Beeldvormende vragen CDA - Gebiedsvisie Dwarskade (2)
Tekst van het document
Beeldvormende vragen CDA – Gebiedsvisie Dwarskade
Vragen over agendapunt 4a. Gebiedsvisie Dwarskade 1. In de Gebiedsvisie op pag. 27 staat dat de ‘Braslaan als enige ontsluitingsroute voor gemotoriseerd verkeer [geldt], overige delen van het gebied zijn autoluw of autovrij waaronder de parkzone en enkele straatjes die daarop aantakken.’ a. Klopt het dat deze ontsluitingsroute richting Delft/Den Haag onderdeel is van fase 2? b. Klopt het dat de ontsluitingsroute richting Pijnacker onderdeel is van fase 1? c. Kan het college aangeven of deze ontsluitingsroute valt onder het kopje ‘aanleg van zogenoemde gebied overstijgende activiteiten (voorheen bovenwijkse voorzieningen)’, zoals geduid op pag. 8 van de door de raad vastgestelde nota kostenverhaal? Zo ja, hoe wordt deze verhaald op de fasen 1, 2 en 3? d. In hoeverre wordt het financieel instrument ‘afdwingbare financiële bijdrage’ (bovenop eventueel verschuldigd kostenverhaal) toegepast op elk van de fasen? e. Dat de Braslaan als enige ontsluitingsroute voor gemotoriseerd verkeer fungeert, roept ook de vraag op of dit is afgestemd met de gemeente Den Haag, daar het hier Ypenburg betreft? Zo nee, waarom niet? f. ‘Het gebied [blijft] grotendeels autoluw […] auto’s worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst en parkeren wordt geclusterd georganiseerd’, zo valt te lezen op pag. 21 en 34. Hoe wordt geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen zijn? g.
‘Oplossingen als parkeergarages tot en met kleinere parkeerkoffers zijn passende mogelijkheden.’ Zijn deze oplossingen (financieel) haalbaar en reeds meegenomen in de berekeningen? In hoeverre wordt de rekening van deze parkeeroplossing afgewenteld op de toekomstig bewoners? 2. Klopt het dat het college alleen voorstelt om de grondexploitatie voor deelgebied 1 van het gebied Dwarskade te openen voor planvorming en overige kosten in 2026? 3. Klopt het eveneens dat het voor verwerven van de gronden in het plangebied niet per se noodzakelijk is om de grondexploitatie te openen? Dit getuige het feit dat het college voorstelt alleen de grondexploitatie voor deelgebied 1 van het gebied Dwarskade te
openen, terwijl ook in de andere fases (2 en 3) kosten worden gemaakt? 4. a. Uit de voorbeelduitwerking op pag. 38 lijkt het erop dat er qua hoogbouw vooral wordt gekozen voor fase 2, klopt dat? b. Hoe hoog wordt beoogd in elk van de fasen te bouwen (verdiepingen)? 5. Waarom heeft het college ervoor gekozen dit stuk nog net voor de verkiezingen naar de raad te sturen? Te meer vertraging in de doorlooptijd met één jaar vanwege de lage rente in de grondexploitatie en de kosten- en opbrengstenindex geen negatief effect oplevert. 6. Op pag. 4 van uw aanbiedingsnota valt te lezen dat ‘De grondexploitatie eindigt met een verwacht positief saldo.’ Welke scope hanteert het college? 7. Het college ‘[verwacht] medio 2027 [te] kunnen starten met de voorbereiding op de bouw van de eerste woningen.’ a. Wanneer de raad ervoor kiest om nu alleen de gebiedsvisie Dwarskade vast te stellen en de grondexploitatie later, in hoeverre zou er dan sprake zijn van vertraging? b. Valt er iets te zeggen over de vertraging bij het pas openen van de grondexploitatie wanneer er zicht is op positieve business cases voor alle fasen afzonderlijk en het plangebied als geheel? c. Indien er sprake is van vertraging, hoe lang zou die bedragen? 8. In de aanbiedingsnota wordt niet gesproken over de positie van de Provincie Zuid-Holland. a.
Is bekend hoe de provincie tegen voorliggende gebiedsvisie aankijkt? Dwarskade is eerder opgenomen als toekomstig woongebied door de provincie. b. Kan het college haar visie op het standpunt van de provincie met de gemeenteraad delen t.a.v. dat er in plangebied Dwarskade een goed functionerend en geautomatiseerd glastuinbouwbedrijf aanwezig is wat toekomstbestendig is, maar dat dit gebied wel is opgenomen als toekomstig woongebied terwijl dat voor Overgauw niet door de provincie is gedaan? Is daar ook sprake van een of meer goed functionerende en geautomatiseerde glastuinbouwbedrijven?
9. Op pag. 12 van de gebiedsvisie staat dat er sprake is van een molenbiotoop, ‘wat betekent dat voldoende vrije windvang en zichtbaarheid behouden moet blijven binnen een straal van 400 meter.’ Obstakels zoals bebouwing kunnen de windtoevoer hinderen, waardoor de molen niet goed kan draaien. a. Kan het college aangeven wat de ruimtelijke regels t.a.v. de molenbiotoop betekenen voor de woningen in het plangebied Dwarskade? b. In hoeverre is de vrijwaringszone (bouwregels) van toepassing en meegenomen in de planvorming? ‘Opgaande bebouwing (tot en met vijf woonlagen) en hoogteaccenten centraal in het gebied worden geconcentreerd.’ c. Uit de ruimtelijke principes en visuele weergave op pag. 29 kan niet worden afgeleid waar deze hoogteaccenten beoogd worden, eveneens wat de indeling qua bouwlagen en hoogtes zijn. Waar worden de hoogteaccenten gelegd en hoeveel bouwlagen worden beoogd bij een hoogteaccent? d. Hoe bindend is de tekening op pag. 29 voor de planvorming? 10. ‘In het Dwarskadegebied wordt een grote differentiatie aan woonproducten gerealiseerd, met bijzondere aandacht voor variatie en passende levensloopbestendige oplossingen voor oudere doelgroepen.’ a.
Waarom heeft het college gekozen geen specifieke locatie aan te wijzen voor realisatie van woonvormen voor oudere doelgroepen, zoals zij deed bij Overgauw, waarbij is aangegeven dat ‘het noordelijk deel een zeer geschikte woonplek voor senioren door de nabijheid van voorzieningen in het centrum van Pijnacker [is].’ b. Ziet het college mogelijkheden om in deelgebied 1, dichtbij het dorpscentrum, ook een gebied in te kleuren waar geclusterde woonvormen en hofjes gerealiseerd kunnen worden, zodat senioren prettig met elkaar in de eigen wijk en dichtbij voorzieningen kunnen wonen? 11. Kunt u elke van de bovenstaande vragen afzonderlijk beantwoorden?