b-voorzieningenlijst-subsidieverordening-verduurzaming-vve-met-toelichting
Tekst van het document
Nummer
Duurzame energiemaatregel
Criterium
Gemeente Purmerend kent voor isolatie maximaal 25% van de gemaakte kosten toe. Deze 25% mag niet hoger zijn dan het genoemde normbedrag per eenheid voorziening.
Installatietechnisch 1.1
1.2
Zonneboiler
Warmtepomp(en)
1.3
Warmtep0mpboiler
1.4
Douchewater-wtw
1.5
Thuisaccu
€ 150,- per m² paneeloppervlak Geen onderdeel uitmakend van een gasgestookte CV of WW- ketel. (Zie de toelichting) Let op: als u ook ISDEsubsidie bij het RVO gaat aanvragen is het verstandig om vooraf op de website van het RVO na te gaan of de installatie voorkomt op de meldcodelijst van goedgekeurde warmtepompen. Let op: als u ook ISDE-subsidie bij het RVO gaat aanvragen is het verstandig om vooraf op de website van het RVO na te gaan of de installatie voorkomt op de meldcodelijst van goedgekeurde warmtepompboilers.
€ 230,- per kW
<100 liter: € 100,-100-199liter € 150,200-299 liter € 250,300+liter € 350,-
€ 125,- per stuk Lithiumijzerfosfaataccu's (LFP) , Natriumionaccu’s (zoutwater) of PCMaccu’s (thermische batterij, m.u.v. paraffines of sulfides)
€80,-per LkWh capaciteit
Bouwkundig 2.1
Dakisolatie
Rd ≥ 3,5 m² K/W
€ 15,- per m²
2.2
Vloerisolatie
Rd ≥ 3,5 m² K/W
€ 11,50 per m²
2.3
Bodemisolatie
Rd ≥ 3,5 m² K/W
€ 6,- per m2
2.4
Spouwmuurisolatie
Rd ≥ 3,5 m² K/W
€ 8,50 per m²
2.5
Paneelisolatie
Rd ≥ 3,5 m² K/W
€ 16,50 per m²
2.6
Isolatie massieve muur
Rd ≥ 3,5 m² K/W
€ 36,50 per m²
Nummer
Duurzame energiemaatregel
Criterium
Gemeente Purmerend kent een vast bedrag toe voor de voorziening.
2.7
HR++glas
U-glas ≤ 1,2 W/m² K of spouw 15 mm
€ 25,- per m²
2.8
Triple glas (HR+++)
U-waarde:< 0,7 W/m²K
€ 50,-- per m2
2.9
Vervangen dakbedekking door Groen Dak
€ 20,-- per m2
2.10
Aanschaf elektrische kookplaat onder gelijktijdige permanente verwijdering van de gasaansluiting in de woning
Maximaal € 500,-- bijdrage in de kosten onder gelijktijdige verwijdering van de gasaansluiting..
Duurzame energiemaatregel
Gemeente Purmerend kent een maximum bijdrage toe in de kosten van aansluiting van stadsverwarming.
Nummer
Criterium
3.1
Aansluiting op een warmtenet zoals Stadsverwarming Purmerend voor particulieren.
Gebied dat nog geen onderdeel uitmaakt van een aardgasvrijproject.
50% van de kosten voor een aansluiting tot een maximum van € 2.500,-- per woning.
Nummer
Duurzame energiemaatregel
Criterium
Maximaal 15% van de kosten in aanschaf systeem
3.2
Aanschaf Regenton
Per adres een eenmalige bijdraevan €70,--
3.3
Aanschaf systeem voor hergebruik hemelwater
15 % van de kosten.
Nummer
Duurzame energiemaatregel
4.1
Vervangen nietledverlichtingsarmaturen van lichtmasten door Ledverlichtingsarmaturen
Nummer
Asbestsanering daken
Criterium
Gemeente Purmerend kent een vast bedrag per m2 toe tot een maximum van € 2.500,--.
5.1
Asbestsanering daken VvEruimten
Verwijderen asbest
€ 10,-- per m2 dak dat wordt gesaneerd.
Criterium
Enkel voor sportverenigingen. 15% van de kosten tot een maximum van € 2.500,--
TOELICHTING: Subsidieverordening verduurzaming particuliere woningen VvE’s Purmerend 2024 ALGEMEEN Bij het aanvragen van een voorziening als bewoner-eigenaar van een VvE-woning of namens de VvE als bestuur dient u o.a. met het volgende rekening te houden. Deze subsidieverordening richt zich enkel op duurzaamheidsubsidies. Indien u in aanmerking komt voor een subsidie dient u o.a. zelf na te gaan of voor het plaatsen of aanbrengen van de voorziening een bouwvergunning noodzakelijk is en/of een meerderheidsbesluit van de Algemene Ledenvergadering van de VvE noodzakelijk is. Voor het aanbrengen van voorzieningen dient u voor u zelf helder te hebben of het is meegenomen in uw inboedel- of opstalverzekering. Als uw verzekering dit uitsluit dient u contact op te nemen met uw verzekeringsagent en met hem/haar naar een oplossing te zoeken. Let zowel bij het aanbrengen als het gebruiken op evt. brandveiligheidsrisico’s. Wij adviseren u te allen tijde werkzaamheden aan de voorzieningen die behoren tot de VvE door erkende gecertificeerde aannemers en installateurs te laten plaatsvinden. Gemiddeld breekt elke dag brand uit in een appartementencomplex. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) heeft de Leidraad brandveilig beheren van woongebouwen gepubliceerd.
Met deze leidraad kan uw VvE eenvoudig een beheersplan opstellen en uitvoeren voor het brandveilig beheren van uw complex. https://nipv.nl/onderwerp/brandveilig-beheren-van-woongebouwen; HOOFDSTUK 1
BEGRIPPEN EN DEFINITIES
1.Toelichting duurzame energiemaatregelen – Installatietechnisch 1.1 Zonneboiler
Een zonneboiler levert warm water op voor gebruik in de keuken en de badkamer. Een zonnecollector op het dak haalt warmte uit zonlicht en warmt daarmee kraanwater op in de zonneboiler. Die is meestal gekoppeld aan een combiketel of andere installatie. Als er te weinig zon is, verwarmt de installatie (of een verwarmingselement) het water na. De systemen zijn in principe overal toepasbaar. Doe altijd navraag bij uw gemeente. 1.3 Warmtepomp Een warmtepomp gebruikt bronwarmte uit de bodem of lucht om energiezuinige warmte te leveren. De inzet van LTV is een voorwaarde voor het energiezuinig functioneren van de warmtepomp Toepassing: Warmtepompen zijn momenteel inpasbaar in de volgende systeemvarianten. • Warmtepomp met bodem als warmtebron: vrijwel altijd combi voor ruimteverwarming en tapwater. • Warmtepomp met lucht als warmtebron: -ingezet voor ruimteverwarming; -ingezet voor de levering van tapwater. Voorwaarden voor subsidie Voorwaarde voor toepassing als warmtepomp: • bodem als warmtebron, of • buitenlucht als warmtebron evt. in combinatie met een warmtepompboiler. Ook in combinatie met een (afzonderlijke) CV-ketel nageschakeld op de warmtepomp voor warmtelevering bij lage buitentemperaturen.
Warmtepompen die gekoppeld zijn aan een CV-ketel maar geen onderdeel vormen van de CV-installatie komen ook voor vergoeding in aanmerking omdat bij verwijdering van de CV-ketel enkel nog een electrischeelektrische warm watervoorziening nodig is om volledig van het aardgas af te gaan. Het gaat bij deze hybride warmtebron dus om twee geschakelde maar afzonderlijke installaties. Installaties waarbij een warmtepomp is verwerkt in een gasgestookte installatie komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat geen bijdrage wordt gegeven in gasgestookte installaties. • Het moet gaan om ruimteverwarming of tapwater voor de woning. Een warmtepomp als onderdeel van andere installaties of apparaten, zoals een droogtrommel worden niet vergoed. Bodem als warmtebron Bij gebruik van bronwarmte uit de bodem wordt een bodemwarmtewisselaar gebruikt om warmte aan de bodem onder de woning te onttrekken. Dit systeem heeft een hoger energetisch rendement dan wanneer buitenlucht wordt gebruikt en een betere beschikbaarheid bij lage buitentemperaturen. Kleine gesloten bodemwarmtewisselaars voor individuele woningen kunt u nog zonder vergunning plaatsen, tenzij uw woning in een zogenaamd interferentiegebied ligt. Deze interferentiegebieden worden door de gemeente aangewezen. Of uw woning in een interferentiegebied ligt, kunt u dan ook bij uw gemeente opvragen.
Voor gesloten bodemsystemen geldt een meldingsplicht, en is de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit bodemenergie een feit. Lucht als warmtebron Bij gebruik van bronwarmte uit de lucht is ventilatieretourlucht een logische energiebron. Door het beperkte volume van ventilatielucht wordt vaak ook buitenlucht gebruikt. De lage temperatuur van de buitenlucht in het stookseizoen heeft een negatieve invloed op het energetisch rendement. Daarom wordt bij inzet van ventilatielucht of buitenlucht een combinatie met een niet-fossiele warmteketel voor additionele warmtelevering vereist. Als het rendement of beschikbaar vermogen van de warmtepomp te laag wordt, zal de cv-ketel de warmte leveren. Het omslagpunt waarbij de warmtepomp uitgeschakeld wordt, ligt indicatief tussen de -2°C en 2°C en is ook afhankelijk van de energieprijzen. Tegenwoordig zijn vrijwel alle gangbare woningketels voorzien van het label naverwarming zonneboiler (NZ) en dus geschikt voor naschakeling op de luchtwarmtepomp. Hierdoor kan het energetisch rendement van het totaalsysteem aanzienlijk toenemen. Voor deze rendementsverbetering is een correcte afstemming tussen de besturingssoftware en apparaatinstellingen van ketel en warmtepomp vereist. De warmtepomp gebruikt de warmte uit afgezogen ventilatielucht en buitenlucht voor LTV van de woning.
De woning moet daarom wel een mechanisch afzuigventilatiesysteem hebben, maar mag niet voorzien zijn van balansventilatie met warmteterugwinning. 1.4 Warmtepompboiler
Een andere toepassing van een warmtepomp met lucht als warmtebron is de warmte-pompboiler. Warmtepompboilers gebruiken (net als de UHR-ketel) de afgevoerde ventilatielucht uit een woning als warmtebron om tapwater te verwarmen. Bij inzet van ventilatie-retourlucht ligt het rendement van een warmtepompboiler ongeveer 15 tot 20% boven de beste HR-ketels. In vergelijking met een warmtepomp voor ruimteverwarming scoort de warmtepompboiler energetisch minder goed. Dit houdt direct verband met de benodigde temperatuur voor de bereiding van warm tapwater (60°C) versus ruimteverwarming (40°C voor LTV). 1.5 Douchewaterwarmteterugwinning Douchewaterwarmteterugwinning (douchwater-wtw) gebruikt warmte van wegstromend douchewater om koud water voor te verwarmen. Hierdoor hoeft het warmwatertoestelminder warmte toe te voeren en is dus zuiniger. Het vergt een kleine verbouwing en is dus vooral een optie als u de badkamer gaat renoveren. De meeste moderne tapwatervoorzieningen hebben een vermogen die automatisch aangepast wordt aan de gevraagde hoeveelheid warm water en zijn daarmee geschikt om te combineren met douche-wtw. Om te zorgen dat het water op constante temperatuur blijft, is een thermostatische douchemengkraan noodzakelijk. Omdat de douche-wtw koud water opwarmt, is steeds minder bijmenging van warm water nodig.
1.6 Thuisaccu Thuisaccu’s zijn als toepassing voor het opslaan van stroom steeds meer toegankelijk voor woningeigenaren. De meest ideale situatie om een thuisaccu aan te schaffen en te gebruiken is als dit in combinatie kan met duurzame energieopwek. Thuisaccu’s gemaakt van LFP (Lithiumijzerfosfaat) en natrium-ion zijn de minst brandgevaarlijk. Ook zijn PCM-accu’s (thermische batterijen) geschikt om energie in de vorm van warmte op te slaan en zijn deze weinig brandgevaarlijk (PCM-accu’s met paraffines of sulfides komen niet in aanmerking i.v.m. brandveiligheid en giftige dampen). Dit neemt niet weg dat woningeigenaren deze professioneel moeten laten installeren. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) heeft voor dit soort installaties beheersmaatregels geformuleerd (Duurzaam bouwen- brandveiligheid van installaties) welke verstandig zijn om aanvullend op te volgen bij installatie en gebruik. Woningeigenaren worden gewezen op de voorwaarden van hun woonverzekering of de installatie van een thuisaccu nog gevolgen heeft voor kosten en dekking van de woonverzekering. 2.Toelichting duurzame energiemaatregelen –Bouwkundig Isolatie algemeen Bij de berekening van de warmteweerstand(en) worden de volgende symbolen gebruikt: R, Rd, Rm: warmteweerstand van een materiaal.
Rc: warmteweerstand van de scheidingsconstructie die is samengesteld uit meerdere lagen of onderdelen, bijvoorbeeld door een gevelopbouw van baksteen, luchtspouw, isolatie en kalkzandsteen. U: totale warmtedoorgangscoëfficiënt van een constructie, inclusief de overgangsweer-standen van lucht naar de constructie en van de constructie naar lucht. De warmteweerstand van een isolatielaag wordt in het algemeen berekend op basis van de dikte van deze laag (d) en de materiaalspecifieke isolatiewaarde (λ) volgens de volgende formule: R = d / λ. 2.1 Dakisolatie Dakisolatie is een goede manier om het wooncomfort te verhogen en de energierekening te verlagen. Om bij isolatiemaatregelen voor subsidie in aanmerking te komen, geldt een minimumeis ten aanzien van de te realiseren warmteweerstand van Rd ≥ 3,5 . 2.2 Vloerisolatie Het isoleren van een vloer van steen of beton verhoogt het wooncomfort en zorgt voor een grote besparing op uw stookkosten. Wanneer zich onder de vloer voldoende kruipruimte bevindt, kunt u aan de onderkant van de vloer isolatiemateriaal (laten) aanbrengen. Is de kruipruimte te laag of ontbreekt deze geheel, dan kan de vloer alleen aan de bovenkantgeïsoleerd worden. Dit is een meer bewerkelijke en duurdere optie. Zo moeten bijvoorbeeld de deuren ingekort worden.
U kunt dan kiezen voor een zwevende dekvloer die zich uitstekend laat combineren met laagtemperatuurverwarming (een andere DE-lijst-maatregel).Om bij isolatiemaatregelen voor subsidie in aanmerking te komen, geldt een minimumeis ten aanzien van de te realiseren thermische isolatiegraad van Rc ≥ 2,5 m²K/W. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat deze minimumeis betrekking heeft op de thermische isolatiegraad van de scheidingsconstructie van de woning, dus op de thermische gebouwschil. Deze scheidingsconstructie betreft de begane grondvloer. De kruipruimte tussen deze vloer en de bodem wordt geventileerd en maakt geen deel uit van de scheidingsconstructie. Het toepassen van bodemisolatie is derhalve niet subsidiabel.
2.3 Bodemisolatie Bij bodemisolatie wordt een laag isolatiemateriaal geplaatst op de bodem van de kruipruimte. Hierdoor wordt de kruipruimte droger en komt minder vochtige lucht de woning in. Dit heeft tot gevolg dat de woning makkelijker te verwarmen is. Voor bodemisolatie geldt de eis voor warmteweerstand van Rd ≥ 3,5. 2.4 Spouwmuurisolatie Wanneer men zowel aan de buitengevel als aan de binnen gevel niets wil veranderen en een ruime/open luchtspouw aanwezig is, kan de muur geïsoleerd worden door het inblazen van rotswol of papiervlokken of door de spouw van bovenuit te vullen met korrels. Een snelle en relatief goedkope methode. Vanwege het risico op condensatieproblemen is het raadzaam de klus te laten uitvoeren door een gecertificeerd bedrijf. Vooraf dient goed onderzocht te worden of de spouw geschikt is voor spouwmuurisolatie. Om bij isolatiemaatregelen voor subsidie in aanmerking te komen, geldt een minimumeis ten aanzien van de te realiseren thermische isolatiegraad. Hierbij geldt voor de warmteweerstand: Rc ≥ 1,3 m²K/W. Deze ondergrens voor de isolatiewaarde is voor vrijwel alle voorkomende spouwdiktes van de bestaande woningbouw haalbaar. Afhankelijk van de beschikbare spouwruimte kan een hogere warmteweerstand gerealiseerd worden. 2.5 Paneelisolatie Materiaal voor het isoleren van niet-steenachtige en niet-glasachtige geveldelen.
Denk hierbij aan dakkapellen, borstweringen en de panelen tussen de raampartij van de begane grond en bovenverdieping. Om bij isolatiemaatregelen voor subsidie in aanmerking te komen, geldt een minimumeis ten aanzien van de te realiseren thermische isolatiegraad van Rc ≥ 2,5 m²K/W. 2.6 Isolatie massieve muur Aan de buitenkant door middel van isolatie tegen de gevel met een afwerking van gevelsteen, plaatmateriaal of pleisterwerk. Dit levert de meeste energiebesparing op, maar is ook het duurst. Deze optie is ook niet altijd mogelijk, omdat dit het aanzien van de woning wijzigt en een vergunning van de gemeente vereist is. De voordelen zijn dat eventuele koudebruggen gemakkelijk kunnen worden opgelost, de grootte van de binnenruimte niet verandert en de warmt accumulerende en vocht regelende functie van de muren behouden wordt. Deze werkzaamheden worden altijd uitbesteed. Aan de binnenkant met behulp van een voorzetwand. Met het oog op koudebruggen bij dwarsmuren, vloeren en plafonds is deskundig advies gewenst. Daarnaast gaat het warmte accumulerend en vocht regelend effect van de muur verloren en wordt de binnenruimte kleiner. Om bij isolatiemaatregelen voor subsidie in aanmerking te komen, geldt een minimumeis ten aanzien van de te realiseren thermische isolatiegraad van Rc ≥ 2,5 m²K/W.
2.7 HR++-glas Bij HR++-glas is in de spouw, naast de vulling met edelgas, een flinterdun laagje (coating) met metaaloxide op de ruiten aangebracht. Deze coatings weerkaatsen de warmte, maar laten het zonlicht grotendeels door. HR++ verdient zichzelf voornamelijk terug in regelmatig verwarmde vertrekken, zoals de huiskamer. De terugverdientijd bedraagt dan circa negen jaar. Overigens heeft dubbelglas behalve een energiebesparend ook een inbraakwerend effect. (U-glas ≤ 1,2 W/m² K of spouw 15 mm) 2.8 Triple glas (HR+++)
Bij het vervangen van de ramen (en kozijnen) wordt niet langer alleen gekozen voor HR++ glas maar ook voor Triple glas (drie glaslagen). Tripleglas heeft een hogere isolatiewaarde en gaat ook geluidsoverlast tegen. 2.9 Groen Dak Onder “Groene Daken” worden platte of hellende daken verstaan die begroeid zijn met planten, kruiden of grassen.
Let op: Ga altijd tevoren na of de constructie van uw dak hiervoor geschikt is. U dient hierbij niet alleen rekening te houden met het gewicht van de beplanting met aarde, maar ook met het gewicht van het water dat hierdoor kan worden vastgehouden. 2.10 Aanschaf elektrische kookplaat. De kookplaat komt enkel voor subsidie in aanmerking indien het tevens gaat om gelijktijdige verwijdering van de gasaansluiting en er tot nu op gas werd gekookt. Als de keuken reeds is voorzien van een elektrische kookplaat komt de kookplaat niet meer voor vergoeding in aanmerking. 3.1 Stadsverwarming De gemeente Purmerend stelt een bijdrage beschikbaar voor het overstappen van aardgas op stadsverwarming. Voorwaarde voor een bijdrage voor een stadsverwarmingsaansluiting is dat gelijktijdig de aardgasaansluiting wordt verwijderd. 3.2 Aanschaf regenton. Hiervoor kan per adres eenmalig een bijdrage worden verkregen van € 70,--. 3.3 Aanschaf systeem voor hergebruik hemelwater. Hierbij kan gedacht worden aan een installatie voor wateropvang onder de vloer of in de tuin ten behoeve gebruik voor toilet of beregening tuin. 4.0 Asbestsanering daken VvE-ruimten. Hiervoor dient een gecertificeerd bedrijf in de arm genomen te worden.
Links internet Meer informatie over energiebesparende technieken en een indicatie van de kosten, besparingen en terugverdientijden kunt u bijvoorbeeld vinden op www.duurzaambouwloket.nl, www.milieucentraal.nl, www.energiezuinig.nl, www.klusidee.nl, www.energysaver.nl, www.energielastenverlager.nl, www.servicepuntduurzameenergie.nl/bespaardaar. HOOFDSTUK 3
VEELGESTELDE VRAGEN
Hoe kan ik subsidie aanvragen? U kunt een aanvraagformulier invullen op de website van de gemeente Purmerend en tevens een overzicht van de duurzame energiemaatregelen, en de beleidsregels downloaden.(www.purmerend.nl.)Indien u niet over internet beschikt, kunt u deze formulieren ophalen aan de balie van het gemeentehuis en/of de subsidieverordening inzien. Het ingevulde aanvraagformulier voorzien van de benodigde bijlagen, verstuurt u aan de gemeente Purmerend. Voor welke maatregelen kan ik subsidie krijgen? De subsidiabele maatregelen zijn weergegeven op het aanvraagformulier en op het overzicht duurzame energiemaatregelen welke is opgenomen in de beleidsregels. Hierbij gaat het om zowel installatietechnische maatregelen voor bijvoorbeeld het opwekken van duurzame energie als bouwkundige energiemaatregelen bijvoorbeeld isolatie. Het plaatsen van een dakkapel, uitbouw of realisatie van bijvoorbeeld een garage zijn uitgesloten van subsidie. Let u alstublieft goed op de vermelde criteria en normbedragen om teleurstelling te voorkomen. Kan ik al subsidie aanvragen voordat ik maatregelen heb getroffen? Subsidie dient vooraf aangevraagd te worden, dus voor het treffen van maatregelen. U mag pas starten met uitvoeren of aanbrengen van de maatregelen waarvoor u subsidie aanvraagt nadat u subsidie is verleend.
Hoeveel subsidie kan ik krijgen? De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de getroffen maatregel. Op het aanvraag formulier staat het maximale subsidiebedrag per maatregel weergegeven. Het subsidiebedrag zal echter niet meer dan 15% van de van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het aanschaffen, installeren en in bedrijfstellen van de maatregel of voorziening bedragen. Deze 15% mag niet hoger zijn dan het genoemde bedrag per eenheid voorziening en/of maatregel. Per adres wordt maximaal € 2.500,- euro subsidie toegekend. Wanneer krijg ik het subsidiebedrag uitbetaald?
Nadat u het vaststellingsformulier heeft ingediend, samen met de benodigde bijlagen (factuur(en), geldig betaalbewijs en indien nodig de installateursverklaring) krijgt u bericht over de vaststelling van uw subsidie. Na deze vaststelling volgt binnen 30 dagen uitbetaling van het subsidiebedrag. Hoe voorkom ik dat ik subsidie misloop door het leegraken van de subsidiepot? Door de gemeente Purmerend is een subsidieplafond vastgesteld, het maximaal uit te keren bedrag aan subsidies. De gemeente Purmerend zal via haar website en de lokale media regelmatig berichten over de beschikbaarheid van subsidiemiddelen en tijdig aankondigen wanneer het subsidieplafond bereikt dreigt te worden. Dit zal evenwel voor VvE’s niet altijd mogelijk zijn omdat de grootte van de VvE zodanig groot kan zijn dat het beschikbare budget niet toereikend is. In dat geval kan de aanvraag geheel of gedeeltelijk worden aangehouden tot het moment dat het budget weer voldoende is aangevuld. . Wie kan subsidie aanvragen? Natuurlijke personen kunnen subsidie aanvragen indien zij eigenaar-bewoner zijn van een bestaande woning. Voor VvE’s geldt dat ook het bestuur de aanvraag kan doen. Bedrijven of andere instellingen kunnen geen subsidie aanvragen. U komt alleen in aanmerking voor subsidie indien de maatregelen getroffen worden op het grondgebied van de gemeente Purmerend en in of op een bestaande woning.
Waar kan ik met specifieke vragen terecht? Specifieke vragen kunt u stellen door een e-mail te sturen aan sebm@purmerend.nl of door te bellen.