rv Ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU (135898).pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling
Opsteller Pijpker, Roald Vergadering van 20 februari 2024 Kenmerk Z/24/067149 / D/24/135898 Portefeuillehouder Walther Kok Portefeuille Wmo, ouderenzorg, welzijn, Wulverhorst Onderwerp Ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU
Samenvatting Op 1 juli 2022 is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) ingegaan. Daarom is het nodig de Gemeenschappelijke regeling GGDrU aan te passen.
Gevraagd besluit 1. Kennis te nemen van het ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU (D/24/135896); 2. De zienswijze met kenmerk (D/24/135902) over het ontwerp wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke regeling GGDrU vast te stellen inhoudende het verzoek om in de gemeenschappelijke regeling: a. De actieve informatieplicht van het algemeen bestuur van de GGDrU naar de raden op te nemen. b. Op te nemen dat de raden zienswijzen kunnen indienen over de kaderbrief en beleidsplannen. En dat het dagelijks bestuur daarop schriftelijk en gemotiveerd reageert met eventuele conclusies voordat het algemeen bestuur hierover besluiten neemt c. Op te nemen dat de raden toestemming moeten geven voor en zienswijzen kunnen indienen bij het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een regeling d. Op te nemen dat het Algemeen Bestuur inwoners en belanghebbenden bij het beleid blijft betrekken. e. De evaluatie van de regeling aan het eind van elke bestuursperiode te laten plaatsvinden in plaats van tenminste om de bestuursperiode. f. De voorwaarden en gevolgen van het uittreden van een deelnemende gemeente op te nemen. 3. Na vaststelling van de zienswijzen door de raad de zienswijzen aan de GGDrU te sturen door middel van bijgaande brief (D/24/135904) met als bijlage (D/24/135902).
Waarom wordt dit voorstel nu voorgelegd De gemeenschappelijke regelingen hebben twee jaar de tijd (vanaf 1 juli 2022) om hun gemeenschappelijke regeling aan te passen als gevolg van de wijzing van de Wgr. In het algemeen bestuur van 17 mei 2023 is besloten dat een wijziging van de GR-GGDrU nodig is. Het bestuur van GGDrU stelt daarom voor om de GR te wijzigen. De bepalingen uit de gewijzigde Wgr zijn getoetst aan de huidige GR-GGDrU. De 5 grote GR’en van de regio hebben daarnaast gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd die zijn meegenomen de voorgenomen wijzigingsvoorstellen.
Hierop is in de zomer van 2023 respons gevraagd van ambtenaren, raden, griffies en wethouders middels een enquête. In de bijlage treft u de uitwerking van deze enquête aan en het voorgenomen wijzigingsbesluit GR-GGDRU. Het voorgenomen wijzigingsbesluit wordt aan alle colleges van de GGDrU voorgelegd ten behoeve van het kenbaar maken van zienswijzen door de gemeenteraden op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Kanttekeningen en risico's Argumenten 2.a. Het toevoegen van de actieve informatieplicht van het Algemeen Bestuur van de GGDrU aan de gemeenschappelijke regeling draagt bij aan het versterken van de controlerende en kaderstellende rol van de gemeenteraad. De wethouders die het Algemeen Bestuur vormen hebben actieve en passieve informatieplicht naar hun raden. Dit staat in artikel 169 van de Gemeentewet. In het ontwerp wijzigingsbesluit staat echter de actieve informatieplicht niet genoemd. Deze kan worden toegevoegd aan artikel 14, 30 en/of 32 van de gemeenschappelijke regeling GGDrU. Beter nog zou zijn om er een apart artikel aan te wijden. Voor de volledigheid is het nodig om te noemen welke informatie over de beleidsvormende fase wordt gedeeld. En voor de monitoringsfase gaat het om afspraken over moment, wijze en onderwerp van informatievoorziening. Daarbij is het belangrijk om vaker, kort en krachtig op hoofdlijnen de raden te informeren. 2.b. Het indienen van zienswijzen op de kaderbrief en beleidsplannen versterkt de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden, vooral als het dagelijks bestuur vroegtijdig reageert. Het indienen van zienswijzen op de kaderbrief en beleidsplannen maakt het voor gemeenteraden mogelijk om vroegtijdig te sturen op de beleidscyclus.
Een gemotiveerde reactie van het dagelijks bestuur is een voorwaarde om het algemeen bestuur de zienswijzen mee te laten nemen in de besluitvorming. 2.c. Toestemming van de raden is vereist bij het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een regeling. Ook moeten raden in de gelegenheid worden gesteld hierop zienswijzen in te dienen. Dat staat in artikel 1 lid 1 van de Wgr. 2.d. Het Algemeen Bestuur de inwoners en belanghebbenden bij het beleid blijft betrekken. In artikel 10 lid 7 en 8 van de Wgr staat dat er in de gemeenschappelijke regeling afspraken moeten staan over de manier waarop inwoners en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. De Wgr loopt daarmee vooruit op de aanstaande wijzigingen van de Gemeentewet. In gemeenschappelijke regelingen is de verantwoordelijkheid van de raad echter overgedragen aan het Algemeen Bestuur. Daarom zou volgens de VNG het Algemeen Bestuur vragen moeten kunnen stellen aan de inwoners of belanghebbenden. 2.e. Het evalueren van de regeling aan het eind van elke bestuursperiode maakt het voor de nieuwe raden gemakkelijker om te sturen. De VNG adviseert om een evaluatie in het laatste jaar van een bestuursperiode te houden. De evaluatie kan dan nog worden uitgevoerd met de colleges en raden met kennis over de gang van zaken.
En het advies kan dan aan het begin van de nieuwe raads- en collegeperiode gebruikt worden bij eventuele nieuwe beleidskeuzes. Dat maakt sturing door de nieuwe raad gemakkelijker. 2.f. In artikel 9 lid 1 van de Wgr staat dat bij uittreding een aantal zaken in ieder geval moeten worden geregeld. Het gaat om de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden. En om de gevolgen voor het vermogen van het samenwerkingsverband en de gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten, zowel van de uittreder als de overblijvende gemeenten. Kanttekeningen 1.1 De zienswijze is gericht aan het college Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen regelt de procedure tot wijziging van gemeenschappelijke regelingen. De raad wordt in deze procedure gevraagd aan het college een zienswijze uit te brengen. Deze procedure is anders ingericht dan de procedure van zienswijzen over bijvoorbeeld een begroting, waarbij de zienswijze gericht wordt aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Het uitbrengen van een zienswijze aan het college lijkt
wat vreemd, maar is de correcte wettelijke stap. Het is aan het college om de zienswijze vervolgens aan de GGDrU te communiceren. 1.2 Het raadsvoorstel is te laat aangeleverd De wethouder is zich ervan bewust dat het raadsvoorstel te laat is aangeleverd. Met de wethouder, griffier en ambtenaar is afgestemd om het raadsvoorstel in de openbare vergadering, gepland op 4 maart 2024, te bespreken.
Financiële gevolgen van verwerking lasten regeling in de gemeentelijke begroting N.v.t.
Vervolgproces De GGDrU heeft de gemeenten gevraagd om voor 15 april zienswijzen in te dienen. De GGDrU bereidt een definitief wijzigingsbesluit voor het algemeen bestuur van 10 juli 2024 voor. De verwachting is dat het algemeen bestuur de Gemeenschappelijke regeling op 4 december 2024 wijzigt. Naar aanleiding van de zienswijze van de gemeenteraad zal het college de GGDrU informeren over de zienswijzen van de raad.
Bevoegdheid raad De bevoegdheid van de raad is vastgelegd in: Artikel 48 van de Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht Artikel 1 lid 3 Wet Gemeenschappelijke regelingen
Bijlagen D/24/135901 Raadsbesluit D/24/135902 Bief met zienswijzen raad aan college; D/24/135896 Ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU D/24/135895 Uitkomsten peiling voorgenomen wijzigingsbesluit GR-GGDrU n.a.v. WGR