CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

b-bijlage-bij-bespreeknotitie-toekomstscenario's

Gecombineerde commissievergadering 20 maart 2025, gemeente PurmerendBij agendapunt: Toekomstscenario’s gemeente Purmerend12.261 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Bijlage 1: Toekomstscenario’s Datum

Registratienummer

6 maart 2025

1609539

Taken en middelen onder druk De balans tussen taken en middelen voor gemeenten staat al langer onder druk. Het aantal taken neemt toe, maar de middelen blijven daarbij achter. Dat wordt bijvoorbeeld pijnlijk zichtbaar op de Jeugdzorgtaken die we voor het Rijk uitvoeren. Nog altijd staat er vanaf 2026 een korting op het gemeentefonds gepland van ca. € 2,3 miljard. Het dekkingsplan dat in de begroting is verwerkt voor het jaar 2026 betekent dat het voor Purmerend gaat om ca. € 7 (2027) en € 10 (2028) miljoen aan tekorten (gebaseerd op de Najaarsnota 2024). Door oplopende kosten in het maatschappelijk domein is de verwachting dat het perspectief nog verslechterd. Dat betekent dat pijnlijke en voelbare maatregelen om het tekort te dichten steeds dichterbij komen. Maatregelen die rechtstreeks raken aan onze ambities en het voorzieningenniveau in de gemeente. Om te ondersteunen bij het gesprek over het weer sluitend krijgen van de gemeentebegroting, heeft het college van B&W bij de Voorjaarsnota 2024 als bijlage de toekomstscenario’s gepresenteerd. Als het zorgelijke perspectief vanuit het Rijk hetzelfde blijft, welke keuzes maken we dan om het tekort te dichten? En wat zijn de mogelijke maatschappelijke gevolgen van dergelijke keuzes?

Uitwerking richting de Voorjaarsnota 2025 Bij de Voorjaarsnota 2024 hebben we daartoe 3 scenario’s gepresenteerd: zelfredzaam (beperkte lastenverzwaring maar relatief meer bezuinigingen), zorgzaam (relatief meer lastenverzwaring maar minder bezuinigingen) en samenleving (gemiddelde lastenverzwaring en bezuinigingen, waarbij er relatief minder bezuinigingen plaats vinden op de programma’s in het maatschappelijk domein). Ook hebben we een vijftal bouwstenen gepresenteerd bij wijze van knoppen om aan te draaien: inkomsten, samenleving, dienstverlening, bestaande gemeente en toekomstige gemeente. Deze bouwstenen zijn groepen van mogelijke opties die zijn verkend om het tekort te dichten. In totaal zijn er bij de Voorjaarsnota 2024 zo’n 30 voorstellen gedaan. Dit is de concept-bijlage voor bij de Voorjaarsnota 2025. Het aantal bouwstenen is uitgebreid tot in totaal acht. Voor elk van de bouwstenen hebben we in het algemeen beschreven wat we aan maatschappelijke effecten verwachten indien besparingen binnen deze bouwsteen worden geselecteerd. Per bouwsteen is een tabel opgenomen met de mogelijke opties. Door de ambtelijke organisatie is een advies meegegeven over de verwachte maatschappelijke effecten. Ook hebben

we een bouwsteen toegevoegd met de aangekondigde intensiveringen, om die integraal te betrekken bij de afweging bij de Voorjaarsnota 2025.

Maatregelenlijst In totaal zijn er 4 financieel-technische maatregelen en 54 besparingsopties in beeld. Mogelijk wijzigt dit aantal nog in aanloop naar de Voorjaarsnota. Voor een aantal van de bij de Voorjaarsnota 2024 gepresenteerde maatregelen is gebleken dat deze om financieel-technische of juridische redenen niet haalbaar zijn. Binnen een aantal bouwstenen zijn er uitbreidingen geweest van het aantal maatregelen. Inclusief financieel-technische voorstellen zoals het opnemen van een stelpost voor het btw-compensatiefonds en het verlengen van de afschrijvingstermijnen van wegen en bestrating, gaat het om een totaal van circa €16,6 (2027), €20,2 (2028) en €21,1 miljoen (2029). Het overzicht en het totaal per bouwsteen vindt u in onderstaande tabel. Het totaaloverzicht aan maatregelen is op de laatste twee pagina’s bijgevoegd. No. Bouwsteen

2026

2027

2028

2029

0

Financieel-technisch

€ 3.045.000

€ 3.090.000

€ 3.150.000

€ 3.525.000

1

Inkomsten

€ 231.000

€ 231.000

€ 231.000

€ 231.000

Inkomsten (OZB)

€ 2.112.000

€ 4.435.000

€ 6.991.000

€ 6.991.000

2

Dienstverlening en organisatie

€226.000

€853.000

€1.403.000

€1.953.000

3

Individuele ondersteuning

€2.012.500

€2.375.500

€2.484.000

€2.484.000

4

Beheer- en onderhoudsniveau

€ 20.000

€ 1.707.000

€ 1.707.000

€ 1.707.000

5

€-102.000

€668.000

€918.000

€918.000

6

Ontwikkeling van de leefomgeving Collectieve ondersteuning

€ 810.000

€ 2.324.500

€ 2.338.000

€ 2.338.000

7

Veiligheid

€ 0.000

€ 939.000

€ 951.000

€ 951.000

Totaal

€ 8.354.500 € 16.623.000 € 20.173.000 € 21.098.000

Vervolg Richting de Voorjaarsnota wordt deze bijlage bijgewerkt. Op 17 maart wordt de werkbijeenkomst georganiseerd waarbij u als gemeenteraad vragen kunt stellen over de maatregelen en de bouwstenen. Op 20 maart is het openbare debat in de commissie over deze toekomstscenario’s, nog voor de besluitvorming van het college van B&W en het debat in de gemeenteraad over de Voorjaarsnota. Het college neemt de beraadslaging van de commissie mee in haar afwegingen rondom haar besluit over de Voorjaarsnota 2025. Het college zal daartoe bij de aanbieding van de Voorjaarsnota 2025 aan uw raad met een voorstel komen voor verschillende scenario’s, afhankelijk van het uiteindelijke begrotingstekort.

2

Bouwsteen 0:

Financieel-technische voorstellen Naast (beleidsmatige) keuzes aan de inkomsten en uitgavenkant van de begroting, zijn er een aantal financieel-technische maatregelen verkend. Deze maatregelen hebben naar verwachting beperkte maatschappelijke gevolgen en raken met name aan de acceptatie van risico’s. In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde opties weergegeven. Het gaat om een stelpost ter compensatie van de jaarlijkse teruggave vanuit het btw-compensatiefonds en het aanpassen van de afschrijvingstermijnen van wegen en bestrating. No

Maatregel

A

Opnemen stelpost BCF-plafond Afschrijvingstermijnen wegen aanpassen Afschrijvingstermijnen bestrating aanpassen Afschrijvingstermijnen onderwijshuisvesting aanpassen

B C D Totaal

2026

2027

2028

2029

€2.100.000

€2.100.000

€2.100.000

€ 2.100.000

€ 720.000

€ 740.000

€ 760.000

€ 760.000

€ 225.000

€ 250.000

€ 290.000

€ 290.000

-

-

-

€ 375.000

€3.045.000

€3.090.000

€3.150.000

€ 3.525.000

A. Opnemen stelpost BCF-plafond Het BTW compensatiefonds (BCF) is bedoeld om btw weg te nemen als factor in de afweging van gemeenten tussen uitbesteden en inbesteden. Als gemeente kunnen we de btw terugvragen bij het BCF. Dat fonds kent een plafond. Als er een bedrag onder het plafond wordt gerealiseerd dan vloeit dit extra via het gemeentefonds naar gemeenten toe. De afgelopen jaren gaat het om een extra bijdrage uit het gemeentefonds van €1 (2020) tot €2,86 miljoen (2023). Het bedrag neemt toe. Het advies van de VNG en de provinciale toezichthouder is om een stelpost op te nemen met een bepaald percentage. Deze maatregel houdt in om dit bedrag voor circa 75% in te boeken.

B. Afschrijvingstermijn wegen aanpassen Deze maatregel houdt in dat we de technische en financiële levensduur gelijktrekken. Concreet houdt dit in dat er voor de al gedane, de lopende en de geplande investeringen in wegen de afschrijftermijn van de investering in asfalt (wegen en fietsstraten) wordt verhoogd van 25 naar 35 jaar. We verwachten op basis van ervaring dat dit met de huidige materiaalsamenstelling zou moeten kunnen.

C. Afschrijvingstermijn bestrating aanpassen Vergelijkbaar met de afschrijvingstermijn van wegen is het voor de elementverharding (bestrating en klinkers) mogelijk om de afschrijftermijn te verhogen van 30 naar 40 jaar. We verwachten dat dit met de huidige materiaalsamenstelling zou moeten kunnen.

D. Afschrijvingstermijn onderwijshuisvesting aanpassen Vergelijkbaar met de afschrijvingstermijn van wegen is het voor de (o.a. nieuw te realiseren) onderwijshuisvesting mogelijk om de termijn waarop deze panden worden afgeschreven te

3

verlengen. Nu schrijven we dergelijke gebouwen over een periode van 40 jaar, maar we verwachten dat met de huidige materiaalsamenstelling en kwaliteit van de gebouwen dit kan worden verhoogd naar 50 jaar. Dit levert indien de aanvraag bij de Investeringsagenda voor het IHP2025 wordt gehonoreerd een voordeel op voor de begroting van circa €375.000 vanaf 2029.

4

Bouwsteen 1

Inkomsten Wat zit er in de bouwsteen inkomsten? Waar de andere bouwstenen gaan over de maatregelen aan de uitgavenkant van de begroting, gaat deze bouwsteen over de inkomsten. Naast de Rijksbijdrage van €255,4 miljoen (70%) van onze begroting, ontvangen we circa €58,1 miljoen uit lokale heffingen als de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Binnen de bouwsteen inkomsten gaat het om de mogelijkheden die we als gemeente hebben om meer geld op te halen om onze uitgaven mee te dekken. Dat kan door verhoging van de lokale lasten waaronder de OZB, of de tarieven die we al hebben voor sommige diensten en producten kostendekkend te maken. De belangrijkste van deze opties is een verhoging van de OZB. Het gemeentefonds wordt verdeeld aan de hand van 60 maatstaven. Daar zitten 3 negatieve maatstaven in: de OZB-heffing voor niet-woningen en woningen. Als het OZB-tarief achterblijft bij de (gemiddelde) stijging in Nederland, dan kan dat betekenen dat er minder geld komt vanuit het gemeentefonds. Er wordt verondersteld dat er een deel eigen inkomsten wordt behaald via de OZB. Als het tarief niet meestijgt dan ontstaat er een gat tussen de verwachte inkomsten en daadwerkelijke inkomsten. We zien om ons heen dat veel gemeenten ervoor kiezen om de OZB fors te verhogen met het oog op het ravijnjaar.

Richting de Voorjaarsnota kijken we wat andere gemeenten doen om te zien wat dat voor ons betekent. Voor Purmerend geldt dat er een onbenutte belastingcapaciteit is van €12,7 miljoen ten opzichte van het redelijke peil van de OZB vanuit de Financiële verhoudingswet. Ieder procent verhoging van de OZB – in aanvulling op de inflatie – betekent extra inkomsten van circa €227.000. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn een zogenaamd ‘gesloten circuit’, waarmee enkel uitgaven die over die onderwerpen gaan daarmee gedekt kunnen worden. Wel kan worden gekeken naar de kosten die we al maken toe te rekenen aan de tarieven. Dat geldt bijvoorbeeld voor zowel de leges als de afvalstoffenheffing. Andere opties zijn het verhogen van de huurinkomsten van sportaccommodaties van de gemeente en het verhogen van de toeristenbelasting. No 1

Maatregel

Verhoging OZB (3x 10% bovenop indexatie) 2 Toeristenbelasting 3 Leges meer kostendekkend maken 4 Tarieven omhoog zwembad en verhuur overige sportaccommodaties Totaal exclusief OZB Totaal inclusief OZB

2026

2027

2028

2029

€ 2.112.000

€ 4.435.000

€ 6.991.000

€ 6.991.000

€ 20.000 € 50.000

€ 20.000 € 50.000

€ 20.000 € 50.000

€ 20.000 € 50.000

€ 161.000

€ 161.000

€ 161.000

€ 161.000

€ 231.000 € 2.343.000

€ 231.000 € 4.666.000

€ 231.000 € 7.222.000

€ 231.000 € 7.222.000

5

Wat zijn de maatschappelijke effecten als we bezuinigen op deze bouwsteen? In het algemeen geldt dat het verhogen van de inkomsten een verhoging van de lasten voor inwoners en organisaties betekent. Een verhoging van de OZB heeft directe gevolgen voor de koopkracht van eigenaren van woningen en de lasten van bedrijven, instellingen en woningbouwcorporaties die eigenaar zijn van een pand. Voor een huiseigenaar met een gemiddelde WOZ-waarde is dit zo’n €32 per jaar bij een verhoging van 10%. Het verhogen van de toeristenbelasting betekent dat het duurder wordt om hier een nacht te verblijven. Het verhogen van de tarieven voor huuraccommodaties en sporthallen, betekent dat gebruikers (zowel sporters als sportorganisaties) meer geld kwijt zijn aan sport, waardoor ook het gebruik van sportvoorzieningen kan dalen. De leges verhogen met bijvoorbeeld 10% om daar meer kosten aan toe te rekenen, betekent dat de prijs voor ontwikkelaars van woningen en initiatieven toeneemt. Het meer toerekenen van kosten van bijvoorbeeld het ophalen van afval die nu worden gedekt vanuit de algemene middelen aan de afvalstoffenheffing betekent hogere lasten voor alle inwoners die woonachtig zijn in Purmerend.

1. Verhoging OZB Deze maatregel houdt in dat het OZB-tarief in de jaren 2026, 2027 en 2028 met 10% wordt verhoogd. Deze verhoging komt extra op de reguliere indexatie van de OZB (op basis van de CPI). Ieder percentage verhoging betekent ongeveer €227.000 aan extra inkomsten per jaar. Voor een huiseigenaar met een gemiddelde WOZ-waarde gaat het om een jaarlijkse verhoging van circa €32 bij een 10% stijging van de OZB. Voor Purmerend geldt dat er binnen de OZB een onbenutte belastingcapaciteit is van €12,7 miljoen ten opzichte van het 'redelijke peil' OZB uit de Financiële verhoudingswet. Mogelijke maatschappelijke effecten zijn met name lastenverzwaring voor huiseigenaren en woningbouwcorporaties. Vanwege de onzekerheid en onduidelijkheid vanuit het Rijk rondom de maximering van de OZB stellen we voor om, indien er wordt besloten tot een verhoging, deze in te laten gaan per 2026. In de tabel is een uitwerking opgenomen van een gefaseerde 10% extra per jaar, tot een jaarlijkse verhoging van circa 32 euro per huishouden exclusief inflatie. Nieuwe wetgeving om de maximale stijging van de OZB te beperken, zou ertoe kunnen leiden dat de extra 10% verhoging niet mogelijk is. Tot nu toe is ons geen wetsvoorstel bekend.

2. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is in verhouding tot gemeenten in de regio laag. Verhoging van het tarief betekent extra inkomsten. Inwoners zullen hier weinig effect van ondervinden, maar bezoekers zien de kosten voor een overnachting in Purmerend stijgen. De totale kosten voor de overnachting worden hoger. De toeristenbelasting is nu € 2,75 per overnachting per persoon. Het bedrag van €20.000 bestaat uit het uitbreiden van de toeristenbelasting naar recreatievaartuigen (€7.500) en daarnaast een 8% stijging van het tarief van de toeristenbelasting per overnachting per persoon.

3. Leges meer kostendekkend maken De tarieven voor de rioolrechten, afvalstoffenheffing, begraafrechten en leges omgevingsvergunningen zijn 100% kostendekkend. Voor de overige leges is dit niet het geval. Meer

6

van de kosten kunnen worden toegerekend aan de tarieven voor de leges van de omgevingsvergunningen. Het zal betekenen dat omgevingsvergunningen duurder worden. Ook hiermee nemen de lokale lasten toe. Er loopt een onderzoek naar de kostendekkendheid van de tarieven. Voorzichtigheidshalve nemen we een bedrag op van € 50.000.

4. Tarieven omhoog zwembad en verhuur overige sportaccommodaties Deze maatregel betekent dat de tarieven van het zwembad en de verhuurtarieven van overige sportaccommodaties stijgen met circa 10%. De verhoging van de tarieven kan, bij gelijkblijvend aantal bezoekers en lessen, tot meer inkomsten en een beter resultaat leiden voor Spurd. Er kan een nadeel zijn door een lager gebruik van het zwembad en sportaccommodaties als ook het mogelijk niet meer betaalbaar zijn van ruimtes voor verenigingen en onderwijs. Dat zal dan betekenen dat de inkomsten niet stijgen of wellicht dalen voor Spurd. Verhoging van de huur voor sportaccommodaties kan ertoe leiden dat verenigingen dit weer doorbelasten aan leden, waardoor leden mogelijk afhaken en sporten minder toegankelijk kan worden. Inmiddels is gebleken dat verenigingen steeds lastiger hun begroting sluitend krijgen. Beperktere toegang tot sport kan de sociale cohesie verminderen, de lokale economie beïnvloeden en mogelijke effecten op de gezondheid van inwoners.

7

Bouwsteen 2

Dienstverlening en organisatie Wat zit er in de bouwsteen dienstverlening en organisatie? Deze bouwsteen gaat over de manier van organiseren en het verlenen van de gemeentelijke diensten. We hebben het dan met name over de mensen en de middelen die nodig zijn om het werk uit te voeren. Voorbeeld daarvan is de inzet van eigen of extern ingehuurd personeel. Het gaat ook over de aantrekkelijkheid van de gemeente als werkgever, het binden van medewerkers en het werk kunnen doen in een krappe arbeidsmarkt. Naast de mensen gaat het ook over of we bepaalde diensten aanbieden en hoe we dat doen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat we dat vaker digitaal doen. Onder deze bouwsteen valt ook het programma publieksdienstverlening, zoals het verstrekken van documenten, de openingstijden van de balies en de bereikbaarheid van het klantcontactcentrum. Vraagstukken binnen deze bouwsteen die spelen naast de krapte van de arbeidsmarkt zijn de omgang met AI en tot op welk niveau we service kunnen en willen aanbieden aan inwoners. Gaat dat digitaal of blijven we kiezen voor persoonlijk contact en in dat laatste geval, hoe lang mag de wachttijd dan zijn? No

Maatregel

5 Besparingen gemeentelijke formatie 6 Versoberen arbeidsvoorwaarden 7 Advertentieruimte huis-aan-huisblad 8 VVV-bonnen verkiezingen 9 Afschaffen maatschappelijke attenties 10 Hogere doorberekening BAG-beheer 11 Stoppen bedrijfskleding KCC 12 5%-korting bijdrage Waterlands Archief Totaal

2026

2027

2028

2029

€50.o00 € 60.000 € 65.000 € 6.000 € 22.000 € 15.000 € 8.000 €226.000

€450.000 € 240.000 € 65.000 € 6.000 € 22.000 € 15.000 € 8.000 € 47.000 €853.000

€1.000.000 € 240.000 € 65.000 € 6.000 € 22.000 € 15.000 € 8.000 € 47.000 €1.403.000

€1.550.000 € 240.000 € 65.000 € 6.000 € 22.000 € 15.000 € 8.000 € 47.000 €1.953.000

Wat zijn de maatschappelijke effecten als we bezuinigen op deze bouwsteen? Op het moment dat besloten wordt op deze bouwsteen te bezuinigen zal de gemeente zich minder als goed werkgever kunnen profileren, waardoor het (nog) meer moeite gaat kosten om personeel aan te nemen en te behouden. In een al krappe arbeidsmarkt kan dat gevolgen hebben voor onze dienstverlening. De wachttijden aan loketten en de termijn van afhandelingen van aanvragen kunnen toenemen. Verdergaande bezuinigingen betekenen dat (een deel van) het publiek mogelijk minder goed geïnformeerd over de plannen en activiteiten in de leefomgeving, door informatie hoofdzakelijk via de gemeentewebsite te publiceren. Om alle taken en ambities uit te kunnen blijven voeren hebben we voldoende financiële en personele middelen nodig. Bezuinigingen die op dit vlak

8

voor nu zijn geïnventariseerd zijn gericht op het verminderen van de externe inhuur, het versoberen van de arbeidsvoorwaarden en het versoberen van bepaalde dienstverlening.

5. Besparingen op de gemeentelijke organisatie Vanuit de gedachte dat gesubsidieerde instellingen en gemeenschappelijke regelingen mogelijk gevraagd worden 5% te bezuinigen, is er ook voor een vergelijkbaar percentage gekeken naar de eigen organisatie. Een aantal van de beleidsmatige opties die in dit stuk zijn opgenomen hebben reeds voor circa 2,5% aan formatieve consequenties (o.a. op termijn 16 fte binnen het ruimtelijk domein en 6 binnen het maatschappelijk domein). Een mogelijke optie is om deze reeds opgenomen formatieve bezuinigingen nog een generieke aanvullende 2,5% taakstelling op te nemen. Dit gaat om ongeveer €2,1 miljoen euro. Mogelijke manieren om deze taakstelling te behalen zijn het verminderen van externe inhuur of het stoppen van bepaalde taken. De verwachting is dat het ravijn van de arbeidsmarkt dieper en langer zal duren dan het financiële ravijn en dat de krapte zeker tot 2035 zal toenemen. Een dergelijke taakstelling heeft met het oog op die toekomst mogelijk gevolgen voor het niveau van dienstverlening en welke taken de gemeentelijke organisatie uitvoert. Dat kan leiden tot langere doorlooptijden en wachttijden, of het niet op iedere melding acteren. Om de besparingen te realiseren is een jaarlijks budget van circa €300.000 nodig. Ook is het nodig hier langzaam naar toe te groeien. Op deze manier levert het in 2028 €1.000.000 op en in 2029 €1.550.000.

6. Versoberen interne arbeidsvoorwaarden Deze maatregel is een onderdeel van de mogelijke besparingen op de gemeentelijke formatie. Er is hiervoor een aantal maatregelen geïnventariseerd die een versobering van de arbeidsvoorwaarden voor medewerkers betekenen. Onder andere het versoberen van luncharrangementen, het stopzetten van poolauto’s, de ondersteuning van personeel bij instroom en uitstroom van medewerkers en een verlaging van het centrale vorming en opleidingsbudget zijn hiervoor in beeld. Dat laatste budget wordt ieder jaar niet volledig gebruikt. Het versoberen van de arbeidsvoorwaarden heeft gevolgen voor de aantrekkelijkheid als werkgever. Met het oog op de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt is dat een risico.

7. Advertentieruimte huis-aan-huisblad Deze maatregel houdt in dat de wettelijke bekendmakingen niet meer worden geplaatst in de huisaan-huis krant, maar enkel nog digitaal. Dit is wettelijk ook mogelijk. Inwoners kunnen zich abonneren op een e-mailservice via overheid.nl over bekendmakingen in hun buurt. Wel betekent het dat de besluiten van de gemeente niet meer in de lokale krant en voor minder digitaal vaardige inwoners is het moeilijker om bekendmakingen te raadplegen. Dat levert een verwachte besparing op van €20.000. Het is ook een mogelijkheid om de overige pagina’s die we als gemeente in het nieuwsblad hebben stop te zetten. Naar verwachting bespaart dit circa € 90.000, het halveren van de pagina’s betekent een besparing van € 45.000. Op dit moment loopt er nog een meerjarig contract met de uitgever. Een aannemelijk effect is dat de huis-aan-huis-krant in onze gemeente niet meer wordt uitgegeven door de teruglopende inkomsten, wat gevolgen heeft voor maatschappelijke partijen, verenigingen en ondernemers die hier gratis het nieuws verspreiden.

9

8. VVV-bonnen verkiezingen Medewerkers die vrijwillig zitting nemen in een stembureau of tellen tijdens de verkiezingen ontvangen van de gemeente daarvoor een presentje in de vorm van een VVV-bon. Deze maatregel houdt in dat deze VVV-bon komt te vervallen. Medewerkers zijn gewend aan de VVV-bon en kunnen deze verandering als vervelend ervaren. Het kan zijn dat mensen hierdoor minder bereid zijn om te helpen.

9. Afschaffen maatschappelijke attenties Deze maatregel houdt in dat de attenties die we als gemeente geven onder andere aan nieuwkomers die naturaliseren en voor jubilea (huwelijken en 100-jarigen) afschaffen. Ook de nieuwjaarsreceptie wordt afgeschaft. In totaal wordt het te besparen bedrag geschat op circa €22.000.

10. Hogere doorberekening BAG-beheer Wij voeren een aantal BAG-taken uit voor andere gemeenten. Dat doen we voor een minimale vergoeding die niet meer in verhouding staat tot de kosten. Deze maatregel houdt in dat deze kosten worden verhoogd tot de reële kosten.

11. Stoppen bedrijfskleding KCC Deze maatregel houdt in dat medewerkers van het KCC die plaats nemen achter de balie in uniform herkenbaar zijn. Het voorstel is om hiermee te stoppen, waardoor medewerkers in eigen kleding aan het werk zijn. In uniform zijn medewerkers van de gemeente herkenbaar en neutraal. Het effect hiervan kan zijn dat de herkenbaarheid van Purmerend-medewerkers afneemt met gevolgen voor de uitstraling van de gemeente en het gevoel van veiligheid van KCC-medewerkers.

12. 5%-korting bijdrage Waterlands Archief Het Waterlands Archief beheert voor de gemeente Purmerend en een aantal andere gemeenten documenten en voert voor een deel de taken in het kader van de archiefwet uit. Aan de gemeenschappelijke regelingen is gevraagd de (beleidsmatige) gevolgen van een 5%-korting op de bijdrage van Purmerend in beeld te brengen. De winstwaarschuwing dient daarbij te worden gemaakt dat het gaat om regionale besluitvorming en dat de gemeenschappelijke regelingen de opties in beeld aan het brengen zijn, waarbij het de vraag is in welke vorm en hoedanigheid de gemeenschappelijke regelingen een dergelijke korting kunnen dragen. Voor het Waterlands Archief gaat het om een bedrag van circa € 47.000.

10

Bouwsteen 3

Individuele ondersteuning Wat zit er in de bouwsteen individuele ondersteuning? We bieden zorg en ondersteuning op diverse leefgebieden. Voor mensen die zelf onvoldoende mogelijkheden hebben of in hun omgeving om het zelf op te lossen. Met die ondersteuning zorgen we dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen, omdat zij onvoldoende zelfredzaam zijn en zonder ondersteuning niet goed mee kunnen doen aan de samenleving. Ook bieden we financiële ondersteuning voor mensen die moeten rondkomen van een minimum inkomen. Daarnaast verstrekken we bijstandsuitkeringen aan inwoners zonder werk. En we helpen de Purmerendse jeugd op het gebied van opvoeden, opgroeien, gezondheid, ontwikkeling, financiën en werk. We handelen daarin ook preventief, om moeilijk oplosbare problemen en schulden te voorkomen. In deze bouwsteen zetten we ons in voor het individu en zorgen we voor een gezond leefklimaat, waarin iedereen gelijke kansen heeft op onderwijs, werk en inkomen. Jeugdzorg is binnen deze bouwsteen een groot vraagstuk. Alle gemeenten in Nederland kampen met een groot tekort op de Rijksbijdrage voor het organiseren van jeugdzorg. Waarom staat jeugdzorg zo op spanning? Hoe kan het dat zoveel jeugdigen hulp nodig hebben? Hoe gaan we daar mee om als samenleving? Daarnaast neemt ook het aantal ouderen de komende jaren toe en zullen de kosten van de zorg stijgen.

Met een krappe arbeidsmarkt betekent dat een tekort aan zorgmedewerkers met lange wachttijden tot gevolg. Voor de Wmo betekent dit dat we gedwongen worden om keuzes te maken in de (hoeveelheid) zorg die geleverd kan worden. Ook zien we een groei in het aantal inwoners met schuldenproblematiek. No

Maatregel

13

Minimaregelingen verlagen van 120% naar 110/100% Wmo - Huishoudelijke hulp Ontwikkelingen leerlingenvervoer Invoeren drempelbedrag aanvraag Bijz. Bijstand Stoppen bijdrage aanvullende zorgverzekering Stoppen compensatie Eigen Risico Zorgverzekering Verlaging draagkracht% naar 100% voor de kosten van bewindvoering Basisdienstverlening voor ondernemers afschalen Individuele inkomenstoeslag van 110% naar 100% 5%-korting bijdrage Werkom Totaal

14 15 16 17 18 19 20 21 22

2026

2027

2028

2029

€225.000

€225.000

€225.000

€225.000

€ 444.000 € 50.000

€ 374.000 € 50.000

€ 480.000 € 50.000

€ 480.000 € 50.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 520.000

€ 520.000

€ 520.000

€ 520.000

€ 320.000

€ 320.000

€ 320.000

€ 320.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 94.500

€ 97.500

€ 100.000

€ 100.000

€54.000

€54.000

€54.000

€54.000

€0 €2.012.500

€ 430.000 €2.375.500

€ 430.000 €2.484.000

€ 430.000 €2.484.000

11

Wat zijn de maatschappelijke effecten als we bezuinigen op deze bouwsteen? Als gemeente hebben we een uitgebreide wettelijke taak op het bieden van zorg en ondersteuning. De ruimte om te bezuinigen binnen deze bouwsteen is daarmee beperkt. Voorbeelden zijn besparingen in het minder verstrekken van geld voor peuteropvang voor niet-werkende ouders. Dit kan betekenen dat minder kinderen naar de peuteropvang gaan met als effect dat zij op de basisschool beginnen met een achterstand. Bij Wmo kan het betekenen dat de hoeveelheid hulp die wordt geboden minder wordt. Inwoners worden gedwongen om een beroep te doen op hun sociale netwerk; op mantelzorgers en informele zorg. Dat vraagt om sterke sociale netwerken. Als er wordt gekozen om de inkomens- en minimaregelingen te verlagen verwachten we dat de armoede toe zal nemen en langer kan duren.

13. Minimaregelingen verlagen van 120% naar 110% of 100%. De minimaregelingen (MeerDoen) bereiken nu inwoners die qua inkomen op of rond het sociaal minimum leven. Het is mogelijk dit percentage te verlagen naar 110% of naar 100%. Dat is respectievelijk een besparing van circa €96.000 of € 224.816. Een verlaging van dit percentage naar 100% heeft tot gevolg dat er minder inwoners in aanmerking komen voor de inkomensondersteunende maatregelen. Dat kan leiden tot achteruitgang van de leefomstandigheden of het meedoen aan sociale activiteiten. Het kan ook leiden tot een stijging van het aantal inwoners dat een beroep doet op schulddienstverlening. In het algemeen verwachten we dat de armoede toe zal nemen en langer kan duren.

14. Wmo - Huishoudelijke hulp De kosten voor Huishoudelijke hulp (HH) zijn de grootste uitgave van de Wmo maatwerkvoorzieningen. Het aantal indicaties groeit door de vergrijzende bevolking. Beschikbaar personeel krimpt. Met deze maatregel wordt een deel van de voorziening ingericht als “algemene voorziening”. Dit is een voorziening bedoeld voor een vooraf bepaalde doelgroep met een inzet van 90 minuten per week. Inschatting is dat een groot deel van de Wmo-cliënten met huishoudelijke hulp passen in de algemene voorziening. Voor de inwoners waar dit niet voldoet of passend is, blijft de "maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp" beschikbaar. Deze maatregel sluit met het oog op de vergrijzing aan bij landelijk beleid en de gekozen koers in Purmerend.

15. Ontwikkelingen leerlingenvervoer Deze maatregel houdt in dat het aanbod van leerlingenvervoer omlaag gaat, bijvoorbeeld door het verder beperken van het aantal toekenningen in het leerlingenvervoer (geen toekenningen binnen de 6km gemeenschappelijke regelingen; afstand school naar huis). Er zijn minder chauffeurs beschikbaar en de rijtijden worden steeds langer. We zetten daarom in op het versterken van het eigen netwerk door naar organisaties als Eigen Plan en Eigen Kracht Centrale te verwijzen. Daarnaast maken we gebruik van opstapplekken in plaats van aan huis ophalen. Mogelijk effect van deze maatregelen is een toename van (ongeoorloofd) schoolverzuim. Wel vraagt dit aandacht in ondersteuning door het preventief inzetten van leerplicht en het versterken van het netwerk. Maar ook praktische ondersteuning zoals het aanbieden van (gratis) fietslessen voor ouders zodat zij hun kinderen zelf naar school kunnen brengen. Dit is voornamelijk bij nieuwkomers een veel voorkomend verschijnsel. Om dit te verkennen loopt er op dit moment een

12

pilot. Of deze maatregelen definitief worden doorgevoerd is afhankelijk van de uitkomsten van de pilot en het besluit van de gemeenteraad.

16. Invoeren drempelbedrag aanvraag Bijzondere Bijstand Met de Bijzondere Bijstand ondersteunen we inwoners die op of rond het sociaal minimum leven. Wettelijk gezien is het mogelijk om een drempelbedrag in te voeren voor een aanvraag voor bijzondere bijstand. Het invoeren van een drempelbedrag betekent dat er pas vanaf een bepaald bedrag een aanvraag kan worden gedaan. Deze maatregel heeft direct effect op het besteedbare inkomen van inwoners die op of rond het sociaal minimum leven. Dat kan leiden tot toename van inwoners die te weinig financiële mogelijkheden hebben voor de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen.

17. Stoppen bijdrage aanvullende zorgverzekering Als gemeente dragen we bij aan de aanvullende zorgverzekering in het kader van het minimabeleid. De gemeente is zelf bevoegd tot het bepalen van de hoogte van deze bijdrage. Het is een mogelijkheid om deze bijdrage stop te zetten. Dat heeft een effect op het inkomen van inwoners die op of rond het sociaal minimum leven. Omdat het gaat om minimabeleid, kan dit leiden tot een toename van het aantal inwoners dat te weinig financiële middelen heeft voor de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen, en een mogelijke vermindering van de toegang tot zorg. Er zijn gemiddeld 1.950 deelnemers.

18. Stoppen compensatie Eigen Risico Zorgverzekering Inwoners die op of rond het sociaal minimum leven (tot 120% van de bijstandsnorm) kunnen een aanvraag doen voor compensatie van het volledige bedrag van het eigen risico van de zorgverzekering. Het is mogelijk om dit bedrag stop te zetten. Het mogelijke maatschappelijke effect van deze maatregel is een toename van het aantal inwoners dat te weinig financiële middelen heeft voor de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen. Dit kan ertoe leiden dat sommige inwoners minder toegang hebben tot zorg en deze minder vaak zullen gebruiken.

19. Verlaging draagkracht% naar 100% voor de kosten van bewindvoering De gemeente betaalt voor mensen die op of rond het sociaal minimum leven de kosten voor bewindvoering. Deze maatregel houdt in dat we het draagkrachtpercentage voor de kosten van bewindvoering van 120% van het sociaal minimum verlagen naar 100%. Daarmee wordt de groep die in aanmerking komt voor een vergoeding van de bewindvoeringskosten kleiner. Effectief betekent dit dat inwoners tussen de 100% en 120% zelf de kosten voor bewindvoering moeten betalen.

20. Basisdienstverlening voor ondernemers afschalen Tijdens corona is het ondernemersloket uitgebreid. Zij waren vraagbaak, luisterend oor en adviserend naar de ondernemers toe. Ook werkten zij als een soort “gids” voor ondernemers binnen de gemeente bij wijze van een vast contactpersoon. Het is een optie om deze dienstverlening stop te zetten.

13

21. Individuele inkomenstoeslag van 110% naar 100% Inwoners die al lang een bijstandsuitkering ontvangen, komen iedere 3 jaar in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. De bijstandsnorm die we voor toekenning hanteren is 110%. Het is een optie om dit percentage te verlagen. Het gaat jaarlijks om circa €90.000 euro. Het verlagen van het percentage betekent een mogelijke besparing van €54.000. Ook deze maatregel heeft vergelijkbaar met de overige maatregelen een nadelig effect op armoede in de gemeente. Ook heeft het gevolgen voor de leefkwaliteit van inwoners die op of rondom het bijstandsniveau leven.

22. 5%-korting bijdrage Werkom Werkom is het participatiebedrijf van de gemeenten Zaanstad en Purmerend. Werkom ondersteunt mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt naar duurzaam of beschut werk. Aan de gemeenschappelijke regelingen is gevraagd de (beleidsmatige) gevolgen van een 5%-korting op de bijdrage van Purmerend in beeld te brengen. De winstwaarschuwing dient daarbij te worden gemaakt dat het gaat om regionale besluitvorming en dat de gemeenschappelijke regelingen de opties in beeld aan het brengen zijn, waarbij het de vraag is in welke vorm en hoedanigheid de gemeenschappelijke regelingen een dergelijke korting kunnen dragen. Voor Werkom gaat het om een bedrag van circa € 430.000.

14

Bouwsteen 4

Beheer- en onderhoudsniveau Wat zit er in de bouwsteen beheer- en onderhoudsniveau? De bouwsteen beheer- en onderhoudsniveau gaat over de manier waarop we onze buitenruimte onderhouden. Dat is de plek waar ontmoeten, ontspannen, sporten, groen en natuur, mobiliteit en klimaatmaatregelen samen komen (IBOR, 2022). We hebben het binnen deze bouwsteen over het ‘groen’ (parken, bermen, groenstroken, bomen, heesters) en het ‘grijs’ (bestrating, kunstwerken, asfalt, pleinen). De parken zijn een aantrekkelijke plek waar inwoners graag zijn en kunnen ontspannen. Met het oog op een veranderend klimaat, wordt goed groen steeds belangrijker. Voor kinderen zijn er veilige plekken om te spelen. Alle mensen kunnen zich gemakkelijk en veilig door de stad en dorpen verplaatsen, doordat de straten, pleinen wegen en bruggen goed zijn onderhouden. In het algemeen raken bezuinigingen in deze bouwsteen aan het hebben van een prettige, schone en veilige openbare ruimte om in te leven en te bewegen – voor huidige en toekomstige inwoners, bezoekers en werkenden. Vraagstukken in de bouwsteen beheer- en onderhoudsniveau die spelen zijn onder andere krapte op de arbeidsmarkt en de beschikbare capaciteit van onderaannemers. Ook spelen (sterk) stijgende kosten van materialen en diensten van aannemers een belangrijke rol in kostenstijgingen en verwachten we dat die de komende jaren zullen blijven aanhouden.

Naast deze vraagstukken neemt door de groei van de gemeente het gebruik van de openbare ruimte toe. Tegelijkertijd neemt door de benodigde ruimte voor groen, blauw en netverzwaring de ruimte in de ondergrond af. Beiden werken kostenverhogend. No 23

Maatregel

Kapitaliseren van het groen Temporiseren van het bomenplan en 24 omvorming van heestervakken Onderhoudsniveau van het openbare 25 groen van B- naar C-niveau Onderhoud van het centrumgebied en 26 de parken van A- naar B-niveau Onderhoudsniveau van verharding van 27 B- naar C-niveau 28 Verlagen niveau graffitiverwijdering 29 Weer in eigen beheer gazons maaien Verlagen onderhoud van gemeentelijke 30 kunstwerken in de openbare ruimte 5%-korting bijdrage Recreatieschap 31 Twiske-Waterland Totaal

2026

2027

2028

2029

PM

PM

PM

PM

-

€ 440.000

€ 440.000

€ 440.000

-

€ 505.000

€ 505.000

€ 505.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

-

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

-

€ 100.000 € 130.000

€ 100.000 € 130.000

€ 100.000 € 130.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

-

€ 12.000

€ 12.000

€ 12.000

€ 20.000

€1.707.000

€1.707.000

€ 1.707.000

15

Wat zijn de maatschappelijke effecten als we bezuinigen op deze bouwsteen? Als gemeente hebben we een wettelijke taak om een bepaald minimum te garanderen op het gebied van beheer- en onderhoud. Met het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) is de beweging ingezet om het beeldkwaliteitsniveau structureel op te waarderen van het C- naar Bniveau. Op het moment dat besloten wordt op deze bouwsteen te bezuinigen dan zal dat gevolgen hebben voor het niveau waarop het groen en het grijs wordt onderhouden. Dat kan gevolgen hebben zoals verloedering, verminderde bereikbaarheid en een lager veiligheidsgevoel in brede zin. De openbare ruimte wordt daarmee minder aantrekkelijk om te verblijven of om je doorheen te verplaatsen. Inwoners kunnen ontevredener worden over de dienstverlening in de openbare ruimte van de gemeente en we verwachten een toename van meldingen. Bezuinigingen op de beheerbudgetten leveren snel financiële ruimte op, maar de ervaring leert dat achterstanden in het beheer van de openbare ruimte moeilijk zijn om in te lopen.

23. Kapitaliseren van het groen Vergelijkbaar met het afschrijven van bestrating en asfalt is het ook een optie dit te doen voor het groen. De herinrichting van het groen in nieuwe gebieden kan worden gezien als investering. Er zijn gemeenten die het groen activeren, waaronder Amsterdam. Kortweg houdt dat in dat het groen wordt gezien als een investering en over een bepaalde periode wordt afgeschreven, waar dat nu ten laste komt van de exploitatie. Zodra er grote hoeveelheden nieuw groen worden bijgeplant ontstaat deze mogelijkheid. We doen dit in Purmerend bijvoorbeeld in de parken, als onderdeel van het Parkenplan. We onderzoeken de mogelijkheden om voor meer groen afschrijvingstermijnen te hanteren en wat de mogelijke financiële besparing daarvan is.

24. Temporiseren bomenplan en omvormingen heestervakken Deze maatregel houdt in dat budget voor het vervangen van bomen en het omvormen van heestervakken met een kwart van het geheel wordt verminderd. Dat levert een bedrag van €440.000 op. Dit betekent dat bomen minder snel worden bijgeplant of vervangen bij ziekte of dood, en dat het langer duurt voordat heestervakken weer worden aangeplant of netjes gemaakt. Regulier boomonderhoud en schoffelen van de heestervakken gaat in dit scenario wel gewoon door. Op de langere termijn lopen wij wel achterstand op in het klimaatbestendig maken van de stad en schoffelen we vakken die eigenlijk aan het eind van hun levensduur zijn. Daardoor ontstaat scheefgroei in de stad waarbij de ene wijk beter verzorgd en een groen aanzien heeft en een andere wijk minder tot niet. Dat doet iets met de beleving van de wijken en buurten.

25. Onderhoudsniveau van het groen van B- naar C-niveau Een afname van het kwaliteitsniveau van het groen maakt de gemeente minder aantrekkelijk en veilig voor de huidige en nieuwe inwoners. Met deze maatregel worden er 2 tot 3 schoffelrondes en 4 á 5 maaibeurten minder uitgevoerd. Dat houdt direct in meer onkruid, meer wildgroei en overhangende takken. Op de langere termijn betekent het dat niet alleen de beeldkwaliteit slechter wordt maar ook de "technische" kwaliteit van de plantvakken. De ervaring uit het verleden leert dat het herstellen van deze achteruitgang en het terugbrengen van het niveau van C naar B uiteindelijk een veel grotere investering vraagt dan de gerealiseerde bezuiniging. Een vergelijkbare stap heeft in het verleden veel geld gekost. We verwachten bovendien meer meldingen en spoedonderhoud wat ook kosten met zich meebrengt. Het duurt bovendien langer voordat meldingen worden

16

afgehandeld. Risico's op ongelukken als struikelen of vallen nemen toe en de omgeving wordt minder goed begaanbaar. Naast de fysieke veiligheid kan ook het gevoel van sociale veiligheid door een verloederde uitstraling afnemen.

26. Onderhoud van het centrumgebied en de parken van A- naar B-niveau Deze maatregel houdt in dat er in het centrumgebied en de vier parken uit het Parkenplan wordt bezuinigd op de 'harde materialen' zoals verharding, straatmeubilair en andere inrichtingsmaterialen. Het bezuinigen hierop kan betekenen dat de beeldkwaliteit afneemt wat gevolgen heeft voor de aantrekkelijkheid van het centrumgebied en de parken. Dat kan gevolgen hebben voor het ervaren klimaat in de stad en het gebruik van de parken om te ontmoeten en te ontspannen. De ervaring met het Kooimanpark leert dat het opknappen van een park van B naar A niveau een flinke investering is. Een bezuiniging op het onderhoud daarvan kan kapitaalverlies betekenen omdat de beeldkwaliteit wordt aangetast.

27. Onderhoudsniveau van verhardingen van B- naar C-niveau Deze maatregel houdt in dat we de budgetten voor het onderhoud omlaag brengen zodat de verharding in de openbare ruimte op niveau C wordt onderhouden. We hebben ervaring met het verlagen van het onderhoudsniveau. Het betekent meer meldingen van inwoners, meer risico op spoedreparaties en op ongevallen door scheve tegels en kuilen. In de openbare verlichting kan meer storing optreden en donkere plekken ontstaan. Inwoners kunnen een slechtere kwaliteit van de leefomgeving ervaren. De investering van de afgelopen jaren kan daarmee teniet worden gedaan en dat brengt kosten met zich mee om dit weer in de toekomst in te halen.

28. Verlagen niveau graffitiverwijdering Deze maatregel houdt in dat het wekelijks schouwen van de buitenruime op graffiti door Werkom komt te vervallen en dit incidenteel gebeurt of op basis van meldingen. Dit kan betekenen dat er langer overlast is van graffiti. Graffiti heeft een verloederend effect op wijken en buurten. Een ander verwacht effect is dat Werkom minder opdrachten heeft.

29. Weer in eigen beheer gazons maaien In 2024 is het maaien over geheel Purmerend uitbesteed aan aannemers. Dit kan ook in eigen beheer door een aantal investeringen te doen in machines en personeel. De verwachte investeringskosten zijn € 310.000. Daarmee besparen we vanaf 2027 omdat er geen kosten meer worden gemaakt voor aannemers. Het maatschappelijk effect is dat er meer betrokkenheid zal zijn van medewerkers bij de beeldkwaliteit van het groen in wijken en buurten.

30. Verlagen onderhoud van gemeentelijke kunstwerken in de openbare ruimte Deze maatregel betekent dat we stoppen met onderhoud van de omvangrijke collectie kunstwerken in de openbare ruimte (in woonwijken, bij scholen en herdenkingsmonumenten). De staat van de monumenten zal hiermee achteruit gaan. Dit is zichtbaar voor inwoner en bezoeker en doet iets met de beleving. Verwachting is dat het aantal meldingen via het KCC zal toenemen. En incidenteel herstel zal naar waarschijnlijkheid meer kosten dan beheren.

17

31. 5%-korting bijdrage Recreatieschap Twiske-Waterland Het recreatieschap Twiske-Waterland voorziet voor de regiogemeenten in het onderhoud, de exploitatie en het beheer van Het Twiske. Aan de gemeenschappelijke regelingen is gevraagd de (beleidsmatige) gevolgen van een 5%-korting op de bijdrage van Purmerend in beeld te brengen. De winstwaarschuwing dient daarbij te worden gemaakt dat het gaat om regionale besluitvorming en dat de gemeenschappelijke regelingen de opties in beeld aan het brengen zijn, waarbij het de vraag is in welke vorm en hoedanigheid de gemeenschappelijke regelingen een dergelijke korting kunnen dragen. Voor het Recreatieschap Twiske-Waterland gaat het om een bedrag van circa € 12.000.

18

Bouwsteen 5

Ontwikkeling van de leefomgeving Wat zit er in de bouwsteen ontwikkeling van de leefomgeving? Deze bouwsteen gaat over de toekomst van onze gemeente en hier ligt het accent op de ontwikkeling van onze leefomgeving. De afgelopen jaren is vanuit het programma 2040 de koers uitgezet om te investeren in onze gemeente om de toekomstige opgaven het hoofd te bieden. De besparingsruimte in gebiedsontwikkelingen is beperkt, omdat ze gedekt worden vanuit grondexploitaties en het kostenverhaal. Het college heeft als uitgangspunt genomen dat alles wat in de investeringsagenda staat of waar de gemeenteraad recent een besluit over heeft genomen uitgezonderd zijn van de mogelijke ombuigingen. Het gaat in deze bouwsteen daarmee om de ontwikkeling van onze leefomgeving en richt zich op de beleidsmatige ambities, de voortgang op gebiedsontwikkelingen en het versoberen van reeds ingezette ontwikkelingen. De programma’s waar dit het meeste aan raakt zijn het programma publieksdienstverlening (omgevingsteam en omgevingsvergunningen), wonen en ruimtelijke ontwikkeling (RO) en beheer en onderhoud. No

Maatregel

32

Inzet reserve duurzaamheid Afschalen adviesbudget 33 Omgevingsteam 34 Formatie Omgevingsteam 35 Heroverweging vastgoed 36 Investeringsagenda Totaal

2026

2027

2028

2029

€-

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

€0

€ 22.000

€ 23.000

€ 23.000

€0 € -102.000 €0 €-102.000

€ 78.000 € 168.000 € 250.000 €668.000

€ 80.000 € 165.000 € 500.000 €918.000

€ 80.000 € 165.000 € 500.000 €918.000

Wat zijn de maatschappelijke effecten als we bezuinigen op deze bouwsteen? Bezuinigingen binnen deze bouwsteen raken aan de gewenste snelheid in de ambities die we hebben in de leefomgeving. Het kan gevolgen hebben voor de dienstverlening naar initiatiefnemers van (woning)bouwprojecten, de snelheid en intensiteit waarmee we (gebieds-)ontwikkelingen faciliteren en voor met name de ambities die we hebben om onze leefomgeving toekomstbestendig te maken. Terughoudendheid in het investeren in de kwaliteit van onze leefomgeving raakt aan de leefbaarheid van Purmerend (nu en in de toekomst) en kan betekenen dat onze fysieke leefomgeving niet meegroeit met de verwachte groei in inwoners.

32. Inzet reserve duurzaamheid Bij de Voorjaarsnota 2023 is besloten de eigen middelen (€ 858.000 structureel) op het gebied van duurzaamheidsbeleid af te ramen en ten gunste te laten komen van de algemene middelen. De achterliggende gedachte hierbij was dat als we alle in de begroting geraamde personele lasten die samenhangen met duurzaamheid konden verantwoorden op het € 1,5 miljoen budget vanuit het Rijk (de CDOKE-regeling) we een zelfde bedrag konden vrijspelen als toen is afgeraamd. Dat is gelukt.

19

Op een specifieke uitkering zijn voorwaarden van toepassing en er moet jaarlijks, bij de accountantscontrole, een verantwoording plaatsvinden. Op het moment dat er geen uitvoeringsmiddelen beschikbaar zijn voor duurzaamheid, valt de basis van deze verantwoording grotendeels weg (zonder budget zijn er geen uitvoeringsmogelijkheden). Zonder passende verantwoording dienen de ontvangen gelden terug te worden betaald aan het Rijk en is er geen budget om te besparen. De dekking voor het overzichtsdocument “Werk aan de Toekomst” wordt volledig gevonden in de beschikbaar komende CDOKE-gelden. We verwachten met een jaarlijkse besparing van € 150.000 de ambities en projecten uit het overzichtsdocument uit te kunnen voeren. We verwachten dat met een besparing tot €500.000 de CDOKE-gelden niet in gevaar komen, en we de jaarlijkse verantwoording richting het Rijk met succes kunnen opstellen. Wel heeft dit gevolgen voor de uitvoering van het overzichtsdocument en zal het beleid daarop moeten worden aangepast. Dat heeft in het algemeen gevolgen voor het ambitieniveau en uitvoeringsniveau van het klimaat- en energiebeleid.

33. Afschalen adviesbudget Omgevingsteam Binnen de huidige budgetten van het programma milieu zit een adviesbudget voor het Omgevingsteam wat al een aantal jaren niet volledig is gebruikt. Om die reden kan dit budget vervallen en verwachten we daarbij geen noemenswaardige maatschappelijke effecten. Wel betekent het dat benodigde advieskosten als die nodig zijn worden betaald door de aanvragers van vergunningen en ontheffingen.

34. Formatie Omgevingsteam Deze maatregel bestaat uit twee maatregelen: (1) het aantal medewerkers dat zich bezighoudt met parkeervergunning door digitalisering verminderen met 1 persoon en (2) de uitbreiding van de formatie van het Omgevingsteam voor o.a. de vergunningverlening APV, bijzondere wetten en parkeren en BIBOB wordt teruggebracht met (0,89 fte). Van de eerste maatregel verwachten we hiervan geen noemenswaardige maatschappelijke effecten. Mogelijk maatschappelijk effect van de tweede keuze is langere doorlooptijden bij vergunningen en minder nadruk op planologische toetsing met een veiligheidsoogmerk.

35. Heroverweging vastgoed Deze maatregel houdt in dat er voor diverse panden wordt gekeken of deze kunnen worden afgestoten, gesloopt of herontwikkeld. Het gaat om panden die al reeds zijn aangemerkt voor herontwikkeling en daarmee gepland gesloopt zullen worden. Eerder slopen brengt kosten met zich mee, maar bespaart op de langere termijn beheerskosten die nu ten laste komen van de begroting. Onder andere de Middenweg, Insulindeweg, Wherekant en de aula aan de Purmerweg 42 zijn in beeld. Het heroverwegen van deze panden kan een besparing opleveren. Daarnaast kijken we ook naar een mogelijke verhuizing van Wherelant naar de Kalversteeg. Hier zit mogelijk ook een besparing in omdat het een gemeentelijk pand betreft.

20

36. Investeringsagenda Ten aanzien van de investeringsagenda zijn er verschillende opties mogelijk om een besparing te realiseren: (1) het niet opnemen van een jaarschijf om daarmee een pauze in de investeringen in te lassen, wat een voordeel van €925.000 structureel oplevert aan vrijval van kapitaallasten of (2) het totaalbedrag aan investeringen in 2026 met 25% verlagen en met 50% in de jaren 2027 en verder. Dat levert een besparing van €250.000 in 2027 en €500.000 in 2028 en 2029 op. Voor nu is de financiële doorwerking van de tweede optie opgenomen in het overzicht. Er dient bij deze keuze rekening gehouden te worden met de investeringen in het verlengde van een wettelijke taak, bijvoorbeeld voor het IHP. Ook betekent het afschalen van het beschikbare bedrag voor kapitaallasten een lager mogelijk investeringsvolume en dat zal betekenen dat er projecten af vallen. De mogelijke maatschappelijke effecten zien toe op dat de maatschappelijke voorzieningen mogelijk niet meegroeien met de verwachte groei van onze gemeente. Ook is de vraag of deze besparing niet op de langere termijn leidt tot meer lasten (bijvoorbeeld door gestegen prijzen of rentes), als dat het risico bestaat dat de gemeente ‘op slot’ wordt gezet.

21

Bouwsteen 6

Collectieve ondersteuning Wat zit er in de bouwsteen collectieve ondersteuning? Binnen deze bouwsteen gaat het om het versterken van de bestaande netwerken in de wijk, over het elkaar ontmoeten en het (sociale) welzijn van mensen. Een stevig netwerk in de wijk van inwoners, verenigingen, gemeente en maatschappelijke organisaties zorgt voor sociale cohesie. Een sterke sociale cohesie zorgt voor een hogere kwaliteit van het dagelijks leven (welzijn). In Purmerend ontmoeten mensen elkaar in buurthuizen, gaan samen leren in de bibliotheek of sporten bij sportverenigingen, ontdekken samen wat er leeft op de Kinderboerderij, genieten samen van voorstellingen in de Purmaryn en komen samen op diverse culturele evenementen. Dat draagt bij aan de onderlinge verbinding. We zetten in op het behouden en vergroten van sociale netwerken en daarmee het welzijn van onze inwoners. We gaan eenzaamheid tegen en stimuleren groei van het aantal mantelzorgers. In de praktijk zien we dat Clup Welzijn, AOP en Spurd het werk in de stad met én tussen de inwoners doen. Vanuit die positie bewegen zij allen vanuit hun eigen doelgroep en expertise, binnen het sociale weefsel van de stad. Ze zijn op de plekken aanwezig in wijken die er toe doen, ontmoeten mensen, koppelen mensen aan elkaar en versterken met hun aanwezigheid de sociale cohesie.

Er worden evenementen door Spurd georganiseerd om jongeren en ouderen te laten bewegen. Inwoners in onze gemeente worden gestimuleerd om te sporten. We gaan hiermee eenzaamheid tegen en het draagt bij aan het welzijn en de gezondheid van inwoners. En we zorgen voor een prettige leefomgeving waar inwoners en bezoekers kunnen genieten van de kunst in Purmerend. No 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49

Maatregel Saneren kunstcollectie Purmerend en afschalen kunstverzekering Spurd als organisatie bekijken Kinderboerderij NME focus en samenwerking, OAB, Groene schoolpleinen Purmaryn Stoppen met Sportverordening Subsidies Onderwijs Stoppen gezonde lunch Subsidies Maatschappelijke Ondersteuning Subsidies Jeugd Subsidies Sport & Recreatie Subsidies Kunst & Cultuur Stopzetten bijdragen wijkkrant(en)

2026

2027

2028

2029

-

€ 5.000

€ 5.000

€ 5.000

€ 238.000

€ 100.000 € 245.000

€ 100.000 € 250.000

€ 100.000 € 250.000

€ 128.000

€ 132.000

€ 135.000

€ 135.000

€ 125.000 € 174.000 € 60.000

€ 125.000 € 179.000 € 26.500 € 60.000

€ 125.000 € 183.000 € 26.500 € 60.000

€ 125.000 € 183.000 € 26.500 € 60.000

-

€448.000

€ 448.000

€ 448.000

-

€157.000 €323.000 € 160.000

€157.000 € 323.500 € 160.000

€ 157.000 € 323.500 € 160.000

€ 85.000

€ 87.000

€ 88.000

€ 88.000

22

5%-korting bijdrage GGD Zaanstreek-Waterland Totaal 50

-

€ 277.000

€ 277.000

€ 277.000

€ 810.000

€ 2.324.500

€ 2.338.000

€ 2.338.000

In deze bouwsteen spelen vraagstukken als toenemende individualisering en verscheidenheid aan inwonergroepen een grote rol. Mensen komen meer als individu dan als groep in de samenleving te staan. Hoe versterken we de sociale cohesie en de saamhorigheid? Hoe zijn onze wijken opgebouwd en waar kunnen verschillende inwoners elkaar ontmoeten en hoe komen zij in verbinding? Met de uitdagingen die op ons afkomen, zoals: krapte in de zorg, individualisering en eenzaamheid, kunnen deze collectieve initiatieven daar een oplossing in zijn.

Wat zijn de maatschappelijke effecten als we bezuinigen op deze bouwsteen? Bezuinigingen op deze bouwsteen raken aan de sociale gelijkheid van onze inwoners en de toegankelijkheid van voorzieningen. Een korting op de subsidies kan betekenen dat activiteiten zoals Reuring, PurVak of zaterdagopeningen van maatschappelijke organisaties duurder worden of komen te stoppen. Dat geldt ook voor besparingen op de Purmaryn. Minder aanbod kan minder ontmoetingsmogelijkheden betekenen en de kans bestaat dat eenzaamheid daardoor toeneemt. Inwoners, met name kinderen, kunnen zo ook minder gaan sporten en bewegen of elkaar ontmoeten gedurende de vakantieperiode. Besparingen op de subsidies van kunst en cultuur kan een culturele verschraling betekenen. Het stoppen van verenigingsadvies betekent dat lokale sportclubs minder mogelijkheden hebben de organisatie te versterken. Cultuur en sport draagt bij aan het welzijn en de gezondheid van mensen (van jong én oud) en ook vergroot het de saamhorigheid. Naast eenzaamheid draagt het bij aan de individualisering van mensen en vergroot de vraag naar individuele ondersteuning.

37. Saneren kunstcollectie Purmerend en afschalen kunstverzekering Deze maatregel betekent het saneren van de collectie kunstwerken (voornamelijk schilderijen) in het stadhuis. Vanwege de specifieke wet- en regelgeving die hieraan verbonden is, is het idee om een lokale culturele partner (Kunsthuis Wherelant) te betrekken bij het saneren van de collectie. De gemeente maakt dan geen kosten voor deze exercitie. Opbrengsten van eventuele verkoop van de werken komen ten goede aan het Kunsthuis (vergoeding voor de werkzaamheden – is een arbeidsintensief proces). Na sanering kan de afschalen kunstverzekering worden afgeschaald en de verzekeringspremie voor de kunstcollectie omlaag worden bijgesteld. Het effect is dat er minder kunst zichtbaar in de gemeente voor medewerkers. Onder andere de tijdelijke tentoonstellingen in de Purmaryn en het Stadhuis, en de kunstobjecten in de buitenruimte zijn verzekerd.

38. Spurd als organisatie bekijken Met deze maatregel wordt gekeken of het management van Spurd anders georganiseerd kan worden en de mogelijkheden voor een service center voor generieke zaken (administratie, HR etc.) in samenwerking met andere accountpartners van de gemeente wordt onderzocht. In 2024 zijn de gesprekken gestart over de doorontwikkeling van Spurd als organisatie. Spurd vult het sportaanbod aan waar dat nodig is in de wijken en op die manier sluit het beter aan bij een groeiende stad. In de samenwerking met andere maatschappelijke partners kunnen de kosten afnemen door gedeelde inzet van mens, middelen en kennis.

23

39. Kinderboerderij Het voorstel is om een onderzoek te doen naar de inzet, gebruik en toekomstvastheid van de kinderboerderij. Er zijn flinke investeringen nodig om de kinderboerderij te laten voldoen aan deze tijd. Deze maatschappelijke voorziening in deze hoedanigheid kost geld qua onderhoud en beheer en er zijn geen financiële baten. Wel dient de kinderboerderij als een ontmoetingsplek en is het maatschappelijke effect dat kinderen in contact komen met dieren, de natuur op een laagdrempelige en toegankelijke manier. Op basis van de huidige personele lasten en (beheers)lasten is een mogelijke besparing van circa € 238.000 in 2026 en € 245.000 in 2027.

40. NME focus en samenwerking, OAB, Groene schoolpleinen Natuur en Milieueducatie (NME) is geen wettelijke taak van de gemeente. Op meerdere plekken in de organisatie wordt er gewerkt aan soortgelijke activiteiten (parkenplan, groene schoolpleinen, onderwijsachterstandenbeleid-acties en NME). Deze maatregel houdt in dat er een onderzoek wordt gestart naar synergie tussen deze onderdelen en bij de NME-taken is het de vraag of deze vanuit eigen huis moeten worden ingevuld. We zien dat er naast de NME-educatie vanuit de gemeente ook verschillende aanbieders zijn die vergelijkbaar onderwijs leveren. Op basis van de huidige personele- en beheerslasten gaat het om circa €128.000 in 2026 en € €131.000 in 2027.

41. Purmaryn Purmerend is één van de weinige steden met een theater in eigen beheer. Met het oog op de tekorten vanaf 2027 zijn er in hoofdlijnen twee opties denkbaar voor de Purmaryn. Een optie is het verzelfstandigen en commercieel laten exploiteren. Ervaringen uit het land laten wel zien dat dit niet zonder subsidie realiseerbaar is waardoor het verwachte besparingspotentieel, waarbij het theater blijft functioneren, beperkt is. Voorgesteld wordt in te zetten op het alternatief, waarbij de Purmaryn als een ‘huiskamer van de stad’ wordt ingezet en de functie wordt verbreed en de bedrijfsvoering geoptimaliseerd. Dat houdt in dat er binnen de bestaande bedrijfsvoering wordt gezocht naar meer opbrengsten en besparingen onder andere door intensivering verhuur, het verhogen van de prijs, het zoeken van sponsoren en het verhuren van ruimten overdag (congresfunctie). We verwachten daarmee een bedrag te realiseren van €125.000.

42. Stoppen met Sportverordening Deze maatregel houdt in dat we stoppen met het uitvoeren van de sportverordening. Deze verordening helpt verenigingen in het verbeteren van opleidingen voor vrijwilligers, het inzetten op nieuwe jeugdleden en compensatie van de OZB die ze betalen. Verwachte maatschappelijke effecten van het stoppen met deze verordening betekent minder sportactiviteiten, minder goede begeleiding van vrijwilligers en trainers en stijgende lidmaatschapskosten.

43 t/m 48. Subsidies Voor de subsidies hebben we per beleidsveld een financiële maatregel opgenomen voor 5% van het totaalbedrag aan subsidies binnen dat veld. De wettelijke subsidies zijn daarvan uitgezonderd. Binnen deze taakstelling zijn er verschillende opties mogelijk om dit bedrag te halen als besparing: (1) via optimalisaties of het verwijderen van dubbelingen, (2) het verlagen van grote(re) subsidies met 5% of (3) het gericht stopzetten van subsidies. Het is op voorhand niet altijd mogelijk om de maatschappelijke gevolgen van het verlagen of stopzetten van subsidies te voorspellen. Het mogelijke maatschappelijke effect kan pas op termijn zichtbaar worden. In de onderstaande regels

24

hebben we per beleidsveld aangegeven wat opties zijn om de taakstelling te behalen. Voor elk van de maatregelen geldt dat er bij het afbouwen van subsidies een redelijke afbouwtermijn in acht moet worden genomen.

43. Subsidies Onderwijs Deze maatregel houdt in dat er voor 5% van het totaalbedrag aan subsidies binnen het beleidsveld onderwijs een taakstelling opnemen. Dat is een bedrag van circa € 26.543. De wettelijke subsidies zijn daarvan uitgezonderd. Binnen deze taakstelling is het een mogelijkheid subsidies met 5% te verlagen of gericht subsidies stop te zetten. In het algemeen betekent dat minder bovenwettelijke inzet op onderwijs. Binnen het beleidsveld onderwijs kunt u daarbij denken aan: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15228683/1