B3. Rapportage BEA Oudewater_definitief.pdf
Tekst van het document
RAPPORTAGE Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en Kromme Haven te Oudewater
COLOFON Opdrachtgever: Gemeente Oudewater De heer B. Bontje
Controle: De heer ing. A.M. Mol
Opdrachtnemer: Terra Nostra
Projectnummer: 401.5972
Boomtechnisch adviseur: De heer J. Bokschoten
Datum: 6 juni 2025
© Niets uit dit rapport mag worden verspreid en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, social media en/of website of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Terra Nostra.
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING .......................................................................................................................................... 3 1.
VOORSTUDIE ........................................................................................................................... 4 1.1 1.2
2.
SITUERING ............................................................................................................................... 4 PROJECTGEGEVENS................................................................................................................. 6 VELDONDERZOEK .................................................................................................................. 7
2.1 2.2 2.4 3.
KWALITEIT BOMEN .................................................................................................................... 7 BEOORDELING GROEIPLAATS .................................................................................................... 8 BEOORDELING PLANVORMING ................................................................................................. 14 ANALYSE EN CONCLUSIE ................................................................................................... 15
3.1 3.2 4.
ANALYSE ............................................................................................................................... 15 CONCLUSIE ............................................................................................................................ 16 ADVIES ................................................................................................................................... 18
4.1 4.2 4.3
VERPLANTEN BOMEN.............................................................................................................. 18 INRICHTING NIEUWE GROEIPLAATSEN ...................................................................................... 20 BOOMBESCHERMENDE MAATREGELEN .................................................................................... 22
LITERATUURLIJST .......................................................................................................................... 23 BIJLAGE 1 – METHODE VAN ONDERZOEK ................................................................................. 24 DIGITALE BIJLAGEN ...................................................................................................................... 26
2 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
INLEIDING In opdracht van gemeente Oudewater is door Terra Nostra op 2-12-2022 een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudewater. De gemeente Oudewater is voornemens om de verharding en de kademuur te renoveren. De kadestructuur aan de Lange Linschoten wordt gesierd door 32 winterlindes. De Donkere Gaard en de Kromme Haven vormen een belangrijk toegangslint tot het historisch centrum van Oudewater. De structuur waaraan de 32 onderzochte bomen staan, leidt vanaf het marktplein uiteindelijk naar de 16de-eeuwse Waag, het stadhuis in Hollandse Renaissancestijl en uiteindelijk naar de 15de-eeuwse gotische Sint-Michaëlskerk. De gemeente is voornemens de Oude Gaard en de Kromme haven aan de kade te renoveren, onderdeel van dit traject is deze rapportage.
Doelstelling De gemeente Oudewater vraagt om een Bomen Effect Analyse waarin is aangegeven wat de effecten zijn in het kader van de voorgenomen plannen en werkzaamheden.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 is de voorstudie omschreven. In hoofdstuk 2 vindt u de resultaten van het veldonderzoek. In hoofdstuk 3 komen de analyse en de conclusie aan bod. Het advies volgt in hoofdstuk 4. De volgende documenten zijn toegevoegd als bijlage: • Bijlage 1- Literatuurlijst en methode van onderzoek • Bijlage 2- Oudewater BEA boomgegevens • Bijlage 3- Oudewater BEA boomgegevens in shp-formaat • Bijlage 4- Themakaart van de conclusie • Bijlage 5- Overzichtskaart met toekomstverwachting
Heeft u naar aanleiding van dit rapport nog vragen of opmerkingen? U kunt contact opnemen met J. Bokschoten, via het telefoonnummer 0184 69 89 93. Terra Nostra BV Bleskensgraaf
Henry Kuppen Directeur
3 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
1
1.
1.1
VOORSTUDIE
Situering
Het projectgebied is gelegen aan de noordelijke zijde van de binnenstad. Dit betreft een smalle rijweg met aan de westzijde woonhuizen en winkels. Aan de oostzijde zijn parkeerplaatsen met bomen, de kademuur en de Lange Linschoten. De 32 bomen zijn aangeplant in een lijnstructuur die meebuigt met de loop van de Lange Linschoten. De locaties van de bomen zijn middels satellietgegevens toegekend. In figuur 1 is de situering van het project met een rode stippellijn weergeven, evenals de boompunten met een boomnummer. De kleurcodering van de boompunten wordt nader toegelicht in de legenda in figuur 1.
Figuur 1: Situering van het projectgebied aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven. Boomnummering en kleurcodering op basis van conditieklasse. Rode stippellijn geeft projectgrens aan.
Foto 1 tot en 2 geven een impressie van het projectgebied. De boomnummers corresponderen met de boomnummering in figuur 1.
4 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
29 30 31 Foto 1: Impressie van de situatie aan de Donkere Gaard. Weergave van winkelgebied aan de zuidelijke zijde van het projectgebied.
3 2 1 Foto 2: Impressie van de situatie aan de Kromme Haven. Weergave van het woongebied aan de noordelijke zijde van het projectgebied. 5 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
1.2
Projectgegevens
Het project bevindt zich in de voorlopige ontwerpfase. Het uitgangspunt voor de renovatie van de Donkere Gaard en de Kromme Haven is het handhaven van het huidig karakter. De hoofdlijnen binnen de planvorming zijn: • •
Het renoveren van de bestaande verharding van gevel tot kademuur; Het renoveren van de kademuur.
Bij opdrachtverstrekking is het volgende document aangeleverd: Oudewater markt VO 21072022.dwg. Op basis van de aangeleverde documentatie, de huidige situatie en het uitgevoerde onderzoek zal in deze BEA antwoord worden gegeven op de volgende vragen: •
Kunnen de bomen in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden in hun huidige verschijningsvorm en op dezelfde standplaats, duurzaam behouden kunnen blijven?
Hiernaast zal deze rapportage voorzien in de specifieke vragen die door de opdrachtgever zijn geformuleerd, te weten: • Hoe had de optimale groeiplaats eruit moeten zien? • Wat zijn de beperkingen in de huidige groeiplaats? • Welke mogelijkheden zijn er om de groeiplaats te verbeteren? • Welk effect kunnen we verwachten van deze mogelijkheden op de huidige bomen? • Wat is de huidige kwaliteit? • Wat is de levensverwachting? • Welke mogelijkheden zijn er om de bomen en de verbeterde/nieuwe groeiplaats te beschermen?
6 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
2
2.
2.1
VELDONDERZOEK
Kwaliteit bomen
Algemeen Het veldbezoek is gestart met inventarisatie van de bomen. Met de inventarisatie zijn 32 bomen visueel geïnspecteerd conform de VTA-methode1 om de boomveiligheid te beoordelen (Mattheck et al., 2014; Mattheck & Breloer, 1994; Reinartz & Schlag, 1997; Wessolly & Erb, 2014). In de onderstaande tabel is een samenvatting van de resultaten van de inventarisatie weergeven. Een verdere specificatie van de bovengrondse beoordeling vindt u in bijlage 2 - Oudewater BEA Boomgegevens. Boomsoort
Aantal bomen
Tilia cordata (winterlinde)
32 32
Totaal Boomhoogteklasse in meters: Aantal bomen: Conditie: Aantal bomen: Kroondiameterklassen: Aantal bomen: Mate van opdruk Aantal bomen:
8 9 6 7 7,5 10 13 1 8 1 15 3 2 2 Normaal Verminderd Sterk verminderd Zeer slecht Dood Geen 1 4 27 Geen 5-6 meter 7-8 meter 9-10 meter 11-12 meter 11 14 3 4 Licht Matig Zwaar 5 11 16
Tabel 1: Samenvatting VTA-boomgegevens.
Te zien is dat bij de bomen aan de Donkere Gaard en aan de Kromme Haven recentelijk gesnoeid is. Bij 3 bomen zijn oude oppervlakkige verwondingen aanwezig, in het verleden veroorzaakt door aanrijdschade. Alle 32 winterlindes veroorzaken een zekere mate van bestratingsopdruk. De mate van opdruk is gecategoriseerd onder het volgende: • Lichte opdruk met opdruk van < 2 cm in hoogte • Matige opdruk met opdruk van 2 tot 5 cm in hoogte • Zware opdruk met opdruk > 5 cm in hoogte Tabel 1 geeft de verdeling van opdruk bij de 32 winterlindes weer.
Boomveiligheid Alle 32 winterlindes zijn geregistreerd als attentiebomen met een jaarlijkse inspectiefrequentie. Omdat de conditie van de bomen progressief afneemt en doordat het een gebied met een intensieve betredingsdruk betreft, is jaarlijkse monitoring hier benodigd om risico’s op letsel of schade te voorkomen.
Toekomstverwachting Van alle bomen is de toekomstverwachting bepaald bij gelijkblijvende omstandigheden en weergegeven in onderstaande tabel. De toekomstverwachting is gebaseerd op de huidige conditie, geconstateerde boomtechnische gebreken en groeiplaatsomstandigheden. Toekomstverwachting: Aantal bomen:
> 15 jaar Geen
10-15 jaar 3
5-10 jaar 24
< 5 jaar 5
Tabel 2: Samenvatting toekomstverwachting. 1
VTA staat voor Visual Tree Assessment en houdt in dat de boom visueel gecontroleerd worden op gebreken of symptomen daarvan die kunnen leiden tot een verhoogde gevaarzetting. 7 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Foto 3 links: Weergave van oude stamschade op boomnummer 16. Foto 4 rechts: Weergave zware bestratingsopdruk bij boomnummer 1.
2.2
Beoordeling groeiplaats
Oriëntatieverzoek Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is een oriëntatieverzoek ingediend bij het Kadaster, geregistreerd onder kenmerk 22O121466. De ligging van kabels en leidingen is in figuur 2 weergeven in combinatie met de boomposities. Binnen het projectgebied is zowel data, aardgas, elektra en riolering aanwezig. Te zien is dat de kabels en leidingen voornamelijk aan de zijde van de woonhuizen liggen. Ter hoogte van boomnummer 27 is een transformatorstation aanwezig, hier liggen bundels elektrabekabeling aan de zuid- en de westelijke zijde nabij de boom. Tijdens het veldwerk zijn geen extra kabels of leidingen geïdentificeerd.
8 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Figuur 2: Weergave van het oriëntatieverzoek van het projectgebied. Locaties met zwarte cirkels zijn uitvergroot weergeven binnen de figuur.
Bodemonderzoek Om het bodem en bewortelingsprofiel van de winterlindes inzichtelijk te maken, zijn 4 profielsleuven gegraven. De locaties hiervan zijn in figuur 3 weergeven.
1 2 3
4
Figuur 3: Locatie van de 4 profielsleuven. 9 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
In onderstaande tabel 3 zijn de resultaten van de bodemopbouw, de hoogte van het grondwaterpeil en het bewortelingsprofiel per profielsleuf weergeven. Bodemonderzoek Locatie profielsleuf Profielsleuf 1Graafafstand 90 cm vanuit hart stam aan de noordwestelijke zijde van boomnummer 10
Profielsleuf 2Graafafstand 130 cm vanuit hart stam aan de zuidoostelijke zijde van boomnummer 14 Profielsleuf 3Graafafstand 155 cm vanuit hart stam aan de noordwestelijke zijde van boomnummer 18 Profielsleuf 4Graafafstand 150 cm vanuit hart stam aan de noordwestelijke zijde van boomnummer 18
Diepte cm-mv 0-8 8-20
Bodemprofiel Klinker Licht kleihoudend grof zand, zwak humeus
20-90
Kleihoudend grof zand, zwak humeus (Grijsverkleuring op 60 cmmv)
> 90 0-8 8-40
Verzadigde zonde Klinker Licht kleihoudend grof zand, zwak humeus
40 0-8 8-20 20-40
Betonplaat Klinker Cunet zand humusloos Bomenzand 4-5% organische stof (sterk verdicht) Betonplaat Klinker
40 0-8
8-40
Licht kleihoudend grof zand, licht humeus
40
Licht zandhoudende klei (sterk verdicht) Stagnerende laag Licht kleihoudend grof zand, licht humeus
40-80
Bewortelingsprofiel Zeer intensieve beworteling (Ø 0,1 – 40 mm) Extensieve fijne beworteling (Ø 0,1 – 0,3 mm) Geen Zeer intensieve beworteling, wortelbunels (Ø 0,1 – 30 mm) Geen Geen Extensieve beworteling (Ø 0,1 – 17 mm) Geen Direct onder bestrating is zeer intensieve fijne beworteling aanwezig (Haarwortelmat foto 5) Zeer extensieve fijne beworteling (Ø 0,1 – 0,3 mm)
80 Betonplaat Geen Tabel 3: Weergave van de bodemopbouw en bewortelingsprofiel per profielsleuf.
10 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
De verharding op de Donkere Gaard en op de Kromme Haven bestaat uit een klinkerverharding. Het grondwaterpeil op 90 cm -mv bij profielsleuf 1, komt niet overeen met de waterstand in de gracht (70 cm -mv). Ter hoogte van profielsleuf 3 is met een guts tot onder de waterlijn gestoken. Hier is tevens vastgesteld dat het grondwaterpeil lager ligt dan het waterpeil in de Lange Linschoten. Door intensief verkeersgebruik is de bodem onder de rijbaan sterk verdicht. Op 40 cm -mv is een betonnen element aanwezig die dient als verankering van de kademuur. Dit element is niet doorwortelbaar en functioneert hierdoor als een barrière. Beworteling van bomen boven deze betonplaat staat hierdoor niet in contact met het grondwater. Het bodemprofiel bestaat over het algemeen uit licht kleinhoudend humus arm zand, door deze samenstelling is inspoelen van organische stof tussen de voegen van de verharding de voornaamste bron van voedingstoffen voor de bomen.
Foto 5: Weergave van wortelmat direct onder de verharding ter hoogte van profielsleuf 4.
11 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Foto 6 links: Weergave van wortelbundel ter hoogte van profielsleuf 2. Foto 7 rechts: Weergave extensieve beworteling en duidelijk zichtbaar betonelement ter hoogte van profielsleuf 3.
Ter hoogte van locatie 2, 3 en 4 is een betonnen plaat aanwezig. Op locatie 2 en 3 is deze op 40 cm -mv aanwezig. De afwijkende diepte van de betonplaat op locatie 4 komt door dat deze profielsleuf is uitgevoerd ter hoogte van een oplopende rijbaan richting het Varkensbrugje. De aangetroffen betonplaat is vermoedelijk onderdeel van de kadeconstructie. Dit T-vormig element (figuur 4 ter illustratie) waarborgt de verankering van de kademuur. Vermoedelijk betreft het een doorlopende betonplaat en zijn deze ter hoogte van de standplaatsen van de bomen onderbroken. Vastgesteld is dat de betonplaten doorlopen tot minimaal 20 cm onder de rijbaan, gemeten vanaf het parkeervak (figuur 5 ter impressie). Hoever de betonplaten onder de rijbaan daadwerkelijk doorlopen, is niet bekend.
12 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Figuur 4: Impressie van de vermoedelijke opbouw van de betonelementen.
Figuur 5: Bovenaanzicht ter impressie van de locatie van de betonelementen. De oranje gestreepte vakken betreffen de elementen.
13 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Visuele boordeling op verplantbaarheid Tijdens het veldwerk is een visuele beoordeling uitgevoerd op potentiële verplantbaarheid. De verplantbaarheid is beoordeeld op basis van soortspecifieke eigenschappen, wortelstructuur, conditie en toekomstverwachting. Winterlinde is in de basis als soort goed te verplanten. Wat betreft het formaat van de 32 bomen, deze zijn vrij eenvoudig te transporteren. Enkel zijn er bij boomnummer 27 kabels aanwezig onder het benodigde volume van de verplantkluit. Bij de bomen zijn geen gebreken of aantastingen vastgesteld die het verplanten van deze kunnen bemoeilijken. Door de huidige standplaats tegen de kademuur, de ongunstige conditie, kroondegeneratie en de combinatie van het bodem en bewortelingsprofiel, lenen deze bomen zich niet zonder meer voor een succesvolle verplanting.
2.4
Beoordeling planvorming
Onderstaand zijn de voorgenomen werkzaamheden ten behoeve van de renovatie weergeven. Hierbij wordt er gekeken wat de veranderingen in ruimtegebruik zowel boven of ondergronds zijn en wat de realisatie van de voorgenomen situatie betekent. Uitgaande van de onderstaande hoofdlijnen: •
Het renoveren van de bestaande verharding van gevel tot kademuur: - Verwijderen bestaande verharding; - Ontgraven van het cunet; - Aanbrengen en egaliseren van het cunet; - Het opnieuw aanbrengen van de verharding.
•
Het renoveren van de kademuur: - Het renoveren van het voegwerk aan de waterzijde; - Het verwijderen en herplaatsen van de kaderand.
Bovengronds ruimte gebruik Betreft het bovengronds ruimtegebruik wordt de indeling van de straat in de toekomstige situatie met betrekking tot de bomen niet gewijzigd. Hierbij gaat het voornamelijk om het wijzigen van het trottoir aan de zijde van de woonhuizen. Het gebruik door verkeer en de parkeergelegenheden blijven respectievelijk gelijk aan de bestaande situatie. Ondergronds ruimte gebruik De kademuur zal gerenoveerd worden uitgangspunt bij dit onderzoek is dat dit voornamelijk draait om het herstellen van het voegwerk en het herstellen van het bovenste gedeelte van de kade. Hierbij zal er onder het maaiveld niveau aan de zijde van de rijbaan geen wijziging worden aangebracht aan de kademuur. Uitvoering werkzaamheden Voor het renoveren van de aanwezige verharding moet deze inclusief het cunet worden verwijderd vanaf de gevels van de woonhuizen tot aan de kademuur. De theoretische bewerkingsdiepte is circa 40 cm -mv. Het cunet wordt opnieuw aangebracht en voorzien van een nieuwe verharding.
14 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
3
3.
ANALYSE EN CONCLUSIE
Op basis van de resultaten van de beoordeling van de planvorming en de resultaten van het veldwerk, wordt onderstaand een analyse gemaakt van de effecten op de bomen. Paraaf 3.1 behandelt de analyse van de algemene situatie en de renovatie. In paraaf 3.2 wordt de conclusie beschreven.
3.1
Analyse
Algemeen Het bomenbestand binnen het projectgebied betreft 32 winterlindes. Deze bomen vormen een bomenrij, geplant tegen de kademuur. Bij de aanvraag van de opdracht is door de opdrachtgever aangegeven dat de winterlinden ongeveer 40 jaar oud zijn. Over het algemeen is de conditie van de bomen beoordeeld als sterk verminderd tot slecht. Te zien is dat de bomen recentelijk gesnoeid zijn, hierbij zijn afgestorven takken verwijderd waarvan de oorzaak een sterk en snel teruglopende conditie is. Bij alle 32 lindes is bestratingsopdruk waargenomen, dit als gevolg van het beperkt doorwortelbaar volume en lage bodemvruchtbaarheid. In de huidige situatie beschikken de bomen globaal gezien over circa 7 m x 1,3 m x 0,4 m doorwortelbaar volume. Dit komt neer op 3,6 m3 per boom. De 32 bomen hebben hun maximale omvang bereikt en bevinden zich qua levensfase in de verouderingsfase. Dit is te herleiden uit de ontwikkelingskenmerken die de bomen laten zien. De combinatie van de beperkte groeiruimte en de bodemsamenstelling zijn de reden voor een extensief verspreid wortelgestel. De groeiplaatsomstandigheden komen overeen met het bovengrondse boombeeld van kroonregressie. Winterlinde kan in potentie een zeer hoge leeftijd bereiken. Door de beperkte groeiruimte doorlopen bomen versneld hun levensfasen. Ondanks het hoge regeneratievermogen bevinden bomen zich in de verouderingsfase.
Boomveiligheidsaspecten In het kader van boomveiligheid zijn er geen directe risico’s op schade of letsel voorzien. De bomen zijn echter geregistreerd als attentieboom om de terugloop van de conditie te monitoren. Zo kan men tijdig maatregelen uitvoeren bij het ontstaan van gebreken die een verhoogd risico op schade of letsel kunnen vormen. Toekomstverwachting Op basis van de huidige gesteldheid van individuele bomen, hun groeiplaatsomstandigheden en omgevingsfactoren, is de toekomstverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden bepaald. Zie onderstaand tabel 4. Toekomstverwachting Aantal bomen < 5 jaar 5 5-10 jaar 24 10-15 jaar 3 > 15 jaar 0 Tabel 4: Samenvatting van de toekomstverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden.
15 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Te zien is dat de bomen bij gelijkblijvende omstandigheden een toekomstverwachting hebben van minder dan 15 jaar. De huidige groeiplaats begrensd de potentiële levensduur van deze bomen. De mate van kroonsterfte en de beperkte regeneratie van bladvolume, zal in de nabije toekomt exponentieel toenemen bij de lindes aan de kade met uiteindelijk het afsterven van de bomen als gevolg. De extensieve en oppervlakkige ontwikkeling van het wortelgestel bij de bomen staat het niet toe om groeiplaatsverbetering door middel van bodemopwaardering of groeiplaatsinrichting te realiseren. Bij het uitvoeren daarvan zal omvangrijk wortelvolumeverlies altijd een desastreuze rol spelen. Het verrijken van de bodem door het injecteren van voedingsstoffen is van een tijdelijke aard en zal geen structureel effect hebben op de bomen. Het effect van de injectie zal snel zichtbaar zijn in de bomen. Deze zullen een tijdelijke goede groei laten zien. Vervolgens nemen ze sneller af verder in conditie doordat de toename van bladmassa niet kan worden voorzien in voeding. Ook worden er reserves verbruikt.
Herinrichting Algemeen De herinrichting van de verharding aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven zal effect hebben op alle 32 bomen binnen het projectgebied. De werkzaamheden aan de kademuur zullen geen, of een te verwaarlozen effect hebben op de bomen binnen het projectgebied. Onderstaand worden de effecten van de renovatie op basis van de aangeleverde planvorming voor bomen beschreven. Renoveren van de aanwezige verharding Omdat de beworteling van de bomen oppervlakkig en verspreid ontwikkeld is, bevindt zich direct onder de bestaande verharding zowel opname- als stabiliteitsbeworteling. Deze beworteling is verspreid aanwezig in de volledige parkeerstrook langs de kade. Bij het verwijderen van de verhardingselementen is wortelschade en verlies van wortels onvermijdelijk. Onder randvoorwaarden is de beschadiging met het verwijderen van de elementen te beperken. Het verticaal doorwortelbaarvolume is beperkt tot het betonelement op 40 cm -mv. Op basis van het bewortelingsonderzoek is vast te stellen dat nagenoeg alle beworteling zich bevindt tussen het maaiveld en 40 cm -mv. De theoretische ontgravingsdiepte voor vervanging van de rijweg en het cunet beslaat exact deze diepte. De beworteling is door de aard van de groeiplaats oppervlakkig, extensief en zeer verspreid ontwikkeld.
Het wortelgestel van de bomen bestaat respectievelijk uit een aantal oppervlakkig ontwikkelde hoofdwortels, deze splitsen zich en vervolgens verspreiden deze zich door de bodemlagen tot 40 cm-mv. Op basis van het uitgevoerde onderzoek is vastgesteld dat deze hoofd beworteling zich direct onder en tussen de bestaande verharding bevindt. De voorgenomen renovatie betreft het verwijderen van de verharding en de ontgraving van het volledig doorwortelde volume van gevel tot kade. Er worden nieuwe boomspiegels gerealiseerd welke gelijk aan het maaiveld liggen met een interne afmeting van 1,4 m x 1,4 m. Elke vorm van ontgraving van het cunet zal zowel beschadiging van wortels als omvangrijk verlies van wortelvolume tot gevolg hebben. Bij het uitvoeren van de voorgenomen renovatie wordt het wortelvolumeverlies bij de bomen geschat op 70-90%.
3.2
Conclusie
Onderstaand is de conclusie beschreven op basis van het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 2) en de analyse betreffende de huidige situatie (paraaf 3.2) en de renovatie (paraaf 3.3). Hiernaast zijn de door de opdrachtgever geformuleerde vragen puntsgewijs beantwoord. Op basis van het onderzoek en de analyse zijn de 32 winterlindes aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven bij het uitvoeren van de voorgenomen renovatie niet te handhaven. De bomen hebben bij gelijkblijvende omstandigheden een beperkte toekomstverwachting (< 15 jaar) en zijn weinig regeneratief. Vanuit biologisch perspectief is door de staat van de bomen, regeneratie van het 16 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
wortelgestel bij het verlies van eerdergenoemde beworteling volumes (70-90%) uitgesloten. Het uitvoeren van de voorgenomen renovatie heeft het afsterven van de bomen tot gevolg. Het afsterven van de bomen zal dan wel direct of vertraagd over een periode van 3-5 jaar plaatsvinden. Hiernaast ontstaat er een direct risico op instabiliteit bij het verwijderen van dit percentage aan beworteling. Echter zijn er met aanpassingen binnen de voorgenomen renovatie, potentiële verplanting, randvoorwaarden en alternatieve groeiplaatsinrichtingen voor nieuwe aanplant, mogelijkheden om de bomen op een andere locatie te handhaven en een gepaste groeiplaats in te richten voor nieuwe beplanting op de huidige locatie. Het advies hiervoor wordt beschreven in hoofdstuk 4. Onderstaand zijn de aangeleverde onderzoeksvragen herhaald en beantwoord. Waar van toepassing, zijn onderzoeksvragen gebundeld om gedeelde herhaling in de beantwoording te vermijden. -
Hoe had de optimale groeiplaats eruit moeten zien? Wat zijn de beperkingen in de huidige groeiplaats?
De omstandigheden en inrichting aan de Oude Gaard en de Kromme haven leent zich niet voor het realiseren van een voor bomen optimale groeiplaats. Beperkte doorwortelbare ruimte in combinatie met bovengronds ruimtegebruik, en een weinig voedingsrijke tot arme groeiplaats, zijn de belangrijkste beperkingen. Opties voor de meest optimale groeiplaats voor de betreffende situering zijn nader omschreven in hoofdstuk 4 paraaf 4.2. -
Welke mogelijkheden zijn er om de groeiplaats te verbeteren? Welk effect kunnen we verwachten van deze mogelijkheden op de huidige bomen?
Vanuit boomtechnisch perspectief zijn er geen mogelijkheden om de groeiplaats structureel te verbeteren. Wijzigingen in de constructie of inrichting van de groeiplaats hebben door de zeer extensieve en oppervlakkige beworteling, beschadiging aan het wortelgestel en wortelvolumeverlies als gevolg. De huidige conditie van de bomen leent zich niet om hiervan te herstellen. Het injecteren met voedingstoffen is een tijdelijke verbetering, dit heeft een tijdelijk positief effect op de conditie. Als de voedingstoffen zijn opgenomen, zal de terugval in conditie sterker zijn dan voorafgaande. Dit komt doordat de vorming van meer bladmassa vraagt om meer voedingstoffen die dan niet meer beschikbaar zijn. -
Wat is de huidige kwaliteit? Wat is de levensverwachting?
De huidige kwaliteit van de bomen en de levensverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden zijn beschreven in hoofdstuk 2 paraaf 2.1 (Kwaliteit bomen) en in hoofdstuk 3 paraaf 3.1 (Analyse). -
Welke mogelijkheden zijn er om de bomen en de verbeterde/nieuwe groeiplaats te beschermen?
In hoofdstuk 4 wordt er advies geformuleerd over de inrichting van groeiplaatsen op de Oude Gaard en de Kromme Haven. Door het beperkte doorwortelbaar volume is het toepassen van een verhoogde boomspiegel een middel om zowel het doorwortelbaar volume te verhogen als de bomen te beschermen tegen aanrijdschade.
17 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
4
4.
ADVIES
Onderstaand wordt een advies gegeven op basis van het uitgevoerde veldwerk en de analyse en de conclusie uit hoofdstuk 3. In paraaf 4.1 wordt de potentiële verplanting omschreven, in paraaf 4.2 wordt de inrichting van de groeiplaats voor de nieuw aan te planten bomen beschreven. In paraaf 4.3 worden de randvoorwaarden beschreven.
Algemeen In het kader van de voorgenomen renovatie zijn de bomen bij het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden niet te behouden. Het verlies aan wortelvolume (70-90%) in combinatie met de kwaliteit van de bomen, heeft het direct al dan niet vertraagd afsterven van de bomen tot gevolg. Hiernaast geeft dit een direct risico op instabiliteit. Vanuit boomtechnisch perspectief zijn er geen mogelijkheden om de groeiplaats structureel te verbeteren. Er wordt geadviseerd de bomen niet te handhaven op de huidige locatie bij de voorgenomen herinrichting. Hiernaast zijn er een twee tal alternatieven mogelijk. Het kappen of verplanten van de bestaande bomen en deze vervangen voor nieuw aan te planten bomen. Verplanting Een aantal bomen binnen het projectgebied zijn verplantbaar. Als optie kan worden gekozen voor de bomen aangemerkt als verplantbaar te behouden (figuur 6) en te verplanten naar een gepaste locatie. Dit resulteert in het kappen van slechts 6 bomen binnen het projectgebied. De verplanting van de bomen en de randvoorwaarden hiervoor, worden nader omschreven in paraaf 4.1. Kappen van de bestaande bomen en het aanplanten van nieuwe bomen Hiernaast is er de optie om de boomstructuur van niet te handhaven bomen, te vervangen voor nieuw aangeplante bomen. Voor het aanplanten van de nieuwe bomen dient een gepaste groeiplaats te worden ingericht.
De omstandigheden langs de kade lenen zich niet voor het inrichten van een optimale groeiplaats. Het is wel mogelijk om een vergelijkbare situatie als huidig te realiseren. Het inrichten van de nieuwe groeiplaats wordt nader omschreven in paraaf 4.2.
4.1
Verplanten bomen
Tijdens het veldwerk is er een beoordeling op verplantbaarheid uitgevoerd voor de 32 lindes binnen het projectgebied. Binnen het projectgebied zijn 26 bomen van de 32 bomen te verplanten. De boomnummers 1,2,3,7,10 en 27 zijn de niet te verplanten bomen. Door de bomen te verplanten zijn deze elders, mits op een gepaste locatie mogelijk wel te behouden. De slagingskans voor een succesvolle verplanting is echter > 50%. De bomen welke zullen aanslaan na het verplanten zijn beperkt toepasbaar in de openbare ruimte. Bij een optimale groeiplaats zal het wortelvolumme en de kroon regenereren. Echter op basis van de eisen van de nieuwe groeiplaats voor deze bomen lenen deze zich niet om in laanverband in stedelijk gebied geplaatst te worden. Bij de bomen welke uiteindelijk zullen aanslaan na de verplanting (respectievelijk 50% van de verplante bomen) en de groeiplaats ingericht wordt zoals onderstaand omschreven, zal de toekomstverwachting > 15 jaar zijn. De conditie en de vitaliteit van de bomen zal herstellen. Onderstaand is de meest optimale methodiek beschreven waarbij de kans op een succesvolle verplanting het grootste is.
18 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Verplantmethode & werkwijze De ontwikkeling van het wortelgestel is bij de 26 bomen extensief en zeer verspreid ontwikkeld. Voor succesvolle verplanting is de kale wortelmethode het meest geschikt. De breedte van de kluit is circa 1,5 m, de lengte circa 15 maal de stamdiameter. In onderstaand figuur worden de bomen die in aanmerking komen voor verplantbaarheid weergeven met een groen boompunt. De bomen die niet verplantbaar zijn worden weergeven met een rood boompunt. Tabel 5 geeft een samenvatting van de niet te verplanten en de potentieel te verplanten bomen weer. Deze gegevens zijn tevens te vinden in bijlage 2 - Oudewater BEA boomgegevens.
Figuur 6: Overzicht van potentieel te verplanten bomen en niet te verplanten bomen. Verplantbaarheid
Boomnummers
Totaal aantal
Potentieel
5,6,8,9,11 t/m 26 en 28 t/m 32
26
Niet verplantbaar (niet te handhaven)
1,2,3,7,10 en 27
6
Tabel 5: Samenvatting van de potentieel te verplanten en niet te verplanten bomen.
Nieuwe standplaats De kroonontwikkeling van de 27 potentieel verplantbare bomen leent zich niet voor de toepassing in straat of laanverband vanwege de huidige habitus en benodigde herstelperiode. De bomen eisen optimale groeiplaatsomstandigheden. Randvoorwaarden voor de nieuwe standplaats zijn: • Aanplant in open grond situatie; • Minimaal 20 m3 doorwortelbaar volume per boom; • Het doormengen en aanvullen van de verplantkluit met minimaal 4m3 bomengrond onder RAG-keurmerk; • Aanplant als vrijuitgroeiende boom (bij verplanting en in de toekomst geen snoeibehoefte); • De bodemeigenschappen van de nieuwe standplaats voorzien in minimaal 4% organisch stof gehalte.
19 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Verplanting Voor het verplanten van de bomen wordt er een verplanting middels een naakte wortelkluit geadviseerd. Hierdoor is er tevens geen voorbereiding nodig voor de bomen. De verplanting bij voorkeur in de bladloze periode uitvoeren. De werkzaamheden van de verplanting komen neer op: • De kluit rondom vrij zuigen middels grondzuigtechniek en het opnemen van de boom, de boom laden en direct transporteren naar de nieuwe standplaats. • De bomen verankeren; • De kluiten aanvullen met bomengrond of vergelijkbaar (8% organisch stofgehalte) onder RAG Landscaping-keurmerk. • Het aanbrengen van een gietrand of grondwal buiten de kluit ten behoeve van watergiften. Nazorg Aansluitend aan de verplanting is nazorg noodzakelijk voor een periode van 3 jaar. Hierin zijn de volgende (periodieke) maatregelen noodzakelijk: • Tijdig voorzien in de benodigde waterbehoefte van de verplante bomen. • Beoordelen hergroei van de bomen aan de hand van de bladgrootte, bladkleur, bladbezetting en scheutlengtegroei. • Monitoren van de bodemvochtigheid, bodemverdichting en voedingstoestand van de bodem. • Het controleren van de werking van het verankeringssysteem en indien nodig corrigerende maatregelen treffen.
4.2
Inrichting nieuwe groeiplaatsen
Vanwege de aanwezige betonplaat kan bij herplant van dezelfde boomstructuur per boom respectievelijk 4,5m3 doorwortelbaar volume worden ingericht. Dit betekent dat de levensduur van de bomen circa 40 jaar is, waarin de bomen gedurende 5-10 jaar een goede groei zullen vertonen. Hierna zal het ontwikkelingsproces afnemen en stagneren. Voor de inrichting van de groeiplaats zijn drie mogelijkheden uitgewerkt. Groeiplaatsinrichtingen Uitgangspunt voor alle 3 de opties is dat de maximale diepte 40 cm -mv bedraagt, dit is vanwege de aanwezige betonelementen welke de kade stabiliseren. De diepte van de elementen varieert van 34 tot 42 cm -mv. Hiernaast is er door de aanwezigheid van de elementen een beperking in de keuzevrijheid aan standplaatsen. Er is aanvullend onderzoek nodig om het aantal en de grootte van de onderbrekingen inzichtelijk te krijgen. Hierdoor kan de nieuwe aanplant vooralsnog alleen op de bestaande boomlocaties plaatsvinden. Geadviseerd wordt om de nieuwe groeiplaatsen te voorzien van een verhoogde boomspiegel met een indicatieve hoogte van 30 tot 40 cm boven het huidige maaiveldniveau. Hierbij uitgaande van de afmetingen zoals weergeven in het dwg-bestand van 1,4 x 1,4 m. Hierdoor is boombescherming bij de nieuwe aanplant gewaarborgd en kan de standplaats aangevuld worden met bomengrond of ander vergelijkbaar humusrijk groeimedium onder RAGkeurmerk.
De verschillende opties voor de inrichting van de groeiplaats zijn gevisualiseerd in figuur 7 en aanvullend toegelicht.
20 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Groeiplaats inrichting
M3 Toepasbaar groeimedium
A
Groeimedium
Laagdikte groeimedium
1,9 m3
Doorwortelbaar volume inclusief verhoging boomspiegel 2,4 m3
Bomengrond
17 cm
B
2,8 m3
3,3 m3
25 cm
C
2,2 m3
2,7 m3
Bomenzand (bomengrond in Permavoid® systeem) Bomenzand (bomengrond in Permavoid® systeem)
20 cm
Tabel 6: Indicatie van het rendement per groeiplaatsinrichting.
Figuur 7: Per groeiplaatsinrichting de samenstelling met de theoretische verwerkingsdiepte.
21 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Groeiplaats inrichting A De verharding bestaat uit een gestort betonelement op een houten bekisting (18 cm in doorsnede). De elementen worden ondersteund door dragende pilaren welke rusten op de aanwezige kadestabilisatie. Doordat de draagkracht van het maaiveld volledig berust op de betonnen elementen en de pilaren, is er geen sprake van de behoefte aan een dragend groeimedium. Dit geeft ruimte voor het toepassen voor een meer voedingsrijk groeimedium als bomengrond onder RAG-keurmerk in een laag van 17 cm. Op de betonplaat op 0,4 m -mv is een drainerende laag van 5 cm bestaande uit zeer grof zand (drainagezand μ 500) noodzakelijk. Dit voorkomt permanente verzadiging en verrotting van organisch materiaal. Groeiplaats inrichting B De verharding bestaat bij optie B uit asfalt in een laag van 8 cm (esthetische aspecten als kleur en patroon niet nader omschreven en open voor interpretatie) welke direct op een Permavoid® Sandwich Constructie 150 mm aangebracht is. Het Permavoid systeem kan worden gevuld met bomengrond of teelaarde onder RAG-keurmerk. Onder het krattensysteem wordt bomenzand 500 onder RAGkeurmerk verwerkt in een laag van 10 cm tot op de drainage laag. Op de betonplaat op 0,4 m -mv is een drainerende laag van 5 cm bestaande uit zeer grof zand (drainagezand μ 500) noodzakelijk. Dit voorkomt permanente verzadiging en verrotting van organisch materiaal.
Groeiplaats inrichting C De verharding bij optie C bestaat uit klinkers (8 cm) zoals in de huidige situatie tevens aanwezig. Direct onder de verharding is een cunet van brekerzand of split aanwezig van 5 cm. Hieronder is een Permavoid® Sandwich Constructie 150mm aangebracht, deze kan opgevuld worden met bomengrond of teelaarde onder RAG keurmerk. Onder het Permavoid systeem is een laag van 5 cm bomenzand 500 onder RAG-keurmerk verwerkt. Op de betonplaat op 0,4 m -mv is een drainerende laag van 5 cm bestaande uit zeer grof zand (drainagezand μ 500) noodzakelijk. Dit voorkomt permanente verzadiging en verrotting van organisch materiaal.
4.3
Boombeschermende maatregelen
Om bomen die als te verplanten zijn aangemerkt en bij het realiseren van de nieuwe groeiplaatsen, is het noodzakelijk dat deze zo goed mogelijk worden beschermd tijdens de werkzaamheden. Deze randvoorwaarden dienen binnen het bestek of de uitvraag meegenomen te worden. In het kader van de herinrichting zijn de volgende boombeschermende maatregelen noodzakelijk: Verplanting en aanleg van nieuwe standplaatsen • Inzet boomtechnisch toezichthouder (bomenwacht) Tijdens de werkzaamheden wordt geadviseerd om een boomtechnisch toezichthouder (bomenwacht) in te stellen. Deze dient European Tree Technician (ETT) of European Tree Worker (ETW) gecertificeerd te zijn. De toezichthouder heeft een begeleidende en adviserende rol tijdens de werkzaamheden en controleert op willekeurige momenten of boombeschermende maatregelen worden nageleefd. Dit wordt bijgehouden in een logboek. • Startgesprek Voorafgaand aan de werkzaamheden vindt een startgesprek plaats tussen de boombeheerder, boomtechnisch toezichthouder en de (onder)aannemer(s) om het doel van dit project met betrekking tot de bomen met elkaar af te stemmen. • Herplanten van nieuwe bomen en verplanten van bestaande bomen Voor de nieuw aan te planten bomen gelden de volgende voorwaarden: - Het plaatsen van boompalen met boomgordel ten behoeve van de stabiliteit in de aanslagfase; - Het uitvoeren van 3 jaar nazorg, inclusief watergift.
22 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
-
LITERATUURLIJST Bassuk, N. L., Grabosky, J., Mucciardi, A. N., & Raffel, G. (2011). Ground-penetrating Radar Accurately Locates Tree Roots in Two Soil Media Under Pavement. Arboriculture & Urban Forestry, 37(4), 7. Bomenstichting, & CROW. (2019). Richtlijn Bomen Effect Analyse. Amsterdam. Hruska, J., Cermák, J., & Sustek, S. (1999). Mapping tree root systems with ground-penetrating radar. Tree Physiology, 19, 6. Klugt van der, B. (2020). Richtlijnen NVTB 2019. In (pp. 26). Grou, Nederland: Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Mattheck, C., Bethge, K., & Weber, K. (2014). Die Körpersprache der Bäume; enzyklopädie des Visual Tree Assessment. Kronau, Germany: Karlsruher Institut für Technologie - Campus Nord. Mattheck, C., & Breloer, H. (1994). Handbuch der Schadenskunde von Bäumen (2. Auflage ed.). Freiburg im Breisgau, Deutschland: Rombach GmbH Druck- und Verlagshaus. Reinartz, H., & Schlag, M. (1997). Integrierte Baumkontrolle (IBA). Stadt und Grün, 10. Roloff, A. (2001). Baumkronen: Verständnis und praktische Bedeutung eines komplexen Naturphänomens: Verlag Eugen Ulmer GmbH & Co. Roloff, A. (2018). Vitalitätsbeurteilung von Bäumen, Aktueller Stand und Weiterentwicklung. Braunschweig, Deutschland: Haymarket Media. Stokes, A., Fourcaud, T., Hruska, J., Cermak, J., Nadyezdhina, N., Nadyezdhin, V., & Praus, L. (2002).
An evaluation of different methods to investigate root system architecture of urban trees in situ: 1 ground-penetrating radar. Journal of Arboriculture, 28(1), 9. Wessolly, L., & Erb, M. (2014). Handbuch der Baumstatik und Baumkontrolle. Berlin-Hannover, Germany: Patzer-Verlag.
23 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Bijlagen
Boomtechnisch onderzoek bij (aantal) stuks (boomsoort) aan de (straat) te (plaats)
BIJLAGE 1 – METHODE VAN ONDERZOEK De onderstaande boomgegevens worden tijdens het onderzoek opgenomen.
Boomsoort Bepaald aan de hand van de soortkenmerken.
Stamdoorsnede Gemeten op 1,30 meter hoogte in centimeter.
Boomhoogte Gemeten met hoogtemeter.
behulp
van
een
digitale
Conditie De conditie van de boom wordt bepaald aan de hand van het proces van kroonontwikkeling; scheutlengte, knop- of bladbezetting en de knopof bladgrootte, zie figuur 3 (Roloff, 2001, 2018).
Vitaliteit De vitaliteit wordt bepaald door genetische eigenschappen en is soort specifiek. Wel is het zo dat een boom met een goede conditie, een hoger herstelvermogen heeft dan een boom met een slechte conditie. De vitaliteit van een boom is het vermogen om te reageren op de verandering in de omgeving, bijvoorbeeld herstel na een verbetering van de groeiplaats. Een vitale boom heeft een goede weerstand tegen ziekten en aantastingen, Figuur I: Classificaties conditie naar A. Roloff. bijvoorbeeld door het afgrendelen van wonden of het snel herstellen van aantastingen door insecten.
Visuele boomcontrole In tabel I op pagina 28 is de werkwijze van de visuele boomcontrole volgens de VTA methode weergegeven. Hierbij wordt o.a. de stabiliteit en/of de breukgevoeligheid van een boom aan de hand van onder meer conditie, vitaliteit en (symptomen van) gebreken beoordeeld (Mattheck et al., 2014; Mattheck & Breloer, 1994; Reinartz & Schlag, 1997; Wessolly & Erb, 2014).
24 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Bijlagen
Werkwijze visuele diagnose van bomen Biologisch
Mechanisch
Boomsoort Plantwijze Conditie Levensfase Vitaliteit Schimmels Insecten
Randfactoren
Breukgevoeligheid
Stabiliteit
Aantasting/ schade Scheefstand Scheurvorming Soorteigenschappen
Wortelaanzetten Verdeling kroonoppervlak Habitus Lichaamstaal Grondscheuren Soorteigenschappen
Standplaats Bodemtype Locatie grondwater Doorwortelbaar volume Functie van de boom Uitgevoerd werk
Interpretatie levenskracht van de betreffende boom ten behoeve van: Regulier beheer
Specifieke maatregel
Nader onderzoek
Overig
Frequentie inspectie boomveiligheid Frequentie snoei
Toepassen snoei Kroonverankering Groeiplaatsverbetering Rooien/ vervangen
Beoordelen groeiplaats Geluidsmeting (Picus) Meting elektr. weerstand Trekproef
Chlorofyl fluorescentie Analyse grond/blad Overige analyse
Vertaling van resultaten naar concreet en onderbouwd advies
Tabel II: werkwijze visuele boomcontrole.
Bodemprofiel en beworteling Het bodemprofiel is getoetst door middel van het nemen van grondboringen en profielsleuven. De beworteling is beoordeeld op kwaliteit en kwantiteit. Kwalitatief goede wortels zijn te herkennen aan een witte kern en een slecht loslatende, vochtige bast.
Vochthuishouding De hoeveelheid voor de boom beschikbaar vocht in de bodem, is afhankelijk van het seizoen, weersinvloeden, bodemtype, bodemstructuur, grondwaterstand en ontwatering. Het vochtgehalte is gemeten met een vochtmeter, of gekwantificeerd aan de hand van visuele kenmerken.
25 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater
Bijlagen
DIGITALE BIJLAGEN Onderstaande bijlagen zijn als digitale bestanden met dit rapport meegestuurd: • Bijlage 2- Oudewater BEA boomgegevens • Bijlage 3- Oudewater BEA boomgegevens in shp-formaat • Bijlage 4- Themakaart van de conclusie • Bijlage 5- Overzichtskaart met toekomstverwachting
26 Bomen Effect Analyse bij 32 bomen aan de Donkere Gaard en de Kromme Haven te Oudenwater