spreektekst-inspreker-1-geanonimiseerd
Tekst van het document
Inspraak raadscommissie 21 november 2024
Voorzitter, leden van de commissie, dames, heren Mijn naam is en ik sta hier vanavond als kersverse voorzitter namens Stichting Prinses Marijke Activiteitencentrum 55+ als opvolger van en val met mijn neus in de boter om nu al dit lastige punt te moeten bespreken en om een reactie te geven op de voorgenomen wijziging van de parkeerverordening, meer specifiek op de introductie van een parkeervergunning voor verenigingen en stichtingen. Laat mij eerst kort Stichting Prinses Marijke voor u beschrijven. De stichting is in 1999 opgericht als voortzetting van activiteiten, die daarvoor onder verantwoordelijkheid van Stichting Maatschappelijke Dienstverlening werden uitgevoerd. Zowel het bestuur als de vrijwilligers zijn onbezoldigd. De stichting stelt zich ten doel middels het laagdrempelig aanbieden van activiteiten ouderen actief te houden, zowel geestelijk als lichamelijk, alsmede het voorkomen van het gevreesde sociaal isolement. Het belang van deze activiteiten voor de deelnemers hoef ik u vast niet uit te leggen. Op basis van de bezoekersaantallen van dit jaar verwacht de stichting in 2024 ongeveer 14.000 deelnemers te mogen verwelkomen verdeeld over 50 weken. Dat zijn zo’n 280 deelnemers per week verspreid over 14 dagdelen, gemiddeld 20 personen per dagdeel.
De aanstaande invoering van betaald parkeren in de omgeving van ons activiteitencentrum aan de Violenstraat leidt tot erg veel onrust onder onze deelnemers en vrijwilligers. In het voorstel van het college wordt terecht opgemerkt, dat het gevaar bestaat, dat een toename van kosten leidt tot het afhaken van deelnemers en vrijwilligers. Ik gebruik bewust de term deelnemers, omdat een stichting uiteraard geen leden heeft. Bij het jaarlijkse subsidieoverleg met ambtenaren van de gemeente is ook telkens de deelnemersbijdrage van € 1,00 per keer onderwerp van gesprek. De ambtenaren zijn het tot nu steeds met de stichting eens, dat verhoging geen goed idee is, gelet op de financiële draagkracht van een groot deel van de deelnemers. Vaak alleen AOW of AOW + een klein pensioen. In het voorstel van het college lees ik tot mijn schrik, dat de omvang van de vergunning voor een vereniging of een stichting wordt losgekoppeld van de omvang van de organisatie en van het aantal deelnemers en vrijwilligers. De omvang wordt gelijkgesteld aan die van de bezoekers-regeling voor bewoners, te weten 1.500 uur per jaar. De stichting organiseert, zoals hiervoor al aangegeven, activiteiten voor 55-plussers en zij komen niet alleen uit de Bloemenbuurt maar uit de hele stad. In de praktijk ligt de gemiddelde leeftijd echter dichter bij 80 jaar dan bij 70.
Een leeftijdsgroep, die zich minder makkelijk in het verkeer begeeft, zeker als dit per fiets moet. Gebouw Prinses Marijke is ook niet makkelijk bereikbaar per openbaar vervoer. De docenten komen met de auto omdat ze les en sportmateriaal meebrengen. Van de deelnemers komt ook een substantieel deel met de auto naar de activiteiten, zeker als het weer wat minder wordt, naar schatting al gauw zo’n 25 procent.
Kijkend naar de hiervoor geschetste prognose voor 2024 zijn dat gemiddeld 5 personen per dagdeel. De mensen komen wat langer bij ons dan voor een bezoekje, men volgt een cursus, doet aan sport, stoot of gooit een balletje of legt een kaartje. Als deze mensen voor het parkeren moeten gaan betalen, gemiddeld 3 uur per keer, € 3,25 per uur zoals in het voorstel en gaat dat leiden tot het afhaken van veel van deze deelnemers omdat € 9,75 niet op te brengen is. Voor de mensen zelf is dat slecht, omdat dit leidt tot een minder welzijnsgevoel, minder bewegen en sociaal isolement, met daarbij flink hogere zorgkosten. Ook voor de stichting is dit afhaken slecht. Het afhaken van deze mensen leidt tot vermindering van het aantal deelnemers, terwijl voor gezonde financiën de stichting, naast de zeer gewaardeerde gemeentelijke subsidie, behoefte heeft aan groei van het aantal deelnemers naar het getal van 17.000 per jaar, het aantal van voor Corona. Bovendien staat het afhaken van deelnemers haaks op de doelstelling van het college. Dit is te voorkomen middels het instellen van een speciale vorm van vergunning-parkeren voor verenigingen, stichtingen en instellingen. De genoemde 1.500 uur vergunning parkeren betekent voor onze stichting de beschikking over 1.500 uur : 50 weken : 14 dagdelen = 2,14 uur per dagdeel.
De geschatte behoefte volgens de prognose hiervoor is 5 deelnemers x 3 uur x 14 dagdelen x 50 weken = 10.500 uren per jaar. De discrepantie is helder. U zult begrijpen, dat wij met de invulling, zoals die nu voorligt op geen enkele wijze uit de voeten kunnen. Daarom vragen wij u het college dringend te verzoeken, misschien moet ik zeggen op te dragen, vooralsnog het uitgangspunt van 1.500 uur vergunning parkeren per vereniging en stichting los te laten en maatwerk voor de instellingen en stichtingen na te streven. Wij willen dan graag met het college in gesprek om gezamenlijk tot een ander voor ons werkbaar resultaat te komen. Ik dank u voor uw aandacht.