CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen woonzorgvisie Pijnacker-Nootdorp

Raad Beeldvorming 28 september 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen3.502 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1458378

berichtnummer

1308456

aan

Raad

van

College

afschrift

---

datum

28 september 2023

onderwerp status

Beantwoording beeldvormende vragen woonzorgvisie Pijnacker-Nootdorp Informatief

Door de fracties van de VVD, CDA, PvdD, Trots, PPN en D66 zijn vragen gesteld over beeldvormende vragen woonzorgvisie Pijnacker-Nootdorp (agendapunt 4c). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 (VVD) De woonzorgvisie biedt ook nadrukkelijk ruimte voor particuliere initiatieven. Hoe worden initiatiefnemers hierin begeleid? Antwoord Wij hebben inderdaad in de woonzorgvisie opgenomen dat wij niet zelf actief op zoek gaan naar nieuwe locaties voor inwoners met een verstandelijke beperking, omdat we al relatief, inclusief buurtschap Craeyenburch te Nootdorp, veel aanbod hebben voor inwoners met een verstandelijke beperking . Ook al zien we een kleine toename in de vraag de komende jaren, we verwachten geen grote extra opgave. We staan positief tegenover initiatieven die interessant zijn voor onze inwoners. Op het moment dat er daarvoor een initiatief is, dan worden de initiatiefnemers op de gebruikelijke manier begeleid. Ze krijgen een vast aanspreekpunt en het initiatief wordt op zijn merites beoordeeld. De initiatiefnemers krijgen een gemotiveerd antwoord waarin wordt uitgelegd of en hoe medewerking kan worden verleend.

Vraag 2 (VVD) Hoe wordt de afweging gemaakt als een initiatief komt voor een kavel als er voor die kavel meerdere gegadigden zijn? Antwoord Wanneer het initiatief plaatsvindt op gronden die niet van de gemeente zijn, dan is het aan de grondeigenaar om te besluiten aan wie deze de gronden verkoopt. Als gemeente bepalen we via de publiekrechtelijke weg (meestal het bestemmingsplan) wat er mag worden gebouwd en hoe de gronden mogen worden gebruikt. Wanneer wij als gemeente zelf een perceel verkopen dan hebben we naast onze publiekrechtelijke verantwoordelijkheden ook een privaatrechtelijke rol. Het verkopen van gronden is, zeker na het Didam-arrest, gebonden aan verschillende eisen. Wij nemen deze in acht bij eventuele verkoop van grond. Vraag 3 (VVD) Er wordt in het plan een woonzorgmakelaar opgenomen. Wat zijn de ervaringen in andere gemeenten met een dergelijke makelaar en wat mogen wij verwachten van deze makelaar? Antwoord We gaan er bij deze beantwoording van uit dat het hier gaat om de doorstroommakelaar. De doorstroommakelaar begeleidt mogelijke woningzoekenden persoonlijk, zonder dat dit voelt als worden “weggejaagd”. De doorstroommakelaar kan eventuele knelpunten en zorgen wegnemen of helpen met praktische zaken zoals inschrijving bij Woonnet-Haaglanden en het inschrijven op een woning. Uiteindelijk verwachten we natuurlijk ook meer doorstroming.

pagina

1/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

De ervaringen in onze buurgemeenten Zoetermeer, Delft, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk zijn positief. Bij woningcorporatie Vidomes (actief in een aantal buurgemeenten) is deze makelaar al sinds 2011 succesvol in dienst. Uit de evaluatie van het RIGO in 2014 (ouderen over de drempel) komen hierover ook de eerste positieve resultaten. Inmiddels zijn we een aantal jaar verder en zijn er 5 doorstroommakelaars in dienst bij de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Delft en Zoetermeer en daar werkzame corporaties. Uit een recente evaluatie naar de toegevoegde waarde van deze makelaars bleek o.a. dat 79% van de verhuizingen zonder doorstroommakelaar niet tot stand waren gekomen. Uit de recente evaluatie blijkt dat er ook langere verhuisketens op gang kwamen en dat de achter te laten woning beter benut werd (gemiddelde huishoudengrootte steeg van 1,4 naar 4,0). Verder was de gemiddelde klantwaardering met een 9,2 heel positief. Het aantal verhuringen verschilt per gemeente. In Zoetermeer zijn er dit jaar al 57 verhuizingen tot stand gekomen, met potentie voor meer. Zoetermeer heeft zelfs het voornemen om een extra doorstroommakelaar aan te stellen.

In Leidschendam-Voorburg zijn er in de eerste helft van dit jaar 8 verhuizingen gerealiseerd Vraag 4 (CDA) Het CDA wil graag weten of de kosten voor voorzieningen/hulpmiddelen de komende jaren zijn meegenomen in meer jarenbegroting? Of er een prognose is op basis van het aantal groeiende ouderen en de vraag naar hulpmiddelen? Zijn deze kosten alleen voor de gemeente of ook voor andere overheden/organisaties? Antwoord Wij begroten op dit moment met behulp van de T-1 systematiek. Er wordt dus gekeken naar de uitgaven van het vorige jaar. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het groeiend aantal ouderen en de vraag naar hulpmiddelen. Voor thuiswonende mensen, met een beperking, zijn de kosten voor de gemeente. Vraag 5 (CDA) Daarnaast stelde (beantwoording beeldvormende vragen 8 mei) het College dat de grens is gelegd op 10.000 euro, dat daarna wordt gekeken naar verhuizing. Echter wat als dit niet mogelijk is, waar ligt dan de grens? Antwoord Voor zover een inwoner kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning, welke verhuizing kan leiden tot het in staat zijn van een normaal gebruik van de woning, zal het primaat verhuizen eerst beoordeeld worden om het gewenste resultaat te bereiken. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de verwachte kosten van het aanpassen van de woning hoger geraamd worden dan € 10.000.

Als verhuizen geen optie is gebleken, dan is er geen grens voor de kosten van Wmo voorzieningen. Dit is niet toegestaan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015. Wel worden woningaanpassingen en woonvoorzieningen vanaf € 50.000 altijd ter besluitvorming voorgelegd aan het college. Ook zoekt de Wmo consulent met de cliënt altijd naar de goedkoopst passende voorziening. Indien nodig kan de Wmo consulent hierbij extern advies vragen, bijvoorbeeld van een arts, makelaar of aannemer. Vraag 6 (PvdD) Welke aandacht is er en mogelijkheden zijn er om huisdieren mee te nemen naar een begeleid wonen project en woonzorggelegenheden voor ouderen? Antwoord De woningen, instellingen en verpleeghuizen zijn niet in eigendom van de gemeente. Wij gaan dan ook niet over de mogelijkheden voor huisdieren. Dat zijn de eigenaren van de gebouwen of de zorginstellingen die de zorg verlenen. Dit kan dus per locatie, eigenaar en zorgverlener verschillen. Zo zijn in de Weidevogelhof in Pijnacker (volgens de locatiebrochure van Pieter van Foreest, d.d. juni 2023) en ook in Veenhage in Nootdorp zijn huisdieren welkom. Ook op locaties Van Ipse de Bruggen zijn huisdieren welkom.

pagina

2/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 7 (PvdD) Als huis- en gezelschapsdieren worden ingezet bij de diverse woonvormen, op welke wijze wordt dan hun welzijn en huisvesting gewaarborgd? Antwoord Net als bij vraag zes geldt dat de gemeente hier niet over gaat. Blijvend bij het voorbeeld van de Weidevogelhof in Pijnacker, zien wij dat er nagedacht wordt over het welzijn van mens en dier. Zo wil de zorgverlener graag duidelijke afspraken maken met de bewoner en de mantelzorger over de verzorging van het huisdier. Voorwaarde daarbij is dat andere bewoners/medewerkers geen last (zoals geluidsoverlast of allergieën) ondervinden van de huisdieren. Vraag 8 (PvdD) Is er een samenwerking tussen de zorgaanbieder en de woningbouwcoöperatie en zo ja welke afspraken zijn hier gemaakt? Antwoord Op dit moment werken corporaties en zorgaanbieders op verschillende plekken samen. Denk aan de locaties Zonnedauw, Villa Casper en het Weidevogelhof. Rondom de uitstroming uit beschermd wonen is er tussen de corporaties gemeenten en zorgaanbieders een convenant getekend en zijn er jaarlijks ook een aantal overleggen hierover. Verder verwachten we dat met de uitvoering van de woonzorgvisie deze samenwerking toeneemt. Vraag 9 (PvdD) Welke mogelijkheden zijn er voor kangoeroewoningen (Of hoort dit niet bij de woonzorgvisie)? Antwoord Een kangoeroewoning is een heel specifieke vorm van wonen.

Meestal wordt daarmee een combinatie van twee zelfstandige woningen of wooneenheden onder één dak bedoeld. De woonruimtes hebben elk een aparte voordeur en hebben vaak ook een intern afsluitbare verbindingsdeur. De wooneenheden kunnen naast elkaar, maar ook boven elkaar gesitueerd zijn. Soms kan dat door het splitsen van een bestaande woning of door het realiseren van een dergelijke woning. In de woonzorgvisie gaan we niet specifiek in op dit type woning. Als gemeente hebben we al regels voor het splitsen van woningen, er zijn vergunningsvrije mogelijkheden voor het realiseren van mantelzorgwoningen en als één van de acties hebben we een onderzoek naar pré-mantelzorgwoningen opgenomen (zie pagina 38). Vraag 10 (PvdD) Op welke wijze wordt er aandacht besteed aan diversiteit (LHBTIQ+) in de diverse zorginstellingen Antwoord Als gemeente gaan we niet over het diversiteitsbeleid van de zorginstellingen of zorgverleners. Vraag 11 (PvdD) Gaat de voorkeur uit naar kleinschalige woonvormen voor de diverse doelgroepen? Kan dit nader worden toegelicht? Antwoord Dat kan niet in het algemeen, voor alle doelgroepen en voor alle locaties zo worden gesteld. We hebben in de woonzorgvisie zo nauwkeurig mogelijk aangegeven waarom en voor welke doelgroepen we de voorkeur hebben voor kleinschaligheid. Zo is dat soms het gevolg van een trend, zoals bijvoorbeeld in de jeugdhulp (pagina 18).

In andere gevallen is het juist ingegeven door de behoefte (pagina 19). Kleinschaligheid past vaak ook goed bij de ruimtelijke opbouw van onze gemeente en dorpse, groene kwaliteiten. Dat laat echter onverlet dat er ook grotere complexen kunnen worden gerealiseerd. Zo zijn de Weidevogelhof, Veenhage en Craeyenburch van een grotere omvang.

pagina

3/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 12 (PvdD) In de aanbiedingsnota staat: ‘De Woonzorgvisie is een uitwerking van de Woonvisie 2020-2030. De Woonvisie steunt op vier pijlers. Eén van deze pijlers is duurzaamheid. Daarmee heeft het een duidelijke plek gekregen in het woonbeleid voor de komende tien jaar.’ Op welke wijze wordt er in de woonzorgvisie inhoud gegeven aan duurzaamheid? Antwoord De kaders van de Woonvisie 2020-2030 gelden in principe ook voor de Woonzorgvisie. In de Woonvisie staat een aantal concrete ambities en doelstellingen benoemd rondom duurzaam wonen. Deze ambities richten zich op zowel de bestaande als nieuwe woningvoorraad en gelden onafhankelijk voor de mate van zorg die geleverd wordt in deze woningen. Denk bijvoorbeeld aan de doelstelling om alle corporatiewoningen naar energielabel B te krijgen. Dit geldt dan ook voor de woningen die een corporatie verhuurt aan een zorgpartij als Philadelphia of Pieter van Foreest. Of denk aan nieuwbouwprojecten waar we per project kijken hoe we maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit en klimaatbestendigheid kunnen toepassen. Vraag 13 (PvdD) Eén van de knelpunten bij doorstroom van ouderen naar een kleinere woning betreft de hoge financiële kosten. Op welke wijze kan een doorstroommakelaar dit knelpunt helpen oplossen? Antwoord Dat kan inderdaad een knelpunt zijn, maar is zeker niet de grootste.

De seniorenmakelaren in de regio (sinds 2011 actief) hebben een knelpuntenbudget om financiële drempels weg te nemen. Daar wordt verder niet actief over gecommuniceerd. In de praktijk wordt de knelpuntenpot niet vaak gebruikt en wanneer deze wordt ingezet, is dat meestal om 1 maand dubbele huur te overbruggen. De doorstroommakelaars ervaren dat financiële kosten niet zo vaak als gedacht een drempel zijn voor verhuizing. Belangrijker zijn emotionele overwegingen. Zoals het willen behouden van het eigen netwerk en omgeving. Mensen wonen er vaak al jaren en hebben een emotionele binding. Een ander belangrijk punt is het opzien tegen de verhuizing, weten wat er allemaal geregeld moet worden en het achterlaten van de woning in originele staat. Ook onbekendheid met het proces van een woning zoeken, niet weten ‘hoe het werkt’ is een veel voorkomend punt. Met de persoonlijke begeleiding willen we ervoor zorgen dat deze knelpunten waar mogelijk worden verminderd. Vraag 14 (Trots) In hoeverre zou bij het bouwen van woningen/appartementen met de specifieke woonwensen van deze groep de doorstroming kunnen bevorderen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een grotere woonkamer, groot balkon of kleine tuin, en twee ruime slaapkamers. Antwoord Zonder passend en gewenst aanbod ontstaat er geen doorstroming. Een goede buitenruimte en een tweede slaapkamer zijn daarbij inderdaad belangrijk.

Daar wordt bij nieuwbouw ook rekening mee gehouden. Casa Vita is een goed voorbeeld waarin dit lijkt te lukken. Vraag 15 (Trots) Komt deze voorrangsregel (zie pagina 11) boven op het percentage wat voor onze eigen inwoners is of gaat dit binnen dit percentage vallen? Antwoord De voorgestelde voorrangsregels voor senioren uit de eigen gemeente vallen dan inderdaad binnen het percentage dat we als gemeente hebben om lokaal toe te passen.

pagina

4/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 16 (Trots) Heeft het college overwogen om weer een bejaardentehuis te bouwen? Dit mede omdat de thuiszorg niet efficiënt geregeld is en daardoor duur (meerdere aanbieders komen meerdere keren per dag in dezelfde straat of flat). Antwoord Het college heeft dat niet overwogen. Gemeenten bouwen zelf geen woningen en ook geen bejaardentehuizen. Wel willen we op een andere manier zorgen dat er meer woonvormen komen die vallen tussen intramurale woningen en zelfstandige woningen. Deze acties staan beschreven op pagina 40, “Onze inzet voor 2030”. Vraag 17 (Trots) Wie zijn de cliënten met recht op Housing First? Antwoord De inwoners die onder de doelgroep voor Housing First vallen, zijn mensen die langdurig en/of herhaaldelijk dakloos zijn en meervoudige problemen hebben. Deze groep heeft veel hulp nodig om uit dakloosheid te komen en te blijven. Het gaat om woningzoekende waarvoor het standaard proces tot nu toe niet heeft gewerkt. In het normale proces komt men eerst in de maatschappelijke opvang terecht en moet men stabiliteit op het gebied van o.a. psychische problemen, middelengebruik en financiën aantonen, waarna men uitstroomt richting een zelfstandige woning. In dit geval wordt het omgedraaid en start men eerst met een woning, waarna de brede begeleiding direct kan starten. Uitgangspunt bij deze doelgroep is dat de herkomst van deze mensen Pijnacker-Nootdorp is.

Vraag 18 (Trots) Kan er bijvoorbeeld van afgeweken worden ten aanzien van het gebruik van een lift bij 4 etages wanneer er een seniorencomplex gebouwd wordt op een inbreilocatie, waar maar een twee laags gebouw past? Antwoord In het Bouwbesluit zijn de eisen aan de toegankelijkheid van (onder andere) woongebouwen beschreven. Deze hebben te maken met gebruiksoppervlaktes en de hoogte van een gebouw. Uiteraard is het mogelijk om ook in lagere gebouwen een lift te realiseren. Dit maakt de realisatie van het gebouw wel veel duurder. Vraag 19 (Trots) Trots deelt deze mening (pagina 38 over de voorzieningen in een viertal wijken), maar hoe denkt het college dit qua beschikbare ruimte aan te pakken? Antwoord Het toevoegen van voorzieningen in bestaande wijken is zeker niet makkelijk. Onze wijken zijn efficiënt gebouwd en er is nauwelijks vrije ruimte. Wanneer er zich kansen voordoen in of in de directe nabijheid van een wijk dan willen we ons inzetten voor het verbeteren van het voorzieningenniveau. Denk aan inbreidings- en/of transformatielocaties nabij de wijken. Vraag 19 (PPN) Wordt er bij geclusterd wonen ook nagedacht over het combineren van meerdere doelgroepen? Antwoord Van geclusterd wonen is sprake wanneer minimaal vijf zelfstandige wooneenheden met een gemeenschappelijke ruimte ruimtelijk zijn geclusterde.

De wijze van clustering kan in een woning, complex, of binnen de wijk plaatsvinden. Het idee hiervan is o.a. dat mensen met dezelfde zorgvraag bij elkaar wonen, zodat de zorg daarmee efficiënter kan worden gegeven. Het combineren van

pagina

5/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

doelgroepen binnen deze clustering is daarbij onlogisch. Maar een clustering kan natuurlijk wel onderdeel zijn van een groter woon(zorg)complex. Vraag 20 (PPN) Doorstroommakelaar: a. Wat zijn de ervaringen en concrete resultaten in omliggende gemeenten? b. Gaat digitaal werken bij ouderen? Vraagt dit niet meer inzet (om mensen te bewegen te verhuizen uit hun omgeving)? Antwoord a. Zie antwoord vraag 3 b. Ouderen worden steeds handiger met de computer en willen en kunnen vaak ook zelf de regie houden. Voor die doelgroep is minder hulp nodig van de seniorenmakelaar. Maar hoewel ouderen steeds digitaler worden, vraagt dit inderdaad ook om een persoonlijke aanpak (zie ook antwoord vraag 1). Daarom zien we de digitale doorstroommakelaar als aanvulling op de “fysieke” doorstroommakelaar. Vraag 21 (PPN) Dementie: welke woonvormen zouden moeten worden ingericht -tussenvorm thuis/verpleeghuis om aan de stijgende vraag te voldoen? Antwoord In de woonzorgvisie staan diverse maatregelen die erop gericht zijn om inwoners met dementie zo prettig mogelijk te laten wonen. Dat varieert van het maken van afspraken met de woningcorporaties om kennis over en betrokkenheid bij inwoners met dementie te vergroten tot samenwerking tussen de doorstroommakelaar, het team Wmo en de casemanager dementie wanneer sprake is van inwoners met (beginnende) dementie.

Ook hebben we de dementievriendelijke woning en buurt opgenomen ter inspiratie. In de zorgpiramide op pagina 11 staan de stappen tussen een leven zonder zorg en zorg met verblijf aangegeven. Vraag 22 (PPN) Is een toegenomen zelfredzaamheid reëel gezien de demografische ontwikkeling (minder mantelzorgers)? Zijn er meer woonvormen dan zelfstandig blijven of verpleeghuisplekken denkbaar, om een tussenvorm van zorg te kunnen bieden? Antwoord De keuze dat senioren zo lang mogelijk zelfstandig moeten blijven wonen is op landelijk niveau gemaakt. Een indicatie voor een verpleeghuis wordt niet zomaar gegeven en een ouderwets bejaardenhuis bestaat eigenlijk niet meer. Daar bovenop is het uitgangspunt van het huidige demissionaire kabinet dat er geen verpleeghuizen meer bijkomen. Uiteraard zijn landelijke trends aan verandering onderhevig en kan dit standpunt wellicht genuanceerd worden na de verkiezingen. Onze woonzorgvisie houdt rekening met deze trends en gaat dan ook in op nieuwe woonvormen, zoals geclusterd wonen. Dat zijn minimaal vijf ruimtelijk geclusterde zelfstandige wooneenheden met een gemeenschappelijke ruimte. De wijze van clustering kan in een woning, complex, of in de wijk plaatsvinden. Voorwaarde is dat er sprake is van een eigen keuken, douche en toilet en dat de vertrekken afsluitbaar zijn. Dit kan worden gezien als een tussenvorm of nieuwe woonvorm.

Vraag 23 (PPN) Hoe gaan we technologische ontwikkeling inzetten ihkv zelf thuis blijven wonen? Antwoord Langer zelfstandig wonen is dankzij domotica makkelijker en betaalbaarder geworden. Denk aan automatische gordijnen, met 1 knop de lichten uit doen of een pasje in plaats van een sleutel. Een deel van onze inwoners kan dit goed zelf regelen. Belangrijk daarbij is een goede WIFI verbinding. Voor

pagina

6/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

nieuwbouw wordt dit meegenomen in de criteria rondom levensloopbestendig bouwen. Maar dit is ook een actiepunt bij de inventarisatie om per complex te benoemen wat er nodig is om deze geschikt(er) te maken voor geclusterd wonen. Verder worden verschillende hulpmiddelen vergoed vanuit WLZ, ZvW of de Wmo. Met name zorgaanbieders volgen deze technologische ontwikkelingen op de voet. Vraag 24 (PPN) Past het woningaanbod bij de zorgvraag? Antwoord Nee, op dit moment sluit onze woningvoorraad (inclusief intramurale plekken) niet voldoende aan bij de (toekomstige) zorgvraag. Dat is één van de aanleidingen om deze woonzorgvisie nu te maken. Om vraag en aanbod beter bij elkaar te brengen ziet u in de woonzorgvisie per pijler dan ook inzet. Voorbeelden daarvan zijn: a. Het beter benutten van onze bestaande voorraad (pagina 20) b. Het realiseren van 100 permanente (zelfstandige en onzelfstandig) 1-2 kamer woningen naar 2030 toe. Waarvan er minimaal 30 woningen worden gereserveerd voor jongeren uit de jeugdhulp (pagina 20); c. Het in overleg met de DWO-regio toevoegen van minimaal 8 gespikkelde of geclusterde (kleinschalige) woonvoorzieningen voor de doelgroep Beschermd Thuis (pagina 25). Vraag 25 (PPN) Wat is reactie vd zorgaanbieders op dit concept? Antwoord Het ontwerp van de woonzorgvisie is in samenwerking met onder andere zorgaanbieders tot stand gekomen.

Van Pieter van Foreest tot Jeugdformaat en van Careyn tot Wmo Maatwerk. De inbreng van alle partijen hebben we meegenomen in het ontwerp. Het vroeg mee kunnen denken werd gewaardeerd evenals de conceptteksten. We hebben alle partijen die mee hebben gedacht en gewerkt voorafgaande aan het ontwerp geattendeerd op de terinzagelegging. Buiten Alzheimer Nederland heeft geen van de zorgaanbieders aanleiding gezien om een zienswijze in te dienen. Vraag 26 (D66) Waarom is gekozen om pas na drie jaar de resultaten van de doorstroommakelaar te evalueren en niet jaarlijks? Antwoord Voor een echte evaluatie is 1 jaar eigenlijk te kort. Met name het realiseren van concrete doorstroming is natuurlijk relevant. Uit de ervaring bij andere gemeenten blijkt dat het vaak gaat om een wat langer proces. Het begint namelijk vaak met een oriënterend gesprek aan de koffietafel. Daarna gaat men er nog eens over nadenken en over praten met vrienden en familie. Soms duurt het dan nog een aantal jaren voor men daadwerkelijk de stap durft/wil maken. Bovendien is het zo dat wanneer we de doorstroomketen (verhuisketen) in beeld wilt brengen, ook daar (veel) tijd overheen. Bij te snel evalueren, heb je die ketens (volledige resultaat) nog niet in beeld. Binnen 1 jaar evalueren is daarom eigenlijk een te korte periode.

We monitoren de resultaten van de doorstroommakelaar wel jaarlijks in de structurele overleggen rondom de prestatieafspraken. Denk daarbij aan monitoren van het aantal individuele gesprekken, het aantal gerealiseerde verhuizingen, inzicht in de gebruikte instrumenten. Vraag 27 (D66) Welke communicatiestrategie zal worden gebruikt om de doorstroommakelaar onder de aandacht van de inwoners, die hulp nodig hebben met het vinden van een passende woning, te brengen?

pagina

7/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Na een positief besluit van uw raad werken we een communicatiestrategie uit. Daarbij maken we gebruik van ervaringen uit de regio. Denkt u bijvoorbeeld aan: - Flyeren onder seniore huurders uit een grote woning; - Informeren stakeholders als de woningcorporaties, zorg en welzijnsinstellingen en huisartsenpraktijken. Belangrijk is dat mensen die contact met huurders de doorstroommakelaar kennen, het werk van de doorstroommakelaar begrijpen en de doorstroommakelaar weten te vinden. Daarmee kunnen zij ook mensen doorverwijzen als zij voor de hulp in aanmerking komen; - Publicatie in de Telstar/Eendracht; - Informatie op Woonnet-Haaglanden uitbreiden met info over Pijnacker-Nootdorp.

pagina

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13233642/1