20240508-p.-zwart-bestemmingsplan-lisdoddestraat-40-purmerend
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 08-05-2024 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Bestemmingsplan Lisdoddestraat 40 Purmerend Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 6 Datum van de vergadering: 16-05-2024 Inleiding: Op 16 mei 2024 wordt in de commissie Ruimte het bestemmingsplan Lisdoddestraat 40 behandeld. Ter voorbereiding zou de fractie van GroenLinks nog de volgende informatie willen ontvangen: 1. In het gebouw komt een ontmoetingsruimte, “als het ware de gezamenlijke huiskamer”, van het wooncomplex. “De insteek is dat deze ontmoetingsruimte ook van betekenis is voor de buurt”. (Toelichting, blz. 25). In het huidige gebouw is nu o.a. het Buurtpunt De Gors tijdelijk gevestigd. a. Wordt in de nieuwe situatie het buurtpunt gevestigd in de ontmoetingsruimte van dit gebouw? b. Zijn de functies van buurtpunt en “gezamenlijke huiskamer” in één ruimte te verenigen? c. Wat is op dit moment de stand van zaken van de besprekingen hierover met de eigenaar? De term “de insteek is...” lijkt nogal vrijblijvend. In ieder geval wordt het in het bestemmingsplan niet verplicht voorgeschreven. Anderzijds is wel de functie “buurthuis” opgenomen in het aantal verkeersbewegingen en in de parkeerbalans. Wanneer wordt duidelijk of het buurtpunt in een of andere vorm op deze locatie kan blijven? d.
Indien het buurtpunt niet op deze locatie kan blijven, welke medewerking zal worden gegeven om het buurtpunt op een andere plaats in De Gors te vestigen? 2. Beschreven wordt dat langs de Gorslaan de bouwhoogte geleidelijk toeneemt van zuid naar noord. (Toelichting, blz. 23). Lage bebouwing aan de randen van de wijk, vervolgens iets hogere bebouwing (twee bouwlagen plus een mansardekap) nabij de Veenweidestraat, daarna het ziekenhuis met 4 bouwlagen en tenslotte het kantorencomplex met 5 bouwlagen op de hoek Gorslaan/Waterlandlaan. De bebouwde westzijde van de Gorslaan ter hoogte van het plangebied bestaat ook uit laagbouw..
a. Op welke wijze past de bouwhoogte van het wooncomplex (7 bouwlagen) in deze opbouw? b. Wat betekent het, dat de hoge vleugel van het gebouw wordt “geabsorbeerd” door het water en het groen daarvóór? (Toelichting, blz. 6). De hoogste verdiepingen zullen bóven de bomen uitkomen. c. De hoge vleugel “gaat een relatie aan” met het hogere schaalniveau van de stad (Toelichting, blz. 6 en 24). Waaruit bestaat deze relatie? Kunt u toelichten wat hieronder wordt verstaan en waarvoor deze relatie op deze plek noodzakelijk is? d. Kunt u toelichten waarom er op de Gorslaan ter hoogte van het plangebied sprake is van een “drempel tussen laag- en middelhoogbouw” (Toelichting, figuur 4.6.), terwijl die in de feitelijke bebouwing ter weerszijden van de Gorslaan niet zichtbaar is? e. Kunt u toelichten waarom een gebouw met twee verschillende bouwhoogten minder eentonig is dan een gebouw met drie verschillende bouwhoogten? (Toelichting, blz. 28). 3. Hoe krijgt de plint, met daarin o.a. een parkeergarage, fietsenstalling en scootmobielstalling, een “warme uitstraling”? (Toelichting, blz. 25). 4. Eén van de redenen waarom een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk is, is dat de nieuwbouw buiten het bouwvlak van het bestaande bestemmingsplan komt (Toelichting, blz. 5.). Toch lijken het bouwvlak in figuur 1.2. van de Toelichting en het bouwvlak in de Verbeelding ongeveer even groot.
Kunt u aangeven waar precies het bouwvlak uit het huidige bestemmingsplan wordt overschreden, en met hoeveel meter? 5. Waarop is het aantal van 38 woningen op deze locatie gebaseerd, en waarom niet meer of minder? Behoeftepeiling, ruimtelijke mogelijkheden, exploitatiemogelijkheden, enz.? 6. De woningen blijven (tenminste) 25 jaar in de sociale sector (Regel 4.3.1.). Wat gebeurt er na die 25 jaar? Is het gebruikelijk om sociale woningen slechts tijdelijk in de sociale sector te garanderen? Is dit beleid, of is dit gebeurd op aandringen van de eigenaar/ontwikkelaar? 7. Het woningbouwplan bestaat – in ieder geval voor 25 jaar – voor 100% uit sociale woningbouw. Maar waarom wordt bij het benoemen van het gemeentelijk beleid verwezen naar het collegeprogramma 2018-2022 (Toelichting, blz. 15), met daarin nog 40% vrije sectorbouw, en slechts 30% middeldure huur en koop, terwijl het huidige college nu al twee jaar in functie is, en er in het coalitieakkoord 20222026 een andere verdeelsleutel is vastgelegd? Indien dit project niet door een woningbouwcorporatie was ontwikkeld, maar door een op rendement gerichte projectontwikkelaar, zou dan nog steeds de verdeling 30 – 30 – 40 officieel van kracht zijn? 8. Hoe worden de plaatsen in de parkeergarage toegewezen? De plaatsen zijn kennelijk niet verbonden met een huisnummer (Parkeeradvies, blz. 5).
Op welke wijze betalen de bewoners (mee) aan de parkeergarage? Geldt dit voor bewoners mèt en zonder auto? Hoe is de toegang tot de parkeergarage geregeld? Kunnen ook bezoekers van de bewoners in de parkeergarage parkeren? 9. Als de parkeergarage vol is, zullen bewoners, hun bezoekers en – indien gerealiseerd – de bezoekers van het buurtpunt hun auto’s op het aanwezige parkeerterrein parkeren. Naar verwachting op het drukste moment van de dag circa 19 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn en blijven kennelijk openbaar, zonder parkeerregime. Op welke manier wordt zeker gesteld, dat de bewoners allereerst in de parkeergarage zullen parkeren, voordat gebruik wordt gemaakt van het openbare parkeerterrein, nu er geen parkeerregime is op dat terrein, en een ieder – ook een bewoner van het wooncomplex – daar kan parkeren? Is het denkbaar dat de bewoners het parkeerterrein prefereren omdat zij dat gemakkelijker vinden of omdat zij dan niet voor de parkeergarage hoeven te betalen? Op welke manier wordt dit voorkómen? 10.