20240126-beantwoording-m.i.-welbergen-spelregels-nekkerzoom
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 22-01-2024 van GroenLinks Opsteller: M.I. Welbergen Onderwerp: spelregels Nekkerzoom Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Inleiding: In de commissie ruimte van 1 februari worden de spelregels voor ontwikkeling van de Nekkerzoom besproken. Het gaat hierbij niet om actieve grondpolitiek vanuit de gemeente, maar om spelregels voor particuliere initiatieven. GroenLinks heeft daar een aantal vragen over. Vraag 1: In de stukken is terug te lezen dat bijvoorbeeld op het gebied van ecologie en biodiversiteit initiatiefnemers begeleid zullen worden door de gemeente. Op welke manier draagt het college zorg voor ecologie en biodiversiteit in het gebied “Nekkerzoom” bij toekomstige ontwikkelingen? In de beantwoording van diverse inwoners staat dat er niet zomaar een woning mag worden gebouwd, mogen bomen en groen wel zomaar worden verwijderd? Antwoord 1: Het college draagt zorg voor ecologie en biodiversiteit door zich ten eerste te houden aan de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat vooraf aan iedere ontwikkeling een onderzoek is verricht naar de aanwezige beschermde flora en fauna. Ten tweede wordt er op gemeentegrond (eigen kavels) verplicht natuurinclusief gebouwd volgens het 30-punten systeem, zie Ambitiedocument natuurinclusief bouwen. Hier staat in beschreven welke maatregelen zoals nestkasten, gevelgroen, groene daken, etc.
verplicht verwerkt moeten worden. De gemeente hanteert een lijst met beheerde en beschermde bomen in de openbare ruimte. Beschermde bomen kunnen alleen met een kapvergunning gekapt worden. Naast de beschermde status kan een boom of kunnen de bomen ook onderdeel zijn van een leefgebied van beschermde plant- en/of diersoorten. Op privéterrein geldt er geen bescherming van bomen, tenzij deze monumentaal zijn. De Wet natuurbescherming blijft hier van kracht. Ook hier geldt dus dat niet zomaar bomen en/of groen verwijderd mag worden. Vraag 2: Bij de spelregels is weinig opgenomen over klimaatadaptatie en waterberging. Wordt hier nog een aparte visie op gevormd, of wordt dit per ontwikkeling meegenomen? Wordt er rekening gehouden met ruimte langs de ringdijk voor mogelijk toekomstige
dijkverzwaringen? Is het Hoogheemraadschap betrokken geweest bij het opstellen van de spelregels voor de Nekkerzoom, of hebben zij een zienswijze kunnen geven op de plannen? Antwoord 2: Sinds 2021 heeft de gemeente Purmerend een Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Dit document beschrijft hoe wij als gemeente toewerken naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving in 2050. Deze strategie is van toepassing op de hele gemeente Purmerend. Daarnaast hanteren wij voor nieuwbouw en herstructurering de zogenaamde ‘Basisveiligheidsniveaus klimaatbestendige nieuwbouw’. De basisveiligheidsniveaus bevatten vier klimaatadaptie thema’s, nl: wateroverlast, hitte, droogte/bodemdaling en gevolgbeperking overstromingen. Per thema staan er uitgangspunten en richtlijnen waaraan nieuwbouw en herstructurering moet voldoen om klimaatbestendig te zijn. De basisveiligheidsniveaus zijn ook van toepassing op ontwikkelingen in de Nekkerzoom. In de ‘toelichting spelregelkaart Nekkerzoom’ onder het kopje ‘Klimaatadaptatie & Ecologie’ wordt naar de basisveiligheidsniveaus verwezen. Er wordt op dit moment geen rekening gehouden met ruimte langs de ringdijk voor mogelijke toekomstige dijkverzwaringen. Als zich een concreet project aandient in deze zone, dan wordt hier met het hoogheemraadschap naar gekeken. De spelregelkaart betreft slechts een concretisering van bestaand beleid.
Het hoogheemraadschap is gelet hierop niet betrokken in de totstandkoming van de spelregelkaart. Overleg met het hoogheemraadschap is pas zinvol indien een concreet project zich aandient. Dat er wel met de provincie overleg is gevoerd, is gedaan voor het verkrijgen van draagvlak met het oog op het provinciale beleid voor het buitengebied en werelderfgoed. Vraag 3: De ARO heeft een positief advies gegeven op de spelregels. Het gaat weliswaar om een verduidelijking van bestaand beleid, maar GroenLinks wil graag dat ook het RCE het plan beoordeelt. Is dit al gebeurd? Zo nee, worden de spelregels voor de Nekkerzoom nog aangeboden aan het RCE? Antwoord 3: Gemeente Purmerend is siteholder van het werelderfgoed en daarmee in eerste instantie verantwoordelijk voor het beheer en behoud van het werelderfgoed. De spelregelkaart is slechts een concretisering van bestaand beleid en geen nieuw beleid, waardoor de RCE hierin geen directe rol heeft. De provincie is geconsulteerd gezien het feit dat de Nekkerzoom in het werelderfgoed Hollandse Waterlinies ligt, waarvan de provincie siteholder is. Als zich een concreet project aandient, kan indien nodig overleg met de RCE plaatsvinden. Vraag 4:
In de spelregels zijn vooral de bouwregels opgenomen, GroenLinks mist een stukje woningbouwvisie. Het lijkt ons niet de bedoeling dat hier enkel dure woningen komen te staan. In de gemeente Purmerend is de afspraak dat ontwikkelingen volgens de 30-40-30 regel gebeuren. Op welke manier wordt dit toegepast in het gebied Nekkerzoom? Antwoord 4: Naast de spelregelkaart Nekkerzoom blijft onverkort ook het overige rijks-, provinciaal- en gemeentelijkbeleid van toepassing áls wij ingediende plannen toetsen die niet binnen het geldende omgevingsplan passen. Dat betekent concreet dat de ‘Doelgroepenverordening gemeente Purmerend 2020’ van toepassing is, waar vanaf 4 woningen of meer de regel 30-30-40 is vastgelegd. Vooruitlopend op de wijziging van dit beleid streven we er nu al naar om bij ontwikkelingen het percentage 30-4030 af te spreken met initiatiefnemers. Vraag 5: Het Fort aan de Nekkerweg ligt op de hoek van de Nekkerweg en de Volgerweg. Er mag binnen de schootscirkel van het fort (1000 meter) geen bebouwing plaatsvinden die het zicht op/vanaf het fort vermindert (Toelichting spelregelkaart, blz. 3). Hoe verhoudt dit zich tot de aanduidingen B., D. en E. langs de Nekkerweg en de Volgerweg in de nabijheid van het Fort? Antwoord 5: Van vermindering van het zicht van/op het fort is bij de benoemde locaties geen sprake.
De mogelijke bebouwing uit de spelregelkaart komt (vanuit het perspectief van het fort) ‘achter’ de bestaande bebouwing te liggen, uit het zicht van het fort. Tevens kan er juist meer openheid ontstaan binnen de schootscirkels door verwijdering van de aanwezige bedrijvigheid in de tweede lijn. Vraag 6: Bij de op de kaart met een A aangeduide plekken kan grootschalige bebouwing worden vervangen door per locatie 1 woning. Welke eisen zullen worden gesteld aan die woning, zodat er sprake is van kleinschalige nieuwbouw? Te denken valt aan positionering en maatvoering van het bouwvlak, maximum nok- en goothoogte, enz. Welke nevengebouwen zullen bij een dergelijke nieuwe woning mogelijk zijn (schuren, loodsen, werkruimten, ondergeschikt wonen), en zijn daar ook maten en hoeveelheden voor? Antwoord 6: Over de positie op het erf worden uitspraken gedaan d.m.v. rooilijnen en de ontwikkelregels. De specifieke bouwregels (nokrichting, goothoogte, nokhoogte, bebouwingspercentage etc.) hebben we niet in de spelregels opgenomen. We zien de spelregelkaart als een eerste check om met een initiatiefnemer de mogelijkheden na te gaan. Als een initiatief voorstelbaar is, kan gekeken worden naar o.a. het huidige
omgevingsplan en de Nota omgevingskwaliteit Purmerend. De mogelijkheid van nevengebouwen, maatvoeringen en hoeveelheden zal in het concrete project worden ingevuld, zoveel mogelijk analoog aan de regels van het bestemmingsplan buitengebied dat onderdeel is van het omgevingsplan. Vraag 7: Is het de bedoeling om op plekken waar geen openheid aanwezig is door bijvoorbeeld hoog groen, toe te staan dat in - of in plaats van – dat groen woningbouw wordt gerealiseerd? (aanduiding B op de spelregelkaart). In hoeverre worden hier de aspecten van nabijheid van voorzieningen voor deze woningen en van toename van de mobiliteit (per auto) bij betrokken? Antwoord 7: Nee, het bestaande groen wordt als een gebiedskwaliteit gezien. Binnen deze aanwezige context zijn enkele plekken aangegeven waar een initiatief mogelijk is. Als zich een initiatief voordoet en deze heeft potentie, dan wordt deze beoordeeld op basis van een goede ruimtelijke ordening. Daar komen genoemde aspecten ook aan de orde. Vraag 8: “In het gebied zijn meerdere bedrijven met een hoge milieubelasting aanwezig.
Voor een enkeling ziet de gemeente mogelijkheden tot woningbouw indien zich een initiatief aandient.” Zijn er ook bedrijven met een hoge milieubelasting, waar – bij bedrijfsbeëindiging – vervangende woningbouw niet mogelijk of gewenst is? Wat zijn de criteria? Geldt het maximum van 12 woningen/wooneenheden in categorie D ook voor nieuwbouw in categorie E? Antwoord 8: Langs de Vredenburghweg nabij de A7 is het niet wenselijk bedrijfslocaties te transformeren naar woningbouw. Het maximum van 12 woningen geldt niet voor de nieuwbouw in categorie E. Als hiervoor een plan wordt ingediend, wordt op basis van de stedenbouwkundige en landschappelijke waarde gekeken naar (on)mogelijkheden op de betreffende locatie. Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: