RV Nieuw SRoI-beleid en pilot 2026-2028
Tekst van het document
Oordeelsvormende vergadering Papendrecht Vergadering van 18 juni 2026 Zaaknummer: 2026-0040302
Voorstel Openbaar
Nieuw SRoI-beleid en pilot 2026/2028 Bevoegde portefeuillehouder:
Jaco van Erk
Gevraagd besluit 1. Het nieuwe beleidskader en de SRoI-menukaart vast te stellen. 2. Het SRoI- pilotvoorstel 2026-2028 met dekking op basis van de NBI-verdeelsleutel vast te stellen. 3. Het Convenant Social Return on Investment vast te stellen. 4. Bijgevoegde brief te verzenden aan het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal.
Inhoud Inleiding De GR Sociaal voert namens tien aanbestedende diensten waaronder de gemeente Papendrecht, Social Return on Investment (SRoI) uit als onderdeel van het regionale inkoop- en aanbestedingsbeleid. Na evaluatie blijkt dat het huidige SRoI-beleid toe is aan vernieuwing. Dit heeft geresulteerd in voorliggend voorstel voor vaststelling van een nieuw SRoI-beleidskader en menukaart voor SRoI. U wordt gevraagd hiermee in te stemmen. Beoogd effect Een nieuw en toekomstbestendig SRoI-beleid dat niet alleen een administratieve verplichting is voor ondernemers, maar een instrument dat daadwerkelijk maatschappelijke waarde schept op meerdere domeinen: bestaanszekerheid, inclusie en duurzaamheid. Argumenten 1.1. Betere benutting van maatschappelijke en financiële potentie SRoI. Social Return on Investment (SRoI) is een arbeidsmarktinstrument waarmee via aanbestedingen maatschappelijke impact wordt gerealiseerd, zoals op werk, participatie, welzijn, gezondheid en duurzaamheid. De potentiële opbrengst aan maatschappelijke waarde van € 33 miljoen wordt nu niet gehaald omdat de werkwijze en organisatiecapaciteit onvoldoende zijn om dit potentieel te benutten. Dit komt omdat het huidige SRoI-beleid zich vooral richt op arbeidsparticipatie voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit voldoet niet voor alle bedrijven, sommige kunnen geen geschikte werkplekken aanbieden.
Daarom is het SRoI-beleid in 2024 geëvalueerd. Dit heeft geleid tot een vernieuwd en toekomstbestendig SRoI-kader, gekoppeld aan de drie Drechtse Doelen: bestaanszekerheid, inclusie en duurzaamheid. Hiermee kan wel meer impact gerealiseerd worden. Met een jaarlijks inkoopvolume van €425–475 miljoen ligt er een potentiële SRoI-waarde van €33 miljoen aan maatschappelijke bijdrage binnen handbereik. Door het vernieuwde, beter uitvoerbare systeem vloeit deze waarde niet langer weg, maar wordt zij daadwerkelijk ingezet voor maatschappelijke opgaven. 1.2. Flexibiliteit en betere aansluiting op de arbeidsmarkt door een nieuwe menukaart. De evaluatie laat zien dat de arbeidsmarkt sterk is veranderd door krapte, mismatch van vraag en aanbod en steeds hoger wordende functie-eisen in sommige sectoren. Niet alle bedrijven kunnen re-integratieplaatsen aanbieden. Bijvoorbeeld als het gaat om specialistisch en/of high-tech-werk. De menukaart maakt andere vormen van bijdragen mogelijk, zoals scholing, stages, leerwerkplekken of gastlessen. Of het inzetten van expertise voor maatschappelijke initiatieven die bijdragen aan
meedoen in de samenleving. Denk aan de voedselbank. Hiermee sluit SRoI beter aan op de praktijk van de huidige arbeidsmarkt en sectorale verschillen. En bij de mogelijkheden voor de ondernemers. 1.3 Meer motivatie, handelingsruimte en draagvlak bij ondernemers. Het nieuwe SRoI-kader verschuift van verplicht afvinken naar intrinsieke motivatie. De menukaart biedt ondernemers keuzevrijheid en maatwerk. Zij stellen hiervoor zelf een actieplan op via een uniform ontwikkeld format. De brede menukaart en de eigen invulling van het actieplan vergroten de betrokkenheid, creativiteit en de bereidheid om bij te dragen. Ondernemers ervaren hierdoor meer toegevoegde waarde en minder administratieve verplichting. Met meerdere keuzemogelijkheden kunnen ondernemers ook vernieuwende activiteiten inzetten die verder gaan dan traditionele werkplekken. Hiermee ontstaat impact op alle drie de Drechtse Doelen: inclusie, bestaanszekerheid en duurzaamheid. Ook biedt dit een impuls voor lokale maatschappelijke initiatieven en sociale infrastructuur. 1.4. Eenvoud, uniformiteit en uitvoerbaarheid voor ondernemers. Het beleidskader, de menukaart en het uniforme actieplan brengen overzichtelijke, herkenbare en voor iedereen gelijke regels en werkwijze. Dit vergroot de voorspelbaarheid, vermindert administratieve lasten en zorgt voor een gelijke behandeling van opdrachtnemers in de hele regio. 1.5.
Meer zichtbaarheid, transparantie en meetbaarheid van maatschappelijke impact. In een regionaal registratiesysteem "WIZZR" leggen opdrachtnemers hun SRoI-activiteiten vast. "The Social Handprint" (een impactmeetmethode die laat zien welke maatschappelijke waarde een organisatie creëert) vertaalt deze activiteiten naar gemeten maatschappelijke impact per thema. Dit maakt sturing, verantwoording en transparantie eenvoudiger én versterkt het gesprek over maatschappelijke waarde. 1.6. Aansluiting op lokale en regionale strategieën en lange-termijnkoers. Het vernieuwde SRoI-beleid sluit aan op alle sporen in de Papendrechtse Samenlevingsvisie. De menukaart biedt opties die bijdragen aan maatschappelijke activiteiten in de gemeente, wat aansluit bij spoor 1: Inwoners vormen de samenleving waarin de sociale basis vorm krijgt. Het draagt ook bij aan spoor 2: Voorkomen van problemen, door het bieden van allerlei activiteiten die bijdragen aan talentontwikkeling voor onze jeugd of bijvoorbeeld die mensen helpen met administratie of het verhelpen van een taalachterstand. En op spoor 3: Zorgen voor ondersteuning, doordat SRoI bijdraagt aan het bieden van een werkplek voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Regionaal sluit SRoI goed aan op de Regionale Visie Sociaal Domein van de GR Sociaal en op Smart Delta 2030: Ondernemen met Impact (als onderdeel van de Smart Delta Drechtsteden Groeiagenda 2030). En tot slot bij het regionale Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen waarin alle gemeenten zich inzetten om duurzame, sociale en maatschappelijk verantwoorde impact te maken bij alle aanbestedingen. Hiermee ontstaat één samenhangende koers in de regio. 1.7. Structurele borging via een Expertisecentrum SRoI. Het Expertisecentrum ondersteunt gemeenten én ondernemers, waarborgt onafhankelijkheid, kwaliteit en continuïteit en zorgt voor consistente toepassing van het beleid. 1.8 Dienstverlening niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) en SRoI-beleid versterken elkaar. Op 27 november 2025 besloot het AB van de GR Sociaal om de dienstverlening in de Participatiewet ook aan te bieden aan nuggers. Dit geeft een impuls aan het inzetten van onbenut arbeidspotentieel. Mensen die 16 uur per week werken bijvoorbeeld en geen recht op een uitkering. Of mensen die een werkende partner hebben maar zelf niet werken. Door deze keuze ontstaat een grotere groep mensen die klaar is voor (meer) werk en een waardevolle arbeidskracht kunnen zijn op de arbeidsmarkt. Zij kunnen in aanmerking komen voor een werkplek via SRoI.
Het SRoI-beleid creëert juist voor deze groep, werk- en ontwikkelplekken en kansen om als kandidaten door te stromen naar werk. Zo versterken de beleidslijnen elkaar en wordt onbenut arbeidspotentieel beter benut.
2/6
2.1 Een pilot is noodzakelijk om het nieuwe beleid te toetsen in de praktijk. De pilot Niet vinken maar vonken! biedt een goede testomgeving waarin ondernemers met een eigen actieplan, een bijdrage aan de drie Drechtse doelen leveren. In de pilot worden zowel de praktische uitvoerbaarheid als de effectiviteit van het nieuwe beleid beoordeeld voor de Sociale Dienst en de ondernemers, voordat het definitief wordt ingevoerd in 2028. De pilot zal het realisatiepotentieel van €33 miljoen aan maatschappelijke waarde testen en dient om inzicht te krijgen in de besparingen op uitkeringskosten van bijstandsgerechtigden. Ook helpt de pilot om juridische onrechtmatigheden bij aanbestedingen te voorkomen door een professionele en uniforme uitvoering van SRoI te ontwikkelen. Tot slot draagt de pilot bij aan een proactieve en betrokken werkwijze en een positieve relatie met ondernemers. 2.2 De NBI-verdeelsleutel is de meest logische keuze. Voor de verdeling van de pilotkosten gebruiken we het netto beïnvloedbaar inkoopvolume (NBI). Het NBI laat zien hoeveel inkoopfacturen een organisatie jaarlijks daadwerkelijk betaalt. Hoe meer facturen en hoe groter de inkoopomvang, hoe meer SRoI-verplichtingen er ontstaan en hoe meer ondersteuning nodig is. Het NBI sluit hier logisch op aan.
Uitgaan van de gemeentelijke bijdrage levert een minder goede verdeling op, omdat deze bijdragen geen relatie hebben met de hoeveelheid inkoop per organisatie of het aantal leveranciers waarmee SRoI-afspraken moeten worden gemaakt. Daarom is het NBI de meest eerlijke en passende maatstaf voor de kostenverdeling. 3.1. Het Convenant Social Return on Investment zorgt voor bestuurlijke dekking, draagvlak en duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden. Een samenwerkingsconvenant laat zien dat de Drechtsteden deze vernieuwende aanpak gezamenlijk ondersteunen. Dat geeft de pilot legitimiteit en maakt de overgang naar het nieuwe SRoI-beleid vanaf 2026 soepeler. Het convenant formaliseert de afspraken en maakt expliciet wie waarvoor verantwoordelijk is: Gemeenten, verbonden partijen, de SDD en ondernemers. Dat voorkomt misverstanden en versnelt de uitvoering. 3.2. Gedeelde uitgangspunten en één lijn in de uitvoering. Het Convenant Social Return on Investment zorgt ervoor dat alle deelnemende partijen dezelfde werkwijze, definities en verwachtingen hanteren. Dat voorkomt verschillen in interpretatie en maakt de pilot voorspelbaar en betrouwbaar voor ondernemers. Door afspraken vast te leggen in één gezamenlijk document, weten ook ondernemers dat SRoI in de hele regio op dezelfde manier wordt toegepast. Dat voorkomt willekeur en versterkt het vertrouwen in de nieuwe aanpak. 3.3.
Betere monitoring en gezamenlijke leeropbrengst. Omdat de pilot nieuwe instrumenten gebruikt (zoals WIZZR en The Social Handprint), helpt het Convenant Social Return on Investment om af te spreken hoe data wordt verzameld, gedeeld en geïnterpreteerd. Zo kan de regio samen leren wat werkt en wat niet. 4.1 We verzoeken het AB via bijgevoegde brief concreter te sturen op de hoofddoelstelling van SRoI. De menukaart is gebaseerd op de Drie Drechtse Doelen wat brede maatschappelijke doelstellingen zijn. Echter, het instrument SRoI is in de basis bedoeld om werkgevers te stimuleren mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Niet voor niets is het een beleidsinstrument dat ingezet kan worden binnen de uitvoering van de Participatiewet. Omdat deze inzet niet altijd bij iedere ondernemer past, is het logisch om alternatieven te bieden via de SRoI-menukaart. Zolang deze alternatieven bijdragen aan het hoofddoel én bedrijven helpen hun verplichting na te komen, is dat een passende aanpak. Het hoofddoel blijft echter het creëren van kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zodat zij kunnen ontwikkelen richting werk en minder afhankelijk worden van een uitkering. In de pilot is nog niet duidelijk hoe hierop wordt gestuurd.
Concretere doelstellingen zijn nodig, omdat ruime keuzevrijheid ertoe kan leiden dat bedrijven vooral kiezen voor bijvoorbeeld maatschappelijke activiteiten. Terwijl wij als hoofddoel juist graag inzet zien die leidt tot daadwerkelijke kansen binnen bedrijven. En uitstroom uit de uitkering naar werk. Gezien de investering en schaarse middelen die wij momenteel hebben, is een goede balans essentieel. Daarom wordt voorgesteld dit in een brief mee te geven voor de pilot en het AB te vragen hierop te sturen.
3/6
4.2 De pilot om het beleid te toetsen dient concrete toetsingsdoelen en een "go/ no-go"-moment te hebben. In de samenwerkingsovereenkomst staat dat na de pilot, op basis van de evaluatie wordt besloten of het beleid wordt voortgezet. Daarbij wordt als gewenst resultaat genoemd dat het beleid moet leiden tot “grotere maatschappelijke impact”. Wat deze grotere maatschappelijke impact is, is echter onduidelijk. Is een minimale verbetering voldoende, of verwachten we een substantiële groei voordat we spreken van succes? Zonder een concrete uitwerking hiervan is niet duidelijk bij welke opbrengst de pilot succesvol genoeg wordt geacht, om te continueren. Vooraf moet duidelijk zijn wat het concrete go/no-go-moment is voor voortzetting van het beleid. Ook dit punt wordt in de bijgevoegde brief als aandachtspunt voor de pilot meegegeven. We verzoeken het AB om bij de start van de pilot duidelijke doelen én een helder go/no-go-moment vast te stellen, zodat in de evaluatie hierop kan worden getoetst. 9.1 De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte (Artikel 171 lid 1 Gemeentewet). Om een wethouder een overeenkomst namens de gemeente te kunnen laten ondertekenen, is een volmacht van de burgemeester nodig. Kanttekeningen 1.1. Er is extra capaciteit nodig voor behalen van de verwachte doelen. De Drechtsteden willen SRoI verbreden naar drie maatschappelijke doelen.
Om deze ambitie te realiseren is opschaling naar een Expertisecentrum nodig. De huidige SRoI-unit (2 fte) kan de potentiële waarde niet verzilveren. Ter vergelijking: één fte behandelt in de Drechtsteden ongeveer 150 contracten, tegenover 50 in Rotterdam (zie tabel 1). Voor het benutten van de geschatte €33 miljoen aan SRoI-waarde is een uitbreiding van minimaal 4 fte vereist, naast de al bestaande 2 fte. In de pilot 2026–2028 wordt het nieuwe beleid getest; evaluaties in 2027 en 2028 bepalen of structurele voortzetting volgt. Drechtsteden Jaarlijks inkoopvolume €425 – 475 miljoen Aantal fte 2 Aantal lopende 300 contracten Gemiddeld aantal 150 contracten per Fte Waarde SRoI Ca. €33 miljoen Tabel 1: Vergelijking Drechtsteden en Rotterdam
Rotterdam €1,2 – 1.4 miljard 15 700
Verhouding Verhouding 1:3 7,5x lager 2,3x lager
50
Caseload 3x zo groot
Ca. €200 miljoen
Verhouding 1:6
1.2. Zorg voor mogelijke doorwerking in contractprijzen. Er bestaat zorg dat opdrachtnemers de extra maatschappelijke SRoI-inzet verwerken in hun prijs. Hoewel SRoI een uitvoeringsvoorwaarde is en geen verrekenpost, wordt dit risico expliciet onderzocht tijdens de pilot. De evaluatie brengt eventuele kostenstijgingen en de verhouding tot maatschappelijke impact in kaart. 1.3 Wijziging in het voorgestelde beleidskader niet wenselijk. Het nieuwe SRoI-beleid en de pilot worden vastgesteld volgens dezelfde procedure als het huidige inkoop- en aanbestedingsbeleid. Alle zeven gemeenteraden en drie aanbestedende diensten worden daarom gevraagd dit beleid ongewijzigd vast te stellen en het convenant te ondertekenen. Een uniforme regionale aanpak is namelijk essentieel: De menukaart en het actieplan bieden ondernemers één consistente werkwijze. Lokale afwijkingen zouden de uitvoering versnipperen, daarom wordt gevraagd de inhoud niet te wijzigen (zie ook argument 1.4). 2.1 Geen begrenzing inzet SRoI in regio.
4/6
SRoI mag niet uitsluitend worden ingezet voor de eigen regio. Ook landelijke kandidaten en initiatieven moeten toegankelijk blijven voor ondernemers. Dit voorkomt uitsluiting en houdt de uitvoering juridisch houdbaar. 2.2. Voorkomen van vrijblijvendheid. Er blijft een risico dat SRoI-afspraken niet volledig worden ingevuld. Daarom wordt bij niet-naleving door ondernemers een korting toegepast ter hoogte van het niet-gerealiseerde SRoI-bedrag, verrekend in de eindafrekening. Uitvoering De uitbreiding naar Expertisecentrum SRoI bij de Sociale Dienst Drechtsteden leidt tot opschaling van capaciteit waarmee een verdieping en verbreding van taken en een professionaliseringsslag worden gemaakt: Het werk wordt proactiever, er komen structurele regionale impactrapportages en de advisering wordt inhoudelijker met nadruk op de nieuwe menukaart en innovatieve SRoI-invullingen. De rol richting beleid wordt steviger door voortdurende borging en doorontwikkeling van juridische en beleidsmatige kaders. Het expertisecentrum zal zich zichtbaarder kunnen maken in het regionale netwerk. Ook de handhaving wordt versterkt, met actieve bewaking van impact en het toepassen van kortingen wanneer verplichtingen niet worden nagekomen. Daarnaast verkent de pilot of meer regionale partners kunnen aansluiten om het bereik van het SRoI-beleid verder te vergroten.
Zoals de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid en de gemeente Gorinchem. Het nieuwe SRoI-beleid sluit aan bij de aanbestedingswet (art. 2.80) en is opgesteld conform adviezen van het Juridisch Kenniscentrum van de Drechtsteden: • SRoI leidt niet alleen naar de eigen regio; art 1.8 Aw (gelijkheid/non-discriminatie); • SRoI invulling blijft verband houden met doelgroepen p-wet; art 1.10 lid 2 onder h; (proportionaliteit), art 1.10a (eerlijke mededinging), art 2.80 Aw; • SRoI invulling blijft verband houden met de opdracht, Gids P 3.5.6; • SRoI-opbrengsten worden niet gebruikt worden om capaciteit eigen uitvoering uit te breiden (HvJ EG 26 september 2000, zaak C-31/87). Met de vaststelling van het pilotvoorstel zal de juridische en financiële grondslag van SRoI geborgd worden middels het samenwerkingsconvenant tussen de 10 aanbestedende diensten. Deze formaliseert de financiële afspraken over dekkingswijze tijdens de pilot. Communicatie & participatie Het nieuwe beleidskader en de menukaart zijn ontwikkeld in samenspraak met civiele aannemers, werkgevers uit de regio en maatschappelijke partners. Daarnaast werden de gemeenten, inkoop, de huidige SRoI-unit en contractmanagement betrokken. Zij werden in juli–oktober 2025 breed geconsulteerd en/of schreven mee in co-creatie.
De communicatie rond het SRoI-beleid wordt breed gedaan via Smart Delta Drechtsteden, zodat alle relevante doelgroepen worden bereikt: ondernemers, aanbestedende diensten, maatschappelijke partners. De centrale boodschap is: ‘Niet vinken maar Vonken — ondernemen met impact’. Duurzaamheid N.v.t. ICT N.v.t. Financiën Kosten en baten • De kosten bedragen naast de financiering van de huidige capaciteit die er al is, €500.000 per jaar voor extra vier fte (incl. overhead) • De pilot levert baten op ter waarde van €33 miljoen maatschappelijke waarde, meer ontwikkelen arbeidsplaatsingen, betere juridische borging en sterkere relaties met opdrachtnemers.
5/6
Dekking Gedurende de looptijd van de 2-jarige pilot blijft de GR Sociaal de huidige twee fte zelf dekken. Voor de kosten á €500.000 per jaar voor extra vier fte (incl. overhead) wordt de volgende dekking voorgesteld: • €250.000 vanuit de Arbeidsmarktregio (twee fte) Twee fte voor de pilot worden gedekt vanuit het impulsbudget van SZW. De Arbeidsmarktregio Drechtsteden heeft hiervoor €250.000 opgenomen in hun uitvoeringsagenda. • €250.000 via de tien aanbestedende diensten verdeeld op basis van NBI Twee fte voor de pilot worden verdeeld via het NBI over de tien aanbestedende diensten. Dit betekent voor Papendrecht een bijdrage van € 12.096.- per pilotjaar, gebaseerd op de NBI-verdeelsleutel. Met bovenstaande financieringsbronnen wordt de volledige tijdelijke opschaling naar zes fte financieel afgedekt. In de Papendrechtse bijdrage van € 12.096.- per pilotjaar kan worden voorzien uit de ‘reserve taakmutatie Maatschappelijke Ondersteuning’. N.B.: Het is voor de financiering van belang te weten dat het juridisch niet is toegestaan om SRoIopbrengsten via een slimme businesscase te laten terugvloeien naar de opschaling van de uitvoeringscapaciteit. SRoI-middelen moeten ten baten komen van inhoudelijke doel: maatschappelijke impact (Zaak: Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, arrest van 26 september 2000, zaak C-31/87). Alle relevante stukken zijn voor u ter inzage gelegd.
Burgemeester en wethouders van Papendrecht,
secretaris
burgemeester
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Bijlage 1_AB GR Sociaal - Aanbiedingsbrief SRoI Bijlage 2 - SRoI Beleidskader Drechtsteden 2026 Bijlage 3- SRoI Menukaart Drechtsteden 2026 Bijlage 4 - Convenant Social Return on Investment Bijlage 5_ Brief reactie SRoI aan het AB GR Sociaal
Niet digitale bijlagen
6/6