken met de uitvoering van verschillende wetten en taken. Per wet en taak kan verschillen vanuit welke rol de handhaving moet plaatsvinden. De niveaus van handhaving verschillen op: 

Inwonerniveau = op persoonlijk en individueel niveau

Organisatieniveau = op het niveau van organisaties zoals zorgaanbieders

Wet

Domein

Niveau

Wie

Handhavi ng door gemeente ?

Jeugd

PGB

Inwonerniveau

Jeugdconsulent

Ja

Inspectie Jeugdzorg

Nee

Gezondheidszorg en Veiligheid en Justitie 

PGB

Organisatieniv

Contract-/inkoopmanager

Ja

eau

Financiën

Ja

6

Jeugdzorg

Organisatieniv

eau

Inspectie Jeugdzorg

Nee

Gezondheidszorg en Veiligheid en Justitie 

 Onderwij

Ouders/Jeugdige

Organisatieniv

n

eau

School 18+

Inwonerniveau

Vertrouwenspersoon

Nee

RMC

Nee

(leerplichtambtenaar als

Ja

s

deze nog op school zit) 

Kinderopvang

Evt. consulent Pwet 2

Organisatieniv

Inspectie via GGD

Nee

eau

Toezichthouder

Ja

(gemeente) Participat

ie

Inwonerniveau

bijstand  

Wmo

Ontvangen

Consulent werk en

Ja

inkomen

Bijzondere

Sociaal rechercheur

Ja

bijstand

Toezichthouder

Ja

Minimaregelingen

PGB PGB

(gemeente) 

Wmo-consulent

Ja

Toezichthouder

Nee

Organisatieniv

Contract-/inkoopmanager

Ja

eau

Financiën

Inwonerniveau

Ja Zorg in Natura

Inwonerniveau

Wmo-consulent

Ja

Organisatieniv

Toezicht gecontracteerde

Nee

(voorzieningen) Zorg in Natura

eau

parij 

Contract-/inkoopmanager

Financiën

Ja Ja

1.3. Waarom handhaving in het sociale domein? De overheid gaat bij het verstrekken van uitkeringen en voorzieningen uit van rechtmatigheid en doelmatigheid. Met andere woorden: hoe zorgen we ervoor dat deze voorzieningen terecht komen bij de mensen die er recht op hebben en hoe kunnen deze voorzieningen bijdragen aan de re-integratie en participatie van mensen in de samenleving? Tegenover het ontvangen van

2

Als de 18 jarige op het VO zit, dan pakt de leerplichtambtenaar het op. Als de jongere op het mbo zit of van school af

is dan komt hij bij de RMC in beeld.

7

een uitkering of voorziening staan plichten. Een plicht kan bijvoorbeeld zijn dat elke voor de uitkering relevante wijziging in de leefsituatie (verhuizing, inkomsten, zorgbehoefte etc.) tijdig wordt doorgegeven aan de gemeente. Uitgangspunt is dat we de inwoners actief en vroegtijdig over deze rechten en plichten informeren (zie o.a. 5.1). Via het aanbieden van een integrale dienstverlening worden inwoners geholpen zich aan de regels te houden. Met het afstemmen van de controle op de situatie van de inwoner, willen we voorkomen dat handhaving de reintegratie en participatie in de weg staat. Als men desondanks de afspraken en verplichtingen niet nakomt, kunnen er passende sancties volgen. Ditzelfde geldt voor aanbieders in het sociaal domein. Het doel van handhaven is dus om er voor te zorgen dat ondersteuning daadwerkelijk terecht komt bij diegene die dit nodig heeft. Niet handhaven houdt het risico in zich van onrechtmatig verstrekken of gebruiken van voorzieningen en/of onrechtmatig verstrekken of gebruiken van zorggelden of uitkeringen. Dat kan onbewust gebeuren, maar er kan ook sprake zijn van bewuste fraude. Door goed te handhaven geven we als gemeente een signaal af aan de samenleving dat onrechtmatig gebruik niet getolereerd wordt.

1.4. Sociale Recherche (SR) Signalen of controleonderzoeken die daar aanleiding toe geven worden overgedragen aan de Sociale Recherche. Soms leidt dit tot een strafrechtelijk onderzoek. De landelijke Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude (verder: Aanwijzing) bepaalt wanneer strafrechtelijk onderzoek door de SR aangewezen is. Er is periodiek casusoverleg tussen de gemeente en de SR zodat een sluitende aanpak ontstaat. In verband met haar specifieke deskundigheid/expertise kan de SR op basis van haar toezichthoudend mandaat ook bijstand en ondersteuning verlenen aan de gemeentelijk consulent of een casus in de bestuursrechtelijke fase overnemen. De basis hiervan is het werkplan SR. SR wordt nu vooral voor de Participatiewet ingezet. Waar nodig kan SR worden ingezet voor de Wmo en Jeugdwet. De Wmo en Jeugdwet vallen weliswaar niet onder de aanwijzing. SR kan wel onderzoek doen bijvoorbeeld in de rol als bijzonder controleur.

2. Juridisch kader In zowel de Participatiewet als Wmo 2015 en Jeugdwet staan regels over het voorkomen en bestrijden van fouten en fraude. Daarnaast moeten gemeenten hiervoor zelf regels opnemen in hun verordeningen en beleidsregels. Dit is in Putten ook zo geregeld. De Participatiewet geeft een zelfstandige terugvorderingsgrond. Als de inwoner niet terugbetalen wil dan kan op grond van die wet worden teruggevorderd en zelfs een boete of maatregel worden opgelegd. Binnen de Wmo en Jeugdwet kan een dwangsom worden opgelegd. Voor overige zaken kan terugvordering pas nadat er een privaatrechtelijke zaak is aangespannen bij de rechtbank waarbij de gemeente in het gelijk is gesteld. Dit laatste geldt ook voor contractpartners.

3. Visie De gemeente Putten verstrekt voorzieningen op grond van de wetten binnen het sociaal domein.

8

De visie op het handhaven hiervan is als volgt: “Iedere inwoner van Putten die een voorziening uit het sociaal domein nodig heeft wordt door ons geholpen. Wij gaan met de inwoner in gesprek en communiceren helder over rechten en plichten. Wordt deze voorziening onterecht verstrekt dan handhaven we hierop zodat voorzieningen daadwerkelijk terecht komen bij wie dat nodig heeft.. We handhaven ook als een contractpartij afspraken niet nakomt of onjuist uitvoert. Waar nodig sanctioneren we”.

4. Handhaving op inwoner- of organisatieniveau Handhaving kan op inwoner- of organisatieniveau (zie 4.1 en 4.2). Deze notitie gaat in op handhaving sociaal domein op beide niveaus.

4.1. Hoogwaardige uitvoering op Inwonerniveau Inwoners die gebruik willen maken van een gemeentelijke voorziening hebben een keukentafelgesprek of volgen na aanmelding bij de gemeente een intake. In beide gevallen gaat het gesprek over eigen vaardigheden maar ook over de regels en plichten waaraan inwoners zich moeten houden bij het ontvangen van gemeentelijke voorzieningen. De inwoner die de voorziening aanvraagt is eigenaar van de ondersteuningsaanvraag. Handhaving begint vanaf de melding. Kritisch onderzoek doen, een zuivere indicatie stellen, screening van de PGB-vaardigheden en extra alert zijn bij PGB-aanvragen. En vervolgens duidelijke beschikkingseisen stellen over doel en voorwaarden rond de voorziening of PGB. Daarnaast is het huidige bestand goed in beeld bij de consulenten. Deze kennis wordt gekoppeld aan goede kennis van zorgaanbieders, onderwijsinstellingen en werkgevers in de regio: weten waar gepaste zorg en onderwijs is en waar kansen op werk liggen. Vanuit het aspect ‘ondersteuning’ werken de betrokken partijen samen aan het versterken van de verschillende schakels in de keten en hun onderlinge samenhang via de thema’s: ketenbrede samenwerking, preventie, controle en handhaving. Al vanaf 2004 werd er landelijk ingezet op Hoogwaardig Handhaven. De vier pijlers van Hoogwaardig Handhaven gelden echter nog steeds.

Binnen deze elementen is er vooral aandacht voor preventieve activiteiten, naast activiteiten om herhaling te voorkomen. Hieronder worden deze vier elementen van Hoogwaardig Handhaven toegelicht: Element 1: vroegtijdig, volledig en helder informeren (voorlichten) Voorkomen moet worden dat fraude onbewust en ongewild, door onwetendheid of door een verkeerd verwachtingspatroon ontstaat. Daarom is het van belang om als gemeente heldere regels te hebben. Die zijn daardoor voor inwoners gemakkelijker na te leven en voorkom je ongewilde fouten. Daarnaast moeten we de inwoner al zo vroeg mogelijk te informeren over de

9

rechten en plichten die aan het aanvragen en ontvangen van een gemeentelijke voorziening zijn verbonden. Ook is het nodig dat men informatie krijgt over waaraan de gemeente zich in relatie tot inwoners moet houden. Juiste, eenduidige en tijdige informatie is een noodzakelijke basisvoorwaarde voor een heldere handhaving. Element 2: Optimaliseren van de dienstverlening Goed voorbeeld doet goed volgen. Wij verlangen van onze inwoners dat zij zich aan regels en afspraken houden. De kans dat zij dit zullen doen wordt groter als wij dit consequent zelf ook doen. Een snelle service, heldere communicatie (onder meer hoe inwoners bijvoorbeeld wijzigingen kunnen doorgeven), efficiënte procedures en een correcte bejegening vergroten het vertrouwen van de inwoner in de gemeentelijke organisatie en verkleinen het gevoel van afstand tot de gemeente. Element 3: Vroegtijdige detectie (toezicht houden) Controle op maat betekent meer controle in situaties waar het nodig is en minder controle in situaties waar de kans op fraude gering is. Voor controle op maat worden diverse instrumenten ingezet zoals huisbezoeken en signaalonderzoeken. In sommige gevallen kan Sociale Recherche worden ingezet. Element 4: Sanctioneren Inwoners die zich bewust niet aan de afspraken houden, worden streng aangepakt. Daarbij worden boetes en terugvorderingen ook werkelijk geïncasseerd.

Dit draagt bij aan het maatschappelijke draagvlak van het sociale zekerheidsstelsel. Als fraude niet wordt bestraft verliest het handhavingsbeleid aan geloofwaardigheid.

4.2. Hoogwaardige uitvoering op organisatieniveau Voor hoogwaardige handhaving op organisatieniveau gelden eigenlijk dezelfde uitgangspunten maar verschilt op onderdelen de invulling. 1. Vroegtijdig, volledig en helder informeren (voorlichten) Ook hier moet voorkomen worden dat fraude onbewust en ongewild, door onwetendheid of door een verkeerd verwachtingspatroon ontstaat. Daarom is het van belang om de aan de voorkant bij het sluiten van (inkoop) contracten al zo vroeg mogelijk te informeren over de rechten en plichten die aan het contract zijn verbonden. En welke controle afspraken gemaakt worden. Tevens moet helder zijn dat onterecht verstrekt geld ingevorderd kan worden. Juiste, eenduidige en tijdige informatie en duidelijkheid over mogelijkheid van controle en eventuele invordering is ook hier een noodzakelijke basisvoorwaarde voor een heldere handhaving. 2. Optimaliseren van de dienstverlening Goed voorbeeld doet goed volgen. Wij verlangen van onze (contract)partners dat zij zich aan regels en afspraken houden. De kans dat zij dit zullen doen wordt groter als wij dit consequent 10

zelf ook doen. Een snelle service, heldere communicatie, laagdrempelig, efficiënte procedures, regelmatig contact en een correcte bejegening vergroten ook hier het vertrouwen. 3. Vroegtijdige detectie (toezicht houden) Controle op maat betekent meer controle in situaties waar het nodig is en minder controle in situaties waar de kans op fraude gering is. Voor controle op maat worden diverse instrumenten ingezet waaronder controle door middel van steekproeven van bijvoorbeeld rekeningen maar ook contractmanagement. 4.

Sanctioneren

Als (contract)partners zich bewust niet aan de afspraken houden, worden ze gesanctioneerd. Dit wordt vastgelegd in de afspraken die met die partners worden gemaakt. Daarbij worden bijvoorbeeld terugvorderingen ook werkelijk geïncasseerd. Ook dit draagt bij aan het maatschappelijke draagvlak van het sociale zekerheidsstelsel maar ook aan dezelfde gevolgen voor een inwoner als een contractpartner.

5. Uitgangspunten en doelstelling Bij 1.1 staat de definitie van handhaving: ‘het door de overheid toezicht houden op en zo nodig afdwingen van de naleving van door haar gestelde regels’.

5.1. Uitgangspunten De uitgangspunten die gelden voor dit beleid zijn: 

Stimuleren van eigen verantwoordelijkheid;

Integrale aanpak dienstverlening en handhaving;

Vertrouwen is het uitgangspunt, controle wordt ingezet waar nodig.

Onze insteek is preventie waarbij het streven is om ervoor te zorgen dat de inwoner zich bewust is van al zijn of haar rechten en plichten, maar ook dat de gemeente de inwoner serieus neemt. Ditzelfde geldt voor (contract) partners. Het beleid is erop gericht om verrassingen zoveel mogelijk te voorkomen. Dit moet er op termijn toe leiden dat misbruik (fraude) in het sociaal domein wordt teruggedrongen.

5.2. Doelstelling De doelstellingen zijn: 

Structurele inzet op preventie door voorlichting en dienstverlening;

Versterken toetreding gemeentelijke voorziening;

Blijvende inzet op controle en sanctionering;

Het versterken van de lerende organisatie.

Per doelstelling zijn acties en resultaten bepaald. Onder elk doel staan actiepunten. De uitwerking van de actiepunten wordt in het volgende hoofdstuk (vier) beschreven.

11

5.2.1. Doel 1. Structurele inzet op preventie door voorlichting en dienstverlening We zetten in op preventie. Hiertoe blijven we investeren in een duidelijke informatievoorziening aan onze inwoners en contractpartners. In de gesprekken met de inwoner wordt nadrukkelijk stilgestaan bij de consequenties van het niet nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen. Daarnaast maken we aan de inwoner duidelijk wat ze van de gemeente mogen verwachten. En wat we van de inwoner verwachten. Verder zetten we in op snelle (re)acties op fraudesignalen. Hoe sneller er gereageerd wordt hoe sneller de situatie genormaliseerd kan worden. Daarnaast voorkomt het hoge(re) vorderingen met mogelijke andere gevolgen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ‘Weten is nog geen doen’ van de WRR: de overheid dient bij handhaving van beleid eerst te verifiëren in hoeverre er sprake is van niet willen of van niet kunnen. Vervolgens dient zij te differentiëren, en haar reactie af laten hangen van de aard van de situatie. De overheid dient daarbij proportioneel op te treden. Forse overtredingen verdienen forse sancties, maar kleine fouten moeten ook kleine gevolgen hebben. Vanuit een realistisch perspectief moet er ook ruimte zijn voor burgers om op hun schreden terug te keren en eerdere ‘fouten’ te herstellen. Dat geldt zeker als de burgers de gevolgen van een keuze niet konden overzien.

De WRR beveelt aan om bij de uitvoering van beleid vroegtijdig en persoonlijk contact met inwoners te zoeken wanneer er sprake is van onregelmatigheden. Om zo beter onderscheid te maken tussen burgers die niet willen en die niet kunnen, en bij te kunnen sturen op een moment dat mensen nog genoeg mentale ruimte hebben om helder na te denken en in actie te komen. Actiepunten: 1. Waar nodig verbeteren van het communicatie. Heldere communicatie, zowel gesproken als op papier, is van groot belang. Hiermee worden onduidelijkheden en dus mogelijke fouten voorkomen. Daar zijn al stappen in gezet (Loo en Van Eck). Maar dat blijft een continu aandachtspunt. Hierbij gebruik maken van “Weten is nog geen doen”. 2. Het blijven verbeteren van interne werkprocessen en uniforme werkwijze. Regelingen en procedures veranderen maar ook systemen. De werkprocessen moeten daarop worden aangepast. En wel zo helder en kort mogelijk. Een eenduidige werkwijze is tevens nodig. 3. Het blijven verbeteren van professionalisering medewerkers. Dit is een continu proces. Zoals gezegd wijzigen regelingen, vormgeving enz. Deze actiepunten zijn verder uitgewerkt in 6.1.

5.2.2. Doel 2. Versterken toetreding gemeentelijke voorziening Door in te zetten op handhaving voorkomen we dat inwoners onterecht een beroep doen op een gemeentelijke voorziening. Om dit doel te bereiken, is onze gemeente streng aan de poort. Door alle aanmeldingen en aanvragen zorgvuldig te beoordelen, blijkt een deel uiteindelijk niet tot een gemeentelijke voorziening te leiden.

12

Dit betekent niet dat de deur wordt dichtgehouden voor kwetsbare inwoners, maar wel dat mensen bijvoorbeeld in een eerder - en voor hen relevant stadium - dan voorheen worden gewezen op voorliggende voorzieningen. Actiepunten: 1. Blijven werken aan een omslag van denken; inwoner is zelf verantwoordelijk. 2. Consulent werkt op maat en weet de inwoner op de juiste manier aan te spreken. 3. Participatiewet; proces aanvraag bijstand. 4. Jeugdwet en Wmo; proces indicatiestelling PGB en zorg in natura. Deze actiepunten zijn verder uitgewerkt in 6.2

5.2.3. Doel 3. Blijvende inzet op controle en sanctionering Naast de focus op preventie is blijvende inzet op controle en sanctionering noodzakelijk. We zetten de handhaving in op alle gebruikers van gemeentelijke voorzieningen en bij de contractpartijen of aanbieders in het sociaal domein. De medewerkers werken samen om fouten en fraude te voorkomen en te bestrijden. Bij de inwoners die ‘wel kunnen, maar niet willen’ meewerken aan het nemen van de eigen verantwoordelijkheid, is een zorgvuldige screening, versterkte controle en inzet van sancties noodzakelijk. Controles: 1. Heronderzoeken/herindicaties: -

Standaard uitvoeren van periodieke heronderzoeken/herindicaties. Afhankelijk van de situatie van de inwoner.

2. Wlz registertoets: In het gesprek dat de gemeente met de inwoner voert zal al snel duidelijk zijn wat zijn situatie is: of er langdurige zorg nodig is of geïndiceerd is, of dat er een indicatieprocedure loopt. Heeft de consulent na doorvragen toch nog gerede twijfel over de zorgaanspraken van een cliënt, dan kan de Wlz-Registertoets worden geraadpleegd. De gemeente dient terughoudend te zijn in het gebruik van deze toets. 3. Themacontroles op basis van risicoprofielen: Het doel van een themacontrole is een deel van het klantenbestand op projectmatige wijze te controleren. Het hoofddoel is gericht op de rechtmatigheid van de uitkering. De controles vinden plaats aan de hand van een objectief thema en kunnen worden onderverdeeld in een administratief en feitelijk onderzoek (met persoonlijk gesprek en/of huisbezoek). Deze controles kunnen een nader intensief onderzoek per klant opleveren. Aan het opstellen van een risicoprofiel worden strenge eisen gesteld: het profiel mag niet gebaseerd zijn op etniciteit, niet stigmatiserend zijn, administratief detecteerbaar zijn en het verwachte controle rendement moet hoger zijn dan bij standaard hercontrolegesprekken.

13

Gekozen kan worden voor een administratief onderzoek, een feitelijk onderzoek of beide. Over deze controle communiceren we van te voren met de doelgroep bijvoorbeeld door middel van een bericht in plaatselijke weekbladen. De gemeente Putten kan onderzoek doen bij alle mensen die een uitkering ontvangen op een bepaald onderwerp. Zo'n onderwerp is bijvoorbeeld het bezit van een auto of een inschrijving bij de Kamer van Koophandel.Indien gewenst en haalbaar vindt er elk jaar een themacontrole plaats. Voor de Jeugdwet en Wmo geldt dat het vermoeden is dat risicoanalyse/themacontroles ook hier wenselijk zijn. De frequentie en wijze waarop is nog onbekend. 4. Inzet sociale recherche: -

Er vindt intensieve en duidelijke samenwerking plaats tussen de consulenten en de sociaal recherche.

-

Extra uren voor de inzet en begeleiding van de sociale recherche op het gebied van de Jeugdwet en Wmo.

5. Bestandskoppeling: Vanuit het inlichtingenbureau krijgen gemeenten uit gekoppelde overheidsgegevens samenloop-signalen van de bijstandsuitkering met bijvoorbeeld autobezit, inkomen, andere uitkering, detentie, vermogen enzovoort. Deze signalen worden vergeleken met onze cliëntgegevens en zo nodig wordt een onderzoek ingesteld als de gegevens niet bekend zijn. Daarnaast is de uitkeringsadministratie gekoppeld aan de Basisregistratie personen. Hiervoor is al een bestaand autorisatie protocol geldig binnen de gemeente Putten. 6. Signaalsturing: Inzet van middelen om bij vermoedens van fraude bewijzen te hebben die de juridische toetsen doorstaan. Denk hierbij aan het Wmo toezicht. De door ons aangewezen toezichthouder kan hierbij ingeschakeld worden. 7. Interne controles: Check van eigen functioneren via gegevensgerichte controle en procescontrole. Jaarlijks vindt via het interne controleplan en bijbehorende rapportages controle plaats. Dit om eigen fouten te voorkomen.

5.2.4. Doel 4: Het versterken van de lerende organisatie Door middel van handhaving overzie je hele dossier met een beetje afstand. Dat betekent dat je beter in staat bent om te zien wat de inwoner, contractpartner én de gemeente beter of anders hadden kunnen doen. Dit kan worden gebruikt om het (primaire) proces te verbeteren. Gaat er veel fout op verblijf in het buitenland of bij een PGB? Actiepunten: 1. Handhavingsdossiers gebruiken om het primaire werkproces te verbeteren.

14

6. Actiepunten In dit hoofdstuk beschrijven we welke activiteiten we gaan uitvoeren om de doelstellingen zoals beschreven in hoofdstuk 5, te realiseren.

6.1. Structurele inzet op preventie door voorlichting en dienstverlening 6.1.1. Waar nodig verbeteren van de communicatie Communicatie is een belangrijk instrument bij handhaving. Ten eerste is het belangrijk inwoners goed te informeren over rechten en plichten om onbewuste overtreding van regels te voorkomen. Zichtbare handhaving is verder van belang voor het maatschappelijk draagvlak voor de uitvoering van gemeentelijke wetten en taken. We gaan na waar we de communicatie kunnen verbeteren. Per doelgroep gaan we na waar de communicatie te verbeteren is. Deze doelgroepen zijn onder te verdelen in: 

Inwoners van de gemeente Putten die gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen Sociaal Domein;

Medewerkers Sociaal Domein van de gemeente Putten;

Overige partijen zoals externe partners (maatschappelijke instellingen, UWV, etc) en overige burgers uit de gemeente Putten.

Een belangrijke voorwaarde voor geslaagde mondelinge communicatie tussen medewerkers en inwoners is dat medewerkers ondersteund worden door professioneel communicatiemateriaal via allerlei kanalen. In alle communicatieve uitingen naar buiten streven we uniformiteit en samenhang na. Het uitdragen van een eenduidige en gemeenschappelijk boodschap is hierbij belangrijk. Een aandachtspunt bij de uitwerking van het communicatieplan is het bepalen van de juiste toon in de communicatie van de gemeente om de juiste balans te vinden tussen informeren en controleren. De juiste toon vinden we door inwonergericht te schrijven: 

Helder en open te communiceren

Schrijven met korte, heldere zinnen

Geen moeilijke woorden gebruiken als een eenvoudig woord ook kan

Onnodig ambtelijk taalgebruik vermijden

Intern taalgebruik intern houden

We gaan na of we ons bestaande voorlichtingsmateriaal – zoals de folders, nieuwsbrieven, website gaan aanvullen. En we blijven gebruik maken van social media. Zodat er een samenhangend pakket aan verschillende communicatiekanalen- en middelen is. Ook zal de inwoner worden gewezen op de mogelijkheid van de Onafhankelijke Inwoner Ondersteune (OIO)r. Dat zij kunnen ondersteunen bij het aanvragen bij de gemeente en WLZ. En dat zij kunnen verduidelijken. De OIO kan ook bij een gesprek aanwezig zijn als een inwoner dat wenst.

15

Uiteraard is de opsomming niet limitatief. We volgen nieuwe ontwikkelingen en als die aanvullend zijn zullen we ook die gaan gebruiken. Daarnaast is de juiste toon qua mondelinge communicatie tussen medewerker en inwoner van belang. Iedereen wil en dient met respect bejegend te worden. Dit geldt voor de inwoner maar ook voor de medewerker.

6.1.2. Het blijven verbeteren interne werkprocessen en uniforme werkwijze Een kwalitatief goede dienstverlening is een belangrijke factor bij het voorkomen van fraude. Daarom is er continue aandacht voor het verbeteren van werkprocessen en interne communicatie. Goede afstemming en communicatie – bijvoorbeeld bij fraudesignalering - zijn belangrijk. Daarnaast is het van belang dat er nog meer samenhang is tussen het handhavingsproces bij bijvoorbeeld PGB, zorg in natura, aanvraag bijstand of re-integratie. Hiermee is al een start gemaakt door de pilot van de Brede toegang en de invoering van de integrale beleidsregels. Door integraal te werken kan men elkaar versterken, wordt de inwoner beter geholpen en ontstaan er geen tegengestelde doelen. Verder is het van belang dat er afstemming blijft plaatsvinden met andere afdelingen. Meldingen komen vaak binnen via de servicebalie. Maar denk hierbij ook aan de Handhavers. Zij zijn ook toezichthouders sociaal domein. Maar ook bijvoorbeeld met de afdeling Ruimte en Staf. Als het gaat om een zelfstandige die vergunningen nodig heeft. Of vanwege een woonsituatie als bijvoorbeeld de pauzewoningen. Verder zullen we maatschappelijke partners informeren en met hen in gesprek gaan over dit plan. En hoe we elkaar hierin kunnen versterken.

6.1.3. Het blijven verbeteren van professionalisering van medewerkers Preventie en opsporing van uitkeringsfraude vallen of staan met de competenties en motivaties van de professionals. In dit plan is dan ook aandacht voor het faciliteren van de professional. Het gaat daarbij niet alleen om fraudealertheid, maar ook om het vermogen om vanuit een breder perspectief inwoners aan te spreken op de verantwoordelijkheden die het verkrijgen van een gemeentelijke voorziening met zich mee brengt. Het vak van consulent (Wmo, jeugd en werk en inkomen) is door alle nieuwe taken van de afgelopen jaren behoorlijk uitgebreid en complexer geworden. Een behoorlijke opgave om hier als consulent in mee te kunnen. Om deze redenen is blijvende deskundigheidsbevordering één van de belangrijke onderwerpen waar de komende jaren aandacht aan wordt geschonken. Denk hierbij aan het organiseren van trainingen op het gebied van confronterende gesprekstechnieken, feedback technieken, herkennen van fraudesignalen, en actualisering van noodzakelijke kennis over wetgeving, ook op het gebied van handhaving. Maar ook aan het gezamenlijk bespreken van casussen. Deze worden anoniem besproken. Het is vervolgens noodzakelijk om de kwaliteit en het niveau van de medewerkers op peil te houden via permanente bijscholing. Daarnaast is het wenselijk dat de organisatie ervoor zorgt

16

dat nieuwe medewerkers als vast onderdeel bij hun inwerkprogramma ‘hoogwaardig handhaven’ krijgen. Participatiewet Wat betreft de aanvraag voor een bijstandsuitkering is de inwoner aan zet en moet deze er zelf voor zorgen dat een aanmelding wordt gerealiseerd, geen maatregel opgelegd krijgt en/of zo snel mogelijk aan het werk is. Het is aan de gemeente er zorg voor te dragen dat de inwoner hier de gelegenheid voor krijgt. Via de digitale aanmelding op www.werk.nl en een uitgebreide intake met een werkconsulent faciliteren wij dit zoveel. Daarnaast heeft de gemeente Putten informatie hierover op de website. Ook is er de mogelijkheid om folders met relevante informatie te ontvangen. Wmo en Jeugd Voor het gebruikmaken van voorzieningen via de Wmo en Jeugd heeft een inwoner een (her)indicatie nodig. Er worden gesprekken (keukentafel/intake) gevoerd bij een aanvraag om gemeentelijke voorzieningen of om (her)indicaties uit te voeren. Daarnaast is het mogelijk dat er een check plaats vindt om na te gaan of de inwoner ook daadwerkelijk in staat is om het PGB te beheren onder andere door middel van het screenen van de PGB vaardigheden. Ook hierbij is het van belang dat de inwoner goed geïnformeerd wordt en op de hoogte is van de regels. En wordt gekeken wat iemand zelf kan met behulp van zijn eigen netwerk.

Naast het preventieve effect van goede voorlichting en optimale dienstverlening blijven we alert op fraude. De gemeente stelt zich hierbij ten doel fraude zo snel mogelijk op te sporen. Dit om erger te voorkomen. Klanttevredenheidsonderzoek Periodiek laten we een klanttevredenheidsonderzoek uitvoeren. Hierbij wordt o.a. de tevredenheid van de inwoners over het gesprek met de medewerker van de gemeente getoetst. Waarbij we streven naar een grote(re) respons.

6.2. Activiteiten bij de toetreding gemeentelijke voorziening 6.2.1. Blijven werken aan een omslag van denken; inwoner is zelf verantwoordelijk Met de transities in 2015 is een start gemaakt met een omslag van denken. Maar dit is een blijvend proces. Dit geldt voor de interne organisatie. Maar ook voor aanbieders en inwoners. In het Meerjarenplan Samenleving is opgenomen dat eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van de inwoner uitgangspunt zijn. Dat betekent dat hier in de relatie met de inwoner ook zo mee om gegaan moet worden. Dat omslag van denken is een heel proces voor zowel de gemeente als voor de inwoner. Dit begint bij heldere communicatie hierover, een goede uitleg. En waar nodig hierover in gesprek gaan. Dit uitgangspunt moet ook helder gecommuniceerd worden met aanbieders. Zodat ook zij op deze manier werken. 17

6.2.2. Consulent werkt op maat en weet de inwoner op de juiste manier aan te spreken De verschillende wetten, verordeningen en beleidsregels geven kaders voor het al dan niet verstrekken van voorzieningen. Binnen die kaders is en ruimte voor maatwerk. Elke situatie is anders en zal tot een andere uitkomst kunnen leiden. Zelfs al lijken die situaties nog zoveel op elkaar. Vraagverheldering is van groot belang en het onderzoek wat hiernaar en hierna plaatsvindt. Daarna moet de situatie helder zijn zodat een goed gewogen besluit kan worden genomen. Ook hierbij is de communicatie van groot belang. Heldere uitleg, de inwoner informeren over de stand van zaken, checken of deze invulling aan het gesprek wordt gegeven. Daarom zijn er inmiddels integrale beleidsregels vastgesteld waarbij er nog meer nadruk ligt op maatwerk.

6.2.3. Participatiewet; proces aanvraag bijstand Het proces is, onder meer via procesmanagement (Lean) verbeterd en aangepast. Daar wordt nu uitvoering aangegeven. De komende tijd zal er aandacht moeten zijn voor de goede uitvoering hiervan. En of er nog aanpassingen nodig zijn.

6.2.4. Jeugdwet en Wmo; Aanpassing proces indicatiestelling PGB en zorg in natura In Jeugdwet en Wmo is PGB verstrekken landelijk gezien een aandachtspunt. Omdat hierbij de kans op fouten en mogelijk fraude hoger wordt ingeschat. Een goede format voor het al dan niet verstrekken van een PGB kan hierbij ondersteunen. Hierbij kan aansluiting gezocht worden bij het format wat regionaal wordt ontwikkeld voor PGB’s bij Beschermd Wonen (zie 7).

6.3. Het versterken van een lerende organisatie 6.3.1. Handhavingsdossiers gebruiken om het primaire werkproces te verbeteren. Handhavingsdossiers leveren veel informatie op. Wat is er fout gegaan en hoe kon het fout gaan. Dat geldt zowel voor de inwoner als voor de gemeente. Door deze dossiers te analyseren kunnen we leren en blijven leren. De ervaringen hieruit moeten worden ingezet om het proces te verbeteren waar dit nodig is. Gaat er bijvoorbeeld regelmatig iets fout bij verblijf in het buitenland? Dan kun je daar iets aan doen. Bijvoorbeeld door mensen zich te laten melden bij terugkomst, controleer extra in de zomer of stuur iedereen een leuke zomerse ansichtkaart met een reminder dat ze verblijf in het buitenland moeten melden. Dat is bovendien een manier om weer even contact te hebben en iedereen een fijne zomer te wensen. Hier zit ook een vorm van wederkerigheid in, de gemeente doet iets sympathieks voor de inwoner, dan zijn zij eerder bereid om iets terug te doen en de juiste info door te geven.

18

7. PGB’s Het risico op oneigenlijk gebruik bij PGB’s in de Wmo en de Jeugdwet kan gebeuren door het verstrekken van onjuiste informatie, declaratiefraude of misbruik van die PGB’s. Bij zorg in natura gaat het om declaratiefraude. Van PGB fraude is sprake als het geld niet wordt besteed aan de zorg die nodig is. Het geld wordt dan niet (volledig) besteed aan het doel. In het geval van declaratiefraude of PGB-fraude kan het gaan om de zorgaanbieder die fraudeert zonder medeweten van de inwoner. Dat is ook nadelig voor de zorggebruiker, omdat die dan verstoken blijft van de toegewezen hulp. Nog ernstiger wordt het als zorggebruiker en zorgaanbieder samenspannen. Binnen de Wmo 2015 zijn er met name risico’s bij ‘begeleiding’ en ‘beschermd wonen’ in combinatie met een PGB, omdat dit complexe en intensieve vormen van ondersteuning zijn. Daarnaast zijn er risico’s bij het PGB voor huishoudelijke hulp, omdat de zorgverlener vaak uit het sociale netwerk van de PGB-houder komt. Voor beschermd wonen wordt er regionaal gewerkt aan richtlijnen voor de inzet van een PGB voor beschermd wonen. Hierbij wordt de kwaliteit van de inzet getoetst en voorkomen dat een PGB zorgverlener ook PGB beheerder is. Als deze richtlijnen verder zijn uitgewerkt zullen we deze waar mogelijk is kunnen toepassen op de Jeugdwet en andere onderdelen van de Wmo.

8. Inkoop / Contractmanagement Zorg in natura voor de Wmo en de Jeugdwet kopen wij regionaal in. Het contractbeheer en – management van regionaal ingekochte voorzieningen wordt deels door de gemeente Putten en deels regionaal gedaan. Het contractbeheer verloopt voor Wmo doorgaans via de regio en voor Jeugd gebeurt dit lokaal. Contractbeheer en management doen de rechtmatigheidscontrole, zodat niet meer kan worden gedeclareerd dan toegewezen. Bij het toenemen van de data ontstaan ook meer mogelijkheden om afwijkingen binnen het declaratiegedrag van aanbieders waar te nemen. Dit is een doorlopend ontwikkelproces. Bij inkoop zal er meer aandacht zijn voor heldere afspraken met aanbieders. Deze afspraken moeten heel smart zijn, zodat je makkelijk kunt terugkijken en kunt bepalen of de afspraken zijn nagekomen. Dit is een wisselwerking tussen de budgethouder, inkoper en contractmanager. Als er (regionaal) wordt ingekocht zijn meestal de ISNV inkoopvoorwaarden van toepassing. Hierin is in artikel 16 opgenomen dat een boete direct opeisbaar is als een boetebepaling is opgenomen. Ook hiervoor moet aandacht zijn bij inkoop.

9. Toezichthoudend mandaat Binnen de Wmo 2015 hebben gemeenten de wettelijke plicht om een toezichthouder voor de kwaliteit en de rechtmatigheid aan te stellen. Dat hebben we georganiseerd binnen de Regio, maar dat is vooral gericht op kwaliteitszorg. De Jeugdwet kent geen verplichting om een toezichthouder aan te stellen, maar staat dit wel toe. Het Ministerie van VWS gaat kijken of hiervoor een regeling gaat komen in de Jeugdwet.

19

Toezichthouders rechtmatigheid zijn nodig opdat signalen over misbruik en oneigenlijk gebruik binnen het bestuurlijk kader wel onderzocht kunnen worden. Vanwege bestaande expertise op het gebied van sociale zekerheidsfraude zijn de bestuurlijke handhavers en de sociaal rechercheurs benoemd als toezichthouder rechtmatigheid voor de Participatiewet, Wmo 2015 en de Jeugdwet. Binnen de eigen organisatie is het goed om in ieder geval een Toezichthouder rechtmatigheid aan te wijzen.

10. Ontwikkelingen Landelijk is het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) gestart. Dit is een samenwerkingsverband van 9 partners: -

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa);

-

Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW);

-

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ);

-

Belastingdienst;

-

Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD);

-

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ);

-

Openbaar Ministerie (OM);

-

Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG);

-

Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

Het IKZ doet alles wat erop gericht is dat zorgfraude effectiever wordt opgespoord. Het IKZ brengt signalen van partners over zorgfraude samen en vult de signalen aan met informatie van de IKZ-partners. De IKZ-partners hebben namelijk ieder eigen informatie tot hun beschikking. Door deze informatie samen te brengen, ontstaat een duidelijker beeld van specifieke vormen of gevallen van fraude. Daarnaast brengt het IKZ trends, ontwikkelingen en fenomenen in de onrechtmatige besteding van zorggelden in kaart. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is beleidsverantwoordelijk voor het samenwerkingsverband. De bewindspersonen van VWS willen het IKZ een wettelijke basis geven, onder meer omdat de huidige wettelijke bevoegdheden beperkt zijn. Het betekent dat de huidige IKZ-organisatie gaat veranderen van een publiekrechtelijk samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid, naar een rechtspersoon met een wettelijke taak. Putten is nog niet aangesloten bij het IKZ. Dat kan door middel van bijgevoegde aanmelding en verwerkersovereenkomst.

11. Financiën Op dit moment kan het plan uitgevoerd worden binnen de huidige budgetten. Als er veel extra onderzoeken moeten worden opgestart door Sociale Recherche kan het zijn dat het budget hiervoor niet toereikend is. Daar zal dan apart over besloten worden. Er hoeft geen automatiseringsprogramma te worden aangeschaft. De benodigde cijfers kunnen uit de Uitvoeringsmonitor worden gehaald.

20

12. Evaluatie en monitoring Jaarlijks wordt gerapporteerd aan de Gemeenteraad over de stand van zaken van het handhavingsplan. Hierbij zal met zal worden ingegaan op de actiepunten uit hoofdstuk 6. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om: -

Inwonertevredenheidsonderzoek voor het meten van de communicatie.

-

Welke werkprocessen zijn aangepast en wat is verbeterd.

-

Welke scholing is ingezet om de professionaliteit op peil te houden / te verbeteren.

-

Invoering van een format voor PGB indicaties.

Ook worden hierbij resultaten van toezicht en Sociale Recherche meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan hoeveel onderzoeken zijn gestart en hoeveel terugvorderingen heeft dit opgeleverd, de inningen hiervan, sancties en maatregelen. Maar ook hoe vaak SR bij aan de voorkant van het proces is ingezet en welke resultaten dit heeft opgeleverd. Dit geldt ook voor en sancties die opgelegd door de uitvoering van de afdeling Samenleving. Als uit de evaluatie en monitoring blijkt dat er aanleiding voor is, zullen we voorstellen doen om het handhavingsplan bij te stellen.

13. Geschillen Als er sprake is van besluiten als gevolg van handhaving dan vindt er altijd een gesprek plaats met de inwoner of aanbieder. Het kan zijn dat er een besluit wordt genomen waarmee de inwoner of aanbieder het niet eens is. Er is hierbij altijd rechtsbescherming. Voor de inwoner via de Algemene Wet Bestuursrecht door middel van de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Een bezwaar kan worden ingediend bij de gemeente. Een onafhankelijke commissie bezwaarschriften adviseert het college van burgemeester en wethouders over het bezwaar. Is de inwoner het vervolgens niet eens met het besluit van het college op het bezwaarschrift dan kan de inwoner in beroep bij de rechtbank. In het besluit van de gemeente staat precies vermeld hoe en waar de inwoner het bezwaar- of beroepschrift kan indienen. Voor de inwoner bestaat er recht op ondersteuning door de onafhankelijke inwoner ondersteuning. En waar nodig kunnen zij een beroep doen op juridische ondersteuning. Hierbij is soms een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd. Voor een zorgaanbieder geldt rechtsbescherming via het privaatrechtelijke recht.

21

Bijlage: Routekaart VNG / Naleving.net

1. Ontwikkelen van Visie & Beleid In deze fase beschrijft de gemeente haar visie en beleid op het gebied van toezicht, handhaving en naleving. In deze visie geeft de gemeente antwoord op de vraag wat zij hiermee wil bereiken. De visie biedt het kader voor het handhavingsbeleidsplan, dat het beleid rondom preventie-, toezicht- en handhavingstaken beschrijft. In deze fase is het ook van belang om bewustwording en draagvlak binnen de eigen organisatie te creëren. Een effectieve inrichting van preventie, toezicht en handhaving staat of valt met een goede samenwerking tussen de verschillende organisatieonderdelen. 2. Implementeren De gemeente richt op basis van het handhavingsbeleidsplan de preventie-, toezichts- en handhavingstaken in op de volgende onderdelen: werkprocessen (procesresultaten, processtappen), sturing/coördinatie, middelen (financiën, ict, communicatie, documentatie), taken, bevoegdheden, verantwoording, verantwoordelijkheden en gedrag. In deze fase vinden alle voorbereidingen plaats voor de daadwerkelijke uitvoering van de preventie-, toezichts- en handhavingstaken. 3. Uitvoeren

22

De gemeente voert de preventie-, toezichts- en handhavingstaken en waar nodig wordt er gerapporteerd over vooraf bepaalde indicatoren met betrekking tot budget, fraudesignalen, zorgaanbieder, kwaliteit en rechtmatigheid van de verleende zorg aan inwoners. De genoemde taken zijn verankerd in de organisatie, processen, rapportages en verantwoordingen. Ze maken 4. Monitoren & Verbeteren Op basis van de evaluaties van onder meer onderzoeken, opgeleverde rapportages en monitoring voert de gemeente verbeteringen door in de werkprocessen (procesresultaten en processtappen) en jaarplannen. Waar nodig wordt het handhavingsbeleid periodiek en tijdig bijgesteld.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10119506/1