20220624-1570826-raadsbrief-ontwikkeling-en-uitleg-meicirculaire-2022
Tekst van het document
Financiën FINB
Aan de leden van de gemeenteraad
Registratienummer
Verzenddatum
Behandeld door
Bijlage
1570826
24 juni 2022
Rotgans H.M.M. (Harry)
1
Onderwerp
Ontwikkeling en uitleg meicirculaire 2022 Geachte raadsleden, Op 31 mei heeft het Rijk de meicirculaire gepresenteerd. De uitwerking van deze circulaire was nog niet eerder zo’n moeilijke puzzel. De belangrijkste onderwerpen zijn: • De actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2022 van het Rijk; • De invoering per 1 januari 2023 van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds; • Verwerking afspraken uit het coalitieakkoord van het Rijk; • Incidentele compensatie in 2023 voor de extra kosten jeugdhulp. Deze onderwerpen worden hieronder nader toegelicht. Samengevat is het financieel beeld: Tabel 1. Totaal effect meicirculaire
Bedragen x € 1.000 A. Financieel effect meicirculaire 2022, verdeeld naar: 1a. ontwikkeling accressen 1b. opnemen reservering loon- en prijsbijstelling 2. herverdeeleffect nieuw verdeelstelsel 3. incidentele compensatie voor de jeugdzorg B. Totaal reserveringen programma’s/ beleidsvelden (zie bijlage) C. Totale bijdrage (A+B) meicirculaire 2022
2022 5.089
2023 12.297
2024 16.115
2025 18.309
2026 2.242
5.089 5.681
14.621 -2.605 -459 740 516
22.593 -5.331 -1.147 496
28.022 -7.648 -2.065 71
14.482 -10.175 -2.065 56
10.770
12.813
16.611
18.380
2.298
Het algemene beeld (zie regel A) voor de begrotingsruimte is positief voor alle jaren. In 2026 zien we echter een forse vermindering ten opzichte van de jaren 2024 en 2025. In het jaar 2026 wordt uitsluitend rekening gehouden met de ontwikkeling van de lonen en prijzen, komt de opschalingskorting in volle omvang weer terug en is het volume accres fors verlaagd. De uitwerking van deze circulaire zal verwerkt worden in de begroting 2023-2026 en de Najaarsrapportage 2022. A1a. Ontwikkeling accressen en loon- en prijsstijging Tot en met 2025 geldt voor de groei van het gemeentefonds de methodiek dat wanneer de rijksuitgaven stijgen, het gemeentefonds evenredig meegroeit. Omgekeerd geldt hetzelfde: dalen de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalt het gemeentefonds evenredig mee. Dit noemen we de trap-op-trapBezoekadres
Postadres
Telefoon & e-mail
Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend
Postbus 15 1440 AA Purmerend
0299 – 452 452133 contracten@purmerend.nl
purmerend.nl
af-systematiek. Een nadeel van deze normeringssystematiek is dat het beeld van de rijksuitgaven tussen mei en september vaak fluctueert. Omdat het kabinet Rutte IV in de jaren tot en met 2025 meer gaat uitgeven (o.a. hogere inflatie, hogere defensie-uitgaven, hogere kosten van opvang vluchtelingen, inkomstenbelasting box 3), stijgt ook het gemeentefonds evenredig mee (volume accres). Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon- en prijsontwikkeling (nominaal accres, lpo). Gemeenten krijgen daardoor een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Deze stijging omvat voor heel Nederland ongeveer € 1 miljard in 2022 en loopt op tot ongeveer € 5 miljard in 2025. Op dit accres wordt in deze periode ieder jaar € 250 miljoen in mindering gebracht voor de voeding aan het Volkshuisvestingsfonds (€ 150 miljoen) en de Woningbouwimpuls (€ 100 miljoen). Deze middelen worden opgenomen in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK), waar gemeenten door middel van een aanvraag een beroep op kunnen doen. Ook zien we voor de jaren 2023-2025 het incidenteel schrappen van de opschalingskorting. De verhoging van de korting is de laatste jaren tot en met 2022 incidenteel geschrapt. Vanaf 2026 is deze korting opnieuw ingeboekt voor € 675 miljoen. Voor onze gemeente is dit € 3,4 miljoen. Tabel 2. Accresraming uitgesplitst naar een volume- en nominaal deel
Nominaal (lpo) accres Volume accres Totaal acces in % Accres in € mio, waarvan: - het nominale deel in € mio - het volume deel in € mio
2022 4,44% 4,00% 8,44% 2.501 1.315 1.186
2023 3,12% 3,60% 6,72% 2.285 1.065 1.220
2024 3,38% 3,30% 6,68% 2.299 1.165 1.134
2025 3,30% 2,60% 5,90% 2.085 1.165 920
2026 3,10% -6,80% -3,70% -1.377 850 -2.227
Wat in de tabel opvalt zijn de flink gestegen accressen met groeipercentages die we de afgelopen 10 jaar niet eerder hebben gezien. Het nominale (lpo) accres is ter dekking van de lonen- en prijzen en het volume accres houdt gelijke tred met de gedurende deze jaren stijgende Rijksuitgaven. Uit bovenstaande tabel blijkt dat het accres bestaat uit bijna 50% volume en 50% nominaal. Als de gemeenten geen volumecompensatie krijgen terwijl de bevolking elk jaar groeit, dan krijgen de gemeenten per inwoner reëel steeds minder. Dit beeld zien we vanaf 2026 (het ravijn) ontstaan, doordat het gemeentefonds in dat jaar niet langer via de normeringssystematiek wordt geïndexeerd: er wordt geen volume accres meer verstrekt, alleen nog maar een nominaal accres voor loon- en prijsontwikkeling. In deze tabel is de opschalingskorting niet verwerkt. Zoals hiervoor vermeld, komt de opschalingskorting in 2026 in volle omvang weer terug. Met VNG, IPO en de Unie van Waterschappen wordt in een gezamenlijk proces met een onafhankelijk procesbegeleider José Lazeroms gewerkt aan een nieuwe financieringssystematiek voor 2026 en verder. Deze contourennota stuurt minister Bruins Slot voor de zomer naar de Kamer. De verwachting is dan dat er meer duidelijkheid komt voor het ravijn waar gemeenten voor staan en daarmee samenhangend de financiële positie van gemeenten vanaf 2026.
Er past hier ook nog een waarschuwing. De incidentele voordelen 2022-2025 zijn van ongekende omvang, maar de ervaring bij Rutte III was de grote onderuitputting bij het Rijk (meer ambitie dan men kan waarmaken) etc, grote schommelingen in de inkomsten. Op dit moment wordt er gewerkt aan een bevriezingsvoorstel voor het volume-accres tussen het Rijk en de VNG. A1b. Nominale ontwikkeling: lonen- en prijzen Bij de berekening van het accres bij de Miljoenennota 2022 en de startnota van het nieuwe kabinet werd rekening gehouden met de loon- en prijsontwikkeling uit de Macro Economische Verkenningen (MEV)
2
2022. Voor 2026 en 2027 wordt de loon- en prijsontwikkeling nu bijgesteld op basis van de ramingen van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2022. Als gevolg van de hogere inflatie vallen deze percentages nu nog hoger uit. De index die hiervoor wordt gebruikt is het gewogen gemiddelde van drie indices: de loonvoet sector overheid (60%), de index materiële overheidsconsumptie (20%) en de index overheidsinvesteringen (20%). Tabel 3. Loon- en prijsstijging CEP 2022
Loonvoet sector overheid Prijzen netto materiële consumptie Prijzen overheidsinvesteringen Totaal
Gewicht 60% 20% 20% 100%
2022 4,3% 4,1% 5,2% 4,4%
2023 3,6% 2,3% 2,5% 3,1%
2024 4,2% 2,4% 1,9% 3,4%
2025 4,1% 2,4% 1,8% 3,3%
2026 3,9% 1,9% 1,9% 3,1%
De loon- en prijsontwikkeling waar de rijksoverheid mee te maken heeft, zegt vaak weinig over de ontwikkeling bij gemeenten. De toename op het nominaal accres kan dus niet één op één worden vertaald naar de ramingen ten aanzien van lonen en prijzen in de gemeentelijke meerjarenbegroting. Wel kunnen we hieruit afleiden dat er prijsstijgingen zijn en de onzekerheid rond levering van grondstoffen en (deel)producten groot is. Voor de bouwmaterialen zien we dit nu al bij de beschikbaarheid van hout, maar ook voor staal wordt schaarste verwacht. Ook zien we dat de krapte op de arbeidsmarkt voor vaktechnisch personeel leidt tot hogere kosten en minder beschikbaarheid om projecten binnen de beoogde planperiode af te ronden. Daarnaast ontvangen we signalen dat bij aanbestedingen op dagprijzen wordt geoffreerd, omdat de leveranciers het risico van onzekere prijsstijgingen niet voor eigen rekening willen nemen en bij de afnemers willen neerleggen. Deze trend van kostenstijging werkt niet alleen door in de bouwkosten voor (maatschappelijk) vastgoed, maar ook voor de kosten van het onderhoud daarvan, investeringen in en beheer van de openbare ruimte, energie/brandstof, voeding en materiaalleveranties. Dit geldt ook voor de kostenontwikkeling bij de maatschappelijke instellingen en verbonden partijen.
Om de impact van de stijgende kosten enigszins in te perken heeft het kabinet de accijns op de brandstofprijzen (per 1 april) en btw op energie (per 1 juli) verlaagd. De inschattingen van het CPB en DNB kennen een grote onzekerheid, omdat deze afhankelijk zijn van hoe de oorlog en de (wereld)economie zich verder gaat ontwikkelen. Het is daarom moeilijk om in te schatten welk effect dit heeft op onze budgetten en uitvoering. Gezien de onzekerheden in de prognoses over prijsontwikkeling van het CPB passen wij onze huidige indexatie systematiek aan, door rekening te houden met nieuwe uitgangspunten in de begroting 2023 voor specifieke indices op materiële budgetten (o.a. energie, voeding, materiaalleveranties, onderhoud, aanneemsom en zorgsalarissen jeugd/Wmo) en specifieke indices voor kapitaalswerken (vastgoed, tractiemiddelen en openbare ruimte). In de bijlage vindt u de gewijzigde uitgangspunten terug. Tabel 4. Effect actualisatie lonen- en prijzen op basis van de nieuwe uitgangspunten in de begroting 2023
Bedragen x € 1.000 Totaal effect loon- en prijsbijstelling begroting 2023
2022 -
2023 € 2.605
2024 € 5.331
2025 € 7.648
2026 € 10.175
Om het volledige loon-prijseffect vanuit de meicirculaire volledig op te nemen in de meerjarenbegroting is onverstandig omdat deze meerjarig te ongewis is. Om die reden nemen we in de begroting een stelpost lpo op. Het jaar 2022 vraagt om maatwerk, omdat bij veel contracten per 1 januari de index is verhoogd. Dit geldt niet voor alle contracten. De financiële effecten nemen we op in de Najaarsrapportage, waarbij
3
we rekening houden met de ontwikkelingen waarvan we nu al weten dat ze gaan optreden, zoals de energiekosten. A2. Nieuw verdeelstelsel per 1 januari 2023 inclusief overheveling integratie uitkeringen Hoofddoel voor een nieuw verdeelstelsel was om dat eenvoudig en uitlegbaar te maken en dat beter aan te sluiten bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken (voornamelijk in het sociaal domein). De indeling van de clusters is logischer en globaler gemaakt en het aantal maatstaven is gehalveerd. De effecten van de herverdeling van het gemeentefonds zijn geactualiseerd naar de stand per 1 januari 2023. Deze actualisatie betreft de volgende onderdelen: • de standen van de gebruikte verdeelmaatstaven zijn geactualiseerd; • alle budgetontwikkelingen die in de periode 2020 tot en met 2022 hebben plaatsgevonden zijn volgens de nieuwe verdeling verwerkt; • diverse integratie-uitkeringen (dit zijn uitkeringen die een andere verdeling hebben dan de algemene uitkering) zijn vanaf 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering (€ 900 miljoen). Vanaf 2023 zal de loon- en prijsbijstelling niet meer apart vergoed worden, maar gedekt moeten worden uit het accres.
Het gaat om een deel van het budget Voogdij/18+, inburgering, Wajong, regulier werk en de raadsledenvergoeding; • de clusters zijn aangepast naar een actuelere gemeentelijk indeling door maatstaven te wijzigingen, te laten vervallen en nieuwe maatstaven te introduceren. Hiermee is het aantal maatstaven verminderd van 88 naar 48. Dit leidt voor de individuele gemeenten tot geactualiseerde herverdeeleffecten. Purmerend is een nadeelgemeente. Op de definitieve stand van deze herverdeeleffecten is voor Purmerend een geleidelijk ingroeipad (waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien) gebaseerd: in 2023 € 5 per inwoner, in 2024 € 7,50 per inwoner en in 2025-2026 € 10 per inwoner. Het negatieve herverdeeleffect als gevolg van het nieuwe verdeelmodel wordt in de jaren 2023 tot en met 2026 weer verhoogd met een bedrag dat wordt toegekend via de suppletie-uitkering nieuw verdeelstelsel 2023. Resumerend geeft een en ander het volgende beeld voor de algemene uitkering: Tabel 5. Effect herverdeling gemeentefonds
Effect nieuwe verdeling gemeentefonds (bruto-) negatief herverdeeleffect suppletie uitkering herverdeeleffect (netto-) negatief herverdeeleffect (absoluut) (netto-) negatief herverdeeleffect (p/inw.)
2023 -€ 3.695.213 € 3.236.248 -€ 458.965 -€ 5
2024 -€ 3.695.213 € 2.547.800 -€ 1.147.413 -€ 12,50
2025 -€ 3.695.213 € 1.629.870 -€ 2.065.343 -€ 22,50
2026 -€ 3.695.213 € 1.629.870 -€ 2.065.343 -€ 22,50
* Het bestand berekening effect nieuwe verdeling inclusief ingroeipad vindt u terug op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/circulaires/2022/05/31/meicirculaire-gemeentefonds-2022
Deze voorlopige verdeling is volledig verwerkt in onze begroting, maar het nieuwe verdeelmodel is geen eindstation en vergt continu onderhoud. Hiervoor is een onderzoeksagenda opgesteld voor verdere onderzoeken naar de maatstaf centrumfunctie, de maatstaf eenpersoonshuishoudens en de overige eigen middelen (w.o. vereveningspercentage OZB). Dit zal leiden tot nieuwe herverdeeleffecten. Daarnaast is de achterliggende berekening van de aantallen van nieuwe verdeelmaatstaven nog niet bekend. Het Rijk rekent met indicatieve cijfers die in de tijd gezien behoorlijk kunnen fluctueren en daarmee forse schommelingen van de algemene uitkering veroorzaken. Om beide risico’s op te kunnen vangen laten we in de begroting 2023 de huidige stelpost herijking gemeentefonds staan. Voor 2023 bedraagt deze stelpost € 0,3 miljoen en voor de jaren 2024-2026 € 1,3 miljoen.
4
A3. Incidentele compensatie voor de jeugdzorg (in 2023) Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de hervormingsagenda jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set kostenbesparende maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. In deze circulaire wordt echter alleen het compensatiebedrag voor 2023 toegevoegd. Voor de jaren erna wordt er nog niets toegevoegd. Bij het afsluiten van de hervormingsagenda zal het kabinet ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld gaan worden. Het advies van de arbitragecommissie vormt het uitgangspunt. De incidentele compensatie voor 2023 leidt tot een vrijval ten opzichte van de opgenomen stelpost van 75% in de begroting van ruim € 740.000 in 2023, en wordt toegevoegd aan de begrotingsruimte. Voor de jaren 2024 en verder is er in onze begroting rekening gehouden met een reservering vanuit behoedzaamheid van 75% van de netto-reeks van de arbitragecommissie. In het coalitieakkoord van het Rijk is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is.
Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico in geval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Verder heeft het kabinet laten weten dat het een deel van de jeugdzorg wil centraliseren, waarschijnlijk om op deze wijze toch invulling te kunnen geven aan de bezuinigingstaakstelling. Effect op het saldo van de meerjarenbegroting Het bovenstaande heeft het volgende effect op het saldo van de aan u gepresenteerde Kadernota 2023-2026: Bedragen x € 1.000 Begrotingssaldo Kadernota 2023 Ontwikkeling meicirculaire 2022 (zie tabel 1, regel A) Bijgesteld begrotingssaldo begroting 2023
2022 2023 2024 2025 5.186 3.231 -955 397 5.089 12.297 16.115 18.308 10.275 15.528 15.160 18.705
2026 79 2.242 2.321
Op deze begrotingsruimte moet een voorbehoud worden gemaakt voor andere ontwikkelingen sinds de Kadernota 2023 (o.a. BUIG, gemeenschappelijke regelingen, beheersplannen). Deze nieuwe ontwikkelingen leggen wij u voor bij de begroting 2023. Het financiële beeld van de meerjarenbegroting inclusief de incidentele baten en lasten laat een structurele verbetering door de meicirculaire voor de jaren 2022-2025. De daling in 2026 geeft nog wel ruimte om enigszins structurele ambities op te nemen in de begroting 2023, maar gezien de huidige ruimte is dit te beperkt en zijn we afhankelijk van de uitwerking van de contourennota van het Rijk. Wel zou er budget gereserveerd kunnen worden voor grote incidentele uitgaven 2022-2025 in een investeringsreserve voor de groei van de stad. Uit een dergelijke reserve kunnen dan kapitaallasten worden gedekt. Ook zou budget in de begroting kunnen worden opgenomen om het aantal medewerkers gelijke tred te kunnen laten houden met de groei van de stad. Dit vanuit de wetenschap dat groei van de stad toename van taken en werkzaamheden met zich brengt op meerdere terreinen en dat hiervoor uitbreiding van het aantal medewerkers noodzakelijk is. Dit moet worden bezien als de financiële uitwerking van het coalitie akkoord gereed is. Ook dit zal in de begroting 2023 worden meegenomen. Op 12 juli bespreken wij de technische
5
aspecten van deze brief in een technische informatieavond. Op deze avond kunt u ook al uw vragen stellen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Purmerend.
D. Bijl Burgemeester
H.J.C. Welage gemeentesecretaris
6
Bijlage brief A. Reserveringen meicirculaire 2022 Bedragen x € 1.000 A.Taakmutaties: 1. Uitname: prenetaal onderzoek. 2. Toevoeging: versterking dienstverlening gemeenten 3. Uitname: eigen bijdrage huishoudelijke hulp 4. Uitname: valpreventie bij ouderen 5. Toevoeging: inburgering leerbaarheidstoets 6. Toevoeging: energietoeslag minima B.Mutaties integratie- en decentralisatie uitkeringen: 1. Toevoeging: brede aanpak dak- en thuisloosheid 2. Toevoeging: uitvoeringskosten klimaatakkoord 3. Toevoeging: gezond in de stad/kansrijke start 4. Toevoeging: participatie loon- en prijsbijstelling 2022 5. Toevoeging: voogdij/18+ loon- en prijsbijstelling 2022 6. Toevoeging: beschermd wonen loon-,prijs en volumebijstelling 2022 Totaal reserveringen meicirculaire 2022 Te verrekenen met inhoudelijke budgetten begroting 2023 (naar programma’s/beleidsvelden) Per saldo budgettair neutraal verdeeld
2022
2023
2024
2025
2025
-11 31 4.156
25 -48 25 -
25 -71 26 -
26 -427 -74 27 -
27 -441 -80 27 -
242 533 25 349 114 242
15 130 369
15 132 369
15 135 369
16 139 368
5.681 -5.681
516 -516
496 -496
71 -71
56 -56
-
-
-
-
-
Hieronder volgt een toelichting op de grootste reserveringen. Dit zijn posten uit het gemeentefonds die een beleidsdoel hebben en worden geoormerkt binnen de programma’s/beleidsvelden. Daarmee verlopen deze mutaties budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo. Bovenstaande tabel laat zien dat er per saldo sprake is van een uitbreiding aan taken. Toelichting: A3. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp In het Coalitieakkoord is opgenomen dat dit kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de WMO. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd, waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen. De uitgaven op het beleidsveld maatschappelijke ondersteuning wordt vanaf 2025 met dit bedrag verlaagd. A4. Valpreventie ouderen Het kabinet heeft valpreventie, als kostenbesparende preventiemaatregel, opgenomen in het Coalitieakkoord. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz).
De maatregelen die nodig zijn voor implementatie worden komende periode uitgewerkt. Dit leidt vanaf 2023 tot een taakstellende besparing op het beleidsveld maatschappelijke ondersteuning. A6. Energietoeslag minima (in 2022) Er was al eerder aangekondigd dat er € 854 miljoen beschikbaar zou worden gesteld voor de compensatie van de gestegen energiekosten voor huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, zodat zij alle huishoudens in deze categorie de energietoelage van € 800 kunnen geven. Deze toelagen zijn inmiddels verstrekt aan de betreffende huishoudens. In de Kadernota 2023 was hiervoor € 3,2 miljoen
7
gereserveerd vanuit de algemene reserve. Purmerend ontvangt nu compensatie voor bijna € 4,2 miljoen.. Dit extra budget is toegevoegd op het beleidsveld werk en inkomen. B1. Brede aanpak dak- en thuisloosheid Voor het voorkomen van dakloosheid, om- en afbouw van de maatschappelijke opvang en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassen wordt in 2022 € 61,9 miljoen verstrekt aan (centrum-)gemeenten. Voor Purmerend is er in 2022 al een bedrag van € 430.000 als resultaatbestemming beschikbaar vanuit de jaarstukken 2021. Tezamen met het extra budget uit deze circulaire (€ 241.758) is er per saldo € 671.785 beschikbaar in 2022 om invulling te geven aan diverse projecten rondom de begeleiding van dak- en thuisloze mensen. B2. Uitvoeringskosten klimaatakkoord Voor de uitvoeringskosten voor het klimaatakkoord wordt in 2022 een totaalbedrag van € 112,591 miljoen aan gemeenten beschikbaar gesteld. Er vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere VNG, IPO en het Rijk over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid. Voor nu wordt dit budget opgenomen op het beleidsveld duurzaamheid in afwachting van verdere uitwerking en voorstellen. B4/5/6.
Loon-, prijs en volumebijstelling 2022 Participatie, beschermd wonen en Voogdij/18+ Aan de budgetten beschermd wonen, participatie en Voogdij/18+ is de prijs- en loonindex aangepast naar het prijspeil 2022 met 4%. Voor beschermd is ook de volume-indexatie van 3,8% voor 2022 bijgesteld. Deze hogere budgetten worden geraamd aan de uitgavenzijde van het programma Samenleving. Deze stijging is ook de reden geweest meerjarig de uitgangspunten voor de zorgsalarissen Wmo/jeugd aan te passen in de begroting 2023 en daarbij rekening te houden met een extra verhoging van 2% bij de stelpost loon- en prijsontwikkeling.
B. Overige mededelingen Corona/Covid-19 Het Rijk heeft in de decembercirculaire 2021 al een compensatiepakket voor 2022 verstrekt voor een aanvullend pakket re-integratie, gemeentelijke schuldenbeleid en bijzondere bijstand (ruim € 390.000). In deze circulaire is een kleine compensatie ontvangen (€ 1.576) voor de bezwaarprocedure van het handhaven van de quarantaineplicht in 2022. Ook zijn er vooraankondigingen gedaan voor de komende coronacompensatie in de september/decembercirculaire. Het gaat daarbij om de afrekening inkomstenderving 2021 en de meerkosten die zijn gemaakt bij de Wmo en jeugdwet in 2021. Middelen Omgevingswet e (Ow) en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) Voor de OW draagt het Rijk in totaal € 150 miljoen bij aan transitiekosten in aanloop naar de invoering van de OW. Voorwaarde hierbij is dat er een stelselevaluatie volgt waarbij de daadwerkelijke gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. Deze compensatie voor 2022 volgt in de septembercirculaire. Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 wordt nog gesproken. Voor nu is er een indicatie bedrag bekend gemaakt voor het te ontvangen bedrag in 2022: € 642.441.
Voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wkb ontvangen gemeenten een extra bijdrage van € 25 miljoen in 2022. Daarnaast ontvangen de gemeenten na inwerkingtreding een jaarlijkse bijdrage van € 10 miljoen in 2023 tot en met 2026 voor het uitvoeren van de Wkb-taken. Ook deze compensatie volgt in de septembercirculaire. Voor nu is er een indicatie bedrag bekend gemaakt voor het te ontvangen bedrag: € 105.219 in 2022 en € 42.829 voor de jaren 2023-2026.
8
Vergoedingen opvang ontheemden Oekraïne Op dit moment werken gemeenten en veiligheidsregio’s aan het realiseren van opvangplekken. Om gemeenten duidelijkheid te geven over wat zij ontheemden kunnen bieden en welke kosten vergoed worden door het Rijk, is een regeling voor een specifieke uitkering op basis van normbedragen opgesteld (met als uitgangspunt reële compensatie van de gemaakte kosten). In het kader van de opvang ontheemden Oekraïne zijn de gemeenten ook verantwoordelijk voor: • Het realiseren van voldoende en adequate onderwijshuisvesting. Vergoeding vindt plaats via een specifieke uitkering, waarbij de gemeenten achteraf gecompenseerd worden voor gerealiseerde kosten (uitgangspunt is dat de gemeenten de kosten zelf voorschieten en achteraf vergoed krijgen o.b.v. de gerealiseerde kosten); • Het inrichten van leerlingenvervoer. Vergoeding vindt plaats via een eenmalige decentralisatie uitkering voor de periode maart-juli 2022 (uitkering mogelijk decembercirculaire); • De zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet, en de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek uit de Wet publieke gezondheid (uitgangspunt daadwerkelijke aantallen opgevangen Oekraïense ontheemden). De compensatie en verdeling hiervoor wordt de komende periode in overleg tussen het Rijk en de Vng nader uitgewerkt.
Voor de bedrijfsvoering en kosten voor GGD en veiligheidsregio’s en gemeenten moet een systeem voor vergoeding worden opgericht. Om de 25 veiligheidsregio’s te kunnen ondersteunen is een bedrag van ongeveer € 500.000 per maand per regio geschat. Veel mensen die uit Oekraïne zijn gevlucht, melden zich bij gemeenten. Personen met de Oekraïense nationaliteit kunnen worden ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op aangifte van verblijf en adres bij de gemeente waar zij (tijdelijk) verblijven. Deze inschrijvingen tellen mee bij een jaarlijkse telling op 1 januari van het aantal inwoners en kunnen gevolgen hebben voor onze prognose van het aantal inwoners.
C. Gewijzigde uitgangspunten begrotingssystematiek lpo 2023-2026 Gezien de onzekerheden in de prognoses over de prijsontwikkeling van het CPB zijn de uitgangspunten naar de begroting 2023 opnieuw doorgerekend op de jaarlijkse investeringsbedragen voor vastgoed, tractiemiddelen en openbare ruimte en de materiele budgetten energie, voeding, zorgsalarissen Wm0/jeugd, onderhoud en materialen. Onderstaande tabel laat de geactualiseerde indices zien ten opzichte van de Kadernota 2023 (prijspeil 2022). Omschrijving
Actuele situatie
Loonkostenontwikkeling (cao/pensioen) Materiele budgetten: (index inflatiecijfer CPB): - energie - catering/voeding - zorgsalarissen Wmo/jeugd - materiaalleveranties/onderhoud/aanneemsom Kapitaalswerken (investeringen): - kapitaallasten vastgoed (BDBindex/afschrijving gemiddeld 40 jaar) - kapitaallasten tractie (staalprijsindex/afschrijving gemiddeld 10 jaar) - kapitaallasten openbare ruimte (GWW index/afschrijving gemiddeld 30 jaar)
4,0%
9
Uitgangspunt basis Kadernota 2023 3,0%
10,0% 7,0% 4,0% 5,0%
2,0%
10,0% 5,0% 10,5%
-