Voorjaarsnota 2025 en Kadernota 2026 v20250528.pdf
Tekst van het document
Kadernota Begroting
Planning & Control-cyclus
Jaarrekening
rin
e nak ko or
gsa gen
Bedr
d
ge
oe
lij n
ra
o Ui
tv
ad
Ho
fd
o da c
ijf s p la n D
T
ll e
Najaarsnota
Voorjaarsnota 2025 en Kadernota 2026
Inhoudsopgave 3 1. Inleiding en besluit 8 2. Voorjaarsnota - Financiële actualisatie 2025
8 15
2.1. Voortgang 2025 en exploitatie 2.2. Mutaties per programma
16 3. Bepalingen kaders bij begroting 2026-2029 18 4. Kadernota - Financiële actualisatie meerjarenperspectief 18 27
4.1. De exploitatie in meerjarenperspectief 2026-2029 4.2. Mutaties per programma
29 5. Toekomstbestendige gemeentefinanciën 29 29
5.1. Opgave en aanbestedingen openbare ruimte 5.2 Uitwerking maatregelen
35 6. Ontwikkeling vermogenspositie 35 36 38
6.1. Vermogenspositie per januari 2025 6.2. Actualisatie vermogenspositie (algemene reserve) 6.3. Overzicht mutaties reserves en voorzieningen
40 7. Bijlagen 41 48 51
2
7.1. Reserves en voorzieningen 7.2 Informatievoorziening: Reserves 7.3 Actualisatie Investeringsplanning
1. Inleiding en besluit 1.1 De planning en control-cyclus De uitvoeringsagenda bepaalt vier jaar lang de richting voor de P&C-cyclus met elk jaar een kadernota, een programmabegroting, een voorjaarsnota, een najaarsnota en een programmarekening (jaarstukken). Jaarlijks geeft de kadernota het financieel perspectief aan voor het komend begrotingsjaar en de jaren daarna, middels de (meerjaren)programmabegroting. In de voorjaarsnota, de najaarsnota en de jaarstukken legt het college verantwoording af over het financieel beheer en het beleid dat is gevoerd. In onderstaande figuur is de planningen controlcyclus weergegeven.
Voorjaarsnota 2025/Kadernota 2026 De voorjaarsnota 2025/kadernota 2026 is een belangrijk beleidsdocument voor de gemeente PijnackerNootdorp. Het document bestaat, net als vorig jaar, uit een deel voorjaarsnota en een deel kadernota, waarbij het onderdeel 'toekomstbestendige gemeentefinanciën' onderdeel uitmaakt van de kadernota. Dit biedt immers nadere duiding en invulling van de begroting 2026 en het meerjarenperspectief. De voorjaarsnota 2025 is een uitwerking van de uitvoeringsagenda 2022-2026 "Bouwen aan de toekomst". De voorjaarsnota leidt tot bijstelling van budgetten en investeringen en daarmee ook begrotingswijzigingen. Hiermee ontstaat een bijstelling op de primaire begroting 2025. Het accent ligt in de voorjaarsnota vrijwel uitsluitend op afwijkingen in het beleid en de mogelijke financiële effecten hiervan. De kadernota 2026 geeft een overzicht van de financiële kaders voor de komende jaren. De nota bevat onder meer de kaders die noodzakelijk zijn voor het opstellen van de begroting 2026. Evenals vorig jaar is ook voor het begrotingsjaar 2026 (en verder) een traject doorlopen in het kader van toekomstbestendige gemeentefinanciën (fase 2). Dit heeft te maken met de onverminderde onzekerheid met betrekking tot de meerjarige gemeentefinanciën. Waar "het ravijnjaar 2026" middels genomen, danwel voorgestelde,
3
maatregelen opgevangen lijkt te kunnen worden nemen de onzekerheden voor de daaropvolgende jaren vooralsnog niet af.
Uitwerking toekomstbestendige gemeentefinanciën fase 2 In verband met de grote onzekerheden gedurende het kadernotaproces, voornamelijk vanwege Rijksmaatregelen (denk hierbij bijvoorbeeld aan "komt er compensatie voor het ravijnjaar?", "worden er middelen vrijgemaakt op basis van het rapport van de commissie Van Ark?", "wordt het (nadeel)effect van de herverdeling van het gemeentefonds doorgevoerd en op welke wijze?"), heeft het college een viertal scenario's uitgewerkt (zie tabel hieronder). Van Scenario (1) waarbij met een zo beperkt mogelijke set met maatregelen het eerstvolgende begrotingsjaar (2026) sluit en een oplopend tekort wordt gepresenteerd tot Scenario (4) waarbij ook 2027 een sluitend begrotingssaldo laat zien en 2028/ 2029 met een overbrugbaar tekort, met inachtneming van de mogelijkheid tot het inzetten van de algemene reserve als dekking, cf. BBV-regel. X € 1.000
2027
2028
2029
Scenario 1 0
2026
-1.000
-4.000
-5.000
Scenario 2 0
0
-3.000
-4.000
Scenario 3 0
0
-2.000
-3.000
Scenario 4 0
0
-2.000
-2.000
Met het oog op de grote onzekerheden voor de lange termijn én de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 heeft het college scenario 2 laten uitwerken, waarbij toegewerkt is naar een sluitende begroting voor 2026 en 2027 en begrotingstekorten van maximaal € 3.000.000 voor 2028 en € 4.000.000 voor 2029. De uitwerking van de voorgestelde maatregelen en niet door te voeren maatregelen zijn uiteengezet in het onderdeel "toekomstbestendige gemeentefinanciën".
Samenvatting resultaten Onderstaand treft u een overzicht aan van de verwachte resultaatontwikkeling voor 2025 en de meerjarenbegroting 2026 en verder: Exploitatie x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029
Begroting '25/ NJN '24
1.615
-88
-927
-3.537
Effect septembercirculaire
-566
-667
-86
-41
-41
Effect decembercirculaire
134
199
339
481
481
-835
-1.670
-2.505
1.182
-555
-1.510
-4.767
-5.602
Effectuering herverdeling gemeentefonds Saldo vóór TBGF fase 2 Maatregelen TBGF fase 2
-3.537
1.062
1.528
1.568
1.578
1.182
507
19
-3.198
-4.024
Mutaties VJN/ KN
74
-383
75
-205
-388
Saldo KN 2026
1.256
124
94
-3.404
-4.411
Saldo ná TBGF fase 2
Indicatie impact voorjaarsnota Rijk en bijstelling rentepositie X € 1.000 Voorjaarsnota Rijk
2025
2026 700
Bijstelling rentepositie
2028
2029
2.500
1.000
1.000
900
900
900
900
700
1.600
1.600
100
100
-1.500
-2.000
-2.500
-3.000
-3.500
- demping ravijn - jeugd
2027
2.500
In de Voorjaarsnota van het Rijk zijn middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van demping van het ravijn én compensatie voor jeugd. De exacte bedragen volgen uit de meicirculaire en worden in de begroting (en najaarsnota) verwerkt. In het cijferbeeld bij de kadernota (en voorjaarsnota) is dit niet opgenomen. Bovenstaande tabel geeft een indicatie van de omvang van het bedrag dat naar verwachting het aandeel ten behoeve van de gemeente Pijnacker-Nootdorp zal zijn.
4
In de begroting 2025 is, op basis van inzichten over de afgelopen jaren, het renteresultaat aanzienlijk naar boven bijgesteld. Hierover is in de informatienota bij de begroting nadere informatie gegeven en is ook het risico benoemd: "De rentebaten schatkistbankieren zijn in de begroting 2025 ten opzichte van de Kadernota 2025 geactualiseerd naar de laatste inzichten. Als gevolg van een snel gestegen marktrente sinds september 2022 van 0% naar 3,66% eind 2e kwartaal 2024 en het positieve rekeningcourantsaldo schatkistbankieren kunnen de kort termijn renteopbrengsten worden verhoogd in de meerjarenraming. " "LET OP: de rentebaten zijn gemaximeerd. Oftewel bij teruglopen schatkistbankieren is direct sprake van een negatief rente-effect. Het is verstandig toekomstig bij (grote) besluiten/ projecten (zoals SCC, Klapwijk, grondaankopen) verminderde rentebaten als onderdeel van het besluit mee te nemen." Inmiddels is het beeld dat zowel het saldo schatkistbankieren als het rentepercentage aan het teruglopen is. Op basis van de huidige inzichten zijn de financiële gevolgen gekwantificeerd, zoals bovenstaand uiteengezet. Voor een deel, namelijk de rentestanden, is dit niet beïnvloedbaar. Voor een ander deel zijn deze gevolgen beïnvloedbaar, door het goed inrichten van de treasuryfunctie en de meerjarige financieringsstrategie te optimaliseren.
Het genereren van positieve kasstromen (zoals het verkopen van gronden), uitstel van investeringen, hogere rentestanden voor spaarrente of lagere leningrente kunnen een positief effect op deze prognose opleveren. Verdere daling van de rente (of stijging van de leningrente) of stijging van de uitgaven kunnen deze prognose nog negatief beïnvloeden. Bij gelijkblijvende omstandigheden dienen genoemde bedragen bij de najaarsnota en/ of begroting te worden verwerkt.
Onzekerheden en risico's De voornaamste onzekerheden en risico's voor de financiële positie van de gemeente zijn: • • • • • •
(Opschuiven) Ravijnjaar Herverdeeleffect OZB ruimte Aanbestedingen openbare ruimte Kosten(beheersing) Sociaal domein Renteontwikkeling/ treasuryfunctie
(Opschuiven) Ravijnjaar Met de voorjaarsnota van het Rijk zijn middelen beschikbaar gesteld voor het 'dempen van het ravijn'. Dit levert naar verwachting middelen op die bij de meicirculaire gekwantificeerd (kunnen) worden. Over de gevolgen hiervan, inclusief de bijstellingen van de indexeringen, wordt de Raad tussentijds geïnformeerd en deze worden bij de begroting verwerkt. Naar de huidige inzichten betekent de voorjaarsnota van het Rijk geen structurele demping maar een verschuiving van het ravijn van 2026 naar 2028.
Herverdeeleffect Middels de informatienota ‘Verdeelmodel gemeentefonds’ van 11 maart 2025 is de Raad geïnformeerd over het voornemen van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om per 1 januari 2027 een volgende stap te willen zetten met betrekking tot het ingroeipad van het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds. Het Rijk stelt voor met ingang van 2027 het ingroeipad met € 15 per inwoner verder door te voeren. In ons geval zou dat betekenen dat we in 2027 ruim €800.000,- minder uit het gemeentefonds ontvangen, oplopend tot €2,5 miljoen in 2029 en uiteindelijk €7,4 miljoen in 2035.
OZB-ruimte Ten opzichte van het (generieke) kortingspercentage waar het Rijk mee rekent op de algemene uitkering van het gemeentefonds voor de lokale belastingcapaciteit zijn de OZB-percentages bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp laag. Op totaalniveau is dit, op basis van de cijfers van 2025, meer dan 30% lager. In de begroting 2025 zijn de OZB-opbrengsten ca. € 12,5 miljoen, terwijl de opbrengst met toepassing van de generieke percentages ca. € 16,5 miljoen zou zijn.
5
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft aangekondigd de stijging van de OZB aan banden te willen leggen. Ook voor onze gemeente kan dit betekenen dat er beperkingen worden opgelegd.
Aanbestedingen openbare ruimte Meerdere overeenkomsten in in de openbare ruimte lopen af, waarbij de verwachting is dat nieuwe aanbestedingen op basis van het bestaande beleid door onder andere sterk stijgende prijzen de komende jaren leiden tot aanzienlijk oplopende (structurele) kosten per jaar. Middels de informatienota 1561056 Kostenontwikkeling beheer openbare ruimte, dd 13 mei 2025, is de Raad hierover geïnformeerd. Één van de eerste overeenkomsten die moet worden aanbesteed betreft straatreinigen. De verwachte meerkosten bedragen bij bestaand beleid ca. € 271.000 per jaar. Het college komt voor de begroting met een informatienota over de oplopende kosten in relatie tot de (beeld)kwaliteit.
Kosten(beheersing) Sociaal domein Binnen het Sociaal domein is in 2024 een zogenoemde 'nullijn' afgesproken. Dit houdt in dat budgettaire aanpassingen waarvoor geen specifieke dekking beschikbaar is, binnen de bestaande budgetten moeten worden opgevangen. Concreet betekent dit dat de budgetten in programma 7 zijn bevroren op het niveau van de najaarsnota 2023. Wel worden de gemeentebrede prijsindexatie en het areaal jaarlijks toegepast. Voor eventuele middelen uit het Gemeentefonds, die bedoeld zijn ter compensatie van toegenomen kosten van taken binnen het sociaal domein (drie decentralisaties) wordt naast allocatie binnen het Sociaal Domein een verdere integrale afweging gemaakt. Om binnen dit financiële kader te blijven, is het Interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025–2028 opgesteld. Dit plan is op 27 mei 2025 door uw Gemeenteraad vastgesteld. De verwachte besparingen uit dit plan zijn verwerkt in zowel de Voorjaarsnota 2025 als de Kadernota 2026. De budgetten binnen programma 7 zijn in lijn gebracht met de taakstelling zoals die is vastgesteld in het Interventieplan. De toereikendheid van deze budgetten hangt af van het succes van de voorgestelde maatregelen.
Renteontwikkeling/ treasuryfunctie Afgelopen jaren zijn de rentebaten (te) voorzichtig begroot. Dit gaf aanleiding voor een aanzienlijk bijstelling naar boven bij de begroting 2025 tot ca. € 3 miljoen. De realisatie van de rentebaten bedraagt over 2024 € 3,5 miljoen. Echter, de neerwaardse rente-ontwikkeling en het teruglopende saldo bij schatkistbankieren brengen substantiële financiële risico's met zich mee op zowel korte als lange(re) termijn. Bovenstaand, onder 'Indicatie impact voorjaarsnota Rijk en bijstelling rentepositie', is een indicatie gegeven van het financiële effect en de vervolgacties.
Financiële huishouding Gezien de hierboven genoemde onzekerheden en risico's is voorzichtigheid geboden. Zeker als het gaat om structurele en/of meerjarige besluiten is het niet altijd mogelijk bepaalde verplichtingen aan te gaan. Dit vraagt terughoudendheid bij keuzes met financiële gevolgen.
6
Eneco stelpost In het investeringsplan 2020-2025 is (afgerond) € 1,7 miljoen structurele begrotingsruimte ontstaan. Dit bedrag is gelabeld als stelpost ‘Eneco-gelden’. Deze middelen zijn conform onderstaande tabel ingezet. Met de reeds genomen besluiten waarbij dekking uit de stelpost Eneco-gelden is toegepast is deze stelpost per 2027 volledig ingezet. Let op: zoals reeds gecommuniceerd in de reactie(s) op het recente rekenkameronderzoek en de eerder verleende ambtelijke bijstand over dit onderwerp moet de stelpost Eneco-gelden niet worden verward met de inzet van de Eneco-middelen (onder andere ten behoeve van reserves afschrijvingslasten). Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029
Beschikbare stelpost Enecogelden
1.674
1.674
1.674
1.674
1.674
Uitwerking participatiebeleid
-250
-250
-250
-250
-250
Handhavingsuitvoeringsplan BOA 2023
-498
-498
-498
-498
-498
Verbreden sport- en cultuurfonds
-67
-67
-67
-67
-67
Intensivering toezicht en handhaving project emissieloze kas
-50
-50
-50
-50
-50
Integraal veiligheidsplan
-190
-190
-190
-190
-190
Ondersteuning Kinderburgemeester
-22
-22
-22
-22
-22
doorstroommakelaar
-60
-60
-60
-60
-60
-233
-537
-537
0
0
inzet:
alloceren SCC Herstelplan belangrijke functies en orgontwikeling
-265
-375
Ganzenbeheerplan
-41
-121
Versnelling verkeersveiligheid
-125
Gemeentebreed verkeersonderzoek
-35
Verkeersmaatregel Zijdeweg
-25
Jongerenontmoetingsplekken
-5
-10
Restant stelpost
41
31
-305
0
In het kader van toekomstbestendige gemeentefinanciën kunnen ook van een aantal van bovenstaande onderwerpen, die ten laste van de stelpost Enecogelden zijn gebracht, worden (her)overwogen.
Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een weergave van de voortgang van de lopende begroting, over 2025. De genomen collegebesluiten en enkele autonome ontwikkelingen zijn financieel verwerkt. In het onderdeel "Voortgang per programma" wordt per programma de voortgang van de onderwerpen uit de begroting toegelicht. Hoofdstuk 3 geeft het financieel kader voor bij de begroting 2026. Dit hoofdstuk, gecombineerd met hoofdstuk 4 (kadernota), hoofdstuk 5 (toekomstbestendige gemeentefinanciën) en hoofdstuk 6 (ontwikkeling vermogenspositie) bepalen het financieel kader welke verder wordt uitgewerkt bij de begroting 2026. In hoofdstuk 4 is, evenals de "Voortgang per programma" bij de voorjaarsnota, met het onderdeel "nieuw en gewijzigd beleid" een extra afwegingskader aan dit boekwerk toegevoegd. Hoofdstuk 6 geeft een weergave van de effecten op het vermogen van de verwerkte ontwikkelingen/ mutaties (dus exclusief hoofdstuk 5, toekomstbestendige gemeentefinanciën).
7
2. Voorjaarsnota - Financiële actualisatie 2025 Het lopende jaar 2025 is geactualiseerd op basis van de Jaarrekening 2024, college- en raadsbesluiten, de decembercirculaire gemeentefonds 2024 en overige financiële ontwikkelingen.
2.1. Voortgang 2025 en exploitatie De mutaties van de Voorjaarsnota 2025 bestaan uit de volgende categorieën: Bedragen x € 1.000 (-/- is nadelig)
2025
Saldo primaire Begroting 2025-2029 + aangenomen amendementen
1.615
Effecten septembercirculaire
-566
Saldo NJN
1.049
1. Actualisatie staat van activa met gevolgen JR24 en herziene investeringsplanning
970
2. Uitwerking collegebesluiten en Actualisatie budgetten (mutaties VJN)
-896
3. Gevolgen decembercirculaire
134
4. Afbouw suppletie herverdeeleffect AU
-
Saldo Voorjaarsnota 2025
1.256
Onderstaand wordt per categorie een toelichting gegeven op de mutaties.
1. Actualisatie staat van activa Van de investeringsplanning 2024 is een deel gedurende 2024 niet gerealiseerd hetgeen in 2025 leidt tot lagere kapitaallasten dan oorspronkelijk was begroot. Dit vormt daarmee een voordelig effect op het begrotingssaldo 2025. De afronding van de resterende investeringsbudgetten 2024 in 2025 levert in latere jaren uiteindelijk, naar verwachting, wel de oorspronkelijk geplande kapitaallasten op.
2. Uitwerking collegebesluiten, voortgang en actualisatie budgetten Onderstaand zijn de wijzigingen van budgetten als gevolg van verwerkte collegebesluiten en autonome ontwikkelingen weergegeven voor zover deze doorwerken in het begrotingssaldo. Bedragen x € 1.000 (-/- is nadelig)
2025
2) Verlenging deelname innovatiepact en prog.biobased Greenport
-60
3) Kleine verkeersmaatregelen
-75
8) Bestuursopdracht Omgevingsprogramma Leefkwaliteit
-25
8) Doorontwikkeling afvalbeleid beleidsadvies GFT en PMD
-52
9) Fractievergoeding bijstelling
-20
9) Rekenkameronderzoek bijstelling budget
-15
9) SAAS investeringen restant 2024 t.l.v. exploitatie
-458
9) Upgrade kantoorpand
-233
10) Dividend gewone aandelen Stedin 2024
73
10) Taxatiekosten verzekeringen 1x per 6 jaar
-30
Totaal Uitwerking collegebesluiten en Actualisatie budgetten
-896
Toelichtingen op de begrotingswijzigingen: 2) Verlenging deelname innovatiepact en prog.biobased Greenport Het college heeft besloten om deelname van de gemeente aan het innovatiepact van de Greenport WestHolland te verlengen voor de periode 2025-2030 onder het voorbehoud dat de gemeenteraad bij de vaststelling van de Voorjaarsnota hier ook mee instemt.
8
3) Diverse verkeersmaatregelen De mutaties uit programma 3, gemeentebreed verkeersonderzoek, kleine verkeersmaatregelen en verkeersmaatregel Zijdeweg, worden toegelicht bij de 'voortgang per programma'.
8) Bestuursopdracht Omgevingsprogramma Leefkwaliteit Voor het opstellen van het Omgevingsprogramma Leefkwaliteit zijn bij de Begroting 2025 incidentele middelen beschikbaar gesteld. Voor 2025 is hieraan een toevoeging van € 25.000 extra budget nodig om de planning (begin 2026) te halen. Hier staat een aframing (voordeel) van de in 2026 beschikbaar gestelde middelen tegenover van € 25.000.
8) Doorontwikkeling afvalbeleid beleidsadvies GFT en PMD Tegelijk met het voorstel om de notitie “Doorontwikkeling afvalbeleid, beleidsadvies GFT en PMD” vast te stellen is voorgesteld om de financiële gevolgen voor 2025 ten laste te brengen van het begrotingssaldo.
9) Fractievergoeding bijstelling De hoogte van de fractievergoeding is afgeleid van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Pijnacker-Nootdorp 2023. Het bestaande budget sloot hier niet op aan en is hierop aangepast.
9) Rekenkameronderzoek bijstelling budget Met deze mutatie is het budget voor rekenkameronderzoeken bijgesteld naar het vastgestelde bedrag van € 1,30 per inwoner.
9) SAAS investeringen restant 2024 t.l.v. exploitatie SAAS gerelateerde uitgaven die eerder ten laste van investeringsbudgetten zijn gebracht moeten conform de gewijzigde BBV regels voortaan rechtstreeks ten laste van de lopende exploitatie worden gebracht. De afkorting SAAS staat voor ‘software as a service’. Wanneer bepaalde applicaties/voorzieningen niet op de eigen server van de gemeente staan maar door gebruikers online benaderd moeten worden, kunnen deze niet tot de eigen activa van de gemeente worden gerekend. Tegenover deze extra lasten staan lagere kapitaallasten uit de investeringsplanning die per saldo over de meerjarenbegroting weglopen naar 0. Dus het nadeel in 2025 leidt tot een gelijk voordeel over de volgende jaren.
9) Upgrade kantoorpand In 2026 wordt de lange termijn huisvestingsvisie voor de gemeentelijke organisatie opgesteld. Op korte termijn wordt gestart met enkele noodzakelijke projecten, waarvan de organisatie direct profijt heeft. De komende jaren dient het gemeentekantoor werkbaar (schoon, heel, veilig en duurzaam) te worden en blijven. Daarvoor is een upgrade-programma ontwikkeld. Dit programma is erop gericht om het gemeentekantoor (Oranjeplein en Emmastraat) werkbaar te maken en te houden. Als dekking hiervoor wordt in 2025 € 233.000 ten laste van het begrotingssaldo gebracht. Daarnaast is voor deze projecten een onttrekking aan de bestemmingsreserve Bedrijfsvoering nodig van € 175.400.
10) Dividend gewone aandelen Stedin 2024 Naar aanleiding van het gecommuniceerde resultaat van Stedin over 2024 wordt het te ontvangen dividend van Stedin op de juiste hoogte gebracht.
10) Taxatiekosten verzekeringen één keer per zes jaar Voor de dekking van schade aan gebouwen via de brand/opstalverzekering, is het verplicht om eens in de zes jaar een taxatie van de gebouwen en inventaris (drie jaar) te laten plaatsvinden. In de huidige begrotignscyclus van de gemeente leidt dit tot een éénmalig nadeel.
9
3. Voortgang per programma Na de hiervoor gepresenteerde financiële ontwikkelingen over 2025 volgt hierna de inhoudelijke voortgang per programma. In de Begroting 2025 hebben we beschreven wat we gaan doen om de ambities te behalen. Veel van deze activiteiten lopen op schema en vragen dan ook geen nadere toelichting. De activiteiten waar wel bijzonderheden over te melden zijn, bijvoorbeeld omdat ze vertraagd zijn of er nieuwe inzichten zijn opgedaan, worden hieronder uitgelicht. Ook eventuele andere vermeldenswaardige ontwikkelingen in 2025 worden hier benoemd.
Programma 1: ruimte en wonen Behouden en ontwikkelen van een herkenbare en passende woon- en leefomgeving Het omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit heeft vertraging opgelopen. Door de beperkt beschikbare ambtelijke ambtelijke capaciteit is het proces getemporiseerd. De verwachting is dat het omgevingsprogramma in de eerste helft van 2026 kan worden vastgesteld.
Uitbreiden van de woningvoorraad De gebiedsvisie voor Oranjepark wordt in september 2025 aan de raad aangeboden. De extra tijd is nodig om de opbrengsten van de participatie goed te kunnen verwerken. De gebiedsvisie voor Dwarskade heeft eveneens een kleine vertraging opgelopen. Deze wordt eind 2025 aan de raad aangeboden. Aan de realisatie van flexwoningen aan de Molenweg wordt hard gewerkt. Verwacht wordt dat de overeenkomst in september kan worden afgerond. Er wordt niet verder gewerkt aan het opstellen van een uitvoeringsplan en locatie-onderzoek voor de opvang van asielzoekers in combinatie met flexwoningen. Dit is in lijn met het besluit van de gemeenteraad in december 2024.
Benutten van de woningvoorraad voor (lokale) doelgroepen Inmiddels is in de regio Haaglanden besloten dat er dit jaar niet gewerkt wordt aan een regionale woonvisie. Dat komt omdat er in de afgelopen jaren al op andere manieren regionale afspraken zijn gemaakt. Bijvoorbeeld in de vorm van de regionale realisatieafspraken, nieuwe woningmarktafspraken en de regionale realisatieagenda. Wel wordt er dit jaar in regionaal verband gewerkt aan een woonzorgvisie. Dit vormt het sluitstuk van het volkshuisvestelijk programma voor de regio. Een nieuwe regionale woonvisie is daarmee op dit moment ook niet nodig
Programma 2: economie en glastuinbouw Verduurzamen en vergroenen bedrijventerreinen Het onderzoek naar de smartgrid op bedrijvenpark de Boezem is afgerond. Vanwege netcongestie is een collectieve ‘Batterij’ niet mogelijk. Bedrijven zoeken nu naar individuele oplossingen. Het bestuur van de Boezem overweegt om een energiedashbord te ontwikkelen met data over de prestaties op de Boezem. Het bestuur op bedrijvenpark Heron onderzoekt na het realiseren van een Energiedashbord de mogelijkheid van een energiehub. In de tweede helft van 2025 wordt duidelijk of de nieuwe initiatieven op bedrijvenparken de Boezem en Heron een vervolg krijgen en hoe de gemeente daarin verder kan faciliteren.
Herstructurering en innovatie glastuinbouw Voor het gebiedsgerichte omgevingsprogramma wordt in de eerste helft van 2025 conform het amendement van de raad aanvullende kaders voor wonen in het glastuinbouwgebied aangeboden aan de raad. We verwachten in 2026 het omgevingsprogramma aan te kunnen bieden aan de raad.
Menging van meer functies in de centra In Pijnacker Centrum en Parade Nootdorp zijn samenwerkingsovereenkomsten getekend gericht op het stimuleren van bruisende vitale centra. In Parade Nootdorp is tevens een nieuwe overeenkomst gesloten in het kader van het Right To Challange.
Versterken economische vernieuwing De uitgezette ondernemerspeiling heeft te weinig respons opgeleverd waardoor er geen uitspraken of conclusies over de doelgroep gedaan kunnen worden. Ondanks de beperkingen van het onderzoek nemen we de input van de individuele ondernemers mee bij de ontwikkeling van het omgevingsprogramma aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat. Het omgevingsprogramma zal een hoofdfstuk evaluatie bevatten waar de ingevulde enquêtes uit de peiling worden verwerkt.
10
De gemeente participeert actief in regionale projecten van de MRDH op het gebied van economische vernieuwing. Het in de programmabegroting genoemde jaarverslag economie wordt niet meer opgesteld. In de jaarrekening 2025 worden de regionale inspanningen verantwoord.
Programma 3: mobiliteit Infrastructuur duurzaam veilig (her)inrichten en stimuleren verkeersveilig gedrag Zijdeweg Naar aanleiding van raadsvragen over ongevallen op de Zijdeweg heeft het college op 25 januari 2025 aan de raad toegezegd om onderzoek te doen naar mogelijke verkeersmaatregelen. Om de snelheid te remmen, kunnen 50 km/u drempels worden aangelegd vóór de kruispunten op het wegdeel waar 60 km/u geldt. Voor deze maatregel is € 50.000 nodig. We vragen hiervoor ook subsidie aan bij de MRDH. Bij toekenning hiervan, draagt de gemeente de helft van de kosten, zijnde € 25.000. Kleine verkeersmaatregelen In 2024 zijn veel (bewoners)meldingen over verkeersveiligheid behandeld. Daar waar aantoonbaar noodzakelijk, hebben we maatregelen getroffen zoals rond de Parade. Zonder aanvullend budget kunnen we vanaf het tweede kwartaal van 2025 geen urgente meldingen verkeersveiligheid oppakken. Op grond van de ervaring uit 2024 is voor dit jaar nog een bedrag van € 75.000 nodig. Structurele inzet wordt meegenomen bij de actualisatie van het beheerplan wegen. Onvoorziene onderzoeken De ervaring leert dat er naar aanleiding van ongevallen, persvragen, bewonersmeldingen etc. ad hoc extern onderzoek nodig is. Indien van toepassing wordt binnen bestaande middelen gezocht of geprioriteerd.
Stimuleren van duurzamere vormen van mobiliteit Bushaltes Hofweg, Katwijkerlaan en Floralaan De kosten voor de aanleg van bushaltes bij de Hofweg en Katwijkerlaan (in totaal € 285.000) worden door de MRDH gedragen. In het vervoerplan MRDH is afgesproken dat RET buslijn 174 (Rotterdam-Delft) vanaf 2026 over de definitieve route Floralaan gaat rijden. De huidige haltes voldoen niet aan de inrichtingseisen, waardoor de haltes niet gebruiksvriendelijk/toegankelijk voor de doelgroepen senioren en personen met een beperking. Wanneer de haltes niet worden verplaatst, halteert de bus hier niet meer. De dichtstbijzijnde halte bevindt zich op 500 meter afstand. De kosten hiervan bedragen € 90.000 komen voor rekening van de gemeente, omdat de MRDH de bestaande bushalte heeft gesubsidieerd. Plankaart laadpalen In het kader van de laadvisie en de aankomende concessie voor de plaatsing van laadpalen, is een plankaart met meer dan 500 nieuwe locaties opgesteld voor de periode 2026-2030. Deze locaties moeten worden vastgelegd in een verzamelverkeersbesluit. Voor het maken van dit besluit is juridische ondersteuning noodzakelijk. Hiervoor wordt binnen bestaande middelen gezocht of geprioriteerd.
Duurzaam en doelmatig beheren van de openbare ruimte Gemeentebreed verkeersonderzoek bij nieuwbouwontwikkelingen Begin 2025 is gestart met een quikscan naar eventueel noodzakelijke verkeersmaatregelen als gevolg van de verstedelijkingsopgaven. Na de quikscan is een verdiepend onderzoek nodig.
Programma 4: groen en recreatie Het uitvoeren van regulier beheer en onderhoud van groen, water, oeverse en speelvoorzieningen in de openbare ruimte Het areaal openbaar groen is in 2025 aanzienlijk gegroeid. Het gaat ondere andere om areaaluitbreiding van Keijzershof fase 7 en 8, Ackerswoude en Tuindershof, “de Kiem” Scheg, Het Gildehof, Klapwijkseweg
11
Centrumlijn Noord- en Zuid, Oude Klapwijkseweg en uitbreiding bedrijventerrein Heron en Boezem. Met deze areaaluitbreiding zijn ook de kosten van openbaar groen gestegen. Daarnaast zijn er in 2025 voor het beheer openbaar groen financiële tekorten door autonome kostenstijgingen. De tekorten in 2025 zijn eenmalig gedekt uit de voorziening groen. Hierdoor zullen we het renoveren van de Hoven niet uitvoeren. De realisatie van de recreatieve verbinding Groenzoom-Molenlaan is in 2024 gestart. De voorbelasting van de gronden is gereed. Voor de verdere realisatie zijn extra kosten berekend. Het voornemen is om deze extra kosten te dekken uit de reserve kwaliteitsverbetering Groenzoom.
Programma 5: onderwijs en kinderopvang Realiseren basisvoorzieningen in de eigen woon- en leefomgeving Het leerlingenaantal van de Tweemaster (onderdeel van Dalton kindcentrum Pijnacker) laat een niet eerder voorziene groei van het aantal leerlingen zien, die bovendien langer aanhoudt dan verwacht. Op basis van deze toename van het aantal leerlingen kan schoolbestuur Scholengroep Holland, volgens de Verordening onderwijshuisvesting, aanspraak maken op permanente uitbreiding. Het schoolbestuur heeft een aanvraag ingediend voor uitbreiding van het kindcentrum voor opname in het Programma onderwijshuisvesting 2026. Vooruitlopend op definitieve beoordeling van de aanvraag en om geen tijd verloren te laten gaan bereiden wij de uitbreiding voor. Wij zijn hierover in gesprek met schoolbestuur en -directie. De uitbreiding van het kindcentrum is gepland aansluitend aan de bestaande bouw. Om deze uitbreiding ruimtelijk gezien mogelijk te maken, is grond gereserveerd op de nog beschikbare kavel ten zuidoosten van het kindcentrum. De uitbreiding maakt woningbouwontwikkeling op deze kavel op korte termijn niet realistisch. De grond is in het eerste kwartaal van 2025 overgebracht van de grondexploitatie Ackerswoude naar de gemeentelijke exploitatie. We gaan ervan uit dat na realisatie van de uitbreiding een deel van de gereserveerde grond herbestemd kan worden voor woningbouw.
In afwachting van de uitbreiding en om de groei van het aantal leerlingen op te vangen wordt de school verwezen naar tijdelijke voorzieningen aan de Gantellaan.
Jaarverslag leerplicht-Doorstroompunt Ter uitvoering van de Leerplichtwet bieden we jaarlijks aan de raad het jaarverslag Leerplicht-RMC aan. Door personele krapte is het vorig jaar niet gelukt het jaarverslag op te stellen, om deze reden wordt er gerapporteerd over twee schooljaren. Het jaarverslag over de schooljaren 2022-2023 en 2023-2024 wordt gezamenlijk in het tweede kwartaal 2025 aangeboden aan de raad.
Programma 6: collectieve voorzieningen Investeren in voorzieningen voor sport en cultuur en faciliteren van sportieve en culturele activiteiten Het Technisch beheerplan gebouwen 2023-2026 is op onderdelen geactualiseerd. De financiele mutaties zijn budgettair neutraal verwerkt.
Programma 7: individuele voorzieningen We bieden laagdrempelige en doelmatige oplossingen voor jongeren, ouderen, gezinnen en inwoners in een kwetsbare positie Voorbereiding doordecentralisatie van beschermd wonen naar beschermd thuis; op Rijksniveau zien wij dat er een terugtrekkende beweging wordt gemaakt, als het gaat om de keus om de decentralisatie door te zetten. De VNG heeft ons geïnformeerd over de toenemende kans dat de uiteindelijke keus voor (door)decentralisatie van de baan zou kunnen zijn. Medio 2025 zullen wij dit, hoogstwaarschijnlijk, definitief weten. Dit zal gevolgen hebben als het gaat over de verdeling van de gelden en het woonplaatsbeginsel. De huidige afspraken vonden hun basis in het scenario dat het Rijk uiteindelijk de keus voor (door)decentralisatie zou maken.
We continueren de maatregelen om de kosten te beheersen en de kwaliteit te borgen We richten de informatievoorziening en de kwaliteit van de data in het sociaal domein dit jaar zo in, dat we een monitor sociaal domein opleveren die vergelijkbaar is met die van voorgaande jaren, met dit verschil dat het een verdieping kent met cijfers op kernniveau.
12
Programma 8: veiligheid en duurzaamheid We werken samen met inwoners, organisaties, ondernemers, brandweer en politie aan de veiligheid en leefbaarheid in onze wijken en buurten De evaluatie van het beleidskader Wijken die werken is is on hold gezet in afwachting van de uitkomst van gesprekken in het kader van de Toekomstbestendige gemeentefinancien.
Aandacht voor lucht-, water- en bodemkwaliteit Het omgevingsprogramma geluid (actieplan geluid) heeft vertraging opgelopen. Het verwerken van de zienswijzen heeft extra tijd gekost. Inmiddels heeft het college de nota van beantwoording zienswijzen vastsgesteld. De vaststeling van het actieplan zal in Q2 2025 plaatsvinden. In de begroting 2025 was het opstellen van een nieuw gemeentelijk rioleringsplan 2026-2029 opgenomen. Het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan is onder de Omgevingsplan niet langer wettelijk verplicht. Wij kiezen ervoor om het rioleringsplan op te nemen in het in 2026 op te stellen Omgevingprogramma Klimaatbestendige gemeente. De reden hiervoor is tweeledig. In de eerste plaats omdat de openbare ruimte en het riool samen een systeem vormen waarbinnen klimaatthema's als wateroverlast moeten worden aangepakt. Daarnaast is het hierdoor mogelijk om kosten voor klimaatadapatie deels onder te brengen in de rioolheffing. Om een basis te blijven houden voor de gemeentelijke rioolheffing zullen wij het huidige gemeentelijke rioleringplan inhoudelijk ongewijzigd vaststellen onder een andere naam (omgevingsprogramma Riolering) voor de periode tot het Omgevingsprogramma Klimaatbestendige gemeente.
Programma 9: bestuur en bedrijfsvoering De organisatiestructuur is per januari 2025 omgezet naar een domeinenstructuur, de topstructuur is bemenst. De nieuwe organisatievisie en bijbehorende kernwaarden en besturingsfilosofie worden samen met de prioriteiten uit ontwikkelen agenda vertaald in een meerjarig programmaplan. Het organisatieontwikkeltraject loopt en richt zich op drie doelen: • • •
Professionele dienstverlening aan inwoners en ondernemers Effectieve samenwerking tussen bestuur en organisatie Inspirerend leiderschap
Rondom deze doelen zijn zes thema’s benoemd, met daaraan gekoppeld tien concrete programmainspanningen. Centraal hierin staat het versterken van houding en gedrag: duidelijkheid in rollen, verantwoordelijkheid nemen, open communicatie en samenwerking vanuit vertrouwen. We gaan in 2025 en 2026 aan de slag met het verbeteren van onze dienstverlening (servicenormen), het professionaliseren van werkprocessen, het versterken van leiderschap en het opzetten van een leerinfrastructuur. We werken volgens een flexibele en lerende aanpak: korte cycli, focus op wat werkt en het benutten van bestaande dynamiek binnen de organisatie. Actieve communicatie en participatie zijn essentieel om draagvlak te behouden en te versterken. De voortgang wordt gemonitord via concrete resultaatgebieden. Organisatieontwikkeling vraagt tijd, toewijding en realisme. In het meerjarig programma zoeken wij naar balans in het voortvarend werken aan de doelen en wat de organisatie aan kan, gezien de krapte in bemensing en het tekort op de arbeidsmarkt waardoor vacatures soms langer openstaan. In het verlengde van het bij de Najaarsnota 2024 vastgestelde herstelplan cruciale functies is in het voorjaar van 2025 een hierop volgend plan opgesteld.
De gemeente Pijnacker-Nootdorp constateert dat het vervullen van vacatures en behoud van medewerkers in de huidige krappe arbeidsmarkt ertoe leidt dat de jaarlijks benodigde formatie niet ingevuld kan worden (bekend als “overschotten op de P-begroting”). Daarom is gekozen dit plan binnen bestaande personele middelen door te voeren. Dit vraagt om continue interne monitoring, waarbij (een deel van) de dotatie van het overschot op de P-begroting 2024 aan de reserve bedrijfsvoering beschikbaar is als eventueel (incidenteel) vangnet.
13
Balans doelen, mensen en middelen De realisatie van bestuurlijke opgaven en ambities kent een directe relatie met de beschikbare ambtelijke capaciteit (mensen) en financiële middelen. Om effectief te kunnen zijn en om realistisch te kunnen plannen is een goede balans tussen opgaven, mensen en middelen noodzakelijk. Opgaven en ambities zijn er in overvloed, de ambtelijke organisatie staat onder druk en financiële middelen worden schaarser. Op enkele dossiers heeft het college ervoor gekozen om de ambtelijke inzet te temporiseren dan wel in samenwerkingsdossier een meer volgende dan trekkende houding aan te nemen. Daarnaast stelt het college de gemeenteraad voor om: • •
• •
•
•
•
• •
14
a. In deze bestuursperiode nog twee financiële beleidsnota’s aan de gemeenteraad voor te leggen, namelijk de Visie op financieel beleid en de actualisatie van de Nota reserves en voorzieningen 2025; b. De evaluatie van het participatiebeleid uit te stellen naar 2027; Toelichting: Bij de vaststelling van het participatiebeleid (30 maart 2023, zaaknummer 1398735) is aangegeven om het vastgestelde participatiebeleid na twee jaar te evalueren. c. De looptijd van de Nota Verbonden Partijen 2022-2025 met twee jaar te verlengen; d. Het opheffen van geheimhouding tweejaarlijks aan de gemeenteraad voor te leggen; Toelichting: hiermee besluit de gemeenteraad het besluit van september 2011 over het jaarlijks opheffen van opgelegde geheimhoudingen te herzien. e. Een geactualiseerd Integraal huisvestingsplan kindcentra (IHPK) uiterlijk in 2028 aan gemeenteraad ter besluitvorming voor te leggen; Toelichting: Vanaf 1 januari 2026 treedt de wet ‘planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ in werking, waarmee gemeenten verplicht worden een Integraal Huisvestingsplan (IHP) op te stellen. Gemeenten moeten dit IHP uiterlijk binnen drie jaar na inwerkingtreding, dus vóór 1 januari 2029, hebben vastgesteld. Het IHPK is op 23 februari 2023 door de gemeenteraad voor het laatst vastgesteld en daarmee voldoende actueel. f. De uitvoering van de visie op het sociaal domein op onderdelen te temporiseren.
Toelichting: nog voor de behandeling ontvangt de gemeenteraad een informatienota over de onderdelen waarvoor deze temporisering voorgesteld wordt. g. De Nota Parkeernormen niet meer in 2025 aan de gemeenteraad ter vaststelling aan te bieden. Na de vaststelling van de Parkeervisie (gepland voor september 2025) zal eerst een nulmeting worden opgesteld. Daarna wordt gestart met de Nota Parkeernormen. h. In 2025 te starten met het omgevingsprogramma klimaatbestendige gemeente, maar dit niet eerder dan in 2026 vast te stellen. We zijn voornemens hier ook het gemeentelijk rioleringsplan in op te nemen. i. Het omgevingsprogramma Ruimtelijke kwaliteit te temporiseren. De nieuwe planning is dat het omgevingsprogramma in de eerste helft van 2026 kan worden vastgesteld.
2.2. Mutaties per programma Bedragen x € 1.000
2025 primair
mutaties
actueel
lasten Prog. 1 ruimte en wonen
-17.163
63
-17.100
Prog. 2 economie en glastuinbouw
-9.887
-60
-9.947
Prog. 3 mobiliteit
-8.100
90
-8.010
Prog. 4 groen en recreatie
-7.561
42
-7.519
Prog. 5 onderwijs en kinderopvang
-6.777
702
-6.075
Prog. 6 collectieve voorzieningen
-16.905
-402
-17.307
Prog. 7 individuele voorzieningen
-46.886
-2.532
-49.418
Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid
-23.509
-1.960
-25.469
Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering
-6.440
-141
-6.581
-143.228
-4.199
-147.427
subtotaal programma's Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen
-7.637
843
-6.794
overhead
-18.794
-2.246
-21.040
heffing VpB
-1.055
0
-1.055
-103
0
-103
resultaat voor bestemming
-170.817
-5.602
-176.419
dotaties reserves
-18.308
-9.667
-27.975
Totaal saldo van lasten inclusief dotaties reserves
-189.125
-15.269
-204.394
Prog. 1 ruimte en wonen
15.841
0
15.841
Prog. 2 economie en glastuinbouw
10.639
0
10.639
Prog. 3 mobiliteit
217
0
217
Prog. 4 groen en recreatie
349
0
349
Prog. 5 onderwijs en kinderopvang
1.252
188
1.440
Prog. 6 collectieve voorzieningen
2.309
782
3.091
Prog. 7 individuele voorzieningen
9.008
2.135
11.143
Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid
16.842
929
17.771
Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering
790
0
790
57.247
4.033
61.280
Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
111.451
-1.390
110.061
resultaat voor bestemming
168.698
2.643
171.341
onttrekkingen reserves
22.488
11.821
34.309
Totaal saldo van baten inclusief onttrekkingen reserves
191.186
14.463
205.649
2.061
-805
1.256
bedrag onvoorzien
baten
subtotaal programma's
BEGROTINGSSALDO NA BESTEMMING
Gezien de toelichting in dit hoofdstuk wordt in de afzonderlijke programma’s geen toelichting gegeven op de mutaties.
15
3. Bepalingen kaders bij begroting 2026-2029 Bij het opstellen van het meerjarenperspectief is het van belang om de diverse uitgangspunten te benoemen en vast te leggen. Deze uitgangspunten vormen de basis voor het meerjarenperspectief. In de kadernota (vanaf hier) zijn de volgende uitgangspunten voor de jaren 2026-2029 opgenomen. Aantallen per 1-1 Woningen Groei woningen * Inwoners
2026
2027
2028
2029
23.077
23.290
23.290
213
213
100
23.290 100
58.648
59.180
59.180
59.180
Groei inwoners
533
533
0
0
Areaaluitbreiding (t.o.v. voorgaande jaar)
0,9%
0,9%
0,9%
0,0%
* Bovenstaande groei is gebaseerd op een gemiddelde van de verkoopprognoses uit de geactualiseerde gemeentelijke grondexploitaties per 1 januari 2025 en particuliere initiatieven. 2028 100 en 2029 100: de planning van de projecten Oranjepark en Dwarskade ligt nog niet vast.
De verwachte areaaluitbreiding is gedaald van 1,2% naar 0,9% ten opzichte van de prognose bij de Kadernota 2025. Daarnaast wordt momenteel geen verdere uitbreiding verwacht na 2027. Bij het bepalen van de prijsindexaties op de budgetten wordt gebruik gemaakt van de informatie uit het Centraal Economisch Plan zoals dat jaarlijks door het CPB wordt gepubliceerd. Voor de gemeenschappelijke regelingen is de prijsindex uit de kaderbrief gemeenschappelijke regelingen begroting 2026 in de regio Haaglanden toegepast. Het percentage van 4,2% in 2026 voor Gemeentschappelijke regelingen betreft de reguliere indexering. Daar tegenover is in de kaderbrief Gr'en 2026 een taakstelling opgenomen van 6,2%. De gevolgen van deze taakstelling zijn terug te vinden bij de toekomstbestendige gemeentefinanciën. De door de GR'en vastgestelde en aan de gemeenten aangeboden begroting wordt verwerkt in de begroting 2026. De prijs- en areaalindexpercentages die worden voorgesteld voor de jaren 2026-2029: Prijsstijging t.o.v. het voorgaande jaar
2026
2027
2028
2029
Personeel gerelateerde budgetten
2,0%
5,1%
4,2%
4,5%
Goederen en diensten (uitgaven)
2,1%
2,2%
2,2%
2,3%
Gemeenschappelijke regelingen
4,2%
4,1%
3,5%
3,8%
Subsidies en sociaal domein
2,0%
4,1%
3,5%
3,8%
Goederen en diensten (inkomsten)
2,1%
2,2%
2,2%
2,3%
Areaalstijging t.o.v. het voorgaande jaar
2026
2027
2028
2029
Personeel gerelateerde budgetten
0,9%
0,9%
0,9%
0,0%
Goederen en diensten (uitgaven)
0,9%
0,9%
0,9%
0,0%
Gemeenschappelijke regelingen
0,9%
0,9%
0,9%
0,0%
Subsidies en sociaal domein
0,9%
0,9%
0,9%
0,0%
De Voorjaarsnota 2025 van het Rijk en de gevolgen ervan voor de inkomsten uit de meicirculaire gemeentefonds 2025 zijn niet opgenomen in bovengenoemde percentages voor prijsindex. Het ontbreken van deze informatie leidt ertoe dat de financiële gevolgen van de bovengenoemde percentages niet zijn uitgewerkt in de kadernota 2026. Indien de inhoud en de uitwerking van de meicirculaire hiertoe aanleiding geven worden de prijsindexpercentages hierop aangepast en worden de financiële gevolgen aan u voorgelegd in de besluitvorming naar de Programmabegroting 2026.
Overweging stelselwijziging indexeren Jaarlijks worden de budgetten in de begroting structureel bijgesteld aan de dan geldende verwachtingen voor prijsindexering die door het CPB zijn opgesteld. Het Rijk werkt ook met prijsindexering voor het gemeentefonds maar hanteert daarin een gemiddeld indexpercentage dat is opgebouwd uit een aantal verschillende indices. Dit wordt niet transparant toegelicht in de circulaires maar heeft wel als uitkomst dat er structureel te weinig wordt gecompenseerd voor de werkelijke prijsstijgingen. Om te voorkomen dat we onszelf mogelijk onnodig een te negatief meerjarenperspectief presenteren, is overwogen of het zinvol is om onze budgetten niet langer
16
meerjarig te indexeren maar jaarlijks slechts voor één jaar mee te laten groeien met de indexering zoals die in de meicirculaire wordt toegekend. In plaats van een jaarlijks structurele bijstelling van de bestaande stelpost voor indexering kan dan worden gewerkt met een jaarlijks incidentele toekenning voor het geheel van prijsindexering. De toepassing van een jaarlijkse incidentele prijsindexronde neemt op dat moment een zodanig groot beslag op de middelen die (mogelijk) vrijkomen uit de meicirculaire dat het onwenselijk is om onszelf hiervan afhankelijk te maken. Een alternatief hierop, slechts indexeren met de middelen die hiervoor worden beschikbaargesteld in de meicirculaire, is niet mogelijk omdat dit niet leidt tot een realistische begroting.
17
4. Kadernota - Financiële actualisatie meerjarenperspectief 4.1. De exploitatie in meerjarenperspectief 2026-2029 Bij deze kadernota worden kaders mee gegeven voor de begroting 2026. Voor een deel bestaan deze kaders uit financiële en cijfermatige kaders, voor een ander belangrijk deel bestaan deze kaders uit het maken van beleidskeuzes en het uitspreken van ambities welke bij de begroting dienen te worden uitgewerkt. In de kadernota geven we aan welke belangrijke plannen, projecten en/of beleidsontwikkelingen de komende jaren (2026-2029) worden verwacht. Ook staat er welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. De Kadernota bevat richtinggevende uitspraken van de gemeenteraad over welke plannen meegenomen moeten worden in de begroting. Daarmee vormt de Kadernota de basis voor de begroting van volgend jaar. De mutaties in de Kadernota 2026 bestaan uit de volgende categorieën: Bedragen x € 1.000 (-/- is nadelig) Saldo primaire Begroting 2024-2029 + aangenomen amendementen
2025
2026
2027
2028
1.615
-88
Effecten septembercirculaire
-566
-667
-86
-41
-41
Saldo NJN
1.049
-755
-1.013
-3.577
-3.577
1. Gevolgen van JR23 op kapitaallasten en de staat van activa
970
-190
222
-58
-241
2. Uitwerking collegebesluiten en Actualisatie budgetten
-896
-193
-147
-147
-147
3. Gevolgen decembercirculaire
134
199
339
481
481
-
-
-835
-1.670
-2.505
1.256
-939
-1.435
-4.972
-5.990
4. Afbouw suppletie herverdeeleffect AU Saldo kadernota 2026
-927
2029
-3.537
-3.537
Onderstaand wordt per categorie een toelichting gegeven op de mutaties.
1. Actualisatie staat van activa In de informatienota bij de begroting 2025 is aangekondigd een verbeterslag te willen maken in de investeringsplanning. Deze verbeterslag is tweeledig; • •
Een betere inschatting van de haalbaarheid van investeringen op korte termijn, Het rekening houden met nieuwe investeringen bij afloop van beheerplannen.
1.Haalbaarheid investeringen Om beter te kunnen sturen en rapporteren op de voortgang van de investeringsplanning is ook gekeken naar het clusteren van diverse investeringsbudgetten. Doordat de investeringsbudgetten per project en per jaarschijf werden opgenomen, terwijl over de looptijd van het (beheer)plan wordt gevoteerd, werd een groot aantal investeringen gepresenteerd. Dit heeft tot gevolg gehad dat veel 'naar voren en naar achteren' geschoven werd, wat het inzicht niet ten goede komt. 2. Nieuwe investeringen bij afloop beheerplannen De beheerplannen hebben een looptijd van vier jaar. De gebruikelijke werkwijze was om voor de looptijd van het plan investeringen op te nemen. Een financiële doorkijk voor de periodes ná het beheerplan werd slechts beperkt gegeven. In deze kadernota zijn de beheerplannen ‘doorgetrokken’. Hiervoor is in de
18
investeringsplanning een aantal investeringen opgenomen, zoals hieronder uiteengezet. In een aantal gevallen was eerder al dergelijk budget opgenomen, die zijn in mindering gebracht en in onderstaande tabel met een negatief bedrag gepresenteerd. Het betreft een raming op basis van de gemiddeld beschikbare middelen in de bestaande beheerplannen. Bij het opstellen van nieuwe beheerplannen worden de investeringen die binnen de looptijd van het plan vallen ingevuld en bijgesteld. Tevens wordt dan het jaarlijkse investeringsbudget 'over het beheerplan heen' opnieuw vastgesteld. Bedragen x € 1.000
2025 incl.restant 2024
2026
2027
2028
2029
707129 - BHP Wegen 22-25 Investeringsbudget nog toe te kennen
600
2.000
2.000
707613 - BHP OV Investeringsbudget nog toe te kennen
310
310
310
707612 - BHP CKW 23-26 Investeringsbudget nog toe te kennen
500
500
500
720567 - BHP Spelen investeringsbudget lange termijn
350
350
350
711517 - BHP Oevers investeringsbudget lange termijn
300
300 1.800
Beheerplan ICT
1.800
1.800
1.800
1.800
Correcties oude investeringsbudgetten
-2.481
-1.366
-1.748
-1.944
0
-681
434
1.812
3.316
5.260
In de bijlage zijn investeringsbudgetten samengevoegd waar mogelijk: hetzelfde soort activum, binnen hetzelfde (beheer)plan. Deze zijn terug te vinden in de bijlage voor de regels zonder investeringsnummer (dit betreft samengevoegde investeringen).
2. Uitwerking collegebesluiten en actualisatie budgetten Onderstaand zijn de wijzigingen van budgetten als gevolg van verwerkte collegebesluiten en autonome ontwikkelingen weergegeven voor zover deze doorwerken in het begrotingssaldo. Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029
Totaal mutaties voorjaarsnota
-896
3) Aanpassing pollerinstallaties
-
-13
-13
-13
4) Groenonderhoud Pijnacker-West
-
-170
-
-
-
4) Ganzenbeheer
-
-
-99
-99
-99
8) Bestuursopdracht Omgevingsprogramma Leefkwaliteit
-
25
-
-
-
9) Rekenkameronderzoek bijstelling budget
-
-15
-15
-15
-15
9) Fractievergoeding bijstelling Totaal
-13
-
-20
-20
-20
-20
-896
-193
-147
-147
-147
Toelichtingen op de begrotingswijzigingen: Voor een deel van de besluiten betreft het hier opgenomen bedrag de structurele gevolgen van de bij de voorjaarsnota opgenomen onderwerpen. De uitsluitend bij de kadernota opgenomen onderwerpen zijn de volgende:
3) Aanpassing pollerinstallaties Het college heeft besloten de pollers aan het Zonnehof en Windlusthof te verwijderen en in de winkelgebieden Ackershof en De Parade en op de Nieuwkoopseweg camerahandhaving in te stellen. Hierdoor kunnen investeringsbudgetten worden verlaagd wat leidt tot structureel lagere lasten voor de exploitatie.
4) Groenonderhoud Pijnacker-West Voor het groenonderhoud zijn de bestaande middelen ontoereikend. Voor 2025 wordt een beroep gedaan op de voorziening. Om de aanbesteding voor groenonderhoud op te starten zijn aanvullende middelen nodig voor de uitbreiding van Pijnacker-West.
4) Ganzenbeheer In het Ganzenbeheerplan is inzichtelijk gemaakt op welke wijze het beheer van de ganzen in de komende jaren kan worden uitgevoerd en welke structurele financiële gevolgen dat heeft. Voor het beschikbaar krijgen voor middelen voor nieuw beleid, moeten de kosten van het Ganzenbeheerplan worden afgewogen bij de Kadernota 2026.
19
3. Nieuw en gewijzigd beleid per programma Hieronder is beschreven welke belangrijke plannen, projecten en/of beleidsontwikkelingen per programma worden verwacht, inclusief de daarbij behorende financiele middelen. Onderdeel van dit overzicht vormen de plannen, projecten en/of beleidsontwikkelingen die reeds aan het college zijn voorgelegd, maar waarover nog een financieel besluit moet worden genomen.
Programma 1: ruimte en wonen Behouden en ontwikkelen van een herkenbare en passende woon- en leefomgeving Omgevingsvisie Momenteel wordt gewerkt aan een monitor van de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050. De uitkomsten van deze monitor in combinatie met een raads- of coalitieakkoord na de verkiezingen in maart 2026, kunnen leiden tot wens voor actualisatie van de omgevingsvisie. Afhankelijk van de omvang van de actualisatie zal in 2026 beoordeeld moeten worden welke incidentele middelen hiervoor nodig zijn. Ruimte voor ruimte Wij hebben van diverse ondernemers het verzoek gekregen om een nieuwe ronde ruimte voor ruimte te starten. Met ruimte voor ruimte kunnen ondernemers hun bedrijf financieel verantwoord beeindigen en ontstaat er ruimtelijke kwaliteitswinst. Een afname van de bebouwing en het op passende plekken terugbouwen van woningen leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Daarvoor maken we gebruik van de financiele middelen vanuit eerdere ronden. Bij de jaarrekening 2024 is voorgesteld hiervoor €540.000 te bestemmen in reserve ruimte voor ruimte.
Uitbreiden van de woningvoorraad Volkshuisvestelijk programma Het rijk werkt aan nieuwe wetgeving, waaronder de Wet Regie op de Volkshuisvesting. Hoewel deze wetgeving nog niet is afgerond, is het aannemelijk dat er een nieuw verplicht omgevingsprogramma wordt toegevoegd. Dit wordt het volkshuisvestelijk programma genoemd. Er zijn reeds middelen beschikbaar gesteld voor een omgevingsprogramma Wonen en Ontwikkeling. We onderzoeken in hoeverre beide samengevoegd kunnen worden en berichten u hierover zodra de wetgeving definitief is. Vermindering legesopbrengsten De woningproductie neemt de komende jaren naar verwachting af. Wijken als Ackerswoude en Keijzershof zijn bijna klaar en de transformatiegebieden zijn nog in voorbereiding. Dat heeft effect op de opbrengsten vanuit de leges. Immers wanneer er voor minder omgevingsvergunningen voor woningen worden aangevraagd, dan komen er ook minder leges binnen. Wanneer de gronden op de bedrijventerreinen uitgegeven zijn, komen ook voor bedrijfsgebouwen minder leges binnen. Daar staat tegenover dat er dan ook minder werkzaamheden uitgevoerd hoeven te worden. De gevolgen daarvan zullen de komende jaren inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de invoering van de Wet Kwaliteitsborging. Deze wet heeft namelijk ook effect op de werkzaamheden van de gemeente en de legesopbrengsten. Dit is een aandachtspunt voor de begroting 2026.
Strategische grondverwerving Diverse projecten bevinden zich in een voorbereidende fase (transformatiegebieden, Oranjepark). Hiervoor willen we grondposities innemen. De afgelopen jaren hebben we daarom actief, maar strategisch gronden gekocht. Wanneer en in welke vorm die kansen zich voordoen is vooraf niet te benoemen. Het is van belang dat we flexibel en wendbaar zijn zodat we kansen kunnen benutten. Uiteraard zullen voorstellen voor strategische grondverwerving voorzien zijn van een onderbouwing inclusief risicoanalyse. Er is op dit moment geen aanleiding voor het aanvullen van het bestaande verwervingsbudget.
20
Woonwagenlocaties In mei 2025 ligt het voorstel tot het vaststellen van het woonwagen- en standplaatsenbeleid ter besluitvorming bij de gemeenteraad. Onderdeel daarvan is het uitbreiden van het aantal woonwagens en standplaatsen. Momenteel wordt gewerkt aan een locatieonderzoek voor de Klapwijkseweg. Voor de herinrichting dan wel herontwikkeling van deze locatie zijn financiele middelen nodig. Aan de hand van het locatieonderzoek zal in 2025 een apart financieel voorstel aan de raad worden voorgelegd. Zo mogelijk wordt dit bij de begroting 2026 gedaan. De voorgenomen andere uitbreidingslocaties liggen in de transformatiegebieden Dwarskade en Overgauw. Voorstellen daarover worden tegelijkertijd met deze ontwikkelingen aangeboden.
Benutten van de woningvoorraad voor (lokale) doelgroepen Planning ‘t Hofland In 2027 loopt de overeenkomst tussen de gemeente en de eigenaar van ’t Hofland formeel af. Wellicht kan deze nog voor een beperkte tijd verlengd worden. Op het moment dat duidelijkheid is over de planning, zal een plan gemaakt worden voor de huidige bewoners en zal de raad geïnformeerd worden. Huisvesting statushouders Momenteel wordt er gewerkt aan het opstellen van een plan voor de huisvesting van statushouders omdat we als gemeente achterlopen op onze taakstelling. De raad is geinformeerd over de opgave en tegelijktijd gevraagdeen besluit te nemen over de manier waarop we de achterstand in kunnen lopen. De kosten en capaciteit zijn onderdeel van het besluit, waarbij eerst gekeken naar de bestaande budgetten. In programma 7 wordt nader ingegaan op de kosten voor inburgering.
Programma 2: economie en glastuinbouw Herstructurering en innovatie glastuinbouw Innovatiepact Greenport West-Holland Sinds 2018 nemen we deel aan het Innovatiepact Greenport West-Holland. Overheden, ondernemers, onderzoeksorganisaties en onderwijsinstellingen in de regio werken samen aan de ambitie om het meest toonaangevende internationale tuinbouwcluster ter wereld te blijven. Onze deelname loopt eind 2025 af. Het college heeft besloten de samenwerking te verlengen onder voorbehoud van positieve besluitvorming bij de Voorjaarsnota. Ambassadeursschap Gemeente voor Wageningen Universiteit Research De gemeente treedt al geruimte tijd op als ambassadeur voor het toegepast wetenschappelijk onderzoek voor innovatie in productie- en teelttechnieken in de glastuinbouw. Hiervoor is de gemeente toegetreden tot de zogenoaamde club van 100. In ruil daarvoor ontvang de gemeente diensten vanuit de WUR voor onderzoek, lezingen en projecten. Het college heeft besloten het ambassadeursschap te verlengen tot en met 2026. Kosten hiervoor bedragen € 15.000 per jaar. Financiering vindt plaats vanuit de huidge budgetten.
Meer mening van functies in de centra Samenwerking Pijnacker Centrum Gemeente, ondernemers en vastgoedeigenaren realiseren al meedere jaren gezamenlijk centrummanagement. De samenwerkingsovereenkomst verloopt eind 2025. Partijen verkennen de mogelijkheden om de samenwerking in 2026 te continueren. De financiering hiervan kan plaatsvinden binnen de huidige budgetten. Er wordt uitgegaan van een bijdrage van € 10.000.
Versterken economische vernieuwing Omgevingsprogramma Economisch Vestigingsklimaat Eind 2024 is gestart met het opstellen van het omgevingsprogramma Economisch Vestigingsklimaat. Hierin wordt al het economisch beleid voor de fysieke leefomgeving opgenomen. Conform de kaderstellende notitie
21
wordt in dit programma een nieuwe economische visie opgenomen. In 2026 wordt uitvoering gegeven aan maatregelen en activiteiten die bijdragen aan de ambities en doelen uit het omgevingsprogramma. De huidige budgetten zijn de financiele kaders voor dit nieuwe omgevingsprogramma.
Programma 3: mobiliteit Infrastructuur duurzaam veilig (her)inrichten en stimuleren verkeersveilig gedrag Actualisatie beheerplan Wegen In 2025 stellen we een nieuw beheerplan wegen op. Hierin verwerken we de mutaties in ons areaal en maken we inzichtelijk welke middelen we meerjarig nodig hebben om het onderhoud en beheer van ons wegareaal in stand te houden. In de periode tussen de voorjaarsnota en de behandeling van de begroting 2026 gaan we met u in gesprek over de beeldkwaliteit, het onderhoudsniveau en de ambities van onze weginfrastructuur in relatie tot de kosten. Bij het nieuwe beheerplan worden ook de volgende zaken waarvoor budget noodzakelijk is betrokken. • •
• •
Parkeerdrukmeting; De parkeervisie moet na vaststelling worden uitgewerkt in een parkeernota met beleidsregels en parkeernormen. Hiervoor is een nulmeting van de parkeersituatie gewenst. Verkeersonderzoeken en campagnes; Voor noodzakelijke datatools, educatie, verkeerstellingen, externe onderzoeken, verkennende ontwerpen en kostenramingen is budget noodzakelijk. Specifiek is budget nodig voor onderzoek naar de mogelijkheden van verbetering van de verkeersveiligheid op fietspad Vaantje, de schoolroute Kruisweg-de Poort en de Wilgenweg. Kleine verkeersmaatregelen; Er is budget noodzakelijk om alle urgente bewonersmeldingen voor de verkeersveiligheid op te lossen. Gemeentebreed verkeersonderzoek bij nieuwbouwontwikkelingen; Begin 2025 is gestart met een quikscan naar eventueel noodzakelijke verkeersmaatregelen als gevolg van de verstedelijkingsopgaven. Na de quikscan is een verdiepend onderzoek nodig.
Kade Katwijkerlaan De gemeenteraad heeft in de begroting 2025 € 7.000.000 beschikbaar gesteld voor de reconstructie van de Katwijkerlaan. Naar nu blijkt zijn er forse kosten gemoeid met de omleiding van R-netlijn 455. Over dit project en de financiële gevolgen wordt u separaat geïnformeerd. Reconstructie Nieuwkoopseweg Door graafwerkzaamheden is de asfaltconstructie aangetast. Hiervoor is een reconstructie van de weg noodzakelijk. Het aanbrengen van een beschoeiing wordt sterk aangeraden. Hiervoor wordt bij het beheerplan beschoeiingen in 2026 een voorstel aan u voorgelegd. Er wordt voorgesteld om de Emmastraat uit te stellen in verband met de beschikbare capaciteit en prioriteit. De onderhoudswerkzaamheden aan de riolering en bestrating laten dit toe en kunnen uitgesteld worden. We nemen deze werkzaamheden op in het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan. We stellen voor om de gereserveerde middelen van €900.000 voor de Emmastraat in te zetten voor de dekking van de Nieuwkoopseweg. Keringsopgave Hoogheemraadschap Delfland Het Hoogheemraadschap heeft een grote opgave om de kades binnen onze gemeente op te hogen. De ophogingen brengen kosten met zich mee voor de gemeente wanneer een weg op de kade aanwezig is. Per kade moet een kostenverdeling worden toegepast tussen het Hoogheemraadschap en de gemeente.