CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Samenvatting uItkomsten peiling (135895).pdf

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU (135898)2.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Bijlage 1. Uitkomsten peiling voorgenomen wijzigingsbesluit GR-GGDrU n.a.v. WGR In de zomer van 2023 is, op verzoek van het bestuur van GGDrU, via een enquête een peiling gehouden onder ambtenaren, wethouders en raden van de 26 gemeenten in regio Utrecht. Hierin zijn de voorgestelde wijzigingen in GR-GGDrU voorgelegd op basis van de huidige Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) die 1 juli 2022 van kracht is geworden. De respons op deze peiling en de zienswijzen van de VRU op het wijzigingsbesluit van hun gemeenschappelijke regeling, zijn verwerkt in deze samenvatting. 1. Respons De enquête is uitgezet onder bestuurders, ambtenaren, raadsleden en griffiers. Van de 74 respondenten heeft 52.7% de enquête niet compleet ingevuld, 47.3 % wel. Bijna alle gemeenten hebben gereageerd met uitzondering van Bunnik, Eemnes, Woerden en Woudenberg. Raden 39.2% raadslid 8.1% griffier 4.1% raadrapporteur

Ambtelijk/bestuurlijk 12.2% wethouder volksgezondheid 36.5% ambtenaar

2. Versterking eigenaarschap Enquêtevraag

Respons

Passieve en actieve informatieplicht van het collegelid dat AB-lid is naar de raad en de mogelijkheid voor de raad het eigen AB-lid ter verantwoording te roepen en inlichtingen te vragen waarop de GR geacht wordt te antwoorden. Dit gaat om alles wat een raad moet weten om zijn taak goed uit te kunnen voeren.

54.1% staat neutraal in dit punt, 45.1 % staat hier positief tegenover, 5.3% negatief. In de open antwoorden wordt o.a. aanbevolen om de versterkte informatierol uit te werken in de praktijk. Ook wordt genoemd dat bestuurders voorzien moeten worden van informatie waarmee deze de raad tijdig en (pro)actief kunnen informeren/wensen ophalen. Conclusie: Het eerste aanspreekpunt voor de raad ten aanzien van het reilen en zeilen in de GR, is het eigen AB-lid/de eigen betreffende portefeuillehouder. Voor alle GR’en geldt dat bij de verantwoording de nadruk gelegd wordt op het lokale gesprek, collegeleden overleggen met hun eigen raad. De wetswijziging brengt geen verandering in deze verantwoordelijkheidslijnen. GGDrU voorziet bestuurders reeds van informatie die nodig en gewenst is bij o.a. de lokale gesprekken. Geen wijziging op dit onderdeel in de GR-GGDrU. Wel permanent aandachtspunt.

1

3. Uniformiteit Equêtevraag

Respons

Er zijn wezenlijke verschillen tussen de 61.8% vindt uniformiteit in GR-en positief, GR’en waardoor er verschillende modellen 30.9% staat hier neutraal in en 7.3% denkbaar of zelfs nodig zijn. Dit leidt tot negatief. In de open antwoorden brengen de conclusie dat per GR bekeken moet sommige respondenten naar voren dat worden wat voor die GR een passende uniformiteit gewenst is waar mogelijk en uitwerking en toepassing is van de (lokaal) maatwerk waar wenselijk. En wetswijziging. Uitgangspunt is dat voor tegemoet moet komend aan de specifieke zover de regelingen vergelijkbaar zijn, we karakters van de gemeenschappelijke in regio Utrecht streven naar vergelijkbare regelingen. Uniformiteit spaart kosten. invulling en handelswijze. Conclusie: In het kader van de wetswijziging heeft overleg plaatsgevonden met de directeuren van de vijf grote vrijwillige en verplichte gemeenschappelijke regelingen binnen de regio Utrecht. Dit zijn, naast GGDrU, de VRU, ODRU, RUD Utrecht en AVU. Daarbij is een aantal gezamenlijke uitgangpunten onderkend, ingegeven vanuit de onderliggende bedoeling van de wetswijziging, waaronder uniformiteit waar mogelijk. Uit de uitgangspunten en de uitkomsten van de peiling concludeert GGDrU dat de GRGGDrU op dit onderdeel niet gewijzigd hoeft te worden. 4. Vergroten inhoudelijke betrokkenheid Enquêtevraag

Respons

De wetswijziging in de Wet gemeenschappelijke regelingen biedt gemeenteraden extra instrumenten voor sturing, maar de focus lijkt vooral formeel en financieel te liggen. GGDrU wil echter investeren in inhoudelijk debat en behoud van bestaande richtlijnen, om de betrokkenheid en verbinding tussen gemeenteraden en gemeenschappelijke regelingen te versterken.

69.8% staat hier positief tegenover, 24.5% neutraal en 5.7% negatief. Hier wordt bij aangegeven dat dit ook raakt aan het informele aspect; goed aanvoelen waar de behoefte ligt in raden. Maak concreet werk van de inhoudelijke betrokkenheid van de raden en voer het gesprek over hoe dit wordt ervaren. De verbinding tussen inhoud, financiële kaders en de begrotingsopbouw moet helder (tastbaar) zijn. Conclusie: GGDrU stelt vast dat de huidige GR GGDrU grotendeels al voldoet aan de gewijzigde Wgr. Het versterken van de inhoudelijke betrokkenheid van de raden vergt alertheid zowel aan de kant van de GGDrU als aan de kant van de raden, hiervoor is geen aanpassing nodig, maar vergt wel permanente aandacht. 5. Termijnen en vereenvoudiging P&C cyclus Enquêtevraag

Respons

De termijnen die worden genoemd in onze gemeenschappelijke regeling met betrekking tot de P&C-cyclus moeten worden vervangen door de nieuwe termijnen volgens de Wgr. In de praktijk betekent dit geen tot weinig verandering voor de werkwijze van GGDrU omdat we al ruimere termijnen kenden dan de oude wet. Uitgangspunt voor de P&C-cyclus is de minimale wettelijke termijnen te blijven hanteren.

58.8% staat hier positief tegenover, 37.3% neutraal en 3.9% negatief. In de open antwoorden staan suggesties als; Zorg als GGDrU voor zo kort mogelijke termijnen - binnen het redelijke. Probeer aan te sluiten op de P&C cycli van de deelnemende gemeenten, breng financiële zaken op tijd in kadernota's en gemeentelijke begrotingen. Kijk ook naar uniformiteit in de GR-en, stem de termijnen en perioden op elkaar af zodat er in de planning van de raden voldoende 2

tijd ingepland kan worden. Betrek hier ook de griffiers bij. Wanneer een gemeente extra tijd nodig heeft, dan zal dit moeten worden ingepast. De huidige 12 weken voor het besluitvormingsproces is prettig, dat geldt ook voor het feit dat zienswijzen tot vlak voor de besluitvorming ingediend kunnen worden. Conclusie: De termijnen die worden genoemd in onze gemeenschappelijke regeling met betrekking tot de P&C-cyclus worden vervangen door de nieuwe termijnen conform de Wgr. In de praktijk betekent dit geen verandering voor de werkwijze van GGDrU. De eerder door GGDrU gehanteerde termijnen zijn ruimer dan in de wijzigi.ng is voorgeschreven. De termijnen van de WGR worden opgenomen in de GR-GGDrU 6 Zienswijzen raden bij bestuursbesluiten Enquêtevraag

Respons

Met de gewijzigde Wgr is het mogelijk, 45.1% staat positief tegenover de maar niet verplicht, om de uitbreiding van deze mogelijkheid, 51.0% zienswijzeprocedure ook bij andere neutraal en 3.9% negatief. In het besluiten dan die bij de begroting toe te antwoordenveld staat dat als er meer passen. De GR GGDrU voorziet, naast de focus ligt op de inhoud, het logisch is om wettelijke zienswijze op de begroting dan op dat gebied zienswijzen vanuit de raad wel begrotingswijziging, al in een toe te staan (bijvoorbeeld op de zienswijzeprocedure over de algemene Bestuursagenda). Ook wordt genoemd dat financiële en beleidsmatige kaders bij tussentijdse majeure (wets(kaderbrief). Het bestuur van de GR zal )wijzigingen en investeringen - met veel moeten bekijken voor welke andere impact voor gemeenten - een zienswijze besluiten een zienswijzeprocedure zinvol door de raad gewenst is om zijn is; dit in relatie met het uitgangspunt om controlerende & sturende rol te kunnen toename van de bestuurlijke drukte te vervullen. Respondenten geven ook aan voorkomen en de tijdsdruk die een extra niet op voorhand extra zienswijzen in te zienswijze stap met zich meebrengt in de willen bouwen om bestuurlijke drukte om al vaak tijd-kritische procedures. niet echt wezenlijke zaken te voorkomen.

Conclusie: Het AB kan zelf bepalen of zij op inhoudelijke onderdelen zoals de Bestuursagenda aanvullend zienswijzen vragen en doet dit op de begroting/ begrotingswijziging en de kadernota. Afgaand op de gezamenlijke afspraken met GR’en in de regio om te streven naar uniforme uitgangspunten conform de wetswijziging, zonder daar aanvullende bepalingen aan toe te voegen, en omdat gemeenten ook ambtelijk al worden betrokken bij de voorbereiding van belangrijke besluiten, stelt het bestuur van GGDrU voor geen aanvullende besluiten waarvoor zienswijzen verplicht zijn op te nemen in de GR. 7. Burgerparticipatie en inspraakmogelijkheden Enquêtevraag

Respons

GGDrU heeft een wettelijke opdracht en wettelijke taken om voor de inwoners in regio Utrecht publieke gezondheidszorg op gelijk niveau uit te voeren en aan te bieden. Daarom is al een algemene bepaling opgenomen dat GGDrU burgerparticipatie of het betrekken van belanghebbenden gebruikt, als dat is

44% van de respondenten reageerde positief, 46% neutraal en 10% negatief. 10 respondenten vinden burgerparticipatie zeer belangrijk en wensen een uitwerking voor hoe GGDrU dit kan inrichten. Andere respondenten geven aan dat burgerparticipatie een goed instrument is 3

voorgeschreven bij of op krachtens wet of door het bestuur van GGDrU.

in contact met inwoners te blijven. Ook zijn er respondenten die aangeven dat het aan het bestuur is om participatie in te richten bij aan te wijzen besluiten, en dat GGDrU alleen moet doen wat wettelijk moet.

Conclusie: GGDrU heeft een wettelijke opdracht en wettelijke taken om voor de inwoners in regio Utrecht op gelijk niveau uit te voeren en aan te bieden. Daarom is een algemene bepaling opgenomen dat GGDrU burgerparticipatie of het betrekken van belanghebbenden gebruikt, als dat is voorgeschreven bij of krachtens wet of door het bestuur van GGDrU. GGDrU benut ervaringsdeskundigen en ervaringskennis om de kwaliteit van de dienstverlening te kunnen blijven verbeteren. We streven ernaar de leefwereld van de inwoner zo dicht mogelijk tegen de aanpak van GGDrU te brengen en daarmee de inwoner zo goed mogelijk te bedienen. Daarvoor werken we met landelijke, regionale en lokale partijen samen. Bij de uitvoering van ons werk voeren we klanttevredenheidsonderzoeken uit en worden trends/signalen vanuit de praktijk, bijvoorbeeld vanuit de spreekkamers van de JGZ, gedeeld en meegenomen in de uitvoering, om onze dienstverlening goed aan te laten sluiten bij de inwoners in de hele regio. Het is goed om steeds actief te bedenken waar bij de werkzaamheden van GGDrU mogelijkheden zijn voor burgerparticipatie. Het is echter niet noodzakelijk om de GR aan te passen op deze wetswijziging.

8. Mogelijkheid om een adviescommissie in te stellen Enquêtevraag

Respons

De mogelijkheid tot het instellen van een 38.8% staat positief tegenover de adviescommissie is geregeld in de wet en mogelijkheid om een adviescommissie in kan op enig moment worden geïnitieerd te stellen. 40.8% staat er neutraal in en door de raden van de deelnemers. Het AB 20.4% niet. Enkele respondenten zien dient op verzoek de bevoegdheden, de graag een meer open houding van GGDrU taken en de werkwijze van de commissie t.o.v. een adviescommissie, wenst vast te leggen in een (aparte) regeling. uitgewerkte voorbeelden en voors- en Het is niet noodzakelijk de GR hierop aan tegens van werken met een te passen. adviescommissie, raadsrapporteurs en Bij een eventueel initiatief voor een een vergelijking tussen deze twee. Het adviescommissie is het essentieel kritisch merendeel van de respondenten vindt het te bevragen op de verwachte meerwaarde niet nodig hier de GR-GGDrU op aan te van een adviescommissie ten opzichte van passen omdat dit bestuurlijke drukte kan andere (informele) instrumenten om de geven, toename van bureaucratie, de (inhoudelijke) betrokkenheid van besluitvorming complex en verantwoorraadsleden te vergroten. dingslijnen onduidelijk worden. Conclusie: GGDrU streeft zeker naar een open houding een opzichte van de inbreng van gemeenten op verschillende GGDrU dossiers.

Naast de transparante bestuurscultuur en de regelmatige overleggen met het GGDrU bestuur, zijn we ook in contact op andere momenten zoals in overleggen met burgemeesters, wethouders, raden, ambtenaren en andere relevante samenwerkingspartijen. Mocht hiernaast behoefte zijn aan het instellen van een adviescommissie, dan kan dat op elk moment worden geïnitieerd door raden. De GR behoeft hierop niet aangepast te worden.

4

9. Evaluatie van de gemeenschappelijke regeling Enquêtevraag

Respons

Over het algemeen is het goed om een 59.2% staat hier positief tegenover, eenmaal afgesproken regeling om de 30.6% neutraal en 10.2% negatief. In de zoveel tijd te evalueren. Wetgeving en open antwoordenvelden lopen de wensen omgeving kunnen immers veranderen. van de evaluatie-(termijnen) uiteen van 1 Daarnaast vergroot een evaluatie het x per 5 jaar tot 1 in elke raadsperiode (2e gevoel van eigenaarschap en de of 4e jaar). Sommige respondenten geven inhoudelijke betrokkenheid van zowel aan dat een evaluatie moet kunnen besturen als raden. plaatsvinden wanneer een situatie daar Toch is een gemeenschappelijke regeling om vraagt (zoals bij GGiD). Anderen niet vaak aan verandering onderhevig. geven aan dat de vaststelling van Zeker als een GR ervoor kiest alleen in de jaarrekeningen beschouwd kan worden als regeling op te nemen wat er wettelijk evaluatie van het reilen en zeilen van gezien in geregeld moet zijn. Dit o.a. GGDrU. De evaluatie onderdeel maken vanwege de tijdrovende van de reguliere P&C cyclus is een andere wijzigingsprocedure (een procedure van mogelijkheid die door een respondent ten minste anderhalf jaar met diverse genoemd wordt. ronden van afstemming met bestuur, colleges en raden). Wij stellen daarom voor een periodieke evaluatie (voorstel eens in de vijf jaar) uit te voeren. Per evaluatiemoment wordt de concrete vraagstelling en reikwijdte bepaald.

Tevens wordt dan ook budget aan de gemeenten gevraagd voor het uitvoeren van deze evaluatie. Conclusie: Voorstel is om het algemeen bestuur periodiek, ten minste eens in de zes jaar zorg te laten dragen voor evaluatie van de regeling. Dit betekent dat er zowel de vorige raadstermijn als de lopende kunnen worden geëvalueerd. Op die manier vindt de evaluatie plaats met ingewerkte raadsleden. Per evaluatiemoment wordt de concrete vraagstelling en reikwijdte bepaald. Deze evaluatie betreft dan de taakuitvoering, oftewel de output van GGDrU. De interne aangelegenheden casu quo de wijze van bedrijfsvoering vallen niet onder deze evaluatieplicht. Raden kunnen het via hun AB-lid aangeven als zij een evaluatie gewenst vinden. Voorgesteld wordt de GR hierop aan te passen. 10. Actieve informatieplicht Enquêtevraag

Respons

Het is lastig te bepalen om welke informatie het gaat, want het gaat om het brede begrip ‘voor de uitoefening van hun taken’. Het moet gaan om een aanvulling op de al bestaande informatiestromen. Ook moet duidelijk blijven dat het hier niet gaat over een verantwoordingsplicht. De formele besluitvormings- en verantwoordingslijnen blijven ongewijzigd. De eerste verantwoordelijkheid voor het informeren van de raad blijft bij het ABlid. De actieve informatieplicht is geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, maar de uitwerking daarvan dient opgenomen te worden in de eigen GR. De

58.3% staat hier positief tegenover, 35.4% neutraal en 6.3% negatief. In de open antwoorden geven sommige respondenten aan dat zij de uitvoering van de actieve informatieplicht als onvoldoende ervaren, zoals bij de begroting 2024 en het GGiD. Een deel van de respondenten vind dat als de wens is dat raden inhoudelijk betrokken zijn, het nodig is hen vollediger te informeren. Het AB-lid is ook afhankelijk van de GGD voor informatie. Zij kunnen met elkaar verkennen welke vormen van (gelijke) informatieverstrekking zij behoefte hebben. Aansluiten aan de Wet Open 5

artikelen 14, 30 en 32 in de huidige GR GGDrU voorzien al in de actieve informatieverstrekking, zoals bedoeld in de gewijzigde Wgr.

Overheid wordt als optie genoemd; Agenda en besluiten van het AB op de website zetten. Laat Griffies aangeven wat de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun rol. Conclusie: GGDrU voldoet reeds gedeeltelijk aan verplichtingen actieve publicatie Woo door publicatie agenda en vergaderstukken AB op de website. Hierbij wordt aangesloten op het stappenplan VNG m.b.t. invoering vereisten Woo. De artikelen 14, 30 en 32 in de huidige GR GGDrU voorzien al in de actieve informatieverstrekking, zoals bedoeld in de gewijzigde Wgr. Aanpassing GR niet nodig. 11. Uittredingsbepalingen Enquêtevraag

Respons

Deze aanvulling in de wet is een vrij technische wijziging en zal met financieel experts doorgenomen moeten worden. Uit de praktijk en de jurisprudentie kunnen hier richtlijnen voor gedestilleerd worden.

17.4% staat hier positief tegenover, 82.6% neutraal en 0.0% negatief. Meerdere respondenten geven aan dat dit onderdeel te weinig concreet is om op te reageren, verzoekt GGDrU dit eerst met financiële (en juridische) experts door te nemen en dan de uittredingsbepalingen voor te leggen.

Conclusie: De huidige uittredingsbepalingen in de GR-GGDrU komen overeen met wat meestal gebruikelijk is in gemeenschappelijke regelingen. De invulling van deze wetswijziging is in de praktijk nog niet uitgekristalliseerd. Ook zijn er in de kamerstukken weinig aanknopingspunten te vinden over de materiële invulling in de regeling. Daarom is gekozen voor het opnemen van een zo generiek mogelijke invulling van deze bepaling. Welke element heeft volgens respondenten de meeste toegevoegde waarde? De hoogste score qua toegevoegde waarde, met een aandeel van 33.3%, ligt bij het ‘vergroten van de inhoudelijke betrokkenheid’. Op een gedeelde tweede plaats staan de elementen ‘het streven naar uniformiteit waar haalbaar’ en het ‘bevorderen van burgerparticipatie en inspraakmogelijkheden’, elk goed voor 13.3%. Op een gelijkwaardige gedeelde derde plaats voor wat betreft de toegevoegde waarde, zijn de elementen ‘het versterken van het eigenaarschap van bestuurders’ en ‘het raadplegen van zienswijzen van raden bij bestuursbesluiten’, beide goed voor 11.1%. Het concept van actieve informatieplicht sluit de rij van onderdelen die als waardevol worden beschouwd, met een percentage van 8.9%. De overige onderdelen scoren daaronder.

Overige opmerkingen naar aanleiding van de enquête Naast waardevolle feedbackpunten op de praktische kant van het invullen van de enquête, gaven respondenten aan dat de enquête helder was met duidelijke vragen en dat gemeenteraden zich serieus genomen voelen door deze enquête. Augustus 2023.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/577/documents/17900