Bijlage 2.2 GRS Concept Jaarstukken 2025.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD ............................................................................................................4 JAARVERSLAG .........................................................................................................5 1 SAMENVATTING EN BESTEMMING RESULTAAT ...............................................5 1.1 SAMENVATTING ...........................................................................................................................5 1.2 MAATREGELEN EN OMBUIGINGEN ........................................................................................ 10 1.3 VOORSTEL RESULTAATBESTEMMING .................................................................................. 12
2 PROGRAMMAVERANTWOORDING .................................................................... 13 2.1 DIENSTVERLENING ................................................................................................................... 13 2.2 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN ................................................................................... 16 2.3 ONTWIKKELEN NAAR WERK.................................................................................................... 24 2.4 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING ......................................................................................... 29 2.5 BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................... 35
3 PARAGRAFEN ...................................................................................................... 40 3.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ........................................................... 40 3.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ...................................................................................... 44 3.3 FINANCIERING ........................................................................................................................... 45 3.4 BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................... 48 3.5 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF ............................................................................................... 56 3.6 VERBONDEN PARTIJEN ........................................................................................................... 57
4 JAARREKENING ................................................................................................... 62 4.1 BALANS EN TOELICHTING ....................................................................................................... 62 4.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN EN DE TOELICHTING ................................................ 71 4.3 DVO'S BUITEN DE EXPLOITATIE ............................................................................................. 72 4.4 INCIDENTELE BATEN EN LASTEN ........................................................................................... 75 4.5 INVESTERINGSKREDIETEN ..................................................................................................... 75 4.6 RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING .............................................................................. 76 4.7 WET NORMERING TOPINKOMENS ......................................................................................... 78 4.8 SISA............................................................................................................................................. 81 4.9 BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ....................................................................................... 85
5 OVERIGE GEGEVENS .......................................................................................... 86 6 BIJLAGEN ............................................................................................................. 87 Bijlage 1 Bijdragen gemeenten.......................................................................................................... 87 Bijlage 2 Afrekening overgedragen regelingen ................................................................................. 89 Bijlage 3 Verdeelsleutels 2024 ........................................................................................................ 107 Bijlage 4 Aantallen ........................................................................................................................... 108
2
3
VOORWOORD Wij kijken terug op een roerig jaar vol ontwikkelingen in zowel de eigen organisatie als daarbuiten In deze periode is gebleken dat de GR Sociaal een weerbare en wendbare organisatie is waar de dienstverlening aan inwoners altijd onverminderd doorgaat. De GR Sociaal scoort onverminderd hoog voor wat betreft klantbeleving, dat stabiliteit laat zien. Stabiliteit die wordt verkregen door inzet op het menselijk contact, het bouwen van vertrouwen en het bieden van rust. De focus lag het afgelopen jaar dan ook met name op de core-business van de GR Sociaal: het bieden van ondersteuning en dienstverlening aan inwoners. Ingrediënten hiervan zijn integraliteit en maatwerk maar ook overheidsbrede samenwerking zowel op landelijk als regionaal-lokaal niveau. Dit heeft zich vertaald in de (door)ontwikkeling van het SamenWerkplein, het Overheidsbreed Loket , de inzet op pro-actieve dienstverlening en de samenwerking met de gemeenten en partners. Het landschap en werkveld van de GR Sociaal was in 2025 volop in beweging met het (dubbel) demissionair worden van het kabinet Schoof waardoor ingezette veranderingen tot stilstand kwamen en ontwikkelingen en wetsvoorstellen vertraging opliepen.
Enkele zaken vonden wel doorgang zoals de inwerkingtreding van spoor 1 van Participatiewet in balans Voor de toekomst is er gezien de vorming van een nieuw kabinet nog geen duidelijkheid hoe en op welke termijn eerder ingezette lijnen rondom bestaanszekerheid, maatschappelijke ondersteuning, handhaving en arbeids(participatie) verdere doorgang zullen krijgen. Nieuw realisme 2025 was ook het jaar van de start van een nieuw realisme. Het voorspelde ravijnjaar 2026 werd weliswaar enigszins afgewenteld en er kwam even ademruimte voor gemeenten. Echter zijn de financiële zorgen voor de iets langere termijn onverminderd groot. Deze zorgen vragen een zorgvuldige financiële planning én het maken van keuzes. We stonden en staan samen met gemeenten onverminderd voor grote uitdagingen. Uitdagingen als o.a. een onder druk staande arbeidsmarkt, bestaansonzekerheid van inwoners, dubbele vergrijzing en groeiende zorgvraag in combinatie met de druk op de gemeentelijke financiën. Niet alleen middelen maar ook capaciteit vormt een steeds groter vraagstuk voor de toekomst. Vanuit de GR Sociaal is (mee)gewerkt aan ombuigingen via de bestuurlijke opdracht “Een toekomstbestendig sociaal domein” en via het bieden van ondersteuning bij gemeentelijke ombuigingen.
In het kader van een toekomstbestendig sociaal domein vanuit nieuw realisme is het echter zaak om ook verder te kijken en naast ombuigingen gezamenlijk in te zetten op het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid van inwoners. Dat is nodig om de dienstverlening haalbaar en betaalbaar te houden. De samenwerking tussen gemeenten en de GR Sociaal is én wordt nog belangrijker om met elkaar te kunnen zorgen voor weerbare inwoners in een houdbaar en toekomstbestendig sociaal domein.
4
JAARVERSLAG 1 SAMENVATTING EN BESTEMMING RESULTAAT Algemeen De jaarstukken 2025 bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening. Het jaarverslag bestaat uit de samenvatting, de programmaverantwoording en de paragrafen. Dit hoofdstuk geeft inzicht in het gevoerde beleid en het financiële resultaat per programmaonderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GR Sociaal). De belangrijkste afwijkingen, ten opzichte van de actuele begroting 2025 (dat is de primaire begroting inclusief alle begrotingswijzigingen in 2025, onder andere via de voorjaarsbrief) en de prognoses die al in de Najaarsbrief 2025 waren afgegeven, worden verklaard. Twee in het oog springende punten betreffen het overschot op het apparaat en het niet behalen eindstand en de extra ambitie die de GR Sociaal zich had opgelegd. Hieronder een beknopte uitleg over deze twee punten. Voor een verdere uitleg verwijzen we naar de programmaverantwoording. Overschot apparaatskosten Voor 2025 is er sprake van een overschot van € 3,8 mln. Hiervan is in de begroting 2026 structureel € 2,0 mln. verwerkt. De overige € 1,8 mln. is incidenteel. Het overschot van € 3,8 mln. wordt verklaard door: - Het overschot bij de personeelsbudgetten van € 1,6 mln.
wordt vooral verklaard door de ruimte die ontstaat tussen de begrote maximale tredes en de daadwerkelijke tredes die lager zijn, - De materiële budgetten hebben een overschot van € 1,8 mln. doordat diverse projecten niet uitgevoerd zijn, waardoor deze budgetten in 2025 niet zijn benut, - Daarnaast is er € 0,4 mln. aan extra rentebaten gerealiseerd in 2025. Niet behalen van de beoogde eindstand van het klantenbestand (en niet behalen extra ambitie) Door inzet van instrumenten als bijvoorbeeld Klant in beeld, het Werk ontwikkelpunt, de Ontwikkelplekken en het Werkcentrum Drechtsteden zijn en worden gezamenlijke inspanningen verricht om klanten te laten uitstromen. De hierbij horende uitstroomdoelstelling is gehaald. Daarmee hebben we ook over 2025 (evenals eerdere jaren) de afgegeven prognose o.b.v. het CPB voor het totale klantenbestand de laatste jaren weten te realiseren. We zijn uitgekomen op een eindstand van 6.487. Daarnaast was er sprake van een extra ambitie om meer uitstroom te bewerkstelligen en een lagere eindstand van het klantenbestand te behalen. Ondanks de genoemde inzet van instrumenten hebben wij dit, met name door een stijgende instroom van jongeren en statushouders in combinatie met de samenstelling van ons klantenbestand, niet weten te realiseren.
Onder meer in de risicoparagraaf van de voorjaarsbrief 2025 en de najaarsbrief 2025 hebben wij aangegeven hier een hoog risico op te lopen. Bij het opstellen van deze jaarstukken is gebleken dat het risico zich ook daadwerkelijk heeft voorgedaan. Dit vraagt om een herbezinning op de ambitie en herbezinning op onze inspanningen op het gebied van participatie. Hierbij zien we overigens landelijk dat de focus, door de ingewikkelder geworden doelgroep, meer op ontwikkeling dan op uitstroom komt te liggen. Per opgave zien we samenvattend de volgende ontwikkelingen en resultaten in 2025. 1.1 SAMENVATTING Beleidsinhoudelijke samenvatting Dienstverlening In 2025 zijn opnieuw mooie stappen gezet in de dienstverlening. Het SamenWerkplein is uitgebreid met het Overheidsbreed loket, waardoor inwoners vragen kunnen stellen aan aangesloten organisaties zoals UWV, DUO en SVB. Deze dienstverlening is later in 2025 ook op locatie aangeboden in de meeste Drechtstedengemeenten. Daarnaast is verder gebouwd aan gemeentegericht werken door de doorontwikkeling van lokale loketten en meer fysieke aanwezigheid van medewerkers. De GR Sociaal scoort hoog op klantbeleving waarbij het persoonlijke contact het sterkste punt is. Inwoners ervaren de dienstverlening als vriendelijk, deskundig en meedenkend. Dit uit
5
zich in hoge waarderingen, voor o.a. telefonie, persoonlijke dienstverlening via het Info & Adviespunt en klantgesprekken binnen Wmo en Werk & Inkomen, in het klanttevredenheidsonderzoek. Bestaanszekerheid versterken De ingezette lijn van vorig jaar is succesvol doorgezet. Steeds meer inwoners worden bereikt en resultaten liggen structureel hoger dan voorheen. Schuldhulpverlening toont positieve ontwikkelingen. De samenwerking met ketenpartners en gemeenten is versterkt en de inzet op vroegsignalering, begeleiding en nazorg heeft geleid tot lagere schuldenlast en minder herinstroom. Het gebruik van minimaregelingen blijft hoog, mede door proactieve benadering. De bestaanszekerheidsgesprekken zijn doorontwikkeld. Het effect hiervan op het gebruik van minimaregelingen neemt na de eerste periode logisch af, maar dit geeft juist ruimte voor meer aandacht voor preventie en het signaleren van problemen. Hoewel niet alle groeidoelen zijn gehaald, komt dit door het uitzonderlijk hoge vertrekpunt in 2024. In 2025 is een stabiel en positief effect op bestaanszekerheid zichtbaar, met herstel van vertrouwen in de overheid als belangrijk doel. Zorgen voor ondersteuning Vanuit de opgave Zorgen voor ondersteuning zijn voor 2025 belangrijke ingezette ontwikkelingen de beweging van Wmo naar de voorkant en het normaliseren van ondersteuning.
Er wordt blijvend geïnvesteerd op de beweging van Wmo naar lichtere ondersteuning om zelfredzaamheid en participatie te vergroten. Via gemeentegerichte teams werken Wmo-consulenten dichter bij inwoners en zoeken samen met inwoners naar passende ondersteuning. De kosten voor begeleiding en dagbesteding bleven onder de afgesproken referentielijnen. De instroom in de maatschappelijke opvang verhoogde tijdelijk de kosten, maar deze stabiliseerden weer. Door de groei van de oudere doelgroep is daling van het relatieve aantal ouderen met een maatwerkvoorziening niet haalbaar, al is sinds 2023 wel een lichte afname te zien. Voor wat betreft de achterstanden in de toegang, zijn deze weggewerkt. Ook zijn de wachttijden grotendeels onder controle, al blijft beschikbaarheid van zorgaanbieders soms een knelpunt. Ontwikkelen naar werk Binnen de opgave Ontwikkelen naar werk is de doelgroep opnieuw goed in beeld gebracht via klantprofielen, waarna is gewerkt aan het Werk Ontwikkelpunt (WOP) en aan ontwikkelplekken voor inwoners met een grotere afstand tot werk. De bijgestelde uitstroomdoelstelling voor 2025 is behaald, maar plaatsingen in beschut werk blijven achter door de grote afstand tot de arbeidsmarkt van deze doelgroep. Daarom wordt in 2026 gekeken naar nieuwe manieren om deze doelgroep te plaatsen.
Dit geldt in algemene zin voor het hele bijstandsbestand, de afstand tot de arbeidsmarkt wordt voor deze doelgroep steeds groter. De Participatiewet in balans verbreedt de focus van werk naar participatie en ontwikkeling. Het Sociaal Ontwikkelbedrijf ondergaat tevens een transformatie en werkt aan een toekomstbestendige visie. Daarnaast stijgt de instroom van jongeren en statushouders in de bijstand. Voor jongeren is gewerkt aan de invoering van de Wet Van school naar duurzaam werk (2026), gericht op preventie. De toename van statushouders is een gevolg van verdere spreiding in de regio. Voor statushouders zijn duale trajecten en een vroegtijdige aanpak vanuit het AZC gestart om toekomstige instroom te beperken. Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering richt zich op controle en transparantie in het gebruik van middelen en de behaalde publieke waarde. In 2025 hebben zich een aantal ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering voorgedaan, waaronder de aanbesteding voor schuldhulpverlening en bewindvoering. Ook is in samenwerking met Drechtsteden werk gemaakt van het beschikbaar stellen van een nieuw dataplatform hetgeen inmiddels technisch in de startblokken staat. Een ander behaald resultaat betreft het dashboard “Dordt-West” waar het afgelopen jaar door de GR Sociaal, de Dienst Gezondheid &Jeugd samen aan is gewerkt.
Financiële samenvatting Met de uitgangspuntennotitie is het begrotingsjaar 2025 gestart. Deze uitgangspuntennotitie is de basis voor de Begroting 2025. De daaropvolgende voorjaarsbrief 2025 is het moment voor aanpassingen op de Begroting 2025. In totaal zijn op de begroting 2025 vier begrotingswijzigingen vastgesteld. Daarnaast is er sprake geweest van een resultaatbestemming 2024.
6
In de Najaarsbrief zijn de verwachte afwijkingen ten opzichte van de voorjaarsbrief 2025 aangegeven en is een prognose afgegeven voor 2025. Daaropvolgend is er een 4e begrotingswijziging geweest in december 2025. Op basis van de Voorjaarsbrief 2025 en de 4e begrotingswijziging 2025 zijn de bijdragen bij de gemeenten opgehaald. De extra benodigde bijdragen van c.q. de te veel opgehaalde bijdragen bij de gemeenten uit de prognose bij de Najaarsbrief zijn niet verrekend met de gemeenten. Bovenstaande betekent nu dat de afrekening met de gemeenten voor de jaarrekening 2025 tegen de gemeentelijke bijdragen uit de Voorjaarsbrief 2025 en de 4e begrotingswijziging worden afgezet. Bij deze jaarrekening is gebruik gemaakt van de Najaarsbrief voor de analyse van de resultaten. Hieronder treft een overzicht van de ontwikkeling van de begroting 2025: Begroting 2025
Begroting 2025
Lasten Primaire begroting 2025
351.088
1e Begrotingswijziging 2025 DVO Beschermd Wonen 2e Begrotingswijziging 2025-2028 Minimabeleid en EB Wmo Voorjaarsbrief 2025
-8 -555 18.325
4e Begrotingswijziging 2025 Alleenverdieners en cao-gemeenten
-758
Resultaatbestemming 2024
700
Totaal lasten Begroting na wijzigingen
368.792
Begroting 2025
Begroting 2025
Baten Primaire begroting 2025
351.088
1e Begrotingswijziging 2025 DVO Beschermd Wonen 2e Begrotingswijziging 2025-2028 Minimabeleid en EB Wmo Voorjaarsbrief 2025
-8 -555 18.325
4e Begrotingswijziging 2025 Alleenverdieners en cao-gemeenten
-758
Resultaatbestemming 2024
700
Totaal baten Begroting na wijzigingen
368.792
Bij de GR Sociaal is er sprake van resultaatbepaling (DR 4 december 2018). Dat houdt in dat de vaste financieringsafspraken, inclusief de afrekening met de gemeenten, in de jaarrekening wordt verwerkt bij wijze van resultaatbepaling. De met de gemeenten af te rekenen bedragen worden als schuld of als vordering op de balans van de GRS opgenomen. Gemeenten nemen lokaal dezelfde bedragen, maar dan gespiegeld, in hun balans op. Ten opzichte van de prognose van de Voorjaarsbrief 2025 en de 4e begrotingswijziging blijft er een nog te verrekenen bedrag over van afgerond € 2,8 miljoen. In onderstaande tabel zijn de cijfers per opgave gepresenteerd die uiteindelijk verrekend worden met de deelnemende gemeenten.
7
In de laatste kolom wordt het nog te verrekenen bedrag met de deelnemende gemeenten weergegeven. De positieve bedragen in de kolom "financieel effect gemeenten" gaan terug naar de gemeenten en de negatieve bedragen worden nog door de GR Sociaal in rekening gebracht. Een tweetal opmerkingen hierover: 1. Onder de opgave Ontwikkelen naar Werk is Drechtwerk in bovenstaand overzicht apart en als één geheel getoond, inclusief bedrijfsvoeringskosten, treasury en overhead. Hier is bewust gekozen, omdat Hardinxveld-Giessendam niet in Drechtwerk participeert. Op deze manier kunnen we het onderscheid inzichtelijk blijven maken tussen bedrijfsvoering SDD en DW. 2. De getoonde lasten en baten bij de Opgave Bedrijfsvoering zijn, zoals bij punt 1 al benoemd, exclusief Drechtwerk. Hieronder een tabel met het saldo van de Lasten en Baten bij de Begroting, Najaarsbrief en de Jaarrekening. Begroting Najaarsbrief Jaarrekening Verschil Opgaven Lasten
Baten Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten Saldo Lasten
Baten
Saldo
Bestaanszekerheid versterken Inkomensondersteuning Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G. Minimabeleid
147.296 147.296
0 150.496 150.496
0 151.761 151.761
0
1.265
1.265
0
134.087 134.087 2.135 2.135
0 137.449 137.449 0 2.135 2.135
0 138.788 138.788 0 2.142 2.142
0 0
1.338 7
1.338 7
0 0
11.074 11.074
0
10.912 10.912
0
10.831 10.831
0
-80
-80
0
Ontwikkelen naar werk
60.656 61.213
557
60.957 61.514
557
60.745 61.302
557
-212
-212
0
Statushouders Participatie Drechtwerk
0 66 9.469 9.960 51.187 51.187
66 491 0
0 66 8.529 9.020 52.428 52.428
66 491 0
0 66 8.181 8.672 52.564 52.564
66 491 0
0 -348 136
0 -348 136
0 0 0
Zorgen voor ondersteuning
91.927 91.927
0
94.453 94.453
0
91.579 91.579
0 -2.874 -2.874
0
Hulpmiddelen Vervoer
5.581 5.581 12.099 12.099
0 0
5.939 5.939 12.203 12.203
0 0
5.758 5.758 12.054 12.054
0 0
0 0
-181 -149
-181 -149
8
Huishoudelijke ondersteuning Begeleiding en kortdurend verblijf
36.204 36.204
0
36.667 36.667
0
34.063 34.063
0 -2.604 -2.604
0
38.043 38.043
0
39.644 39.644
0
39.705 39.705
0
0
Bedrijfsvoering
68.913 67.656 -1.257
68.263 67.006
-1.257
66.923 65.666 -1.257 -1.340 -1.340
0
Apparaatskosten Apparaatskosten DVO's Treasury
63.692 62.435 -1.257 5.006 5.006 0 215 215 0
63.042 61.785 -1.257 5.006 5.006 0 215 215 0
61.206 59.548 -1.658 -1.836 -2.237 5.710 5.710 0 705 705 6 408 401 -209 193
-401 0 401
Programmareserves
0
Mutaties reserves
0 700 368.792 368.792
Totaal
700
700
0
700
700 0 700 0 374.169 374.169
700
0
61
61
700
700
0
0
0
700 0 700 0 371.008 371.008
700
0 0 -3.161 -3.161
0 0
Bedragen x € 1.000
Financiële samenvatting per opgave: Opgave Bestaanszekerheid versterken Inkomensondersteuning Het programma Inkomensondersteuning laat bij de jaarrekening een tekort zien van € 7,0 mln. Ten opzichte van de najaarsbrief (laatste prognose) is dit een stijging van € 2,1 mln. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een hogere eindstand klantaantallen en minder extra parttime uitstroom is gerealiseerd. Daarnaast is er sprake van een hogere gemiddelde prijs. Hierdoor stijgen de lasten met € 1,2 mln. Tevens is er sprake van de actualisering van voorziening dubieuze debiteuren, € 0,9 mln. Door bovenstaande ontwikkelingen ligt het tekort bij de jaarrekening 2025 op ongeveer hetzelfde niveau als bij de voorjaarsbrief 2025. Minimabeleid De lasten voor het minimabeleid zijn € 0,1 miljoen lager ten opzichte van de prognose uit de najaarsbrief. De baten van het minimabeleid zijn nagenoeg gelijk aan de prognose van de najaarsbrief. De compensatie in het kader van de Alleenverdienersproblematiek is nog niet volledig is afgerond, hierom zijn de resterende budgetten voor zowel de uitkeringen als de uitvoeringskosten doorgeschoven naar 2026. Het betreft een totaalbedrag van € 0,4 mln. Bij de jaarrekening 2026 zal, indien sprake is van een restant, het bedrag worden afgerekend met de gemeenten.
Opgave Ontwikkelen naar werk Drechtwerk Per saldo resulteert de jaarrekening 2025 Drechtwerk in een verlaging van de gemeentelijke (verlies)bijdrage van € 0,3 mln. Participatie Het programma Participatie laat per saldo een positief incidenteel resultaat zien van € 0,3. Dit is conform de najaarsbrief. De middelen zijn uitgegeven aan instrumentarium voor re-integratie en ook aan projectmatige en experimentele aanpak. Opgave Zorgen voor ondersteuning De opgave Zorgen voor Ondersteuning laat t.o.v. de najaarsbrief een positief resultaat zien van € 0,3 mln. Hulpmiddelen Het tekort, € 0,2 mln., op hulpmiddelen als gevolg van grote woningaanpassingen. Vervoer Een nagenoeg neutraal resultaat. Huishoudelijke ondersteuning Een positief resultaat, € 2,2 mln., wat het gevolg is van nieuwe indicaties in 2025 waarvan de ondersteuning pas start in het eerste kwartaal van 2026. De kosten voor herstelgerichte ondersteuning zijn niet gerealiseerd. Daarnaast is de verwachte besparing op de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning niet behaald, doordat
9
herstelgerichte ondersteuning per 1 april 2025 is beëindigd. Hierdoor zijn geen nieuwe indicaties voor herstelgerichte ondersteuning afgegeven en zijn bestaande indicaties afgebouwd. Dit heeft geleid tot lagere uitgaven dan begroot voor herstelgerichte ondersteuning. Begeleiding en kort durend verblijf Het tekort laat t.o.v. de najaarsbrief een daling zien naar € 1,7 mln. Opgave Bedrijfsvoering Over de apparaatskosten binnen alle opgaven wordt een positief resultaat gepresenteerd van € 3,8 mln. Dit positieve resultaat is het gevolg van: • overschot op personeelsbudgetten vooral door ruimte die ontstaat tussen de begrote maximale tredes en de daadwerkelijke tredes; • overschot op diverse materiële budgetten; • automatiseringsprojecten vertraagd waardoor implementatiekosten niet zijn gerealiseerd; • resultaat op Treasury. Programma reserves De bestemmingsreserve Onderzoek sociale en zakelijke integriteit, gevormd bij de jaarrekening 2024, is in 2025 volledig benut ter financiering van de kosten van het onderzoek. In onderstaande tabel is weergegeven wat het effect is voor de bijdragen van de gemeenten. Najaarsbrief
Jaarrekening
Verschil
Bestaanszekerheid versterken
147.890
149.966
2.076
Inkomensondersteuning Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G. Minimabeleid
135.298 2.135 10.457
137.450 2.142 10.374
2.152 7 -82
Ontwikkelen naar werk
43.746
44.066
320
Statushouders Participatie Drechtwerk
66 7.633 36.047
66 7.637 36.364
0 4 316
Zorgen voor ondersteuning
91.142
88.383
-2.759
Hulpmiddelen Vervoer Huishoudelijke ondersteuning Begeleiding en kortdurend verblijf
5.939 11.753 33.806 39.644
5.755 11.670 31.261 39.698
-184 -83 -2.545 54
Bedrijfsvoering
64.866
62.765
-2.101
Apparaatskosten Apparaatskosten DVO's Treasury
60.260 4.806 -200
57.056 5.709 0
-3.205 904 200
347.645
345.181
-2.464
Bijdragen gemeenten naar Opgaven
Totaal Bedragen x € 1.000
1.2 MAATREGELEN EN OMBUIGINGEN De financiële positie van gemeenten staat onder druk als gevolg van de geplande kortingen door de rijksoverheid op het gemeentefonds. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de gemeentelijke begrotingen. Om de negatieve effecten van deze terugval in inkomsten te dempen stelde het kabinet in de Voorjaarsnota en de Meicirculaire 2025 incidenteel en deels structureel aanvullende middelen voor ondersteuning beschikbaar. Toch betekent dit dat het volledige effect van het Ravijnjaar niet wordt voorkomen, maar wordt uitgesteld tot het jaar 2028. Gemeenten krijgen daardoor twee jaar extra de tijd om zich hierop voor te bereiden. Aan de hand van de bestuurlijke opdracht 'Toekomstbestendig Sociaal Domein' onderzoekt de GR Sociaal welke mogelijkheden (knoppen) er binnen de verantwoordelijkheden van de GR Sociaal zijn om bij te dragen aan het beheersbaar houden van de kosten in het Sociaal Domein.
10
Update over lijn 1: aanpassing van de uitvoering en bedrijfsvoering In deze eerste lijn ligt de focus op het streven naar een zo efficiënt mogelijke uitvoering. Het uitgangspunt voor de begroting is dat de raming van de benodigde formatie meebeweegt met ontwikkeling binnen de opgaven. Dit betekent voor de formatie in 2025 een groei van 10 fte, zijnde € 1.128.000. In de Begroting 2025 is besloten om van dit standpunt af te wijken en de formatie in de begroting 2025 niet mee te laten bewegen met de ontwikkelingen (anders dan CAO etc.). Deze maatregel is in 2025 gerealiseerd. Primaire begroting 2026-2029 Het Algemeen Bestuur heeft op 10 juli 2025 de primaire Begroting 2026-2029 vastgesteld. Naast een structurele ombuiging op met name de formatie van € 1,3 miljoen is tijdens de AB- vergadering ook besloten om een structurele ombuiging van € 2,0 miljoen op de personeelskosten en overhead meerjarig door te voeren vanaf 2026. De aanvullende structurele ombuiging van € 2,0 miljoen wordt o.a. gerealiseerd door de begrotingsmethodiek van de personeelskosten aan te passen. Voorheen werd in de personeelsbegroting uitgegaan van het maximum van de salarisschaal; voortaan wordt de begroting gebaseerd op één trede onder het maximum. Dit leidt tot een financieel voordeel van € 1,3 miljoen.
Het resterende bedrag van € 0,7 miljoen wordt gerealiseerd door diverse aanpassingen binnen de overhead, waaronder de bijstelling van de verschillende personeels- en afdelingsbudgetten. Keuzes in spoor 2 (zie onderstaand) kunnen een effect hebben op de manier van uitvoering van bepaalde taken, waardoor het mogelijk kan zijn om aanvullende ombuigingen op dit spoor te realiseren. Update over lijn 2: aanpassingen in het beleidsprogramma Om de kostenontwikkeling verder te kunnen beheersen, is aanpassing van het beleidsprogramma opgenomen als onderdeel van de Bestuurlijke Opdracht. Vooruitlopend op om buigingen in het kader van deze bestuurlijke opdracht zijn in de begroting 2025 al enkele maatregelen financieel verwerkt: • Uitstroom bevorderende maatregelen: De doelstelling voor het aantal bijstandsgerechtigden, welke inhield dat we 2,5% beter presteerden dan de landelijke CPB-prognose, is de afgelopen jaren en ook voor 2025 niet gerealiseerd. Het beleidsdoel is gericht op het bevorderen van een zo hoog mogelijk en duurzaam niveau van participatie voor inwoners met een uitkering binnen de samenleving en arbeidsmarkt. Toch wordt volledige uitstroom uit de uitkering voor deze doelgroep steeds moeilijker gerealiseerd. De beoogde extra uitstroom is niet behaald, waardoor de verwachte besparing niet is gerealiseerd.
Daar staat tegenover dat hogere kantenaantallen leiden tot hogere BUIG-budgetten, waardoor het financiële effect voor de gemeenten minimaal is. •
Herstelgerichte ondersteuning: Bij de Najaarsbrief 2025 zijn gemeenten geïnformeerd over dat de verwachte besparing binnen de opgave Zorgen voor Ondersteuning met € 0,4 mln. naar beneden is bijgesteld. Door het beëindigen van de interventie Herstelgerichte ondersteuning is deze doelstelling niet behaald. Op dit moment wordt samen met gemeenten verkend of er andere mogelijkheden zijn waarmee de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van ouderen wordt vergroot.
•
Serviceteam Bewindvoering: In 2025 is het Serviceteam Bewindvoering van start gegaan. De beoogde ombuiging van € 225.000 is nog niet volledig gerealiseerd. De huidige besparing bedraagt € 70.000. Wel zijn belangrijke voorbereidingen getroffen om deze structurele besparing vanaf 2026 mogelijk te maken. Er is gewerkt aan het verbeteren van de datakwaliteit en de monitoring van de doorstroom naar de schuldhulpverlening. De bestaande registraties bleken geen volledig beeld te geven. Daarom is de werkwijze aangepast en is de gegevensverzameling verfijnd. De nieuwe opzet wordt momenteel verder beoordeeld op volledigheid.
Uitgangspuntennotitie 2027-2030 Tijdens de behandeling van de Uitgangspuntennotitie 2027–2030 in het Algemeen Bestuur op 29 januari 2026 is besloten de ombuigingsmaatregelen voor de jaren 2027–2030 in de begroting te actualiseren. Deze actualisering vindt plaats op basis van de Bestuurlijke Opdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein. Voorts is de intentie uitgesproken om verschillende alternatieven te verkennen ter compensatie van de vervallen ombuigingen. Hoewel het Algemeen Bestuur geen
11
expliciete taakstelling heeft vastgesteld, is verzocht om (alternatieve) ombuigingsvoorstellen ter omvang van € 6,6 miljoen in kaart te brengen en daarbij specifiek invulling te geven aan de volgende aandachtsgebieden: 1.
Nader onderzoek in hoeverre een andere invulling van participatie (o.a. de businesscase Arbeidsondersteuning van Nuggers en Jongvolwassenen) kan leiden tot kwantificeerbare ombuigingen.
2.
Nader onderzoek in hoeverre ombuigingen in het buitenwettelijk begunstigend beleid (i.c. minimabeleid) kan leiden tot kwantificeerbare ombuigingen.
3.
Nader onderzoek in hoeverre aanpassingen in het Wmo-beleid (o.a. vorming van algemene voorzieningen en de link met Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang) kunnen worden geformuleerd en geëffectueerd in de ramingen van de Wmo.
4.
Nader onderzoek in hoeverre ombuigingen in de dienstverlening vanuit Bedrijfsvoering Drechtsteden kunnen worden geëffectueerd in de primaire begroting 2027.
In aanloop naar de Primaire Begroting 2027–2030 is binnen de verschillende opgaven van de GR Sociaal een brede inventarisatie uitgevoerd naar potentiële ombuigingsvoorstellen. Hierbij is rekening gehouden met de verschillende aandachtsgebieden zoals opgenomen in de opdracht van het Algemeen Bestuur. De opbrengst van deze inventarisatie is verwerkt in de Rapportage actualisatie ombuigingen die als bijlage bij de Begroting 2027-2030 is toegevoegd. Het Algemeen Bestuur wordt daarin gevraagd een selectie te maken van de ombuigingsvoorstellen die in samenspraak met de gemeenten nader dienen te worden uitgewerkt. Na uitwerking kunnen deze voorstellen via een eerste begrotingswijziging, dan wel via de Voorjaarsbrief 2027, in de Begroting 2027–2030 worden opgenomen. Update over lijn 3: Onderzoeken van kansen voor nadere samenwerking De maatregelen in lijn 3 gaan over kansen door op een andere manier samen te werken in het sociaal domein. De uitwerkingsopdrachten in lijn 3 geven inzicht in meer duurzame oplossingen. Deze kunnen uiteraard wel effect hebben op de uitvoering (lijn 1) en het beleid (lijn 2). Het helder krijgen van welke keuzes dat zijn en welke effecten dat oplevert is onderdeel van de uitwerkingsopdrachten in lijn 3. De eerste drie uitwerkingsopdrachten zijn gestart, maar het is nog onbekend wanneer de concrete ombuiging zal plaatsvinden.
1.3 VOORSTEL RESULTAATBESTEMMING Algemeen Bij de Opgaven van de GR Sociaal is sprake van resultaatbepaling. Bij deze onderdelen worden de vaste financieringsafspraken, inclusief de afrekening met de gemeenten, reeds in de jaarrekening verwerkt, bij wijze van resultaatbepaling. Er is dan geen te bestemmen resultaat meer. De met de gemeenten af te rekenen bedragen worden als schuld of als vordering op de balans van de GRS opgenomen. Gemeenten nemen lokaal dezelfde bedragen, maar dan gespiegeld, in hun balans op. In bepaalde situaties kan het Algemeen Bestuur worden gevraagd een besluit te nemen over de bestemming van het resultaat. Aan het Algemeen Bestuur kan worden voorgesteld om het benodigde budget bij de bestemming van het rekeningresultaat in het volgende jaar opnieuw ter beschikking (budgetoverheveling / reservevorming) te laten stellen. Resultaatbestemming jaarrekening 2025 Vanuit het dagelijks bestuur is er geen verzoek tot het doen van resultaatbestemming.
Voor een uitgebreidere beschrijving van de Opgaven én een uitgebreidere analyse per Opgave, verwijzen wij naar hoofdstuk 2 'Programmaverantwoording'.
12
2 PROGRAMMAVERANTWOORDING De Jaarstukken volgen de verplichte indeling vanuit de wetgeving (BBV). Aanpassingen worden normaliter in de volgende P&C cyclus meegenomen. In de jaarstukken wordt o.a. gerapporteerd op de hoofddoelen uit de doelenboom. Daarnaast wordt in de jaarstukken gerapporteerd op basis van de 3-W vragen; • Wat hebben wij bereikt en Wat hebben wij daarvoor gedaan? • Wat heeft het gekost? 2.1 DIENSTVERLENING Doelen Nummer
Doelstelling
1.1
Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega’s bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zaken doen met de Sociale Dienst
1.2
Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen aan de opgave dienstverlening Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast.
1.3
Opgave-indicatoren Indicator
Doel
Realisatie
% gegronde bezwaren t.o.v. van het totaal
Daling 10%
Daling 14%
80%
80%
Score tevredenheid over mensgerichte dienstverlening in de kanalen
8
8
% afhandeltijd besluitvorming aanvragen binnen de wettelijke termijn
100%
% vragen dat in Eén keer is beantwoord door de kanalen
% aantal lokale (gemeenten) meldingen t.o.v. het totaal aantal meldingen
-
37%
Passende dienstverlening (doelgroep bekend en proces ingericht) voor de meest kwetsbare inwoners met meervoudig en complexe vragen
115
117
4
-
Score op stress reductie (nu 3,7)
Wat hebben wij bereikt en wat hebben wij daarvoor gedaan? Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega’s bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zakendoen met de Sociale Dienst Er zijn nieuwe dienstverlening overeenkomsten met gemeenten gesloten voor het leveren van informatie en adviesdiensten in de toegang.
13
In 2025 is verder gebouwd aan het gemeentegericht werken, met als doel de dienstverlening voor de inwoners zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk te organiseren. De lokale loketten zijn doorontwikkeld en versterkt, zowel in bereikbaarheid als in samenwerking met gemeenten en de wijkteams. Door structureel in gesprek te blijven met lokale partners is de afstemming verbeterd en zijn werkafspraken aangescherpt. Naast de reguliere informatie- en adviesfunctie, nemen medewerkers I&A ook actief deel aan lokale overlegstructuren. Hierdoor kon sneller worden ingespeeld op signalen uit de praktijk en zijn verbeteringen in de dienstverlening direct doorgevoerd. Tegelijkertijd is ingezet op het vergroten van de fysieke aanwezigheid, door uitbreiding van het aantal locaties. Hiermee is het principe van ‘het loket dichtbij’ verder geconcretiseerd en is de toegankelijkheid voor inwoners vergroot, doordat er in nagenoeg elke gemeente een breder lokaal aanbod is gerealiseerd. Integrale ondersteuning inwoners met multiproblematiek Ook op samenwerkingsniveau zijn concrete resultaten behaald. De versterkte samenwerking met de inhoudelijke opgave, netwerkpartners en gemeenten hebben bijgedragen aan een betere integrale ondersteuning van inwoners.
De versterkte verbinding zorgt voor betere aansluiting tussen uitvoering en beleid en vergroot de gezamenlijke slagkracht in het ondersteunen van inwoners met (complexe) vraagstukken. In 2025 zijn er een totaal van 117 dossiers, waarbij sprake was van multiproblematiek, afgehandeld door de CSDI. Samenwerkplein In 2025 bevestigt het eerste klantonderzoek het positieve beeld van het Samenwerkplein. Bezoekers waarderen vooral de samenwerking van meerdere organisaties op één locatie, wat de toegankelijkheid vergroot en drempels verlaagt, vooral voor ouderen en mensen met beperkte mobiliteit. Medewerkers worden ervaren als vriendelijk en respectvol, wat zorgt voor een veilige en prettige sfeer. De tevredenheid is hoog (4,1–4,7), al blijft privacy een aandachtspunt (3,8). Tegelijkertijd is het Samenwerkplein inhoudelijk doorontwikkeld. Het netwerk van partners is uitgebreid, waardoor meer expertise beschikbaar is en dossiers integraler worden benaderd. De samenwerking is versterkt via gezamenlijke reflectie en afstemming, en werkprocessen zijn beter op elkaar aangesloten. Dankzij aansluiting op het landelijke overheidsbrede loket kunnen vragen ook worden opgelost wanneer partners niet fysiek aanwezig zijn, wat de bereikbaarheid vergroot.
Daarnaast is gewerkt aan een merkstrategie die in 2026 wordt afgerond om de zichtbaarheid en positionering van het Samenwerkplein verder te versterken. Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen Er is geïnvesteerd in de rol en de lokale inzet van de CSDI. De rol van de consulent is verder verduidelijkt en aangescherpt, met aandacht voor positionering, taakafbakening en samenwerking. Intern is de afstemming met de inhoudelijke opgaven geïntensiveerd en zijn in overleg met senioren gezamenlijke werkafspraken gemaakt om de werkwijze te uniformeren en de kwaliteit te borgen. Medewerkers hebben deelgenomen aan systeembijeenkomsten waarin gezamenlijk is gereflecteerd op complexe casuïstiek en knelpunten in processen en beleid. Deze bijeenkomsten hebben bijgedragen aan het signaleren van verbeterpunten en het optimaliseren van de dienstverlening. Parallel hieraan is geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering. Medewerkers hebben trainingen en opleidingen gevolgd, onder andere op het gebied van stress-sensitief werken en gespreksvaardigheden, om hun professionele vaardigheden verder te versterken. Binnen meerdere gemeenten is meegedacht over de toepassing en doorontwikkeling van de AVE-methodiek en de rol van de SDD daarin.
Tot slot zijn de interne samenwerkingslijnen met het team Toeslagen versterkt, met als doel de onderlinge afstemming te verbeteren en deze doelgroep beter en sneller te ondersteunen. Er is ook actief ingezet op kennisdeling en professionele uitwisseling met andere gemeenten. Door het delen van ervaringen en best practices is gewerkt aan de verdere doorontwikkeling van de functie. Ook zijn de verbindingen met netwerkpartners versterkt en is het netwerk uitgebreid, met als doel betere aansluiting bij de leefwereld en behoeften van de doelgroep. Klantbeleving Het Info & Adviespunt en Telefonie blijven de sterkst gewaardeerde kanalen, met stabiele scores rond de 8. Klanten voelen zich serieus genomen en ervaren de dienstverlening als betrouwbaar en duidelijk. De Wmo-instroom scoort eveneens goed, maar het digitale aanmeldproces blijft achter door onduidelijke formulieren en beperkte gebruiksvriendelijkheid. Ook binnen Werk & Inkomen wordt
14
persoonlijke dienstverlening hoog beoordeeld, terwijl variabele doorlooptijden de tevredenheid onder druk zetten. De digitale formulieren laten een gemengd beeld zien: taalgebruik en invultijd zijn meestal op orde, maar vervolgstappen zijn onvoldoende duidelijk. Tussen domeinen bestaan grote verschillen, waardoor maatwerkverbeteringen noodzakelijk zijn. Het gewogen gemiddelde van de totale dienstverlening komt in 2025 uit op een 7,8. Het eerste klantonderzoek bij het Samenwerkplein bevestigt een positieve klantbeleving. Bezoekers waarderen de nabijheid en samenwerking onder één dak, al vormt privacy een aandachtspunt. Klachten, bezwaren en privacy Het aandeel gegronde klachten is in 2025 hoog (75%), waarbij vooral thema’s als niet teruggebeld worden en bejegening naar voren komen. De wettelijke termijnen worden in 18% van de gevallen overschreden. Binnen ZvO en BzV zijn specifieke knelpunten zichtbaar die de noodzaak van de lopende verbetertrajecten onderstrepen. Het aantal bezwaren ligt met 337 net onder het niveau van 2024, maar binnen regulier werk is sprake van een stijging. De tijdige afhandeling staat onder druk. Vooral bij ZvO is het aandeel gegronde bezwaren hoog (79%), wat wijst op structurele verbeterpunten in besluitvorming en communicatie. Binnen privacybescherming zijn 47 datalekken geregistreerd, waarvan 8 gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
Het merendeel betreft foutief bezorgde post. De verplichte Wpg-audit over 2021– 2024 is in 2025 gestart. Nulmeting werkprocessen De nulmeting medewerkerstevredenheid over de belangrijkste processen laat een gemiddelde score van 5,1 zien. Met name duidelijkheid, klantgerichtheid, samenwerking, automatisering en managementinformatie scoren laag. Processen als Wmo en 1e/2e betaler springen hier negatief uit. De nulmeting vormt een stevig vertrekpunt voor de verbetertrajecten die in 2026 worden doorgezet. Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast In 2025 stond de afdeling Telefonie & Digitale Diensten opnieuw in het teken van kwaliteitsverbetering, innovatie en verdere professionalisering van het Klantcontactcentrum (KCC). Het hoofdproject richtte zich op het versterken van onze dienstverlening aan inwoners, waarbij zowel kwaliteit als kostenbeheersing centraal stonden. Gedurende het jaar zijn belangrijke stappen gezet in de implementatie van vier innovatieve technologieën binnen onze afdeling en het Klantcontactsysteem: • • • •
Quantified Quality: biedt waardevolle inzichten in de kwaliteit van telefoongesprekken en ondersteunt de ontwikkeling van medewerkers, terwijl handmatige controles aanzienlijk worden verminderd. Intent Recognition: verbetert het inzicht in de vraag achter het gesprek en draagt bij aan efficiëntere verwerking en administratieve ontlasting. Contact Summary: automatiseert de omzetting van gesprekken naar gespreksverslagen en verhoogt daarmee zowel de kwaliteit als de uniformiteit van rapportages. Geautomatiseerde Chatbot: maakt snellere, consistentere en kwalitatief betere beantwoording van vragen mogelijk, met potentieel minder inzet van live-chatmedewerkers.
In juli 2025 zijn de eerste twee modules, Quantified Quality en Intent Recognition, succesvol in gebruik genomen. De implementatie van de Chatbot en Contact Summary is in 2025 verder voorbereid en staat gepland om in 2026 operationeel te worden. In 2026 zetten wij ons in om de inwoner nog centraler te stellen, de ingezette digitalisering verder door te voeren en de kwaliteit van onze dienstverlening duurzaam te versterken. Maatregelen en ombuigingen Wat heeft het gekost? De lasten van deze Opgave bestaan enkel uit personele kosten en zijn daarmee onderdeel van Bedrijfsvoering.
15
2.2 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN Doelen Nummer
Doelstelling
2.1
Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen
2.2
Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken
2.3
We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben.
Opgave-indicatoren Indicator
Doel
Realisatie
Het aantal toekenningen PMB voor inwoners met P-wetuitkering
3% stijging
1%
Het aantal toekenningen bijzondere bijstand voor inwoners met Pwetuitkering
10% stijging
0%
Het aantal toekenningen PMB voor inwoners zonder P- wet uitkering
5% stijging
3%
Het aantal toekenningen bijzondere bijstand voor inwoners zonder P- wet uitkering
5% stijging
-2%
Het aantal nieuw gestarte schuldhulpverleningstrajecten
10% stijging
5%
% aandeel geslaagde schuldhulpverleningstrajecten
Minimaal 90%
96%
aantal herinstroom schuldhulpverlening binnen 3 jaar
Max 10%
2,8%
gemiddelde schuldenlast bij melding schuldhulpverlening
10% lager dan landelijk
3,4% lager dan landelijk
≥4,4
4,1 van de 5
Score klantbeleving, mensgerichtheid bij de aanvraag van een bijstandsuitkering tot aan het besluit
Wat hebben wij bereikt en wat hebben wij daarvoor gedaan? De ingezette lijn om de bestaanszekerheid van inwoners te versterken is in 2025 succesvol voortgezet. Over het gehele jaar bezien bevestigen de resultaten het beeld uit de Najaarsbrief: de schuldhulpverlening laat positieve resultaten zien en het gebruik van minimaregelingen blijft hoog. De groei van enkele indicatoren blijft achter bij de ambitie, maar dit hangt samen met uitzonderlijk hoge stijgingen in 2024 en met de wijze waarop de indicatoren voor 2025 zijn vastgesteld. In absolute zin bereiken we meer inwoners en liggen de resultaten structureel hoger dan in eerdere jaren. Daarbij geldt ook dat de indicatoren geen doel op zich zijn, maar een logisch gevolg van gezamenlijke
16
inspanningen om niet-gebruik te verminderen, het bereik te vergroten en de dienstverlening te verbeteren. Hieronder lichten we toe wat in 2025 voor de opgave Bestaanszekerheid versterken is bereikt, aan de hand van de drie geformuleerde doelstellingen. 1. Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen Gebruik minimaregelingen door bijstandsgerechtigden Het gebruik van individuele inkomenstoeslag (PMB) en bijzondere bijstand door bijstandsgerechtigden blijft in 2025 op een hoog niveau. Dat de doelstellingen voor 2025 niet worden behaald, hangt samen met de gekozen indicator (percentuele groei ten opzichte van 2024). In 2024 is namelijk, mede door het succes van de brede bestaanszekerheidsgesprekken, al een sterke toename gerealiseerd. In vergelijking met 2023 ligt het gebruik van beide regelingen in 2025 nog steeds duidelijk hoger, wat laat zien dat het bereik structureel is verbeterd. Die lijn zet zich mede voort dankzij aanvullende inzet. De in de Najaarsbrief 2025 aangekondigde extra proactieve benadering van bijstandsgerechtigden zonder nieuwe PMB-aanvraag heeft effect gehad: de daling van 2% tot en met juli is over heel 2025 omgeslagen naar een lichte stijging van 1%. Tegelijkertijd neemt het effect van de bestaanszekerheidsgesprekken op het gebruik van minimaregelingen af.
In 2025 is weliswaar 74% van het bijstandsbestand (exclusief nieuwe instroom) gesproken, maar vaak voor de tweede keer. Hierdoor is de aandacht in de gesprekken meer verschoven van het benutten van regelingen naar preventie (zoals life-events, signalering, pensioen en parttime werk) en rechtmatigheid.
Niet-bijstandsgerechtigden Ook onder niet-bijstandsgerechtigden blijft het gebruik van minimaregelingen stabiel. Via intensievere samenwerking met lokale partners blijven we inzetten op het vergroten van het bereik onder deze groep. De effecten hiervan zijn in 2025 nog beperkt zichtbaar in de cijfers, maar vormen een belangrijke basis voor verdere groei in komende jaren.
17
2. Wij bieden hulp bij bestaanszekerheidsvraagstukken Bijstand en dienstverlening Eind 2025 ontvingen 6.487 inwoners een bijstandsuitkering. Ten opzichte van eind 2024 is dit een beperkte stijging (+99 inwoners). We komen uit op de voor 2025 geprognosticeerde eindstand volgens de CPB-ontwikkeling. Dit is niet in lijn met de in de begroting opgenomen ambitie van 2½% om beter te presteren den de CPB-norm. In de paragraaf Ontwikkelen naar Werk wordt dit verder toegelicht. Het herstel van vertrouwen in de overheid vormt een belangrijk beoogd effect van onze dienstverlening. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van de Participatiewet in Balans, waarin vertrouwen, eenvoud en de menselijke maat centraal staan. De klantbeleving bij de aanvraag van een bijstandsuitkering tot aan het besluit wordt in 2025 gewaardeerd met een score van 4,1 op een schaal van 5 voor mensgerichtheid. Schuldhulpverlening Het aantal gestarte schuldhulpverleningstrajecten is in 2025 met 5% gestegen (doelstelling: +10%). Hoewel deze stijging lager uitvalt dan verwacht, moet zij worden bezien tegen de achtergrond van de hoge stijging die in 2024 ten opzichte van 2023 al is gerealiseerd.
Om dit soort ontwikkelingen beter in perspectief te kunnen plaatsen, is in het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025–2028 gekozen voor meerjarige vergelijkingen waarbij deze indicator voor volgende jaren steeds wordt afgezet tegen basisjaar 2023. De ontwikkeling in 2025 sluit aan bij de ingezette werkwijze waarin integraal wordt gewerkt, signalen van betalingsachterstanden vroegtijdig worden opgepakt en nauw wordt samengewerkt met ketenpartners. Deze werkwijze is gericht op het tijdig in beeld brengen van inwoners met (dreigende) schulden en het toegankelijk maken van de schuldhulpverlening.
Alleenverdienersproblematiek In 2025 is gestart met de compensatie van gedupeerden in het kader van de alleenverdienersproblematiek. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen fase 1 (verrekening gemiste toeslagen 2022–2024) en fase 2 (forfaitaire compensatie 2025). De uitvoering van fase 1 heeft vertraging opgelopen. Door de complexiteit van de compensatieoperatie is het niet mogelijk gebleken om voldoende personeel in te zetten en alle potentieel gedupeerden te benaderen voor het einde van 2025. Dit staat nog los van alle uitdagingen op de arbeidsmarkt waar we überhaupt al mee te maken hebben. Tot en met 2025 zijn 30 huishoudens gecompenseerd. De overige circa 170 huishoudens worden in 2026 benaderd. De resterende middelen van fase 1 worden meegenomen naar 2026. Fase 2 is nagenoeg afgerond. In totaal zijn 132 huishoudens benaderd, waarvan vier huishoudens vooralsnog niet zijn gecompenseerd. Omdat deze huishoudens nog een aanvraag kunnen indienen worden ook deze middelen meegenomen naar 2026.
18
3. We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben Bij schuldregelingstrajecten bieden we samen met gemeentelijke partners nazorg. Deze begeleiding is gericht op het ondersteunen van inwoners bij een schuldenvrije start en het behouden van financiële stabiliteit. Door de verkorting van de schuldregelingen naar 18 maanden is de begeleiding tijdens het traject en in de nazorg verder geïntensiveerd. In dat licht is het positief dat de herinstroom in de schuldhulpverlening binnen drie jaar in 2025 2,8% bedraagt, ruim onder de doelstelling van maximaal 10%. De gemiddelde schuldenlast van inwoners die zich in 2025 hebben aangemeld voor schuldhulpverlening bedraagt € 37.770. Dit ligt onder het meest recente landelijke gemiddelde (2024: € 39.079). De mediaan ligt met € 18.999,88 aanzienlijk lager; er zijn 23 inwoners met een schuldenlast van meer dan € 100.000. Met de uitvoering van het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 wordt ingezet op het eerder in beeld brengen van inwoners, om te voorkomen dat schulden zich verder opstapelen.
Maatregelen en ombuigingen Onderstaande tabel geeft aan wat de maatregelen bij Bestaanszekerheid voor besparing hebben opgeleverd voor het jaar 2025 t.o.v. de najaarsbrief, te weten € 70.000. Onder de tabel wordt e.e.a. toegelicht. Ombuigingen Bestaanszekerheid versterken Vastgestelde maatregelen Begroting 2025 Maatregelen om de uitstroom te bevorderen Maatregelen UPN 2026 Maatregelen om de uitstroom te bevorderen Serviceteam bewindvoering
begroot 2025
jaarrekenin g 2025
€ 3.631
€ 2.295 € 225
Maatregelen Voorjaarsbrief 2025 Correctie
€ -3.450
TOTAAL
€ 2.701
€ 70
€ 70
Inkomensondersteuning In de Voorjaarsbrief 2024 en de Primaire begroting 2025 zijn extra uitstroom bevorderende maatregelen genomen om te komen tot een hogere uitstroom. Dit ten opzichte van de landelijk gemiddelde uitstroom aantal bijstandsgerechtigden (CPB Macro Economische Verkenning). In de Begroting 2024 hielden we rekening met een besparing gebaseerd op een extra uitstroom van 230 bijstandsklanten (met de daarbij behorende gemiddelde prijs van een bijstandsuitkering). Echter, bij de jaarrekening 2024 werd duidelijk dat de voorgenomen extra uitstroom niet is gerealiseerd. Als gevolg hiervan valt de beginstand van het aantal klanten vanaf 2025 hoger uit dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. De begrote uitgaven nemen hierdoor toe en daarmee daalt de begrote besparing. Dit effect is gecorrigeerd in de Voorjaarsbrief 2025 en de Begroting 2026. Tevens is de verwachte besparing geactualiseerd met de naar boven bijgestelde gemiddelde prijs (op basis van indexatie) van een bijstandsuitkering. De (aangepaste) doelstelling voor 2025 en 2026 bedraagt respectievelijk 160 en 156 extra uitstroom van klanten ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
19
Maatregelen genomen bij de Primaire Begroting 2025 / UPN 2026 Door de samenvoeging van de SDD met Drechtwerk zien wij mogelijkheden die we hebben vertaald in een aantal maatregelen die een positief effect hebben, zowel maatschappelijk als financieel. Deze maatregelen om de uitstroom te bevorderen zijn: - beschut werk met behulp van LKS - werk-fit maken van klanten die al langer dan 2 jaar in de bijstand zitten - pilot LKS - uitstroom van de Impulsdoelgroep via inburgering - meer klanten parttime laten werken. Maatregelen Voorjaarsbrief 2025 Maatregelen om de uitstroom te bevorderen De in de primaire begroting 2025 verwerkte bedragen hebben wij geactualiseerd. De lagere ombuiging (correctie) wordt vooral veroorzaakt door het niet realiseren van de beoogde extra uitstroom in 2024. Daarnaast heeft de herziene prognose van de klantontwikkeling van het CPB een effect op de uitkomst van de maatregelen. Jaarrekening 2025 Voor het aantal bijstandsgerechtigden is als maatregel de afgelopen jaren een ambitie gehanteerd om 2.5% beter te presteren dan de landelijke CPB-prognose. Die doelstelling is de afgelopen jaren en ook voor 2025 niet gehaald. Door een verhoogde instroom jongeren en statushouders en de samenstelling van ons klantenbestand is dit een zeer lastige opgave gebleken. De beoogde extra uitstroom heeft niet plaatsgevonden waardoor de geprognosticeerde besparing nihil is.
Echter, hogere aantallen leidt ook tot hogere BUIG-budgetten waardoor het financieel effect voor de gemeenten verwaarloosbaar is. Minimabeleid Serviceteam bewindvoering UPN 2026 De ombuiging is onderdeel van de bestuurlijke opdracht "Een toekomstbestendig sociaal domein", uitwerkingsopdrachten spoor 2 onderdeel 1 "Aanpassing van de uitvoering en bedrijfsvoering". Het serviceteam voor externe bewindvoering bundelt alle diensten en samenwerking rond beschermingsbewind. Dit zorgt voor passende, kwalitatieve ondersteuning van inwoners met financiële problemen en draagt bij aan het beheersen van de kosten van bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. Om de ombuiging te realiseren is een investering in de apparaatskosten noodzakelijk. Het opzetten van een serviceteam voor externe bewindvoering bundelt alle diensten rondom beschermingsbewind, met extra focus op schuldenbewind en de samenwerking met schuldhulpverlening. Hierdoor krijgen inwoners de juiste financiële ondersteuning, terwijl tegelijkertijd de kosten van bijzondere bijstand dalen door een snellere doorverwijzing naar schuldhulpverlening en kortere bewindperiodes. Minder cliënten onder bewind en kortere looptijden zorgen voor lagere kosten van bijzondere bijstand.
De verwachte besparing is gebaseerd op ervaringen van andere gemeenten, waar deze aanpak leidde tot een afname van het aantal ingestelde bewinden met 20%, wat resulteerde in minder verstrekkingen van bijzondere bijstand. In de Drechtsteden gaan we uit van een verwachte besparing van 11,25% in 2025 vanwege de opstartfase, oplopend naar 15% vanaf 2026. De besparing op de kosten van bijzondere bijstand voor beschermingsbewind bedraagt € 225.000, maar door apparaatskosten van € 222.000 blijft de netto besparing in 2025 nihil. Voortgang ombuiging Serviceteam bewindvoering Jaarrekening 2025 In 2025 is de beoogde ombuiging van € 225.000 nog niet volledig gerealiseerd. De huidige besparing bedraagt € 70.000. Wel zijn belangrijke voorbereidingen getroffen om deze structurele besparing vanaf 2026 mogelijk te maken. Er is gewerkt aan het verbeteren van de datakwaliteit en de monitoring van de doorstroom naar de schuldhulpverlening. De bestaande registraties bleken geen volledig beeld te geven. Daarom is de werkwijze aangepast en is de gegevensverzameling verfijnd. De nieuwe opzet wordt momenteel verder beoordeeld op volledigheid.
20
Daarnaast is de samenwerking met bewindvoerders versterkt en is ingezet op versnelling van de doorstroom richting schuldhulpverlening en daarmee ook de verkorting van de duur van bewind. Er is reeds sprake van een lichte stijging in het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening. Verder is het van belang te vermelden dat de tarieven voor bewindvoering aanzienlijk zijn verhoogd i.v.m. indexatie. Zonder deze indexering zou de besparing € 147.000 hebben bedragen. Voor 2026 staan drie acties centraal: 1. Verdere aanscherping en consequente toepassing van het adviesrecht. Doel is beperking van instroom onderbewindstellingen; 2. Volledige implementatie en monitoring van de zesmaandstermijn voor aanmelding bij schuldhulpverlening; 3. Structurele halfjaarlijkse voortgangsgesprekken met bewindvoerderskantoren. Deze maatregelen moeten leiden tot betere sturing, meer doorstroom en uiteindelijk lagere kosten. De effecten worden naar verwachting zichtbaar vanaf 2026, wanneer de nieuwe werkwijze volledig is ingebed. Wat heeft het gekost? Najaarsbrief
Begroting na wijziging Lasten Inkomensondersteuning
Baten
134.087 134.087
Verschil t.o.v. Najaarsbrief
Jaarrekening Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
0 137.449 137.449
0 138.788 138.788
0
1.338
1.338
0
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.135
2.135
0
2.135
2.135
0
2.142
2.142
0
7
7
0
Minimabeleid
11.074
11.074
0
10.912
10.912
0
10.831
10.831
0
-80
-80
0
Totaal
147.296 147.296
0 151.761 151.761
0
1.265
1.265
0
0 150.496 150.496
Bedragen x € 1.000
Het verloop van de begrote en gerealiseerde cijfers is als volgt weer te geven: Omschrijving
Lasten
Baten
Saldo
Begroting na wijziging
147.296
147.296
0
Inkomensondersteuning
3.362
3.362
0
Individuele studietoeslag
406
406
0
IOAW, IOAZ en Bbz
-341
-341
0
Klantontwikkeling van de Bijstand
2.275
2.275
0
Loonkostensubsidie
-1.383
-1.383
0
Prijsontwikkeling van de bijstand
2.404
2.404
0
Minimabeleid
-162
-162
0
Prognose PMB, BB Bewind en Bijzondere bijstand
-162
-162
0
Mutaties Najaarsbrief 2025
Totaal mutaties Najaarsbrief 2025
3.200
3.200
0
Totaal prognose t/m Najaarsbrief
150.496
150.496
0
Realisatie
151.761
151.761
0
Resultaat
-1.265
-1.265
0
Bedragen x € 1.000
21
Inkomensondersteuning De stijging van de lasten t.o.v. de najaarsbrief 2025 wordt vooral veroorzaakt door een hogere eindstand klantaantallen dan geprognosticeerd en minder gerealiseerd extra parttime uitstroom. Daarnaast is er sprake van een hogere gemiddelde prijs. Hierdoor stijgen de lasten met € 1,2 mln. Daarnaast stijgen de lasten LKS maar zijn er lagere lasten IOAW/IOAZ/Bbz wat resulteert in hoger lasten van € 0,2 mln. Door bovenstaande ontwikkelingen ligt het tekort bij de jaarrekening 2025 op ongeveer hetzelfde niveau als bij de voorjaarsbrief 2025. Hieronder een opsomming van alle mutaties t.o.v. de prognose bij de najaarsbrief 2025.
Op basis van de lasten en baten 2025 is er de mogelijkheid om voor een viertal gemeente een aanvraag Vangnetuitkering 2025 in te dienen. Minimabeleid De lasten voor het minimabeleid zijn € 0,1 miljoen lager ten opzichte van de prognose uit de najaarsbrief. De baten van het minimabeleid zijn nagenoeg gelijk aan de prognose van de najaarsbrief. Regulier minimabeleid De lasten van het regulier minimabeleid (exclusief de alleenverdienersproblematiek) zijn € 0,05 miljoen lager dan de prognose uit de najaarsbrief. De ingezette proactieve dienstverlening heeft geleid tot een lichte toename in het gebruik van regelingen. De uitgaven voor Bijzondere Bijstand (inclusief bewind) en de Persoonlijk Minimabudget (PMB)) zijn nagenoeg conform de najaarsbrief. De lagere lasten zijn voornamelijk het gevolg van het uitstellen van de campagne sociaal handhaven, deze heeft in 2025 geen doorgang gevonden en zal in 2026 worden gestart. Alleenverdienersproblematiek De compensatie in het kader van de Alleenverdienersproblematiek is nog niet volledig is afgerond, hierom zijn de resterende budgetten voor zowel de uitkeringen als de uitvoeringskosten doorgeschoven naar 2026. Het betreft een totaalbedrag van € 0,4 mln. Bij de jaarrekening 2026 zal, indien sprake is van een restant, het bedrag worden afgerekend met de gemeenten.