B10.1 AB 4a1 - NOTITIE algemeen bestuur - Vaststellen begrotingen incl reactie op ontvangen zienswijzen BBG 2024 en BG2025.pdf
Tekst van het document
NOTITIE algemeen bestuur (agendapunt 4.a.1 - ter vaststelling) aan
de leden van het algemeen bestuur
van
het dagelijks bestuur
opsteller
Mirjam Mascini
DB-portefeuillehouder
B.C. Lont
telefoon
088 – 022 50 00
datum
4 juni 2023
onderwerp
Vaststelling eerste bijgestelde begroting 2024 en begroting 2025- 2028
t.b.v.
Vergadering d.d. 4 juli 2024
aantal pag.
4
bijlagen
Bijlage 1 - Overzicht ontvangen zienswijzen Bijlage 2 - Samenvatting van de zienswijzen van de gemeenten Bijlage 3 - Brief met reactie op zienswijzen van dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten Bijlage 4 - Brief van de gemeente IJsselstein Bijlage 5 - Brief van de gemeente Stichtse Vecht Bijlage 6 - Eerste bijgestelde begroting 2024 en begroting 2025-2028 Bijlage 7 - Aanvulling weerstandsvermogen– bijdrage per gemeente
voorstel Voorgesteld wordt om: 1. De eerste bijgestelde begroting 2024 en de begroting 2025-2028 overeenkomstig bijlage 6 vast te stellen. Samenvatting Het dagelijks bestuur heeft alle gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven op de eerste ontwerp bijgestelde begroting 2024 en de ontwerp begroting 2025-2028. De meeste gemeenten hebben een zienswijze ingediend. Ook hebben de gemeenten Stichtse Vecht en IJsselstein separaat nog een brief aan de ODRU verstuurd. In de bijlagen is weergegeven welke gemeenten gereageerd hebben en is een samenvatting van hun reacties opgenomen. Wij waarderen de zorgvuldige wijze waarop de gemeenten de ontwerp bijgestelde begroting 2024 en de ontwerp begroting 2025-2028 hebben beschouwd. Er zijn geen zienswijzen uitgebracht door gemeenten waarin expliciet wordt aangeven niet akkoord te gaan. Wel zijn er zorgen geuit, bijvoorbeeld over de negatieve jaarresultaten van de afgelopen jaren en over de aanstaande fusie. In deze notitie gaan we hierop in. Voor de goede orde: de begroting 2024 is op enkele details aangepast ten opzichte van de versie die voor zienswijze aan gemeenten is voorgelegd. Dit was nodig omdat bij het versturen van de begroting 2024 op 22 maart 2024 de jaarcontrole 2023 nog was niet afgerond. In het nu voorliggende stuk is de aansluiting met de vastgestelde jaarstukken 2023 gerealiseerd.
1 van 4
Vooraf: sinds 2023 een ander proces vanwege nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regelingen Omdat enkele gemeenten aangeven de begrotingen graag in samenhang te willen bezien met de jaarstukken, gaan we hier vooraf nader op in. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is per 1 juli 2022 gewijzigd. Vanwege deze wijziging loopt de vaststelling van de jaarstukken – in de aprilvergaderingen van het algemene bestuur - niet (meer) synchroon met het proces van vaststellen van de begrotingen. De aanpassing geeft raden onder andere langer de tijd om een zienswijze op ontwerp begrotingen kenbaar te maken (12 in plaats van 8 weken). Deze wijziging betekent dat de gemeenteraden het ontwerp begrotingsstuk van de ODRU rechtstreeks van het dagelijks bestuur ontvangen met de mogelijkheid een zienswijze kenbaar te maken. De ontvangen zienswijzen verwerken wij in een schriftelijke en gemotiveerde reactie. Deze sturen wij samen met de eventueel naar aanleiding van de zienswijzen gewijzigde ontwerp begroting voorafgaand aan behandeling in het algemeen bestuur ook aan raden toe. Na besluitvorming in het algemeen bestuur sturen we de vastgestelde begroting naar de raden. Deze notitie is in lijn met dit proces en wordt daarom op 20 juni per mail aan de raden verstuurd (via de colleges).
Inleiding In de bijlagen zijn de reacties van de gemeenten samengevat. In bijlage 1 leest u van welke gemeenten reacties zijn ontvangen (inclusief de status hiervan). In bijlage 2 is per gemeente de zienswijze samengevat. In deze notitie bespreken we de rode draad van de ontvangen reacties en geven we hier onze toelichting bij.
Rode draad ontvangen reacties van de gemeenten Gemeenten gaan akkoord met de begrotingen. Ze vragen wel om maatregelen om negatieve jaarresultaten te vermijden, benadrukken het belang van kostenbeheersing en efficiëntie en dringen aan op financiële transparantie en realistische begrotingen. De fusie moet volgens hen zorgvuldig en kostenneutraal worden uitgevoerd en extra bijdragen moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Hieronder een nadere toelichting: a. Gemeenteraden benadrukken het belang van het voorkomen van negatieve jaarresultaten. Twee jaar op rij is dit nu het geval en ook voor 2024 wordt een incidenteel negatief resultaat voorzien. Ze achten dit niet wenselijk. b. Gemeenteraden pleiten voor reëel en alert begroten en tussentijdse bijstellingen te vermijden. Dit betreft de aanpassing van het uurtarief, maar ook het anticiperen op veranderingen. c. Gemeenteraden vragen om besparingsopties, die specifieke bestuurlijk keuzes over de opdracht voor 2025 en verder mogelijk maken, om generieke bezuinigingen te vermijden. d. Gemeenteraden vragen om een sterke focus te hebben op kostenefficiënt werken en het beperken van kostenstijgingen. Daarbij vragen ze onder meer om het percentage inhuur te verlagen en om standaardisatie van de indexatie (afstemming andere GR’en en gemeentefonds) e. Gemeenten maken zich zorgen over de impact van de fusie.
Deze kan leiden tot financiële risico’s, maar ook voor risico’s voor de uitvoering. De winkel moet open blijven. f. Gemeenten willen ook graag tijdige en transparantie informatie over de financiële resultaten en vooruitzichten, inclusief duidelijke indicaties van benodigde extra bijdragen per gemeenten.
2 van 4
Reactie van het dagelijks bestuur en advies aan het algemeen bestuur We waarderen de zorgvuldige wijze waarop de gemeenten de stukken hebben beschouwd. Wij begrijpen en ondersteunen de zorg van gemeenten vanwege de financiële context. Hieronder gaan wij puntsgewijs in op deze zorgen en aandachtspunten. Voorkomen van negatieve jaarresultaten Het dagelijks bestuur deelt de zienswijze van gemeenteraden en is ervan doordrongen dat een negatief jaarresultaat ongewenst is. Gelukkig kunnen we constateren dat het meerjarenperspectief structureel sluitend is. De ODRU had in operationele zin in 2023 het begrote incidenteel verlies van € 495,000,nagenoeg weggewerkt. Na de CAO-wijziging was er sprake van onvoldoende eenduidigheid in de uitleg van de regels uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Ook de accountant waren deze regels niet helemaal duidelijk. Hierdoor werd pas laat helder dat we verplicht zijn om voor het gehele bedrag van gespaard wettelijk verlof een voorziening te treffen. Dit betreft dus een autonome CAO-ontwikkeling buiten de invloedssfeer van het bestuur van de ODRU. De verwachting en het streven is dat het begrote incidentele tekort voor 2024, dat ook volledig veroorzaakt wordt door deze CAO-wijziging, gedurende de loop van het jaar ingelopen wordt.
Het nadelig saldo € 644K over 2023 kan worden gedekt vanuit de ruim voldoende weerstandscapaciteit (in totaal € 1.091K). Om de door het AB afgesproken minimale weerstandsvermogen ratio van 1,0 te borgen, is in de eerste bijgestelde ontwerpbegroting 2024 aangegeven en wordt het nu definitief vastgesteld dat de algemene reserve dient te worden aangevuld met in totaal € 420K. De aanvulling vanuit de gemeenten wordt conform de gemeenschappelijke regeling verdeeld op basis van de verdeelsleutel in de Dienstverleningsovereenkomst. In bijlage 7 is de verdeling gespecificeerd. Reëel en alert begroten en vermijden van tussentijdse bijstellingen Het dagelijks bestuur realiseert zich dat gemeenten niet verrast willen worden met tussentijdse bijstellingen of (onverwachte) negatieve resultaten. De inflatie lijkt weer gestabiliseerd te zijn. Door alert te blijven op wijzigingen in wet- en regelgeving (waaronder de BBV) en de ontwikkelingen in de exploitatie nauwgezet te volgen (zie ook hierna) wil het bestuur voorkomen dat gemeenten geconfronteerd worden met tussentijdse wijzigingen van het tarief en/of een onverwacht negatief resultaat. Met het algemeen bestuur is afgesproken dat het uurtarief voor 2025 in de vergadering van 3 oktober 2024 nog tegen het licht gehouden wordt op loon- en prijscompensatie (CPB) en het definitieve effect van de aanpassing van het functiehuis.
Besparingsplan met specifieke bestuurlijke keuzes In het algemeen bestuur van 14 april is toegezegd om met scenario’s voor inhoudelijke besparingen te komen. De noodzaak om kosten te besparen, ondanks de recente afspraken tussen het Rijk en de VNG, is namelijk nog steeds aanwezig, zo blijkt uit de ontvangen zienswijzen en de separaat ontvangen brieven van de gemeenten IJsselstein en Stichtse Vecht. Het dagelijks bestuur is van mening dat als gemeenten willen besparen op de kosten voor de ODRU dit inhoudelijke moeten keuzes zijn die de afzonderlijke gemeenten als opdrachtgever kunnen maken. Daarom is er de opdracht gegeven aan de ODRU om scenario’s in beeld te brengen die kunnen leiden tot kostenbesparingen. De spelregels en het kader zijn in de vergadering van het algemeen bestuur van 4 juli geagendeerd. Bij de aanbieding van het Uitvoeringsprogramma 2025 aan de regievoerders voor de zomer van 2024 worden deze scenario’s als advies meegestuurd. Het is aan gemeenten als opdrachtgever om dan de eventuele keuzes te maken en de bijbehorende risico’s te accepteren Kostenefficiënt werken en beperken van kostenstijgingen Afgelopen jaren is het uurtarief van de ODRU gestegen door onder meer de grote inflatie, CAOwijzigingen en door het structureel financieren van structurele taken. Tegelijkertijd weten we ook kostenstijgingen te beteugelen.
Zo hebben zijn de noodzakelijke meerkosten voor licenties ten behoeve van de beveiliging weten te compenseren door de Microsoftlicenties via het VNG contract af te nemen. Verder zijn het zaaksysteem en documentmanagementsysteem geïntegreerd, waardoor de totale kosten hiervan vanaf 2024 lager zijn. Daarnaast zien we dat door deelname aan aanbestedingen van de VNG 3 van 4
de telefoonkosten fors gedrukt zijn en zien we de tariefstijging van inhuur enigszins afvlakt. De volgende stap is het uitfaseren van ons eigen datacenter. Dit gaat een betere werkplek opleveren en ook kosten besparen. Tot slot constateren we dat bijna alle gemeenten inmiddels aan de 80-20% regel voldoen en dat ze zij alle basistaken bij de ODRU hebben ingebracht (laatste per 1-1-2025). In het kader van de invoering van de Omgevingswet zijn alle processen geüniformeerd en werkt de ODRU zoveel mogelijk volgens dezelfde werkafspraken met alle gemeenten. Het feit dat alle gemeenten het uniform mandaatbesluit hebben getekend heeft daarbij ook geholpen. Impact van de fusie Het dagelijks bestuur begrijpt goed dat gemeenten zich zorgen maken over de impact van de fusie. Niet alleen om de financiële risico’s, maar ook over de continuïteit van de dienstverlening, gecombineerd met de invoering van de Omgevingswet. Voor de ODRU zien we dat de impact van de fusie op de dienstverlening op dit moment (medio 2024) zeer beperkt is; fase één van de routekaart op weg naar een robuuste omgevingsdienst is gericht op het richtingsplan. In deze fase is hier slechts een beperkt aantal mensen uit de uitvoering direct bij betrokken.
Wel onderkennen we dat in de komende 1,5 jaar de druk op de dienstverlening mogelijk zal toenemen en hebben wij de directeur gevraagd tijdig en alert te signaleren als deze onder druk komt te staan. Een fusie gaat altijd gepaard met eenmalige kosten. Voor fase 1 zijn de kosten gedekt uit de SPUK IBP en vervolgens uit de middelen die toegezegd zijn door de provincie. De uitvoering van fase 2 (voorziene start in oktober 2024) zal alleen maatregelen betreffen waarvoor ook financiële dekking is gevonden. Deze kunnen deels komen uit de SPUK-IBP subsidie en vooral uit de bijdrage die de provincie al heeft toegezegd. Aanvullend hierop zijn wij in gesprek met het Rijk voor aanvullende financiering. De totale middelen moeten bij de start van fase 2 voldoende zijn om te komen tot één robuuste omgevingsdienst. Tijdige en transparante informatie over de financiële situatie en vooruitzichten Wij zijn ons er met de gemeenten terdege van bewust dat het monitoren van de exploitatie, mede gezien alle ontwikkelingen, van belang is. Wij monitoren door middel van de bestuursrapportage de voortgang van de exploitatie. Het algemeen bestuur informeren we in de vergaderingen van juli, september en december 2024 via de gebruikelijke rapportages hierover. Gemeenten ontvangen daarnaast in juni en vanaf augustus iedere maand een overzicht van de uitvoering van het UVP 2024.
Na de vergadering van het algemeen bestuur van 3 oktober 2024 zullen we de afzonderlijke colleges informeren over het te verwachten resultaat aan het eind van het jaar. Overige punten De gemeente Rhenen heeft de wens geuit dat alle gemeenschappelijke regelingen gestandaardiseerde indexatiepercentages gebruiken en geeft aan bezig te zijn met een voorstel hiertoe. Wij zien dit voorstel graag tegemoet en verwacht dat dit een bijdrage kan leveren aan de vorming van de nieuwe omgevingsdienst. Enkele gemeenten hebben verzocht de bijdrage die zij moeten betalen om het weerstandsvermogen aan te vullen tot het gewenste niveau concreet inzichtelijk te maken. In de bijlage is dit lijstje toegevoegd. Tot slot We zien dat er sprake is van een opeenvolging van ontwikkelingen in korte tijd die een negatief effect hebben (gehad) op het resultaat van de ODRU van 2022 en 2023. We constateren ook dat het ons gelukt is om de jaren daarvoor steeds te eindigen met een positief resultaat en ook het meerjarenperspectief is sluitend. Ook 2023 was niet negatief afgesloten als we niet te maken hadden gehad met onvermijdbare kosten ten gevolge van de CAO-wijziging. Wij blijven ons onverminderd inspannen om de kwaliteit van de dienstverlening voor gemeenten, inwoners en bedrijven te handhaven en deze tegen zo laag mogelijke kosten aan te bieden.
Verdere behandeling Na vaststelling door het algemeen bestuur sturen we de begrotingen naar de gedeputeerde staten (financieel toezicht) en naar deelnemende gemeenten. 4 van 4