CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20241111-beantwoording-p.-zwart-project-ontwikkeling-schapenmarkt

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Project ontwikkeling Schapenmarkt2.172 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Technische vragen d.d. 06-11-2024 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Project ontwikkeling Schapenmarkt Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Inleiding: Op 14 november 2024 wordt in de commissie Ruimte behandeld het raadsvoorstel Project ontwikkeling Schapenmarkt. Ter voorbereiding hiervan heeft de fractie van GroenLinks de volgende vragen.

Vraag 1: a. Bij de raadsstukken over dit onderwerp treffen wij aan onder b. het uit 1 pagina bestaande Voorkeursprogramma Ontwikkeling Schapenmarkt. Daarnaast, als bijlage onder d., zes scenario’s (1A, 1B, 2A, 2B, 3A en 3B). Het voorkeursprogramma lijkt het meest overeen te komen met scenario 3A. Wij vragen het college een nadere motivering te geven voor de keuzes in het voorkeursprogramma, in de relatie tot de meegezonden scenario’s. b. Hoe moet het ambitiedocument worden gelezen in relatie tot het voorkeursprogramma? Beide moeten worden vastgesteld door de gemeenteraad. Is er een hiërarchie tussen beide, is het ambitiedocument een toelichting op of een uitwerking van het voorkeursprogramma, of moeten zij naast elkaar worden gezien?

Antwoord 1: 1a: Het voorkeursprogramma komt inderdaad overeen met scenario 3A. In de verkenningsfase van het project Schapenmarkt zijn de zes scenario's gepresenteerd aan de gemeenteraad en aan de diverse stakeholders. De presentatie aan de gemeenteraad heeft plaatsgevonden op 11 maart 2024. De input die het college terugkreeg tijdens de presentaties heeft geleid tot de keuze voor scenario 3A oftewel het voorkeursscenario. De belangrijkste overwegingen om met scenario 3A verder te gaan zijn: 1. De herontwikkeling van de Schapenmarkt e.o. is een belangrijke onderscheidende aanvulling op het bestaande programma in de binnenstad; 2. In de binnenstad ontbreekt met name kwalitatief hoogwaardige ruimte om elkaar (gratis) binnen en buiten te kunnen ontmoeten;

3. Het opnieuw inrichten van deze plek met dit scenario biedt kansen voor een hogere kwaliteit van de openbare ruimte door een verhoogde park op verschillende verdiepingen te realiseren, zodat we diverse aantrekkelijke plekken om elkaar (gratis) te ontmoeten kunnen realiseren; 4. Door met verschillende hoogtes te werken is er een goede aansluiting te maken met de omgeving zoals de Koemarkt, het Bolwerk en de singel; 5. Dit scenario gaat uit van het afsluiten van de Nieuwstraat en Plantsoengracht voor doorgaand verkeer. Hierdoor ontstaat een unieke kans om de binnenstad van Purmerend weer te verbinden met het Bolwerk en de singel; 6. Dit scenario gaat uit van bovengronds parkeren. Bovengronds parkeren betekent dat het gebouw in de toekomst makkelijker te transformeren is naar een commercieel/maatschappelijke invulling als daar behoefte aan is. Bovendien leidt bovengronds parkeren tot minder overlast tijdens het bouwen en bij bovengronds parkeren zijn de bouwkosten lager. 7. Door de extra bouwlaag bovengronds parkeren ontstaat meer ruimte om een levendige plint te realiseren met bijvoorbeeld maatschappelijke en andere functies wat zorgt voor goede en aantrekkelijke verbinding met de Koemarkt, Plantsoenstraat en Plantsoengracht; 8.

Door de extra bouwlaag bovengronds parkeren kunnen de parkeerplaatsen van de Schapenmarkt, het Bolwerk en de Nieuwstraat worden teruggebracht in het parkeergebouw. 1B: Het voorkeursprogramma en het ambitiedocument moeten naast elkaar worden gezien en vullen elkaar aan. Het voorkeursprogramma geeft een beeld van de functies die het college op deze locatie voor ogen heeft. Door deze in combinatie met het ambitiedocument te lezen krijgt u meer beeld bij de gewenste kwaliteit en uitstraling van de functies. Het programma moet kwaliteit toevoegen aan en passen bij het verhaal van de binnenstad. Een voorbeeld is het hotel, dat geen standaard keten moet worden maar een bijzonder boetiek hotel met een uitstraling, die passend is in Purmerend en de verbinding zoekt met de Purmerendse ondernemers en de Beemster. Om deze reden is het opnemen van alleen een voorkeursprogramma niet voldoende, hier hoort een toelichting bij in de vorm van een ambitiedocument.

Vraag 2: In de verschillende scenario’s is sprake van een verschillend aantal (auto)parkeerplaatsen, variërend van 90 plaatsen (scenario 1A) tot 260 plaatsen (scenario 3B). Het aantal parkeerplaatsen in het voorkeursprogramma bedraagt ca. 195 plaatsen. Kunt u de onderbouwing en een uitsplitsing geven op grond waarvan tot dit aantal gekomen is, zoals compensatie huidige parkeerplaatsen op maaiveld, parkeerplaatsen toe te rekenen aan het hotel, parkeerplaatsen toe te rekenen aan de long stay

appartementen, parkeerplaatsen toe te rekenen aan de maatschappelijke en andere functies in de plint, e.d.? Worden de tijdelijke parkeerplaatsen na sloop van de panden Plantsoenstraat 36 – 42 en Nieuwstraat 107 hierin meegenomen? Worden de (camper)parkeerplaatsen op het Bolwerk hierin meegenomen, of worden deze elders ingericht?

Antwoord 2: Uitgangspunt voor het parkeren is dat alle parkeerplaatsen die in het plangebied worden verwijderd terugkomen in het parkeergebouw. Tevens wordt de parkeerbehoefte van het aanvullend programma in het plangebied in het parkeergebouw opgenomen. Het aantal parkeerplaatsen dat kan worden gerealiseerd in het parkeergebouw dat het college voor ogen heeft is globaal doorgerekend. De nadere onderbouwing van het genoemde aantal van (afgerond) 195 parkeerplaatsen bij het voorkeursscenario is als volgt: Te compenseren parkeerplaatsen: • Parkeerplaatsen Bolwerk: 20 • Parkeerplaatsen Schapenmarkt: 108 • Parkeerplaatsen Nieuwstraat: 38 ----Voorlopig aantal te compenseren parkeerplaatsen: 166 + Verwachting t.b.v. ontwikkeling: + circa 30 ----Totaal: circa 196 De tijdelijke parkeerplaatsen na sloop van de panden Plantsoenstraat 36 – 42 zijn niet meegenomen in het in bovenstaand staatje. Voor de camperplaatsen geldt dat deze elders ingericht worden.

Vraag 3: Is bekend en berekend wat het aantal van 195 parkeerplaatsen gaat betekenen voor de bezetting en exploitatie van de nieuwe gemeentelijke parkeergarage onder het Stadhuisplein, mede in aanmerking nemende de op korte afstand van de Schapenmarkt aanwezige parkeergarage in het Willem Eggert winkelcentrum?

Antwoord 3: Uitgangspunt van het college is dat alle parkeerplaatsen die in het plangebied verdwijnen als gevolg van de herontwikkeling worden gecompenseerd. Doordat het hier gaat om compensatie van bestaande parkeerplaatsen is de verwachting dat de bezetting (en exploitatie) van zowel de gemeentelijke parkeergarage als de

Eggertgarage niet substantieel zal wijzigen. Deze verwachting wordt versterkt door het feit dat op de Schapenmarkt vooral wordt ingezet op kort parkeren. Vraag 4: In het voorkeursprogramma is sprake van een OPTIE voor fietsparkeren. In het ambitiedocument (blz. 15) wordt hier heel wat stelliger over gesproken, met extra functies (oplaadpunten, fietsreparaties, openbaar toilet in de fietsenstalling). Hoe verhoudt zich dit tot elkaar? Is de fietsenstalling een optie, een ambitie, of een noodzakelijk onderdeel van het plan net zoals de autoparkeerplaatsen? Is het bij realisering de bedoeling de huidige fietsenstalling aan de Plantsoenstraat hierheen te verplaatsen?

Antwoord 4: Het college neem een fietsenstalling mee als voorwaarde voor het ontwerp. Het toevoegen van een fietsenstalling verhoogt de bereikbaarheid van onze binnenstad en helpt in de mobiliteitstransitie. De relatie met de fietsenstalling aan de Plantsoenstraat wordt momenteel nog onderzocht. Vraag 5: a. In een aantal scenario’s en ook in het voorkeursprogramma wordt de doorgaande (auto)verbinding rond de binnenstad via de Nieuwstraat en de Plantsoengracht verbroken. Is bekend en berekend wat hiervan de gevolgen zijn voor de andere delen van deze verbinding rond de binnenstad, met name de (auto)verkeersintensiteiten op de Gedempte Where, de Gedempte Singelgracht en de Westerstraat? b. Wordt door het verbreken van de onder a. genoemde verbinding het eventueel invoeren van eenrichtingverkeer in de Westerstraat bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt, aangezien er dan geen eenrichting-lus rond de binnenstad meer mogelijk is?

Antwoord 5: 5A: Het project Schapenmarkt biedt een unieke en eenmalige kans om de binnenstad van Purmerend weer te verbinden met het historische Bolwerk en de achtergelegen singel. Het knippen van een weg heeft altijd gevolgen voor verkeersintensiteiten op andere wegen. Op dit moment onderzoekt het college onderzoekt de verkeerskundige gevolgen van een knip voor de binnenstad, mede in relatie tot het Multimodaal netwerkkader dat nog wordt opgesteld. De vraag is bovendien of de gevolgen voor het autoverkeer leidend moet zijn bij de keuze van een knip. Het knippen van de doorgaande route levert namelijk ook meer ruimte op voor ontmoetingsplekken op maaiveld en op hoogte, meer ruimte voor voetgangers, meer ruimte voor fietsers, minder geluidsoverlast van doorgaand verkeer en meer ruimte voor het verder vergroenen van het Bolwerk, het dakplein en de

singel. Met de ruimte die ontstaat kan de openbare ruimte aantrekkelijker worden gemaakt en het Bolwerk en de singel weer bij de binnenstad worden betrokken. De Nieuwstraat is een straat die de binnenstad van Purmerend over de gehele lengte doorsnijdt. Voor automobilisten heeft dit het voordeel dat een relatief snelle verbinding aanwezig is tussen het westen en oosten van het centrum, als alternatief voor de route Westersingel, Gedempte Singelgracht, Gedempte Where. Deze verbinding wordt in verhouding t.o.v. andere straten minder gebruikt voor doorgaand verkeer, maar meer voor bestemmingsverkeer om te parkeren op o.a. de Schapenmarkt. Dat blijft in dit scenario mogelijk. Op dinsdagen is deze straat ook nu al vanwege de weekmarkt afgesloten voor het verkeer. In het vervolgtraject brengen wij de gevolgen in kaart zodat u een overwogen besluit kunt nemen. 5B: Bij uitvoering van het voorkeursscenario wordt dit bemoeilijkt als de Plantsoengracht en de Nieuwstraat uit het doorgaand verkeersnetwerk worden gehaald. Vraag 6: In het voorkeursprogramma wordt gesproken over de toegang tot het dakpark vanaf de Plantsoengracht en vanaf de brug over de Wolthuissingel.

Worden hiermee twee verschillende toegangen bedoeld, of is hier sprake van één en dezelfde toegang? Komen er ook soortgelijke toegangen tot het dakpark vanaf de Koemarkt (Markthal) en de Nieuwstraat? Op de tekening lijkt hier sprake van te zijn, maar in de tekst is dit niet terug te vinden.

Antwoord 6: Tot nu toe wordt hiermee één en dezelfde toegang bedoeld, maar dit ligt nog niet definitief vast. In de ontwerpfase worden de trappen (locatie, grootte, aantal) verder uitgewerkt. Het college kijkt ook naar de toegangen vanaf de Koemarkt (Markthal) en de Nieuwstraat. Beide maken ook onderdeel uit van de plannen.

Vraag 7: Er komen naar en op het dakplein heel veel trappen, en ook de foto’s in het ambitiedocument getuigen hiervan. Voor mensen die wat slechter ter been zijn, en voor degenen die gebruik maken van een rollator, rolstoel, scootmobiel of kinderwagen, kan dit een belemmering zijn. In het voorkeursprogramma is sprake van een hellingbaan, maar in het ambitiedocument wordt melding gemaakt van een lift (blz. 15). Is hier al een keuze tussen gemaakt, en zo ja, welke is deze? Kan worden gegarandeerd dat naast alle trappen, ook die tussen de verschillende

niveaus op het dakplein onderling, een hellingbaan en/of een lift komt?

Antwoord 7: Nee, er is nog geen keuze gemaakt tussen een hellingbaan en lift. Het is ook mogelijk dat beide opties in het ontwerp terugkomen. Uitgangspunt bij het ontwerpen is dat het plein toegankelijk moet zijn voor iedereen, dus ook mensen met een beperking. Het college kan inderdaad garanderen dat dat naast de trappen een hellingbaan, lift of ander element aanwezig is die de toegankelijkheid voor mensen met een beperking waarborgt.

Vraag 8: Aan de buitenrand (plint) van de parkeerruimte komen ruimtes met een maatschappelijke functie. Hiermee worden blinde muren voorkomen, aldus het ambitiedocument (blz. 15). In het voorkeursprogramma is slechts sprake van “flexibel indeelbare units voor maatschappelijke en andere functies” aan de zijde van de Plantsoenstraat (Markthal). Op welke wijze wordt voorkomen dat we te maken krijgen met verdere blinde muren in de binnenstad (zoals rond het Willem Eggert winkelcentrum) aan de zijde van de Plantsoengracht en de Nieuwstraat?

Antwoord 8: Bij het ontwerpen van het gebouw is het uitgangspunt dat zicht op auto’s en blinde gevels op een creatieve manier moet worden afgedekt, bijvoorbeeld met groen, water, trappen, zitgelegenheid of andere elementen. Ontwerpen van het gebouwen worden hier ook op beoordeeld. Vraag 9: In het ambitiedocument wordt uiteengezet waarom niet gekozen is voor woningen op de Schapenmarkt, maar voor long stay appartementen (blz. 13). Hier worden de begrippen “drukte” en “overlast” gebezigd. De drukte in dit gebied zou tot overlast leiden voor bewoners, als er woningen gebouwd zouden worden. Maar de bewoners van de long stay appartementen zouden geen overlast van de drukte ondervinden, omdat zij behoefte hebben aan drukte. In hoeverre is dit een sluitende redenering, aangezien er ook bewoners zouden kunnen zijn die behoefte hebben aan de levendigheid c.q. drukte van de binnenstad/Schapenmarkt? In het ene geval wordt drukte gelijkgesteld aan overlast, in het andere geval niet.

Antwoord 9: De gedachte van het college is dat enige vorm van geluidsoverlast makkelijker geaccepteerd wordt in een verblijfsvorm waarbij sprake is van een tijdelijk contract. Bij Long stay appartementen is op voorhand duidelijk tot welk moment het appartement

betrokken wordt, variërend van een half jaar tot een jaar. Bij eventuele overlast is dan ook meer zicht op een eindsituatie. Bij meer traditionele woonvormen is van een dergelijke eindsituatie niet op voorhand sprake, waardoor minder ‘grip’ ontstaat op eventuele geluidsoverlast. Vraag 10: De Schapenmarkt wordt nu nog mede gebruikt voor evenementen, met name de Purmerendse kermis. In alle scenario’s zal dit niet meer mogelijk zijn, tenzij het dakpark voor de kermis gebruikt zal worden. In het ambitiedocument is hier verder niets meer over terug te vinden. Is er al een alternatieve plek bekend voor het deel van de kermis dat nu op de Schapenmarkt staat?

Antwoord 10: Nee, dat is nog niet bekend. Het onderzoeken van alternatieven voor de kermis vormt onderdeel van de verdere haalbaarheidsfase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14792001/1