CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025 - 2028 OW (25-9-2024).pdf

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 11: Raadsvoorstel Programmabegroting 2025-2028 (157013)30.609 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Niet gevonden in dit document.

Indexatie prijzen (totaal programma)

Mutatie baten t.o.v. 2024

Bedrag voordeel nadeel +

De opbrengsten zijn geïndexeerd met 3,5%, op basis van de de CPB-verwachting voor de kostenontwikkelingen in 2025.

-2 Voordeel

Verwerking van het stadskantoor in de begroting.

18

Nadeel

Totaal mutaties baten

16

Nadeel

Overige bijstellingen 0.4

Taakveld

Indexatie prijzen (totaal programma)

Mutatie lasten t.o.v. 2024

De materiële kosten zijn geïndexeerd met 2,2%, op basis van de de CPB-verwachting voor 2025.

Bedrag voordeel nadeel + 4

Nadeel

Voorjaarsrapportage 0.4

Voor De Klepper is een incidentele budgetneutrale wijziging gedaan van programma 3 naar overhead. Voor de analyse in de begroting levert dit een nadeel op in programma 3 en een voordeel in programma overhead.

-148 Voordeel

0.4

Klein onderhoud stadskantoor

-18 Voordeel

0.4

Voor de jurdische inzet voor klachten aan het adres van gemeente Oudewater wordt incidenteel in 2024 externe capaciteit ingehuurd.

-50 Voordeel

0.4

Gemeente Oudewater en Woerden willen gelijk optrekken als het gaat om de aanpak en visie op dienstverlening. Om heldere keuzes te kunnen maken en een betrouwbare en open overheid te zijn, is het van belang een heldere aanpak op dienstverlening te maken.

-25 Voordeel

0.4

Besparing verduurzaming gemeentelijk vastgoed

-18 Voordeel

0.4

De afgelopen jaren zien we dat diverse ontwikkelingen in toenemende mate de veiligheid van onze maatschappij onder druk zetten. In het licht van deze ontwikkelingen is de 'Network and Information Security (NIS2)' richtlijn door Europese Unie ontwikkeld.

87

Nadeel

Kadernota

Overige bijstellingen 0.4

Stelpost Wet open overheid

36

Nadeel

0.4

DVO bijstelling

442

Nadeel

0.4

Verwerking van het stadskantoor in de begroting.

-30 Voordeel

Taakveld

68

Diversen

-30 Voordeel

Totaal mutaties lasten

250

Nadeel

Totaal mutaties baten en lasten

266

Nadeel

Mutatie baten t.o.v. 2024

Bedrag voordeel nadeel +

0.10

Onttrekking reserve onderhoud vastgoed voor klein onderhoud.

18

Nadeel

0.10

Storting reserve voordeel verwerking van het stadskantoor in de begroting.

12

Nadeel

Totaal mutaties reserves

30

Nadeel

PARAGRAFEN PARAGRAAF 1 LOKALE HEFFINGEN Wat is het doel van deze paragraaf? Het totale pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat uit een tiental verschillende belastingen, heffingen en rechten die worden gelegitimeerd door een belastingverordening die door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze paragraaf geeft een overzicht op hoofdlijnen van deze heffingen die bij de diverse programma’s in de programmabegroting zijn geraamd. In het kort geven we aan welk beleid we in het begrotingsjaar gaan voeren ten aanzien van de lokale heffingen. Het lokale beleid is vastgesteld in de belastingverordeningen. Verder is een overzicht opgenomen van de geraamde opbrengsten, wordt aandacht besteed aan de lokale belastingdruk en aan het kwijtscheldingsbeleid.

Wettelijk kader en gemeentelijk kader Ten aanzien van de heffingen onderscheidt de wet drie soorten: •

Belastingen: gedwongen betalingen aan de overheid waar geen rechtstreekse contraprestatie van de overheid tegenover staat. Ze kunnen aan een brede of specifieke doelgroep in rekening worden gebracht.

•

Bestemmingsheffingen: deze dienen ter bestrijding van specifieke kosten. Voorbeelden zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen mogen niet meer dan kostendekkend zijn.

•

Rechten: een betaling waar een direct aanwijsbare contraprestatie van de overheid tegenover staat. Deze contraprestatie kan bestaan uit een product of dienst. Onderscheid kan worden gemaakt in onder meer gebruiksrechten (bijvoorbeeld haven- of marktgelden) en genotsrechten (waaronder leges). De hoogten van sommige rechten zijn landelijk bepaald. Verder geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn.

Naast het landelijk beleid is het volgende gemeentelijk beleid geformuleerd: •

De bestemmingsheffingen en rechten zijn in principe 100% kostendekkend. Dat is niet altijd het geval omdat er bijvoorbeeld wettelijke voorschriften zijn (wettelijke tarieven).

•

De opbrengsten/heffingen worden in 2025 ten opzichte van 2024 verhoogd met 3,5%, Uitgezonderd , rioolrechten 7,2% (5% waterbeleidsplan en 2,2% index) en afvalstoffenheffing 2,2% index.

•

Kwijtscheldingsbeleid. Voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend aan personen (niet aan bedrijven). De gemeente Oudewater hanteert voor kwijtschelding de norm die door het Rijk gegeven wordt aan de gemeenten: 100% van de norm voor de bijstand. Bij een norm onder de 100% is er sprake van strenger beleid. Vrijwel alle inwoners die een aanslag gemeentelijke belastingen ontvangen en moeten rondkomen van een bijstandsuitkering of alleen een AOW-uitkering en geen vermogen hebben, komen op basis van deze norm voor kwijtschelding in aanmerking. De regelgeving voor de kwijtschelding is neergelegd in de Leidraad Invorderingswet 1990.

69

Geraamde opbrengsten

Belastingen en heffingen

Baten

Baten

Baten

begroting

begroting

rekening

2025

2024

2023

A. Belastingen 1 Eigenaren woningen

2.228

2.133

2084

Eigenaren niet-woningen

633

611

592

Gebruikers niet-woningen

417

403

390

2 Precariobelasting

13

13

51

3 Toeristenbelasting

29

28

29

3.320

3.188

3.146

1 Afvalstoffenheffing

1.408

1.349

1.280

2 Rioolheffing

2.133

1.919

1.678

Subtotaal B Bestemmingsheffingen

3.541

3.268

2.958

1 Leges burgerzaken

194

193

137

2 Begrafenisrechten

4

4

21

3 Marktgelden

28

27

23

4 Bruggelden

13

13

11

5 Omgevingsvergunningen

398

385

360

Subtotaal C Rechten

637

622

552

€ 7.498

€ 7.078

€ 6.656

Subtotaal A Belastingen B. Bestemmingsheffingen

C. Rechten

Totaal

€ x 1.000

Lokale lastendruk De lokale lastendruk geeft voor de belangrijkste tarieven weer wat een inwoner van de gemeente betaalt en hoe deze tarieven zich het afgelopen jaar hebben ontwikkeld. De bedragen zijn gebaseerd op een fictief huishouden in een woning met een waarde voor het belastingjaar 2024 van €420.000 en voor 2025 van €441.000 (5% waardestijging). Dit is exclusief de teruggave afvalstoffenheffing en gerekend met de indexeringspercentages. In onderstaande tabel zijn de tarieven voor afvalstoffenheffing opgenomen. De tarieven zijn gebaseerd op een vast bedrag per huishouden en op een bedrag per lediging. De tarieven zijn geïndexeerd met het inflatiepercentage. Er vindt nog een onderzoek plaats naar het aantal ledigingen. Zoals het er nu uitziet zijn hebben er meer ledigingen plaatsgevonden dan geraamd. Hierdoor kan het vaste bedrag per huishouden naar alle waarschijnlijkheid naar beneden bijgesteld worden. De tarieven voor de afvalstoffenheffing worden in december definitief vastgesteld door de raad. Deze kunnen daarom afwijken van de tarieven zoals hieronder opgenomen. 2025

2025

2024

2024

1- meerpersoons1- meerpersoonspersoonshuishouden persoonshuishouden huishouden huishouden 1 OZB

522

522

501

501

2 Rioolheffing

409

409

382

382

3 Afvalstoffenheffing (2025)*

293

343

287

336

€ 1.224

€ 1.274

€ 1.170

€ 1.219

Totaal * Betreft een inschatting van de hoogte van de afvastoffenheffing op basis van het verwachte aantal aanbiedingen. Daarbij is uitgegaan van gemiddeld 4 aanbiedingen voor een éénpersoonshuishouden en 11 voor een meerpersoonshuishouden.

70

A. Belastingen Ad 1 OZB In onderstaande tabel zijn de OZB-tarieven 2024 en 2025 opgenomen. De tarieven 2025 worden geheven als percentage van de getaxeerde woningwaarde naar peildatum 1 januari 2024. De prognoses per 1 september 2024 duiden op een gemiddelde stijging voor woningen met 5% en niet-woningen met 1%. De tarieven worden hiermee gecorrigeerd. De werkelijke OZB-opbrengst kan uiteindelijk afwijken van de begrote opbrengst door: •

Waardeontwikkeling van de onroerende zaken.

•

Te verwachten minder- en meeropbrengsten van respectievelijk sloop en nieuwbouw.

•

Waardevermindering als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures.

•

Toename van het aantal ‘No Cure No Pay’-bezwaren en de kostenvergoeding hiervan.

•

Leegstand van de bedrijven.

In december worden de OZB-tarieven definitief vastgesteld door de raad, deze kunnen daarom afwijken van de tarieven zoals hieronder opgenomen. Tarief OZB

Begroting

Begroting

Rekening

2025

2024

2023

0,1184%

0,1195%

0,1166%

a Eigenaren

0,3422%

0,3289%

0,3137%

b Gebruikers

0,2706%

0,2601%

0,2481%

1 Woningen a Eigenaren 2 Niet-woningen

Opbrengst OZB: De opbrengsten voor de OZB worden in 2025 met 3,5% index verhoogd. Taak-

Begroting

Begroting

veld

2025

2024

Rekening 2023

2.228

2.133

2.084 592

0.61

Eigenaren woningen

0.62

Eigenaren niet-woningen

633

611

0.62

Gebruikers niet-woningen

417

403

390

€ 3.278

€ 3.147

€ 3.066

Totaal

€ x 1.000

Ad 2 Precariobelasting Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2025

2024

2023

€ 13

€ 13

€ 51

0.64

71

Opbrengst

€ x 1.000

Ad 3 Toeristenbelasting Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente zijn ingeschreven in de basisregistratie personen. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2025

2024

2023

€ 29

€ 28

€ 29

3.4

B.

Opbrengst

€ x 1.000

Bestemmingsheffingen

Ad 1 Afvalstoffenheffing (stijging 2025 - 2,2%) Voor de bestrijding van de kosten die samenhangen met het inzamelen en verwerken van afval is de gemeente bevoegd om de gemaakte kosten te verhalen. Voor het huishoudelijk afval (afval dat ontstaat vanuit particuliere huishoudens) wordt afvalstoffenheffing geheven. Tarieven afvalstoffenheffing Per 1 januari 2024 is, overeenkomstig het Grondstoffenbeleidsplan 2023-2026, de manier waarop de afvalstoffenheffing wordt geheven, veranderd. Vanaf dat moment bestaat de afvalstoffenheffing uit een vast deel en een variabel deel. Het vaste deel wordt aan het begin van het jaar geïnd. De hoogte van het variabele deel is afhankelijk van het aantal keer dat restafval wordt aangeboden. Dit deel wordt geïnd bij de belastingaanslag van het volgende jaar. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2025

2024

2023

1.395

1.260

1.100

Lasten 7.3

Afval

2.1

Verkeer en vervoer

6.3

Inkomensregelingen

0

6

31

31

32

btw-lasten te verhalen op btw-compensatiefonds

252

230

185

Storting in de Voorziening afvalstoffenheffing

-91

-3

101

1.587

1.518

1.424

1.408

1.349

1.280

179

169

144

1.587

1.518

1.424

€0

€0

€0

100%

100%

100%

Totale lasten Baten 7.3

Afvalstoffenheffing inclusief teruggave/overige baten

7.3

Overige baten Coronavergoeding uit Algemene Uitkering

7.3

Totale baten Saldo Kostendekkendheidsgraad

72

Dit resulteert in de volgende mutaties van de voorziening afvalstoffenheffing: (stand per 1-1-2024 € 263.558) 2025

onttrekking

€ 91.096

2026

onttrekking

€ 62.849

2027

onttrekking

€ 46.356

2028

onttrekking

€ 17.408

Dit zijn indicatieve stortingen omdat de hoogten van diverse lasten en baten nog niet exact bekend zijn, zoals de teruggave afvalstoffenheffing (n.a.v. het aantal keren dat huisvuil is aangeboden) en de bijdrage uit het Afvalfonds. Ad 2: Rioolheffing Uit de rioolheffing bekostigt de gemeente de uitvoering van de drie gemeentelijke watertaken. Dit zijn het inzamelen en transporteren van afvalwater, het bergen en afvoeren van hemelwater en het zorgdragen voor het grondwater. Onderdeel van hemelwater en grondwater zijn ook maatregelen voor de uitvoering van klimaatadaptatiethema’s wateroverlast en droogte. Vanaf 2025 zal deze informatie terug te vinden zijn in het nieuw vast te stellen beleidsprogramma Gemeente Water & Klimaatbestendig (GWK). De rioolheffing stijgt conform nieuw vast te stellen GWK in 2025 met 5,0% exclusief inflatiecorrectie. Dit is nodig om de stijgende kapitaallasten als gevolg van vervangingsinvesteringen en keuzes uit de Strategische Heroriëntatie te kunnen dekken. Zo is in de Financiële Heroriëntatie besloten dat vanaf 2025 jaarlijks de volledige kosten van baggeren ten laste van de rioolheffing worden gebracht. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2025

2024

2023

Lasten 7.2

Riolering

1.326

1.302

1.223

2.4

Economische havens en waterwegen

168

150

187

btw exploitatie en op investeringen

204

178

233

Storting in de voorzienig riolering

441

294

82

2.139

1.924

1.725

Totale lasten Baten 7.2

Doorberekende kosten huisaansluitingen

6

5

47

7.2

Rioolheffingen woningen

2.133

1.919

1.678

Totale baten

2.139

1.924

1.725

Saldo (=mutatie reserve; min = onttrekking) Kostendekkendheidsgraad

€0

€0

€0

100%

100%

100%

De lasten nemen toe door de hogere extracomptabele doorbelastingen conform de BBV en de financiële verordening. Dit betreft met name de hogere doorbelasting van de btw op baggeren. De baten daarentegen stijgen conform nieuw vast te stellen GWK met 5% naast de index.

73

Dit resulteert in de volgende mutaties van de Voorziening riolering cf. raadsbesluit GWP Oudewater 20202024 (stand per 1-1-2024 € 4.935.496): 2025

storting

€ 440.710

2026

storting

€ 318.499

2027

storting

€ 365.203

2028

storting

€ 482.044

Oudewater heeft gekozen voor een grote stijging van de rioolheffing in de eerste jaren, zodat de rioolheffing daarna nagenoeg gelijk kan blijven. Het gevolg hiervan is dat de Voorziening riolering fors toeneemt om latere investeringen te dekken.

C. Rechten In onderstaande tabellen is voor de verschillende rechten opgenomen wat de begrote baten en lasten zijn en wat de kostendekkendheid is. Nagestreefd wordt een kostendekkendheidsgraad van 100%. Zichtbaar is dat dit voor een aantal tarieven nog niet is gerealiseerd. Ad 1 Leges burgerzaken Onder de naam ‘leges’ wordt een aantal verschillende rechten geheven ‘ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten’. Sommige leges zijn niet voor 100% kostendekkend omdat er voorgeschreven wettelijke tarieven zijn (voorbeelden: uittreksels burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen). Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2025

2024

2023

Burgerzaken

530

518

487

Totale lasten

530

518

487

Baten

194

193

137

€ x 1.000

-€ 336

-€ 325

-€ 350

Kostendekkendheidsgraad

37%

37%

28%

Lasten 0.2

0.2

Saldo

74

Ad 2 Begrafenisrechten Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2025

2024

2023

Lasten 7.5

Begraafplaatsen

37

2

125

7.5

Baten

4

4

21

Saldo

€ x 1.000

-€ 33

€2

-€ 104

Kostendekkendheidsgraad

11%

200%

17%

nb: in 2025 eenmalig extra budget van 35 k voor vervolgonderzoek begraafplaatsen en actualiseren begraafplaatsinformatie en administratie.

De kostendekkendheid lijkt > 100% , dat is in de praktijk niet zo aangezien de kosten van de gemaakte uren van de buitendienst verwerkt zitten in de post 'dienstenovereenkomst Woerden'. Ad 3 Marktgelden Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats. Begrotingstechnisch zijn er geen bijzonderheden t.o.v. 2024. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2025

2024

2023

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

47

46

51

Totale lasten

47

46

51

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

28

27

23

Totale baten

28

27

23

€ x 1.000

-€ 19

-€ 19

-€ 28

Kostendekkendheidsgraad

60%

59%

45%

Lasten 3.3

Baten 3.3

Saldo

75

Ad 4 Bruggelden Voor iedere doorvaart van de Hoenkoopse brug wordt € 3,-- per vaartuig gerekend. Met de opbrengst hiervan wordt een deel van de brugbediening door medewerkers van Ferm Werk bekostigd. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2025

2024

2023

Verkeer en vervoer

49

48

40

Totale lasten

49

48

40

Baten

13

13

11

€ x 1.000

-€ 36

-€ 35

-€ 29

Kostendekkendheidsgraad

27%

27%

28%

Lasten 2.1

2.4

Saldo

Ad 5 Omgevingsvergunningen Binnen het taakveld omgevingsvergunning is de kostendekkendheid afhankelijk van de baten. Temporisering van de baten levert een lagere kostendekkenheid. Echter, hogere baten zijn meestal gekoppeld aan een grotere werklast, wat uiteindelijk kan leiden tot meer capaciteitsinzet. Gevolg hiervan is dat de kostendekkendheid dan niet wordt verhoogd maar gelijk blijft. Taak-

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2025

2024

2023

Wonen en bouwen

876

548

587

Totale lasten

876

548

587

Wonen en bouwen

398

385

360

Totale baten

398

385

360

€ x 1.000

-€ 478

-€ 163

-€ 227

Kostendekkendheidsgraad

45%

70%

61%

Lasten 8.3

Baten 8.3

Saldo

D. Vergelijking met andere gemeenten Belastingsoort 2024

Oudewater

Woerden

BodegravenReeuwijk

Montfoort

De Ronde Venen

OZB woningen

0,1195%

0,1176%

0,1280%

0,1120%

0,0622%

OZB niet-woningen

0,5890%

0,6384%

0,6711%

0,7160%

0,4622%

Eenpersoonshuishouden

€ 287

€ 270

€ 290

€ 244

€ 278

Meerpersoonshuishouden

€ 336

€ 336

€ 406

€ 398

€ 378

€ 382

€ 294

€ 402

€ 309

€ 235

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing

76

PARAGRAAF 2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Wat is het doel van deze paragraaf? De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Oudewater om niet gedekte risico’s op te vangen. Zowel het BBV als ook de provincie en de accountant wijzen op het belang van risicobeheersing en de berekening van het weerstandsvermogen. De financiële positie van een gemeente bestaat uit de exploitatie en het eigen vermogen. Het niet geoormerkte vermogen (= weerstandsvermogen) is van belang om te bepalen of de gemeente financieel gezond is, hetgeen (mede) afhankelijk is van het risicoprofiel. Voor het beoordelen van de financiële positie is daarom inzicht nodig in de omvang en achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Oudewater om niet gedekte risico’s op te vangen. Doelstellingen met betrekking tot het weerstandsvermogen en de risicobeheersing zijn: •

risico’s beheersen;

•

risico’s waar mogelijk verminderen;

•

norm van het weerstandsvermogen ontwikkelen;

•

onderbouwen van beslissingen;

•

verbeteren dienstverlening;

•

herkennen en benutten van kansen;

•

stimuleren professionaliteit van de medewerkers;

•

beschermen vermogenspositie gemeente.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Wettelijk kader De gemeente heeft voor wat betreft het weerstandsvermogen en risicobeheersing met een aantal wetten en toezichthoudende partijen te maken: Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), Rijk, provincie Utrecht en accountant. De informatie in deze paragraaf is vooral gebaseerd op het BBV. Hierin staat dat in deze paragraaf een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico's en het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s moet worden opgenomen. Gemeentelijk beleid Hoe we omgaan met risico’s en de bepaling en aanwending van het weerstandsvermogen hebben we vastgelegd in de Financiële Verordening. Veel van het onderstaande is terug te leiden tot de afspraken die daarin staan. Ons beleid is erop gericht om goed zicht te hebben op de risico’s die het behalen van onze doelstellingen in de weg kunnen staan. De risico’s die we onderkennen, worden geanalyseerd en afhankelijk van het type risico worden beheersmaatregelen opgesteld en uitgevoerd. Dit proces is cyclisch opgebouwd en maakt onderdeel uit van ons planning-en-controlinstrumentarium. Omtrent de aanwending van de weerstandscapaciteit bepaalt ons beleid: Voor zover mogelijk treffen we maatregelen ter beperking van de schade.

Voor zover de schade niet kan worden beperkt, analyseren we in hoeverre de kosten kunnen worden betaald uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten. Dit geldt ook voor de kosten die aan het treffen van de maatregelen zijn verbonden. Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, wordt een beroep gedaan op de aanwezige weerstandscapaciteit.

77

Beschikbare weerstandscapaciteit Zoals er sprake is van incidentele en structurele risico’s, zo is ook sprake van incidentele en structurele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is opgenomen welke onderdelen kunnen worden onderscheiden binnen onze gemeente en in hoeverre deze structureel of incidenteel zijn. Conclusie op basis van dit overzicht is dat er aanmerkelijk meer incidentele dan structurele risicodekking is. Dit is geen probleem. Bij de kwantificering van de risico’s wordt hier rekening mee gehouden door structurele risico’s dubbel te laten meetellen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat binnen een tijdsbestek van drie tot vier jaar een structureel risico kan worden opgevangen, waarbij in het eerste jaar de impact 100% bedraagt, in het tweede jaar 75%, in het derde jaar 25% en in het vierde jaar 0%. Bedragen x € 1.000

Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Algemene reserve

incidenteel

5.024

3.211

7.863

8.122

8.190

8.196

Reserve Sociaal Domein

incidenteel

150

-

-

-

-

-

Stille reserves

incidenteel

-

-

-

-

-

-

Onbenutte belastingcapaciteit

structureel

217

217

264

264

264

264

Onvoorzien

structureel

-

12

-

-

-

-

Totaal

5.391

€ 3.440

€ 8.127

€ 8.386

€ 8.454

€ 8.460

Totaal

Op de tabel is de volgende toelichting te geven: •

Algemene reserve. De incidentele weerstandscapaciteit van de gemeente Oudewater wordt hoofdzakelijk gevormd door de Algemene Reserve. Andere reserves worden niet meegerekend, omdat hiervoor een bestemming in de begroting is opgenomen. Uitzondering is de reserve Sociaal Domein.

•

Stille reserves. De stille reserves van de gemeente Oudewater worden vanwege hun speculatieve karakter op € 0 gewaardeerd.

•

Post onvoorzien. Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting een budget onvoorzien opgenomen. Dit budget is gebaseerd op een norm van € 1,25 per inwoner.

•

Onbenutte belastingcapaciteit. Deze indicator geeft aan in welke mate wij risico's op kunnen vangen door belastingen te verhogen en zo dus de inkomsten te verhogen. Daarbij maken wij gebruik van de zogenoemde artikel 12-norm. Dit is de norm die het Rijk aangeeft tot welk bedrag de OZB kan worden verhoogd op het moment dat een gemeente in de financiële problemen komt. De berekening ziet er als volgt uit:

Bedragen x € 1.000

Baten begroting 2024

Tarief OZB

Totale WOZ-waarde

Eigenaren woningen

2.228

0,1184%

1.881.757

Eigenaren niet-woningen

633

0,3422%

184.980

Gebruikers niet-woningen

417

0,2706%

Totale baten

3.278

Art.12-norm

0,1595%

Maximale baten (0,1595% x totale WOZ-waarde) Onderdekking rioolheffing Onderdekking afvalstoffenheffing Onbenutte ruimte (maximale totale baten)

78

3.542 264

154.102 2.220.838

Risico's De risicopositie van de gemeente wordt bepaald door de risico’s te kwantificeren op basis van de kans dat het risico zich voordoet en de financiële impact van het risico. Voor de beoordeling van de kans is de onderstaande schaalindeling gehanteerd: Risico

Omschrijven als

Geschatte kans van voorkomen

Zeer klein

Zeer onwaarschijlijk

5%

Klein

Onwaarschijnlijk

25%

Gemiddeld

Aannemelijk

50%

Groot

Waarschijnlijk

75%

Zeer groot

Zeer waarschijnlijk

95%

Per risico is de maximale financiële impact en de kans dat het risico zich kan voordoen ingeschat. Het weerstandsvermogen dient om risico’s af te dekken waarvoor nog geen voorziening is getroffen of waarvoor geen verzekering is afgesloten. De risico’s zijn navolgend gekwantificeerd en toegelicht.

79

Omschrijving

Toelichting

Impact Kans Incidenteel/ structureel

Benodigde weerstandscapaciteit begroting 2025

A. Programma's 1.

Bestuur, dienstverlening en veiligheid

a

DVO gemeente Woerden

b

Corona

2.

Fysiek beheer openbare ruimte en vervoer

a

IBOR / Riolering / Infrastructuur

3.

Sociaal domein

a b

€ 500.000 50%

S

€ 500.000

€ - 50%

I

€-

€ 250.000 75%

S

€ 375.000

Participatiewet etc.

€ 100.000 50%

S

€ 100.000

Wmo

€ 350.000 50%

S

€ 350.000

c

Jeugdzorg

€ 350.000 50%

S

€ 350.000

4.

Cultuur, economie en milieu € 300.000 25%

I

€ 75.000

a

Milieuaangelegenheden

5.

Sport en onderwijs

a

Zwembad (exploitatie)

€ 60.000 50%

S

€ 60.000

b

Zwembad (nieuw ontwikkeling)

€ 400.000 50%

I

€ 200.000

c

Verplaatsing skeelerbaan - Statenland

€-

I

€-

6.

Ruimtelijke ontwikkeling en wonen € 100.000 25%

I

€ 25.000

a

Planschade

7.

Algemene inkomsten

a

Garantieverlening gemeente

€ 300.000 5%

I

€ 15.000

b

Garantieverlening WSW

€ 5% 2.700.000

I

€ 135.000

c

Algemene uitkering gemeentefonds

€ 400.000 25%

S

€ 200.000

d

Rentestijging

€ 330.000 50%

S

€ 330.000 € 2.715.000

Subtotaal A. Programma's B. Bedrijfsvoering a

Privacy / datalek

€ 200.000 50%

I

€ 100.000

b

Juridische risico's

€ 200.000 25%

S

€ 100.000 € 200.000

Subtotaal B Bedrijfsvoering C. Verbonden partijen a

VeiligheidsRegio Utrecht (VRU)

€ 600.000 25%

I

€ 150.000

b

OmgevingsDienst Regio Utrecht (ODRU)

€ 400.000 25%

I

€ 100.000

c

Afval Verwijdering Utrecht (AVU)

€ 400.000 25%

I

€ 100.000

d

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht

€ 400.000 25%

I

€ 100.000

e

Ferm Werk

€ 700.000 25%

I

€ 175.000 € 625.000

Subtotaal C Verbonden partijen D. Grondexploitaties a

Tappersheul III

€ 5% 8.000.000

I

€ 400.000

b

Statenland

€ 5% 2.500.000

I

€ 125.000

c

Oranje Bolwerk

€ 600.000 5%

I

Subtotaal D Grondexploitaties Totaal

80

€ 30.000 € 555.000

€ 4.095.000

A. Programma's Ad 1:Bestuur, dienstverlening en veiligheid a - DVO Gemeente Woerden Met ingang van 2015 is er een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de gemeente Woerden afgesloten. De mogelijkheid bestaat dat hier aanvullende kosten uit voortvloeien. Om dit risico af te dekken wordt een bedrag van € 500.000 meegenomen binnen het weerstandsvermogen. Ad 2: Fysiek beheer openbare ruimte en vervoer De prijsstijging in de sector grond-, weg- en waterbouw is al jaren hoger dan de indexatie die op de gemeentebegroting wordt toegepast. Daarnaast bestaat een risico op overschrijding voor producten waar lopende contracten met landelijke indexen zijn voorgeschreven of waar wettelijke zorgplicht dwingt tot ingrijpen ook als het budget niet toereikend is. Ad 3: Sociaal domein a - Participatiewet Doordat de door de gemeente uitgevoerde taken op het gebied van werk & inkomen zgn. openeinderegelingen zijn, is geen zekerheid te krijgen en geen grens te stellen aan het aantal aanvragen om voor een uitkering in aanmerking te komen. Daarnaast wordt begroot op basis van een BUIG-budget dat wij van het Rijk ontvangen in april van het voorgaande jaar. Dit wordt nadien nog drie keer bijgesteld tot het definitieve bedrag. Dit kan zowel positief als negatief uitvallen. b - Wmo Toenemende kosten door vergrijzing. Prognose van de VNG is stijging van 7% per jaar.

Dit wordt met name veroorzaakt door vergrijzing. c - Jeugdwet Toenemende kosten jeugdzorg Doordat jeugdzorgtaken ‘open einde regelingen’ zijn, is geen zekerheid te krijgen en geen grens te stellen aan het aantal aanvragen voor ondersteuning. Een specifieke oorzaak voor dit risico is dat andere organisaties dan de gemeenten (mn SAVE en de huisartsen) jeugdigen kunnen indiceren voor hulpverlening. Ad 4: Cultuur, economie en milieu a - Milieuaangelegenheden In algemene zin geldt dat er voor de gemeente altijd een financieel risico aanwezig is van saneringen van (on)bekende locaties met bodemverontreiniging en van het verwerken van vrijkomende licht verontreinigende grond in ontwikkelingsgebieden. De algemeen gestelde risico’s zijn vooraf niet aan te geven en worden sterk bepaald door factoren als eigendomssituatie, oorzaak van de bodemverontreiniging, eigen werken waar vrijkomende grond in kan worden verwerkt en dergelijke. Ad 5: Sport en onderwijs a - Zwembad Door de raad is in 2013 onder meer besloten om het saldo van de bestemmingsreserve Investeringen zwembad beschikbaar te stellen aan Stichting Beheer Zwembad Oudewater (SBZO). Hiermee kan het direct noodzakelijke groot onderhoud worden uitgevoerd. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de nietdagelijkse onderhoudskosten en reparaties aan gebouwen/installaties.

Gezien het achterstallige onderhoud wordt in deze risicoparagraaf een bedrag opgenomen voor storingen en als gevolg daarvan eventueel niet uitstelbaar onderhoud. In het collegeprogramma wordt ervan uitgegaan dat een nieuw zwembad gerealiseerd gaat worden. In de begroting wordt t.a.v. de exploitatielasten rekening gehouden met de realisatie van een nieuw zwembad. Er bestaat een reëel risico dat de kosten hiervan hoger worden dan waar nu in de begroting rekening mee wordt gehouden.

81

Ad 6: Ruimtelijke ontwikkeling en wonen a - Planschade Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen of beperkingen in verdere ontwikkelingen die de gemeente mogelijk maakt of oplegt, kunnen tot vijf jaar na besluitvorming verzoeken om planschade worden ingediend. Het gaat hierbij om de vaststelling van bestemmingsplannen en de toepassing van binnen- en buitenplanse ontheffingen of projectbesluiten. Planschadevergoeding bij indirecte planschade wordt op basis van de Wro alleen toegekend voor waardeverminderingen boven 2%. De gemeente sluit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vaak een planschadeovereenkomst met de ontwikkelaar. Bij commerciële ontwikkelingen met een kleiner algemeen belang worden de planschaderisico’s voor de gemeente op deze manier in principe tot € 0 teruggebracht. De kans kan echter nog niet op nihil worden gezet. Ad 7. Algemene inkomsten a/b - Garantieverleningen Veruit het grootste deel heeft betrekking op leningen van de Woningbouwvereniging Oudewater, waar het Waarborgfonds Sociale Woningbouw voor 100% borg staat met een achtervang van 50% van de gemeente en 50% van het Rijk (ruim € 21 miljoen). Gezien deze constructie gaan we ervan uit dat het risico voor de gemeente maximaal 5% van het totaal van de gewaarborgde leningen omvat, oftewel ruim € 1.000.000.

In het overzicht van de risico’s is daarom aangegeven dat de benodigde weerstandscapaciteit op afgerond € 100.000 wordt geraamd. Daarnaast is er één lening van St. Sporthal Oudewater en drie leningen van tennisvereniging De Heksenmeppers waarvoor de gemeente 100% garant staat. Het gaat hier om € 270.000. c- Algemene uitkering gemeentefonds De raming en de ontwikkelingen van de algemene uitkering in het meerjarenperspectief zijn jaarlijks gebaseerd op de meicirculaire. Hierbij is uitgegaan van constante prijzen. Jaarlijks blijkt uit met name de septembercirculaire wat de werkelijke algemene uitkering wordt. Aangezien het accres binnen de algemene uitkering afhankelijk is van de economische vooruitzichten en dus de uitgaven van het Rijk, blijft de hoogte van de algemene uitkering altijd een risicofactor voor de gemeente. Daarom is ook hiervoor een risicopost opgenomen. d- Rentestijging De huidige marktontwikkelingen laten zien dan een (forse) rentestijging mogelijk is. Dit heeft een nadelig effect op de rentekosten.

B. Bedrijfsvoering Ad a: Privacy / Datalek Datalek, zoals bedoeld in de AVG. Hiervoor kunnen boetes opgelegd worden door de Autoriteit Persoonsgegevens.

C. Verbonden Partijen De veronderstelling, dat het uitoefenen van taken door gemeenten gezamenlijk in een regio voor de gemeenten (en haar inwoners) financiële voordelen oplevert, kan niet in alle gevallen als juist worden onderkend. De invloed van een individuele gemeente op het beleid van een eenmaal ingesteld lichaam is beperkt. Aan dit gegeven is het bezwaar verbonden, dat samenwerkingsverbanden door het vormen van reserves e.a. een eigen financieel beleid gaan voeren; dus in feite een stukje financieel beleid van de aangesloten gemeenten overnemen. De bijdrage van de gemeente Oudewater aan gemeenschappelijke regelingen is een regelmatig onderwerp van gesprek in vergaderingen van het college en van de raad. Ook bij andere gemeenten bestaat de gedachte om voor de (groeiende) financiële problematiek van de gemeenten ook een bijdrage van gemeenschappelijke regelingen te vragen door hen te verzoeken bijvoorbeeld bezuinigingen te laten plaatsvinden. In de paragraaf 6 'Verbonden partijen' staat een uitgebreide toelichting.

82

D. Grondexploitaties Voor Tappersheul III is inmiddels een exploitatieopzet opgesteld en zijn de benodigde gronden reeds aangekocht. Jaarlijks vindt een herziening van de exploitatieopzet plaats. Er vinden momenteel onderhandelingen plaats over de verkoop van verschillende percelen met diverse gegadigden. De exploitatie van grond kent financiële risico’s. Kosten, zoals de boekwaarde van verwerving en overige kosten en de daaruit voortvloeiende rentelasten, worden normaliter gedekt door inkomsten uit grondverkoop. Aan zowel de baten- als de lastenkant kunnen zich risico’s voordoen. Kosten van verwerving, milieusanering of bijvoorbeeld het bouw- en woonrijp maken kunnen tegenvallen, uitkomst van aanbestedingen is niet altijd voorspelbaar en de inkomsten uit grondverkoop kunnen door conjuncturele ontwikkelingen of veranderende wensen van woonconsumenten veranderen. Een belangrijk risico is daarnaast het niet halen van vooraf bepaalde planningen. Het is dus zaak om binnen de grondexploitaties alert te zijn op ontwikkelingen die van invloed zijn op de kosten en baten en deze tijdig te signaleren, te rapporteren en te verwerken. Bijdragen aan reserves mogen pas plaatsvinden als de boekwaarde van het complex dit toelaat (winstneming).

Fraude- en continuïteitsrisico’s Net als elke organisatie loopt ook de gemeente Oudewater een risico op fraude. Hiervoor is een frauderisicoanalyse uitgevoerd en wordt in de organisatie aandacht besteed aan het onderwerp integriteit. Het continuïteitsrisico is beperkt door het 'vangnet' van een artikel-12 status. Hierdoor is het niet mogelijk voor een gemeente om failliet te gaan. De ontwikkeling van de schuldquote en het structurele begrotingssaldo blijven in dit kader wel een punt van aandacht.

Weerstandsvermogen Het is van belang te weten of sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Aangezien het risicoprofiel bekend is, kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt ook wel het weerstandsvermogen genoemd. Deze wordt als volgt berekend: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit. Het totaalbedrag aan kwantificeerbare risico’s bedraagt € 4.095.000. Het is te verwachten dat het jaarlijkse totaal berekende bedrag aan risico’s fluctueert. Wanneer de ratio weerstandsvermogen minder dan 1,0 bedraagt, is een gemeente kwetsbaar. De gemeente beschikt dan niet over voldoende capaciteit om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Er kunnen zich echter onvoorziene situaties voordoen waarbij een gemeente binnen één jaar meerdere tegenslagen heeft te verwerken, ook al was de kans daarvoor laag ingeschat. Het spreekt voor zich dat hoe hoger het weerstandsvermogen is, hoe meer (onvoorziene) tegenvallers opgevangen kunnen worden. Echter, ook een groot weerstandsvermogen is niet altijd ideaal.

Wanneer de ratio hoog oploopt kan men zich afvragen of de gemeente dit geld ook niet voor andere doeleinden zou kunnen inzetten, bijvoorbeeld voor de uitvoering van nieuw beleid. Een ratio van 1,0 wordt in termen van risicomanagement overigens gekwalificeerd als voldoende. Wij streven naar een weerstandsvermogen van 1,0 t.o.v. de geïdentificeerde netto risico's die niet worden gedekt door bestemmingsreserves of voorzieningen. Indien de ratio op enig moment buiten de toegestane ondergrens komt, doet het college zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één jaar, een voorstel om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen. De verhouding tussen de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit binnen de afgesproken bandbreedte staat in de tabel hieronder. Uit de tabel blijkt dat er voldoende dekking is voor de risico’s vanuit de beschikbare weerstandscapaciteit, gemeten naar de huidige afspraken omtrent de bandbreedte. Het weerstandsvermogen bedraagt 1,3. Dit voldoet aan het gewenste minimumniveau.

83

Bedragen x € 1.000

Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Beschikbare weerstandscapaciteit

5.391

3.440

8.127

8.386

8.454

8.460

Ondergrens benodigde weerstandscapaciteit

4.095

4.295

4.095

4.095

4.095

4.095

Bovengrens benodigde weerstandscapaciteit (risico's x 1,4%)

5.733

6.142

5.733

5.733

5.733

5.733

1,3

0,8

2,0

2,0

2,1

2,1

Weerstandsvermogen ondergrens

Kengetallen Financiële positie Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Zij kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeente. Daarom schrijft het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: a. 1) netto schuldquote en 2) de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen b. solvabiliteitsratio c. grondexploitatie d. structurele exploitatieruimte e. belastingcapaciteit Kengetal

Rekening 2023

Begroting Actueel 2024 Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

a1. netto schuldquote

58%

167%

77%

127%

150%

147%

142%

a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

57%

165%

76%

126%

149%

146%

141%

b. solvabiliteitsratio

24%

7%

19%

14%

13%

13%

14%

c. grondexploitatie

11%

3%

13%

13%

13%

13%

13%

d. structurele exploitatieruimte

8,6%

1,2%

-5,1%

1,7%

-2,2%

-3,6%

-3,6%

e. belastingcapaciteit

121%

130%

130%

128%

128%

128%

128%

Aan de kengetallen zijn door de toezichthouder geen normen verbonden, maar ze hebben wel een signaleringswaarde. Deze signaleringswaarden zijn als volgt: Signaleringswaarden

Minste risico

Neutraal

Meeste risico

a1. netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90 - 130%

> 130%

b. solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

c. grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

d. structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

e. belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

De kengetallen geven inzicht in de (ontwikkeling van de) financiële positie van de gemeente. Ze maken onder meer inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Daarnaast geven ze inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid van de gemeente. Hieronder wordt per kengetal uitgelegd welke verhouding wordt uitgedrukt en hoe het betreffende kengetal zich ontwikkelt. In totaliteit geven deze indicatoren het beeld dat de financiële situatie zorgelijk is.

84

a. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de financiële positie drukken. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 90%. Wanneer de netto schuld groter is dan 130% van de inkomsten, is sprake van een erg hoge schuld. Op dit moment blijven deze kengetallen voor de gemeente Oudewater ruim binnen de norm. De schuldquote zal de komende jaren verder toenemen. Dit is vooral een gevolg van het geprognosticeerde hoge jaarlijkse investeringsniveau en het feit dat deze investeringen (nagenoeg) volledig met externe leningen gefinancierd zullen moeten worden. b. Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Een solvabiliteitsratio lager dan 20% (signaalwaarde) heeft een gemeente haar bezit zwaar belast met een schuld. De solvabiliteitsratio ligt met 24% in 2022 binnen de norm. De komende jaren zakt de solvabiliteitsratio echter onder deze (bodem)signaalwaarde.

Dit wordt met name veroorzaakt doordat het balanstotaal van de gemeente toeneemt (als gevolg van het relatief hoge investeringsniveau dat (nagenoeg) volledig met externe leningen gefinancierd zal moeten worden). c. Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde van de in exploitatie genomen bouwgronden) is ten opzichte van de totale jaarlijkse baten. Het geeft aan of een gemeente veel geld heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit geld moet namelijk nog worden terugverdiend vanuit grondverkopen. Een grondexploitatie van 20% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. De boekwaarde van de in exploitatie genomen gronden van de gemeente blijven ruim binnen dit percentage. d. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan in welke mate de structurele lasten van de gemeente worden gedekt door structurele baten. Een kengetal van 0% of hoger geeft aan dat er sprake is van een structureel sluitende begroting. Een negatief kengetal betekent dat het structurele deel van de baten in de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. In de jaren 2023-2025 ligt dit kengetal boven 0%. Voor 2026 en 2027 is geen sprake van een structureel sluitende begroting. e. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde.

Een laag percentage betekent dat de gemeente in principe meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een politieke beleidskeuze. Een kengetal boven de 100% kan een indicatie geven van de mate waarin de gemeente voor het structureel kunnen dekken van de begroting afhankelijk is van de eigen belastingbaten. Dit is echter niet alleen bepalend. Met name de eventueel nog beschikbare ruimte in de onbenutte OZB-belastingcapaciteit geeft aan of er nog ruimte is voor verhoging van de OZB-baten.

85

PARAGRAAF 3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Wat is het doel van deze paragraaf? De gemeente Oudewater heeft de openbare ruimte in beheer. In die ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Voor die activiteiten bestaat de openbare ruimte uit een aantal kapitaalgoederen op gebied van infrastructuur (wegen, water, riolering, kunstwerken), voorzieningen (groen, verlichting, sportfaciliteiten) en gebouwen. Al deze kapitaalgoederen dienen onderhouden te worden. Gezien de duurzaamheid van de kapitaalgoederen is dat een taak die continu budgettaire middelen vergt. Doel van deze paragraaf is om daar inzicht in te geven en het kader te schetsen voor zes hoofdonderwerpen: integraal beleid openbare ruimte (o.a. wegen, groen, kunstwerken en meubilair), riolering, baggeren, sportvelden en gebouwen.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Integraal beheer openbare ruimte Het model Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) vormt de basis van het integrale gemeentelijk beleid voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het model gaat in de basis uit van het bekende onderstaande model waarbij aan drie verschillende knoppen wordt gedraaid. Alle drie houden direct verband met elkaar, dus draai je aan een ervan dan bewegen de andere twee mee.

Om de knop Kwaliteit te definiëren wordt gebruikgemaakt van de landelijke richtlijnen van het CROW. De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van het CROW beschrijft, met zogenoemde Beeldmeetlatten, verschillende onderhoudsniveaus voor objecten in de openbare ruimte. Om de beeldkwaliteit helder te beschrijven, is gekozen voor vijf onderhoudsniveaus. De vijf niveaus variëren van zeer hoog (A+) tot zeer laag (D). Deze beeldmeetlatten zijn onder te verdelen in de thema’s: •

Schoon: het gaat er hierbij om of de openbare ruimte schoon en netjes is.

•

Heel en veilig: het gaat er hierbij om of er schades in de openbare ruimte aanwezig zijn. Deze schades kunnen invloed hebben op de uitstraling (heel) en/of de bruikbaarheid (veilig) van de openbare ruimte.

Stand van zaken uitvoering advies accountant voor betere onderbouwing reserves Op een eerder advies van de accountant zijn de voorzieningen omgezet in reserves. Daarnaast wordt het omzetten van de voorziening/reserves richting de gewenste systematiek conform Woerden doorgezet. Voor grote projecten is bijvoorbeeld een voorbereidingsbudget/-krediet ingevoerd. Als resultaat van deze projectfase wordt een scenariokeuze met bijpassende financiële onderbouwing aan het bestuur voorgelegd. Hiermee worden college en raad optimaal in hun rol en behoefte gesteund en worden keuzes vanuit techniek, participatie en haalbaarheid transparant ten opzichte van elkaar afgewogen.

86

Voorzieningen (tijdelijke reserves) Voor het groot onderhoud bestaat de keuze tussen dekking van de kosten via de exploitatie dan wel via een te vormen voorziening. In principe geldt dat het werken met voorzieningen de uitzondering moet blijven, immers in principe behoren onderhoudsuitgaven binnen de exploitatie te worden opgevangen. Alleen als het verloop van de uitgaven over de jaren zo schommelt dat dit de financiële positie van de gemeente verstoort, kan gewerkt worden met een voorziening. Over het algemeen zal dat alleen het geval zijn als er sprake is van een beperkt aantal grotere objecten, waardoor het uitgavenniveau per jaar sterk kan variëren. Als sprake is van een groot aantal (deel)objecten kan het onderhoudsbudget normaliter daarover jaarlijks in redelijk gelijke delen worden verdeeld.

Beleid en belangrijkste projecten per hoofdonderwerp In 2025 wordt gewerkt met de volgende beleids- en beheerplannen: •

Handboek Inrichting Openbare Ruimte Oudewater (HIOR)

•

AVOI en het Handboek kabels & leidingen 2018

•

Gemeentelijk WaterbeleidsPlan (GWP) 2020-2024 (ipdate in voorbereiding)

•

Baggerplan

•

Wegenbeheersplan 2017-2026

•

Meerjaren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen (MOP)

•

Nota Openbare Speelruimte 2013

•

Bomenverordening 2023

•

Masterplan Binnenstad Oudewater

Beheerplannen Voor de meerjarige onderhoudsramingen van enige omvang wordt in Oudewater gewerkt met beleids- en beheerplannen waarin, gekoppeld aan de keuze voor een bepaald onderhoudsniveau, een meerjarenraming wordt gemaakt van de kosten. Die kosten van onderhoud worden gesplitst naar: - klein onderhoud (dekking kosten via exploitatie); - groot onderhoud (dekking kosten via exploitatie en via voorziening); - vervangingen / renovatie (dekking kosten via kapitaalkrediet). Deze beheerplannen omvatten in principe een periode van vijf tot tien jaar.

Kwaliteitsniveaus vertaald naar de begroting De kwaliteitsniveaus zijn globaal in financiële zin vertaald in de begroting (zie ook programma 2). In 2025 wordt de Herijking Openbare Ruimte gecontinueerd. De hierna volgende tabel geeft weer wat in 2025 de budgetten zijn voor onderhoud (interne uren en derden), overig (kapitaallasten, belastingen etc.) en welke beschikbaar zijn voor vervanging en reconstructie. De vervangings- en reconstructiemaatregelen worden daarbij gedeeltelijk via investeringen gefinancierd. Daarnaast zijn investeringen opgenomen die worden afgeschreven. In de tweede kolom staan de investeringen 2025.

87

BEGROTING 2025 A) IBOR

1-Verhardingen

Onderhoud 2025

Kapitaallasten 2025

Totaal exploitatie 2025

Vervanging/ reconstructie 4.242.000

1.597.648

275.251

1.872.899

1-Gladheidbestrijding

84.730

13.750

98.480

0

2-Groenvoorziening

391.059

61.938

452.997

235.000

2-Onkruidbestrijding

144.679

0

144.679

0

2-Speelvoorzieningen

11.341

14.891

26.232

65.500

3-Straatmeubilair

18.415

0

18.415

75000

3-Elektrakasten

0

4.704

4.704

0

700.013

6.083

706.096

400000 1.665.000

3-Verlichting 4-Beschoeiingen/kademuren 5-Civiele kunstwerken Subtotaal

0

131.105

131.105

238.405

126.222

364.627

55.000

€ 3.186.290

€ 633.944

€ 3.820.234

€ 6.737.500

B)

Riolering

1.325.763

265.107

1.590.870

930.000

C)

Baggeren

174.488

0

174.488

0

D)

Sportvelden (complex)

100.024

39.356

139.380

0

€ 4.786.565

€ 938.407

€ 5.724.972

€ 7.667.500

Totaal

Overzicht hoeveelheden In de onderstaande tabel treft u een overzicht van de actuele omvang van het areaal (onderscheid in beheeronderdelen). Bij het onderhoud van de openbare ruimte wordt als CROW beeldkwaliteitsniveau B of wettelijke zorgplicht aangehouden. Type asset

Omvang (indicatie)

Kwaliteitseis

Verharding

590.000 m2

CROW Beeldkwaliteit B

Beplanting

103.000 m2

Zorgplicht

8.000 stk

Zorgplicht

Bomen Bruggen en steigers

Gras

57 stk

CROW Beeldkwaliteit B voor rijbaan als onderdeel van verharding

543.000 m2

Zorgplicht

Inrichtingselementen

3.000 stk

Zorgplicht

Kademuren en damwanden

1300 meter Zorgplicht

Lichte beschoeiingen Markt- en Evenementenkasten

onbekend meter Zorgplicht 1 stk

Zorgplicht

Openbare Verlichting houten masten *

102 stk

Zorgplicht

Openbare verlichting elektrakasten

23 stk

Zorgplicht

Speeltoestellen

117 stk

Zorgplicht

* Betreft houten masten in gemeentelijk eigendom. Overige masten en alle armaturen zijn in eigendom en beheer bij CityTec.

Belangrijkste aandachtspunten ad A - IBOR 1. Verharding (wegen), straatreiniging (inspectie om het jaar) en gladheidsbestrijding Voor het wegenonderhoud wordt het benodigde onderhoud bepaald op basis van de laatste inspectiegegevens uit 2022 en het Wegenbeheerplan (2017-2026). Hierin zijn de doelstellingen vanuit het IBOR vertaald in concrete maatregelen. Gedurende de looptijd van het beheerplan wordt waar mogelijk de aanwezige achterstand op het onderhoud van de verhardingen weggewerkt en wordt proactief ingezet op het voorkomen van achterstallig onderhoud in de toekomst. Het wegenareaal wordt grotendeels op kwaliteitsniveau B/C onderhouden. In 2024 is opnieuw een weginspectie uitgevoerd; de resultaten krijgen middels een nieuw wegenbeheerplan een plek in de begroting van 2025 en verder.

88

Het wegenonderhoud wordt zo goed mogelijk afgestemd op het onderhoud van de rest van de openbare ruimte (groen, civiele kunstwerken, beschoeiingen en riolering). Hierbij wordt zo veel mogelijk gewerkt middels het principe 'werk met werk maken'. 2. Groen en speelvoorzieningen (jaarlijks) Ook voor het onderhoud van het groen en de speelvoorzieningen gelden de beleidskaders vanuit het IBOR. Groen: Daarnaast zijn het concept Groenblauwe Omgevingsplan (niet vastgesteld door gemeenteraad) en de planning groenrenovaties de basis waarop het onderhoud en de vervanging wordt uitgevoerd. Het groen wordt onderhouden op kwaliteitsniveau B/C. Er zijn wensen om het groenbeheer nader te onderzoeken en hier een heroverweging qua kwaliteitsniveau’s en ecologische waarde op te doen. Dit wordt in nieuw beleid opgenomen. Speelplaatsen: Het regulier onderhoud van de speelplaatsen vindt plaats conform de doelstellingen vanuit IBOR en op basis van de Nota Openbare Speelruimte uit 2013. Onkruidbestrijding: Binnen de gemeente Oudewater is gekozen voor het borstelen en af en toe branden van de verharding. 3. Overig meubilair en verlichting (vijfjaarlijks) Het overige meubilair wordt onderhouden conform de doelstellingen vanuit IBOR, geldende richtlijnen en het Vervangingsplan meubilair. Bij vervanging wordt indien mogelijk gekozen voor een circulaire en modulaire invulling. 4.

Beschoeiingen/kademuren (vijfjaarlijks) Onderhoud en vervanging worden ingepland op basis van inspectie en de kwaliteitsdoelstellingen vanuit IBOR. 5. Civiele kunstwerken (vijfjaarlijks) Civiele kunstwerken (bruggen, tunnels, steigers e.d.) worden beheerd op kwaliteitsniveau B en deels op C. De kwaliteit wordt gebaseerd op basis van inspecties en het Beheerplan civiele kunstwerken. ad B - Riolering Eind 2024 is begonnen met het ontwikkelen van het Gemeentelijk Waterbeleidsplan 2020-2024 naar een Gemeentelijk Water en Klimaatbestendig (GWK). Beheer, onderhoud en vervangingen van de riolering vindt in 2025 plaats op basis van het, eind 2024 door de gemeenteraad vast te stellen, financieel kader voor GWK. Dit is een strategisch beleidsplan waarin de invulling van het gemeentelijk waterbeheer staat beschreven. Het belangrijkste en kostbaarste middel voor het gemeentelijk waterbeheer zijn de riolering en bijbehorende voorzieningen. In het GWK zijn de aanwezige voorzieningen, beheer (onderhoud) en vervanging van de voorzieningen, de verbetermaatregelen en een overzicht van de financiële gevolgen opgenomen. Prioriteit heeft hierbij het wegwerken van de aanwezige wateroverlast. ad C - Baggeren Het baggeronderhoud in 2025 vindt plaats op basis van het vastgestelde Baggerplan en gemaakte afspraken met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

Vastgoed Uitgangspunt voor het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed (gebouwen) is het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), gebaseerd op de NEN 2767. Het MJOP is in 2021 voor de periode 2021-2030 vastgesteld en wordt eenmaal per vier jaar geactualiseerd. In 2025 wordt het MJOP opnieuw geactualiseerd. Het beleidsniveau voor de uitvoering is conditiescore 3 (wat overeenkomt met cijfer van ongeveer 6,5 op een schaal van 10). Bij de berekening van de benodigde jaarlijkse middelen is uitgegaan van het afstoten van diverse vastgoedobjecten om in meerjarenperspectief een sluitende onderhoudsbegroting te realiseren. Het onderhoud aan het af te stoten vastgoed wordt gedekt uit de bestemmingsreserve. De bestemmingreserve zal in 2025 nagenoeg uitgeput zijn. Dat betekent dat er budget voor onderhoud aan deze objecten beschikbaar gesteld zal moeten worden. Dit zal bij de

89

actualisatie inzichtelijk worden gemaakt. De jaarlijkse begrotingslast voor uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan bedraagt plusminus 201K. Het beleid is erop gericht om gemeentelijke gebouwen die vanwege hun functie niet noodzakelijk eigendom dienen te zijn van de gemeente, indien mogelijk te verkopen. Een recent voorbeeld hiervan is het gebouw Tjonkie dat in 2022 is overgedragen aan Stichting Tjonkie. Daarnaast is ook de Aula aan de Waarsdedijk in 2023 overgedragen aan de NH Kerk. Steeds wordt geprobeerd het meerjarenonderhoudsplan goedkoper uit te voeren, door het voeren van scherpe onderhandelingen met aannemers. Het ligt echter in de lijn der verwachting dat onderhoudskosten zullen stijgen als gevolg van inflatie en conjuncturele invloeden. Daarnaast zijn of worden sommige gebouwen in de praktijk slechts in geringe mate onderhouden, omdat als gevolg van besluitvorming de verwachting is dat deze gesloopt, gerenoveerd of verkocht worden.

PARAGRAAF 4 FINANCIERING Wat is het doel van deze paragraaf? De financieringsparagraaf heeft als doel de raad te informeren over het beleid op het vlak van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico’s.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vormt het wettelijk kader. Het doel van deze wet is het bevorderen van de kredietwaardigheid en van de transparantie van het financieringsbeleid. In de Wet Fido zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde inrichting en uitvoering van de financieringsfunctie van de decentrale overheden. Voorbeelden hiervan zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De gemeente beschikt verder op grond van de Wet Fido over een Treasurystatuut dat op 14 maart 2024 door de raad is vastgesteld. Vanwege de samenwerking met Woerden, geldt voor beide gemeenten hetzelfde statuut. Eind 2013 is de Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën) in werking getreden. Hierin is opgenomen dat het Rijk en de medeoverheden een gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de begrotingseisen te respecteren. De gelijkwaardige inspanning wordt uitgedrukt in een macronorm voor het EMU-saldo van de medeoverheden gezamenlijk. Gemeenten, provincies, waterschappen en openbare lichamen ingesteld op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht tot deelname aan schatkistbankieren, wat inhoudt dat zij hun liquide middelen moeten aanhouden bij de schatkist van het Rijk. Verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden is ingesteld om de overheidsschuld terug te dringen.

Het rekening-courantsaldo bij de Bank Nederlandse Gemeenten wordt afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van het Rijk. Het beleid is erop gericht de rentelasten zo veel als mogelijk te beperken door op het juiste moment te consolideren op basis van de voorliggende treasuryprognose en de actuele renteontwikkeling. Ontwikkelingen Financieringspositie Het geïnvesteerd vermogen, dat zijn de boekwaarden van alle geactiveerde investeringen (inclusief voorraden), bedraagt per 1 januari 2024 € 49,8 miljoen. Het schuldrestant van de aangetrokken langlopende geldleningen bedraagt per 1 januari 2024 € 20 miljoen en de stand van de eigen reserves en voorzieningen € 14,3 miljoen. Risicobeheer Onder risico’s wordt begrepen: rente-, krediet-, liquiditeits- en valutarisico’s. Deze spelen in Oudewater als volgt een rol: •

90

De te beheersen renterisico’s op grond van de Wet Fido uiten zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide instrumenten beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan de korte en lange schuld. Deze worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.

•

Valutarisico’s spelen geen rol. Transacties in vreemde valuta doen zich niet voor en de gemeente neemt alleen deel in het aandelenvermogen van twee (semi)overheidsgerichte instellingen, namelijk Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens. Dit aandelenbezit is echter niet gebaseerd op winstoogmerk c.q. speculatieve doeleinden. Het risico van deze aandelen vinden wij verwaarloosbaar. De aandelen worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs.

•

De kredietrisico’s zijn zeer gering. De risico’s die voortvloeien uit een mogelijke waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het (niet) tijdig kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij (kredietrisico) worden in het Treasurystatuut geregeld conform de eisen die de Wet Fido stelt.

1.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarvoor kortlopende middelen mogen worden aangetrokken op de geldmarkt. Dit maximum bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) met een minimum van € 300.000. De kasgeldlimiet wordt voor 2024 geraamd op € 2,7 miljoen. In onderstaande tabel is informatie opgenomen over de verwachte kasgeldlimiet. Bij het structureel overschrijden van de kasgeldlimiet dienen maatregelen genomen te worden zoals het aantrekken van langlopende geldleningen en/of het beperken van het aangaan van de korte schuld. Grondslag Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves)

Begroting

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

Begroting 2028

31.886

31.928

31.656

31.827

Toegestane kasgeldlimiet - in procenten

8,5

8,5

8,5

8,5

- in bedrag

2.710

2.714

2.691

2.705

(bedragen x € 1.000)

2.

Renterisiconorm

Het renterisico op de vaste schuld is de mate waarin het saldo van de rentelasten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van een jaar of langer. Om dit risico te beperken, schrijft de wet voor dat herfinanciering jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één jaar te voorkomen. Indien wordt afgeweken van de renterisiconorm kan ontheffing worden verleend. Als bij afwijkingen de toezichthouder wordt geïnformeerd en ontheffing wordt verkregen, handelt de gemeente rechtmatig. Afwijking van de renterisiconorm is niet aan de orde voor de gemeente Oudewater.

91

Grondslag Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves)

Begroting

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

Begroting 2028

31.886

31.928

31.656

31.827

Toegestane renterisiconorm - In procenten

20%

20%

20%

20%

- In bedrag, maximum

6.377

6.386

6.331

6.365

- In bedrag, minimum (wettelijk bepaald)

2.500

2.500

2.500

2.500

Renterisico - Renteherziening

0

0

0

0

1.147

1.147

1.147

1.147

- Toegestane renterisiconorm

6.377

6.386

6.331

6.365

- Begroot renterisico

1.147

1.147

1.147

1.147

Onderschrijding renterisiconorm

€ 5.230

€ 5.239

€ 5.184

€ 5.218

Overschrijding renterisiconorm

€0

€0

€0

€0

- Aflossing Renterisiconorm Toets renterisiconorm

(bedragen x € 1.000)

3. Renteresultaat op treasury Het BBV geeft als aanbeveling om in de financieringsparagraaf het renteresultaat op treasury op te nemen. Met onderstaand overzicht wordt gehoor gegeven aan deze aanbeveling. Begroting 2025 a1. externe rentelasten lange financiering

588.345

a2. externe rentelasten korte financiering

0

b. rentebaten totaal a+b c1. rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. rente projectfinanciering door te berekenen taakvelden totaal c Saldo door te berekenen externe rente (a+b+c)

0 588.345 2.947 0 2.947 591.292

d1. rente over reserves/voorzieningen

0

d2. rente voorzieningen tegen contante waarde

0

totaal d

0

e. aan taakvelden door te berekenen externe rente (a+b+c+d)

591.292

f. werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

440.619

Renteresultaat op treasury (e-f)

€ 150.673

4. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille De financieringspositie heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen versus de waarde van investeringen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen, is dit een teken dat de gemeente een vaste geldlening moet aantrekken.

92

De financieringsbehoefte van de gemeente wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsprognose. Op basis van de verwachte baten en lasten (kasstromen) wordt een schatting gemaakt van het verwachte liquiditeitsverloop. Voor een goede liquiditeitsplanning is vooral inzicht nodig in de financiële planning van grote projecten en investeringen. Wekelijks wordt de liquiditeitspositie bepaald, waardoor snel ingespeeld kan worden op de financieringsbehoefte van de gemeente. Het verloop van het saldo van de langlopende geldleningen en de hieraan gekoppelde gemiddelde rentepercentages zijn in onderstaande tabel opgenomen: saldo langlopende leningen (x € 1.000)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/597/documents/18754