CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

C Bijlage-2-bestemmingsplan-Middenpad-naast-41-incl-toelichting-regels-verbeelding

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41’23.198 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Planstatus:

defintief

Identificatiecode:

NL.IMRO.0439.2023Middenpadnst41-va01

Datum:

13 december 2023

Contactpersoon Plannen-makers: Kenmerk Plannen-makers:

PM20052

Opdrachtgever:

Architectenbureau Ruben Wennekers

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: 8634.45.639.B.01 KvK nummer: 84970502

Pagina 2 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................ 4 Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4 Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

2

Het plan ......................................................................................................................... 5 Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5 Beschrijving plan...................................................................................................................... 6

3

Beleidsmatige onderbouwing...................................................................................... 8 Rijksbeleid ............................................................................................................................... 8 Provinciaal ............................................................................................................................... 9 Regionaal beleid .................................................................................................................... 16 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 17

4

Milieutechnische uitvoerbaarheid ..............................................................................21 Milieueffectrapportage ........................................................................................................... 21 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 22 Geluidhinder .......................................................................................................................... 23 Ecologie ................................................................................................................................. 24 Bodemkwaliteit....................................................................................................................... 26 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 26 Externe Veiligheid .................................................................................................................. 28 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................... 31 Waterhuishouding ..................................................................................................................

32 Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 35

5

Juridische planbeschrijving .......................................................................................36 Plansystematiek..................................................................................................................... 36 Opzet van de regels .............................................................................................................. 36 De bestemmingen.................................................................................................................. 37

6

Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid...................................................38 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 38 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 38

7

Bijlagen ........................................................................................................................39

Pagina 3 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

1 Inleiding Aanleiding en doelstelling De eigenaar van het perceel 3902, sectie D van de kadastrale gemeente Beemster, gelegen aan het Middenpad te Zuidoostbeemster wenst ter plaatse van de bestaande berging een woning te realiseren. Ten westen van het perceel is in 2017 het project “De Nieuwe Tuinderij” geïnitieerd met bestemmingsplan ‘Appels en Perenpad’: een ontwikkeling waarbij enkele tientallen bouwkavels zijn uitgegeven, ter realisatie van vrijstaande woningen. Inmiddels zijn deze kavels verkocht en bebouwd. Het voorliggende perceel valt net buiten deze ontwikkeling, maar maakt hier wel ruimtelijk onderdeel van uit. Nu is het terrein in gebruik als weide/tuin. Het vormt daarmee een afwijking op de lintvormige bebouwing aan het Middenpad. De gewenste ontwikkeling biedt kans om de lintbebouwing logisch aan te hechten. De woning op de locatie is niet toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Zuidoostbeemster I’, vastgesteld op 20 november 2008. De bestemming van de gronden is Wonen, echter er is geen bouwvlak op het perceel aanwezig in het bestemmingsplan. Het bouwen van woningen op de locatie is dan ook niet toegestaan. Een nieuw bestemmingsplan is nodig om de beoogde woningbouw op de locatie planologisch en juridisch mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hier in.

Leeswijzer Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 4 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

2 Het plan Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan het Middenpad in Zuidoostbeemster. Zuidoostbeemster is tegen Purmerend aan gelegen. Het perceel staat kadastraal bekend als Beemster D 3902. Ten westen van het perceel is in 2017 het project “De Nieuwe Tuinderij” opgestart. Er zijn een groot aantal vrijstaande woningen langs het Middenpad gerealiseerd. Aan de zuidzijde van het plangebied liggen de achtertuinen van de Ninaberstraat. Aan de noordzijde ligt het Middenpad met daarachter een brede watergangen met woningen en precies tegenover de planlocatie een ruime groene achtertuin. Aan de oostzijde ligt het parkeerterrein van het daarnaast gelegen restaurant Boss.

Figuur 1. Uitsnede luchtfoto, plangebied in rode cirkel. (Bron: Google Earth)

Figuur 2. Uitsnede luchtfoto met globale plangrens. (Bron: Google Earth)

Pagina 5 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Figuur 3: Foto huidige situatie plangebied, gezien vanaf het Middenpad (Bron: Google Street View)

Beschrijving plan Ruimtelijk gezien ligt het voor de hand om de ontwikkeling aan te laten sluiten op het westelijk gelegen project "De Nieuwe Tuinderij" met het bestemmingsplan "Appels en Perenpad", vastgesteld op 29 november 2016. Met dit gegeven als uitgangspunt is, gezien de omvang van het perceel, een invulling met een vrijstaande woning een logische uitwerking. In het bestemmingsplan "Appels en Perenpad" gelden voor de vrijstaande woningen de volgende regels: • • • • •

Goothoogte 4 meter Nokhoogte 11 meter Nokrichting dwars op het Middenpad Bouwvlak van 8 x 13 meter Voorgevel in de rooilijn

Om de beoogde ontwikkeling aan te laten sluiten bij dit stedenbouwkundig kader worden de voorgeschreven afmetingen opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Het bouwvlak is na overleg voor een goede inpassing uiteindelijk aangepast naar 9 x 10 meter. De ondergeschikte aanbouw is ook opgenomen in het bouwvlak. In de planregels zal ook opgenomen worden dat parkeren op eigen terrein opgelost moet worden. Op de volgende pagina is in een afbeelding weergegeven waar de nieuwe woning op het perceel kan komen. Vanwege de persrioolleiding die deels onder de planlocatie ligt wordt de woning aan de westzijde van het perceel gesitueerd. De weergegeven locatie zal als bouwvlak opgenomen worden in de verbeelding van het bestemmingsplan. Binnen dit bouwvlak kan de woning gebouwd worden. De gedetailleerde uitwerking van de woning is in dit stadium nog niet bekend. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen zal dit nader ingevuld worden. Het bestemmingsplan vormt een kader voor de toekomstige uitwerking.

Pagina 6 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Figuur 4. Situatieschets met locatie bouwvlak waarbinnen extra woning mogelijk is. (Bron: architect Ruben Wennekers)

Pagina 7 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

3 Beleidsmatige onderbouwing Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Planspecifiek De ontwikkeling bevindt zich in Zuidoostbeemster tegen de rand van Purmerend. De hierboven genoemde ambitie uit de NOVI om de omgevingskwaliteit te versterken wordt in voorliggend plan concreet gemaakt. Het plangebied draagt bij aan deze ambitie een woning te realiseren met de kwaliteit waaraan behoefte is. De woning wordt gerealiseerd op een locatie dat nu een woonbestemming zonder bouwvlak heeft en extensief als Weide/tuin wordt gebruikt. De locatie wordt getransformeerd naar een woonlocatie. De locatie wordt getransformeerd naar een woonbestemming. De ontwikkeling sluit aan op de recent gebouwde woningen in de omgeving.

Deze ontwikkeling houdt net als de recente woningen rekening met de oude verkaveling van het gebied. Verder heeft het plan beperkt raakvlak met het Rijksbeleid, maar sluit desalniettemin aan op het beleid in de NOVI. 3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. In artikel 1.1.1 Bro worden relevante begrippen gedefinieerd.

Een woningbouwontwikkeling valt onder de definitie van stedelijke ontwikkeling als deze groter is dan 12 woningen. De Ladder stelt dat voldaan wordt aan de Ladder als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in de behoefte aan grondgebonden woningen. In de metropoolregio Amsterdam (MRA), waar de Zuidoostbeemster onderdeel vanuit maakt, blijft de woningbehoefte hoog. Dit wordt ook geconcludeerd in het onderzoek ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2019 in perspectief’. Een paar conclusies uit dit onderzoek luiden:

Pagina 8 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

•

•

Het woningtekort in de MRA is groot, met name in sociale- en middenhuur en koopsector tot €409.000. Dit tekort is opgelopen ten opzichte van 2017. De mogelijkheden voor huishoudens met een laag- of middeninkomen op de woningmarkt zijn daarmee kleiner geworden. Er zijn veel huishoudens in de MRA die behoefte hebben aan een ruimere woning (vooral gezinnen) en daar ook geld voor beschikbaar hebben. In Amsterdam, en in mindere mate ook in de andere delen van de MRA, wordt die moeilijk gevonden en inmiddels verliest de MRA als geheel gezinnen aan de rest van Nederland.

Voorliggend plan draagt, zij het op bescheiden wijze, bij aan het realiseren van een woning dat bijdraagt aan het behoud van gezinnen voor de MRA. Voorts voldoet de ontwikkeling aan de ladder duurzame stedelijke ontwikkeling omdat binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt.

Provinciaal 3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid De Omgevingsvisie NH2050 – “Balans tussen economische groei en leefbaarheid” is de opvolger van de Structuurvisie 2040 uit 2010. De Omgevingsvisie is op 19-11-2018 door Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie is een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. De Omgevingswet integreert een groot deel van de wetgeving op het gebied van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De huidige wettelijk verplichte provinciale plannen (Structuurvisie, het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan, het Milieubeleidsplan en de Watervisie) komen te vervallen en gaan op in één integrale omgevingsvisie voor de fysieke leefomgeving met onderliggende programma’s. In de Omgevingsvisie legt de provincie vast welke provinciale belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening. De visie dient als leidraad voor de manier waarop de ruimte zich de komende dertig jaar zou moeten ontwikkelen. De Omgevingsvisie NH2050 is in co-creatie tot stand gekomen met continue inbreng van een groot aantal partijen, professionals en inwoners. Sturingsfilosofie De provincie hanteert het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. De opgave bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne.

De provincie is terughoudend met het opstellen van regels. Hoofdambitie De hoofdambitie zoals die geformuleerd is in de Omgevingsvisie NH2050 is tot een balans te komen tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die gemaakt worden. De provincie zet met deze visie een richting uit om houvast te bieden naar de toekomst. Die richting bestaat uit het benoemen van een aantal bewegingen naar de toekomst, ontwikkelprincipes en waar nodig randvoorwaarden en regels. Ambities •

•

Een gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie Hiermee wordt een woon-werkomgeving bedoeld waar mensen zo min mogelijk worden blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. Natuur en biodiversiteit: natuurinclusief ontwikkelen Om de biodiversiteit in Noord-Holland op peil te houden zullen toekomstige ontwikkelingen (verstedelijking, landbouw, klimaatmaatregelen) zoveel mogelijk natuurinclusief moeten zijn. Pagina 9 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

•

•

•

•

•

•

•

Daarmee leveren ze een bijdrage aan behoud en vergroting van de biodiversiteit. Hierbij gaat het niet alleen om de kwantiteit (hectares) maar ook om de kwaliteit (soortenrijkdom, toegankelijkheid). Duurzame en vernieuwende economie Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. Een duurzame economie houdt rekening met en bouwt voort op de kenmerken en karakteristieken van de locatie. De activiteiten zijn bij voorkeur vernieuwend, circulair en schoon en dragen bij aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Toekomstbestendige landbouw in Noord-Holland Er is in de land- en tuinbouw een omslag gaande naar een adaptieve kringlooplandbouw, die meer rekening houdt met behoud en versterking van biodiversiteit en bodem- en waterkwaliteit. Om de regionale kwaliteiten te versterken en innovatie te stimuleren, bieden we ruimte voor experimenten. Indien nodig wordt ruimte geboden aan schaalvergroting. Klimaatadaptatie Essentieel is dat wij zowel het landelijk als het stedelijk gebied beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dat vergt aanpassingen in zowel de ruimtelijke inrichting als het watersysteem. We zorgen ervoor dat we voldoende zijn voorbereid op wateroverlast, hittestress, verdroging, verzilting en de gevolgen van een overstroming. Nieuwe ontwikkelingen moeten klimaatbestendig en waterrobuust zijn.

Energietransitie De provincie stuurt op een energietransitie met een maximale opwekking van duurzame energie voor de volledige energievraag in Noord-Holland in 2050. Om dit doel van een klimaatneutraal Noord-Holland in 2050 te bereiken, is een optimale mix nodig van energiebesparing en allerlei vormen van duurzame energie. Op weg naar 2050 houden we daarom oog voor alle nieuwe technologieën – ook buiten de energiesector – die daaraan een bijdrage kunnen leveren. Ontwikkeling van stad en land De locatiekeuze voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen staat onder invloed van de effecten van klimaatverandering, van bereikbaarheid, behoud van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en van de energie-infrastructuur. De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Daarbij wordt in het ontwerp rekening gehouden met voldoende afvoermogelijkheden van (regen)water, voldoende groen in en om de stad, en optimale verkeersontsluiting met multimodale knooppunten.

Uitgangspunt is – en daarop zal het verkeers- en vervoersnetwerk worden geoptimaliseerd – dat men zich effectief, veilig en efficiënt kan verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Daarbij heeft men zo veel mogelijk keuzevrijheid in het bepalen van zijn of haar vervoerswijze. Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans houden Door de grote economische dynamiek zijn woon- en werklocaties vooral nodig in het zuidelijk deel van Noord-Holland, de Metropoolregio Amsterdam, met Amsterdam als zwaartepunt. Het is nodig om hierin te investeren juist ook uit oogpunt van benutting van de agglomeratiekracht. De grote economische dynamiek betekent dat de druk op het metropolitane landschap groot is, terwijl dat bijzonder belangrijk is voor het vestigingsklimaat. Zorgvuldigheid is dus geboden. Noord-Holland Noord: ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit Het noordelijk deel van Noord-Holland beschikt over bijzondere eigen kenmerken en kwaliteiten, zoals (meer) rust, ruimte, groen, natuur en (gezonde) lucht. Om deze kwaliteiten te waarborgen is dynamiek en ontwikkeling in Noord-Holland Noord nodig. Verstedelijking nabij knooppunten van openbaar vervoer en in de omgeving van historische binnensteden en de nodige voorzieningen komt daarvoor het meest in aanmerking.

Pagina 10 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Planspecifiek In de digitale versie van de Omgevingsvisie zijn diverse kaarten opgenomen gebaseerd op ‘bewegingen voor ontwikkelingen’: dynamisch schiereiland, metropool in ontwikkeling, sterke kernen & sterke regio’s, nieuwe energie en natuurlijk & vitaal landelijke omgeving. Door in de interactieve kaart op het plangebied te klikken wordt aangegeven wat het relevante beleid is uit de Omgevingsvisie NH2050 voor het plangebied. Leefomgevingskwaliteit Algemeen wordt gesteld dat overal wordt voldaan aan de wettelijk basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plan en dier. Dit betekent voor het plangebied: 1. Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristieken en het draagvermogen van het landschap. 2. Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief. 3. Nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden zo veel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie- en data-knooppunten. 4. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen. Voorliggend plan bevindt zich in een woonwijk en sluiten aan op de bestaande infrastructuur. De woning wordt energiezuinig gebouwd met waarschijnlijk zonnepanelen op het dak. Beweging 1: Dynamisch schiereiland Het plangebied ligt niet nabij kust- of dijkgebied.

De voorwaarden van dynamisch schiereiland zijn daarom niet van invloed op voorgenomen planontwikkeling. Beweging 2: Metropool in ontwikkeling Het plangebied bevindt zich in de invloedssfeer van de metropool Amsterdam. Dit betekent voor het plangebied: 8. Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd. 9. Om de groei van het verkeer in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV en fietsnetwerk en auto, waarbij de grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd. 10. Versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem. 8-10: Voorliggende plan ziet toe op het creëren van een woning binnen bestaand stedelijk gebied. Beweging 3: Sterke kernen, sterke regio’s Het plangebied ligt niet rondom Hilversum of in het noordelijke deel van Noord-Holland waarop deze beweging van toepassing is. De voorwaarden van Sterke kernen – sterke regio’s zijn daarom niet van invloed op voorgenomen planontwikkeling. Beweging 4: Nieuwe energie Voor heel Noord-Holland is de ambitie dat: 14. De regionale optimale energiemix voor opwekking van hernieuwbare energie in de ondergrond, op de bovengrond en in de bebouwde omgeving past bij de regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen. 15.

Vraag en aanbod van hernieuwbare energie wordt zodanig gebundeld dat sprake is van efficiënte benutting van bestaande en nieuwe energie-infrastructuur en van restwarmte. In voorliggend plan wordt een energiezuinige woning gebouwd. De volgende maatregelen worden doorgevoerd: gasloos, hoge isolatiewaarden en triple beglazing. warmtepomp en balansventilatie met Pagina 11 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

warmteterugwinning gecombineerd met mogelijk (geïntegreerde) zonnepanelen voor het opwekken van de benodigde elektrische energie. De woning sluit daarmee aan bij de energieambitie van de provincie. Beweging 5: Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving Voor heel Noord-Holland gelden de ambities: 18. De agrifoodsector wordt gefaciliteerd bij de duurzame en economische ontwikkeling. 19. Natuurlijke processen zijn richtinggevend voor inrichting en beheer van nieuwe en bestaande natuurgebieden. 20. Om een robuust ecosysteem te realiseren worden verbindingen tussen natuurgebieden verbeterd en functies slim gepositioneerd. Voorgenomen planontwikkeling vindt plaats binnen een woonwijk op een perceel dat nu als tuin/weide gebruikt wordt. De ambities van de provincie op het vlak van de landelijke omgeving raken daarom voorliggend plan nihil. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op donderdag 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water.

Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. In de ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ benoemt de Provincie Noord-Holland beschrijvingen op het vlak van gebied en ontwikkeling. Zodoende biedt deze leidraad toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze leidraad om samen te werken (bijvoorbeeld met gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers) aan het behouden en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. De Leidraad 2018 is in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) verankerd in artikel 15 (ruimtelijke kwaliteitseis). De wijziging van de Verordening, en daarmee ook de Leidraad 2018, is op 2 mei 2018 in werking getreden.

Planspecifiek In de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn diverse kaarten opgenomen met bijbehorende regels waaraan plannen moeten voldoen. De planlocatie is gelegen in gebied dat aangeduid is met ‘Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde’. Het gaat hier om een aanduiding vanwege de ligging in de Beemster en de Stelling van Amsterdam. Voor deze gebieden zijn kernkwaliteiten benoemd. Een nieuwe ontwikkeling mag geen aantasting van de kernkwaliteiten inhouden (art. 6.49 lid 3).De kernkwaliteiten van de Beemster zijn: 1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, vroeg zeventiende-eeuwse (landschaps)architectonische geheel van de droogmakerij De Beemster, bestaande uit:

Pagina 12 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

– het vierkante gridpatroon van wegen en waterlopen en rechthoekige percelen; – de ringdijk en ringvaart (continuïteit en eenheid in vormgeving); – het centraal gelegen dorp (Middenbeemster) op een assenkruis van wegen; – bebouwing langs de wegen; – de relatief hooggelegen wegen met laanbeplanting; – de monumentale en typerende (stolp)boerderijen en restanten van buitens; – de oude negentiende-eeuwse gemalen en molengangen; – de structuur en het karakter van het (beschermde) dorpsgezicht van Middenbeemster; 2. Grote openheid; 3. Voor zover het werelderfgoed De Beemster samenvalt met het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zijn de uitgewerkte universele waarden van het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam tevens van toepassing op het werelderfgoed De Beemster.

Het plangebied maakt onderdeel uit van de woningbouwontwikkeling ‘De Nieuwe Tuinderij - west’. Tezamen met het woningbouwplan aan de oostzijde van Zuidoostbeemster, vormt deze ontwikkeling het plan ‘De Nieuwe Tuinderij’. Het gehele gebied is de afgelopen jaren getransformeerd naar de woonfunctie. De bestaande bebouwing in Zuidoostbeemster is gelegen langs een aantal linten en in de hiertussen liggende woonbuurten. De Purmerenderweg, de Zuiderweg, het Zuider-, Noorder- en Middenpad vormen momenteel de belangrijkste ontsluitingsassen in het gebied. Tezamen met de sloten en aanwezige beplanting vormen deze linten de ruimtelijke hoofdstructuur van het gebied. Het gevarieerde grondgebruik, de sterke afwisseling van gesloten (bebouwing), halfopen (bomenrijen en boomgaarden) en open gebieden en de kleinschalige verkaveling vormen tezamen het ruimtelijk patroon. Zuidoostbeemster onderscheidt zich daarmee van de rest van de Beemster die juist gekenmerkt wordt door een wijdmazige verkaveling, een tamelijk uniform grondgebruik en een grote mate van openheid. De nieuwe woningbouwontwikkeling is binnen deze structuur ingevuld. Voorliggend plan sluit aan op de structuur zoals die ontwikkeld is voor het Middenpad met het behoud van de rechte weg en watergang. Het plan sluit hier volledig stedenbouwkundig op aan.

De reeds ingezette stedenbouwkundige invulling binnen het culturele werelderfgoed wordt daarmee doorgezet en vormt geen aantasting van de nu aanwezige kernwaarden. Het plangebied is eveneens gelegen in de Stelling van Amsterdam. 1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigsteeeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: – een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; – sluizen en voor- en achterkanalen; – de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; – inundatiegebieden; – voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); – de landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten;

Pagina 13 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

2. Relatief grote openheid; 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam.

Voor de Stelling van Amsterdam geldt hetzelfde als voor de Beemster dat het plangebied onderdeel is van een grotere ontwikkeling ‘De Nieuwe Tuinderij’ dat grotendeels afgerond is. Voorliggende ontwikkeling is een kleine invulling volledig passend binnen de stedenbouwkundige opzet van de Nieuwe Tuinderij en het Middenpad. De reeds begonnen stedenbouwkundige invulling binnen het culturele werelderfgoed wordt daarmee doorgezet en vormt geen aantasting van de nu aanwezige kernwaarden. Tevens toont de kaart van de verordening dat voor het plan randvoorwaarden gelden ten aanzien van bodemsanering en van Waterpeil. Dit zijn algemeen geldende regels die in het volgende hoofdstuk over milieutechnische uitvoerbaarheid nader verantwoord worden. Vanuit de verordening volgen geen andere aanduidingen die randvoorwaarden geven voor het plan. De benoemde leidraad in voorgaand onderdeel (paragraaf 3.2.2) is van toepassing op het plan. De bijbehorende kwaliteitseisen behoren tot het ensemble Schermer-Beemster waartoe het dorp Zuidoostbeemster behoort. Het plan ligt in een voormalige droogmakerij waarvoor de volgende kwaliteitseisen gelden: 1. Behoud van openheid in de richting van de tochten a. Het zich over de tocht in een ruime zone moet worden vrijgehouden. Beperk de lengte van opstallen zodat vergezichten behouden blijven. 2. Het ordenen van bebouwing in heldere bebouwingsstructuren a.

Sluit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aan bij de bestaande bebouwingstructuur. Houd wegen dwars op de hoofdassen vrij van ontwikkeling. b. Ga zorgvuldig met watercarrés om en pas nieuwe agrarische bebouwing in met beplanting langs de erfrand. 3. Behoud de karakteristiek van de ringdijk van de Schermer a. De ringdijk wordt gekenmerkt door een kronkelige vorm, een continu profiel, een steile talud en een brede boezem. De dijk is vrij van beplanting, heeft bebouwing aan de dijksloot en meerdere molenplaatsen aan de oostzijde van de dijk. De woning wordt gebouwd aan de zuidzijde van de sloot. Het oorspronkelijke zicht richting het zuiden wordt beperkt door bebouwing. Richting het noorden wordt het zicht beperkt door bomen en bebouwing. Een ruime zone is hierbinnen niet van toepassing. Het plan wordt toegepast op de bestaande bebouwingsstructuur: de weg ‘Middenpad’ is een zij-as schuin/loodrecht op de Purmerenderweg. Deze kenmerkt zich als een hoofdas. Omdat het plan geen agrarische ontwikkeling en niet aan de Ringdijk van de Schermer wordt ontwikkeld, wordt er voldaan aan de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. 3.2.3 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar.

De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De algemene doelstelling in de woonagenda is: ‘De provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen’. Dit is vervolgens uitgewerkt in speerpunten, richtinggevende principes en actiepunten: Pagina 14 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Speerpunten: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraag gestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Richtinggevende principes: 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. 4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6.

Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. 7. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden maken we afspraken om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. Actiepunten: 1. Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden 2. We bieden kennis, meedenkkracht en hulp 3. Versnellen woningbouwproductie 4. Samenwerking stimuleren 5. Verduurzaming wonen 6. Meer flexibiliteit in de woningmarkt 7. Stimuleren circulair bouwen 8. Leveren van informatie en monitoring Deze speerpunten, principes en actiepunten moeten helpen bij het oplossen van de grote woningbehoefte in de provincie. Wijziging ten opzichte van de voorgaande woonvisie is ook dat regionale afspraken ten aanzien van woningbouw niet meer in Regionaal Actie Programma's (RAP's) worden vastgelegd maar dat tussen gemeenten/regio en de provincie woonakkoorden worden gesloten.

Planspecifiek In de woonagenda staat geformuleerd dat ‘vraag’-gestuurd gebouwd moet worden. Door het ‘vraag’gestuurd bouwen wordt gebouwd waar behoefte aan is maar zorgt ook voor doorstroming doordat Pagina 15 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

bijvoorbeeld gezinnen ruimer kunnen gaan wonen waardoor er meer goedkopere (koop)woningen vrijkomen. Voorliggend plan wordt gebouwd vanuit een directe behoefte vanuit een initiatiefnemer. Voorts sluit het plan ook aan op het speerpunt door duurzaam en toekomstbestendig te bouwen. De woning wordt namelijk zo ontworpen dat 0-trede wonen mogelijk wordt voorbereid. Levensloopbestendig wonen behoort hier tot de mogelijkheden

Regionaal beleid 3.3.1 Regionale visie Waterland 2040 Het Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Waterland (ISW) is een samenwerkingsverband van zeven Waterlandse gemeenten: Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zeevang. Samen vormen deze gemeenten de regio Waterland. De regio Waterland heeft in 2009 de Regiovisie Waterland 2040 opgesteld. Het motto van de Regiovisie is: Vitaal met Karakter. De Regiovisie Waterland 2040 vormt de basis voor de gemeentelijke plannen. Tevens wordt hij gebruikt voor het inbrengen van de mening van de regio Waterland bij plannen van de Provincie Noord-Holland en die van de Stadsregio Amsterdam. Volgens de visie dient de sociaaleconomische vitaliteit van de kernen te worden bewaakt. Hieraan dient het ruimtelijke beleid zoveel mogelijk bij te dragen, zonder het authentieke karakter van het landschap aan te tasten. Verder is er een plus nodig op het gebied van woningbouw ter bevordering/instandhouding van de vitaliteit van de kernen. Daarbij horen ook de locaties van Waterlands Wonen, die kwantitatief tot 2020 nog niet zijn ingevuld. Deze dienen na 2020 verder te worden ontwikkeld. Planspecifiek Voorliggende planontwikkeling ziet toe op de bouw van één woning ter plaatse van een perceel dat nu als tuin/weide gebruikt wordt. Het plan draagt, zij het bescheiden, bij om de knelpunten op de woningmarkt op te lossen.

3.3.2 Woonakkoord Zaanstad-Waterland 2021-2025 De colleges van de 8 gemeenten in Zaanstreek-Waterland (Beemster, Edam-Volendam (per 6 juli), Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad) en de provincie NoordHolland zijn op 29 juni 2021 het Woonakkoord 2021-2025 met elkaar aangegaan. Dit woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). Het woonakkoord bestaat uit 4 thema’s: 1. Nieuwbouw/woningbouwprogrammering 2. Betaalbare voorraad 3. Wonen en Zorg 4. Duurzaamheid, klimaatadaptie en circulair bouwen De regio Zaanstad-Waterland beschrijft de volgende ambities in het woonakkoord: 1. Identiteit door diversiteit versterken In de regio zijn er dicht bij elkaar sterk verschillende woonmilieus te vinden: van hoog stedelijk tot uitermate landelijk. De regio koestert die verscheidenheid. De toenemende woningvraag biedt kansen om die verscheidenheid nog op een hoger plan te brengen. De regiogemeenten willen die vraag benutten om de contrasten en de dynamiek te vergroten, de kwaliteit van de steden en de vitaliteit van de kernen te verhogen en het draagvlak voor (regionale) voorzieningen te versterken. 2. Ruimte bieden aan de eigen en regionale woonvraag De regiogemeenten beschouwen Zaanstreek-Waterland als onderdeel van de MRA.

Daarom willen de regiogemeenten hun verantwoordelijkheid nemen en ook een aandeel nemen in het accommoderen Pagina 16 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

van de regionale woningvraag. Met het tegemoet komen aan de regionale woningvraag draagt Zaanstreek-Waterland bij aan de economische ontwikkeling van de Amsterdamse regio. 3. Verdere differentiatie van de woningvoorraad ten behoeve van alle doelgroepen De regiogemeenten streven naar gedifferentieerde woonmilieus en naar een gedifferentieerde woningvoorraad in Zaanstreek-Waterland, zodat alle inkomensgroepen (van rijk tot arm) en alle typen huishoudens (jong en alleenstaand, gezinnen, senioren) hier terecht kunnen en een woning kunnen vinden naar hun smaak en bereik. 4. Naar een toekomstige woningvoorraad De regiogemeenten streven naar een toekomstbestendige woningvoorraad in Zaanstreek-Waterland. Er liggen met name opgaven in het meer levensloopbestendig maken van de woningvoorraad. Ook moet de woningvoorraad verduurzaamd worden. Planspecifiek De woning wordt gebouwd in dezelfde architectonische stijl als de overige woningen aan het Middenpad. De identiteit van het gebied wordt hiermee versterkt. Tevens wordt met de bouw van de woning bijgedragen aan de eigen en regionale woonvraag.

Gemeentelijk beleid 3.4.1 Ruimtelijk beleidskader De Beemster & Stelling van Amsterdam. Via een nauwe samenwerking tussen provincie en gemeente is een ruimtelijk beleidskader tot stand gekomen. Het ruimtelijk beleidskader gaat in op de mogelijkheden in het gehele overlap gebied van De Beemster en de Stelling van Amsterdam. De centrale uitgangspunten zijn hieronder gedefinieerd: • • • • • •

Behouden van de openheid schootcirkels tot het grid (de groene linten) van De Beemster; Zichtlijnen binnen het grid van de Beemster waarborgen; Verschillende aanpak per fort, door de ligging ten opzichte van het grid; Specifieke doorzichten vastleggen met een ritme en maat passend bij de structuur van De Beemster; Nieuwe ritme van doorzichten voor een gevarieerde beleving van de forten; Aandacht voor de wijze van verdichting van de linten, het gaat hierbij om locatie en erfinrichting.

Planspecifiek In voorgaande paragrafen zijn de ruimtelijke kwaliteitseisen naast het plan gelegd. Voor conclusies en wordt verwezen naar paragraaf 3.4.1 t/m paragraaf 3.4.4. 3.4.2 Structuurvisie Beemster De Structuurvisie Beemstermaat van de gemeente Beemster (juli 2012) vormt het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en geeft aan waar welke functies wenselijk zijn en waar niet. In deze structuurvisie zijn de ambities genoemd die de gemeente nastreeft. Deze ambities luiden als volgt: • • • • •

Behoud en herstel van het landschapspatroon. Tegengaan van verrommeling. Behouden en versterken van de ruimtelijke structuur en karakteristiek. Recreatie en duurzaamheid versterken. Oplossen mobiliteitsdruk binnen neutraal raster.

Pagina 17 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Deze ambities zijn in zogenaamde 'gouden regels' omgezet. Deze regels hebben als uitgangspunt dat ontwikkeling mogelijk moet zijn om de dynamiek binnen de gemeente te behouden, maar de kernwaarden behouden moeten blijven. Ontwikkelingen moeten passen binnen de historisch bepaalde hoofdstructuur. Verder is in deze structuurvisie een belangrijke ambitie dat eventuele verdichting in het buitengebied alleen plaatsvindt in dezelfde zones en langs dezelfde wegdelen waar nu bebouwing staat. Wat betreft de functies wonen en werken wordt beschreven dat er op verantwoorde wijze ruimte is geschapen in De Beemster om de woonbehoefte van de inwoners voor langere tijd te kunnen opvangen en dat de plannen Zuidoostbeemster I (De Nieuwe Tuinderij) en II hiervoor de mogelijkheden bieden. Planspecifiek In de structuurvisie wordt per kern een ontwikkelingsvisie gegeven. Voor Zuidoostbeemster is uiteengezet dat in de uitleg Zuidoostbeemster II mogelijkheden worden gecreëerd voor beperkte uitbreiding in de sfeer van landschappelijk wonen, passend bij de al bestaande ordening van bebouwingen als uitloopgebied aansluitend aan het dorps DNA van het meer verstedelijkte dorp Zuidoostbeemster. De woningbouwontwikkeling De Nieuwe Tuinderij wordt in deze visie als project benoemd. Deze ontwikkeling is reeds gerealiseerd.

Voorliggend plan is een kleine aanvulling op dit plan waarbij de structuur behouden blijft en het daarmee een ontwikkeling is die passend is binnen de bestaande ordening. Het plan sluit dan ook aan op de gemeentelijke structuurvisie. 3.4.3 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster I Het vigerende bestemmingsplan voor de locatie is ‘Zuidoostbeemster I’ van de gemeente Beemster. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 2008-11-20. Planspecifiek Onderstaand is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergeven. De uitsnede toont het huidig toegestaan gebruik Wonen. De beoogde woningbouw is echter niet toegestaan op de locatie omdat op dit plandeel geen bouwvlak aanwezig is en dus geen hoofdgebouwen(woningen) gebouwd mogen worden. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw planologisch kader nodig. Voorliggend plan voorziet in het nieuwe planologische kader.

Figuur 5. Uitsnede vigerend bestemmingsplan met in rood de globale plangrens. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Ter plaatse van het plangebied is ook nog de dubbelbestemming Leiding-Riool opgenomen. Deze dubbelbestemming stelt voorwaarden aan het gebruik van de gronden, zoals: Pagina 18 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

(a) niet ten koste gaat van de mogelijkheid tot het onderhouden en aanleggen van de leiding-riool; (b) geen negatieve invloed heeft op de bestaande leiding-riool; (c) alleen is toegestaan na overleg met de beheerder van de leiding-riool. In voorliggend bestemmingsplan is het bouwvlak zodanig vormgegeven dat niet ter plaatse van de persriolering en de bijbehorende beschermingszone gebouwd kan worden. Er gelden een aantal specifieke eisen en beperkingen ten aanzien van werkzaamheden en activiteiten ten gevolge van de persriolering onder het perceel, zo zijn de onderstaande activiteiten niet zonder meer toegestaan: - het planten van bomen en/of diep wortelende beplanting - het uitvoeren van zware transporten; - het opstellen van materieel op het tracé van de leiding; - de opslag van (zwaar) materiaal; - het werken aan- en/of realiseren van werken boven het tracé van de leiding. Bij het graven of heien nabij de persriolering dient een minimale afstand gehouden te worden van 3 meter. De persriolering is expliciet in de verbeelding opgenomen waardoor bescherming hiervan geborgd is. Hiernaast dient de exacte locatie van de persriolering via een KLIC-melding nader te worden verkend. 3.4.4 Omgevingsnota ‘Beemstermaat’ De Omgevingsnota is vastgesteld op 10 juli 2012. De omgevingsnota richt zich op de belevingswaarde van de omgeving.

In de nota wordt niet geregeld welke plekken worden aangewezen voor verscheidende functies. Ook gaat de nota niet in op de omvang en de flexibiliteit van het programma. Voorgaande aspecten worden geregeld in een bestemmingsplan. Het doel van de omgevingsnota is het behouden en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit. De nota maakt onderscheid tussen gebieden en objecten die een belangrijke rol spelen in het karakter van de Beemster. Daarnaast bepaald de nota voor de Beemster gebieden en objecten die een kleinere betekenis hebben voor de polder. Planspecifiek Op basis van de omgevingsnota valt het plan in een binnengebied. Dit betekent dat het regieniveau ‘licht’ van toepassing is. De basis voor de criteria zijn de uitgangspunten van de gemeente. Het plan kent een grotere vrijheid dan de buitenranden, buitengebieden en de dorpskern van Middenbeemster. De ruimtelijke kwaliteitseisen zijn voor het plan van secondair belang voor de cultuurhistorische waarde van De Beemster, omdat het binnengebied waar zich het plan situeert valt in uitbreidingswijken die na 1945 zijn ontwikkeld. Deze uitbreidingswijken situeren zich voornamelijk in Zuidoostbeemster en Middenbeemster. Voorliggend plan doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit, het sluit juist stedenbouwkundig aan op de westelijk gelegen woningbouw. Er vindt met het plan geen aantasting van de cultuurhistorische waarden plaats.

3.4.5 Beemster erven Op 24 december 2010 is door Croonen Adviseurs in opdracht van de Gemeente Beemster het ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf opgesteld met als documentnaam ‘Beemster erven is WereldERFgoed’. Het document biedt kwaliteitseisen voor het ontwikkelen van een erf in het buitengebied van de Beemster. Het geboden kader richt zich op agrarische erven. Bij een ander gebruik dan de agrarische functie gelden eigen wetmatigheden met een eigen organisatie, bebouwing en inrichting van het erf tot gevolg. Het ruimtelijk kwaliteitskader biedt geen eenduidig kwaliteitskader voor andere functies en vraagt daarom bij het inrichten van niet-agrarische erven om maatwerk.

Pagina 19 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Planspecifiek Voor een uitsnede van het plan wordt verwezen naar figuur 5. Omdat het geboden kader zich richt op (niet)-agrarische erven in het buitengebied van de Beemster en omdat het plan zich in een woonwijk bevindt is dit kader niet van toepassing op het plan. 3.4.6 Stedenbouwkundige inpassing Met de bouw van de woning wordt aangesloten bij de stijl van de rest van de vrijstaande woningen aan het Middenpad. De woning krijgt dezelfde maximale goot- en nokhoogte. De nokrichting komt dwars op het Middenpad en de voorgevel komt in de rooilijn. Ook wordt de woning gebouwd in dezelfde architectonische stijl als de andere woningen aan het Middenpad.

Pagina 20 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening, zoals de Wro ex art 3.1 stelt. De invulling van dit vereiste is in de jurisprudentie verder gepreciseerd. Onderstaand is per woon- en omgevingsaspect beoordeeld of en wat voor een wijziging er optreedt en of een goed woon- en leefklimaat voor zowel de omgeving als het plangebied zelf gegarandeerd is.

Milieueffectrapportage Toetsingskader Per 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) gewijzigd en in lijn gebracht met de Europese richtlijn hieromtrent (nr. 85/337/EEG). Voor deze wetswijziging kon bij de vraag of er een milieueffectrapport (MER) moest worden gemaakt, dan wel een mer-beoordeling moest worden uitgevoerd, worden volstaan met een toets aan de activiteiten en de bijbehorende getalsmatige grenzen uit het Besluit m.e.r. (bijlage C en D). Omdat de Europese richtlijn geen getalsmatige grenzen kent voor mer-plichtige activiteiten, zijn deze getalsmatige grenzen niet meer 'hard', maar hebben ze meer een indicatieve waarde. Concreet betekent dit dat bij de vraag of er een m.e.r. of een mer-beoordeling dan wel een planmer moet worden uitgevoerd, niet zonder meer kan worden uitgegaan van de getalsmatige grenzen in kolom 2 van bijlage C en D, maar dat meer in algemene zin beoordeeld moet worden of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, waardoor het opstellen van een MER noodzakelijk zou zijn.

Een planmer is wettelijk verplicht wanneer: • Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)mer noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)mer noodzakelijk is; • Een bestemmingsplan activiteiten mogelijk maakt die kunnen leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (dan is een passende beoordeling noodzakelijk). Bij een planmer gaat het om besluiten uit kolom 3 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Een projectmer of besluit-mer betreft een besluit op grond waarvan geen nader besluit mer- of (beoordelings-) plichtig besluit meer nodig is. Het plan schept dus geen kader meer voor een mer-(beoordelings)plichtig besluit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan wat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een mer-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een veehouderij (met aanzienlijke milieugevolgen). Het betreft hier besluiten uit kolom 4 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. De wetswijziging van 1 april 2011 heeft tot gevolg dat ook onder de drempelwaarden beoordeeld moet worden of een mer-procedure doorlopen moet worden. Dit geldt zowel voor besluiten uit kolom 4 als voor besluiten (plannen) uit kolom 3 (planmer). Ingeval het project onder de drempelwaarde valt is deze beoordeling vormvrij.

Dit betekent dat deze beoordeling via de officiële mer-beoordelingsprocedure kan geschieden, maar in veel gevallen zal een beoordeling in de toelichting bij het plan voldoende zijn. Planspecifiek Voorliggend plan valt in categorie D11.2 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject’. Het plan overschrijdt de getalsmatige grenzen van het Besluit m.e.r. (kolom C en D) niet. Deze grenzen zijn:

Pagina 21 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Tabel 1. Categorie D11.2 met getalsmatige grenzen. (Bron: bijlage D van Besluit milieueffectrapportage) D 11.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met In gevallen waarin de activiteit betrekking inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Dit betekent dat er sprake is van een vormvrije mer beoordeling. Voor voorliggend plan kan op basis van de in hoofdstuk 2 opgenomen beschrijving van het plan en hoofdstuk 4 de milieutechnische uitvoerbaarheid voldoende inzicht gegeven worden in de kenmerken, plaats en de potentiële milieugevolgen van het plan.

Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. In de brochure wordt onderscheid gemaakt in verschillende omgevingstypen. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden. Planspecifiek Het plangebied is in een woonwijk gelegen. Direct ten oosten van het plangebied ligt een horecagelegenheid (Boss) met bijbehorend parkeerterrein.

Daarnaast is autobedrijf Dijt gelegen. De afstanden tot deze bedrijven bedraagt respectievelijk ca. 38 meter en ca. 53 meter, zie ook figuur 6. In het bestemmingsplan is opgenomen dat maximaal horeca categorie I, II en III is toegestaan. De nadere beschrijving voor deze categorieën staat in de lijst van bedrijfsactiviteiten. Deze zijn echter niet opgenomen in ruimtelijke plannen. Voor het autobedrijf is in het bestemmingsplan opgenomen dat op de locatie met de nadere aanduiding GA enkel een garagebedrijf is toegestaan.

Pagina 22 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Figuur 6. Uitsnede vigerend bestemmingsplan met in rood de globale plangrens en afstanden tot aangrenzende bedrijven. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Gezien de planlocatie met de nabijgelegen Purmerenderweg waar diverse functies aan gelegen zijn kan het gebied getypeerd worden als een gemengd gebied. Voor Horeca bestaande uit restaurant, café, snackbar, etc. (SBI-2008-561) dient een afstand van 10 meter aangehouden te worden in een rustige woonwijk en 0 meter in gemengd stedelijk gebied. Voor bedrijven die handelen in auto’s motoren en reparaties ( SBI-2008-451, 452, 454) dient een afstand van 50 meter aangehouden te worden in een rustige woonwijk en 30 meter in gemengd stedelijk gebied. Voor beide bedrijven wordt in voorliggend plan voldaan aan de afstandseisen. Voor het aspect bedrijven en milieuzonering kan dan ook worden gesteld dat het geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

Geluidhinder In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functies belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoeksverplichtingen gesteld. Planspecifiek Om te bepalen of de geluidsnormen voor de nieuwe woningen niet overschreden worden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. De conclusie van het akoestisch onderzoek luidt: ‘De geluidbelasting op voorgevel van een nieuw te realiseren woning aan het Middenpad bedraagt maximaal Lden= 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de A7 en Lden=40 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Purmerenderweg. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden. Het plan voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder.’ Uit voorgaande conclusie blijkt dat het aspect geluidhinder geen belemmering vormt voor voorliggend plan.

Pagina 23 Bestemmingsplan Zuidoostbeemster, Middenpad naast 41

Ecologie Natuur is een gevoelige functie die beschermd moet worden tegen negatieve effecten. Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en Nationaal beschermde soorten. Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de Wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000-gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen).

Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.4.1 Flora en Fauna In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek Soortenbescherming Bepaald moet worden of er geen beschermde soorten worden aangetast door de planontwikkeling. In de bestaande situatie betreft het plangebied een intensief beheerd grasveld met daarop een bijgebouw. Voor het plan zullen geen bomen gekapt, sloten gedempt en of bosschages worden verwijderd. De watergang aan de oostzijde van het perceel blijft behouden. De schuur op het terrein wordt wel gesloopt. Deze schuur heeft zeer strak op elkaar gelegde dakpannen waaronder geen ruimte is voor vogels zoals de huismus, zie ook de foto op de volgende pagina. Het gebouw heeft geen spouw waarvoor ruimte is voor vleermuizen. Er zijn echter wel andere plekken in het gebouw waar de vleermuis kan verblijven. Het ecologisch onderzoek is opgenomen in bijlage 6.

De conclusies van het ecologisch onderzoek luiden: ‘De beoogde sloop van de schuur ten behoeve van de realisatie van een woning aan het Middenpad te Zuidoostbeemster is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. De ruimtelijke ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden. Daarom is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13699629/1