20240508-t.a.m.-lamers-benatwoording-onderzoek-opties-stadspas
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 08-05-2024 van GroenLinks Opsteller: T.A.M. Lamers Onderwerp: Onderzoek opties stadspas Commissie/raad: Maatschappelijk Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Inleiding: GroenLinks wil graag een aantal verduidelijkende vragen stellen over "Onderzoek opties stadspas". Vraag 1: Het onderzoek naar de invoering van de stadspas is onderdeel van het armoedebeleid. Het armoedebeleid is in juni 2023 gepubliceerd is en in september 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Hoe komt het dat voor de invoering van de stadspas en de noodzakelijke voorbereidingen daartoe, geen enkel, zelfs geen voorbereidend budget is opgenomen in de begroting van 2024? Antwoord 1: Ten tijde van het formuleren van de Voorjaarsnota 2024 was de doorberekening van de te verwachten kosten van de invoering en uitvoering van een stadspas nog gaande en kon daarmee niet meegenomen worden in deze Voorjaarsnota. Vraag 2: Hoe komt het dat in de voorjaarsnota 2024 niets te vinden is voor de voorbereiding van de stadspas terwijl in de behandeling in de raadscommissie en in de raad van september, men positief was over het armoedebeleid en het onderzoek naar de stadspas? Antwoord 2: Zoals door de gemeenteraad in september vastgesteld was een van de vervolgstappen van de herijking van het armoedebeleid een onderzoek naar een stadspas.
In de financiële dekking is destijds geen rekening gehouden met de kosten van een stadspas, aangezien dit onderzoek nog plaats moest vinden en de raad nog geen besluit had gemaakt of kon nemen over al dan niet invoeren van een stadspas. Dit onderzoek heeft zich gericht op de vraag of een stadspas inderdaad helpend is bij het verlagen van de drempel voor bewoners om gebruik te maken van de MeerDoenregelingen. Het moest antwoord geven op de mogelijkheden, de overwegingen en de kosten die gemoeid zijn met het invoeren. De stadspas is een middel, geen doel. De conclusies en aanbevelingen volgend uit dit onderzoek liggen nu de raad voor. Ten tijde van het opstellen van de Voorjaarsnota liep het onderzoek nog en was er nog geen helderheid over de kosten die een eventuele invoering van een stadspas met zich mee zou brengen. Die helderheid is er nu wel. Op basis van de implementatietijd
zijn de daadwerkelijke kosten niet eerder dan in 2025 te verwachten. Vraag 3: Hoe groot is de onderuitputting op de budgetten armoedebeleid (beleidsveld werk en inkomen) jaarlijks, vanaf 2014 tot en met 2023? Antwoord 3: Deze vraag is moeilijk te beantwoorden. Het bedrag dat de gemeente voor het armoedebeleid in de algemene uitkering vanuit het Rijk ontvangt is lager dan wat er voor het minimabeleid wordt begroot en uitgegeven. De afgelopen jaren is er minder uitgegeven dan in de begroting was opgenomen. Dit kwam mede door de Coronapandemie in de jaren 2020-2022, waardoor veel voorzieningen niet toegankelijk waren. Ook daarna zien we dat er minder wordt uitgegeven dan begroot, mede omdat het economisch beter ging dan verwacht. Met de herijking van het armoedebeleid zijn de minimaregelingen uitgebreid en verruimd, en verwachten we dat de budgetten volledig benut zullen worden. Het doel hiervan is overigens niet om onderuitputting te voorkomen, maar om ervoor te zorgen dat de regelingen terecht komen bij de mensen die het nodig hebben, dat ons bereik hierin zo groot mogelijk is en hierop zo goed mogelijk wordt begroot. Vraag 4: Bestaanszekerheid heeft de raad in zowel amendement als in een motie aangegeven als een belangrijk element te zien in het armoedebeleid.
Gezien de suggesties die betrokkenen in het onderzoek naar gebruik van de stadspas, hebben gegeven, zijn schrijnende voorbeelden te lezen om levensmiddelen te kunnen kopen. Welke mogelijkheden zijn aanwezig om versnelling aan te brengen in het opstarten van de stadspas zodat bestaanszekerheid meer gegarandeerd wordt? Antwoord 4: Het sneller invoeren van een stadspas is mogelijk in de vorm van een light-pas. De toegevoegde waarde hiervan lijkt op basis van het onderzoek echter klein. De stadspas is een middel om bepaalde regelingen laagdrempeliger te maken, zodat mensen die het nodig hebben sneller en eenvoudiger toegang krijgen tot de juiste ondersteuning. Tegelijkertijd werken we door aan andere manieren om inwoners te bereiken en om de toegang tot de regelingen te versimpelen. Het armoedebeleid en de ondersteuningsvormen die de gemeente biedt dragen bij aan het vergroten van de bestaanszekerheid. De implementatie van een voorzieningenpas vraagt meer tijd. We willen dit zorgvuldig doen, in samenspraak met organisaties en bewoners. Daarnaast vragen privacyregelgeving en de technische kant van de invoering ook tijd. Op basis van gesprekken en analyses van de invoering van stadspassen bij andere, vergelijkbare gemeentes is het niet mogelijk om dit te versnellen.
Vraag 5: Worden aanvullende suggesties van de adviesraad voor toepassingen, waaronder verstrekken van producten ter voorkoming van menstruatie-armoede meegenomen bij de invoering van de stadspas?
Antwoord 5: Antwoord: Dit verschilt per suggestie. De WMO wordt in 2026 gewijzigd, waardoor deze suggestie van de Adviesraad overbodig wordt. Het geven van kortingen voor niet-vergoede hulpmiddelen valt momenteel onder de Bijzondere Bijstand losstaand van de MeerDoen-regelingen en vraagt een politiek besluit. Het bestrijden van menstruatiearmoede losstaand van de stadspas wordt momenteel onderzocht en binnen het stadhuis zal hier spoedig een faciliteit voor geplaatst worden. De overige punten worden meegenomen zoals reeds vastgesteld in het armoedebeleid. Vraag 6: In het onderzoek naar de toekomstige gebruikers van de stadspas is ook te lezen hoe te weinig bestaanszekerheid kan leiden tot eenzaamheid onder ouderen omdat men niet kan deelnemen aan activiteiten die geld kosten. Hoe kunt u vooruitlopend op de invoering van de stadspas hier nu al wat aan doen? Antwoord 6: De MeerDoen-regelingen hebben als doel om iedereen mee te laten doen. Hiervoor heeft u in september 2023 het armoedebeleid herzien en vastgesteld. Via het vastgestelde Meedoen-budget/Sport- en Cultuurbudget worden activiteiten in verenigingsverband vergoed, activiteiten die helpen bij het tegengaan van eenzaamheid bij onder andere ouderen. Op basis van maatwerk pogen wij individuele, eenmalige activiteiten mogelijk te maken.
Verder trachten wij de verbinding te maken met de initiatieven in de gemeente die geen financiële barrière hebben. Vraag 7: Toekomstige gebruikers van de stadspas geven in het onderzoek aan dat zij wensen hebben zoals kortingen voor bijv. het museum, theater, de Speelkraam, bioscoop, zwembad en Monkey Town. Kunt u dit ook meenemen bij de invoering van de stadspas? Ziet u mogelijkheden om hier nu actief mee aan de slag te gaan met bijvoorbeeld de meedoen regeling? Antwoord 7: Ja, momenteel faciliteren wij dit binnen de MeerDoen-regelingen op basis van maatwerk. De stadspas naar voorzieningenpas-model is een instrument dat hierin mogelijkheden biedt om deze activiteiten structureel mee te nemen. Vraag 8: Hoe komt het dat bij de invoering van de stadspas, personeelskosten worden opgevoerd en dat is de grootste kostenpost terwijl we dat nooit terug zien bij ruimtelijk beleid waar toch ook veel expertise wordt ingehuurd of aangetrokken? Antwoord 8: De invoering van een technisch instrument als een stadspas valt niet onder de normale werkzaamheden van de verantwoordelijke teams en is een extra taak. Dit leidt tot extra kosten waarvoor er geen gelden zijn toegewezen, zonder welk de
invoering van een stadspas niet mogelijk is. Vraag 9: De implementatietijd van de stadspas neemt ongeveer 1½ jaar in beslag volgens het onderzoek. Wanneer kan de implementatietijd, ofwel de voorbereiding daarvan dan op zijn vroegst van start gaan? Wanneer kan dan de stadspas operationeel in gebruik zijn? Antwoord 9: Mocht er nu begonnen worden met de implementatie van de stadspas zouden wij naar verwachting deze in gebruik kunnen nemen op 1 januari 2026. Vraag 10:
Antwoord 10: