B2. Advies bezwaarschriftencommissie - geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
BEZWAARSCHRIFTENCOMMISSIE GEMEENTE OUDEWATER
Advies Aan de gemeenteraad van Oudewater Waardsedijk 219 3421 NE Oudewater Onderwerp Advies inzake het bezwaarschrift van de heer (hierna: bezwaarde) gericht tegen het besluit van de gemeenteraad van 24 februari 2022 waarbij is overgegaan tot de volgende 12 beslispunten: 1. Kennis te nemen van de door de gemeente Oudewater georganiseerde transparante selectieprocedure ten behoeve van het verlenen van een recht van erfpacht ten behoeve van een te realiseren zwembad en buitenbad met bijbehorende voorzieningen, alsmede het recht en de verplichting om het te exploiteren, te beheren en onderhouden, waarbij de Gemeente heeft besloten het plan van Stichting Beheer Zwembad Oudewater (hierna: SBZO) als beste te beoordelen; 2. Te besluiten het plan van SBZO als haalbaar te beschouwen, waarbij wordt onderkend dat er risico’s aan dit plan verbonden zijn; 3. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college om, op aanvraag, aan SBZO een éénmalige subsidie te verstrekken tot een bedrag van (maximaal) € 300.000,- voor de verdere uitwerking van het bouwplan en prijsvorming ten behoeve van de bouw van de zwemvoorziening; 4.
Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college tot het aangaan van de “Uitvoeringsovereenkomst ten behoeve van de realisatie van een zwembad en een buitenbad met voorzieningen”, en de daarbij behorende een door de gemeente te verlenen éénmalige subsidie van € 2.500.000,-. 5. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college om een gemeentegarantie af te geven tot een bedrag van € 2.800.000,- voor een door SBZO te sluiten lening voor de nieuwbouw van de zwemvoorziening; 6. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college tot het aangaan van de “Concessieovereenkomst ten behoeve van de exploitatie en het onderhoud van het Zwembad te Oudewater”, op grond van welke overeenkomst de gemeente aan SBZO een jaarlijks te indexeren exploitatiebijdrage voor 10 jaar ter beschikking zal stellen van € 225.000,-; 7. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college tot het aangaan van de “Overeenkomst tot het vestigen van een recht van erfpacht”; 8.
Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college tot het aangaan van het “Afsprakenkader met betrekking tot de realisatie en exploitatie van een nieuw zwembad in Oudewater”; 9. De exploitatie en het beheer en onderhoud van de zwemvoorziening aan te wijzen als Dienst van algemeen economisch belang (DAEB); 10. De volgende budgetten beschikbaar te stellen: a. € 2.500.000,- voor de te verlenen subsidie ten behoeve van de realisatie van een zwembad en een buitenbad met voorzieningen, waarvan € 300.000,- ten behoeve van verdere planuitwerking en prijsvorming ten behoeve van de bouw van de zwemvoorziening, en dit ten laste te brengen van de Algemene Reserve; b. De hogere exploitatielasten ten opzichte van de huidige begroting ad € 23.500 op te nemen in de kadernota. 11. Bereid zijn om de extra structurele lasten te dekken door middel van een eventuele OZBverhoging en dit op te nemen in de Kadernota 2023. 12. De eenmalige lasten van € 50.000 aan interne voorbereidingskosten ten laste te brengen van het begrotingssaldo 2022.
1
Geachte gemeenteraad, Bezwaarde is ingevolge artikel 7:3, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) niet gehoord door de commissie. Dit artikel bepaalt namelijk dat van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. De commissie overweegt het volgende: Op 28 februari 2022, ontvangen 1 maart 2022, heeft bezwaarde een brief gericht aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater betreffende ‘Integriteit onderzoek college en gemeenteraad van Oudewater besluitvorming zwembadplan’. In de brief stelt bezwaarde dat bij de besluitvorming aangaande de realisatie van een nieuw zwembad gehandeld is in strijd met de door de gemeenteraad vastgestelde Gedragscode integriteit politiek ambtsdragers gemeente Oudewater 2013 en dat sprake is van belangenverstrengeling. Volgens bezwaarde zijn eerdere plannen voor de realisatie van een zwembad ingetrokken in verband met de (slechte) financiële situatie van de gemeente Oudewater. Met een nieuw voorstel van het college aan de gemeenteraad voor de realisatie van een nieuw zwembad zijn de kosten van exploitatie zwembad hoger geworden en is het investeringsbedrag ruim €1.500.000,- hoger geworden, terwijl de financiële situatie van de gemeente er juist slechter op is geworden.
Daarnaast lijken er politieke banden te zijn met de SBZO en had een lid van de gemeenteraad zich, om schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, volgens bezwaarde van stemming moeten onthouden. In de brief verzoekt bezwaarde verder zijn brief subsidiair ook te behandelen als bezwaar tegen het genomen besluit overeenkomstig artikel 2:4, tweede lid, van de Awb. De brief is in handen gesteld van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Oudewater Beoordeling van de ontvankelijkheid In artikel 6:5 van de Awb zijn de minimale vereisten voor het indienen van een bezwaarschrift opgenomen. Het bezwaarschrift dient voorzien te zijn van een ondertekening en bevat ten minste de naam en adres van de indiener, een dagtekening, omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. Wanneer bezwaarde (na het bieden van een hersteltermijn) een geconstateerd gebrek in het bezwaarschrift niet heeft hersteld, kan het bezwaar (kennelijk) nietontvankelijk worden verklaard (artikel 6:6 van de Awb). In sommige gevallen, als sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar, kan worden afgezien van het horen (artikel 7:3 van de Awb). Het bezwaar is ingediend bij het gemeentebestuur.
Omdat het bezwaar niet voorzien was van een adres en onvoldoende duidelijk was tegen welk besluit bezwaarde beoogd heeft bezwaar te maken, is bij brief van 24 maart 2022, gevraagd om binnen twee weken na verzending van de brief het verzuim te herstellen en aan te geven tegen welk besluit hij bezwaar maakt. Op 30 maart 2022 heeft bezwaarde per e-mail op dit verzoek gereageerd. Hierin gaf hij het volgende aan: ‘Het college had ons als belangenvertegenwoordiger, Stichting Statenbad Oudewater niet mogen uitsluiten van aanbesteding regels zoals deze in de Gemeente Oudewater worden gehanteerd. Ter aanvulling op ons bezwaarschrift willen wij u nog wijzen op artikel 2 belangenverstrengeling Lid 2.4 alsmede lid 2.5 van de gedragscode. Artikel 2.5 van de gedragscode luidt “Een politiek ambtsdrager, die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming, het hanteren van raadsinstrumenten en het stemrecht, aangezien een raadsbesluit in een voorkomend geval voorgedragen kan worden ter vernietiging bij de Kroon”
2
Blijkens bijgaande info hebben wij dus naast een beroep op artikel 2.4 lid 1 en lid 2 AWB ook een verzoek aan de provincie verzonden ter vernietiging van het Raadsbesluit op grond van artikel 273 van de Gemeentewet. Nu de Raad middels haar eigen zelf bekrachtigde gedragscode een verzwaring heeft toegekend aan het wettelijke toetsingskader onder artikel 28, eerste lid en onder A van de Gemeentewet had de burgemeester als toezichthouder geen andere keuze om aan ons gerechtvaardigde verzoek tegemoet te komen.’ Omdat uit de e-mail nog steeds onvoldoende duidelijk werd tegen welk besluit het bezwaar gericht was, is bezwaarde hier per e-mail op 7 april 2022 nogmaals naar gevraagd. Bezwaarde heeft hier op dezelfde dag op gereageerd en duidelijk gemaakt dat het bezwaar is gericht tegen het raadsbesluit van 24 februari 2022. Op grond van de Awb is het besluitbegrip bepalend voor de toegang tot de bestuursrechter. Artikel 1:3 bepaalt dat onder een besluit moet worden verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Handelingen van bestuursorganen die geen besluit zijn, kunnen niet aan de bestuursrechter worden voorgelegd. Ingevolge artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.
Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb moet degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen eerst bezwaar maken De commissie ziet zich voor de vraag gesteld of met het raadsbesluit sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 eerste lid van de Awb. Met een rechtshandeling wordt een handeling gericht op extern rechtsgevolg bedoeld. Een besluit is volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie de uitspraak ABRvS 30 januari 2008, JB 2008/57) op extern rechtsgevolg gericht als daardoor rechtsgevolgen (verplichting, recht, bevoegdheid) ontstaan in de verhouding van een bestuursorgaan tot een of meer anderen. De commissie stelt vast dat het raadsbesluit betrekking heeft op de realisatie, exploitatie en het beheer van een zwembad in Oudewater. Ingevolge artikel 169, vierde lid, van de gemeentewet geeft het college de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, van de Gemeentewet indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen beslissing dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Naar het oordeel van de commissie wordt met het raadsbesluit niet voldaan aan artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De beslispunten van het raadsbesluit betreffen geen publiekrechtelijke rechtshandelingen. Als gevolg van het raadsbesluit ontstaan geen rechten of plichten voor bezwaarde of voor anderen. Bij een aantal beslispunten gaat het om privaatrechtelijke aangelegenheden en bij een aantal beslispunten ontstaan deze rechten en plichten pas wanneer het college daarover een besluit neemt. Ten aanzien van dit laatste verwijst de commissie onder meer naar beslispunten 1 & 2. Hierin geeft de gemeenteraad te kennen geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van de voorgenomen besluiten om respectievelijk een éénmalige subsidie te verstrekken tot een bedrag van € 300.000,- voor de verdere uitwerking van het bouwplan en het verstrekken van een éénmalige subsidie van € 2.500.000, - ten behoeve van de realisatie van een zwembad en een buitenbad met voorzieningen. Naar het oordeel van de commissie is dit niet gericht op rechtsgevolg; het besluit om al dan niet een subsidie te verstrekken volgt immers niet uit het besluit van de gemeenteraad, maar is in dit geval belegd bij het college. Na dit raadsbesluit zal het college het subsidiebesluit moeten nemen.
Gelet op het bovenstaande zijn geen van de beslispunten in het raadsbesluit (rechtstreeks) voor bezwaar of beroep vatbare besluiten. Naar het oordeel van de commissie kan bezwaarde dan ook niet ontvangen worden in zijn bezwaren.
3