CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B3. BP Noord-Linschoterzandweg 60 Snelrewaard toelichting en regels versie 30-05-2022.pdf

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente OudewaterBij agendapunt: 8: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 & 61 (070755)24.398 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan NOORD-LINSCHOTERZANDWEG 60 EN 61, SNELREWAARD Gemeente Oudewater

STATUS:

VASTGESTELD

DATUM:

30 mei 2022

IMRO IDN:

NL.IMRO.0589.bpnrdlinschzandw60-VA01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER Promad B.V. Elzenweg 34 3421 TT Oudewater

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 7 april 2021 19 november 2021 8 februari 2022 30 mei 2022

VERSIE 2e versie 4e versie 2e versie 1e versie

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

4

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende beheersverordening 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren

11 11 12

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid 4.4 Conclusie

15 15 17 20 25

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleid Rijk en provincie 5.3 Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden 5.4 Waterhuishouding

27 27 27 28 29

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

33 33 43 46 49

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

51 51 51 51 54

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

55 55

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen

57 57 57 57

Regels

59

Toelichting

5

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

60 60 64

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Tuin Water Wonen Waarde - Archeologie Waterstaat - Waterkering

65 65 66 67 69 71

Hoofdstuk3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

72 72 73 74 75 76

Hoofdstuk4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

77 77 78

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Akoestischonderzoek

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek Noord-Linschoterzandweg 60

Bijlage 3

Verlennend bodemonderzoek Noord-Linschoterzandweg 61

Bijlage 4

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek archeologie

Bijlage 5

Ecologisch onderzoek

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De eigenaren van Noord-Linschoterzandweg 60 en 61 in Snelrewaard zijn voornemens om drie woningen te realiseren, waarvan twee ten westen van het 1.295 m² grote tuinperceel op nummer 60 en één achter de woning op nummer 61. Deze herinrichting is ruimtelijk goed inpasbaar, omdat er tussen de percelen 60 en 61 relatief veel ruimte is tussen de woningen met hierachter de uitbreidingswijk 'De Noort Syde II'. De achter de woning gelegen grote schuur op een verhard perceelsgedeelte is niet langer nodig. Hiervoor in de plaats kan een kleine woning met eenzelfde oppervlakte van 80 m² worden gebouwd. Hiermee wordt tevens een bijdrage geleverd aan het tekort naar woningen in de dorpskern. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied van de drie nieuwe woningen ligt in de bebouwde kom van Snelrewaard van de percelen Noord-Linschoterzandweg 60 en 61. In noordelijke richting staan vrijstaande woningen aan de Kabelslag. In zuidelijke richting ligt de Noord-Linschoterzandweg met aansluitend de Lange Linschoten. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied (rood gestippeld omlijnd) en omgeving.

1.3

Vigerende beheersverordening

Voor het plangebied geldt de volgende beheersverordening: Beheersverordening “Oudewater en landelijk gebied Hekendorp en Papekop"

Toelichting

Raadsbesluit 28 september 2017

Raad van State N.v.t.

7

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

In de beheersverordening is vastgelegd dat de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'de Noort Syde II' van toepassing blijft met uitzondering van onder andere de wijzigingsbevoegdheden, strafbepalingen en slotbepalingen. De woonpercelen op nummer 60 en 61 zijn bestemd voor 'Wonen' met een bouwvlak voor de twee bestaande woningen. De gronden tussen de twee woonpercelen zijn bestemd voor 'Tuin'. De planontwikkeling is in strijd met dit bestemmingsplan, omdat in de bestemming 'Tuin' geen twee nieuwe woningen mogen worden gebouwd. Voor de bestemming 'Wonen' achter de woning op nummer 61 is geen bouwvlak opgenomen voor een extra woning. In figuur 2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'de Noort Syde II' opgenomen.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan de Noort Syde II. Plangebied rood gestippeld omlijnd.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt aan de Noord-Linschoterzandweg een bebouwingslint aan de Lange Linschoten in de bebouwde kom van Snelrewaard. In noordelijke richting ligt de laatste uitbreidingswijk van Oudewater aan de oostzijde van de woonkern, de wijk 'De Noort Syde II'. In oostelijke richting van het plangebied ligt het buitengebied. Aan dit bebouwingslint richting Linschoten staan verspreid staande agrarische bedrijven, burgerwoningen en niet agrarische bedrijven. Rechts woning Noord-Linschoterzandweg 61.

Woning achter plangebied in 'De Noort Syde II'.

Achterzijde agrarisch bedrijf Noord-Linschoterzandweg 61.

De Lange Linschoten.

Specifiek Het perceel Noord-Linschoterzandweg 60, waar twee woningen worden gesitueerd, is ingericht als tuin bij een woonperceel in bestaand woongebied. Op het tuinperceel staat geen bebouwing. Achter de woning aan de Noord-Linschoterzandweg 61 staat een grote schuur met rondom verhard oppervlak.

Toelichting

9

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Plandeel twee nieuwe woningen.

Bestaande woning op nummer 60.

Nogmaals plandeel twee nieuwe woningen. Links is de schuur zichtbaar van de derde woning.

Te maken uitrit (gezien vanaf Kabelslag).

10

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Nieuwe situatie

Deelgebied Noord-Linschoterzandweg 60 De stedenbouwkundige inpassing is zorgvuldig afgestemd op de bestaande lintbebouwing langs de Noord-Linschoterzandweg. Het tuinperceel, groot circa 1.295 m², wordt gewijzigd in wonen met een bouwvlak, waarbij het karakter van dit gebied wordt behouden. Gezien de grootte van de kavel bestaan er mogelijkheden voor enige verdichting in volume met twee woningen, die stedenbouwkundig inpasbaar zijn. De kleinschaligheid blijft behouden met een aantrekkelijk en rustig woonmilieu, waarbij aansluiting is gezocht met bestaande woningen in de directe omgeving van het plangebied. De goot- en nokhoogte sluit aan op de aan weerszijde gelegen bebouwing met een goothoogte van maximaal 4 m en een bouwhoogte van maximaal 9 m met een hierbij passende kapvorm. Tussen de nieuwe woningen en de bestaande woning op nummer 60 wordt een ontsluitingspad aangelegd die aantakt op Kabelslag. Deze ontsluiting wordt gemeenschappelijk eigendom van de (nieuwe) eigenaren. Deelgebied Noord-Linschoterzandweg 61 Op dit circa 1.200 m² grote woonperceel staat een woonhuis. Aan de achterzijde staat een grote schuur met rondom verhard oppervlak. In westelijke richting ligt een fietspad naar de hierachter gelegen woonwijk. Het voorste gedeelte is voor bestemmingsverkeer toegankelijk voor de hier gelegen woningen.

Het toevoegen van een extra woning is passend aan de Barbara Maryweg, omdat aan de overzijde al woningen staan. Hierdoor krijgt het woonstraatje een kwaliteitsimpuls, omdat een groot bijgebouw plaatsmaakt voor een woning aan de straatzijde die beter aansluit bij de al aanwezig woningen. Deze woning krijgt eveneens een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 m en 9 m. Om de vermijden dat aan de oost- en westzijde van de woning bijgebouwen worden gerealiseerd, wordt de aanduiding 'openheid' opgenomen. Hierdoor is het verboden daar vergunningvrije bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen te realiseren. De plattegrond van de bestaande toestand is opgenomen in figuur 3. Een verkavelingstekening van het plangebied is weergegeven in figuur 4.

Figuur 3: bestaande situatie.

Toelichting

11

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Figuur 4: verkavelingsplan (indicatief).

3.2

Verkeer en parkeren

Verkeer De woning aan de Noord-Linschoterzandweg 60 wordt ontsloten via een bestaande uitrit. De twee nieuwe woningen krijgen een nieuwe gezamenlijke uitrit op de Noord-Linschoterzandweg. Deze wordt doorgetrokken tot de Kabelslag. Hier wordt een nieuwe uitrit gerealiseerd, zodat de woningen ook aan de achterzijde bereikbaar zijn. De woning aan de Noord-Linschoterzandweg 61 maakt gebruik van de bestaande uitrit op de Barbara Maryweg. Via de Noord-Linschoterzandweg is in westelijke richting Oudewater bereikbaar. Parkeren De gemeenteraad van Oudewater heeft op 7 juli 2021 de 'Nota Parkeernormen 2021' vastgesteld. Deze Nota heeft het karakter van een beleidsregel en wordt gebruikt bij de invulling van bevoegdheden op grond van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de APV. De parkeernormen zijn gebaseerd op de CROW (publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen' van december 2018). De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Norm rest bebouwde kom Aandeel bezoekers Woning, vrijstaand 2,3 per woning (gemiddeld) waarvan 0,3 per woning Woning, koop twee-onder-een-kap 2,2 per woning (gemiddeld) waarvan 0,3 per woning Op basis van het woningbouwprogramma dient rekening te worden gehouden de in tabel 3.2 opgenomen parkeerbehoefte.

12

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Tabel 3.2 Parkeerbehoefte nieuwe situatie. Functies typologie Woningen vrijstaand Woning koop, twee-onder-een-kap Totaal

Parkeernorm 2,3 per woning 2,2 per woning

Aantal 3 0 3

Totaal pp 6,9 0 7 pp (afgerond)

Afgerond zijn 7 parkeerplaatsen nodig voor de drie nieuwe woningen. Op eigen erf is per woning ruimte voor 1 tot 2 parkeerplaatsen. Daarnaast worden op het woonperceel Noord-Linschterzandweg 60 zes extra parkeerplaatsen aangelegd voor bezoekers. Voor de woning achter de Noord-Linschterzandweg 61 kunnen twee parkeerplaatsen worden aangelegd. De parkeerplaatsen krijgen elk een maatvoering van 2,5 x 5 m. In figuur 4 is de nieuwe parkeersituatie weergegeven. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In de Overige regels van het bestemmingsplan wordt dit geborgd. De Noord-Linschoterzandweg. De Kabelslag.

Bestaande inrit woning nummer 60.

Toelichting

Bestaande ontsluiting op Kabelslag.

13

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

14

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling

Toelichting

15

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

voorziet in de herontwikkeling met drie nieuwe woningen in bestaand stedelijk gebied. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De planontwikkeling wordt getoetst aan de Ladder zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd. Ad behoefte Er is sprake van een behoefte. Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.3.

De invulling van het plangebied met drie woningen voor de doelgroep doorstromers sluit goed aan op de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Snelrewaard (bestaand stedelijk gebied). De invulling van het plangebied met drie woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

16

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening vastgesteld. Daarmee zijn deze documenten definitief geworden. De Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening treden vanaf 1 april 2021 in werking. Wonen en leven Vitale steden en dorpen De provincie Utrecht kent een grote diversiteit aan steden, dorpen en kernen en een grote diversiteit aan woon- en vestigingsmilieus. De grote steden Utrecht en Amersfoort zijn een populaire vestigingsplaats voor zowel inwoners als bedrijven en groeien snel. Naar verwachting verwelkomt de stad Utrecht in 2024 de 400.000e inwoner. Samen met omliggende kernen maken deze Utrechtse steden deel uit van het stedelijk netwerk van de noordelijke Randstad. Naast deze agglomeraties ligt de charme van de provincie voor een belangrijk deel juist in kleinschaligheid en een aantrekkelijke, vriendelijke leefomgeving in de kleinere, landelijk gelegen kernen. Ruimte voor wonen en leven De provincie streeft onder andere de volgende ambities na. 2050: het realiseren van circulaire woningen of woonwijken. 2040: iedereen die in de provincie Utrecht wil wonen kan beschikken over passende woonruimte. Dit betekent onder andere een voldoende aanbod aan woningen in het sociale en middeldure segment. 2040: het realiseren van energieneutrale woningen of woonwijken.

2030: alle nieuwbouw in de provincie Utrecht gebruikt 50% minder primaire abiotische grondstoffen. Stedelijke kwaliteit Gezien de grote ruimtevraag die op de provincie afkomt, is het zaak om zorgvuldig om te gaan met de ruimte. Een groot gedeelte van de mensen woont graag in een stedelijke of dorpse omgeving. De menging en aanwezigheid van functies zoals wonen, werken en voorzieningen draagt bij aan deze aantrekkelijkheid. Binnen het stedelijk gebied van steden en dorpen is nog veel ruimte aanwezig die kan worden benut voor verdichting, herontwikkeling of intensivering. In de afgelopen jaren zijn er weliswaar al veel binnenstedelijke locaties ontwikkeld, maar er zijn nog steeds binnenstedelijke mogelijkheden en er komen continu nieuwe mogelijkheden bij. Door structurele economische veranderingen verliezen veel gebouwen en locaties hun oorspronkelijke functie en komen daarmee voor herontwikkeling in beeld. Deze drie aspecten maken dat wij primair blijven inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling. De provincie vraagt daarbij aandacht voor de wijze van verdichting. Om te kunnen voldoen aan de toekomstige behoefte aan wonen en werken zal de provincie zich moeten inspannen om, in alle kernen, innovatiever en compacter te bouwen dan we tot nu toe gewend zijn.

De mate van compactheid is afhankelijk van de locatie, en hangt ook af van hetgeen mogelijk is relatie tot onze opgaven en ambities op het gebied van onder andere binnenstedelijke kwaliteit, energieneutraliteit en gezondheid. Levend landschap, erfgoed en cultuur Een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen. Daarom zet de provincie in op het doorontwikkelen van onze aantrekkelijke landschappen, het beschermen en benutten van historisch erfgoed en het ondersteunen van een goed cultureel aanbod. Het Utrechtse landschap is mooi, verrassend en veelzijdig. De landschappelijke kwaliteiten en structuren zijn belangrijk voor het goede woon-, werk- en leefklimaat, het vestigingsklimaat en de recreatieve aantrekkelijkheid van de provincie. Landschappelijke kwaliteit is een belangrijk onderdeel van een gezonde leefomgeving. De provincie kent vijf karakteristieke landschappen. Het plangebied ligt in de kernrandzone van het landschap Groene Hart met de volgende kernkwaliteiten: 'openheid, (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.), landschappelijke diversiteit en rust & stilte.' Het Groene Hart is door het Rijk in de Nationale Omgevingsvisie aangewezen als bijzonder landschap. De kernrandzone is het gedeelte van het landschap en het landelijk gebied dat direct aansluit aan het stedelijk gebied.

Deze zone om de Utrechtse kernen is van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern als uitloopgebied en door de hier aanwezige stedelijke functies.

Toelichting

17

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Toetsing planinitiatief De planontwikkeling ligt in het binnenstedelijk gebied aan de kernrandzone van het Groene Hart. Er is sprake van intensivering van grondgebruik binnen de rode contour. Deze ontwikkeling is in overeenstemming met de Ladder van duurzame verstedelijking. In de Provinciale Omgevingsvisie is het plangebied aangeduid als Algemene beleidslijn voor verstedelijking. Een uitsnede van kaart 11: 'Vitale steden en dorpen' is opgenomen in figuur 5. Conclusie Het plangebied ligt binnen de rode contour, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de binnenstedelijke ruimte. De planontwikkeling is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking en de Provinciale Omgevingsvisie. Er zijn geen strijdigheden met de Provinciale belangen.

Figuur 5: Uitsnede kaart 11 'Vitale steden en dorpen'. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid. 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. Deze verordening is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wro. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen in acht moeten worden genomen. De verordening heeft alleen betrekking op nieuwe plannen en besluiten. De verordening bevat geen bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de verordening moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Paragraaf 9.2 (Stedelijke functies in stedelijk gebied) Bepalingen over verstedelijking (voor woningbouw) zijn vastgelegd in paragraaf 9.2 (Stedelijke functies in stedelijk gebied). In artikel 9.15 is vastgelegd dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied bestemmingen en regels kan bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken;

18

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

b. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling. Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. In de toelichting is hierover opgenomen dat het provinciaal programma Wonen en werken de hoofdlijnen bevat van de gezamenlijke regionale programmeringsafspraken van gemeenten en provincie. In deze regionale programmering: worden de basisprincipes voor verstedelijking gevolgd, te weten: 1. zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; 2. daarnaast in overig stedelijk gebied; 3. eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors); worden afspraken vastgelegd om te borgen dat binnen het programma tenminste 50% van de te bouwen woningen in het sociale en middensegment plaatsvindt; en worden afspraken gemaakt over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredige groenontwikkeling en efficiënt ruimtegebruik. Toetsing planinitiatief De planontwikkeling is in overeenstemming met artikel 9.15, omdat het plangebied als zodanig is aangewezen en vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op de kaart 19 'Wonen, werken en recreëren kaart 2' (figuur 6).

In de toelichting op artikel 9.15 is vastgelegd dat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw en efficiënt ruimtegebruik. In paragraaf 6.1.7 wordt hierop ingegaan. Conclusie Het plangebied is op grond van artikel 9.15 aangewezen als 'Wonen, werken en recreëren'. De drie woningen liggen in stedelijk gebied. Mitsdien is dit bestemmingsplan in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening. Eveneens wordt voldaan aan de richtlijnen voor duurzaamheid. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale belangen.

Figuur 6: Uitsnede kaart 19 'Wonen, werken en recreëren kaart 2'. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid.

Toelichting

19

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie Oudewater (2006) De structuurvisie geeft de koers aan voor de ruimtelijke ontwikkeling op de korte en middellange termijn (tot ongeveer 2015) en op de lange termijn (2015-2025). Deze visie biedt het ruimtelijk kader voor de gewenste gebiedsgerichte uitwerkingen op gemeentelijk schaalniveau. Lopende projecten worden met elkaar in verband gebracht en nieuwe projecten worden ingezet. De structuurvisie heeft de volgende functies: de visie biedt een integraal en samenhangend ontwikkelingskader voor de ruimtelijke en programmatische ontwikkeling van Oudewater; het is een toetsingskader voor de ontwikkeling van deelprojecten; het zorgt voor communicatie, overleg en afstemming van het beleid op verschillende schaalniveaus, tussen zowel rijk, provincie en de gemeente, als de communicatie tussen het gemeentebestuur en de bevolking. Wonen Voor de periode 2005 - 2025 wordt uitgegaan van een woningbehoefte van circa 500 woningen (gemiddeld 25 woningen per jaar). Op basis van in ontwikkeling zijnde plannen is een schatting gemaakt van het aantal woningen welke de komende jaren gebouwd gaat worden. In de periode 2005 – 2020 wordt in Oudewater een aantal bouwlocaties ontwikkeld. De verschillende bouwlocaties zijn te onderscheiden in uitbreidingslocaties, herontwikkelingslocaties en inbreidingslocaties.

Inbreidingslocaties zijn locaties binnen de bebouwde kom die nu nog onbebouwd zijn. Het plangebied aan de Noord-Linschoterzandweg 60 en 61 in Snelrewaard is niet specifiek opgenomen. Invulling met drie woningen van een onbenutte ruimte op een inbreidingslocatie draagt bij aan de dorpskwaliteit van Snelrewaard. Conclusie De structuurvisie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken op perceelsniveau worden gedaan. Het toevoegen van drie woningen voor de doelgroep doorstromers in de dorpskern wordt inpasbaar geacht. In algemene zin kan worden gesteld dat het toevoegen van twee bouwvlakken voor in totaal drie woningen in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Structuurvisie. 4.3.2 Omgevingsvisie 2022-2040 Burgemeester en wethouders van Oudewater hebben de ontwerp Omgevingsvisie 2022-2040 'Nu: de toekomst van Oudewater' opgesteld. Vaststelling in de gemeenteraad is voorzien juni 2022. De Omgevingsvisie Oudewater biedt een inhoudelijk en samenhangend kader. Een koers die richting gaat geven aan gewenste ontwikkelingen binnen de gemeente. Het is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente Oudewater. In de omgevingsvisie zijn diverse opgaven met een ruimtelijke impact op een evenwichtige manier afgewogen en samengebracht.

Daarmee blijft het voor iedereen in de gemeente Oudewater goed leven, wonen, leren, werken en ontspannen. De kernambitie is om een vitale, duurzame, sociale en inclusieve (gezonde) en veilige woon-, werk- en leefomgeving te borgen en te ontwikkelen. Ankerpunten hierin zijn haar eigen identiteit (onze waarden) in het landschap. Met deze kernambitie bevordert de gemeente een toekomstbestendige samenleving en leefomgeving in Oudewater. De uitgangspunten en waarden zijn hierbij richtinggevend. De visie op hoofdlijnen wordt verwoord in vier verhaallijnen, te weten: 1. kleinschalige groei omwille van de vitaliteit 2. innige band met het landschap 3. Vitale, gezonde, veilige en sociale wijken en kernen 4. Passende en duurzame economie Het plangebied ligt aan de zuidoostzijde van de Kern in bestaand stedelijk gebied. Vitale, gezonde, veilige en sociale wijken en kernen Oudewater is in 2040 een levendige, gezonde, veilige en sociaal-inclusieve gemeente, waarin iedereen mee doet. De wijken en kernen hebben elk een eigen karakter en sociale structuur. Deze eigenheid en

20

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

diversiteit ziet de gemeente als basis voor het ondersteunen van de saamhorigheid en gemeenschapsgevoel. Dat doet zij door het soort voorzieningen aan te laten sluiten op de behoefte en op specifieke maatschappelijke vraagstukken in de wijk. Bijvoorbeeld voor ouderen, jeugd of gezinnen. Ook het woningaanbod sluit hierop aan. De openbare ruimte speelt een belangrijke rol in het ontmoeten van elkaar en het gezond kunnen bewegen. Hier kan worden gewandeld, gefietst, gespeeld en gesport. Gezonde lucht, water en milieunormen ondersteunen een veilige leefomgeving. De gemeente streeft tevens naar meer gemengde gebieden waar wonen, werken en recreëren in elkaars nabijheid plaats vinden. Dit zorgt voor leefbare, diverse en levendige wijken en gebieden. Zo kunnen jongeren en ook jonge gezinnen zich ontwikkelen binnen Oudewater. De mooie en unieke binnenstad van Oudewater heeft hierbij een bijzondere status, vanwege de zo gewaardeerde cultuurhistorische kwaliteit. Dit brengt specifieke kansen en uitdagingen met zich mee op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, recreatie, toerisme, klimaatadaptatie en schone energie. Opgaven op het gebied van klimaatadaptatie zoals het voorkomen van hittestress, overstroming en droogte worden aangepakt door vergroening van het stedelijk gebied.

Maar ook door aanpassingen in de openbare ruimte, door in te spelen op vragen en samen te werken met betrokken partijen en overheden op het gebied van landbouwtransitie en bodemdaling. De omschakeling naar schone warmte opwek in de wijken en kernen krijgt een gebiedsgerichte aanpak, met een warmtevisie per kern of wijk. De focus van deze omgevingsvisie ligt op de onderwerpen wonen, werken, mobiliteit, landbouw, recreatie, natuur, klimaatadaptatie, energie en bodemdaling. Voor dit plan is het thema Wonen relevant. Wonen: Toekomstbestendig, inclusief en gezond Oudewater kent een prettig leefklimaat waar mensen zich snel thuis voelen. Specifiek worden de rust, ruimte en schoonheid gewaardeerd. Voor de kleinere kernen wordt het in stand houden van de vitaliteit als uitdaging gezien. Landelijk en regionaal is er al jaren sprake van een grote druk op de woningmarkt door een tekort aan woningen. Ook in onze gemeente is dit aan de orde. Er is een tekort aan woningen voor alle doelgroepen, maar specifiek voor jongeren en starters op de woningmarkt. Ook het aantal passende woningen voor senioren is te beperkt. Als gevolg van toenemende vergrijzing neemt deze behoefte verder toe. Omdat ouderen onvoldoende mogelijkheden hebben om te verhuizen naar passende woningen, stagneert ook de rest van de woningmarkt en is het voor starters moeilijk om een betaalbare woning te vinden.

De stijgende prijzen voor wonen, zowel in de koop als huursector, een landelijk fenomeen, zet ook de woningmarkt in Oudewater verder onder druk. De mooie landelijke ligging, in de luwte van in de stedelijke regio Utrecht, Gouda en de randstad én middenin het groene Hart, stuwt de woningbehoefte en de woningmarkt verder op. Naast een demografische aanleiding voor het aanpakken van de woningvoorraad, geven klimaatverandering (vernatting, verdroging, opwarming) en bodemdaling, maar ook landelijke en Europese doelstellingen op het gebied van schone energie en warmte, stikstof- en CO2-reductie concrete en urgente aanleiding voor het verduurzamen van onze bestaande en nieuwe woningen en de woonomgeving. Ook zullen digitalisering en de gevolgen daarvan, zoals meer thuiswerken en webwinkelen, nieuwe behoeftes creëren voor de manier waarop we in de toekomst willen wonen, ontmoeten en bewegen in een gezonde en veilige en inclusieve woonomgeving. Opgave Het zorgen voor voldoende beschikbare, betaalbare én geschikte woningen voor alle inwoners, is een belangrijke opgave van de gemeente Oudewater. De bevolking neemt toe met circa 600 inwoners tot 2040. Afhankelijk van het gerealiseerde woningbouwprogramma kan dit aantal nog toe- of afnemen. Opvallend is dat het aantal huishoudens relatief harder groeit dan de bevolking.

Dit komt door huishoudensverdunning (minder personen per huishouden), onder meer veroorzaakt door de vergrijzing. Dit betekent dat er flink gebouwd moet worden in de gemeente Oudewater. Er zijn voor alle doelgroepen woningen nodig. Nieuwbouw moet voor diverse doelgroepen een goede aanvulling zijn op de huidige woningvoorraad. De nadruk ligt op bouwen voor jongeren, ouderen en levensloopbestendige woningen. Zo ontstaat er doorstroming en ook dat draagt bij aan de opgave, te weten voldoende, betaalbare en geschikte woningen voor alle doelgroepen. Het realiseren van meer woningen is ook in het belang van het behoud van voldoende voorzieningen op het gebied van sport, onderwijs, cultuur, groen, recreatie en andere maatschappelijke voorzieningen. Doelstellingen De kerndoelstelling op het gebied van wonen is zoals in de Woonvisie omschreven: in de gemeente Oudewater willen we zorgen voor voldoende beschikbare, betaalbare en geschikte woningen voor al onze inwoners. Concreet werkt de gemeente dit uit in onderstaande doelstellingen:

Toelichting

21

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Voor inwoners die in Oudewater willen blijven wonen is er een passende woning beschikbaar in aantrekkelijke, toekomstbestendige woongebieden met een toereikend voorzieningenaanbod en ruimtelijk passend bij de identiteit en waarden van Oudewater. Dit betekent een extra inspanning voor de levensloopbestendige woningen en starterswoningen, om de doorstroming op de woningmarkt voor alle doelgroepen te bevorderen. De gemeente wil het prettige woon- en leefklimaat met voldoende voorzieningen behouden en waar mogelijk verbeteren. Daarom ontwikkelt zij gezonde, veilige, toekomstbestendige en sociaalinclusieve woongebieden. Het ontwikkelen van een duurzame woonomgeving die klimaatadaptief is en waarin gebruik wordt gemaakt van duurzame energie. Voldoende en passende woningen en voorzieningen De woningbehoefte kan worden bepaald door de demografische ontwikkeling te combineren met de ontwikkeling in de woningbezetting. Voor de gemeente Oudewater is de woningbehoefte berekend op 320 woningen tot en met 2030 en 530 woningen tot 2040 (met planuitstel van 30% plannen we voor 760 woningen). De gemeente wil een prettig woon- en leefklimaat behouden en uitbreiden. Zij heeft de ambitie om de woningvoorraad jaarlijks gemiddeld met 30 woningen uit te breiden. Dit volgt uit de woningbehoefte (Woonvisie 2020-2025) door bevolkingsgroei en de groei van het aantal huishoudens.

Deze woningbouw vindt voornamelijk plaats in de kern Oudewater. De gemeente geeft de hoogste prioriteit aan bouwen binnen het huidige stedelijke gebied en zet tevens in op passende uitbreiding (naar behoefte) buiten de rode contour. Na 2030 wordt de woningbehoefte mogelijk naar beneden bijgesteld, op basis van de dan beschikbare prognoses en voortgang in de woningbouwrealisatie. Toetsing planinitiatief aan Omgevingsvisie De gemeente geeft de eerste prioriteit aan bouwen van binnen het huidige stedelijk gebied. De ontwikkeling met drie woningen voor de doelgroep doorstromers speelt hierop in. De woningen worden duurzaam en klimaatadaptief gebouwd, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.5. Conclusie De Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau waar ontwikkelingen op perceelsniveau niet zijn beschreven. Het oprichten van drie woningen is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie, omdat woningbouw plaatsvindt binnen het stedelijk gebied van de kern Snelrewaard. 4.3.3 Woonvisie 2020-2025 De gemeenteraad van Oudewater heeft op 5 oktober 2020 de Woonvisie 2020--2025 vastgesteld. Deze Woonvisie 2020-2025 biedt een kader voor de ontwikkeling van de woningbouwprojecten en de woningbouwplanning waarin wordt afgewogen en gepland welke woningbouwprojecten op welk moment ontwikkeld kunnen worden.

Daarnaast zorgt het college op basis van de Woonvisie 2020 - 2025 ervoor dat de prestatieafspraken met de woningcorporaties (De Woningraat en Habion) opgesteld worden. Voor de uitvoering van de Woonvisie 2020-2025 werkt de gemeente samen met haar strategische partners. Naast De Woningraat zijn dat ook ontwikkelaars, particuliere beleggers, zorgpartijen, eigenaar-bewoners en huurders. Met hen zoekt de gemeente verbinding en draagvlak voor ambities, doelstellingen en maatregelen, en maakt zij afspraken over te bereiken resultaten. Met het vaststellen van de Woonvisie 2020-2025 kan het college actief uitvoering geven aan het woonbeleid in de vorm van de volgende speerpunten: 1. Versnellen van woningbouwprojecten 2. Extra plancapaciteit 3. Doorstroming 4. Optimaal benutten van de bestaande woningvoorraad. Woningbouwplanning Omdat de wereld sterk in beweging is, is een continue monitoring en bijstelling noodzakelijk van het woonbeleid en het woningbouwprogramma. Daarbij kan ingespeeld worden op veranderingen in wet- en regelgeving, financiële mogelijkheden en de actuele marktcapaciteit. Er is dan ook altijd een korte termijn (5 jaar) en een langere termijn waarnaar gekeken wordt (2040). In de Woningbouwplanning staat het totaal overzicht van alle woningbouwprojecten in de gemeente Oudewater.

Aan de hand hiervan wordt gestuurd op het woningbouwprogramma, planning en fasering: wat wordt er voor wie, wanneer en

22

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

waar gebouwd. Waar ziet de gemeente tekorten ontstaan? De woningbouwprogramma's worden gezamenlijk opgesteld door de ontwikkelende partijen in overleg met en binnen de kaders van de gemeente. De woningbouwplanning wordt jaarlijks gemonitord en waar nodig bijgesteld Doorstroming In de Woonvisie staat het stimuleren van doorstroming centraal. Door doorstroming creëert de gemeente in de bestaande wijken meer ruimte voor starters en jonge gezinnen. De natuurlijke opbouw van de wijken en dorpen in de gemeente Oudewater, met een mix van type woningen, prijsklassen en bewoners, blijft daardoor behouden. In de nieuwbouw kiest de gemeente bewust voor aanvulling op de bestaande woningvoorraad: het bouwen van woningen geschikt voor 1- en 2 persoonshuishoudens, zoals starters en senioren, zodat iedereen die wil in Oudewater kan blijven wonen. Dit betekent niet dat er niets gedaan wordt voor andere groepen ,zoals gezinnen en mensen met hogere inkomens. Ook voor deze huishoudens wordt gebouwd. In samenwerking tussen gemeente en marktpartijen wordt een goede mix aan woningen gerealiseerd, afgestemd op de vraag. Woningbouwprojecten Conform het coalitieprogramma is het afgelopen jaar flink vaart gemaakt met de laatste binnenstedelijke woningbouwprojecten. Het ziet er naar uit dat vanaf 2021 jaarlijks (ruim) 30 woningen opgeleverd worden.

Maar het ontwikkelen van binnenstedelijke locaties is ingewikkeld. Hierdoor kan de bouw later starten dan gepland. Ook is het aantal binnenstedelijke locaties in Oudewater eindig. Om in de toekomst voldoende woningen te kunnen realiseren, zal de gemeente aan de slag moeten gaan met de verkenning van nieuwe locaties. Een vergelijkbare problematiek ziet de gemeente in de kleine kernen, waar de rode contour de bouwmogelijkheden beperkt. Inzicht in de kwalitatieve en kwantitatieve vraag is daarvoor essentieel. Om deze reden is besloten de Woonvisie 2016-2020 te herijken. Dit betekent niet een volledig nieuwe visie, maar een actualisatie van de cijfers en een aanscherping van het beleid. Samenvattend Wonen is één van de basisbehoeften voor mensen. Voor inwoners die in Oudewater willen blijven wonen, is er voor hen een passende woning beschikbaar in aantrekkelijke woongebieden. Deze ontwikkeling past binnen de doelstelling om een prettig woon- en leefklimaat te behouden en uit te breiden. Daarnaast past het binnen de ambitie van de Woonvisie om de woningvoorraad uit te breiden. In de Woonvisie 2020-2025 is het voornemen om de ambitie te verhogen van 20 woningen per jaar - zoals opgenomen in de Woonvisie 2016-2020 - naar 30 woningen per jaar.

Toetsing planinitiatief Met het oprichten van drie woningen voor de doelgroep doorstromers wordt doorstroming bevorderd, omdat ingespeeld wordt op de behoefte aan voldoende vrijstaande woningen. De vrijkomende woningen als gevolg van deze doorstroming komen beschikbaar voor overige doelgroepen in Oudewater. Conclusie De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt is in overeenstemming met de uitgangspunten van de gemeentelijke Woonvisie. De voorgenomen ontwikkeling en daarmee ook het bestemmingsplan wordt vanuit volkshuisvestelijk oogpunt haalbaar geacht. 4.3.4 Welstandsbeleid Aanvragen omgevingsvergunning dienen te worden getoetst aan eisen van welstand. Deze eisen hebben betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en de situering van deze bouwwerken in hun omgeving. Gekeken wordt of het bouwwerk dat men wenst te plaatsen op zichzelf of in verhouding tot de omgeving voldoende passend is. De gemeenteraad van Oudewater heeft in 2004 een welstandsnota vastgesteld. Hierin staan criteria omtrent de redelijke eisen van welstand. Het gaat daarbij om de volgende aspecten: karakteristiek van de bestaande bebouwing; openbare ruimte; landschap; stedenbouwkundige context; massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze en kleurstelling; samenhang in het bouwwerk (de onderlinge relatie tussen samenstellende delen).

De criteria kunnen afhankelijk van de specifieke ruimtelijke kwaliteiten en uiterlijke kenmerken van de omgeving per dorp, wijk, buurt of deelgebied verschillen. Daartoe zijn in de welstandsnota specifieke

Toelichting

23

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

gebiedscriteria opgesteld. Het plangebied is in de gebiedsgerichte criteria aangemerkt als 'Historisch gegroeide woon- en gemengde gebieden (H-gebieden)', dijklint (H4) en 'Dijklint – Landelijk (H4.3)'. Het welstandsniveau is hier 'plus'. Conclusie De uit te werken bouwplannen zullen rekening houden met de welstandscriteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Het voorlopig ontwerp zal om advies worden voorgelegd aan de commissie voor Ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Eventueel door de commissie gemaakte opmerkingen zullen worden overgenomen. 4.3.5 Duurzaam bouwen Wettelijk kader Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijv. afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik).

Provinciaal beleidskader In de Provinciale Interim Omgevingsverordening is in de toelichting op artikel 9.15 vastgelegd dat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw en efficiënt ruimtegebruik. Tot ruimtelijke plannen behoren onder meer bestemmingsplannen. Dit ruimtelijk plan ligt in het stedelijk gebied. Duurzaam Oudewater In de Woonvisie Oudewater 2020-2025 is aandacht besteed aan een duurzaam woonbeleid, waarin rekening wordt gehouden met de volgende generaties. Dat heeft in ieder geval te maken met een toekomstbestendige woningvoorraad waarvan de (technische) kwaliteit op peil blijft. Bij nieuwbouw is de ambitie dat alle woningen energieneutraal - nul op de meter - worden gebouwd. (Ontwerp) Omgevingsvisie 2022-2040 De gemeente heeft in de (ontwerp) Omgevingsvisie 2022-2040 'Nu: de toekomst van Oudewater' opgaven beschreven over klimaatadaptatie en duurzaamheid. Doelstelling is onder andere het ontwikkelen van een duurzame woonomgeving die klimaatadaptief is en waarin gebruik wordt gemaakt van duurzame energie. Duurzaamheid is een belangrijk thema. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen.

Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Toetsing plan aan Duurzaam bouwen De woningen worden overeenkomstig de eisen van Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG) gebouwd. Hiervoor wordt het volgende plan uitgewerkt: het bouwen van woningen zonder gasaansluiting; het aanbrengen PV panelen op het dak; het plaatsen van energiezuinige installaties, zoals warmtepompdrogers; Bovendien wordt beoogd een aantal duurzame maatregelen op te nemen om het milieu te ontlasten, zoals beperking van watergebruik en toepassing van circulair materiaalgebruik. Ook is er aandacht voor de gezondheid door onder andere geluidwering, luchtkwaliteit en thermisch comfort. Conclusie De drie woningen worden duurzaam gebouwd, waarbij rekening wordt gehouden met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten op het gebied van duurzaam bouwen en klimaatadaptief bouwen.

24

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

4.4

Conclusie

Het planinitiatief voldoet aan het geschetste rijksbeleid. De ruimte in binnenstedelijk gebied wordt optimaal benut. Het plan valt binnen het nationale landschap 'Het Groene Hart'. De nota geeft een aantal hoofduitgangspunten mee voor dit gebied, zoals ontwikkeling ten behoeve van behoud van het landschap en dat elke ontwikkeling geen afbreuk mag doen aan de bestaande kernkwaliteiten. De uitwerking hiervoor legt de rijksoverheid bij provincies en lokale overheden. Er zijn met deze ontwikkeling geen rijksbelangen gemoeid. De planontwikkeling past binnen het provinciale beleid, zoals dat is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De herinrichting van het plangebied draagt bij aan het intensiveren van het stedelijk gebied in de dorpskern. Verrommeling wordt tegengegaan. Het toevoegen van drie woningen is tevens in overeenstemming met de hiervoor genoemde uitgangspunten van het gemeentelijke beleid. De drie woningen leveren een bijdrage aan de woningvraag voor de doelgroep doorstromers. Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan opgenomen planontwikkeling in overeenstemming is met het rijks-, provinciaal en lokaal vastgesteld beleid.

Toelichting

25

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

26

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

Hoofdstuk 5 5.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

5.2

Beleid Rijk en provincie

5.2.1 Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.

Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.2.2 Provincie De watersystemen in stedelijk gebied zijn voornamelijk afgestemd op afvoer (bij regen) en aanvoer (in droge perioden) van water. Een dergelijk systeem bezit onvoldoende veerkracht om te kunnen inspelen op de toekomstige ontwikkelingen.

Aandachtspunten bij het streven naar een veerkrachtige duurzame inrichting en beheer in zowel bestaand als nieuw stedelijk gebied zijn de realisering van extra open water, de afkoppeling van schoon verhard oppervlak van de riolering, de aanleg van een verbeterd gescheiden rioleringsstelsels, het saneren van vervuilingsbronnen, de realisering van een natuurvriendelijke oeverinrichting en een duurzamer gebruik van (leiding)water (duurzame waterketen). Vanaf het begin van planvorming dient overleg gevoerd te worden tussen gemeente, waterbeheerders en andere betrokkenen. Doel van dit overleg is gezamenlijk de uitgangspunten en wensen vanuit duurzame watersystemen en veiligheid te vertalen naar concrete gebiedsspecifieke ruimtelijke uitgangspunten. Hierbij geldt dat afwenteling moet worden voorkomen en dat de drietrapsstrategie “vasthouden, bergen en afvoeren” moet worden gehanteerd. Voor nieuw stedelijk gebied, dient rekening te worden gehouden met de eis voor het minimale wateroppervlak ten behoeve van de waterberging; dit moet 10% van het bruto stedelijk gebied worden (inclusief stadsrand).

Toelichting

27

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

5.3

Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Waterkoers 2016-2021 Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft haar ambities en langetermijnvisie vastgelegd in het door het algemeen bestuur op 16 maart 2016 vastgestelde waterbeheerplan Waterkoers 2016–2021 (http://www.waterschaponline.nl/hdsr). De Waterkoers is een koersdocument om te sturen op hoofdlijnen met als overkoepelende doel Samen werken aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. In de Waterkoers wordt op een niet-planmatige manier over het waterschapswerk gesproken. Waterschapswerk is hierbij breder dan enkel beheer van water. Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving.

Vanuit die achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden samen met de ruimtelijke ordening aan bescherming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van ruimtelijke adaptatie (Deltabeslissing, www.ruimtelijkeadaptatie.nl): De bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven; Uiterlijk in 2020 zijn ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig opgebouwd en getoetst. Het minimale uitgangspunt voor planontwikkelingen is dat het plan hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel geen gevolgen voor de waterveiligheid, het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit en ecologie. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. Ruimtelijke adaptatie Het klimaat verandert: Hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Daar moeten we ook volgens het KNMI, in de toekomst in Nederland rekening mee houden. De verwachting van het KNMI is dat het klimaat in Nederland in 2050 ongeveer overeen zal komen met het huidige klimaat in Zuid-Frankrijk. Maar ook nu al is de klimaatverandering merkbaar. Extreme neerslag, droogte en hitte kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting.

Dit geeft aanleiding om aanpassing van de inrichting van de bebouwde omgeving aan het veranderende klimaat te agenderen en aan te werken. Dit beleid is vorig jaar vastgelegd in de Deltabeslissing voor Nederland. In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel: De bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven; Uiterlijk in 2020 zijn ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig opgebouwd en getoetst. Klimaatverandering heeft effecten op grote schaal maar ook op de kleine schaal van een stad. Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Door het grootschalig verharden van tuinen van particulieren neemt de kans op wateroverlast toe.

28

Toelichting

bestemmingsplan Noord-Linschoterzandweg 60 en 61, Snelrewaard

5.4

Waterhuishouding

Onderzoek/ beoordeling Veiligheid en waterkeringen Het zuidelijke gedeelte van het plangebied langs de Noord-Linschoterzandweg ligt gedeeltelijk in een beschermingszone van een waterkering. Om die reden is de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' opgenomen. Voor bouwactiviteiten binnen deze zone dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder. Daarnaast is een Watervergunning nodig. De bouwvlakken van de drie nieuwe woningen liggen buiten de dubbelbestemming. Met inachtneming hiervan zijn er geen beperkingen voor het plangebied. Oppervlaktewater Op 20 februari 2019 heeft het algemeen bestuur de Legger oppervlaktewater 2018 vastgesteld. Deze is op 1 mei 2019 in werking getreden. In het plangebied ligt aan de noord- en westzijde tertiair oppervlaktewater zonder een beschermingszone (figuur 7). De zuidelijk gelegen Lange Linschoten betreft een primaire watergang met en beschermingszone type A, zoals bedoeld in artikel 3 van de legger oppervlaktewateren. Binnen de beschermingszone wordt niet gebouwd. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/480/documents/15010