B3. Handreiking samenwerkingsschool Min van OCW.pdf
Tekst van het document
HANDREIKING SAMENWERKINGSSCHOOL
Voorwoord Nadat de Eerste Kamer op 11 juli 2017 het wetsvoorstel “Samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool”1 heeft aangenomen is de wet met ingang van 1 januari 2018 in werking getreden. Daarmee kwam een einde aan een lang traject van voorbereiding. De wet komt tegemoet aan de maatschappelijke behoefte om samenwerkingsscholen in dunbevolkte gebieden waar men te maken heeft met dalende leerlingenaantallen te (kunnen) vormen. Daarom is het zogenaamd continuïteitscriterium (één van beide te fuseren scholen wordt met opheffing bedreigd) versoepeld, is de fusietoets afgeschaft voor de bestuurlijke en institutionele fusie die noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van de samenwerkingsschool en zal het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool vooral gewaarborgd gaan worden via een identiteitscommissie met wettelijke bevoegdheden op schoolniveau. Het voorstel was niet onomstreden. De behandeling zorgde zelfs voor een unicum doordat de Eerste Kamer – alvorens tot behandeling over te gaan – een extra advies aan de Raad van State heeft gevraagd met de vraag of het voorstel nog voldoet aan het grondwettelijke uitgangspunt dat de samenwerkingsschool een uitzondering blijft vormen op het duale bestel. Tevens lag de vraag voor of een samenwerkingsschool ook in stand kan worden gehouden door een stichting voor openbaar onderwijs.
2
De Eerste Kamer heeft bij motie (Bruijn c.s. 2) de PO-Raad en de VO-Raad gevraagd gezamenlijk een handreiking op te stellen “die betrokkenen bij de vorming van de samenwerkingsschool kunnen gebruiken om op een zorgvuldige manier vraagstukken met betrekking tot het bijzondere en openbare domein van de samenwerkingsschool statutair vast te leggen.’’ Omdat dit met name het domein van de profielorganisaties raakt is afgesproken deze handreiking gezamenlijk op te stellen. Het resultaat daarvan treft u hierbij aan. Er is, gelet op de wens van de Eerste Kamer, gekozen voor een compacte handreiking die vooral ingaat op de statutaire waarborgen met betrekking tot de samenwerkingsschool. Schoolbesturen houden daardoor zoveel mogelijk de ruimte eigen keuzes te maken. Wij gaan ervan uit dat deze handreiking een nuttig instrument zal blijken te zijn bij de vorming van samenwerkingsscholen.
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
1 Inleiding De handreiking is geschreven voor de regeling van de samenwerkingsschool in het primair, voortgezet en (voorgezet) speciaal onderwijs in Nederland. Met de wetswijziging over de samenwerkingsschool worden de mogelijkheden om een samenwerkingsschool te vormen als bedoeld in de desbetreffende sectorwetten vereenvoudigd. De voorwaarden waaronder een samenwerkingsschool kan worden gevormd zijn gewijzigd. Een samenwerkingsschool blijft een school die uitsluitend tot stand kan komen door samenvoeging van één of meer openbare scholen met één of meer bijzondere scholen en waarin zowel openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs wordt aangeboden. De andere mogelijkheden om tot één school te komen blijven bestaan, zoals: • Institutionele fusie3 van een school met een openbare school tot openbare school; • Institutionele fusie van een school met een bijzondere school tot bijzondere school; • Institutionele fusie van een openbare school en een bijzondere school, waarbij een BRIN-nummer verdwijnt en de schoolbesturen kiezen om het resterende BRIN-nummer ofwel als openbaar ofwel als bijzonder te laten registreren in de OCW-registers, maar het zich eventueel presenteren als samenwerkingsschool; dit is de zogenaamde informele samenwerkingsschool; • Opheffing van een school (of nevenvestiging) en overschrijving van die leerlingen naar de overblijvende school.
Dit betreft geen fusie, maar voegt wel de leerlingen van twee scholen samen; • Omzetting van een openbare school in een bijzondere school of andersom, gevolgd door fusie.
De nieuwe wet schrijft voor dat aan een samenwerkingsschool een identiteitscommissie is verbonden. Deze commissie heeft wettelijke bevoegdheden. Veel scholen voor bijzonder onderwijs en ook scholen voor openbaar onderwijs werken al decennia lang op vrijwillige basis met een identiteitscommissie, met een eigen reglement. Daarom wordt in deze handreiking de identiteitscommissie die verbonden is aan de samenwerkingsschool genoemd: ‘identiteitscommissie samenwerkingsschool’. Indien er al een identiteitscommissie op vrijwillige basis is ingericht, dan verdient het aanbeveling deze commissie én haar eigen reglement te laten voortbestaan naast de identiteitscommissie samenwerkingsschool. De laatstgenoemde commissie heeft immers een eigen positie in de sectorwetten met wettelijke bevoegdheden. Voor reeds bestaande informele samenwerkingsscholen bestaat de mogelijkheid tot 1 augustus 2020 een verzoek tot omvorming tot een formele samenwerkingsschool in te dienen. Zij kunnen een beroep doen op de overgangsregeling in de wet. Hierover is meer te lezen in paragraaf 6. Voor een overzicht van de toepasselijke sectorwetten en specifieke bepalingen wordt verwezen naar bijlage 1. De regeling is vrijwel gelijk voor alle sectoren. Soms zijn er verschillen. Voor een overzicht van de verschillen in de toepasselijke sectorwetten wordt verwezen naar bijlage 2.
U treft de tekst van de wet aan in bijlage 3. Het bijzonder onderwijs heeft een grondslag of identiteit en deze termen worden in deze handreiking ten aanzien van het bijzonder onderwijs gebruikt. Het openbaar onderwijs heeft een openbaar karakter. De term ‘openbaar karakter’ is een van de kenmerken van het openbaar onderwijs in de onderwijswetten en is in de Grondwet en sectorwetten met waarborgen omkleed. Daarom wordt de term ‘openbaar karakter’ in deze handreiking gebruikt om de identiteit van het openbaar onderwijs aan te duiden. In de praktijk, in materiële zin, wordt de term identiteit ook in het openbaar onderwijs gebruikt. Voor informatie over de samenwerkingsschool en ondersteuning bij de vorming van een samenwerkingsschool kunt u zich wenden tot onder meer de profielorganisaties en de sectorraden.
3
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
2 Bepalingen over de samenwerkingsschool in de statuten 2.1. Algemeen
Drie scenario’s van de stichting met een samenwerkingsschool Uit de artikelen over de samenwerkingsschool en hun onderlinge verband in de desbetreffende sectorwetten blijkt dat een samenwerkingsschool door drie verschillende soorten stichtingen in stand kan worden gehouden. U kunt direct doorgaan naar het scenario dat voor u van toepassing is. Daar leest u aan welke eisen de statuten moeten voldoen.
De sectorwetten bevatten voorschriften voor rechtspersonen die een samenwerkingsschool in stand willen houden. Die voorschriften hoeven de rechtspersonen niet in hun statuten op te nemen. Ze gelden uit kracht van wet in ieder geval. Toch kan het duidelijk en praktisch zijn om deze voorschriften toch in de statuten op te nemen. Er zijn ook voorschriften over de samenwerkingsschool die de rechtspersonen verplichten een aantal bepalingen op te nemen in de statuten. In de handreiking is steeds aangegeven wat de wet vraagt, of de voorschriften moeten worden door vertaald dan wel of geadviseerd wordt ze door te vertalen in de statuten.
Scenario 1: Een samenwerkingsbestuur4 met ten minste een openbare school, ten minste een bijzondere school en een samenwerkingsschool. Zie paragraaf 3.1.
Deze handreiking gaat niet over alle regels ten aanzien van de samenwerkingsschool, maar vooral over die regels die de statuten betreffen.
Scenario 2: Een stichting voor openbaar onderwijs met ten minste een openbare school en ten minste een samenwerkingsschool. Zie paragraaf 3.2.
2.2 Stichting en drie scenario’s
Scenario 3: Een stichting voor bijzonder onderwijs met ten minste een bijzondere school en ten minste een samenwerkingsschool. Zie paragraaf 3.3.
Stichting verplicht Een samenwerkingsschool wordt volgens de wet bestuurd door een stichting. Andere rechtspersonen, zoals een vereniging of een openbare rechtspersoon, zijn niet mogelijk. Rechtspersonen die geen stichting zijn en een samenwerkingsschool willen besturen zullen zich moeten omvormen naar een stichting. Daarvoor is wijziging van de statuten noodzakelijk. Van dit wettelijk voorschrift kan niet worden afgeweken. De statuten zijn ingericht volgens de wettelijke voorschriften die gelden voor een stichting.
3 scenario’s bij de stichting van een samenwerkingsschool 1
2
3
Samenwerkingsbestuur met ten minste een openbare school, bijzondere school en samenwerkingsschool
Stichting voor openbaar onderwijs met ten minste een openbare school en ten minste een samenwerkingsschool
Stichting voor bijzonder onderwijs met ten minste een bijzondere school en ten minste een samenwerkingsschool
4
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
3 Uitwerking drie scenario’s van de stichting 3.1 Stichting samenwerkingsbestuur met samenwerkingsschool De stichting bestuurt minste een openbare school, ten minste een bijzondere school en een samenwerkingsschool. Naam van de stichting De wet bevat geen bepaling over de naam van de stichting die een samenwerkingsschool in stand houdt. In de naam hoeft dus ook niet tot uitdrukking te komen dat de stichting een samenwerkingsschool in stand houdt. Doel, grondslag en openbaar karakter De statuten van een stichting die een samenwerkingsschool in stand houden vermelden altijd dat de stichting ten minste een samenwerkingsschool als bedoeld in de wet bestuurt, waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Dit is een bepaling van dwingend recht. Van deze bepaling kan niet worden afgeweken. Wettelijk is bepaald dat een samenwerkingsschool toegankelijk is voor alle leerlingen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing: een samenwerkingsschool is dus algemeen toegankelijk.
5
De wet schrijft niet voor om deze bepaling in de statuten op te nemen. Het verdient wel aanbeveling deze wettelijke bepaling voor de samenwerkingsschool in de statuten op te nemen. Indien deze bepaling niet wordt opgenomen, dan geldt de algemene toegankelijkheid voor de samenwerkingsschool toch op grond van de wet. Tevens verdient het aanbeveling om op te nemen in de statuten: • Voor de openbare scholen: “Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.” • Voor de bijzondere scholen: “Het onderwijs aan de bijzondere school wordt gegeven op godsdienstige (bijvoorbeeld protestants-christelijk, rooms-katholiek, orthodox-islamitisch, liberaal-islamitisch etc.) of levensbeschouwelijke grondslag (bijvoorbeeld algemeen bijzonder, humanistisch of vrije scholen).’’ Opgenomen kan worden dat een specifieke eigen regeling van het desbetreffende bijzonder onderwijs van toepassing is. 5 Ook kan voor het bijzonder onderwijs het toelatingsbeleid voor de bijzondere scholen worden opgenomen. 6
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
Nadere uitwerking grondslag en openbaar karakter De wet schrijft voor dat in het schoolplan van de samenwerkingsschool wordt aangegeven op welke wijze door de in de statuten genoemde identiteitscommissie samenwerkingsschool invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool. Het verdient aanbeveling een dergelijke bepaling ook op te nemen in de statuten. Het verdient tevens aanbeveling een dergelijke tekst ook op te nemen voor de openbare en de bijzondere scholen en daartoe de volgende tekst op te nemen: ‘’In het schoolplan en de schoolgids wordt aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan het openbare karakter van de openbare scholen en de identiteit van de bijzondere scholen (hier kan het bijzonder onderwijs nader worden benoemd).
In het schoolplan van de openbare scholen wordt in ieder geval opgenomen dat de openbare scholen een openbaar karakter hebben en dat het onderwijs bijdraagt aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de verscheidenheid van die waarden.” De wet schrijft voor: ‘’Leerlingen op de openbare en de samenwerkingsscholen worden in de gelegenheid gesteld, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.‘’ 7 Het is aan de schoolbesturen of ze dit voorschrift ook in de statuten willen opnemen. Aanbevolen wordt om op te nemen in de statuten: “In het schoolplan van de bijzondere scholen wordt een specifieke regeling opgenomen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de grondslag van de bijzondere scholen (invullen naar gelang de grondslag).’’ Taakverwaarlozingregeling voor het openbaar onderwijs De wet bevat een taakverwaarlozingsregeling voor het openbaar onderwijs in de samenwerkingsschool. Dit is een bepaling van dwingend recht. De wet verplicht niet tot het opnemen van deze bepaling in de statuten. De bepaling is dezelfde als de taakverwaarlozingsregeling voor het openbaar onderwijs in de openbare scholen onder het samenwerkingsbestuur.
De tekst in de statuten luidt: ‘’In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool en de openbare school gevestigd is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking inzake de samenwerkingsschool wordt beëindigd op 1 augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit.’’ 8
6
Personeel De wet bevat geen expliciete bepaling voor het personeel dat werkzaam is aan een samenwerkingsschool. Dit neemt niet weg dat voor het personeel werkzaam aan een samenwerkingsschool wel degelijk bepalingen gelden en deze kunnen verschillen naar gelang de stichting naast de samenwerkingsschool ofwel bijzondere ofwel openbare scholen bestuurt. Het personeel in dienst van de stichting samenwerkingsbestuur met een samenwerkingsschool heeft een akte van benoeming. Aanbevolen wordt daarom in de statuten van een stichting samenwerkingsbestuur die een samenwerkingsschool in stand houdt op te nemen: Lid 1: “Bij de benoeming en het ontslag van personeel aan de samenwerkingsschool houdt het bestuur zoveel mogelijk rekening met een evenwichtige spreiding naar grondslag en openbaar karakter.” Lid 2: “Het personeel dat te werk is gesteld aan een openbare school en aan de samenwerkingsschool, voor zover het betreft openbaar onderwijs, is op gelijke voet benoembaar is.” Lid 3: “De stichting zal zich bij benoeming van de aan haar scholen voor bijzonder (desbetreffende) onderwijs te verbinden personeel ervan verzekeren dat het personeel de grondslag van de school en het doel van de stichting onderschrijft en loyaal zal meewerken aan de doelstellingen van het onderwijs, zoals die in de statuten en het schoolplan van de bijzondere school (hier de grondslag opnemen) zijn omschreven.” Lid
4: “Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de (desbetreffende) grondslag onderscheidenlijk het openbare karakter van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid.’’ Boekjaar en jaarstukken De wet bevat het voorschrift: ‘’Het bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de door de stichting bestuurde school waarin openbaar onderwijs wordt gegeven gevestigd is over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Dit verslag wordt bekendgemaakt.” Deze bepaling gaat zowel over de samenwerkingsschool als de openbare school. Het is niet verplicht deze bepaling in de statuten op te nemen, maar het wordt wel aanbevolen. Statutenwijziging, juridische fusie en juridische splitsing De wet bevat de volgende voorschriften: 1. De wijziging van de statuten voor zover die statuten betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie samenwerkingsschool, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en deze commissie daartoe gezamenlijk besluiten. 2. Overdracht of fusie van de samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is. 3.
Op een besluit tot opheffing van de samenwerkingsschool is het bepaalde in artikel 159, lid 2, van de WPO van overeenkomstige toepassing.9
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
Deze voorschriften gaan over belangrijke besluiten, zodat het sterk aanbevolen wordt – mede vanwege de kenbaarheid – deze voorschriften op te nemen in de statuten. Overigens wordt ook sterk aanbevolen de besluiten tot statutenwijziging voor het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs op te nemen in de statuten: ‘’De statuten van de stichting kunnen slechts kunnen worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de school waar openbaar onderwijs wordt gegeven gevestigd is. Instemming kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet verzekerd is voor zover het openbaar onderwijs betreft.’’ Tevens worden hier specifieke advies- of instemmingsrechten opgenomen ten aanzien van de bepaalde artikelen in de statuten, voor zover het een bepaalde grondslag van het bijzonder onderwijs betreft. N.B.: uiteraard dienen de statuten ook te voldoen aan de voorschriften in de onderwijswetten over ‘’Bestuurlijke fusie openbare en bijzondere scholen’’.
3.2 Stichting voor openbaar onderwijs met samenwerkingsschool De stichting bestuurt ten minste een openbare school en ten minste een samenwerkingsschool. Naam van de stichting De wet bevat geen bepaling over de naam van de stichting die een samenwerkingsschool in stand houdt. In de naam hoeft dus ook niet tot uitdrukking te komen dat de stichting een samenwerkingsschool in stand houdt. Doel, grondslag en openbaar karakter De statuten van een stichting die een samenwerkingsschool in stand houden vermelden altijd dat de stichting ten minste een samenwerkingsschool als bedoeld in de wet bestuurt, waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Dit is een bepaling van dwingend recht. Van deze bepaling kan niet worden afgeweken. Wettelijk is bepaald dat een samenwerkingsschool toegankelijk is voor alle leerlingen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing: een samenwerkingsschool is dus algemeen toegankelijk. De wet schrijft niet voor om deze bepaling in de statuten op te nemen. Het verdient aanbeveling deze wettelijke bepaling voor de samenwerkingsschool in de statuten op te nemen. Indien deze bepaling niet wordt opgenomen, dan geldt de algemene toegankelijkheid voor de samenwerkingsschool toch op grond van de wet.
Tevens verdient het aanbeveling om op te nemen in de statuten: “Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.”
7
Nadere uitwerking grondslag en openbaar karakter De wet schrijft voor dat in het schoolplan van de samenwerkingsschool wordt aangegeven op welke wijze door de in de statuten genoemde identiteitscommissie samenwerkingsschool invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool. Het verdient aanbeveling een dergelijke bepaling ook op te nemen in de statuten. Het verdient tevens aanbeveling een dergelijke tekst ook op te nemen voor de openbare scholen en daartoe de volgende tekst op te nemen: “In het schoolplan en de schoolgids wordt aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan het openbare karakter van de openbare scholen.
In het schoolplan van de openbare scholen wordt in ieder geval opgenomen dat de openbare scholen een openbaar karakter hebben en dat het onderwijs bijdraagt aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de verscheidenheid van die waarden.’’ De wet schrijft voor: ‘’Leerlingen op de openbare en de samenwerkingsscholen worden in de gelegenheid gesteld, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.‘’ 10 Het is aan de schoolbesturen of ze dit voorschrift ook in de statuten willen opnemen. Taakverwaarlozingregeling voor het openbaar onderwijs De wet bevat een taakverwaarlozingsregeling voor het openbaar onderwijs in de samenwerkingsschool. Dit is een bepaling van dwingend recht. De wet verplicht niet tot het opnemen van deze bepaling in de statuten. De taakverwaarlozingsregeling voor de samenwerkingsschool is een andere dan de taakverwaarlozingsregeling voor openbare scholen.
Geadviseerd wordt beide in de statuten te vermelden: ‘’In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet: a. zijn de gemeenteraad of de gemeenteraden bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de openbare scholen en zo nodig te stichting te ontbinden; b. neemt de gemeenteraad van gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking inzake de samenwerkingsschool wordt beëindigd op 1 augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit.’’ 11 Personeel De wet bevat geen expliciete bepaling voor het personeel dat werkzaam is aan een samenwerkingsschool. Dit neemt niet weg dat voor het personeel werkzaam aan een samenwerkingsschool wel degelijk bepalingen gelden en deze kunnen verschillen naar gelang de stichting naast de samenwerkingsschool ofwel
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
bijzondere ofwel openbare scholen bestuurt. Het personeel in dienst van een stichting voor openbaar onderwijs met een samenwerkingsschool heeft een akte van aanstelling. Aanbevolen wordt daarom in de statuten van een stichting voor openbaar onderwijs op te nemen: Lid 1: “Bij de benoeming en het ontslag van personeel aan de samenwerkingsschool houdt het bestuur zoveel mogelijk rekening met een evenwichtige spreiding naar grondslag en openbaar karakter.” Lid 2: “Het personeel dat te werk is gesteld aan een openbare school en aan de samenwerkingsschool, voor zover het betreft openbaar onderwijs, is op gelijke voet benoembaar is.” Lid 3: “Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de grondslag onderscheidenlijk het openbare karakter van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid.’’ Boekjaar en jaarstukken De wet bevat het voorschrift: ‘’Het bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de door de stichting bestuurde school waarin openbaar onderwijs wordt gegeven (dus zowel de samenwerkingsschool als de openbare school) gevestigd is over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs.
Dit verslag wordt bekendgemaakt.‘’ Deze bepaling gaat zowel over de samenwerkingsschool als de openbare school. Het is niet verplicht deze bepaling in de statuten op te nemen. Maar het wordt wel aan bevolen.
8
Statutenwijziging, juridische fusie en juridische splitsing De wet bevat de volgende voorschriften: 1. De wijziging van de statuten voor zover die statuten betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie samenwerkingsschool, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en deze commissie daartoe gezamenlijk besluiten. 2. Overdracht of fusie van de samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is. 3. Op een besluit tot opheffing van de samenwerkingsschool is het bepaalde in artikel 159, lid 2, van de WPO van overeenkomstige toepassing.12 Deze voorschriften gaan over belangrijke besluiten, zodat het sterk aanbevolen wordt – mede vanwege de kenbaarheid – deze voorschriften op te nemen in de statuten. Overigens wordt ook sterk aanbevolen de besluiten tot statutenwijziging voor het openbaar onderwijs op te nemen in de statuten: ‘’De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden.’’ N.B.: uiteraard dienen de statuten ook te voldoen aan de voorschriften in de onderwijswetten over ‘’Instandhouding openbare school door een stichting”.
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
3.3 Stichting voor bijzonder onderwijs met samenwerkingsschool De stichting bestuurt minste een bijzondere school en ten minste een samenwerkingsschool. Naam van de stichting De wet bevat geen bepaling over de naam van de stichting die een samenwerkingsschool in stand houdt. In de naam hoeft dus ook niet tot uitdrukking te komen dat de stichting een samenwerkingsschool in stand houdt. Doel, grondslag en openbaar karakter De statuten van een stichting die een samenwerkingsschool in stand houden vermelden altijd dat de stichting ten minste een samenwerkingsschool als bedoeld in de wet bestuurt, waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Dit is een bepaling van dwingend recht. Van deze bepaling kan niet worden afgeweken. Wettelijk is bepaald dat een samenwerkingsschool toegankelijk is voor alle leerlingen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing: een samenwerkingsschool is dus algemeen toegankelijk. De wet schrijft niet voor om deze bepaling in de statuten op te nemen. Het verdient aanbeveling deze wettelijke bepaling voor de samenwerkingsschool in de statuten op te nemen. Indien deze bepaling niet wordt opgenomen, dan geldt de algemene toegankelijkheid voor de samenwerkingsschool toch op grond van de wet.
Tevens verdient het aanbeveling om op te nemen in de statuten: “Het onderwijs aan de bijzondere school wordt gegeven op godsdienstige (bijvoorbeeld protestants-christelijk, roomskatholiek, orthodox-islamitisch, liberaal-islamitisch etc.) of levensbeschouwelijke grondslag (bijvoorbeeld algemeen bijzonder, humanistisch of vrije scholen).’’ Opgenomen kan worden dat een specifieke eigen regeling van het bijzonder onderwijs van toepassing is. Ook kan voor het bijzonder onderwijs het toelatingsbeleid voor de bijzondere scholen worden opgenomen. 13 Nadere uitwerking grondslag en openbaar karakter De wet schrijft voor dat in het schoolplan van de samenwerkingsschool wordt aangegeven op welke wijze door de in de statuten genoemde identiteitscommissie samenwerkingsschool invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool. Het verdient aanbeveling een dergelijke bepaling ook op te nemen in de statuten. Het verdient tevens aanbeveling een dergelijke tekst ook op te nemen voor de bijzondere scholen: ‘’In het schoolplan en de schoolgids wordt aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de bijzondere scholen (hier kan het bijzonder onderwijs nader worden benoemd).”
9
De wet schrijft voor: ‘’Leerlingen op de samenwerkingsscholen worden in de gelegenheid, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijke vormingsonderwijs te ontvangen.” 14 Het is aan de schoolbesturen of ze dit voorschrift in de statuten willen opnemen. Taakverwaarlozingregeling voor het openbaar onderwijs De wet bevat een taakverwaarlozingsregeling voor het openbaar onderwijs in de samenwerkingsschool. Dit is een bepaling van dwingend recht. De wet verplicht niet tot het opnemen van deze bepaling in de statuten. Geadviseerd wordt deze regeling wel op te nemen voor de samenwerkingsschool: ‘’In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet neemt de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking inzake de samenwerkingsschool wordt beëindigd op 1 augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit.’’ 15 Personeel De wet bevat geen expliciete bepaling voor het personeel dat werkzaam is aan een samenwerkingsschool.
Dit neemt niet weg dat voor het personeel werkzaam aan een samenwerkingsschool wel degelijk bepalingen gelden en deze kunnen verschillen naar gelang de stichting naast de samenwerkingsschool ofwel bijzondere ofwel openbare scholen bestuurt. Het personeel in dienst van een stichting voor bijzonder onderwijs met een samenwerkingsschool heeft een akte van benoeming. Aanbevolen wordt in de statuten van een stichting voor bijzonder onderwijs met samenwerkingsschool op te nemen: Lid 1: “Bij de benoeming en het ontslag van personeel aan de samenwerkingsschool houdt het bestuur zoveel mogelijk rekening met een evenwichtige spreiding naar grondslag en openbaar karakter.” Lid 2: “De stichting zal zich bij benoeming van de aan haar scholen voor bijzonder onderwijs (hier de grondslag opnemen) te verbinden personeel ervan verzekeren dat het personeel de grondslag van de school en het doel van de stichting onderschrijft en loyaal zal meewerken aan de doelstellingen van het onderwijs, zoals die in de statuten en het schoolplan van de scholen voor bijzonder onderwijs zijn omschreven. “ Lid 3: “Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de grondslag onderscheidenlijk het openbare karakter van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid.’’
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
Boekjaar en jaarstukken De wet bevat het voorschrift: ‘’Het bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de door de stichting bestuurde samenwerkingsschool waarin openbaar onderwijs wordt gegeven gevestigd is over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Dit verslag wordt bekendgemaakt.‘’ Het is niet verplicht deze bepaling in de statuten op te nemen, maar wordt wel aanbevolen. Statutenwijziging, juridische fusie en juridische splitsing De wet bevat de volgende voorschriften: 1. De wijziging van de statuten voor zover die statuten betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie samenwerkingsschool, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezagen deze commissie daartoe gezamenlijk besluiten. Wijziging van de regeling over de identiteitscommissie samenwerkingsschool in de statuten kan uitsluitend tot stand komen met instemming van de gemeenteraad van de gemeente
10
waarin de samenwerkingsschool is gevestigd. Instemming kan slecht worden onthouden door de gemeenteraad indien overheersende invloed van de overheid in de identiteitscommissie samenwerkingsschool niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs binnen de samenwerkingsschool betreft. 2. Overdracht of fusie van de samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is. 3. Op een besluit tot opheffing van de samenwerkingsschool is het bepaalde in artikel 159, lid 2, van de WPO van overeenkomstige toepassing. 16 Deze voorschriften gaan over belangrijke besluiten, zodat het sterk aanbevolen wordt – mede vanwege de kenbaarheid – deze voorschriften op te nemen in de statuten. Tevens worden hier specifieke advies- of instemmingsrechten opgenomen ten aanzien van de bepaalde artikelen in de statuten, vaak ten aanzien van artikelen die gaan over de grondslag of de identiteit van het bijzonder onderwijs.
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
4 Identiteitscommissie samenwerkingsschool De wet schrijft voor dat aan een samenwerkingsschool een identiteitscommissie is verbonden. De identiteitscommissie samenwerkingsschool heeft wettelijke bevoegdheden. Daarom is het sterk aanbevolen in de statuten van de stichting op te nemen: “Indien de stichting een samenwerkingsschool als bedoeld in de [hier de desbetreffende sectorwet(ten) invullen] bestuurt, dan kent de stichting een identiteitscommissie samenwerkingsschool.’’ Tevens schrijft de wet voor dat de statuten van een stichting die een samenwerkingsschool in de zin van wet in stand houdt een regeling bevat over de identiteitscommissie samenwerkingsschool waarin in ieder geval zijn vastgelegd: • De samenstelling; • De benoeming, herbenoeming, ontslag en duur van de benoeming; • De werkwijze; • De inrichting; • De bevoegdheden; en • De voorziening voor het beslechten van geschillen17 tussen bevoegd gezag en de identiteitscommissie.
11
De wet bepaalt de taken van de identiteitscommissie samenwerkingsschool. Niet is expliciet voorgeschreven deze taken op te nemen in de statuten, maar uit de parlementair behandeling volgt dit wél.18 Wellicht ten overvloede, wordt hier nogmaals vermeld, dat indien de taken niet worden opgenomen, ze toch gelden. Vanwege de kenbaarheid verdient het sterk aanbeveling deze taken toch op te nemen in de statuten. “De identiteitscommissie samenwerkingsschool is belast met: a. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van het bestuur en de directeur (PO en speciaal onderwijs) / rector, directeur of centrale directie (VO) over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool; b. Het doen van voorstellen over aangelegenheden bedoeld onder a.” De wet bepaalt dat bij de samenstelling van de identiteits commissie sprake is van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs.
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
5 Algemene toelichting identiteitscommissie samenwerkingsschool De identiteitscommissie samenwerkingsschool is een adviescommissie van het bestuur en de directie. Een evenwichtig samengestelde identiteitscommissie vormt de spil als het gaat om de vormgeving van en het toezicht op de identiteit van het bijzonder onderwijs en het openbaar karakter van de samenwerkingsschool.19 Het gaat bij deze commissie over voorstellen over de aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop de feitelijke invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit op schoolniveau van de samenwerkingsschool. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan keuzes voor lesmethodes en de vormgeving van vieringen en dagopeningen op de samenwerkingsschool. 20 Ook kan het gaan om voorstellen over de vermelding in het schoolplan en in de schoolgids over de wijze waarop de identiteitscommissie samenwerkingsschool invulling geeft aan het openbaar karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft de samenwerkingsschool. In de identiteitscommissie wordt de gelijkwaardigheid van openbaar en bijzonder onderwijs geborgd. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie samenwerkingsschool is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. De wetgever laat het aan de scholen en hun besturen wat onder evenwichtig moet worden verstaan.
12
De leden van de commissie kunnen afkomstig zijn uit ouders en personeel van de samenwerkingsschool. Ze kunnen worden benoemd door het bestuur voor een bepaalde periode en kunnen één of meer keren worden herbenoemd worden. De commissie kan haar eigen werkwijze nader regelen in een door het bestuur vast te stellen reglement, dat de goedkeuring behoeft van de interne toezichthouder van de stichting en met inachtneming van het in de wet bepaalde. Het reglement van de identiteitscommissie samenwerkingsschool mag niet in strijd zijn met de wet. Personeel De regering heeft tijdens de parlementaire behandeling bericht21 dat in de samenwerkingsschool personeel met een specifieke levensbeschouwelijke achtergrond mag worden benoemd. Voor zover dit personeel ingezet wordt om bijzonder onderwijs te geven, dat is gekleurd naar dezelfde levensovertuiging als van het desbetreffende personeelslid, is er in een dergelijk geval sprake van een functionele competentie, waardoor deze persoon zich in bijzondere mate kwalificeert voor zijn of haar functie. Voor het openbaar onderwijs dat op een samenwerkingsschool wordt verzorgd geldt het grondwettelijk beginsel van gelijke behandeling en benoembaarheid van personeel voor het openbare karakter van de samenwerkingsschool (op gelijke voet benoembaar).
Het personeel dat werkt op een samenwerkingsschool van een stichting openbaar onderwijs heeft een aanstelling en heeft de ambtenarenstatus totdat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren inwerking treedt. De datum van inwerkingtreding is nog niet bekend.
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
6 Overgangsbepaling informele samenwerkingsscholen De overgangsregeling bevat een tijdelijke regeling voor bestaande informele samenwerkingsscholen: 1. De regeling geldt voor een bijzondere school die op of na 1 juni 2006 is samengevoegd met een openbare school of andersom. 2. Een dergelijke school kan tot 1 augustus 2020 een verzoek bij de minister indienen om voor bekostiging in aanmerking te komen voor de omvorming tot een formele samenwerkingsschool (in de zin van de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool). 3. Toetsing: Het verzoek tot bekostiging wordt ingewilligd, indien ten tijde van de samenvoeging werd voldaan aan de eisen in de eerste drie leden van het artikel over de samenwerkingsschool in de sectorwetten, zoals: • Er moet sprake zijn van een stichting; • Het moet gaan om een stichting waarvan in ieder geval het statutaire doel in ieder geval is het in stand houden van een samenwerkingsschool. De wetgever bedoelt hier de samenwerkingsschool als bedoeld in de nieuwe wet. • De stichting moet het doel van de stichting aanpassen: het in stand houden van een samenwerkingsschool (in de zin van de wet);
13
• Er moet sprake moet zijn geweest van een s amenvoeging van een openbare en een bijzondere school op of na 1 juni 2006; • De betrokken scholen zijn minstens zes schooljaren bekostigd (WPO en WEC) of de betrokken schoolgemeenschappen omvatten alle leerjaren (WVO); • Met de totstandkoming van de school kon de continuïteit van het openbaar en bijzonder onderwijs gehandhaafd blijven; wanneer daarvan sprake is, is in de wet bepaald; • De stichting die de informele samenwerkingsschool wil omvormen tot een formele samenwerkingsschool zal ook aan de overige voorwaarden voor bekostiging van de samenwerkingsschool moeten voldoen. Niet alleen het wijzigen van de statuten, maar ook het opnemen van de regeling over de identiteitscommissie samenwerkingsschool en het aanpassen van het schoolplan en de schoolgids aan de voorwaarden. De overgangsregeling eindigt met ingang van 1 augustus 2023.
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
Eindnoten 1 Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool, Stb. 2017, 327. Besluit van 12 oktober 2017 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 19 augustus 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen, Stb. 2017, 399. 2 Kamerstukken I, 2016/17, 34 512, L 3 Onder fusie wordt verstaan institutionele fusie tussen twee (of meer) scholen, waarbij twee scholen in elkaar opgaan. 4 De term samenwerkingsbestuur wordt in de praktijk gebruikt om een stichting aan te duiden die tot stand is gekomen op grond van de bepaling in de sectorwetten over bestuurlijke fusie tussen openbare en bijzondere scholen (artikel 17 WPO, artikel 28 WEC en artikel 53c WVO). In de wetsgeschiedenis van deze bepalingen wordt de term samenwerkingsbestuur gebruikt (Handelingen I, 1997/98, 24137, nr. 28, p. 1428). 5 Hierbij kan worden gedacht aan eigen regelingen van organisaties of kerkgenootschappen. 6 Dit is niet wettelijk verplicht. Het bijzonder onderwijs kan eisen stellen aan het toelatingsbeleid. Het toelatingsbeleid kan statutair worden vastgelegd en/of (nader) in het stichtingsbeleid worden bepaald. 7 Wet van 6 juni 2017, houdende wijziging van de WPO en de WEC ten einde levensbeschouwelijk onderwijs en godsdienstonderwijs op openbare scholen te bekostigen, Stb. 2017, 289.
8 De laatste volzin komt niet in de WVO voor. 9 Artikel 17d lid 12 WPO. Deze bepaling heeft alleen betrekking op het openbaar onderwijs in de samenwerkingsschool primair onderwijs. De andere sectorwetten kennen een dergelijke regeling niet. 10 Zie noot 8. 11 De laatste volzin komt niet in de WVO voor. 12 Zie noot 10. 13 Zie noot 7. 14 Zie noot 8. 15 Zie noot 9. 16 Zie noot 10. 17 De wetgever heeft zich niet uitgesproken over de vraag of de voorziening een eigen regeling betreft of een regeling van de landelijke commissies. 18 Anders Minister Dekker, Kamerstukken I, 2016/17, 34152, item I, p. 11. 19 Kamerstukken I, 2016/17, 34152, G, p. 11. 20 Kamerstukken II, 2016/17, 34512, 3, p. 20. 21 Kamerstukken II, 2016/17, 34512, 6, p. 26.
14
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
Bijlage 1 Matrix wettelijke bepalingen Matrix wettelijke bepalingen (sws = samenwerkingsschool) Sector
(Speciaal) basisonderwijs
(Voortgezet) speciaal onderwijs
Voortgezet onderwijs
Sectorwet
Wet op het primair onderwijs (WPO)
Wet op de expertisecentra (WEC)
Wet op het voortgezet onderwijs (WVO)
Vorming
17d
28j
53d
Instandhouding sws door stichting samenwerkingsbestuur
17
28
53c
Instandhouding sws door stichting voor openbaar onderwijs
48
51
42b
Instandhouding sws door stichting voor bijzonder onderwijs
55
57
49
Overgangsrecht informele sws
194d
178e
118dd
64a, lid 2, onderdeel c
66a, lid 2
53f, lid 3
Fusietoets
15
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
Bijlage 2 Matrix sectorale verschillen vorming samenwerkingsschool Art. 17d lid 2 en 3 WPO
Art. 28j lid 2 en3 WEC
Art. 53d lid 2 en 3 WVO
De sws kan uitsluitend tot stand komen
De sws kan uitsluitend tot stand komen
De sws kan uitsluitend tot stand komen
indien:
indien:
indien:
Door totstandkoming van de
Door totstandkoming van de
Door totstandkoming van de
samenwerkingsschool blijft de continuïteit
samenwerkingsschool blijft de continuïteit
samenwerkingsschool blijft de continuïteit
van het openbaar of bijzonder onderwijs
van het openbaar of bijzonder onderwijs
van het openbaar of bijzonder onderwijs
gehandhaafd. Daarvoor dient één van de
gehandhaafd. Daarvoor dient één van de
gehandhaafd doordat één van de
betrokken scholen op 1 oktober van het
betrokken scholen op 1 oktober van het
betrokken scholen op 1 oktober van het
eerste of tweede schooljaar voorafgaand
eerste of tweede schooljaar voorafgaand
eerste of tweede schooljaar voorafgaand
aan de fusiedatum te zijn bezocht door een
aan de fusiedatum te zijn bezocht door ten
aan de fusiedatum werd bezocht door een
aantal leerlingen dat ten hoogste gelijk is
hoogste het aantal leerlingen:
aantal leerlingen gelijk aan of minder dan:
aan de opheffingsnorm, verhoogd met de
a. D e school voor speciaal onderwijs:
a. 1 20 leerlingen voor praktijkonderwijs;
uitkomst van de formule 67,797 – (0,339 x de opheffingsnorm), met een maximum
40 leerlingen; b. D e school voor voortgezet speciaal
van 200 leerlingen. De uitkomst van de
onderwijs: 32 leerlingen;
berekening wordt afgerond, waarbij de
c. De school voor speciaal en voortgezet
decimalen worden verwaarloosd indien
speciaal onderwijs: 55 leerlingen;
het eerste cijfer achter de komma kleiner
d. D e afdeling: 10 leerlingen.
b. 2 60 leerlingen voor voorbereidend beroepsonderwijs met één profiel; c. 1 60 leerlingen per profiel voor voorbereidend beroepsonderwijs met twee of meer profielen; d. 4 /3 van het aantal leerlingen voor de overige scholen dat voor de
is dan 5 en waarbij de decimalen worden verwaarloosd en het getal verhoogd
Tot het aantal leerlingen bedoeld onder
met 1 indien het eerste cijfer achter de
c behoren ten minste 14 leerlingen die in
komma gelijk is aan of groter is dan 5.
aanmerking komen voor het volgen van
desbetreffende schoolsoort is genoemd in artikel 107, eerste lid onder e; e. 3 /2 van het aantal leerlingen genoemd
voortgezet speciaal onderwijs. De uitkomst
in artikel 107, tweede lid, voor
van de berekening wordt afgerond, waarbij
praktijkonderwijs, middelbaar algemeen
de decimalen worden verwaarloosd indien
voortgezet onderwijs en hoger algemeen
het eerste cijfer achter de komma kleiner
voortgezet onderwijs binnen een
is dan 5 en waarbij de decimalen worden
scholengemeenschap;
verwaarloosd en het getal verhoogd met
f. 130 leerlingen voor een afdeling voor
1 indien het eerste cijfer achter de komma
hoger algemeen voortgezet onderwijs
gelijk is aan of groter is dan 5.
binnen een scholengemeenschap; g. 293 leerlingen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs binnen een scholengemeenschap; en h. voor scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs binnen een scholengemeenschap: 1° 195 leerlingen voor een school met één profiel als bedoeld in 10b, derde lid; 2° 120 leerlingen per profiel voor een school met twee of meer profielen als bedoeld in 10b, derde lid.
De betrokken scholen zijn ten minste zes
De betrokken scholen zijn ten minste zes
De betrokken scholen en scholengemeen
schooljaren bekostigd.
schooljaren bekostigd.
schappen omvatten alle leerjaren.
16
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
Bijlage 3 Tekst van de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool 327 Wet van 19 augustus 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen (Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wegens leerlingen-daling noodzakelijk is om de vorming van samenwerkingsscholen te vereenvoudigen; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 12, eerste lid, wordt «invulling wordt gegeven aan» vervangen door: de identiteitscommissie, bedoeld in artikel 17d, invulling geeft aan. B In artikel 13, eerste lid, onderdeel l, wordt «invulling wordt gegeven aan» vervangen door: de identiteitscommissie, bedoeld in artikel 17d, invulling geeft aan. C Na artikel 17, negende lid, wordt een lid toegevoegd, luidende: 10.
Indien de laatste afzonderlijke openbare school en de laatste afzonderlijke bijzondere school die door de stichting in stand worden gehouden, zijn gefuseerd tot een samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 17d kan de instandhouding van die samenwerkingsschool opgedragen blijven aan de stichting. D Artikel 17d komt als volgt te luiden Artikel 17d. Samenwerkingsschool 1. Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand
17
komen door samenvoeging van één of meer openbare scholen met één of meer bijzondere scholen en wordt in stand gehouden door een stichting, een stichting als bedoeld in artikel 17 of een stichting als bedoeld in artikel 48 waarvan het statutaire doel in ieder geval is het in stand houden van een samenwerkingsschool. De artikelen 49 en 56 zijn van overeenkomstige toepassing. 2. Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand komen indien: a. m et die totstandkoming van de samenwerkingsschool de continuïteit van het openbaar of bijzonder onderwijs gehandhaafd kan blijven; en b. d e betrokken scholen ten minste zes schooljaren zijn bekostigd. 3. Van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is sprake indien één van de betrokken scholen op 1 oktober van het eerste of tweede schooljaar voorafgaand aan de fusiedatum werd bezocht door een aantal leerlingen dat ten hoogste gelijk is aan de opheffingsnorm, bedoeld in artikel 154, verhoogd met de uitkomst van de formule 67,797 – (0,339 x de opheffingsnorm), met een maximum van 200 leerlingen. De uitkomst van de berekening wordt afgerond overeenkomstig artikel 154, tweede volzin. 4. Samenwerkingsscholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 5. Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden.
6. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag en de directeur over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin. 7. De statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt, voorzien in een regeling over de identiteitscommissie waarin in ieder geval de samenstelling, benoeming, herbenoeming, ontslag, duur van de benoeming, werkwijze, inrichting en bevoegdheden van de identiteitscommissie zijn vastgelegd alsmede een voorziening voor het beslechten van geschillen tussen het bevoegd gezag en de identiteitscommissie. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. 8. Wijziging van de statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt voor zover die betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en de identiteitscommissie daartoe gezamenlijk besluiten. Indien het een stichting betreft anders dan een stichting als bedoeld in artikel 17 en anders
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
dan bedoeld in artikel 48, kan een wijziging als bedoeld in de eerste volzin uitsluitend tot stand komen met instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is. Instemming kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in de identiteitscommissie niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs binnen de samenwerkingsschool betreft. 9. De stichting anders dan een stichting als bedoeld in artikel 17 en anders dan bedoeld in artikel 48 brengt jaarlijks aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is verslag uit over de werkzaamheden waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt. 10. De voorschriften van deze wet en van andere wetten die het primair onderwijs betreffen, alsmede de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die voorschriften en regelingen betrekking hebben op een bijzondere school, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsschool als bedoeld in het eerste lid, tenzij het tegendeel blijkt.
11. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking wordt beëindigd op 1 augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit. 12. Artikel 159, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. 13. Overdracht of fusie van de samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is.
G Artikel 64c wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid. 2. In het tweede lid (nieuw) wordt «bedoeld in het eerste en tweede lid» vervangen door: bedoeld in het eerste lid. H Na artikel 194c wordt ingevoegd: Artikel 194d. Overgangsrecht informele samenwerkingsscholen 1. Een school voor bijzonder onderwijs die op of na 1 juni 2006 is samengevoegd met een school voor openbaar onderwijs dan wel een school voor openbaar onderwijs die op of na 1 juni 2006 is samengevoegd met een school voor bijzonder onderwijs kan voor bekostiging in aanmerking worden gebracht als samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 17d. 2. Een verzoek om voor bekostiging in aanmerking te worden gebracht als samenwerkingsschool wordt uiterlijk twee volledige schooljaren na inwerkingtreding van de wet van tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen (Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool) ingediend bij Onze minister. 3. Onze minister willigt het verzoek in indien ten tijde van de samenvoeging werd voldaan aan artikel 17d, eerste tot en met derde lid, zoals dat artikel luidt na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van de in het tweede lid genoemde wet.
4. Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus van het vijfde schooljaar na inwerkingtreding van de in het tweede lid genoemde wet. ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET OP DE EXPERTISECENTRA De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:
E Artikel 48, vierde lid, komt als volgt te luiden: Onverminderd artikel 17d, eerste lid, is het statutaire doel van de stichting uitsluitend het geven van openbaar onderwijs overeenkomstig artikel 46. Ea Onder plaatsing van de aanduiding «1.» voor de huidige tekst van artikel 50 wordt aan dat artikel een lid toegevoegd, luidende: 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op samenwerkingsscholen als bedoeld in artikel 17d. F Artikel 64a, tweede lid, komt als volgt te luiden: 2. De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, is niet vereist voor: a. e en institutionele fusie waarbij het totaal aantal leerlingen van de betrokken scholen minder dan 500 bedraagt; b. e en bestuurlijke fusie waarbij het aantal betrokken scholen minder dan tien bedraagt; of c. d e bestuurlijke en institutionele fusie die noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van de samenwerkingsschool, bedoeld in artikel 17d, eerste lid.
18
A In artikel 21, eerste lid, wordt «invulling wordt gegeven aan» vervangen door: de identiteitscommissie, bedoeld in artikel 28j, invulling geeft aan. B In artikel 22, eerste lid, onderdeel j, wordt «invulling wordt gegeven aan» vervangen door: de identiteitscommissie, bedoeld in artikel 28j, invulling geeft aan. C Aan artikel 28 wordt een lid toegevoegd, luidende: 10. Indien de laatste afzonderlijke openbare school en de laatste afzonderlijke bijzondere school die door de stichting in stand worden gehouden, zijn gefuseerd tot een samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 28j kan de instandhouding van die samenwerkingsschool opgedragen blijven aan de stichting.
HAND R EIK IN G SA M ENW ER K IN GSSCH O O L
D Artikel 28j komt als volgt te luiden: Artikel 28j. Samenwerkingsschool 1. Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand komen door samenvoeging van één of meer openbare scholen met één of meer bijzondere scholen en wordt in stand gehouden door een stichting, een stichting als bedoeld in artikel 28 of een stichting als bedoeld in artikel 51 waarvan het statutaire doel in ieder geval is het in stand houden van een samenwerkingsschool. De artikelen 52 en 58 zijn van overeenkomstige toepassing. 2. Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand komen indien: a. met die totstandkoming van de samenwerkingsschool de continuïteit van het openbaar of bijzonder onderwijs gehandhaafd kan blijven; en b. de betrokken scholen ten minste zes schooljaren zijn bekostigd. 3. Van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is sprake indien één van de betrokken scholen op 1 oktober van het eerste of tweede schooljaar voorafgaand aan de fusiedatum werd bezocht door ten hoogste het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 83, tweede lid.
De uitkomst van de berekening wordt afgerond, waarbij de decimalen worden verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5 en waarbij de decimalen worden verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5. 4. Samenwerkingsscholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 5. Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden. 6. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag en de directeur over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin. 7. De statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt, voorzien in een regeling over de identiteitscommissie waarin in ieder geval de samenstelling, benoeming, herbenoeming, ontslag, duur van de benoeming, werkwijze, inrichting en bevoegdheden van de identiteitscommissie zijn vastgelegd alsmede een voorziening voor het beslechten van geschillen tussen het bevoegd gezag en de identiteitscommissie. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs.
8. Wijziging van de statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt voor zover die betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en de identiteitscommissie daartoe gezamenlijk besluiten. Indien het een stichting betreft anders dan een stichting als bedoeld in artikel 28 en anders
19
dan bedoeld in artikel 51, kan een wijziging als bedoeld in de eerste volzin uitsluitend tot stand komen met instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is. Instemming kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in de identiteitscommissie niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs binnen de samenwerkingsschool betreft. 9. De stichting anders dan een stichting als bedoeld in artikel 28 en anders dan bedoeld in artikel 51 brengt jaarlijks aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is, verslag uit over de werkzaamheden waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt. 10. De voorschriften van deze wet en van andere wetten die het speciaal of voortgezet speciaal onderwijs betreffen, alsmede de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die voorschriften en regelingen betrekking hebben op een bijzondere school, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsschool als bedoeld in het eerste lid, tenzij het tegendeel blijkt.
11. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking wordt beëindigd op 1 augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit. 12. Overdracht, opheffing of fusie van de samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is. E Artikel 51, vierde lid, komt als volgt te luiden: Onverminderd artikel 28j, eerste lid, is het statutaire doel van de stichting uitsluitend het geven van openbaar onderwijs overeenkomstig artikel 49. Ea Onder plaatsing van de aanduiding «1.» voor de huidige tekst van artikel 53 wordt aan dat artikel een lid toegevoegd, luidende: 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op samenwerkingsscholen als bedoeld in artikel 28j. F Artikel 66a wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 2. Na het eerste lid, wordt een lid toegevoegd, luidende: 2.