E Bestemmingsplan Parkeergarage Purmersteenweg 2020, toelichting en regels
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN PARKEERGARAGE PURMERSTEENWEG 2020
Parkeergarage Purmersteenweg 2020 bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro Status: vastgesteld Gemeente Purmerend Ruimtelijk Domein, Team Ontwikkeling ID-code: NL.IMRO.0439.BPPARKEER2020-va01 Procedure: Terinzagelegging ontwerp: 21 september 2020 tot en met 2 november 2020 Vaststelling door raad: 28 januari 2021
2
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
9
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
11
2.1
Aanleiding
11
2.2
Plan
12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1
Rijksbeleid
15
3.2
Provinciaal beleid
17
3.3
Regionaal beleid
18
3.4
Gemeentelijk beleid
19
Hoofdstuk 4
Randvoorwaarden / omgevingsaspecten
27
4.1
Archeologie
27
4.2
Bodemkwaliteit
30
4.3
Cultuurhistorische waarden
31
4.4
Duurzaamheid
33
4.5
Externe veiligheid
34
4.6
Geluid
36
4.7
Geur
37
4.8
Luchtkwaliteit
38
4.9
Milieuzonering
39
4.10
Natuurwaarden
40
4.11
Planologisch relevante leidingen
43
4.12
Verkeer en parkeren
43
4.13
Water
45
4.14
Milieu-effectrapportage
48
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
51
5.1
Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid
51
5.2
Economische uitvoerbaarheid
51
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
3
5.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 6
Juridische planbeschrijving
51 55
6.1
Planvorm
55
6.2
Bestemmingsregeling
55
4
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
Toelichting
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
5
6
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op het realiseren van een ondergrondse parkeergarage met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 12 meter met maximaal 320 parkeerplaatsen bij het stadhuis van Purmerend aan de Purmersteenweg. Een ondergrondse bouwdiepte van 12 meter komt overeen met maximaal 3 ondergrondse bouwlagen en een dakpakket van circa 1 meter. In de onderzoeken behorende bij dit bestemmingsplan is daarom uitgegaan van 3 ondergrondse bouwlagen. Boven deze beoogde parkeergarage wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht. Het project past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Gors e.o. 2010". In paragraaf 1.3 wordt hierop verder ingegaan. Het onderhavige bestemmingsplan geeft een planologisch kader - bouw- en gebruiksregels - waarbinnen het project planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied betreft het perceel sectie E, nr. 2735 ged. Het plangebied ligt oostelijk van de oude binnenstad van Purmerend in het stedelijk centrum aan de Purmersteenweg te Purmerend. De locatie wordt noordelijk begrensd door de Purmersteenweg, oostelijk door het stadhuis, zuidelijk door de Populierenstraat en westelijk door (zorg)woningen. Momenteel is het plangebied grotendeels in gebruik als parkeerterrein (klinkerverharding) met enkele groenstroken. Noordelijk bevindt zich een elektriciteitscabine met noodgenerator en fietsenstalling. Aan de noordoostzijde van het plangebied is een vijver aanwezig. Zuidoostelijk van het plangebied bevindt zich het stadhuis.
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
7
Ligging in Purmerend
8
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
Luchtfoto met begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Op het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van het onderhavige bestemmingsplan het bestemmingsplan 'De Gors e.o. 2010', vastgesteld op 21 oktober 2010. Het plangebied heeft hierin de bestemmingen 'Gemengd - 3', 'Groen', 'Verkeer - 1' en 'Water'. Een deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'.
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
9
Uitsnede vigerend bestemmingsplan met aanduiding van het plangebied (rode stippellijn) De gronden met de bestemming 'Gemengd - 3' zijn bestemd voor bedrijven voor zover deze voorkomen in categorie A en B van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging", dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en bij deze bestemming behorende voorzieningen. Binnen het plangebied is één bouwvlak opgenomen met een maximale bouwhoogte van 4 meter en met de aanduiding 'garage'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn uitsluitend gebouwen ten behoeve van stalling van vervoermiddelen en voor berging van niet voor handel en distributie bestemde goederen toegestaan. In artikel 32.5 (Ondergronds bouwen) van het vigerend bestemmingsplan is opgenomen dat de in dit plan vervatte regels voor bebouwing van overeenkomstige toepassing zijn op bouwen beneden het peil, met dien verstande dat tot ten hoogste één bouwlaag diepte mag worden gebouwd. De ontwikkeling van een ondergrondse parkeergarage is niet mogelijk op basis van het vigerend bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten behandeld. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen.
10
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
Hoofdstuk 2 2.1
Projectbeschrijving
Aanleiding
In 2018 is een parkeeranalyse voor de binnenstad van Purmerend uitgevoerd voortkomend uit de vastgestelde Visie op Mobiliteit Purmerend 2040. De parkeeranalyse is opgenomen als bijlage. In de parkeeranalyse is onderzocht wat de parkeereffecten van diverse ruimtelijke ontwikkelingen in en rond het centrum voor de korte en middellange termijn zijn. Hiervoor is een analyse gedaan hoeveel woningbouw er komt en hoeveel openbare parkeerplaatsen er weggehaald of gerealiseerd worden. Voor 2019 blijkt uit de parkeeranalyse dat ondanks het slopen van de tijdelijke parkeergarage Het Lammetje en de start van de Looiers voldoende parkeergelegenheid is. Vanaf 2020 met de start van het realiseren van de Brantjesoever en de Vijfhoek ontstaat een parkeertekort van ongeveer 85 parkeerplaatsen. In 2021, 2022 en 2023 is de parkeerdruk vervolgens lager ondanks dat er gestart wordt met PostNL en het Slotplein. Dit komt omdat de Vijfhoek en de Brantjesoever na realisatie nieuwe openbare parkeerplaatsen opleveren. Uit de analyse blijkt dat er in het centrum vanaf 2024 een tekort ontstaat van ongeveer 200 parkeerplaatsen zowel voor de kort- als langparkeerders. Dit komt met name omdat de woningbouw én de verminderde parkeercapaciteit geconcentreerd zijn aan de oostzijde van het centrum.
Naar aanleiding van de conclusies uit het parkeerdrukonderzoek en de wens tot compenserende maatregelen heeft de gemeenteraad van Purmerend op 29 november 2018 het college verzocht de haalbaarheid van de realisatie van een parkeergarage te onderzoeken op twee locaties: Schapenmarkt en omgeving stadhuis. In de bijlage is het raadsbesluit Locatiekeuze parkeergarage opgenomen met hierin de locatiestudie samengevat. Op basis van dit locatie- en haalbaarheidsonderzoek, heeft het college geadviseerd de ontwikkeling van een halfverdiepte parkeergarage voor te bereiden en te kiezen voor de locatie aan de voorkant van het stadhuis. Deze locatie is met name een goede oplossing voor langparkeerders. Door de langparkeerders naar deze nieuwe garage te trekken ontstaat in de andere garages en op de plaatsen in de binnenstad meer ruimte voor kortparkeerders. Daardoor wordt met de realisatie zowel meer ruimte voor langparkeerders als voor kortparkeerders gecreëerd. Op 28 juni 2019 heeft de raad ingestemd met het realiseren van een half verdiepte parkeergarage aan de voorkant van het stadhuis (scenario 3). De keuze voor half verdiept in plaats van geheel verdiept is destijds gemaakt vanwege de kosten. Een half verdiepte parkeergarage is minder duur, ook in beheer. Ter verdere uitwerking zijn diverse onderzoeken gedaan: stedenbouwkundig, verkeerskundig, financieel en organisatorisch.
Er zijn vier varianten onderzocht: half verdiept, verdiept in 1 laag en verdiept in 3 lagen (basis en plus). Op basis van afweging van de criteria ruimtelijke kwaliteit, kosten en inpasbaarheid, adviseert het college te kiezen voor de variant volledig verdiept in 3 lagen ondergronds met 320 parkeerplekken. Door de realisatie van extra parkeerplaatsen denkt het college goed in te spelen op de transformatie van het nieuwe centrumgebied op termijn. Daarnaast kan met deze variant ook op diverse plekken extra kwaliteit in de openbare ruimte worden gerealiseerd door parkeren op maaiveld in te ruilen voor groen. De raad heeft op 27 februari 2020 ingestemd met een volledig ondergrondse parkeergarage aan de voorzijde van het stadhuis met circa 320 parkeerplaatsen in 3 lagen.
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
11
2.2
Plan
Purmerend maakt een groei door. Door het vergroten van de leefbaarheid van het centrum en de hierbij horende mobiliteitsopgave wenst de gemeente een nieuwe parkeeroplossing bij het stadhuis. De komende jaren ligt de focus op meer synergie tussen het stationsgebied en de binnenstad om één groot centrumgebied te vormen. Het stadhuisplein met de gewenste parkeergarage vormt hierin een belangrijke schakel. Van oktober tot december 2019 is binnen de werkgroep ruimtelijke inpassing middels een variantenstudie gezocht naar een haalbare en logisch functionerende garage. De parkeergarage is benaderd vanuit de kwaliteit van de openbare ruimte. In alle varianten biedt een openbare ruimte bovenop de garage een toevoeging aan Purmerend en sluit logisch aan op de omgeving. Belangrijke pijlers zijn hierin veilige en prettige langzaamverkeerroutes door het gebied en het toevoegen van groen aan de openbare ruimte. De ontwikkelingen op het stadhuisplein dragen bij aan de ambities die Purmerend heeft voor de komende decennia. Zodoende wordt een plek gecreëerd voor ontmoeting; een levendig en duurzaam stadhuisplein dat een voorbeeldfunctie biedt voor Purmerend.
Voorliggend plan betreft de realisatie van een ondergrondse parkeergarage met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 12 meter met maximaal 320 parkeerplaatsen en de herinrichting van de openbare ruimte aan de voorzijde van het Stadhuis tot een levendig, groen en duurzaam stadhuisplein. De bestaande vijver naast het stadhuis wordt hierbij gedempt. Hiervoor in de plaats komt 1 vijver en conform een nog nader te bepalen ontwerp. Het oppervlaktewater wordt gecompenseerd in het ontwerp van het nieuwe plein, conform de eisen van het hoogheemraadschap. De fietsenstalling aan de voorzijde van het stadhuis wordt gesloopt. De overige bebouwing rondom het plangebied blijft ongemoeid. De ontsluiting van de garage vindt plaats op de Purmersteenweg. De hellingbaan naar de parkeergarage loopt parallel aan de Purmersteenweg met een haakse aansluiting op de Purmersteenweg, tegenover de aansluiting van het terrein Brantjesoever. Het combineren met de uitrit van Brantjesoever zorgt voor een overzichtelijke verkeerssituatie. Het fietspad ten zuiden van de Purmersteenweg wordt uitgebogen, zodat de in- en uitrit van de parkeergarage ongelijkvloers wordt gekruist.
12
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
Plattegrond met locatie ondergrondse parkeergarage met paarse stippellijn aangeduid. Het dak van de garage zal op circa 1 meter onder maaiveldniveau van het trottoir van de Purmersteenweg liggen. Deze diepte is gekozen om de volgende redenen: Laagdrempelig: het stadhuis dient goed zichtbaar en bereikbaar te zijn. Groen: door een dakpakket van circa 1 meter dikte te hanteren, wordt over het gehele dakoppervlak de mogelijkheden geboden om bomen te kunnen planten. Klimaatadaptief: met een substantieel dakpakket kan worden bijgedragen aan klimaatadaptiviteit. Waterretentie kan mogelijk gemaakt worden door de aanleg van wadi’s of substraatlagen in het dakpakket. Alternatieve ontsluiting mogelijk: de ontsluiting via de Purmersteenweg wordt op deze manier mogelijk gemaakt.
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
13
Doorsnede parkeergarage (indicatief)
14
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het rijk heeft het beleid inzake de ruimtelijke inrichting en het mobiliteitsbeleid van Nederland tot 2040 vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Deze visie is vastgesteld op 13 maart 2012. De regering maakt ruimte voor groei en beweging en kiest ervoor de invulling van het ruimtelijk beleid voor een belangrijk deel over te laten aan provincies en gemeenten. Daardoor kan het Rijk zich richten op het behartigen van belangen die van nationale en internationale betekenis zijn. De minister vermindert stevig het aantal procedures en brengt eenheid in het stelsel van regels voor infrastructuur, water, wonen, milieu, natuur en monumenten. De ruimtelijke ordening wordt zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat gebracht (burgers en bedrijven) en er wordt meer overgelaten aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…'). Dit betekent minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving. Daarbij verwacht het Rijk dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. De gemeente is de overheid die het dichtst bij de burger staat en zorg draagt voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving.
In het ruimtelijk domein gaat het om de ruimtelijke ontwikkeling van stad en platteland in brede zin, waarbij onder meer belangen ten aanzien van mobiliteit, milieu, natuur, water, economie en wonen worden afgewogen. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028) en verbindt hier dertien nationale belangen aan. De drie hoofddoelstellingen van het Rijk zijn: 1. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor wat betreft nationale belangen ligt de nadruk op het verbeteren van milieukwaliteit en bereikbaarheid om zo de drie hoofddoelstellingen te dienen. De nationale belangen verzetten zich niet tegen de voorziene parkeergarage. 3.1.2 AmvB Ruimte (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgelegd.
Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor Purmerend hebben deze regels geen gevolgen. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
15
bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Voor uitwerkings- en wijzigingsplannen kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering van deze behoefte wordt doorgeschoven naar de toelichting behorende bij het uitwerkings- of wijzigingsplan. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt.
Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. Stedelijke ontwikkeling De Ladder van duurzame verstedelijking is alleen van toepassing op stedelijke ontwikkelingen. De realisatie van de parkeergarage kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling gezien de aard en omvang van de ontwikkeling.
Er is sprake van nieuw beslag op de ruimte wanneer het nieuw ruimtelijk besluit meer bebouwing toestaan dan het vigerend bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan worden de bouwmogelijkheden verruimd ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan. Daarnaast geldt voor overige stedelijke ontwikkelingen in beginsel dat er sprake moet zijn van een ontwikkeling met een ruimtebeslag van meer dan 500 m². De realisatie van de parkeergarage gaat over een groter ruimtebeslag dan 500 m². Op basis van een verruiming van de bouwmogelijkheden met een groter ruimtebeslag dan 500 m² kan worden geconcludeerd dat de parkeergarage moet worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte In 2018 is een parkeeranalyse uitgevoerd voortkomend uit de vastgestelde Visie op Mobiliteit Purmerend 2040. In de parkeeranalyse is onderzocht wat de parkeereffecten van diverse ruimtelijke ontwikkelingen in en rond het centrum voor de korte en middellange termijn zijn. Hiervoor is een analyse gedaan hoeveel woningbouw er komt (Purmerend heeft een grote woningbouwopgave en moet tot 2040 10.000 woningen bouwen) en hoeveel openbare parkeerplaatsen er weggehaald of gerealiseerd worden. Voor 2019 blijkt uit de parkeeranalyse dat ondanks het slopen van de tijdelijke parkeergarage Het Lammetje en de start van de Looiers voldoende parkeergelegenheid is.
Vanaf 2020 met de start van het realiseren van de Brantjesoever en de Vijfhoek ontstaat een parkeertekort van ongeveer 85 parkeerplaatsen. In 2021, 2022 en 2023 is de parkeerdruk vervolgens lager ondanks dat er gestart wordt met PostNL en het Slotplein. Dit komt omdat de Vijfhoek en de Brantjesoever na realisatie nieuwe openbare parkeerplaatsen opleveren. Uit de analyse blijkt dat er in het centrum vanaf 2024 een tekort ontstaat van ongeveer 200 parkeerplaatsen zowel voor de kort- als langparkeerders. Dit komt met name omdat de woningbouw én de verminderde parkeercapaciteit geconcentreerd zijn aan de oostzijde van
16
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
het centrum. Naar aanleiding van de conclusies uit het parkeerdrukonderzoek en de wens tot compenserende maatregelen is de haalbaarheid van de realisatie van een parkeergarage onderzocht op twee locaties: Schapenmarkt en omgeving stadhuis. Op basis van dit locatie- en haalbaarheidsonderzoek, heeft het college geadviseerd de ontwikkeling van een parkeergarage voor te bereiden en te kiezen voor de locatie aan de voorkant van het stadhuis. Deze locatie is met name een goede oplossing voor langparkeerders. Door de langparkeerders naar deze nieuwe garage te trekken ontstaat in de andere garages en op de plaatsen in de binnenstad meer ruimte voor kortparkeerders. Daardoor wordt met de realisatie zowel meer ruimte voor langparkeerders als voor kortparkeerders gecreëerd. Ter verdere uitwerking zijn diverse onderzoeken gedaan: stedenbouwkundig, verkeerskundig, financieel en organisatorisch. Er zijn vier varianten onderzocht: half verdiept, verdiept in 1 laag en verdiept in 3 lagen (basis en plus). Op basis van afweging van de criteria ruimtelijke kwaliteit, kosten en inpasbaarheid, is gekozen voor de variant volledig verdiept in 3 lagen ondergronds met maximaal 320 parkeerplekken. Door de realisatie van extra parkeerplaatsen denkt de gemeente goed in te spelen op de transformatie van het nieuwe centrumgebied op termijn.
Daarnaast kan met deze variant ook op diverse plekken extra kwaliteit in de openbare ruimte worden gerealiseerd door parkeren op maaiveld in te ruilen voor groen. Bestaand stedelijk gebied Het plangebied heeft in het vigerend bestemmingsplan reeds de bestemming 'Gemengd - 3' en is hierdoor aan te merken als bestaand stedelijk gebied. De herstructurering van het bestaande parkeerterrein op maaiveld naar een ondergrondse parkeergarage geeft invulling aan zuinig ruimtegebruik van de gronden. Conclusie De laddertoets is hiermee succesvol doorlopen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Door de aanleg van de ondergrondse parkeergarage wordt het parkeren bij het stadhuis verplaatst van het maaiveld naar ondergronds. Hierdoor komt er op maaiveld ruimte vrij voor een levendig en duurzaam plein wat bijdraagt aan een gezonde en veilige leefomgeving. Tevens wordt tegemoet gekomen aan het toekomstige parkeertekort in en rond het centrum van Purmerend. De onderhavige ontwikkeling, liggend in bestaand stedelijk gebied, is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening.
Met de omgevingsverordening wil de provincie ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet zij in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
17
verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Met de omgevingsverordening loopt de provincie bewust vooruit op de Omgevingswet, omdat door het samenvoegen van 21 verordeningen alvast wordt gewerkt in de geest van de Omgevingswet. De onderhavige ontwikkeling ligt binnen het bestaand stedelijk gebied en is in lijn met de Omgevingsverordening NH2020.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) Voor de lange termijn heeft de regio een ontwikkelingskader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Naast maatregelen om het authentieke karakter van het landelijk gebied te bewaren, vergt dat op vele locaties een forse inspanning in de kwaliteit van de leefomgeving, selectieve uitbreiding voor noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen en duurzame oplossingen voor beheer en terugdringing van het woon-werkverkeer. Op die manier ontstaat een duurzame vitale regio met een herkenbaar eigen karakter. Onderhavige ontwikkeling past goed in het beleid zoals weergegeven in de Regiovisie. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is niet strijdig met dit beleid. 3.3.2 Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 33 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De MRA behoort tot de Europese top vijf van economisch sterke regio's.
De rode draad van de samenwerking is het behouden en versterken van die internationale concurrentiepositie. De door de partners geformuleerde hoofdopgaven zijn (thematisch) neergelegd in de 'Gebiedsagenda 2013' en richten zich m.n. op het optimaliseren van het fysieke vestigingsklimaat (economie), het tijdig voorzien in kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte in 2040 (verstedelijking) en het op orde brengen en houden van een goed functionerend mobiliteitsnetwerk (bereikbaarheid). De agenda levert een 'voorraadkamer' op voor de besluitvorming over programma's en projecten in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT). De agenda richt zich voornamelijk op het verbeteren van de infrastructuur en het milieu. De agenda verzet zich niet tegen het realiseren van een parkeergarage. De MRA heeft een eigen langeretermijnvisie in de vorm van het Ontwikkelingsbeeld 2040 uit 2007. De MRA wil een internationaal concurrerende regio zijn met compacte steden in een voor recreanten aantrekkelijk landschap en met een infrastructureel netwerk dat de kernen met elkaar, het landschap en de rest van de wereld verbindt. De regio zet in op woningbouw, de creatieve industrie, de maakindustrie en de circulaire economie, wil een omslag naar duurzame energiebronnen en koestert grote bedrijven als het Havenbedrijf Amsterdam.
In 2014 verscheen een overzicht van accentverschuivingen ten opzichte van dit Ontwikkelingsbeeld: Doorbouwen op het fundament. Op basis van nieuwe trends en inzichten focust de MRA o.a. op meer stedelijke verdichting, intensivering van de transformatieopgave, beter benutten van OV-knooppunten en – naast bescherming – een betere benutting van het landschap. Om dit te bereiken zijn is voor de korte termijn een Ruimtelijk-economische Actie-Agenda 2016-2020 opgesteld, met een doorkijk naar de komende tien jaar.
18
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Purmerend 2005-2020 In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs.
Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen.
In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop. Als een van de opgaven voor de binnenstad wordt in de structuurvisie genoemd het weghalen van parkeerplaatsen van maaiveld en vervangen door gebouwde parkeervoorzieningen en het toevoegen van een aantal parkeerplaatsen. Voorliggend plan voorziet hierin. Geconcludeerd wordt dat dit plan aansluit op de doelen van de Structuurvisie. 3.4.2 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen.
Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat):
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
19
De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen. De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken. Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien. Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van een ondergrondse parkeergarage met een plein daarboven. In de 'Agenda: Purmerend koers naar 2040' wordt niets specifieks hierover gezegd. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de 'Agenda: Purmerend koers naar 2040'.
3.4.3 Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 vormt de basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals verwoord in de Duurzaamheidsagenda 2020-2023. De volgende thema's staan centraal: 1. Duurzaamheid in de gebouwde omgeving: uitvoering Proeftuin Aardgasvrij. uitbreiding capaciteit en netwerk van Stadsverwarming Purmerend. transitievisie Warmte die wordt vertaald in Wijkuitvoeringsplannen, waarbij per wijk wordt aangegeven welke niet-fossiele warmtebronnen in aanmerking komen. verduurzaming van de bestaande woningvoorraad ondersteunen met subsidies en duurzaamheidsleningen. 2. Duurzame bedrijven: verminderen CO2-uitstoot bedrijven; bedrijfsterreinen duurzaam revitaliseren; gebruik van duurzame grondstoffen. versterking circulariteit van grondstoffen. 3. Duurzame mobiliteit: streven naar instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoerssysteem; versterken laadinfrastructuur elektrische voertuigen door inventariseren mogelijke locaties voor het plaatsen van laadpalen; uitbreiding aantal laadpunten met in achtneming voldoende spreiding over de gemeente. toepassen van alternatieve (bio-)motorbrandstoffen; vermindering CO2-uitstoot voertuigen. 4. Duurzame energie: aanjagen initiatieven voor duurzame energieproductie. 5.
Duurzame stad en regio: regionale Energiestrategie waarin wordt aangegeven welke niet-fossiele energiebronnen kunnen worden benut en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast. benutting van subsidie-mogelijkheden. 6. Duurzame gemeente: streven naar 75% van het afval gescheiden ophalen; klimaatbestendigheid bebouwde kom Purmerend vergroten; klimaatadaptief bouwen; duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente; actieve informatieverstrekking over investeringsmogelijkheid en in energieopwekking en -besparing door invulling van een lokaal informatieloket. verduurzamen gemeentelijk vastgoed; stimulering verduurzaming Schoolgebouwen. stimuleren Duurzame vaarrecreatie.
20
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
In paragraaf 4.4 wordt ingegaan hoe er in voorliggend plan omgegaan wordt met het thema duurzaamheid. 3.4.4 Groenkoers De nota Groenkoers, op 28 november 2014 door de gemeenteraad vastgesteld, geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit. De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten. De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte. Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. 3.4.5 Visie Leefbare Stad 2040 Gemeente Purmerend heeft tot 2040 een bouwopgave van 10.000 woningen. De stad gaat verdichten, en de druk op de openbare ruimte wordt groter. Bovengronds doordat meer mensen gebruik gaan maken van dezelfde openbare ruimte. Ondergronds omdat er uitbreiding van kabels, leidingen, riolering en stadsverwarming nodig is. Het groen in de stad staat onder druk. Daarnaast treedt er klimaatverandering op. De kans op wateroverlast, hittestress en droogte in de stad wordt groter. Dit vraagt om een andere inrichting van het openbare gebied, gebouwen en de particuliere terreinen.
Op 26 maart 2020 is de Visie Leefbare Stad 2040 (Steen en groen in balans voor een leefbaar en aantrekkelijk Purmerend) door de raad vastgesteld. In deze visie worden de kansen benoemd hoe steen en groen in balans blijven voor een leefbare stad. Het is een overkoepelend plan dat een stip op de horizon richting 2040 weer geeft, kansen benoemd en vier uitwerkingen kent: 1. Bomenplan (is gereed), 2. Klimaatadaptatieplan (wordt in 2020 gemaakt), 3. Parkenplan (moet eind 2020 gereed zijn) 4. een uitwerking voor Natuurinclusief bouwen (moet eind 2020 gereed zijn). Met de vaststelling van de visie zal in vervolg bij elke ontwikkeling in de stad onderbouwd moeten worden wat er is gedaan op het gebied van goede bomen, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. In stukken die naar het college en de gemeenteraad gaan zal hier nadrukkelijk aandacht aan moeten worden besteed. De gemeentelijke groenbeheerder, ecoloog en adviseur klimaatadaptatie kunnen hierin advies geven. 3.4.6 Bomenlijst Purmerend heeft een bomenlijst (https://www.purmerend.nl/kaarten/bomenlijst/). Op deze kaart staan de waardevolle bomen van de stad. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod. Om deze waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - m.b.t.
die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd. Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is.
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
21
Uitsnede kaart bomenlijst De bomen op het parkeerterrein naast het stadhuis zijn niet aangemerkt als waardevolle bomen. De boom ten noorden van de fietsenstalling is aangeduid als waardevolle boom. Deze boom verdwijnt. De bomen aan de Purmersteenweg zijn aangeduid als monumentale structuurboom. Deze bomen blijven behouden, met uitzondering van één boom ter plaatse van de entree van de parkeergarage. Bomen Effect Analyse Door De Boom Inspecteurs is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd voor het plangebied. Het onderzoek is opgenomen als bijlage. Hierna zijn de conclusies opgenomen.
22
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
Ligging en nummering bomen BEA met aanduiding bouwvlak in rood Verwijderen bomen Vanuit de planvorming zijn 23 bomen (nummers 11, 22 tot en met 28, 30 tot en met 37, 39 en 42 tot en met 47) niet te behouden. Deze bomen moeten voor aanvang van de werkzaamheden verwijderd worden. Daarnaast wordt geadviseerd om boom 41 niet verder op te nemen in de verdere planuitwerking. De boom heeft weinig toekomstperspectief. Bij boom 38 zijn er twijfels over de kwaliteit van de stamaanhechting(en) op de langere termijn. Voor het plaatsen van de verticale wand dient waarschijnlijk de kroonrand wat ingenomen worden. De boom zal hiervan herstellen, maar het heeft wel tijdelijk effect op het beeld. Bij deze boom geven wij ter overweging om de boom te vervangen en een nieuwe boom te planten in een grote maat. Inrichting heestervak , bomen 4 tot en met 17 De herinrichting van de bovengrond bij deze bomen is nog niet uitgewerkt. Geadviseerd wordt om de ruimte die beschikbaar komt door het verplaatsen van het fietspad ter hoogte van de toekomstige toerit van de parkeergarage zo veel mogelijk om te vormen naar heestervak. Het is van belang dat bij de overige bomen de breedte van het huidige heestervak wordt gehandhaafd om wortelschade te voorkomen.
Groeiplaatsverbetering Geadviseerd wordt om tijdens de werkzaamheden de groeiplaats van de platanen aan de Purmersteenweg te verbeteren om zo de groeistagnatie te stoppen en de groei mogelijk te verbeteren. Hiervoor zijn de volgende opties: Injecteren van organische meststoffen. Aanbrengen van een mulchlaag van goedgerijpte houtcompost in combinatie met organische meststoffen (bijvoorbeeld dendrovorm). Gronduitwisseling voor een rijker groeimedium zoals bomengrond, met behulp van een grondzuiger, ter hoogte van de wortelkluit. Om de te handhaven bomen duurzaam te behouden worden in de BEA een aantal randvoorwaarden
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
23
genoemd. Hiervoor wordt verwezen naar de bijlagen. Relatie met kaart bomenlijst De waardevolle boom ten noorden van de fietsenstalling uit de Kaart bomenlijst (boom nummer 21 in de BEA, beverboom) staat in een bak en is verplaatsbaar. Deze boom blijft zodoende behouden. Ter plaatse van de standplaats van de monumentale structuurboom (plataan) aan de Purmersteenweg uit de Kaart bomenlijst (boom nummer 11 in de BEA) wordt de toerit van de parkeergarage aangelegd. Deze boom kan derhalve niet behouden worden. Overigens wordt de conditie van deze boom in de BEA aangeduid als 'onvoldoende'. Bij naastgekegen monumentale structuurbomen (bomen 10 en 12 uit de BEA) ontstaat bij de aanleg van de toerit wortelverlies buiten de stabiliteitskluit. Indien onder randvoorwaarden wordt gewerkt, verdragen deze bomen enig wortelverlies. Bovengronds is voldoende vrije doorgang en anders is deze met beperkte snoeimaatregelen te realiseren. 3.4.7 Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 De Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 is op 22 december 2015 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze nota beschrijft de bestuurlijke uitgangspunten en beleidskeuzes over de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten.
Op basis van deze uitgangspunten, beleidskeuzes en een uitgevoerde omgevingsanalyse zijn prioriteiten en operationele doelstellingen voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving geformuleerd. In de nota wordt ook beschreven op welke wijze de gemeente Purmerend ervoor zorgdraagt dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 is onlangs verlengd met een termijn van 3 jaar. Dit vanwege ontwikkelingen op het gebied van de Omgevingswet en de fusie tussen Purmerend en Beemster. Wel is de nota op twee aspecten aangepast, namelijk toevoeging van een vergunningenstrategie en een actualisatie van de sanctiestrategie. De gemeente Purmerend wil een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving voor haar burgers en bedrijven. Dat wil de gemeente bereiken door de duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid te vergroten en te waarborgen. Belangrijke waarden hierbij zijn 'schoon, heel, gezond en veilig'. Een servicegerichte, professionele dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. In het collegewerkprogramma 2014-2018 is aangegeven dat de gemeente Purmerend "van buiten naar binnen" werkt. In de aanpak van problemen krijgen de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers en bedrijven een belangrijke rol.
De gemeente Purmerend zet sterk in op wijkgerichte of gebiedsgerichte handhaving en gaat in gesprek met burgers en bedrijven. Er wordt gehandhaafd met gezond verstand en er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag maar ook naar wat mogelijk is. Om een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving te realiseren zijn de volgende keuzes gemaakt: kwalitatief goede uitvoering van taken; rechtszekerheid voor burgers en ondernemers; nut en noodzaak centraal; redeneren vanuit oplossingen; gedeelde verantwoordelijkheid; risicogerichte benadering; wijkgericht toezicht; integrale benadering handhaving en beperken toezichtslast; maatwerk bij sanctioneren. 3.4.8 Verkeersplan Purmerend 2040 Purmerend heeft een grote woningbouwopgave en moet tot 2040 10.000 woningen bouwen. Zonder verdere actie gaat deze opgave grote consequenties hebben voor de leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid in de stad. Het verkeersplan, dat in maart 2019 door de raad is vastgesteld, bevat een pakket aan maatregelen om de parkeerdruk in de binnenstad te reguleren en de doorstroming te reguleren.
24
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
De voorgestelde parkeermaatregelen zijn geclusterd rond drie pijlers: optimaliseren van het gebruik van het bestaande parkeeraanbod (realisatie van een parkeerverwijssysteem, ruimere openingstijden parkeergarage Claxonate, vergroten bekendheid avondopenstelling Eggertgarage (Q-park) en vergunninghoudersparkeerplaatsen omzetten naar betaalde parkeerplaatsen); compenseren van het parkeertekort dat ontstaat door woningbouw (haalbaarheidsonderzoek parkeergarage Schapenmarkt en/of omgeving stadhuis); beïnvloeden van het parkeergedrag (aantrekkelijker maken van alternatieve vervoerswijzen zoals fiets en het openbaar vervoer, beïnvloeden van het parkeertarief en het tarief voor de parkeervergunningen, uitbreiden nulvergunningenregeling en uitbreiden parkeerregulering). Inzet is om de verschillende parkeermaatregelen in de loop van 2019 met een doorloop in het eerste kwartaal van 2020 uit te voeren. Om de binnenstad autoluw te maken en het doorgaand verkeer te ontmoedigen de route door de binnenstad te nemen, zijn er globaal vier knoppen waar aan gedraaid kan worden. Zo kunnen maatregelen getroffen worden die betrekking hebben op de: snelheid; instelling verkeerslichten; op- en afritten van de A7; verkeerscirculatie. Bovenstaand pakket is met behulp van een verkeersmodel doorgerekend.
Daaruit blijkt dat het beoogde effect - een autoluwe binnenstad - alleen haalbaar is bij een combinatie van de vier maatregelen. De aanleiding van voorliggend plan voor de parkeergarage bij het stadhuis komt voort uit het Verkeersplan Purmerend 2040 en het compenseren van het parkeertekort dat ontstaat door woningbouw. Het plan is daarmee in overeenstemming met het Verkeersplan Purmerend 2040. 3.4.9 Nota Gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor deze bouwplan(nen) geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal. Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) en in 'ad hoc' aanvullingsbesluiten voor een aantal ontwikkelingslocaties.
Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van gebiedsoverstijgende infrastructuur en voorzieningen (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen). Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn. Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar het verzekeren van de kosten via een anterieure overeenkomst. In hoofdstuk 6 zal concreet worden ingegaan op de vraag hoe de kosten van de grondexploitatie gerelateerd aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bouwplan(nen) verzekerd zijn. 3.4.10 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling om een parkeergarage te realiseren ligt in lijn met het Rijks- provinciaal-, regionaal-, en gemeentelijk beleid.
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
25
26
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
Hoofdstuk 4 4.1
Randvoorwaarden / omgevingsaspecten
Archeologie
4.1.1 Beleidskader In de Erfgoedwet, vastgesteld op 1 juli 2016, zijn de regels voor de archeologische monumentenzorg opgenomen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen door een gecertificeerd bureau archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De gemeente Purmerend heeft in 2009 een eigen archeologisch beleid opgesteld. In 2017 is dit beleid opgegaan in het Erfgoedbeleid Purmerend 2017. Hierbij hoort een archeologische verwachtingskaart. Dit is een voorspellingskaart waarop verwachtingen met betrekking tot de situering van (nog) onbekende archeologische vindplaatsen zijn vertaald in termen van vlakken en zones. Op de kaart worden zones aangegeven met verschillende verwachtingen: hoge, middelhoge of lage verwachting. De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het opstellen van een beleidsadvieskaart, die vervolgens kan worden gebruikt voor de toetsing van ruimtelijke plannen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Het bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument voor de archeologische monumentenzorg.
Voor gemeenten kunnen de door deskundigen opgestelde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten als leidraad worden gebuikt voor zowel de planologische bescherming van archeologische waarden in het ruimtelijke plan als voor het vaststellen van het benodigde archeologisch onderzoek dat bij voorbereiding van ruimtelijke plannen moet plaatsvinden. Ter plaatse van een lage archeologische verwachtingswaarde is er geen noodzaak om een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren voordat nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden. Ter plaatse van een hoge en middelhoge verwachtingswaarde dient bij grondwerkzaamheden eerst een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd door een hiertoe gecertificeerd bureau.
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
27
Archeologische verwachtingskaart van Purmerend (plangebied aangeduid met zwart k ader) Het plangebied ligt binnen een dubbelbestemmingsgebied, deels in een gebied met een lage archeologische waarde en deels in een gebied met middelhoge archeologische waarde. Dat betekent wanneer in dit gebied met een middelhoge archeologische waarde bodemingrepen dieper dan 50 cm worden uitgevoerd of een oppervlakte groter heeft dan 500 m2 archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd wordt. 4.1.2 Analyse Archeologisch bureauonderzoek Door Hollandia is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage. Hierna zijn de conclusies opgenomen. Het vooronderzoek heeft aangetoond dat de ondergrond van het onderzoeksgebied een lage verwachtingskans heeft op sporen van bebouwing. Geadviseerd wordt om in het onderzoeksgebied waar de ondergrondse parkeergarage wordt gebouwd een controleonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek met boringen tot 6-7 meter. Voor het dempen van de vijver in het onderzoeksgebied wordt geadviseerd om geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit is op basis van de lage verwachting op het aantreffen van archeologische sporen uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.
Archeologisch inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen Door Hollandia is een archeologisch inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage. Hierna zijn de conclusies opgenomen. Met het booronderzoek is vastgesteld dat binnen het plangebied in ieder geval de bovenste 2 meter -mv (sub)recentelijk verstoord is. Uitzondering op de boringen wordt gevormd door boring 5 waar eventuele sporen uit de late middeleeuwen zijn aangetroffen. Binnen deze boring is vanaf 1,40 meter diepte een omgezette laag waargenomen. Dit niveau wordt gevolgd door twaalf afwisselende veen- en (humeuze) kleilagen tot 3,25 meter diepte. De aanwezigheid van deze gelaagdheid, waarbij sommige laagjes
28
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
slechts enkele centimeters dik zijn, kan mogelijk wijzen op de aanwezigheid van een oude veenterp. De ‘verdachte’ zandlaag die met het eerder uitgevoerde bureauonderzoek binnen het plangebied vermoed werd is niet aangetroffen. De onderste lagen bestaan uit natuurlijke kleilagen waarin geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Aan de hand van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) binnen het plangebied worden er archeologische vervolgstappen aanbevolen in de vorm van een aanvullend archeologisch booronderzoek. Met het aanvullende onderzoek (karterend booronderzoek) kan mogelijk vastgesteld worden of er inderdaad sprake is van een terp binnen het plangebied en indien aanwezig, wat de omvang van deze terp is. Het vervolgonderzoek zou bestaan uit nieuwe boringen binnen een straal van 10 meter rondom boring 5. Hierbij zouden boringen geplaatst moeten worden om de 2 meter tot een diepte van ca. 3,30 m -mv om in kaart te brengen of er inderdaad sprake is van een terp. Het overige deel van het plangebied kan worden uitgesloten voor verder vervolgonderzoek. Selectiebesluit Op 8 juni 2020 is het selectiebesluit genomen. De gemeente onderschrijft de in het archeologisch bureauonderzoek getrokken conclusie en neemt het selectiebesluit tot het uitvoeren van een aanvullend archeologisch booronderzoek.
Dit booronderzoek bestaat uit nieuwe boringen in een straal van 10 m. rond boring 5. De boringen moeten om de 2 m. worden geplaatst tot een diepte van 3.30 m. -mv. Archeologisch inventariserend veldonderzoek middels karterende boringen Door Hollandia is een archeologisch inventariserend veldonderzoek middels karterende boringen uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage. Met het booronderzoek is vastgesteld dat binnen het plangebied in ieder geval de bovenste 1,7 meter -mv (sub)recentelijk verstoord is. Uitzondering op de boringen wordt gevormd door boring 3 waar eventuele sporen uit de late middeleeuwen zijn aangetroffen. Binnen deze boring is vanaf 1,70 meter diepte een omgezette laag waargenomen. Dit niveau wordt gevolgd door dertien afwisselende veen- en (humeuze) kleilagen tot 2,9 meter diepte. De aanwezigheid van deze gelaagdheid, waarbij sommige laagjes slechts enkele centimeters dik zijn, kan mogelijk wijzen op de aanwezigheid van een oude veenterp. Het veen kan zijn opgehoogd met klei om de grond op deze manier stevigheid te bieden en bewoonbaar te maken. Het komt vaker voor dat kleine terpen ontstaan naast ontginningsassen en of het zou een geïsoleerde vroege middeleeuwse vindplaats kunnen zijn. Deze ‘verdachte’ afwisselende laagjes zijn ook aangetroffen tijdens het eerder uitgevoerde booronderzoek binnen het plangebied.
Dit versterkt de aanname dat het hier zou kunnen gaan om een mogelijke terp. Door de omvang van de ingrepen is verder archeologisch onderzoek aldus vereist. Aan de hand van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek middels karterende boringen (IVO-O) binnen het plangebied worden er archeologische vervolgstappen aanbevolen in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Met het proefsleuvenonderzoek kan worden vastgesteld of er inderdaad sprake is van een terp binnen het plangebied en indien aanwezig, wat de omvang en mogelijke ouderdom van deze terp is. Het vervolgonderzoek zou bestaan uit een proefsleuf van ca. 10 meter tussen boring 5 (uit een eerder booronderzoek) en boring 3. Deze proefsleuf zal geplaatst moeten worden tot een diepte van 3,5 meter -mv om in kaart te brengen of er inderdaad sprake is van een terp. Het overige deel van het plangebied kan worden uitgesloten voor verder vervolgonderzoek. Proefsleuvenonderzoek Het proefsleuvenonderzoek wordt nog uitgevoerd. Ter bescherming van de eventuele aanwezige archeologische waarden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen conform het vigerend bestemmingsplan. 4.1.3 Conclusie Ter bescherming van de eventuele aanwezige archeologische waarden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen conform het vigerend bestemmingsplan. Hiermee is het aspect archeologie voldoende geborgd.
Parkeergarage Purmersteenweg 2020
29
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1 Beleidskader Op 7 mei 2020 is het nieuwe bodembeleid vastgesteld door de gemeenteraad. Deze stukken, bestaande uit de “Bodemkwaliteitskaart gemeente Purmerend en “Nota bodembeheer Purmerend”, bevatten de regels om grondverzet binnen Purmerend plaats te laten vinden zonder dat daar extra bodemonderzoek noodzakelijk is. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op bodemonderzoek, en daarin zijn ook de PFAS- en PFOA-gerelateerde stoffen meegenomen. Daarbij heeft de gemeenteraad ook de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Beemster geaccepteerd als erkend bewijsmateriaal van de bodemkwaliteit. Hierdoor is voor veel locaties uitwisseling van grond tussen Purmerend en Beemster mogelijk zonder extra bodemonderzoek. Het bodembeleid is voornamelijk generiek (wat schoon is, moet schoon blijven). Voor de rijkswegen, spoorbanen en grond in eigendom van het Hoogheemraadschap zijn uitzonderingen daarop gemaakt en is het beleid specifiek (meer grondverzet mogelijk). In Beemster is het beleid voor alle locaties specifiek. Wat betreft de concrete ontwikkelingen dient in geval van functiewijziging onderzoek te worden verricht naar de bodemkwaliteit. Bij de vaststelling van wijzigingsplannen dient aandacht te worden besteed aan de bodemgesteldheid.
4.2.2 Analyse Verkennend (water)bodemonderzoek vijver Door Wareco is een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de te dempen vijver. Het onderzoek is opgenomen als bijlage. Hierna zijn de conclusies opgenomen. Nadat het onderzoek is uitgevoerd, is het bouwvlak van de parkeergarage enigszins gewijzigd. Dit heeft echter geen invloed op de onderzoeksresultaten aangezien het gehele plangebied onderzocht is. In de vijver is geen sliblaag aangetroffen. Hierdoor is geen onderzoek verricht conform de NEN5720 (waterbodemonderzoek), maar is een onderzoek op maat uitgevoerd. De venige grond in de vijver is maximaal licht verontreinigd met kwik en lood en voldoet aan de bodemkwaliteit ‘wonen’ (indicatieve toetsing). De zandige grond in de vijver is maximaal licht verontreinigd met kwik en PAK en voldoet aan de bodemkwaliteit ‘achtergrondwaarde’ (indicatieve toetsing). Cyanide, thiocyanaten en vluchtige aromaten (BTEXN) zijn niet aangetroffen in de onderzochte grondmonsters. De op de locatie aangetoonde lichte verontreinigingen geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. De algemene bodemkwaliteit voldoet aan “wonen”. De kwaliteit van de vaste waterbodem voldoet aan de gewenste toekomstige functie “wonen”. Er zijn verder geen lokale gevallen van verontreiniging aangetroffen.
De bodemkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de geplande bestemmingswijziging. De vaste waterbodem voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘wonen’. De waterbodem kan worden toegepast op locaties met de functie ‘wonen’ of ‘industrie’ en waar de ontvangende bodem voldoet aan de kwaliteit ‘wonen’, ‘industrie’ of ‘niet toepasbaar’. Verkennend bodemonderzoek Door Wareco is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het overige deel van het plangebied. Het onderzoek is opgenomen als bijlage. Hierna zijn de conclusies opgenomen. Nadat het onderzoek is uitgevoerd, is het bouwvlak van de parkeergarage enigszins gewijzigd. Dit heeft echter geen invloed op de onderzoeksresultaten aangezien het gehele plangebied onderzocht is. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740, strategie voor een verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging. Ten aanzien van PFAS-verbindingen is onderzoek op maat uitgevoerd. Bij het veldwerk is ter plaatse van een voormalige watergang op het zuidelijk gelegen terreindeel van de