Woonzorgbehoefteonderzoek aandachtsgroepen en ouderen Provincie Utrecht - Definitief 28 juni 2024.pdf
Tekst van het document
Behoefte aan zelfstandige woonruimte onder uitstromers Momenteel zijn er in de provincie naar schatting zo’n 1.020 uitstromers van instellingen die zelfstandig kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. In regio Amersfoort zijn dit er 210 en in regio U10 775. Richting de toekomst zal het aantal uitstromers in de provincie ongeveer liggen tussen de 965 en 1.045, afhankelijk van de mate waarin wordt ingezet op een verdere ombouw van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis.
dakloze mensen niet (langer) hoeven te verblijven in de maatschappelijke opvang, maar direct een eigen duurzame en stabiele zelfstandige woonplek krijgen in een gemeente binnen de regio, waar zij de begeleiding krijgen die zij nodig hebben. Hierover zijn met zorgaanbieders en woningcorporaties afspraken gemaakt en de afgelopen jaren meer dan 250 woonplekken gerealiseerd binnen de bestaande contingentafspraken. Er is meer vraag naar Eerst een Thuis-woonplekken dan er woonplekken beschikbaar zijn. Hoeveel mensen jaarlijks instromen in een Eerst een Thuis-woonplek wordt dus bepaald door het aanbod in dat jaar. In 2023 zijn er in totaal 67 cliënten ingestroomd. In feite behoort verreweg het grootste deel van de MOBWgroep tot de doelgroep van Eerst een Thuis, ongeacht de begeleidingsbehoefte. De instroomcijfers in Eerst een Thuis-woningen in eerdere perioden geven daarom geen inzicht in de totale toekomstige woonbehoeften van de MOBW-groep. Ondanks uitvragen bij verschillende partijen (Beter Wonen, Tussenvoorziening, Het Vierde Huis en gemeente Utrecht) is het niet gelukt om in beeld te brengen wat de jaarlijkse behoefte is aan instroomwoningen. Daarom hebben we hier geen cijfers van kunnen opnemen in onderstaande tabel. In de trendprognose – waarin nog sterker wordt ingezet op Beschermd Thuis – verwachten we dat de extra behoefte aan instroomwoningen nog hoger is.
De cijfers in de tabel wijken af van de bestaande contingent-afspraken. Hier zijn een aantal verklaringen voor: • De aanpak in de woonzorgbehoefteanalyse is vraag gestuurd: er wordt gekeken naar het huidige zorggebruik en daarmee de huidige behoefte aan contingentwoningen. Dit is niet hetzelfde als het kijken naar de afspraken die zijn gemaakt over het aanbod aan contingentwoningen (aanbod gestuurd). • Living Lab Eerst een Thuis Vanaf 2020 hebben de U16-gemeenten de Wonen Eerst-methodiek toegepast binnen het project Living Lab Eerst een Thuis. Dit houdt in dat
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
53
Tabel 11.1: Inschatting huidige en toekomstige behoefte aan zelfstandige woonruimte onder uitstromers van instellingen, provincie Utrecht (afgerond op 5-tal) Doelgroep
Regio Amersfoort
Regio U10
15
Totaal provincie Utrecht 230 (175 tot 255) 170
330
-
380
50 75 55
5 5
67 95 78
15
Uitstroom Beschermd Wonen Uitstroom Jeugdzorg met verblijf Uitstroom Maatschappelijke opvang Uitstroom Vrouwenopvang Uitstroom detentie16
60 (50 tot 65) 50
160 (115 tot 180) 105
50 17 15 18
Uitstroom forensisch beschermd wonen en forensische zorg Totaal uitstroomwoningen
210 (200 tot 215)
775 (730 tot 795)
Renswoude, Rhenen, Veenendaal 10
35
1.020 (965 tot 1.045)
Bron: Woonzorgweter Companen. Noot: bij Beschermd Wonen staat tussen haakjes de toekomstige uitstroom op basis van de basisprognose (255) en de trendprognose (175).
Woonwensen Woning In de werksessies werd benoemd dat uitstromers behoefte hebben aan zelfstandige woonruimte van zo’n 45 m2, maar dat er een groot tekort aan zulke woonruimte is in beide regio’s. Daarnaast ervaarden de aanwezigen ook een tekort aan “tussenvormen” als opstap naar zelfstandig wonen. Voorbeelden hiervan zijn kortdurend begeleid wonen (in deze voorzieningen hebben bewoners meestal eigen voorzieningen en is er vaak een gezamenlijke ruimte 15
Exclusief Barneveld en Nijkerk.
16 We zijn uitgegaan van de gemiddelde uitstroom van 27,5% uitstroom naar zelfstandige
aanwezig; extramurale woonvorm waar bewoners zelf verantwoordelijk zijn voor de woonlasten van hun studio/appartement), langdurig begeleid wonen (Vinger aan de Pols) of Kamertraining (jongeren verblijven in een speciale woongroep of een eigen kamer waar ze praktische vaardigheden leren).
Woningaanbod voor uitstromers Uitstromers van instellingen doen een beroep op vrijkomende sociale huurwoningen. Over het algemeen zijn zij aangewezen op de betaalbare voorraad17 (onder de eerste aftoppingsgrens: € 633,25 in 2022). Het is daarom relevant om te kijken hoeveel betaalbare woningen er op jaarbasis beschikbaar komen (muteren) in iedere gemeente. In 2022 kwamen er in de provincie 1.015 woningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens (€ 442,46 in 2022) vrij en 6.090 woningen met een huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens. In totaal zijn dit 7.105 woningen. Tabel 11.2: Aantal vrijkomende sociale huurwoningen naar huurprijsklasse, 2022 Totaal < € 442,46 € 442,46 tot € 633,25 Regio Amersfoort (excl. en incl. Nijkerk) 97/151 1.057/1.246 1.154/1.397 Regio U10 824 4.363 5.187 Renswoude, Rhenen, Veenendaal 94 670 764 Provincie Utrecht 1.015 6.090 7.105 Bron: Regio Amersfoort = Jaartabellen Eemvallei (2022); Regio U10 = RWU Regionale corporatiemonitor 2023; Regio Foodvalley = inventarisatie bij Veenvesters, Rhenam Wonen en Woningbedrijf Renswoude. Noot: geen gegevens bekend voor Barneveld.
17
Uitstromers tot 23 jaar doen met name een beroep op woonruimte onder de kwaliteitskortingsgrens (< € 442,46).
woonruimte.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
54
Eerder zagen we dat er momenteel in de provincie zo’n 1.020 uitstromers van instellingen zijn die behoefte hebben aan zelfstandige woonruimte. Bij een gelijkblijvend aantal vrijkomende corporatiewoningen per jaar, betekent dit dat ongeveer 14% van deze woningen nodig zijn om de uitstromers uit instellingen te huisvesten. In de regio Amersfoort (exclusief Barneveld en Nijkerk) ligt dit op 18% (210 / 1.154) en in regio U10 (775 / 5.187) op 15%. Tabel 11.3: Aantal vrijkomende sociale huurwoningen per gemeente, 2022 Gemeente < € 442,46 € 442,46 tot € 633,25 Amersfoort 37 564 Baarn 17 105 Bunschoten 1 53 Eemnes 0 34 Leusden 22 86 Soest 19 166 Woudenberg 1 49 54 189 Nijkerk Bunnik 1 89 De Bilt 15 208 De Ronden Venen 24 229 Houten 40 275 Ijsselstein 19 118 Lopik 1 26 Montfoort 1 37 Nieuwegein 14 329 Oudewater 11 45 Stichtse Vecht 21 191 Utrecht 469 1862 Utrechtse Heuvelrug 16 147 Vijfheerenlanden 11 117 Wijk bij Duurstede 10 85 Woerden 45 189
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Zeist Renswoude Rhenen Veenendaal
126 0 13 81
416 0 141 529
542 0 154 610
Totaal 601 122 54 34 108 185 50 243 90 223 253 315 137 27 38 343 56 212 2331 163 128 95 234
55
12 Mantelzorgers- en ontvangers Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij dagelijkse activiteiten. Onder verhuizende mantelzorgers- of ontvangers worden personen verstaan die vanwege mantelzorg moeten verhuizen, zodat de mantelzorger en mantelzorgontvanger dichter bij elkaar wonen. Tabel 12.1: Toewijzingen urgentie Mantelzorg (2020 – 2023) Regio 2020 2021 Amersfoort 5 3 U10 17 16 Totaal provincie Utrecht 22 19 Bron: Regio Amersfoort = SWEV (2024); Regio U10 = RWU (2024) Noot: geen gegevens bekend voor Renswoude, Rhenen en Veenendaal
2022 4 13 17
• Het is niet bekend of het aantal toewijzingen urgentie Mantelzorg een goed beeld geeft van de werkelijke aantallen mantelzorgers- of ontvangers die willen verhuizen vanwege mantelzorg. Wel weten we dat er de komende jaren een groter beroep wordt gedaan op mantelzorgers, door financiële en personele tekorten in de zorg. Als het aantal mantelzorgers de komende jaren stijgt, kan dit ook leiden tot een hoger aantal urgentieaanvragen.
Woonwensen Woning Bij de aanvraag voor een sociale huurwoning, is in het geval van de mantelzorgontvanger een reguliere woning in de vorm van een appartement vaak geschikt. In het geval van een mantelzorgverlener kan dit ook een gezinswoning zijn.
De afgelopen jaren waren er jaarlijks rond de 20 toewijzingen voor urgentie Mantelzorg in de provincie Utrecht: zo’n 5 in regio Amersfoort en 15 in regio U10. Hierbij moeten twee kanttekeningen worden gemaakt: • De uitvoering van de lokale urgentieregeling kan per gemeente verschillen en daarmee ook de registratie. Als er geen urgentie Mantelzorg geregistreerd wordt is deze ook niet meegenomen in bovenstaande cijfers. Mantelzorg Utrecht krijgt dagelijks telefonisch of per mail vragen van mantelzorgers of via buurtteammedewerkers. Waaronder de vraag over urgentie voor een woningtoewijzing. Mantelzorg Utrecht schat in dat vragen voor urgentie in het afgelopen jaar zo’n 20 keer zijn binnengekomen. Dit komt overeen met de toewijzingen die in bovenstaande tabel staan. Aan Mantelzorg Utrecht wordt dan gevraagd om een Verklaring van Inschrijving te verzorgen, met een korte opgave van reden en de duur van deze inschrijving.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
56
13 Uitstappende sekswerkers Bij uitstappende sekswerkers gaat het om mensen die voormalig als sekswerker hebben gewerkt en daarmee gestopt zijn, waarbij uitstroom plaatsvindt via uitstapprogramma’s die vallen onder de DUUP regeling (Decentralisatieuitkering Uitstapprogramma’s voor Prostituees). Landelijk gezien stromen er jaarlijks ongeveer 650 sekswerkers in bij een uitstapprogramma. Bijna de helft van de jaarlijkse instroom stapt ook daadwerkelijk uit met behulp van een uitstapprogramma. Er stromen dus gemiddeld 300 sekswerkers per jaar uit (Regioplan & Cebeon, 2019). Dit betekent dat er jaarlijks gemiddeld 300 woningen nodig zijn om in de behoefte te voorzien. Het is niet bekend hoe deze landelijke uitstroom zich verdeelt over provincies of regio’s. Daarom is niet te kwantificeren hoeveel uitstappende sekswerkers de provincie Utrecht en de regio’s Amersfoort en U10 jaarlijks tellen.
Woonwensen In de provincie Utrecht biedt Belle Hulpverlening hulp en ondersteuning aan slachtoffers van mensenhandel en mensen die werken of hebben gewerkt in de seksindustrie of die willen stoppen met dit werk. Op basis van informatie van Belle Hulpverlening en (landelijke/lokale) onderzoeken is duiding te geven aan de kwalitatieve woon- en ondersteuningsbehoefte van uitstappende sekswerkers.
levensstijl. Dit kunnen reguliere woningen zijn in de vorm van studio’s of appartementen, en in geval van ouderschap is een gezinswoning wenselijk. Onderzoek naar belemmerende factoren bij uitstappen uit sekswerk toont aan dat financieel rondkomen en het niet kunnen vinden van betaalbare huisvesting een grote belemmering vormen in het uitstroomproces (Regioplan, 2017). Zorg en ondersteuning In 2021 is de tippelzone ‘de Baan’ in Utrecht gesloten. De gemeente Utrecht heeft onderzoek laten uitvoeren om meer inzicht te krijgen in hoe het de sekswerkers op de tippelzone in de periode voor en na de sluiting vergaat (Wanneer je Baan er niet meer is, 2022). Zo kan de gemeente de hulpverlening en de aansluiting ervan op de behoeften van sekswerkers waar nodig verbeteren. Uit dit onderzoek blijkt dat de ondersteuningsbehoefte bij uitstappende sekswerkers gevarieerd is. De hulp waar zij sinds de sluiting gebruik van maken varieert van psychische hulp en ondersteuning bij het zoeken naar werk, tot af en toe een praatje maken. Daarnaast bleken er ook nog onvervulde hulpbehoeften te zijn na de sluiting. Dit zijn enerzijds emotionele en psychische behoeften, zoals de mogelijkheid om met iemand (al dan niet een professional) te praten. En anderzijds praktische behoeften, zoals hulp bij het vinden van de weg op de arbeidsmarkt. Volgens sommige sekswerkers sluit het aanbod niet goed aan.
Ze willen bijvoorbeeld het liefst zo snel mogelijk werken en zien er tegenop dat ze vaak eerst een (taal)cursus moeten doen.
Woning Personen die als sekswerker uitstappen, hebben behoefte aan een woning zodat zij in een nieuwe omgeving kunnen uitstromen naar een andere
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
57
14 Statushouders
Figuur 14.1: Terugblik en prognose taakstelling statushouders provincie Utrecht 3500
Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen, op grond waarvan ze in Nederland mogen blijven. Gemeenten in Nederland zijn verplicht om vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen passende woonruimte te bieden. Deze mensen worden door het COA gekoppeld aan gemeenten. Daarna is het de taak aan de gemeente om te zorgen voor een woning.
Taakstelling: historie en prognose De minister van Justitie en Veiligheid maakt elk half jaar bekend hoeveel statushouders er in Nederland moeten worden gehuisvest. Het totaal aantal te huisvesten statushouders wordt naar rato van het aantal inwoners in de gemeenten over de gemeenten verdeeld; dit levert een ‘taakstelling’ per gemeente op. De taakstelling voor statushouders fluctueert sterk, afhankelijk van het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt en een verblijfsvergunning krijgt. Dit is ook te zien in de terugblik in Figuur 14.1, waarin de taakstelling van de hele provincie vanaf 2013 tot en met 2023 is weergegeven. Voor de toekomstige verwachte taakstelling hebben we twee scenario’s uitgewerkt die zijn besproken tijdens de werksessies: • Het trendmatige scenario gaat uit van een taakstelling die gelijk is aan het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar per gemeente. • Het hoge scenario gaat per gemeente uit van een gemiddelde taakstelling die gelijk staat aan die in de hoogste 2 jaren sinds 2013. In deze prognoses is de achterstand in huisvesting op 1 januari 2024 niet meegenomen en bedraagt voor de gehele provincie 573 statushouders. De aanwezigen tijdens de werksessies achtten het hoge scenario het meest realistisch voor de toekomst.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
3.168
3.023
3.096
3000
2500
2.124
2000
1.9051.834
1.6941.774
1717
1500 1000
795
962
890 934
500 0 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Trendmatig
Hoog
Historie
Bron: Overzicht huisvesting vergunninghouders 01-03-2024, bewerking Companen
Belangrijk om te vermelden is dat de huisvestingsopgave van statushouders richting de toekomst toe lastig te schatten is, omdat het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt afhankelijk is van veel factoren.
Woningbehoefte Om te bepalen hoeveel woningen er nodig zijn voor het huisvesten van statushouders, werken we – op verzoek van de aanwezigen tijdens de werksessies – met een gemiddelde huishoudensgrootte van 1 tot 2 personen. De tabellen hieronder laten de woningbehoefte zien op het niveau van de provincie en beide regio’s.
58
Tabel 14.1: Woningbehoefte statushouders provincie Utrecht (afgerond op 5-tal) Woningbehoefte per jaar Huishoudensgrootte 2 Huishoudensgrootte 1 Trendmatig scenario Hoog scenario
860
1.715
1.550
3.095
Bron: Companen, 2024 Noot: Woningbehoefte is inclusief gemeente Renswoude, Rhenen en Veenendaal
Woonwensen
Tabel 14.2: Woningbehoefte statushouders regio Amersfoort (excl. Barneveld en Nijkerk; afgerond op 5-tal) Woningbehoefte per jaar Huishoudensgrootte 2 Huishoudensgrootte 1 Trendmatig scenario
195
385
Hoog scenario
355
715
Bron: Companen, 2024 Tabel 14.3: Woningbehoefte statushouders regio Amersfoort (incl. Barneveld en Nijkerk; afgerond op 5-tal) Woningbehoefte per jaar Huishoudensgrootte 2 Huishoudensgrootte 1 Trendmatig scenario
265
530
Hoog scenario
490
980
Bron: Companen, 2024 Tabel 14.4: Woningbehoefte statushouders regio U10 (afgerond op 5-tal) Woningbehoefte per jaar Huishoudensgrootte 2 Huishoudensgrootte 1 Trendmatig scenario Hoog scenario
615
1.225
1.105
2.205
Bron: Companen, 2024
Wanneer we uitgaan van het meest realistische scenario – scenario hoog – is de jaarlijkse woningbehoefte voor de provincie zo’n 1.550 tot 3.095. Voor regio Amersfoort gaat het om 355 tot 715 woningen exclusief Barneveld en Nijkerk (490 tot 980 inclusief Nijkerk en Barneveld) en voor regio U10 om 1.105 tot 2.205 woningen.
Woning Wat betreft de woonruimte om statushouders te huisvesten doen gemeenten vaak een beroep op de reguliere woningen in de sociale huurvoorraad. Maar het kan ook gaan om flexwoningen of gedeelde woningen. Om statushouders een geschikte reguliere woning aan te kunnen bieden, is het belangrijk dat de aangeboden woning past bij de gezinsgrootte. Ondersteuning Er is vaak behoefte aan maatschappelijke begeleiding om een succesvolle integratie te bevorderen.
Uitstroom alleenstaande minderjarige vreemdelingen Een deel van de jongeren in jeugdzorg met verblijf bestaat uit alleenstaande minderjarige vreemdelingen. In onderstaande tabel is de taakstelling voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen op 1 juli 2024 per gemeente te zien. De verwachting is dat het aandeel minderjarige vreemdelingen in jeugdzorg met verblijf de komende jaren gaat toenemen. 18 Wanneer alleenstaande minderjarige vreemdelingen uitstromen, zijn zij in de fact sheet opgenomen als onderdeel van de uitstroom uit de jeugdhulp met
18 Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). (2023). Migratieradar najaar 2023.
https://ind.nl/nl/documenten/11-2023/migratieradar-najaar-2023.pdf
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
59
verblijf. Landelijk is 59% van de AMV’ers in de leeftijdscategorie 16-18 jaar.19 Om een inschatting te maken van de jaarlijkse uitstroom (18+), delen we de leeftijdscategorie 16-18 jaar door drie. Tabel 14.5: Taakstelling voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen per gemeente Gemeente Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Leusden Soest Woudenberg Barneveld Nijkerk Totaal Regio Amersfoort (excl. en incl. Barneveld en Nijkerk Bunnik De Bilt De Ronden Venen Houten Ijsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede
Taakstelling AMV 35 6 5 0 7 11 4 14 10 68/92
16-18 jaar 7 1 1 0 1 2 1 3 2 13/18
Uitstroom 4 1 1 0 1 1 0 1 1 7/9
4 10 10 11 8 4 0 15 0 15 79 11 13 6
1 2 2 2 2 1 0 3 0 3 16 2 3 1
0 1 1 1 1 0 0 1 0 1 7 1 1 1
Woerden Zeist Totaal Regio U10 Renswoude Rhenen Veenendaal Provincie Utrecht
12 15 213 0 5 15 301
2 3 42 0 1 3 59
1 1 19 0 1 2 28
Bron: Notitie “Bijlage Opgave AMV Nidos” (peildatum 01 juli 2024).
19
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2024). Alleenstaande minderjarige vreemdeling; nationaliteit, geslacht en leeftijd [82045NED]. Geraadpleegd van https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82045NED/table
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
60
15 Overige aandachtsgroepen Arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners zijn door het Rijk als aandachtsgroep benoemd, maar zij behoren niet tot de verplichte urgentiecategorieën.
15.1 Arbeidsmigranten Voor de provincie Utrecht is in 2021 onderzoek gedaan naar arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten20. Dit onderzoek heeft zich gericht op de volgende vragen: • Wat is het aantal arbeidsmigranten nu en in de toekomst (prognose 2030) en wat zijn enkele kernkenmerken (zoals herkomst, bedrijfssector) van deze arbeidsmigranten binnen de verschillende gemeenten in de provincie Utrecht? • Wat betekent de toename van het aantal arbeidsmigranten voor de huisvestingsopgave (kwantitatief en kwalitatief) voor arbeidsmigranten in gemeenten en regio’s in de provincie Utrecht? En, welke effecten heeft dit voor de lokale woningmarkt? Welke huisvestingsvraag is er per groep arbeidsmigranten (gekarakteriseerd naar short-, mid- en longstay en naar sector)?
Achtergrond Een arbeidsmigrant is een persoon in loondienst bij een in Nederland gevestigde organisatie. Daarnaast geldt dat deze persoon niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Internationale kenniswerkers – waarvoor een minimale
looneis wordt gesteld (zie tabel 1.1 in het rapport Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten) – behoren niet tot de arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten zijn onmisbaar voor veel Utrechtse bedrijven. Uit het onderzoek blijkt dat er in 2019 in de provincie 32.510 arbeidsmigranten werkten (tabel 15.1). Regio U10 kent de meeste werkzame arbeidsmigranten (23.765), maar ook in de regio Amersfoort (4.735) en Renswoude, Rhenen en Veenendaal (4.010) zijn arbeidsmigranten een belangrijke factor in de economie. Arbeidsmigranten vervullen zo’n 4,3% van het totaal aantal banen in de provincie. Per gemeente verschilt dit aandeel aanzienlijk: van zo’n 1,4% (Utrechtse Heuvelrug) tot 95,5% (Renswoude). In Renswoude, Rhenen en Veendaal wordt 10% van het totaal aantal banen vervuld door arbeidsmigranten, in regio’s Amersfoort en U10 ligt dit lager: respectievelijk 3% en 4%. Tabel 15.1: Aantal arbeidsmigranten naar werkgemeente (2019) Gemeente Aantal werkzame Aandeel tov totaal arbeidsmigranten aantal banen Amersfoort 2.695 3,0% Baarn 345 2,9% Bunschoten 825 6,7% Eemnes 75 2,8% Leusden 310 2,3% Soest 415 2,5% Woudenberg 70 1,6% Regio Amersfoort 4.735 3,0% Bunnik 220 2,4% De Bilt 895 5,1%
20 Zie voor het rapport: Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
61
De Ronden Venen Houten Ijsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Zeist Regio U10 Renswoude Rhenen Veenendaal Renswoude, Rhenen, Veenendaal Totaal provincie Utrecht
770 3.325 765 110 175 1.580 225 710 11.340 275 1.620 310 830 615 23.765 3.055 110 845 4.010
5,3% 14,3% 7,3% 2,6% 3,4% 3,6% 7,0% 3,6% 3,8% 1,4% 6,5% 5,2% 3,2% 1,8% 4,0% 95,5% 1,9% 2,6% 10%
32.510
4,3%
Bron: Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten (2021) Noot: Barneveld en Nijkerk onbekend.
De meeste arbeidsmigranten in de provincie werken via een uitzendbureau (30%): zij worden met name uitgezonden in de voedingsindustrie (vleesverwerkers), bouw, logistiek en landbouw. Uitzendwerk kenmerkt zich vaak door relatief laaggeschoold werk, waar qua arbeidsinzet veel op- en afgeschaald moet worden. Naast de uitzendbranche werken arbeidsmigranten vooral voor werkgevers in de horeca (16%), zakelijke dienstverlening (12%), detailhandel (8%), industrie (7%) en groothandel (6%).
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
De meeste arbeidsmigranten die in de provincie Utrecht werken, wonen er ook. Naar schatting woonden er zo’n 31.590 arbeidsmigranten in de provincie. Regionaal gezien gaat het om 24.055 arbeidsmigranten in de regio U10, 4.980 in de regio Amersfoort en 2.555 in de regio Foodvalley. Van veel arbeidsmigranten is niet precies bekend waar zij wonen. Sommige gemeenten hebben een goed beeld waar arbeidsmigranten wonen, maar vaak ontbreekt registratie. Ook is er vaak beperkt zicht doordat veel huisvesting in (verkamerde) reguliere woningen plaatsvindt. Dat laatste is ongewenst, omdat met name goedkope woningen voor arbeidsmigranten worden ingezet. Werkgevers of gespecialiseerde huisvesters kopen woningen op, om deze door te verhuren aan arbeidsmigranten. Daarmee concurreren zij op een deel van de woningmarkt waar schaarste heerst.
Huisvestingsopgave Uit het onderzoek blijkt dat in 2019 naar schatting 31.590 arbeidsmigranten in de provincie Utrecht woonden. Op basis van de economische prognoses is ervan uitgegaan dat het aantal werkzame (en daarmee ook wonende) arbeidsmigranten groeit met 18.680 tot 2030. De groei van het aantal werkende arbeidsmigranten leidt niet één op één tot een toename van het aantal woonplekken. Dit komt doordat sommige arbeidsmigranten elkaar gedurende een jaar opvolgen. Rekening houdend met dit effect, is tot de volgende huisvestingsopgave in de provincie Utrecht gekomen:
62
Figuur 15.1: Inschatting huisvestingsopgave provincie Utrecht tot 2030
Tussen 2021 en 2030 ligt er een groeiopgave van minimaal 11.835 woonplekken. Deze groei betreft 8.315 huisvestingsplekken in tijdelijke woonvormen (short- en midstay). Zo’n 3.520 arbeidsmigranten gaan permanent (longstay) in de provincie Utrecht wonen. Dit is een fors aantal, maar valt gelet op de totale aanvullende woningbehoefte in de provincie Utrecht (100.000 woningen tot 2030) mee. Met het oog op de groeiopgave is het belangrijk om nieuwe huisvesting toe te voegen. Het toevoegen van huisvesting zorgt ervoor dat er minder druk op dit goedkope segment komt te liggen. Ook biedt het kansen om huisvesting te realiseren waar toezicht op te houden is.
Bron: Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten (2021)
Per regio ziet de opgave er als volgt uit: Tabel 15.2: Inschatting huisvestingsopgave tot 2030, naar regio Regio Shortstay Midstay Longstay (Sociale) Koop huur Regio 410 810 335 170 Amersfoort Regio U10 1.820 4.365 1.815 910 Foodvalley 395 515 195 95 Totaal provincie 2.625 5.690 2.345 1.175 Utrecht Bron: Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten (2021)
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Totaal
1.725 8.910 1.200 11.835
Tijdens de werksessies (januari en februari 2024) is aan gemeenten gevraagd of er na het onderzoek van 2021 initiatieven bij zijn gekomen voor nieuwe huisvestingsplekken. Daar is de volgende input uit gekomen: • Gemeente Nieuwegein Er ligt een initiatief voor 368 bedden voor het jaar 2025. • Gemeente Bunschoten Is bezig met een initiatief, waarschijnlijk een hotel. Het is nog niet bekend om hoeveel plekken dit gaat.
Woonwensen Woning Wat een geschikte woonvorm is voor arbeidsmigranten is afhankelijk van hun verblijfsduur. Arbeidsmigranten die permanent (longstay) in Nederland blijven, behoren tot de reguliere woningbehoefte. Zij zijn verantwoordelijk voor eigen huisvesting. Hun woonbehoefte bestaat uit zowel koop- als huurwoningen in een prijscategorie die passend is bij het inkomen.
63
Shortstay migranten verblijven enkele maanden tot zes maanden in Nederland. Zij hebben behoefte aan snelle vormen van tijdelijke huisvesting. Vaak worden deze arbeidsmigranten in beperkte aantallen op een centrale plek gehuisvest, in veel gevallen is de huisvesting gerelateerd aan het bedrijf waar ze werkzaam zijn. Zij verblijven in kamers met gedeelde voorzieningen. Dit kunnen individuele kamers zijn, of gedeelde kamers met minimaal 12m2 per persoon. Hier worden vaak flexconcepten voor ingezet.
ontwikkeling van het aantal woonwagenstandplaatsen in Nederland, uitgesplitst naar alle gemeenten. De tweede (en laatste) herhaalmeting heeft eind 2022 plaatsgevonden21. Dit biedt ook voor de provincie Utrecht inzicht in het aantal standplaatsen. Daarnaast hebben een aantal gemeenten in de provincie nog een aanvullend lokaal behoefteonderzoek uitgevoerd om te inventariseren wat de lokale en niet-lokale vraag uitbreidingsbehoefte is.
Standplaatsen Midstay migranten verblijven circa zes maanden tot enkele jaren in Nederland. Zij hebben meer behoefte aan kwaliteit en privacy dan short-stay migranten en willen veelal ook meer kunnen integreren in de samenleving. Afhankelijk van de individuele behoefte van deze arbeidsmigranten, kunnen zij zich vestigen in reguliere woningen, in de vorm van studio’s en appartementen in complexen die vaak speciaal voor arbeidsmigranten zijn gerealiseerd. Hier kunnen ook flexwoningen en recreatiewoningen voor worden ingezet. Woningen voor arbeidsmigranten voldoen bij voorkeur minimaal aan de normen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF), om voldoende woonkwaliteit te bieden.
15.2 Woonwagenbewoners Achtergrond Het wonen in een woonwagen is erkend als een vast onderdeel van de culturele identiteit van woonwagenbewoners in Nederland. Mensen die een aanvraag doen voor een woonwagen, zouden dus voorzien moeten worden in hun woonvraag. Het ministerie van BZK laat periodiek onderzoek doen naar de
In 2022 waren er 708 standplaatsen in de provincie Utrecht. Tabel 15.3: Standplaatsen provincie Utrecht (2022) Gemeente
Standplaatsen
Regio Amersfoort (excl. en incl. Barneveld/Nijkerk)
197/228
Regio U10
450
Renswoude, Rhenen, Veenendaal
61
Totaal provincie Utrecht
708
Bron: Woonwagenstandplaatsen in Nederland – Herhaalmeting 2023 (BZK)
De volgende tabel geeft het aantal standplaatsen weer per gemeente. Tabel 15.4: Standplaatsen per gemeente (2022) Gemeente Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Leusden Soest Woudenberg
Standplaatsen 142 24 5 1 0 25 0
21 Zie voor het rapport: Woonwagenstandplaatsen in Nederland - Herhaalmeting 2023
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
64
Barneveld 11 Nijkerk 20 Regio Amersfoort (excl. en incl. Barneveld/Nijkerk) 197/228 Bunnik 3 De Bilt 12 De Ronden Venen 5 Houten 6 Ijsselstein 4 Lopik 0 Montfoort 4 Nieuwegein 6 Oudewater 0 Stichtse Vecht 10 Utrecht 139 Utrechtse Heuvelrug 5 Vijfheerenlanden 27 Wijk bij Duurstede 3 Woerden 6 Zeist 220 Regio U10 450 Renswoude 2 Rhenen 20 Veenendaal 39 Totaal regio Renswoude, Rhenen, Veenendaal 61 Totaal provincie Utrecht 708 Bron: Woonwagenstandplaatsen in Nederland – Herhaalmeting 2023 (BZK)
Aanvullend behoefteonderzoek Een aantal gemeenten in de provincie heeft aanvullend behoefteonderzoek gedaan. Het huidige aantal standplaatsen zegt namelijk niet altijd iets over de behoefte. De volgende tabel laat de uitbreidingsbehoefte zien, boven op de standplaatsen die er momenteel zijn. De behoefte is uitgesplitst naar lokale behoefte (de behoefte van inwoners vanuit de gemeente zelf) en de niet-lokale behoefte (de behoefte van inwoners vanuit een andere gemeente). Tabel 15.5: Lokale en niet-lokale behoefte per gemeente, naar regio Gemeente Lokale behoefte Niet-lokale behoefte Amersfoort 67 Bunschoten 1 Leusden 2 Soest 2 Regio Amersfoort 72 0 De Bilt 5 7 Houten 4 IJsselstein -1 Montfoort 4 Nieuwegein 12 Utrecht22 96 27 Wijk bij Duurstede 5 6 Woerden 1 3 Regio U10 122 43 Totaal provincie Utrecht 194 43 Bron: Diverse lokale onderzoeken gemeenten Noot: Onbekend of Renswoude, Rhenen, Veenendaal, Barneveld of Nijkerk aanvullend behoefteonderzoek hebben gedaan
22
Uit het lokaal behoefte onderzoek (2019) van de gemeente Utrecht blijkt dat er een behoefte is aan 100 woonwagenstandplaatsen, waarvan 27 niet-lokaal (dus 73 lokaal). De komende vier jaar is de verwachting dat hier nog een vraag van +23 bij komt (73+23 = 96 lokale behoefte).
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
65
Op basis van de gemeenten die aanvullend behoefteonderzoek hebben gedaan, blijkt dat er een lokale behoefte is van 194 en een niet-lokale behoefte van 43 standplaatsen. Aandachtspunt hierbij is dat deze cijfers slechts een indicatie zijn. Families kunnen zich namelijk inschrijven voor wachtlijsten in meerdere gemeenten tegelijkertijd, waardoor er dubbeltellingen kunnen voorkomen.
Figuur 15.2: Uitwonende studenten in Amersfoort en Utrecht
Bron: Landelijke Monitor Studentenhuisvesting (2022)
Tijdens de werksessies gaven aanwezigen aan dat het tekort aan woonwagenstandplaatsen herkenbaar is in de provincie. Door dit tekort ontstaat er een uitstroom naar reguliere woningen – wat niet wenselijk is voor zowel de woonwagenbewoners als de gemeenten. Als mogelijke richting om de huisvestingscapaciteit te vergroten werd verdichting genoemd. Het verkennen van de mogelijkheden voor meerlaagse bouw biedt kansen om meer plekken te creëren binnen de beschikbare ruimte.
15.3 Studenten Uitwonende studenten provincie Utrecht In de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting (2022) staat het aantal uitwonende studenten naar woonstad beschreven, uitgesplitst naar primaire en secundaire doelgroep. De primaire doelgroep betreft studenten die uitwonend zijn in de stad waar zij ook studeren. Met de secundaire doelgroep worden studenten bedoeld die uitwonend zijn in een stad, maar in een andere stad studeren. De primaire en secundaire doelgroep bij elkaar opgeteld zijn alle uitwonende studenten wonend in een stad. Onderstaand figuur23 laat het aantal uitwonende studenten zien in de gemeenten Utrecht en Amersfoort. 23 Cijfers voor de andere gemeenten in de provincie Utrecht zijn niet opgenomen in de Landelijke
In Utrecht ligt het aandeel studenten in de primaire doelgroep ten opzichte van alle uitwonende studenten in de stad erg hoog. In Amersfoort, een studiestad waar relatief weinig studenten studeren, zijn juist met name uitwonende studenten die in een andere stad studeren.
Woningtekort Utrecht Gemeente Utrecht heeft in 2023 het “Actieplan studentenhuisvesting 2023 – 2030” opgesteld24. Dit Actieplan richt zich met name op het vergroten van het aanbod aan betaalbare huisvesting, met de nadruk op onzelfstandige studenteneenheden (kamers). In 2024 laat gemeente Utrecht nog een verdiepend onderzoek uitvoeren naar woonwensen onder Utrechtse studenten. In de Kences rapportage (2022) is in beeld gebracht wat de huisvestingopgave in Utrecht is. Om de totale opgave in beeld te krijgen, is gekeken naar het huidige tekort, de verwachte groei in de vraag naar huisvesting en het aanbod. In 2022 was er een tekort van 5.300 eenheden. Het tekort bestaat vooral (90%) uit kamers. Dit tekort bestaat uit studenten die bijvoorbeeld nog bij hun ouders inwonen maar liever op kamers gaan, of verder reizen dan ze eigenlijk zouden
24 Zie voor het rapport: Actieplan studentenhuisvesting 2023-2030
Monitor Studentenhuisvesting.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
66
willen. Het tekort neemt naar verwachting tot 2030 met nog eens 5.000 eenheden toe. Figuur 15.3: Prognose woningtekort studentenhuisvesting gemeente Utrecht 15.000 10.000 5.300
5.925
6.550
7.175
7.800
2023
2024
2025
2026
8.425
9.050
9.675 10.300
2027
2028
2029
5.000 0 2022
woningtekort studenten
2030
ontwikkeling tekort door internationalisering
Bron: Kences rapportage (2022).
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
67
16 Aandachtspunten voor beleid Naast passende huisvesting is er meer nodig om mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag goed te kunnen laten wonen in de provincie Utrecht. Voor de komende jaren liggen er ook grote uitdagingen op het gebied van het organiseren van zorg en ondersteuning, tegen het licht van groeiende personeelstekorten. Ook de woonomgeving vraagt aandacht. Hieronder benoemen we een aantal aandachtspunten voor beleid, gebaseerd op gesprekken die we hebben gevoerd tijdens dit traject (werksessies stakeholders, ambtelijke en bestuurlijke overleggen) en op vergelijkbare trajecten elders in het land.
16.1 Passende woonvormen voor verschillende groepen Aanbod aan geclusterd wonen en andere ‘tussenvormen’ De komende jaren neemt het aantal mensen met een zorgvraag dat woont in een reguliere woning toe. Daarnaast groeit de vraag naar ‘tussenvormen’. Voor ouderen gaat het dan om geclusterde woonvormen, waar mensen zonder zorg kunnen wonen maar waar zij, indien nodig, een beroep kunnen doen op zorg vanuit de zorgverzekeringswet of een Volledig/Modulair Pakket Thuis (Wlz). Ook een deel van de mensen die kunnen uitstromen uit een intramurale instelling heeft baat bij een ‘tussenvorm’, bijvoorbeeld in de vorm van geclusterd wonen met begeleiding of een tiny house in de buurt van de zorgaanbieder, waar zij kunnen werken aan zelfstandigheid. Een goed aanbod aan ‘tussenwoonvormen’ kan uitstroom uit instellingszorg bevorderen en instroom
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
bij instellingszorg (BW en MO) voorkomen. Een aandachtspunt bij dergelijke woonvormen is een juiste groepssamenstelling, om overlast te voorkomen. Daarnaast moet de begeleiding en het toezicht voldoende zijn om draagvlak in de wijk te krijgen en te behouden. Voor uitstromers geldt dat een eigen plek – of dit nu in een tussenvorm is of in een reguliere woning – een belangrijke basis is om stappen te kunnen zetten richting herstel van een stabiele leefsituatie. Een eigen plek zorgt voor stabiliteit, autonomie en privacy. Betaalbare woningen, onder meer voor uitstromers In het landelijk Programma Een Thuis voor Iedereen kondigt de minister voor Volkshuisvesting aan te willen streven naar een hoger aantal sociale huurwoningen in heel Nederland en een ‘eerlijker’ verdeling van die voorraad over alle gemeenten in Nederland; hierbij wordt een streefgetal genoemd van 30% sociale huurwoningen in iedere gemeente. Op landelijk niveau is dit nodig om in de woonvraag van verschillende aandachtsgroepen te kunnen voorzien. Om de in dit onderzoek genoemde groepen én ook de regulier woningzoekenden te kunnen huisvesten, is het nodig om het aandeel sociale huurwoningen in de provincie op te hogen.
Woningen aanpassen Een relatief groot deel van de woningvoorraad in de provincie Utrecht (30%) is nog niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking, maar wel relatief eenvoudig geschikt te maken – bijvoorbeeld met een traplift. Goede informatievoorziening over de mogelijkheden van woningaanpassing kan inwoners stimuleren om hun woning tijdig aan te passen aan een situatie waarin zij te maken krijgen met mobiliteitsbeperkingen. Als inwoners voor de kosten hiervan een beroep doen op de Wmo, kunnen de kosten voor de gemeenten wel oplopen. Veel gemeenten kiezen er mede daarom voor om met
68
inwoners het gesprek aan te gaan over de vraag of het niet verstandiger is om te verhuizen naar een woning die al geschikt is. Doorstroom stimuleren Veel ouderen stellen de beslissing om te verhuizen naar een nultredenwoning (al dan niet geclusterd) uit. Soms ontstaan hierdoor schrijnende situaties. Het is daarom verstandig om in te zetten op bewustwording onder ouderen dat zij zelf tijdig moeten nadenken over hoe zij willen wonen als zij minder mobiel en wellicht zorgbehoevend worden. De inzet van een verhuiscoach of seniorenmakelaar kan hierbij helpen. Ook financiële instrumenten zoals een huurgewenningsbijdrage kunnen bijdragen aan doorstroming van ouderen. Meer doorstroming op de woningmarkt komt ook andere woningzoekenden ten goede. Diversiteit aan woonconcepten Om doorstroming te stimuleren is voldoende aanbod aan nultreden- en geclusterde woningen een eerste voorwaarde. Daarnaast is het van belang dat er voldoende variëteit is (in prijsklassen, locatie en woonconcept) om aan te kunnen sluiten bij de diverse vraag van ouderen. Onder de nieuwe generatie ouderen spreken woonvormen als ‘hofjeswonen’ (waar ouderen of juist een mix van leeftijdsgroepen samen wonen en elkaar ondersteunen wanneer dat nodig is) vaak meer aan dan een traditioneel seniorencomplex.
Om de gewenste diversiteit te bereiken is het te overwegen om meer ruimte te bieden aan burgerinitiatieven/CPO-projecten. Als bewoners zelf de eigenaar zijn van het initiatief, is de verhuisgeneigdheid immers groter. En initiatieven zijn breder dan alleen initiatieven voor woonvormen. Dit kan ook gaan om het opzetten van een buurthuis. In de werksessies werd benoemd dat het aanbod bij voorkeur ook in te zetten is voor verschillende doelgroepen in verschillende levensfasen: er moet meer
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
aandacht komen voor flexibel en levensloopbestendig bouwen. Hierbij is het gesprek aan de voorkant tussen verschillende partijen (corporaties, ontwikkelaars, zorgaanbieders, welzijnspartijen, gemeente) van belang: waar moeten de woning en woonomgeving aan voldoen? Met elkaar moeten partijen zoeken naar kritische succesfactoren zodat de bouw- en zorgopgaven tot een haalbare business-case leiden. De aanwezigen zien ook kansen in meergeneratiewoningen en woningsplitsing. Aandachtspunt hierbij is dat bestaande regels het vaak moeilijk maken om divers aanbod toe te voegen (bijvoorbeeld parkeernormen en kostendelersnorm). Regionale samenwerking kan helpen om regels te versoepelen en zodoende bijvoorbeeld woningsplitsing makkelijker mogelijk te maken. Woningtoewijzing Een groot deel van de ‘geschikte’ woningen in de provincie Utrecht wordt op dit moment bewoond door relatief jonge mensen, waarvan verreweg de meesten geen mobiliteitsbeperkingen hebben. Als een groter deel van deze woningen zou worden toegewezen aan ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking, hoeven in de toekomst minder woningen te worden aangepast.
Dit geldt nog sterker voor huurwoningen die zijn aangepast voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel: als het niet lukt om deze bij mutatie weer toe te wijzen aan een rolstoelgebruiker, dan bestaat de kans dat de woning naar een regulier woningzoekende gaat en daardoor langdurig niet meer beschikbaar is voor de doelgroep. Zorgvuldig wachtlijstbeheer en een zorgvuldige procedure voor matching en woningtoewijzing kan dit voorkomen. Heldere eisen voor nieuwbouw Om te voorkomen dat er een groot beroep wordt gedaan op de Wmo voor woningaanpassingen is het verstandig om bij álle nieuwbouw in de gemeenten eisen te stellen ten aanzien van de toegankelijkheid van de woning (en de directe woonomgeving). Een nultredenwoning heeft een gelijkvloerse
69
plattegrond van woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer. Bij de realisatie van deze woningen wordt al rekening gehouden met bijvoorbeeld draaicirkels van een rollator en het achterwege laten van drempels en trapjes. Ouderen die verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen, doen dat vaak omdat zij hopen daar gemakkelijker contact te kunnen maken met medebewoners. Het is dus belangrijk om in deze complexen te zorgen voor mogelijkheden om andere bewoners te ontmoeten. Dat kan inpandig zijn, maar dat hoeft niet per se.
16.2 Beschikbaarheid van zorg Op dit moment werkt één op de zeven mensen in Nederland in de zorg. Als de inrichting van de zorg zo blijft als nu dan moet dat in 2035 - vanwege de vergrijzing - zijn toegenomen tot één op de vier. Dat is niet realistisch; op dit moment is er al een groot tekort aan personeel in de zorg. In het Programma Wonen en Zorg voor Ouderen wordt opgeroepen tot een andere blik op de zorg voor ouderen: ‘zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’. Daarmee wordt voortgebouwd op een ontwikkeling die al langer gaande is, waarbij ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen en alleen als de zorgvraag dat echt noodzakelijk maakt naar een woonzorgcentrum of verpleeghuis gaan. ‘Omzien naar elkaar’ wordt steeds belangrijker aangezien niet elke ondersteuningsvraag meer door professionele zorgverleners kan worden ingevuld. Clustering Clustering van zorgvragers helpt om de zorg efficiënt te kunnen leveren. Als ouderen met een zorgvraag dichter bij elkaar wonen (bijvoorbeeld in geclusterde woonvormen), dan is zorgpersoneel minder tijd kwijt aan reizen. Geclusterd wonen helpt ook tegen eenzaamheid bij ouderen en kan het
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
‘omzien naar elkaar’ bevorderen - waardoor het beroep op professionele zorg wordt verminderd. Zorgtechnologie Ook technologie kan helpen om het werk van zorgpersoneel te verlichten. Daarnaast kan zorgtechnologie ervoor zorgen dat ouderen comfortabeler en veiliger kunnen wonen, en daarmee ook een verhuizing kunnen uitstellen. Via een tablet kunnen ouderen hun boodschappen bestellen, maar ook videobellen met een zorgverlener. Hoewel technologie soms als ‘koud’ wordt ervaren, kunnen goede toepassingen een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van ouderen en andere mensen met een zorgvraag. Ontlasten huisartsenzorg Wijkcoaches kunnen huisartsenposten ontlasten middels handvatten geven voor het voeren van het andere gesprek (Welzijn op Recept). Samenwerking tussen zorgaanbieders Op dit moment zijn vaak verschillende zorgaanbieders voor thuiszorg en wijkverpleging actief in dezelfde buurt of hetzelfde complex. Dit is (vanwege de reistijd) niet efficiënt en daarmee voor de toekomst wellicht niet houdbaar. Een betere afstemming tussen zorgorganisaties kan helpen om goede én betaalbare zorg aan mensen te kunnen blijven bieden. Ook mensen met een verstandelijke beperking worden steeds ouder. Om goede zorg te kunnen bieden aan ouder wordende VG-inwoners is samenwerking tussen VG-zorgaanbieders en zorgaanbieders voor ouderenzorg wenselijk.
Dit vraagt om een flexibele, domein-overstijgende inzet van financiële middelen.
70
Flexibele en tijdelijke zorg Doordat mensen steeds langer thuis wonen, is er landelijk een groeiende behoefte aan plekken waar mensen ‘tijdelijke zorg’ kunnen ontvangen – bijvoorbeeld als zij na een ziekenhuisopname niet meteen terug naar huis kunnen. Dit kan bijvoorbeeld in een zorghotel worden geboden, maar ook in plekken in een woonzorgcentrum die voor dit doel worden vrijgehouden. Zorgaanbieders zien ook een groeiende behoefte aan plekken waar ouderen met een zorgvraag tijdelijk kunnen verblijven, om zo hun mantelzorgers op adem te laten komen (respijtzorg). Aanbod aan ambulante begeleiding In de provincie Utrecht wordt gewerkt aan de ontwikkeling van instellingswonen naar het wonen in de wijk. Kwetsbare inwoners kunnen zo zelfstandig wonen en onderdeel zijn van de samenleving. Voor hen die dit nodig hebben, blijven Beschermd Wonen en opvang als vangnet bestaan. Het succes van de verandering is voor een belangrijk deel afhankelijk van de randvoorwaarde dat er voldoende woningen beschikbaar moeten zijn. Goede ambulante begeleiding is een andere belangrijke succesfactor. Het gaat dan bijvoorbeeld om het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën.
Maar juist met het oog op aandachtsgroepen is er ook aandacht nodig voor het opvangen van mensen: het bevorderen van de ‘samenredzaamheid’ in buurten, het voorkomen van stigmatisering en het bevorderen van onderling begrip. Contact met medebewoners is voor aandachtsgroepen minstens zo belangrijk als voor andere inwoners, maar het leggen van die contacten gaat niet altijd vanzelf ook daar is dus vaak hulp bij nodig. Denk aan eventuele gevolgen wanneer dit niet gebeurt: onbegrip vanuit de buurt, sociale onveiligheid, et cetera.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
16.3 Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ Het is belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid onder ouderen en andere zorgvragers. ‘Omzien naar elkaar’ wordt steeds belangrijker, aangezien niet elke ondersteuningsvraag meer door professionele zorgverleners kan worden ingevuld. Dit gaat niet overal en altijd vanzelf. Stimuleren van ontmoeting Het begint ermee dat inwoners elkaar kennen, elkaar ontmoeten en weten waar ze een ander mee kunnen helpen. Belangrijk hierbij zijn mogelijkheden voor ontmoeten nabij de woning, zoals buurthuizen/kamers. Opbouwwerk kan bijdragen aan gemeenschapsvorming. De inzet van opbouwwerkers en jongerenwerkers die verbinding onderling, en verbinding met de buurt mogelijk maken. Projecten voor ‘gemengd wonen’, waarbij mensen met en zonder zorgvraag bij elkaar wonen, bieden kansen om het omzien naar elkaar te versterken. Wederkerigheid is hierin het fundament. Bij nieuwbouw moet aan de voorkant al nagedacht worden over het stimuleren van ontmoeting. Samenwerking tussen organisaties als ontwikkelaars en welzijnspartijen is hierbij essentieel, bijvoorbeeld om te afspraken te maken over het toevoegen van een ontmoetingsruimte in een nieuwbouwcomplex.
Gebiedsgerichte aanpak met oog voor verschillen De saamhorigheid en sociale cohesie, en daarmee ook de mate waarin inwoners voor elkaar willen en kunnen klaar staan, verschilt per kern en wijk. Als de bereidheid om elkaar te helpen er minder is of als de sociale banden minder sterk zijn, dan zal het beroep op professionele zorg groter zijn. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de verschillen tussen kernen en hoe dit de vraag naar professionele zorg beïnvloedt. Daarmee is ook de vraag hoe het ‘omzien naar elkaar’ het beste kan worden ondersteund vanuit de gemeenten
71
en professionele partijen, een kwestie van maatwerk. Het is van belang om te kijken wat er al aanwezig is in de wijk en hoe een wijkgerichte integrale samenwerking tussen welzijn en zorg mogelijk gemaakt kan worden. Lokale samenwerking kan tussen verschillende partijen, zoals: • Tussen grotere organisaties op het gebied van welzijn, zoals welzijnsorganisatie, bibliotheek, cultuur, en sport en bewegen. • Tussen kleinere organisaties, zoals steunpunt mantelzorg, steunpunt vluchtelingen en organisaties die zich specifiek richten op inzet en/of ondersteunen van vrijwilligers. • Tussen zorg- en welzijnsorganisaties. Mantelzorg mogelijk maken Terwijl het aantal potentiële mantelzorgers daalt, stijgt tegelijkertijd het aantal mensen met een zorgvraag. Het idee dat alleen de familie de mantelzorg op zich neemt, is niet reëel. Er moet meer gestuurd worden op bewustwording dat niet alleen de familie, maar de bredere samenleving meer gaat omkijken naar elkaar. Tijdens de werksessies werd bijvoorbeeld benoemd dat woningen toegevoegd moeten worden voor jongeren, want zij zijn de mantelzorgers van de toekomst. De huidige praktijk laat zien dat veel mantelzorgers te laat aan de bel trekken om ondersteuning, bijvoorbeeld omdat zij niet weten wat er allemaal mogelijk is en waar ze kunnen aankloppen.
Ook wanneer het de wens van de mantelzorgontvanger is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen, kan de mantelzorger zich schuldig voelen om de zorg over te dragen aan een ander – en dus overbelast raken omdat de zorg te zwaar is. Daarom is het essentieel om te blijven investeren in ondersteuning van mantelzorgers (advies, respijtzorg, logeerzorg). Daarnaast is het van belang aandacht te hebben voor een mogelijke tweedeling die ontstaat wanneer mensen straks wel of niet mantelzorg om zich heen hebben.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Preventie Het preventief inzetten van middelen en het vroegtijdig signaleren van problemen zijn cruciaal. Het verbeteren van de lokale toegang tot zorg en het sterker inzetten van het voorveld (inclusief welzijnsorganisaties) kan bijdragen aan het voorkomen van de noodzaak voor zwaardere zorg. Door basisrust te creëren en crises te voorkomen, kan de behoefte aan intensievere zorgvormen zoals het wonen in een instelling verminderd worden.
16.4 Een geschikte woonomgeving De groei van het aantal mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag dat zelfstandig woont, stelt eisen aan de woonomgeving in termen van toegankelijkheid en de spreiding van voorzieningen. Een omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten draagt bij aan een samenleving waarin mensen elkaar kennen en naar elkaar omzien. Ook ‘mobiliteit’ is hierbij een belangrijk aandachtspunt: als voorzieningen niet dicht bij de woning zijn, kan een inwoner hier dan toch komen? Voor nieuwbouw die is gericht op mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag verdienen locaties dicht bij voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer de voorkeur, vanuit het oogpunt van ‘meedoen’ en het versterken van zelfredzaamheid. De interactieve voorzieningenkaart die is gemaakt in het kader van dit onderzoek biedt hiervoor een praktisch handvat. Belangrijk aandachtspunt bij de locatiekeuze voor een nieuwe woonvorm voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag is dat niet voor iedere persoon een plek op een centrumlocatie de meest geschikte plek is; sommige mensen hebben juist baat bij een rustiger omgeving. Het blijft dus een kwestie van maatwerk. Ook is het belangrijk om rekening te houden met de draagkracht van de wijk of buurt.
72
Bijlage 1: De Doorzonscan De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen. Geschikte woning Woning die geschikt is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De woning is zowel intern als extern toegankelijk. Dat houdt in dat je de woning kunt bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen. Potentieel geschikte woning Reguliere woning die nu (vermoedelijk) nog niet zonder traplopen toe- en doorgankelijk zijn, maar waarbij deze situatie wel is te creëren. Dit bijvoorbeeld
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
door de woning anders in te delen, weghalen van drempels, aanpassen van de badkamer of een traplift plaatsen. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • eengezinswoning, is gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning (woning waarvan de muren (voor een deel) grenzen aan andere woningen). Niet-geschikte woning Reguliere woning die niet of alleen met een ingrijpende renovatie geschikt te maken is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van WOZgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden, omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de (grote) woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd).
Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.
73
Bijlage 2: Afkortingen en begrippen • • • • • •
• • • • • • • •
Ambulantisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. LG: Lichamelijk Gehandicapt. MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. PG: Psychogeriatrie. Aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie). SOM: Somatiek. Zorg bij lichamelijke ziektes. VG: Verstandelijk Gehandicapt. VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd. Wlz: Wet langdurige zorg. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning. ZG: Zintuiglijk Gehandicapt Zvw: Zorgverzekeringswet.
Definitie (al dan niet) geschikte woning • Geschikte woning: woning die geschikt is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De woning is zowel intern als extern
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
toegankelijk. Dat houdt in dat je de woning kunt bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Hiervoor wordt ook de term ‘nultredenwoning’ gebruikt. • Geschikt te maken woning: reguliere woning die nu (vermoedelijk) nog niet zonder traplopen toe- en doorgankelijk zijn, maar waarbij deze situatie wel is te creëren. Dit bijvoorbeeld door de woning anders in te delen, de badkamer aan te passen of een traplift te plaatsen. • Niet-geschikte woning: reguliere woning die niet of alleen met een ingrijpende renovatie geschikt te maken is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. Woonconcepten geclusterd wonen voor senioren • Binnen geclusterd wonen onderscheiden we verschillende typen: – Seniorencomplex: traditioneel appartementencomplex voor senioren. – Serviceflat: appartementencomplex met hoog aantal (verplicht af te nemen) diensten m.b.t comfort en ondersteuning. – Aanleunwoning (app): Appartementencomplex dat alleen toegankelijk is voor mensen die zorg aan huis nodig hebben (Zvw- of VPT-indicatie (wlz) is vereist). – Levensloopbestendige woningen (ggb): Traditionele kleine rijwoningen die geschikt zijn voor ouderen.
– Luxe levensloopbestendige appartementen: Modern appartementencomplex op privaat terrein, met uitgebreide buitenruimte rondom het complex. – Hofjeswonen (grondgebonden/appartement): Cluster van kleine woningen/appartementen, gecentreerd rondom een gezamenlijke binnenplaats of entree.
74
Bijlage 3: Gehanteerde aannames Ouderen Vertaling woonvraag per vitaliteitstrede: situatie 2023 – gemeentespecifiek Woonvormen voor Gemeente 65-plussers in 2023 Amersfoort Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Baarn Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Bunschoten Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Eemnes Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Leusden Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Soest Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Woudenberg Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Bunnik Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum De Bilt Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Trede 1 84% 16% 0% 90% 10% 0% 93% 7% 0% 89% 11% 0% 87% 13% 0% 80% 20% 0% 86% 14% 0% 87% 13% 0% 84% 16% 0%
Trede 2 72% 28% 0% 86% 14% 0% 82% 18% 0% 89% 11% 0% 71% 29% 0% 69% 31% 0% 75% 25% 0% 70% 30% 0% 74% 26% 0%
Trede 3 68% 32% 0% 78% 22% 0% 79% 21% 0% 78% 22% 0% 70% 30% 0% 60% 40% 0% 69% 31% 0% 76% 24% 0% 67% 32% 1%
Trede 4 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 14% 74% 12% 13% 75% 12% 13% 75% 12% 12% 76% 12% 14% 74% 12% 14% 74%
75
De Ronde Venen
Houten
Ijsselstein
Lopik
Montfoort
Nieuwegein
Oudewater
Stichtse Vecht
Utrecht
Utrechtse Heuvelrug
Vijfheerenlanden
Wijk bij Duurstede
Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
90% 10% 0% 89% 11% 0% 83% 17% 0% 91% 9% 0% 91% 8% 1% 84% 16% 0% 90% 10% 0% 89% 11% 0% 86% 14% 0% 89% 11% 0% 84% 16% 0% 95%
80% 20% 0% 87% 13% 0% 63% 37% 0% 69% 31% 0% 81% 19% 0% 76% 24% 0% 82% 18% 0% 74% 26% 0% 73% 27% 0% 78% 22% 0% 70% 30% 0% 81%
77% 23% 0% 79% 21% 0% 55% 45% 0% 76% 40% 0% 72% 28% 0% 75% 25% 0% 81% 19% 0% 71% 29% 0% 72% 28% 0% 71% 29% 0% 67% 33% 0% 79%
12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 13% 75% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 14% 74% 12%
76
Woerden
Zeist
Renswoude
Rhenen
Veenendaal
Provincie Utrecht
Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
5% 0% 84% 16% 0% 86% 14% 0% 93% 7% 0% 88% 12% 0% 75% 25% 0% 87% 13% 0%
19% 0% 75% 25% 0% 74% 26% 0% 87% 13% 0% 86% 14% 0% 63% 37% 0% 70% 30% 0%
21% 0% 69% 31% 0% 68% 32% 0% 83% 17% 0% 85% 15% 0% 52% 48% 0% 76% 24% 0%
12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 12% 76% 12% 14% 74%
77
Vertaling woonvraag per vitaliteitstrede: situatie 2040 trendprognose – provincie Utrecht Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Trede 1 Trede 2 Trede 3 Regulier wonen 81% 71% 65% Geclusterd wonen 19% 29% 35% Woonzorgcentrum 0% 0% 0%
Trede 4 (SOM) 12% 28% 60%
Trede 4 (PG) 12% 18% 70%
Vertaling woonvraag per vitaliteitstrede: situatie 2040 trendprognose – regio Amersfoort Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Trede 1 Trede 2 Trede 3 Regulier wonen 81% 73% 65% Geclusterd wonen 19% 27% 35% Woonzorgcentrum 0% 0% 0%
Trede 4 (SOM) 12% 28% 60%
Trede 4 (PG) 12% 18% 70%
Vertaling woonvraag per vitaliteitstrede: situatie 2040 trendprognose – regio U10 Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Trede 1 Trede 2 Trede 3 Regulier wonen 82% 70% 65% Geclusterd wonen 18% 30% 35% Woonzorgcentrum 0% 0% 0%
Trede 4 (SOM) 12% 29% 59%
Trede 4 (PG) 12% 20% 68%
Trede 4 (SOM) 10% 45% 45%
Trede 4 (PG) 10% 45% 45%
Vertaling woonvraag per vitaliteitstrede: situatie 2040 trendprognose – gemeente Vijfheerenlanden Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Regulier wonen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum