CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20260618 Verslag Oordeelsvorming.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 25 juni 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag van 18 juni 20265.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 18 juni (aanvang 21.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: De heer A.J. Boersma, voorzitter; De heer A. Blom (PVV), de heer F. van Hemert (PVV), mevrouw L. Rozendaal-Mampaey (PVV), mevrouw S.J.A. Verdoorn-De Lang (VVD), de heer D. Hedayati Sohani (VVD), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), de heer J. Mulder (CDA), mevrouw M. Minasian (CDA), de heer P.C. Grimmius (PRO), mevrouw C.W. Libert-Boogaard (PRO), mevrouw T.C. van Es (d66), de heer N. van Heteren (D66), de heer K. Leenhouts (SGP), de heer L. van Houtert (50Plus), de heer M. Verhoeven (CU), de heer A. Tieleman (PAB) en mevrouw A. van Gent (PAB). Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder. De heer H. Sepers, plv. griffier; Mevrouw C. Dorn, griffiemedewerker; Jeanine Nieuwstraten, notulist. Afwezig: de heren J.W. van der Borg en A.J. Kosten, portefeuillehouders. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Portefeuillehouders Van der Borg en Kosten zijn afwezig.

02.

Vaststellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. Mevrouw VAN ES geeft een korte terugkoppeling van de bijeenkomst van Smart Delta die gisterenavond heeft plaatsgevonden over de informatievoorziening rondom de regionale investeringsagenda, waarin de strategische visie van Smart Delta wordt uitgewerkt. Eerder hebben de heer Mulder en zijzelf namens de gemeenteraad deelgenomen aan een bijeenkomst waar werd geïnventariseerd hoe men geïnformeerd wilde worden over het komende plan van de RIS, waarin uitwerking staat van concrete plannen van de strategische visie Smart Delta. Gisterenavond is een concept van deze agenda, dat voor ca. 60% is uitgewerkt, gepresenteerd. Raadsleden konden in groepen aandachtspunten en aanvullingen meegeven. Deze input wordt gedurende de zomer verwerkt, waarna een 1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

definitief voorstel inclusief een verzoek om middelen, aan de raden in de Drechtsteden wordt voorgelegd. Mevrouw VAN ES benadrukt, gezien de eerdere besluitvorming en investeringen, het belang dat raadsleden zich hier alvast in verdiepen. Verder heeft de griffie aangegeven dat na de zomer mogelijk een beeldvormende bijeenkomst wordt georganiseerd, waarbij Smart Delta een nadere toelichting zal geven. Er zijn verder geen mededelingen. 04.

Vaststellen verslag 21 mei 2026. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. Er zijn geen vragen.

06.

Ingekomen stukken. Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. Er zijn geen insprekers.

07.

08.

Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen. Wethouder VAN ERK geeft een korte toelichting op een fout in de zienswijzebrief met betrekking tot de GR Sociaal. Maatregel 4 is daarin per abuis opgenomen onder de maatregelen die niet worden ingevoerd, terwijl uit de onderliggende stukken (bijlage 2.6) blijkt dat het advies juist is om deze wel in te voeren. Het college stelt daarom voor dit te corrigeren en maatregel 4 alsnog op invoeren te zetten. Deze maatregel betreft een verlaging van het persoonlijk minimabudget (PNB), dat in 2023 is verruimd. Door landelijke maatregelen, zoals verhoging van het minimumloon en de bijstand, is het PNB inmiddels relatief ruim geworden. Het effect op de koopkracht van inwoners zal worden gemonitord en indien nodig bijgestuurd. De VOORZITTER vraagt of hiervoor een vervangend voorstel komt, wat door de wethouder wordt bevestigd. Dit zal vóór de besluitvorming in de raad worden aangepast. Daarnaast wijst wethouder VAN ERK op een tweede correctie: in het derde beslispunt is abusievelijk verwezen naar bijlage 2.5 in plaats van bijlage 2.7. Hiervoor is reeds een vervangend voorstel aan de agenda toegevoegd. EERSTE TERMIJN COMMISSIE De heer VERHOEVEN begint met een compliment aan de ambtenaren voor het samenstellen van de stukken. Hij geeft aan dat deze duidelijk genoeg waren om als beginnend raadslid goed inzicht te krijgen.

Hij merkt op dat de gemeente 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

Papendrecht, vooral voor wettelijke taken, deelneemt aan veel gemeenschappelijke regelingen. Hij vindt dat logisch, maar het gaat wel om een groot bedrag van ongeveer 50 miljoen euro. Tegelijk moet de gemeente, omdat men minder geld van het Rijk ontvangt, bezuinigen. Hij zegt dat de invloed van de raad op de begrotingen van deze regelingen beperkt is, omdat de besturen uiteindelijk zelf beslissen. Hij vraagt hoeveel invloed Papendrecht echt heeft en hoe er wordt samengewerkt met andere gemeenten. Ook geeft hij mee dat de nieuwe coalitie hier goed naar zou moeten kijken, omdat er volgens de ChristenUnie voldoende invloed moet zijn. Over de GR Sociaal is hij positief. Hij vindt dat deze regeling duidelijk laat zien welke keuzes er zijn en legt die goed bij de gemeenteraad neer. Hij benadrukt dat bezuinigingen mensen raken, vooral kwetsbare inwoners. Ondanks dat het nodig is, pleit hij voor meer nadruk op preventie, zoals schuldhulp voor jongeren en begeleiding naar werk. Dit staat al in de zienswijze, maar mag wat hem betreft sterker worden opgeschreven. Bij de Dienst Gezondheid & Jeugd mist hij urgentie. De zienswijze is volgens hem terecht kritisch. Er wordt gesproken over een bezuiniging van 8%, maar het is niet duidelijk hoe die wordt gehaald. Ook stelt hij een vraag bij het verlagen van budgetten op basis van rijksbijdragen, bv.

bij suïcidepreventie, omdat het hier om mensen gaat en niet alleen om geld. Over de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zegt hij dat de personeelskosten positief zijn, maar de inhuurkosten hoger. Tegelijk worden hogere kosten weer gedekt door bijdragen van gemeenten. Dat voelt volgens hem als ‘vestzakbroekzak’. Hij vindt het goed dat de raad hier kritisch op blijft. Tot slot noemt hij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Daar is weinig commentaar op de zienswijze, maar hij merkt op dat ook hier geen rekening wordt gehouden met loon- en prijsontwikkelingen, zoals bij andere regelingen wel gebeurt. Hij stelt voor om dit alsnog mee te nemen en ook rekening te houden met de aankomende financiële moeilijke jaren. De heer LEENHOUTS richt zich namens de SGP vooral op 2 gemeenschappelijke regelingen: GR Sociaal en DG&J. Hij geeft aan dat de fractie in grote lijnen kan meegaan met het voorstel van het college om de groene en oranje maatregelen te volgen. Er is al veel voorwerk gedaan, maar bij veel onderwerpen is nog extra onderzoek nodig. Ook verwacht hij dat maatregelen die nu nog op 0 staan later mogelijk toch geld opleveren. De SGP-fractie maakt 1 uitzondering, namelijk bij maatregel 40 over identiteitsgebonden zorg. Men vindt keuzevrijheid voor inwoners bij de WMO belangrijk en wil dat behouden. Daarom zal op dit punt een amendement worden ingediend.

Daarnaast geeft hij aan dat er eerst kritisch gekeken moet worden naar de groei van de ambtelijke organisatie. De kosten daarvan zijn de afgelopen 4 jaar met ruim 15% gestegen. Volgens de SGP-fractie 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

moet eerst naar de eigen organisatie worden gekeken en daarna naar de voorgestelde maatregelen. Over de DG&J, en vooral de jeugdzorgkosten, zegt hij dat de voorgestelde nullijn (geen groei, geen besparing) in basis akkoord is. Dit moet volgens hem wel een eerste stap zijn naar uiteindelijk minder kosten. Hij wil snel duidelijkheid over de verwachte besparingen uit het verbeterprogramma jeugdhulp, naast de al genoemde lokale besparing. Tot slot vraagt hij het college om de ontwikkelingen goed te blijven volgen. Hij vraagt of het college bereid is om op tijd in te grijpen als de nullijn niet wordt gehaald en de kosten toch oplopen, en om dit te bespreken in het dagelijks bestuur en terug te koppelen aan de raad. De heer GRIMMIUS merkt m.b.t. de zienswijze over de GR Sociaal op dat het hem opvalt dat de organisatie zelf weinig structureel lijkt te besparen. Tegelijk ligt er wel een pakket van 43 maatregelen van ruim 12 miljoen euro, die vooral gevolgen hebben voor inwoners. Hij vindt dat de conceptzienswijze van het college dit wel benoemt, maar op sommige punten nog te zwak is. Volgens hem moet er duidelijker worden gezegd dat eerst naar de eigen organisatie moet worden gekeken. Hij noemt de eerdere opdracht om 2 miljoen te besparen, waarvan onduidelijk is of die volledig is uitgevoerd.

Hij vindt het vreemd dat intern nauwelijks geld wordt gevonden, terwijl inwoners wel geraakt worden. Hij geeft aan dat de organisatie volgens hem slanker kan. Als voorbeeld noemt hij een zeer uitgebreid organogram (van 8 A4’tjes) met veel managementlagen. Hij pleit ervoor dat de raad de GR Sociaal een duidelijke opdracht geeft om intern te besparen, voordat maatregelen bij inwoners worden gezocht. Volgens hem is het nu andersom: eerst wordt gekeken naar maatregelen voor inwoners. Dat vindt zijn fractie niet juist. Hij vraagt het college hoe de zienswijze tot stand is gekomen en waarom deze niet steviger is geformuleerd. Ook overweegt zijn fractie een amendement om dit aan te scherpen. Tot slot geeft hij aan dat zijn fractie moeite heeft met besluitpunt 3, omdat dat al uitgaat van het uitvoeren en onderzoeken van maatregelen die inwoners raken. Hij vindt dat te vroeg en wil eerst duidelijkheid over interne besparingen. Hij vraagt het college om hierop te reageren en om aan te geven hoeveel ruimte er nog is om intern te besparen bij de GR Sociaal. De heer VAN HETEREN sluit zich m.b.t. de DG&J en de GR Sociaal grotendeels aan bij eerdere sprekers. Over de DG&J benadrukt hij dat het belangrijk is om scherp te blijven op de kosten. Ondanks een positief resultaat ziet hij dat de uitgaven blijven stijgen en dat dit, zeker door onzekerheid vanuit het Rijk, risico’s geeft.

Volgens hem moet de raad samen met het college hier strak op sturen en ervoor zorgen dat de taakstellingen worden gehaald. Over de GR Sociaal sluit hij aan bij de zorgen over de groei van de organisatie en de kosten. Volgens hem ontbreekt een duidelijke blik op wat de organisatie zelf 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

kan besparen. Hij merkt op dat de organisatie de afgelopen jaren, ook in personeel en management, flink is gegroeid. Tegelijk geeft hij aan dat sommige voorgestelde maatregelen logisch en goed onderbouwd zijn, bv. waar het gaat om efficiënter beleid en het voorkomen van dubbele regelingen. Die moeten volgens hem niet meteen worden afgewezen. Zijn fractie wil daarom goed afwegen hoe hiermee om te gaan. Hij geeft aan dat men een amendement overweegt om de zienswijze richting de GR Sociaal steviger te maken, met meer nadruk op interne besparingen, zonder direct alle voorgestelde maatregelen los te laten. Mevrouw VERDOORN zegt dat zij zich grotendeels kan aansluiten bij eerdere sprekers. De VVD-fractie is positief over de 43 maatregelen, maar vindt net als anderen dat eerst naar de organisatie zelf gekeken moet worden en niet alleen naar inwoners. Daarnaast merkt zij op dat er weinig wordt gezegd over controle op uitkeringen. Volgens haar kan daar mogelijk nog winst worden behaald door beter te controleren of mensen nog recht hebben op bepaalde regelingen. Zij stelt voor om hier extra inzet op te doen. Tot slot noemt zij een punt over maatregel 13 (VGZ). Zij heeft het gevoel dat er weinig ruimte wordt genomen om te onderzoeken of een andere aanbieder dezelfde zorg goedkoper kan leveren. Zij vraagt of dit punt op oranje kan worden gezet om opnieuw bekeken te worden.

Ook de heer MULDER merkt op dat de kosten van de GR Sociaal, zowel regionaal als voor Papendrecht, flink stijgen. Er blijft een aanzienlijk tekort over dat opgelost moet worden. Net als andere fracties is hij van mening dat er binnen de organisatie zelf meer mogelijkheden moeten zijn om te besparen. Het kan volgens hem niet zo zijn dat daar weinig te halen valt. Daarom overweegt de CDAfractie om een taakstelling op te leggen aan de GR Sociaal, in dezelfde orde van grootte als het bedrag dat nu via andere maatregelen wordt gezocht. Hij roept andere partijen op om hierin samen op te trekken. Over de DG&J geeft hij aan dat men zich in grote lijnen kan vinden in de zienswijze. Tegelijk benadrukt hij dat er druk moet blijven om tot echte besparingen te komen. Een incidenteel positief resultaat mag geen reden zijn om achterover te leunen. Volgens hem is er weinig tijd en moet er snel duidelijkheid komen over concrete maatregelen. Tot slot gaat hij in op enkele specifieke maatregelen. Bij maatregel 11, over de collectieve zorgverzekering voor minima, stelt hij voor deze direct uit te voeren omdat dit volgens de stukken een besparing kan opleveren. Bij maatregel 37 ziet hij onduidelijkheid, omdat deze zowel als uit te voeren als nader te onderzoeken wordt genoemd.

Volgens hem moet dit worden verduidelijkt, maar inhoudelijk kan deze maatregel wat zijn fractie betreft op uitvoeren worden gezet. Schorsing 20.30 – 20.53 uur 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK is in antwoord op de vraag van de CU-fractie over de invloed van de gemeente op de begroting van gemeenschappelijke regelingen van mening dat de raad via zienswijzen, ook over meerdere jaren, wel degelijk invloed kan uitoefenen. Daarbij trekt Papendrecht samen op met andere gemeenten in de regio. In het AB worden de verschillende zienswijzen besproken en wordt gezamenlijk gekeken naar de uiteindelijke keuzes. Op de suggestie om onderwerpen zoals schuldhulp scherper te formuleren, geeft hij aan dat de raad dit via een amendement kan regelen. In reactie op de vraag van de SGP-fractie inzake maatregel 40 over identiteitsgebonden zorg geeft hij aan dat het college het aangekondigde amendement afwacht. De verwachte besparing van deze maatregel is beperkt. Andere gemeenten willen hier mogelijk eerst ervaring mee opdoen via een pilot. Het college kan ermee instemmen als besloten wordt om deze maatregel niet door te voeren. Vervolgens gaat de wethouder in op de interne kosten van de organisatie. Hij begrijpt de zorgen, maar geeft aan dat er de afgelopen jaren al stappen zijn gezet, waaronder een besparing van ongeveer 2 miljoen op de interne organisatie. Ook wordt gewerkt aan efficiënter organiseren, bv. door kritisch te kijken naar taken, functies anders in te richten en vacatures niet altijd in te vullen.

In de zienswijze staat volgens hem al dat de GR Sociaal opnieuw naar de eigen organisatie moet kijken. Tegelijk geeft hij aan dat de ruimte hiervoor beperkt is. Verdere bezuinigingen kunnen volgens hem gevolgen hebben voor de uitvoering en de kwaliteit van de dienstverlening. Daarom moet een discussie over extra besparingen altijd samengaan met een discussie over welke taken de organisatie uitvoert. Op de vraag van de SGP-fractie over de DG&J en de nullijn geeft hij aan dat de raad via de gebruikelijke rapportages op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen. Als de kosten toch oplopen, kan dit via het bestuur worden besproken en kan er worden bijgestuurd. Aan de VVD-fractie legt hij uit dat er al actief wordt ingezet op controle van uitkeringen via het beleidskader sociaal handhaven. Daarbij wordt geprobeerd een balans te vinden tussen controle en aandacht voor de menselijke maat. Over maatregel 13 zegt hij dat het college geen voorstander is van stoppen met de regeling. Bij aanbestedingen wordt al gekeken naar prijs en kwaliteit en in de praktijk melden zich vaak maar weinig aanbieders, soms zelfs maar één. Tot slot antwoordt hij op de vraag van de CDA-fractie inzake maatregel 11 dat het verschil tussen nader onderzoeken en uitvoeren niet zo groot is, maar dat eerst goed gekeken moet worden naar de gevolgen.

Als de raad deze maatregel direct wil doorvoeren, dan moet dat via een amendement worden geregeld. 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

Burgemeester VAN DRIEL merkt m.b.t. de vraag van de CU-fractie waarom neerwaartse indexeringen niet zijn opgenomen bij de Veiligheidsregio op dat in 2017 binnen de Drechtsteden is afgesproken om deze systematiek toe te passen op alle gemeenschappelijke regelingen, met uitzondering van de Veiligheidsregio. De reden hiervoor is dat de Veiligheidsregio een andere systematiek volgt, namelijk die van de eigen cao voor veiligheidsregio’s. Daardoor lopen de financiële ontwikkelingen bij de Veiligheidsregio niet gelijk op met het gemeentefonds. Er wordt wel naar gekeken, maar dit gebeurt apart van de andere regelingen. TWEEDE TERMIJN COMMISSIE Mevrouw HOEKSTRA merkt op dat zij schrikt van het eerdere antwoord over het beperkt aantal aanbieders. Volgens haar lijkt het erop dat er soms maar 1 aanbieder is, waardoor die partij veel macht krijgt. Zij maakt zich zorgen dat dit kan leiden tot steeds hogere kosten, omdat de gemeente weinig keuze heeft. Zij vraagt het college hierop te reageren. Mevrouw VERDOORN sluit hierbij aan en vraagt in hoeverre er sprake is van een monopolypositie van deze aanbieder. Daarnaast vraagt zij of er informatie beschikbaar is over de effecten van extra controle op uitkeringen, en of dit ergens inzichtelijk is. De heer MULDER geeft aan dat zijn fractie overweegt een amendement in te dienen op maatregel 11 en zoekt daarvoor steun bij de andere fracties.

Verder reageert hij op het eerdere antwoord van de wethouder over de beperkte mogelijkheden om binnen de organisatie te besparen. Hij vat dit zo op dat als er toch bespaard moet worden, er mogelijk naar taken gekeken moet worden die kunnen vervallen. Hij geeft aan dat dit misschien een route is die de raad moet verkennen en vraagt hoe een dergelijk onderzoek naar taken aangepakt kan worden. De heer TIELEMAN zegt dat de PAB-fractie in principe kan instemmen met de voorgestelde zienswijze. Tegelijk sluit men zich aan bij de zorgen over de oplopende kosten van de organisatie. Hij begrijpt dat dit samenhangt met de toename van taken, maar vindt het belangrijk dat duidelijk wordt onderbouwd waarom verdere besparingen binnen de organisatie niet mogelijk zouden zijn. Hij geeft aan dat men het belangrijk vindt dat eerst wordt gekeken naar besparingen binnen de eigen organisatie, voordat maatregelen worden genomen die inwoners raken. Tot slot spreekt hij steun uit voor de lijn van de CDA-fractie om te kijken naar een scherpere taakstelling voor de GR Sociaal.

7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

De heer LEENHOUTS zegt dat hij nog vragen heeft over de invloed van de gemeente op de gemeenschappelijke regelingen. Hij vraagt hoe die invloed in de praktijk werkt, aangezien deze via overleggen in het DB en AB verloopt. Hij vraagt wat die invloed concreet betekent en hoe besluiten daar tot stand komen. Daarnaast gaat hij in op de discussie over de interne organisatie en mogelijke besparingen. Hij vraagt of er niet meer samenhang kan worden gezocht met de voorgestelde maatregelen. Volgens hem is het denkbaar dat als bepaalde taken worden verminderd of anders worden uitgevoerd, dit ook gevolgen heeft voor de omvang en kosten van de organisatie. Hij vraagt of het college bereid is om hier breder en creatiever naar te kijken en dit mee te nemen in de afwegingen. De heer GRIMMIUS geeft aan dat hij niet tevreden is met de beantwoording van de wethouder. Hij betwijfelt dat er binnen de managementlagen en -structuur van de GR Sociaal niets meer te besparen valt. Volgens hem zijn er nog wel degelijk mogelijkheden. Hij wijst erop dat het behalen van de bestuurlijke besparingsopdracht van 2 miljoen euro moeizaam is verlopen en dat dit geen reden is om verdere besparingen uit te sluiten. Aan de hand van een door hem bekeken organogram merkt hij op dat m.n. binnen het onderdeel bestaanszekerheid versterken sprake is van een omvangrijke managementstructuur, met o.a.

een opgavemanager, een apart bedrijfsvoering team, 6 afdelingshoofden en 11 senior managers, naast een bewindvoeringsteam. Dit betreft volgens hem uitsluitend leidinggevenden en niet de uitvoerende medewerkers. Hij is het fundamenteel oneens met de wethouder dat hier geen ruimte meer zit. Hij merkt op dat een dergelijke structuur in een commerciële organisatie al lang zou zijn gereorganiseerd. De raad moet zich realiseren dat zij zelf verantwoordelijk is als werkgever van de GR Sociaal en dus kan sturen op veranderingen. Het is volgens hem onvoldoende om de conclusie van de organisatie zonder goede onderbouwing over te nemen. Hij pleit ervoor dat duidelijk wordt gemaakt waarom de organisatie niet efficiënter en slanker kan worden ingericht. Vervolgens kondigt hij aan dat zijn fractie overweegt daarom een amendement in te dienen. De kern daarvan is een 50-50 verdeling van de bezuinigingen: voor elke euro die de raad via maatregelen bij inwoners of beleid bespaart, moet de GR Sociaal zelf ook een euro besparen binnen de eigen organisatie. Hij noemt daarbij als voorbeeld dat zijn fractie kan instemmen met bepaalde maatregelen, zoals de inkomens- en vermogenstoets voor de collectieve zorgverzekering. Daarnaast stelt hij voor om als raad gezamenlijk per maatregel te bepalen welke op groen kunnen worden gezet en waar men mee instemt.

Dit maakt inzichtelijk welk bedrag de raad zelf wil besparen en welk bedrag men vervolgens ook van de GR Sociaal verwacht. Op die manier kan volgens hem worden samengewerkt en laat de raad zien dat zij het probleem serieus neemt. Tot slot merkt de heer GRIMMIUS op dat besluitpunt 3 van het voorstel aangepast moet worden, omdat daarin nog wordt uitgegaan van het volledig 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

uitvoeren van alle maatregelen. Dit moet afhankelijk worden gemaakt van de keuzes die de raad per maatregel maakt. Tenslotte roept hij op een zorgvuldige manier tot besluitvorming te komen, waarbij bezuinigingen worden gerealiseerd zonder inwoners onnodig te belasten. De heer VAN HETEREN gaat in op de wijze waarop de zienswijze van de raad tot stand komt. Hij merkt op dat de zienswijze nu doorgaans kant-en-klaar door het college wordt aangeleverd, waarna de raad hiermee al dan niet kan instemmen. Volgens hem leeft er binnen de raad echter breder een eigen visie op de GR Sociaal. Hij zegt dat de D66-fractie overweegt om deze visie niet langer door het college te laten formuleren, maar als raad zelf de zienswijze op te stellen. Daarbij zou de raad in eigen woorden kunnen aangeven wat zij belangrijk vindt, welke prioriteiten er zijn en hoe zij de toekomst van de GR Sociaal ziet. Daarnaast geeft hij aan dat zijn fractie positief staat tegenover een amendement met een taakstelling. Tegelijkertijd denkt men erover na om ook een amendement in te dienen m.b.t. de inhoud en formulering van de zienswijze zelf. De heer VAN HETEREN merkt op dat er binnenkort een evaluatie van de GR Sociaal plaatsvindt en dat dit volgens hem een goed moment is om als raad na te denken over de rol en werkwijze van de GR Sociaal.

Daarbij hoort ook de fundamentele vraag hoe de gemeente Papendrecht haar sociaal beleid wil vormgeven. Hij doet de oproep aan de andere fracties, m.n. de OP en VVD-fracties als toekomstige coalitiepartijen, om hierover mee te denken. Hij vraagt hoe men aankijkt tegen de toekomst van de GR Sociaal en welke richting zij op willen. Hij is het eens met de opmerking dat de raad zelf verantwoordelijk is voor de oprichting van de GR Sociaal. Tot slot stelt hij voor om mogelijk samen met andere (regio)fracties op te trekken, in eerste instantie m.b.t. het herschrijven van de zienswijze en vervolgens bij eventuele verdere stappen richting de evaluatie in het najaar. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK erkent de zorgen die in de raad leven en hoort daarin ook een oproep om in de toekomst mogelijk anders om te gaan met de zienswijze. Hij benadrukt dat het aan de raad zelf is om te bepalen of zij dit anders wil organiseren, mits daar voldoende draagvlak voor is. Volgens hem is het in ieder geval goed om met een frisse blik naar dit soort processen te blijven kijken. T.a.v. het voorliggende voorstel geeft hij aan dat er nu een concept-zienswijze ligt waar de raad een oordeel over moet vormen. Vervolgens gaat hij in op de vragen over het maatregelenpakket, specifiek de collectieve zorgverzekering voor minima.

Hij zegt dat de gemeente de randvoorwaarden voor het pakket en de dienstverlening bepaalt. Hoewel andere aanbieders zich kunnen inschrijven, is er in de praktijk sprake van een schaarse markt en meldt zich doorgaans slechts 1 aanbieder. Hij benadrukt dat inwoners wel keuzevrijheid behouden en dat het 9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

huidige pakket juist voor minima met een hoge zorgvraag een uitgebreid aanbod biedt. Op de vraag of dit invloed heeft op de prijs geeft hij aan dat nadere toelichting eventueel schriftelijk kan volgen. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie of er ook actief andere zorgverzekeraars worden benaderd i.p.v. af te wachten tot partijen zich inschrijven. Hij wijst erop dat er meerdere zorgverzekeraars in Nederland zijn en dat bij slechts 1 inschrijver het risico bestaat dat deze partij een sterke onderhandelingspositie heeft. Wethouder VAN ERK geeft aan dat dit een terechte verdiepende vraag is, maar dat hij hier op dat moment geen concreet antwoord op heeft. Hij stelt voor om hier schriftelijk op terug te komen en de raad nader te informeren over de procedure en de mogelijkheden om aanbieders actief te benaderen. Mevrouw HOEKSTRA merkt op dat de wethouder, gezien zijn ervaring, op de hoogte moet zijn van de mogelijkheden rondom aanbieders van de collectieve zorgverzekering. Volgens haar hoort deze kennis bij zijn rol. Wethouder VAN ERK zegt dat hij het antwoord op deze specifieke vraag op dit moment niet paraat heeft. Hij zegt dat dergelijke informatie doorgaans ambtelijk wordt voorbereid en uitgewerkt. Vanuit zorgvuldigheid kiest hij er, conform zijn eerdere toezegging, voor om de vraag schriftelijk te laten beantwoorden.

Vervolgens gaat wethouder VAN ERK in op vragen van de VVD-fractie. Mevrouw Verdoorn had gevraagd of resultaten rondom de minimaregeling schriftelijk kunnen worden ingezien. De wethouder geeft aan dat er periodiek gesprekken met aanbieders over de voortgang en kwaliteit van de regeling plaatsvinden. Daarbij is ook data beschikbaar over het gebruik door inwoners. Hij zegt toe intern na te gaan of hiervan verslaglegging beschikbaar is en of deze met de raad gedeeld kan worden. Daarna gaat hij in op de inbreng van de heer Mulder over taken en mogelijke heroverweging daarvan, inclusief de mogelijkheid om dit samen met andere raden op te pakken. De wethouder geeft aan dat de organisatie van de GR Sociaal is ingericht op beleidsontwikkeling, aansturing en uitvoering, die nauw met elkaar samenhangen. Tegelijkertijd erkent hij dat het zinvol kan zijn om naar deze taakverdeling te kijken, zoals ook in de zienswijze is benoemd. Hij benadrukt dat een eventuele taakstelling volgens het college altijd gekoppeld moet worden aan de inhoud. Dat betekent dat duidelijk moet zijn wat de gevolgen zijn voor de dienstverlening. Wanneer er sprake is van bezuinigingen, moet concreet worden gemaakt welke onderdelen van de dienstverlening worden aangepast, verminderd of eventueel teruggehaald naar de gemeente.

Wethouder VAN ERK geeft aan dat hiermee nog geen definitieve richting wordt vastgelegd, maar dat dit wel het kader vormt voor het vervolg van de discussie. Als er keuzes worden 10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

gemaakt over bezuinigingen, moeten de consequenties daarvan helder en inzichtelijk zijn. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie naar de koppeling die de wethouder maakt tussen een eventuele taakstelling en de gevolgen voor de uitvoering en bedrijfsvoering. Hij merkt op dat zo’n koppeling volgens hem niet per definitie noodzakelijk is en wijst erop dat er mogelijk besparingen te realiseren zijn binnen de managementlagen, zonder dat dit direct impact heeft op de uitvoering. Hij benadrukt opnieuw dat er volgens hem ruimte zit in de managementstructuur, bv. door het verminderen van het aantal leidinggevende functies of het beperken van externe inhuur. Volgens hem kan daarmee worden bespaard zonder dat de dienstverlening wordt geraakt. Wethouder VAN ERK zegt dat het aan de raad is om deze opvatting, eventueel gesteund door andere fracties, duidelijker te verwoorden in de zienswijze. Via die route kan het onderwerp vervolgens bestuurlijk worden ingebracht in het AB van de GR Sociaal. Hij geeft aan dat het proces stapsgewijs verloopt: eerst bespreking in de raad, daarna behandeling in de regio en vervolgens eventueel nader onderzoek naar de mogelijkheden voor besparingen. Hij benadrukt dat op dat moment ook inhoudelijk gewogen kan worden of de veronderstelling klopt dat er binnen de managementstructuur nog verdere besparingen mogelijk zijn.

De heer GRIMMIUS concludeert daaruit dat, als deze redenering wordt gevolgd een besparing op het managementapparaat dus niet automatisch gekoppeld is aan de inhoud of de uitvoering. Hij stelt dat de wethouder daarmee impliciet erkent dat die koppeling niet noodzakelijk is. Wethouder VAN ERK zegt dat hij niet inhoudelijk vooruit wil lopen op deze conclusie. Hij zegt opnieuw dat de zienswijze een verantwoordelijkheid van de raad is en dat het aan de raad is om dergelijke standpunten vast te leggen. Als de raad van mening is dat er binnen de managementstructuur bespaard kan worden, dan dient dat via de zienswijze formeel ingebracht te worden. Vervolgens kan dit op het juiste bestuurlijke niveau verder besproken en beoordeeld worden. Hij zegt dat het niet aan hem is om daar op dit moment inhoudelijk een definitief oordeel over te geven, maar dat hij de inbreng van de heer Grimmius wel volledig laat staan voor eventuele verdere behandeling in het bestuurlijke proces. Mevrouw MINASIAN informeert per interruptie naar het lopende onderzoek binnen de SDD naar het functioneren van management en bestuur. Zij vraagt of de wethouder inzicht kan geven in de totale kosten van dit onderzoek, of deze uitgaven doelmatig zijn en welke concrete resultaten de deelnemende gemeenten hiervan mogen verwachten. Daarbij merkt zij op dat het onderzoek zich juist richt op management en bestuur.

Wethouder VAN ERK zegt dat de vragen duidelijk zijn, maar van technische aard, en zegt toe dat deze schriftelijk beantwoord zullen worden. 11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

Vervolgens gaat wethouder VAN ERK richting de SGP-fractie in op de vraag over de invloed van de raad binnen de GR Sociaal. Hij zegt dat de raad invloed kan uitoefenen via de zienswijze. Wanneer daarin standpunten worden opgenomen, kunnen deze via de portefeuillehouder -meestal via het DB- worden ingebracht in het AB van de GR Sociaal. Hij zegt dat dit niet automatisch betekent dat standpunten van de gemeente ook worden overgenomen, omdat besluitvorming regionaal plaatsvindt en vaak afhankelijk is van de meerderheid. Daarbij speelt ook het inwoneraantal per gemeente een rol. De heer LEENHOUTS vraagt per interruptie of de wethouder kan bevestigen dat er een samenhang kan bestaan tussen de voorgestelde maatregelen en mogelijke besparingen op apparaatskosten. Wethouder VAN ERK antwoordt dat die samenhang er inderdaad kan zijn, m.n. wanneer maatregelen leiden tot efficiënter en effectiever werken. In dat geval kunnen volgens hem ook binnen het apparaat besparingen worden gerealiseerd. Hij benadrukt dat kansen om efficiënter te werken benut moeten worden. De heer VERHOEVEN sluit hier per interruptie op aan en merkt op dat in de huidige zienswijze en de voorgestelde ombuigingen geen concrete berekeningen zijn opgenomen van mogelijke besparingen op apparaatskosten. Hij zegt dat er 2 richtingen mogelijk zijn: enerzijds afzonderlijk kijken naar besparingen op bv.

management en anderzijds bij de ombuigingen al direct inzicht geven in de mogelijke gevolgen voor apparaatskosten en deze mee te nemen in de zienswijze. Wethouder VAN ERK zegt dat hij hierin geen nieuwe vraag hoort, maar herhaalt zijn eerdere standpunt dat deze onderwerpen niet los van elkaar kunnen worden gezien. Volgens hem moeten bezuinigingen altijd worden gezien in relatie met de takendiscussie. Pas wanneer duidelijk is welke taken worden uitgevoerd, kan worden bepaald wat de gevolgen zijn voor de organisatie en de bijbehorende kosten. Het college is daarom van mening dat deze zaken niet op voorhand van elkaar losgekoppeld kunnen worden. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 09.

Aanvraag Vangnetuitkering BUIG 2025 Participatiewet. Niets aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als hamerstuk doorgeleid naar de gemeenteraad.

10.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de laatste vergadering van deze raadsperiode om 21.40 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 juni 2026

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 juli 2026. De heer H. Sepers (Plv. griffier)

De heer A.J. Boersma (voorzitter)

Lijst met toezeggingen

1. Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag of de inschrijving van slechts 1 aanbieder voor de collectieve zorgverzekering voor minima effect heeft op de kosten en of er ook actief andere zorgverzekeraars worden benaderd i.p.v. af te wachten tot partijen zich inschrijven. 2. Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag of resultaten rondom de minimaregeling schriftelijk kunnen worden gedeeld. 3. Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag naar het lopende onderzoek binnen de SDD naar het functioneren van management en bestuur, of de wethouder inzicht kan geven in de totale kosten van dit onderzoek, of deze uitgaven doelmatig zijn en welke concrete resultaten de deelnemende gemeenten hiervan mogen verwachten.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1234/documents/18268