Beantwoording aanvullende beeldvormende vragen Progressief PN en TROTS - Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Energie
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1578449
berichtnummer
1431956
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
7 april 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over raadsvragen n.a.v. beeldvormende vergadering kaderstellende notitie omgevingspro Informatief
Beste leden van de raad, Tijdens de beeldvormende vergadering van 3 april 2025 over de kaderstellende notitie omgevingsprogramma Energie (agendapunt 6c) zijn aanvullende vragen gesteld. Hieronder treft u de beantwoording aan. Door de fractie van PPN is de volgende vraag gesteld. Vraag 1 Kan het college verduidelijken waarom windenergie niet is toegestaan volgens de omgevingsvisie? Antwoord In de omgevingsvisie is wind niet opgenomen als duurzame hernieuwbare energiebron. Wat mogelijk is aan duurzame bronnen is opgenomen in hoofdstuk 4.1, daar wordt alleen gesproken over zonneenergie, bodemenergie, geothermie, restwarmte, biovergisting en import van energie. Hier wordt dus niet aangeven dat wind binnen de gemeente mogelijk is. Wind wordt in hoofdstuk 1.1 genoemd als uitsluiting om te plaatsen binnen de groene contour. Dit houdt niet in dat wind elders dan wel toegestaan is. In hoofdstuk 8.1 van het participatieverslag van de omgevingsvisie wordt dit ondersteund en verder toegelicht in de antwoorden op de zienswijzen. Door de fractie Trots is de volgende vraag gesteld. Vraag 1 Kan het college uitleggen waarom een termijn van 8 jaar als redelijk wordt gezien om het aardgas af te sluiten in een wijk? Antwoord De termijn van 8 jaar komt uit de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW).
De WGIW geeft gemeenten de bevoegdheden om haar regierol in de energietransitie te kunnen nemen. In de Wet staat de aanwijsbevoegdheid opgenomen. De aanwijsbevoegdheid kan door gemeenten onder voorwaarden worden ingezet om een gebied aan te wijzen dat op een bepaalde datum van het aardgas wordt afgesloten. Zo moet participatie hebben plaatsgevonden, moet er een duurzaam alternatief voor aardgas geboden worden en moet er een redelijk termijn worden geboden tussen het moment van aanwijzen en het daadwerkelijk overgaan op de duurzame warmtebron. De richtlijn hiervoor is 8 jaar. De termijn wordt opgenomen in het omgevingsplan.
pagina
1/1