CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeelsvorming 21.5.2026.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 18 juni 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag 21 mei 20268.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 21 mei (aanvang 21.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw T.C. van Es, voorzitter; Mevrouw L. Rozendaal-Mampaey (PVV), mevrouw N.J. Matena (PVV), mevrouw S.J.A. Verdoorn-De Lang (VVD), de heer J. Kwakernaat (VVD), de heer D. Hedayati Sohani (VVD), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), de heer J. Mulder (CDA), mevrouw M. Minasian (CDA), mevrouw C.W. Libert-Boogaard (PRO), mevrouw D. van Gerven (PRO), de heer N. van Heteren (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer K. Leenhouts (SGP), de heer L. van Houtert (50Plus), de heer E. den Boef (CU), de heer M. Verhoeven (CU), de heer X. Janssen (PAB) en mevrouw A. van Gent (PAB). De heer R. Butter, inspreker agendapunt 7; Mevrouw H. Kanninga, inspreker agendapunt 7; Mevrouw B. Kanninga, inspreker agendapunt 7; De heer N. Braam, inspreker agendapunt 7; Mevrouw M. Bram, inspreker agendapunt 7. De heren J.L. van Erk en A.J. Kosten, portefeuillehouders. Mevrouw C. Madern, griffier; Jeanine Nieuwstraten, notulist. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vaststellen verslagen 12 en 26 februari 2026. De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. De heer VERHOEVEN stelt de onderstaande vragen inzake het onderzoek minimabeleid:

1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

Heeft het college kennisgenomen van het onderzoek “Verkenning gemeentelijk minimabeleid” van onder andere KWIZ, Nibud, Sociaal en Cultureel Planbureau en de Hogeschool van Amsterdam? • Zo ja, in hoeverre is het college bereid om het huidige minimabeleid van Papendrecht naar aanleiding van dit onderzoek tegen het licht te houden en waar nodig aan te passen? • Zo nee, is het college bereid om alsnog kennis te nemen van dit onderzoek en vervolgens aan te geven in hoeverre het aanleiding ziet om het huidige minimabeleid te beoordelen op effectiviteit? Wethouder VAN ERK zegt dat het college kennis heeft genomen van het onderzoek Verkenning gemeentelijk minimabeleid. De uitkomsten sluiten grotendeels aan bij het huidige minimabeleid in Papendrecht. Belangrijke punten uit het onderzoek, zoals goede vindbaarheid van regelingen, samenwerking, eenvoud in uitvoering en preventie, zijn al opgenomen in het vernieuwde uitvoeringsplan armoede. Het college ziet het onderzoek vooral als bevestiging dat de juiste koers wordt gevolgd. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat het beleid niet af is: de uitvoering wordt blijvend gemonitord en geëvalueerd. Indien nodig worden aanpassingen doorgevoerd op basis van nieuwe inzichten.

Op dit moment ziet het college geen aanleiding om het minimabeleid fundamenteel te wijzigen, maar het onderzoek helpt om de uitvoering scherp te houden en waar nodig bij te sturen. De heer MULDER stelt vragen over de sluiting van de dependance van de Willem de Zwijger in Hardinxveld-Giessendam per 1 september 2026, als gevolg van een daling van het leerlingenaantal van 260 naar 160. Hij vraagt hoeveel van deze circa 160 leerlingen naar verwachting zullen instromen op de locatie in Papendrecht. Daarnaast wil hij weten of het Willem de Zwijger College in Papendrecht in staat is deze leerlingen volledig en zonder problemen op te vangen, zowel qua huisvesting, onderwijsvoorzieningen als personele capaciteit, mede in relatie tot de geplande nieuwbouw. Wethouder KOSTEN geeft aan dat OZHW de gemeente goed heeft geïnformeerd over het proces rond de sluiting van de locatie van de Willem de Zwijger in Hardinxveld-Giessendam. Inmiddels is voor alle leerlingen een nieuwe plek gevonden. Een deel van de leerlingen zal overstappen naar de locatie in Papendrecht, terwijl andere leerlingen voor alternatieven kiezen. Voor de langere termijn wordt verwacht dat het aantal leerlingen uit Hardinxveld dat richting Papendrecht komt, zal afnemen en meer georiënteerd zal zijn op Gorinchem. Daardoor zal de impact op de geplande nieuwbouw van de VOscholen in Papendrecht beperkt zijn. 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

Er zijn verder geen vragen. 06.

Ingekomen stukken. -

07.

Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. Er zijn 5 insprekers: de heer Ron Butter over het participatie- en communicatieproces. Mevrouw Hennie Canninga over de overlast gevende haagbeuken. Mevrouw Bianca Canninga over de parkeerdruk. De heer John Prins over het hofje van de Haagbeukhof. En mevrouw Magda Bram over externe invloeden. De heer BUTTER: Ik ga toch gelijk even de trend zetten voordat ik ga beginnen. Want ik wil toch de mensen die daar zitten bedanken voor hun komst. En het geeft wel tevens aan hoe het leeft in onze wijk. Dus daar wilde ik even mee beginnen. Ik heb gelijk de trend gezet. Geachte voorzitter, leden van de raad, dank u wel dat ik hier vandaag mag spreken. De afgelopen maanden zijn we overspoeld met beloftes over echte participatie en beter luisteren. Vandaag is het aan u om te laten zien dat die woorden ook daadwerkelijk iets betekenen. Ik spreek namens de bewoners van de Haagbeukhof, bewoners die zich niet gehoord voelen. Ik woon zelf al 43 jaar in deze mooie straat, onze straat is dan ook ons thuis. Een plek waar mensen samenleven, herinneringen opbouwen en hun kinderen zien opgroeien. Wij hebben netjes onze bezwaren ingediend tegen het voorlopige ontwerp. Maar omdat het om een voorlopig ontwerp gaat, werden die bezwaren niet inhoudelijk behandeld. En juist dat voelt vreemd.

Want wanneer kunnen bewoners dan wel echt invloed uitoefenen? Dus mijn vraag aan u is, hebben wij voor niets aan de gesprekstafels gezeten? Of was participatie niet meer bedoeld als meedenken of slecht als informeren? Wij willen geen participatie voor de vorm. Wij willen een proces waarin bewoners serieus worden meegenomen en waarin zichtbaar is wat er met onze inbreng gebeurt. Uit de beantwoording van de artikel 40 vragen blijkt dat de gemeente vooral inzet op bijeenkomsten, een projectmagazine en online tekeningen. Veel bewoners konden die informatie nauwelijks volgen of hebben die simpelweg nooit ontvangen. Oudere en minder mobiele bewoners zijn hierdoor deels buitengesloten geraakt. Wat ons vooral raakt is de houding die wij soms ervaren. Alsof bewoners lastig zijn zodra zij zorgen uiten over parkeerdruk, verkeersveiligheid of leefbaarheid. Maar dat zijn geen kleine details. Dat zijn dagelijkse realiteiten van mensen die hier wonen. Tijdens een bewonersbijeenkomst werd gesproken over een mentaliteitsprobleem. Dat voelde pijnlijk en onterecht. Er werd gesuggereerd dat bewoners elkaar moeten aanspreken op parkeer -en hufter gedrag. Dit zijn in onze ogen bredere maatschappelijke vraagstukken die niet alleen in onze wijk plaatsvinden, maar eigenlijk durf ik zelfs te zeggen, wereldwijd.

Tegenwoordig als je een ruzie hebt, dan mag je nog blij zijn dat je een knal voor je hoofd krijgt in plaats van een mes tussen je ribben. Dus ja, ik vond het op dat 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

moment niet eerlijk om dat bij de burgers neer te leggen. Ik heb vanuit mijn werk als BOA bovendien gezien hoe snel conflicten tussen burgers onderling kunnen escaleren, wanneer verantwoordelijkheden bij de burgers worden neergelegd. Daarnaast ervaren bewoners dat vragen en klachten steeds minder als serieuze signalen worden behandeld, terwijl ondertussen keuzes worden gemaakt die nadelig uitpakken voor de leefbaarheid in de wijk. En laten we eerlijk zijn, de bijeenkomsten hebben weinig vertrouwen gewekt. Informatie was vaak tegenstrijdig of onduidelijk en al snel ontstond het gevoel dat er nauwelijks iets aangepast geworden. Dan vragen bewoners zich terecht af, wordt hier echt gekeken naar de leefbaarheid van de mensen die hier wonen. Nogmaals, ik heb als BOA gezien dat herinrichtingen zonder draagvlak meer spanningen in de wijken veroorzaken. Daarom is het zo belangrijk dat bewoners serieus worden genomen voordat besluiten vaststaan. Wat daarnaast ontbreekt is duidelijkheid. Bewoners horen dat de gemeente in overleg blijft. Maar hoe, waar en wanneer blijft volstrekt onduidelijk. Suggesties die tijdens de bijeenkomsten zijn gedaan lijken in het proces te verdwijnen. Dat vergroot het gevoel dat participatie een formaliteit is geworden. Daarom stel ik u vandaag een simpele maar belangrijke vraag.

Hoe kunt u instemmen met een proces waarbij bewoners pas na de besluitvorming kunnen zien wat er met hun zorg is gedaan als de machine zal in de straat staan? Want op dit moment voelen veel bewoners zich buitenspel gezet. Bij het voorlopige ontwerp konden wij formeel weinig en straks bij het definitieve ontwerp is het te laat. Daarom vragen wij u nu formeel druk op de pauzeknop. Neem een tussenstap. Geef bewoners inzicht in wat er met hun inbreng gebeurt en ga opnieuw het gesprek met ze aan. Niet alleen op papier, maar daadwerkelijk in de straat. Maak hierover duidelijke afspraken met ons als bewoners. Kom kijken, loop met bewoners mee, zie wat wij dagelijks zien. Want dit gaat niet alleen over stenen, parkeerplaatsen of groen. Dit gaat over vertrouwen, over leefbaarheid en over ons thuis. Dank u wel. De heer MULDER geeft aan behoefte te hebben aan meer technische achtergrondinformatie om de situatie goed te kunnen beoordelen, omdat hij zich op basis van de huidige informatie nog geen volledig beeld kan vormen. De VOORZITTER stelt voor om eventuele aanvullende vragen kort aan het college te richten. Indien er behoefte is aan uitgebreidere informatie, kan overwogen worden het onderwerp op een later moment opnieuw te agenderen. Volgens haar kan de informatiebehoefte beter worden beoordeeld nadat alle insprekers aan het woord zijn geweest.

De heer LEENHOUTS merkt op dat de antwoorden op de artikel 40 vragen deels antwoord kunnen zijn op de vragen van de heer Mulder. Deze geven een klein beetje achtergrond van de casus. Mevrouw KANNINGA: Geachte voorzitter, leden van de raad. Ik spreek namens de bewoners van de Haagbeukhof, mensen die hier wonen, leven en dagelijks afhankelijk zijn van een 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

veilige en leefbare woonomgeving. En juist die leefbaarheid staat al lange tijd onder druk. In de beantwoording van de artikel 40-vragen lezen wij dat overlast beperkt zou zijn en onlosmakelijk aan bomen. Maar wat betekent beperkt als bewoners maandenlang hun parkeerplekken niet normaal kunnen gebruiken of opdraaien voor de overlast van die bomen? Van april tot en met september zijn auto's continu bedekt met hars en vogelpoep. Niet een beetje, maar zodanig de schade ontstaat. Vallende takken spelen hierin ook een grote rol. Gebruik van de parkeerplaatsen wordt feitelijk onmogelijk gemaakt. Als dit als normaal wordt bestempeld, dan vragen wij ons af waar de grens ligt. Ook lezen wij dat de meldingen beperkt zijn. Maar het aantal meldingen zegt niet alles. Bewoners hebben herhaaldelijk aangegeven dat dit probleem al jaren speelt. Bovendien registreert een melding een probleem, maar lost het niet op. Het uitblijven van een structurele oplossing betekent niet dat het probleem er niet is. Het betekent dat bewoners ermee blijven zitten. Verder wordt gesteld dat maatregelen worden meegenomen bij de herinrichting van de straat. Maar de problemen zijn er nu. Ze spelen al jaren en ze keren elk seizoen terug. Het vooruit schuiven van oplossingen betekent in de praktijk dat bewoners blijven betalen in tijd, in geld en in woongenot, terwijl de oorzaak al bekend is.

Daarnaast is er een veiligheidsaspect dat in de beantwoording nauwelijks wordt meegewogen. Tijdens het broedseizoen vertonen kraaien en eksters agressief gedrag. Bewoners moeten bukken, ontlopen, omlopen om zich te beschermen. Voor kinderen en ouderen is dit geen detail. Dit is een situatie waarin je je letterlijk niet vrij voelt om je eigen straat normaal te gebruiken. Ook wordt er weinig aandacht besteed aan schade door boomwortels, wortels die rioleringen en huisaansluitingen binnendringen. De kosten en de gevolgen liggen bij bewoners, terwijl de oorzaak in de openbare ruimte ligt. De stelling van de gemeente als antwoord op de artikel 40 vragen, dat de nieuwe rioolstelsel op toekomstige schade door boomwortels voorkomt, is technisch en biologisch onjuist en een gewaagde uitspraak. Bij bestaande bomen leidt wortelschade juist tot extra wortelgroei richting vochtbronnen, zoals rioleringen en huisaansluitingen. Hierdoor blijft het risico op ingroei en schade bestaan, ongeacht de technische staat of leeftijd van de rioolstelsel. Tevens brengen de werkzaamheden een reële risico met zich mee wat kan leiden tot verlies van dragende wortels en aantasting van stabiliteit. Voorzitter, wat hier speelt is geen incidentele overlast. Het is structureel, voorspelbaar en langdurig. En juist daarom vraagt dit om een evenwichtige afweging.

Wij begrijpen het belang van groen, maar het kan niet zo zijn dat dat belang structureel zwaarder blijft wegen dan veiligheid, bruikbaarheid en leefbaarheid voor bewoners. De aankomende herinrichting biedt een kans, maar ook een verantwoordelijkheid. Niet om het probleem door te schuiven, maar om het daadwerkelijk op te lossen. Daarom vragen wij u om een gerichte, proportionele maatregel. Verwijder de bomen die aantoonbaar structurele overlast en schade veroorzaken en vervang 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

deze door soorten die beter passen in de woonstraat. Het nu vervangen van de bomen is een fractie van de kosten vergeleken met over een paar jaar een herinrichting, omdat de situatie dan onhoudbaar is geworden. Zorg dat groen weer een bijdrage levert aan de leefomgeving, in plaats van deze te beperken. Wij vragen geen luxe, wij vragen leefbaarheid, waar bewoners centraal staan in de afweging. Dank u wel. Mevrouw VERDOORN vraagt of in het voorlopig ontwerp is aangegeven dat overlast gevende bomen niet zouden worden verwijderd, en waarom dit ook niet in het definitieve plan is opgenomen. Mevrouw KANNINGA geeft aan dat bewoners in de Haagbeukhof overlast ervaren van bomen, onder meer door hars en pulp die gladheid veroorzaken op straat en door wortelgroei die riolering beschadigt. Hoewel bewoners hebben gepleit voor het vervangen van (bij voorkeur alle) bomen, zijn in het huidige plan slechts enkele bomen (3 à 4) aangewezen om te worden verwijderd. Volgens haar blijft de overlast daarmee bestaan. De VOORZITTER verduidelijkt dat niet is toegezegd dat alle overlast gevende bomen verwijderd zouden worden. Mevrouw KANNINGA bevestigt dat dit inderdaad niet het geval is. Mevrouw HOEKSTRA vraagt om hoeveel bomen het gaat, waarop mevrouw KANNINGA aangeeft dat het bij de parkeerplaats langs de woningen om ca. 15 bomen gaat, waarvan er slechts 3 à 4 zijn aangewezen om te worden verwijderd.

De parkeerplaatsen staan direct onder de bomen, wat leidt tot overlast zoals hars, pulp en vogelpoep, waardoor auto’s beschadigen en plekken worden vermeden. Bewoners zoeken daardoor parkeerplaatsen zonder bomen, maar volgens haar wordt het onderliggende probleem hiermee niet opgelost. Mevrouw Bianca KANNINGA: Voorzitter, leden van de Raad. Wij staan hier vandaag om de aandacht te vragen voor de parkeerdruk in de Haagbeukhof. Dit is geen toekomstig risico, maar een probleem dat er nu al is en dat door de huidige plannen zichtbaar verder zal toenemen. De helft van de straat valt onder project 1 van de herinrichting. De parkeerplaatsen staan al lange tijd structureel onder druk. Door aanhoudende overlast van bomen is een groot deel van de parkeerplaatsen feitelijk onbruikbaar, waardoor bewoners nu al uitwijken naar de rest van de wijk. Toch baseert de gemeente zich op een parkeermeting uit juni 2025. Een meting die de werkelijkheid maskeert omdat bewoners die plekken in die maanden juist mijden. De echte situatie op straat is dus vele malen nijpender dan de cijfers toen blijken. Bij de woningen in Haagbeukhof 201 tot 225 verdwijnt door de nieuwe stoep de parkeergelegenheid voor eigen erf. Hoe lost de gemeente dit op? Nu ligt er een ontwerp waarin het aantal parkeerplaatsen nog verder wordt verminderd. Uit de beantwoording van de artikel 40-vragen van de SGP op 26 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

februari blijkt hoe de gemeente dit denkt op te vangen. U rekent simpelweg op de parkeervoorzieningen op eigen terrein, de zogenaamde POET-plekken (parkeren op eigen terrein). Op papier ziet dat er keurig uit, maar in de praktijk is dat een juridisch en sociaal zwart gat. De gemeente erkent zelf dat een deel van de bewoners deze plekken niet gebruiken. Toch telt u deze plekken volledig mee in uw parkeerbalans om het ontwerp op papier passend te krijgen. U gaat eraan voorbij dat die opritten vaak nodig zijn voor de vrije doorgang van ouderen, of kinderen met een beperking. U kunt bewoners niet verplichten hun oprit te gebruiken. Handhaven wordt onmogelijk en juridisch gezien is het geen vrijbrief. Maar u haalt ondertussen wel de openbare plekken weg. Hiermee verschuift u de verantwoordelijkheid volledig naar de burger. De openbare parkeerdruk wordt hiermee niet opgelost, maar verplaatst naar de bewoners. Wij moeten straks op straat de discussie voeren met onze buren over wie waar parkeert. Mensen met een beperking moeten zich straks verantwoorden, waarom zij hun terrein niet als parkeerplek gebruiken. Zelfstandige mobiliteit is volgens het VN-verdrag een mensenrecht, geen gunst. Dit is geen beleid. Dit is spanningen in de wijk bewust op laten lopen. De gemeente wijst op alternatieven voor de auto, maar schrapt buslijnen in de wijk.

Voorzitter, we hangen als bewoners in een spagaat. Op ons ene scherm lezen we dat de biodiversiteit op particulier terrein gestimuleerd wordt. Op ons andere scherm lezen we dat we tegels moeten laten liggen om de auto op eigen terrein te passen. Dit gaat ten koste van geloofwaardig beleid. Dit roept bij ons de belangrijke vraag op: hoe moeten wij deze herinrichting eigenlijk zien? Het heeft er namelijk alle schijn van dat deze herinrichting een methode is om de parkeerdruk niet op te lossen, maar als prikkel te gebruiken om autobezit te ontmoedigen met een vriendelijk duwtje naar de gewenste keuze. Oftewel het mobiliteitsplan 2035, waar voetganger en fietser de prioriteit krijgen. Wat wij in de praktijk gaan zien, is dat de parkeerdruk juist de voetganger en kinderen in gevaar brengt door blokkades op stoepen en verminderd zicht. Wij zien als bewoners een mooi voorwoord in het magazine over herinrichting met de woorden: “Naast het vernieuwen van de riolering, investeren we tegelijkertijd met een bovengrondse herinrichting. Dit doen we met oog voor vergroening, duurzaamheid en leefbaarheid voor bewoners”. Wij ervaren een grote kloof tussen de mooie woorden in het magazine en de praktijk op straat.

Voorzitter, is deze herinrichting voor het welzijn en leefbaarheid van de bewoners? Of is dit een manier om de wijk te dwingen in een visie die niet bij de dagelijkse realiteit past? Wij, bewoners, hebben ook een droom. Thuiskomen na een lange werkdag en zonder stress de auto wegzetten. Onze vraag aan u is simpel: wat gaat u doen? Gaat u oprecht voor de leefbaarheid en functionaliteit voor de bewoners en durft u daar ook voor te gaan? Of kiest u voor deze verkapte vorm van ontmoediging, waarbij u de parkeerproblemen simpelweg oplost door ze bij de burger over de schutting te 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

gooien? De bewoners van de Haagbeukhof kiezen voor leefbaarheid en functionaliteit, waar bewoners centraal staan. Wat kiest u? Dank u wel. De heer John Prins is niet in staat om vanavond het woord te voeren en wordt vervangen door de heer Niels BRAAM. Geachte voorzitter, leden van de raad. Namens de bewoners van de hofjes naast nummer 181 en tussen 199 en 225 spreek ik u vandaag tot u. Wij staan hier niet als stedenbouwkundigen, maar als mensen die zich grote zorgen maken over de plek die wij thuis noemen. Wij voelen ons kwetsbaar en onzeker door het theoretische plan dat nu voor ligt en we willen u vriendelijk maar toch dringend vragen om de huidige structuur te behouden en niet te kiezen voor een theoretisch plan. 1. De angst voor het verlies van veiligheid. Al ruim 40 jaar vormen onze hofjes met nagenoeg alleen bestemmingsverkeer een veilige haven. Een plek waar we de weg delen als buren en vrienden. Dit verblijfsgebied waar we wonen en spelen valt onder de 30 km per uur zone van de straat, maar met het Shared Space-principe. Een omschrijving hiervan is terug te vinden in de bijgeleverde stukken die u straks zal ontvangen. Volgens het handboek Verkeersveiligheid en het CROW moet het voertuig een onderschikkende rol spelen in het verkeer van ons verblijfsgebied.

Het Shared Space-principe zorgt ervoor dat onze kwetsbare verkeersdeelnemers veiliger hun plek in het verkeer kunnen eisen en hierdoor zullen voertuigen zich onderschikken in het verkeer. Door het toevoegen van de voetpaden in de nieuwe situatie krijgen de voertuigen juist meer ruimte. Dus vervalt hun onderschikkende rol. Dit is geen verbetering van de verkeersveiligheid. De reden hiervoor is dat het zicht op de kwetsbare verkeersdeelnemers minder wordt met de ligging van de nieuwe voetpaden. Hierdoor zijn kinderen minder goed te zien. Daarnaast zorgen de aangrenzende parkeerplekken aan dit voetpad voor hinder aan de mensen met een rolstoel of een rollator, doordat er vaak voertuigen parkeren met overhangende carrosserieën en trekhaken. Daarnaast zijn onze hofjes slechts 80 meter lang. Dit is te weinig ruimte om de 30 kilometer per uur überhaupt te halen, behalve als je de Formule 1 wagen van Max Verstappen rijdt. Waarom dan het idee schetsen dat er meer ruimte is voor voertuigen dan dat er daadwerkelijk is? Wij leven al decennia volgens Shared Space-principe hier in de straat en er is in die 40 jaar nog nooit iets gebeurd. Vanuit onze ruim 40 jaar ervaring en bovengenoemd argument veronderstellen wij dat de nieuwe plannen de veiligheid zullen verminderen en daarom vragen we, houd de plannen eenvoudig door de huidige indeling te behouden. Punt 2.

Tegenstrijdigheid in het groen en de pijn van verlies. Het is voor ons pijnlijk en onbegrijpelijk om te zien hoe er met ons buurtgroen ook wordt omgegaan. Terwijl naast nummer 181 groen met maar 10 vierkante meter wordt uitgebreid, wordt bij nummer 199 een vervanging van ruim 60 vierkante 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

meter naar een voetpad voorgesteld. Dat dit nu moet wijken voor verharding, terwijl de gemeente juist strijdt tegen hittestress. Dit voelt nu als een groot onrecht, als ook privacy verlies. De voorgestelde compensatietegel tussen weg en gevel biedt geen enkele bescherming, zoals dat nu wel het geval is. De bewoners van 199 onderhouden dit groen ook al 7 jaar door verminderd onderhoud vanuit de gemeente. De groenstroken kunnen wel nieuwe beplanting gebruiken waar de bewoners van 190 voor willen blijven zorgen. Wij vragen u waarom betrokkenheid voor de natuur wordt opgeofferd voor onnodige tegels. Die nooit gebruikt zullen gaan worden en ook nergens heen leiden. De paden die gepland zijn eindigen namelijk in het groen van het aangerend fietspad. Laat ons alsjeblieft dit stukje leefbaarheid behouden omdat dit een belangrijke factor van een gezonde woonomgeving is. Dan nog verder over het groen naast nummer 181. Daar ligt nu een plateau waar containers netjes kunnen staan zonder overlast te veroorzaken voor de bewoners in het hofje. In het nieuwe plan moet dat verdwijnen voor een klein stukje groen. Het gevolg: containers komen op of langs het voetpad staan. De situatie wordt onoverzichtelijker en onveiliger, juist voor spelende kinderen, mensen met een rollator, rolstoel of een kinderwagen.

En dan vragen bewoners zich af, wordt hier echt gekeken naar de leefbaarheid van de mensen die er wonen? Punt 3, angst voor wateroverlast. Onze woningen in deze hofjes zijn kwetsbaar. Veel schuren liggen lager dan de bijbehorende woonhuizen. En de gedachte aan ophoging zonder technische garanties voelt alsof de eerste de beste hoosbui het water de schuur in zal lopen. We hebben ook tot op heden geen eenduidig antwoord gekregen over de hoogte van de nieuwe riolering. Het informeren richting de bewoners met het magazine schoot hierbij flink tekort. Wij verzoeken u vriendelijk doch verdringend om een schriftelijke zekerheid dat we niet te dupe worden van wateroverlast en schade aan onze eigendom. Dan nog het punt dat we ons niet gehoord voelen. Het doet ons verdriet dat het proces alleen voelt alsof er vinkjes op een checklist worden afgewerkt zonder enig overleg met de bewoners, die de gevolgen hiervan moeten ondervinden. Het lijkt alsof theoretische modellen, zoals de STOMPhiërarchie en het mobiliteitsplan 2035 belangrijker zijn dan de ruim 40 jaar praktijkervaring. Daarom nodigen we de wethouder en de burgemeester uit, ‘kom bij ons kijken. Voel onze zorgen voordat de besluiten definitief zijn.’ Onze verzoeken voor een win-winsituatie zijn dus als volgt.

Schrap de voetpaden, kies voor veiligheid en eenvoud, spaar ons groen, bescherm ons tegen water, kies voor meer overhead? We hopen dus dat u de mensen achter deze woorden ziet, die hier allemaal vandaag aanwezig zijn. Wij leggen ons lot in uw land. Dank voor uw tijd.

9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

Mevrouw VERDOORN vraagt of de genoemde punten, zoals een stoep die in het groen stopt en geen logische verbinding heeft, al tijdens de participatieavond over het voorlopige ontwerp zijn ingebracht, of dat deze signalen pas later zijn ontstaan. De heer BRAAM zegt dat deze punten vermoedelijk wel zijn genoemd, zij het niet door hem persoonlijk. Hij benadrukt dat het voor bewoners lastig is om technische tekeningen goed te lezen, omdat zij geen stedenbouwkundige achtergrond hebben. Volgens hem is pas later duidelijk geworden dat bepaalde onderdelen van het ontwerp, zoals de betreffende stoep, in de praktijk niet logisch aansluiten op de rest van de wijk. Mevrouw VERDOORN vraagt of bewoners naar aanleiding van hun bevindingen contact hebben opgenomen met de gemeente, of dat dit de eerste keer is dat deze signalen worden afgegeven. De heer BRAAM geeft aan dat het niet de eerste keer is dat aandacht is gevraagd voor deze punten. Volgens hem speelt mee dat het om een voorlopig ontwerp ging, waardoor bezwaren eerder niet zijn overgenomen. Dit heeft ertoe geleid dat bewoners het onderwerp nu nadrukkelijker onder de aandacht willen brengen. Mevrouw BRAM: Ons thuis is geen vinkje. Geachte voorzitter, leden van de raad. Mobiliteit is geen luxe, maar een bittere noodzaak. Papendrecht is een uitgesproken forensen gemeente. Circa 80% van de beroepsbevolking werkt buiten de gemeentegrenzen.

De voorgestelde vermindering van de parkeerplaatsen past niet bij hoe de mensen hier leven en werken. Een woonlocatie voor forensen vereist een robuuste parkeerfaciliteit. Wat ook in de Haagbeukhof merkbaar is. De voorgestelde reductie van de parkeerfaciliteiten wordt niet gecompenseerd door hoogwaardig openbaar vervoer in Papendrecht. De bestaande spoorverbinding kent infrastructurele beperkingen en biedt geen competitieve reistijden ten opzichte van de auto. Bovendien vormen de reiskosten een drempel. Een retourtraject naar een landelijk centrum zoals Amsterdam, bedraagt € 47,20 per persoon. Dat is voor veel gezinnen niet betaalbaar, ondanks dat het misschien ietsje goedkoper zou kunnen door een abonnement. De kosten voor een autorit naar dezelfde bestemming voor een modale auto bedragen 30 euro, inclusief benzine, wegenbelasting, verzekering en onderhoud. De trein is derhalve geen alternatief, zeer zeker niet voor een heel gezin. Daarnaast zijn de busverbindingen alleen maar minder geworden en juist in een wijk waar veel oudere bewoners gehuisvest zijn, zijn dat zaken die er juist voor zorgen dat de auto dan vaker van stal gehaald zal worden. Als u parkeerplaatsen schrapt, verplaatst u het probleem, als ook dat het probleem vergroot wordt. Wij vrezen oprecht voor burenruzies en een giftige sfeer voor onhoudbare parkeerdruk.

Een herinrichting hoort volgens ons te verbinden en niet te ontwrichten. 10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

Landelijke heersende trends, vertaald naar de Haagbeukhof duiden op een bestendige groei van het voertuigbezit. In de Haagbeukhof wordt dit versterkt door de bevolkingsopbouw. Door een frictie op de woningmarkt verblijven volwassen kinderen langer thuis, wat de autodichtheid per adres verhoogt. Bovendien is de auto voor kwetsbare groepen een essentieel instrument voor de mobiliteit. Denk hierbij ook aan de vergrijzing. Met de voorliggende herinrichtingsplan gaan we met de doorvoering van de voetpaden in de hofjes zo'n 18 mogelijke parkeerplaatsen verliezen in de hofjes. Dat is nog exclusief de parkeerplaatsen die geschrapt worden op het parkeerterrein van de woonflat. Dit houdt als dan in dat de bewoners alternatieve parkeerplaatsen gaan zoeken, die dan waarschijnlijk de verkeersveiligheid in gevaar zouden kunnen gaan brengen. En dan de angst om letterlijk geen lucht te krijgen. Wij steunen de vergroening, maar voor veel buren brengt deze keuze van de Haagbeuk echt de fysieke nood met zich mee. Bewoners met een longaandoening en zware allergieën ervaren deze boom niet als groen, maar als een bron van benauwdheid en ziekte. Onderzoek onder de naast omwonenden toonde aan dat 29 van de bevraagde huishoudens uit 20 gevallen zijn met klachten, waarvan er 8 zware gevallen zijn die veel medicatie moeten gebruiken.

Bovendien hebben de wortels in de Haagbeukhof na 40 jaar inmiddels bewezen dat onze ondergrondse infrastructuur behoorlijk is aangetast. Wij willen u vriendelijk doch dringend verzoeken, kijk niet alleen wat mooi is op papier, maar ook naar onze gezondheid. Wij voelen ons niet veilig als de beplanting letterlijk onze ademhaling bemoeilijkt. Geef ons zekerheid voor hypoallergeen groen, zodat ook de zwakkeren onder ons weer zorgeloos naar buiten kunnen. Een verloren vertrouwen in het proces. Hij doet ons pijn, net als bij heel veel anderen, dat we ons niet gehoord voelen. Vandaag is het 21 mei 2026 en ondanks onze gedeelde zorgen tijdens die twee bijeenkomsten, hebben wij geen enkele inhoudelijke reactie ontvangen. Het heeft ons het gevoel gegeven dat we er niet toe doen. In andere wijken zien we de gevolgen van dit vinkjesbeleid. De bewoners die met elkaar op de vuist gaan voor een parkeerplek. Waarom weegt de economie van een gezin in de Haagbeukhof minder zwaar dan die van Tata Steel of Schiphol? Ons thuis wordt beschadigd door een theoretisch model uit Den Haag. U kunt beter dankbare, gelukkige bewoners hebben dan een mooi lijstje voor de landelijke overheid. Beter dit geld direct investeren in de burgers van Papendrecht d.m.v. verduurzaming, vergroening, oudere zorg, armoede en dergelijke.

Onze hoopvolle verzoek aan de raad, maar wel met een terugkoppelingsverzoek naar de bewoners is, behoud de huidige parkeerfaciliteit. Voorkom dat onze wijk sociaal en economisch op slot gaat. En bewaar de rust in de straat door geen parkeerplaatsen te schrappen. Bescherm onze gezondheid, vervang de oude haagbeuken door hypoallergene beplanting die voor iedereen veilig is. Herstel het vertrouwen, geef ons transparante menselijke communicatie. Laat ons werkelijke woonomstandigheden zwaarder wegen dan de algemene beleidsdoelen die geen maatwerk leveren aan de woonomgeving van de 11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

bewoners. Wij leggen onze zorgen bij u neer in de hoop dat u achter de bovengenoemde woorden de mensen ziet die elke dag in de Haagbeukhof proberen te leven, te werken en gezond te blijven. Ik wil u heel erg hartelijk danken voor uw tijd. EERSTE TERMIJN COMMISSIE Mevrouw VERDOORN stelt dat de communicatie richting bewoners tekort is geschoten en dat het participatietraject door bewoners als onvoldoende wordt ervaren. Zij geeft aan dat de plannen volgens haar niet goed aansluiten bij de praktijk, met name op het gebied van leefbaarheid en functionaliteit. Als voorbeeld noemt zij wateroverlast in de wijk, waarbij water op straat blijft staan en voetgangers en parkeerders hier hinder van ondervinden. Ook wijst zij op problemen met boomwortels die voor overlast zorgen. Zij spreekt de wens uit dat de burgemeester, wethouder en betrokken ambtenaren ingaan op de uitnodiging om de wijk te bezoeken en ter plaatse, samen met bewoners, de plannen en knelpunten te bekijken. Volgens haar is duidelijk dat aanpassingen noodzakelijk zijn. De heer MULDER sluit zich aan bij de opmerkingen van mevrouw Verdoorn en herkent de geschetste problematiek. Hij verwijst daarbij naar de suggestie van de heer Butter om een ‘pauzetoets’ in te drukken, waar hij sympathie voor heeft.

Volgens hem kan een dergelijke pas op de plaats goed samen gaan met een bezoek van de burgemeester en wethouder aan de wijk, om de situatie ter plekke te beoordelen. De heer VAN HETEREN dankt de insprekers en benadrukt de grote maatschappelijke impact van de herinrichtingsplannen op de wijk en haar inwoners. Hij constateert dat er een opvallend hoog aantal inspraakreacties is ingediend en dat het voorlopige ontwerp niet lijkt aan te sluiten bij de verwachtingen van bewoners. Hij heeft begrip voor de roep om het proces d.m.v. de pauzeknop tijdelijk stil te zetten, mede omdat de raad momenteel onvoldoende informatie heeft om een goed oordeel te vormen. Daarbij wijst hij erop dat na de overgang naar een definitief ontwerp de mogelijkheden tot aanpassing beperkt zijn. Hij pleit ervoor dat men zich goed laat informeren, onder meer door de wijk in te gaan en te onderzoeken of maatwerk, ondanks bestaande beleidskaders, nodig is. Hij spreekt steun uit voor een pas op de plaats en het aangaan van een gesprek met het college over het vervolg van de herinrichting. De heer LEENHOUTS spreekt zijn waardering uit voor de bewoners van de Haagbeukhof, zowel voor hun inspraak als hun aanwezigheid op de publieke tribune. Hij geeft aan dat uit de inbreng vooral het gevoel van verloren 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

vertrouwen en kritiek op een vinkjesbeleid naar voren komt. Volgens hem wijst dit erop dat gemeentelijk handelen soms te ver af staat van de praktijk in de wijk. Hij ziet dit als een belangrijke les voor de organisatie om intern te reflecteren en verbeteringen door te voeren. Hij pleit voor meer maatwerk in de toepassing van beleid en normen: deze moeten niet automatisch uniform worden toegepast, maar met oog voor de lokale situatie en leefbaarheid in de wijk. Dit beschouwt hij als een essentieel onderdeel van goede participatie. Verder geeft hij aan dat participatie op afstand in dit soort trajecten onvoldoende werkt. Hij pleit voor fysieke aanwezigheid in de wijk, bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met bewoners ter plaatse. De uitnodiging aan de burgemeester en wethouders om de wijk in te gaan ondersteunt hij. Tot slot vraagt hij aandacht voor praktische zorgen van bewoners, zoals wateroverlast en de gevolgen van het ophogen van tuinen. Hij geeft aan dat hierover, gezien de impact op inwoners indien nodig, ook schriftelijk nadere toelichting kan worden gegeven. Ook mevrouw HOEKSTRA bedankt de insprekers voor hun duidelijke bijdragen. Zij geeft aan zich in grote lijnen aan te sluiten bij de eerder uitgesproken standpunten.

Zij benadrukt dat een pauze in het proces ook daadwerkelijk een volledige stop moet betekenen, en niet slechts een tijdelijke onderbreking waarbij het traject feitelijk doorgaat. Volgens haar is dit essentieel om het vertrouwen te herstellen. Daarnaast spreekt zij haar zorg en teleurstelling uit over het terugkerende signaal dat bewoners zich niet gehoord en gezien voelen. Hoewel het proces vaak als een leermoment wordt bestempeld, constateert zij dat er in de praktijk onvoldoende verbeteringen zichtbaar zijn. Dit vindt zij een punt van grote zorg. Mevrouw LIBERT spreekt haar waardering uit voor de duidelijke en dappere inbreng van de insprekers. Zij geeft aan dat de signalen uit de wijk haar raken en verdrietig stemmen, met name omdat na jaren van aandacht voor participatie opnieuw blijkt dat bewoners zich onvoldoende gehoord voelen. Zij sluit zich grotendeels aan bij eerdere sprekers en benadrukt dat begrippen als menselijkheid en redelijkheid centraal moeten staan in de omgang met inwoners. Volgens haar is het van belang om daadwerkelijk in gesprek te gaan en samen met bewoners om tafel te zitten. In tegenstelling tot het pleidooi voor een pauze, legt zij de nadruk op het versnellen van concrete acties om samen tot oplossingen te komen. Zij pleit voor betere communicatie met bewoners en stelt dat hun behoeften duidelijk zijn en redelijk van aard.

Mevrouw MATENA sluit zich aan bij de woordvoering van de OP-fractie en spreekt haar steun uit voor een pauzeknop. Daarbij merkt zij op dat het essentieel is om daadwerkelijk te luisteren naar de inwoners van Papendrecht. 13

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

TWEEDE TERMIJN INSPREKERS De heer BUTTER benadrukt dat alle betrokken partijen hetzelfde doel nastreven: een leefbaar Papendrecht. Hij geeft aan dat de door bewoners geuite zorgen niet nieuw zijn en al eerder bij de gemeente en de organisatie onder de aandacht zijn gebracht, onder andere in gesprekken met de projectleider. Daarnaast merkt hij op dat bewoners voorafgaand aan de bijeenkomst al documentatie met hun standpunten aan de gemeente hebben toegestuurd. Het feit dat deze informatie niet (voldoende) bekend is bij de raad, wijt hij niet aan de bewoners, maar aan keuzes binnen de gemeentelijke organisatie. Tot slot onderstreept hij dat bewoners open en transparant het gesprek met de gemeente willen voeren, met als doel gezamenlijk tot oplossingen te komen waar beide partijen verder mee kunnen. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder KOSTEN geeft namens het college aan dat de zorgen en irritaties van inwoners duidelijk zijn gehoord en ook binnen het college leven. Hij benadrukt dat deze signalen serieus worden genomen, aangezien het gaat om de leefomgeving en het woonplezier van inwoners. Hij licht toe dat het proces nog niet is afgerond: er is nog geen definitief ontwerp vastgesteld. Hoewel er al stappen zijn gezet, is er nog ruimte voor verdere inbreng van inwoners voordat het college een besluit neemt.

Dit besluit wordt naar verwachting na de zomer genomen, door een volgend college. Met betrekking tot de gevraagde pauzeknop geeft de wethouder aan dat er begrip is voor deze wens, maar wijst hij ook op de rollen en verantwoordelijkheden: het is uiteindelijk aan de raad om het plan vast te stellen. Wel ziet hij mogelijkheden om het proces te vertragen indien nodig, bijvoorbeeld door besluitvorming uit te stellen. Daarnaast staat het college open voor het organiseren van een beeldvormende bijeenkomst om de raad uitgebreider te informeren en vragen te beantwoorden. Specifieke technische vragen, o.a. over wateroverlast, worden bij voorkeur schriftelijk of in een aparte bijeenkomst behandeld. Tot slot geeft de wethouder aan dat het college bereid is om de situatie ter plaatse te bekijken en in gesprek te gaan met bewoners. Daarbij plaatst hij wel de kanttekening dat, gezien de naderende wisseling van het college, zorgvuldig gekeken moet worden naar wie hierbij het meest passend is om continuïteit te waarborgen. TWEEDE TERMIJN COMMISSIE Mevrouw VERDOORN merkt m.b.t. de toelichting van de wethouder op dat er ruimte in het proces is, maar dat er nog geen daadwerkelijke pauzeknop is ingedrukt. Zij begrijpt dat het aan de raad is om hierin een besluit te nemen en 14

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

geeft aan dat de raad zich moet beraden op de vraag of en hoe deze stap gezet wordt. Daarnaast vraagt zij aandacht voor de inbreng van inwoners tijdens de bijeenkomst en wil zij de bevestiging dat deze opmerkingen daadwerkelijk worden meegenomen in het verdere proces. Zij pleit ervoor dat er met de huidige plannen en tekeningen opnieuw naar de bewoners wordt gegaan om samen te kijken naar mogelijke aanpassingen. Ten aanzien van de betrokkenheid van de wethouder geeft zij aan dat zij het belangrijk vindt om de behoefte van inwoners hierin leidend te laten zijn. Indien bewoners behoefte hebben aan directe aandacht en geruststelling, acht zij het wenselijk dat de huidige wethouder daar, ondanks de aanstaande wisseling van het college, al invulling aan geeft. De heer MULDER stelt m.b.t. het voorstel om een beeldvormende bijeenkomst te organiseren voor om eerst de aanvullende informatie af te wachten en op basis daarvan te bepalen of een dergelijke bijeenkomst nog nodig is. Volgens hem moet voorkomen worden dat hierop vooruitgelopen wordt zonder dat de feiten volledig duidelijk zijn. Daarnaast plaatst hij een kanttekening bij de rol van de raad. Hij vindt het niet wenselijk dat de raad bij dergelijke projecten van enkele straten telkens zo intensief betrokken moet zijn.

In zijn visie ligt er ook een verantwoordelijkheid bij de uitvoerende partijen om dergelijke trajecten zelfstandig en zorgvuldig te doorlopen, zonder voortdurende sturing vanuit de raad. De heer VAN HETEREN vraagt om nadere toelichting op het verdere besluitvormingsproces en de rol van de raad daarin. Hij wil duidelijkheid over de stappen die nog volgen, zoals mogelijke beeldvormende en oordeelsvormende fases voorafgaand aan de uiteindelijke besluitvorming. Daarnaast spreekt hij zijn steun uit voor het voorstel om, met het oog op continuïteit en helderheid voor inwoners, een volgend college of nieuwe wethouder actief richting de wijk te laten gaan. In reactie op eerdere opmerkingen benadrukt hij dat het hier niet gaat om een enkele straat, maar om een omvangrijke herinrichting van een hele wijk met grote maatschappelijke impact. Om die reden vindt hij het gerechtvaardigd dat de raad hier nadrukkelijk bij betrokken blijft en hier meer aandacht aan besteedt dan bij reguliere projecten. De heer JANSSEN spreekt zijn dank uit aan de insprekers voor hun bijdrage. Op basis van hetgeen is ingebracht, geeft hij aan het belangrijk te vinden dat er een beeldvormende sessie wordt georganiseerd om de situatie nader te verkennen. Daarnaast ondersteunt hij het idee om de pauzeknop in te drukken in het huidige proces.

Hij geeft aan dat nog onvoldoende duidelijk is wat de mogelijkheden hiervoor zijn en vraagt om verdere toelichting daarop.

15

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

De heer VERHOEVEN geeft aan dat de hoeveelheid informatie groot is en pleit daarom voor een beeldvormende bijeenkomst om overzicht te krijgen. Hij ondersteunt het idee van een pauzeknop, maar benadrukt dat dit niet tot stilstand moet leiden. De pauze moet juist worden benut om de communicatie met inwoners te verbeteren. De heer LEENHOUTS spreekt steun uit voor het indrukken van de pauzeknop, mits dit gepaard gaat met een duidelijk plan voor het vervolg. Hij overweegt dat zijn fractie hiervoor eventueel een motie kan indienen. Daarnaast ondersteunt hij het organiseren van een beeldvormende bijeenkomst, gezien de hoeveelheid informatie en het belang om als raad beter inzicht te krijgen in het proces en participatie. Dit ziet hij ook als leerzaam voor toekomstige trajecten. T.a.v. een bezoek aan de wijk laat hij de invulling daarvan over aan het college, gezien de huidige fase in het proces. Mevrouw HOEKSTRA vraagt waarom de ingediende informatie nog niet beschikbaar is voor de raad. Zij vindt het niet wenselijk dat raadsleden zelf actief op zoek moeten naar stukken via andere kanalen. Daarom vraagt zij wanneer de raad deze alsnog kan verwachten. Hiermee benadrukt zij het belang van tijdige en volledige informatievoorziening richting de raad.

Mevrouw LIBERT vraagt een reflectie van het college naar de wijze waarop participatie en communicatie zijn verlopen en hoe het kan dat dit soort situaties zich blijven voordoen. Zij benadrukt dat het belangrijk is dat hier lering uit wordt getrokken. Daarnaast stelt zij voor dat de huidige wethouder, als verantwoordelijke, op korte termijn een bezoek brengt aan de wijk om in gesprek te gaan met bewoners. Mevrouw MATENA sluit zich aan bij de inbreng van mevrouw Verdoorn. Zij is van mening dat het voorstel moet worden doorgeleid naar de nieuwe raad en het nieuwe college, zodat zij dit verder kunnen oppakken. Zij benadrukt dat dit bijdraagt aan consistentie en voorkomt dat er verschillen in aanpak ontstaan. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder KOSTEN geeft aan dat het college geen definitief ontwerp zal vaststellen voordat hierover beeldvorming met de raad heeft plaatsgevonden. Er ligt daarmee nog geen definitief besluit voor, zodat de raad eerst de gelegenheid krijgt zich een oordeel te vormen. Tegelijkertijd benadrukt hij dat de voorbereiding en het overleg met inwoners doorgaan, aangezien de opgave blijft bestaan en stilstand onwenselijk is. De inbreng van inwoners en de opmerkingen die tijdens de vergadering zijn gemaakt, worden meegenomen. Daarbij merkt hij 16

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

op dat op een later moment een belangenafweging zal plaatsvinden, waarbij niet alle wensen één op één kunnen worden overgenomen. Het is volgens hem belangrijk daar transparant over te zijn. De wethouder constateert een duidelijke behoefte binnen de raad aan meer inzicht in de wijze waarop beleid wordt vertaald naar uitvoering, zowel concreet (in de Haagbeukhof) als op een meer algemeen niveau. Hij stelt voor dit onderwerp te betrekken bij de beeldvormende fase. Wat betreft de formele rol van de raad geeft hij aan dat de besluitvorming bij het college ligt, maar dat er in het proces ruimte wordt ingebouwd voor beeldvorming en betrokkenheid van de raad. Deze fase zal naar verwachting na de zomer plaatsvinden. Tot slot noemt de wethouder de participatie. Hij erkent dat het college niet tevreden is met de signalen dat inwoners zich onvoldoende gehoord voelen. Tegelijkertijd stelt hij dat er wel inspanningen zijn geleverd op het gebied van communicatie en participatie. Hij ziet met name ruimte voor verbetering in de terugkoppeling naar inwoners, en geeft aan dat dit in het vervolgtraject beter kan worden opgepakt. De heer VAN HETEREN vraagt per interruptie of hij het goed begrijpt dat de raad richting inwoners slechts een informerende rol heeft.

Volgens hem betekent dit dat de raad wel kennis kan nemen van de plannen, maar daar formeel geen oordeel over kan uitspreken of invloed op kan uitoefenen, ook niet in de toekomst. Wethouder KOSTEN antwoordt dat hij zich moeilijk kan voorstellen dat een raadslid niets vindt, maar bevestigt dat dit formeel wel de situatie is: de besluitvorming ligt bij het college. Tegelijkertijd erkent hij dat de raad in de praktijk wel degelijk opvattingen heeft en invloed wil uitoefenen. Hij benadrukt dat het college uiteindelijk het besluit neemt. Mevrouw HOEKSTERA vraagt per interruptie naar de wateroverlast in het betreffende gebied. Zij vraagt of hier, los van het verdere proces, al maatregelen voor kunnen worden genomen. Wethouder KOSTEN zegt de oproep te horen, maar dat hij onvoldoende zicht heeft op de concrete situatie om direct inhoudelijk te reageren. Wel merkt hij op dat de waterproblematiek juist een van de redenen is om met de betreffende opgave aan de slag te gaan. De VOORZITTER stelt voor het technische vraagstuk voorlopig te laten rusten en concludeert dat er behoefte is aan een beeldvormende sessie. Het college levert vooraf informatie aan via een RIB. De sessie wordt op zijn vroegst in september gepland en behandelt de casus Haagbeukhof, de beleidsvertaling naar uitvoering en het participatieproces.

De heer LEENHOUTS geeft aan dat participatie in deze casus centraal staat en wil inzicht in het procesverloop en de momenten van bewonersbetrokkenheid. Zijn fractie zal hiervoor een oplegnotitie voorbereiden. 17

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

De VOORZITTER concludeert dat het proces voorlopig wordt gepauzeerd. Daarnaast blijft het verzoek van inwoners voor een werkbezoek staan; dit wordt aan het college overgelaten en vindt naar verwachting vóór september plaats. De commissie stemt in met het voorstel. Afgesproken wordt dat het college een RIB aanlevert en dat de SGP, eventueel met andere fracties, een oplegnotitie opstelt. De voorzitter sluit het agendapunt en bedankt de insprekers. 08.

Benoeming Lid Raad van Toezicht Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden. Niets aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als hamerstuk doorgeleid naar de gemeenteraad en er een amendement wordt voorbereid door

09.

Zienswijze (17e) wijziging GR Sociaal en Bijdrageverordening 2027. De heer JANSSEN geeft aan dat zijn fractie zich kan vinden in de argumentatie. Hoewel de betreffende taken oorspronkelijk tijdelijk waren, worden deze inmiddels al meerdere jaren uitgevoerd door de GR Sociaal en is er geen duidelijke einddatum in zicht. Men begrijpt daarom de keuze om deze taken structureel onder te brengen bij GR Sociaal. Daarbij weegt mee dat de uitvoering, financiering en overname van taken ongewijzigd blijven. Het voorstel wordt dan ook gezien als een voornamelijk technische wijziging. Op basis hiervan kan de fractie instemmen met het voorstel om geen zienswijze in te dienen. Enkele technische vragen zullen nog worden ingediend. De heer VAN HETEREN is het ermee eens de voorgestelde wijziging in eerste instantie een technisch karakter heeft, maar plaatst hierbij wel een kanttekening. Hij vraagt aandacht voor de positie van de gemeenteraad bij regionale regelingen, zoals de GR Sociaal. Volgens zijn fractie vraagt dit van de raad dat zij steeds opnieuw de details moet beoordelen, terwijl de invloed beperkt lijkt. Met het oog op de financiële tekorten en de groeiende impact van sociale regelingen benadrukt de heer VAN HETEREN het belang van tijdige betrokkenheid van de raad, m.n. bij beleidswijzigingen en ombuigingen die direct gevolgen hebben voor inwoners.

Zijn fractie heeft daarbij een aantal vragen aan het college:  Kan de raad ook in de toekomst zelfstandig besluiten om taken anders te organiseren, en dit niet automatisch via de GR of het college verloopt?  Hoe wordt voorkomen dat tijdelijke taken ongemerkt een structureel karakter krijgen zonder nieuwe besluitvorming door de raad?  Kan de gemeente, op basis van evaluaties (zoals bij de Wet inburgering), zonder belemmeringen uit taken stappen en of is daarvoor een raadsbesluit nodig? 18

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

Hoe wordt geborgd dat de raad vooraf invloed kan uitoefenen op belangrijke financiële keuzes binnen de GR Sociaal, in plaats van alleen achteraf via een zienswijze te reageren? De heer VAN HETEREN concludeert dat het van belang is dat de autonomie van Papendrecht wordt bewaakt, dat tijdelijke taken niet automatisch permanent worden en dat de raad in een vroeg stadium wordt betrokken bij relevante besluitvorming. 

De VOORZITTER merkt op dat dit technische vragen zijn, waarop de heer VAN HETEREN aangeeft dat hij deze schriftelijk zal stellen. Mevrouw VERDOORN merkt op dat De VVD-fractie zich grotendeels kan vinden in de zienswijze en onderschrijft dat de technische en taalkundige wijzigingen voornamelijk technisch van aard zijn. Wel heeft de fractie zorgen over het opnemen van 3 dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) in de GR Sociaal. Men vraagt zich af of deze niet ondergesneeuwd raken binnen het grotere geheel. Daarnaast wijst men erop dat er nog onvoldoende feitelijke onderbouwing is, omdat evaluaties ontbreken. Mevrouw VERDOORN zegt dat het de voorkeur zou hebben om eerst de evaluaties af te wachten voordat deze taken structureel worden ondergebracht. Dit om te voorkomen dat op korte termijn opnieuw aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer de effectiviteit verandert of met bepaalde activiteiten wordt gestopt. Tot slot vraagt zij het college daarom wat de reden is om nu al tot opname over te gaan en of dit voornamelijk is ingegeven door overwegingen van effectiviteit en financiën. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK zegt dat het voorstel om geen zienswijze in te dienen voortkomt uit het verzoek van de GR Sociaal.

Dit heeft met name betrekking op de 3 bestaande DVO’s, waarvoor op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen een juridische noodzaak bestaat om deze op te nemen in de regeling zelf. Daarnaast benadrukt de wethouder dat opname in de GR bijdraagt aan een efficiëntere en effectievere uitvoering en meer flexibiliteit biedt dan werken met afzonderlijke DVO’s. Tegelijkertijd blijft het mogelijk om in de toekomst wijzigingen door te voeren. In reactie op vragen van de D66-fractie geeft de wethouder aan dat de raad invloed behoudt via bestaande besluitvormingsmomenten binnen de PDCA-cyclus, zoals bij begrotingen en beleidswijzigingen. Hoewel de besluitvorming via regionale samenwerking loopt, blijft de gemeenteraad betrokken en invloed uitoefenen. Ook noemt hij lopende en toekomstige evaluaties van de GR Sociaal, waarvan de uitkomsten later dit jaar met de raad worden besproken. 19

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 mei 2026

Ten aanzien van de vraag van de VVD-fractie waarom nu wordt overgegaan tot opname, geeft de wethouder aan dat de betreffende taken feitelijk al jaren structureel worden uitgevoerd. Op basis van juridisch advies is ervoor gekozen deze situatie nu formeel vast te leggen. Eventuele toekomstige wijzigingen zullen opnieuw aan de raad worden voorgelegd. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 10.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de laatste vergadering van deze raadsperiode om 21.55 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van Mevrouw C. Madern (griffier)

2026.

Mevrouw T.C. van Es (voorzitter)

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1233/documents/18008