CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Toezichtsbrief Provincie Utrecht begroting 2023.pdf

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente OudewaterBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Reactie toezichtsbrief begroting 2023 provincie Utrecht (092232)1.551 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

PROVINCIE ::UTRECHT

Aan de raad van de gemeente Oudewater Postbus 100 3420 DC OUDEWATER

VERZONDEN 1 9 0C nu77

DATUM NUMMER UW BRIEF VAN

19 december 2022 UTSP-1508165036-15925 18 november 2022

TELEFOONNUMMER

geen

ONDERWERP

UW NUMMER BIJLAGE

TEAM REFERENTIE

E-MAILADRES

BEi / IBT Financieel toezicht D. den Ouden 06- 409 553 21 David.den.Ouden@provincie-Utrecht.nl Beoordeling begroting 2023

Geachte raad,

Wij hebben de door u vastgestelde begroting 2023 beoordeeld. In deze brief leest u onder welke vorm van toezicht uw gemeente in 2023 valt en wat dit inhoudt. Bevindingen en beoordeling U heeft de jaarrekening 2021 van uw gemeente tijdig aan ons toegestuurd. Wij hebben de begroting 2023 echter na de wettelijke inzendtermijn ontvangen. Overschrijding van de inzendtermijn leidt in beginsel tot preventief toezicht, maar hier zijn voor nu geen consequenties aan verbonden. Dit betekent dat de termijnoverschijding verschoonbaar is. Wel verwachten wij dat u in de toekomst rekening houdt met de wettelijke inzendtermijnen. Wij hebben beoordeeld of de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent dat wij onderzoeken of de structurele baten ieder jaar de structurele lasten dekken en of de ramingen realistisch zijn. Wanneer de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming wordt hersteld en blijft. Naar aanleiding van ons onderzoek komen wij tot de volgende beoordeling. Toezichtregime beoordeling 2023: Repressief toezicht Toetsingscriteria en beoordeling Ons oordeel baseren wij op de kaders en criteria genoemd in: 1. de Gemeentewet (artikel 203); 2. de Algemene Wet Bestuursrecht (titel 10:2); 3. het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); 4.

het gemeenschappelijk financieel toezichtkader GTK 2020 (gemeenten) van 9 april 2019; 5. onze begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten (onze brief van 6 april 2022). Uw begroting is in 2023 structureel en reëel in evenwicht. Dit betekent dat de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken. Hiermee is voldaan aan de wettelijke bepalingen om voor repressief toezicht in aanmerking te komen. U kunt uw begroting direct uitvoeren. Onze goedkeuring is niet nodig.

PROVINCIE-UTRECHT.NL

College van Gedeputeerde Staten Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-2589111

17766

In het meerjarenperspectief is dit structureel en reëel saldo niet meer in evenwicht. De meerjarenraming vinden wij van wezenlijk belang om inzicht te hebben in de toekomstige financiële positie van uw gemeente. Op basis van voorliggende begroting verslechtert de financiële positie van uw gemeente in het meerjarenperspectief. Wij vragen u hier komend jaar aandacht aan te besteden. Daarnaast verzoeken wij u om ons onderstaande stukken ter informatie toe te sturen om zo de financiële ontwikkelingen van uw gemeente te kunnen volgen: • de begrotingswijzigingen binnen twee weken na vaststelling; • de documenten uit de Planning en Controlcyclus, zoals de kadernota en de voor- en najaarsrapportage. Aandachts- en verbeterpunten Wij hebben ons oordeel over het structurele en reële begrotingsevenwicht gevormd met behulp van de in het GTK 2020 opgenomen kaders en begrippen. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij u kortheidshalve naar Hoofdstuk 7 van het GTK 2020. De toetsing van uw begroting en meerjarenraming aan dit kader geeft aanleiding tot de volgende aandachts- en verbeterpunten: Financiële wendbaarheid en weerbaarheid In de toezichtbrief over de begroting 2022 hebben wij u medegedeeld dat wij de financiële positie als zeer zorgelijk bestempelen.

Ondanks dat in de voorliggende begroting het begrotingjaar 2023 structureel en reëel in evenwicht is, baart de financiële positie ons nog steeds zorgen. Specifiek willen wij u informeren over onze opvatting op de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en het weerstandsvermogen. Daarnaast hebben de ontwikkelingen omtrent het nieuwe zwembad ook nog altijd onze aandacht. Netto schuldquote en solvabiliteitsratio U heeft in de begroting extra aandacht besteed aan het inzichtelijk maken van de kengetallen. Dit zien wij als waardevol. Door het temporiseren van investeringen valt de netto schuldquote in de eerste jaren lager uit, meerjarig stijgt deze naar een kritisch punt van 174%. Wij begrijpen dat de netto schuldquote op korte termijn lastig te beïnvloeden is, maar wel willen wij u vragen hier bij toekomstige (investerings)voorstellen rekening mee te houden. Vanuit het financieel toezicht wordt niet naar een los kengetal gekeken, maar naar de samenhang van de kengetallen. Ook de solvabiliteitsratio valt onder de categorie 'meest risicovol', wat de wendbaarheid van de organisatie aantast. Vanwege de kritische netto schuldquote en solvabiliteitsratio vragen wij u ons de komende tijd actief te informeren over het verloop van de deze kengetallen. Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen de weerstandscapaciteit en de risico's.

De begroting 2022 liet een weerstandsvermogen zien van 0,3. De weerstandscapaciteit, welke voornamelijk bestaat uit de algemene reserve, was niet genoeg om de risico's te kunnen dekken. In de begroting 2023 zien wij het weerstandsvermogen, en daarmee de weerstandsratio, verbeteren. Deze positieve ontwikkeling resulteert in het meerjarenperspectief in een weerstandsvermogen groter dan 1,0. U neemt in de berekening van de algemene reserve de begrotingssaldi mee vanuit het meerjarenperspectief. Dit zijn nog niet gerealiseerde resultaten. Wij willen u dan ook meegeven om bij nieuwe (beleids)voorstellen rekening te houden met de werkelijke stand van de algemene reserve. Wij vragen u bij de volgende begroting en meerjarenraming met het voorgaande rekening te houden en te verwerken in uw stukken. Algemene ontwikkelingen • Maatschappelijke ontwikkelingen en financiële onzekerheden Het beleid en de financiën van gemeenten worden beïnvloed door constant veranderende maatschappelijke ontwikkelingen. In het bijzonder de oorlog in Oekraïne heeft maatschappelijke impact. Het leidt tot een vluchtelingenstroom en de uitdaging voor gemeenten om voor voldoende opvang te zorgen. Ook heeft het

2

conflict impact op de economie. Denk aan de stijgende energiekosten als een aanjager van de inflatie en materiaal schaarste waardoor projecten vertraging oplopen. Ook de coronacrisis laat nog haar sporen na. Zo ook de krapte op de arbeidsmarkt. Naast deze economische onzekerheden zijn het ook op financieel gebied ongewisse tijden voor gemeenten. Vanaf 2026 ontstaat er bij het merendeel van de gemeenten een structureel tekort, omdat in het regeerakkoord een korting op het gemeentefonds is opgenomen. Ook is nog niet duidelijk welke andere inkomsten gemeenten van het Rijk ontvangen. De problematiek van het zogenaamde "ravijnjaar" (begrotingsjaar 2026) leidt tot bestuurlijke knelpunten bij gemeenten. Het kabinet Rutte IV heeft besloten de extra bezuiniging op de jeugdzorg "voor rekening en risico" van het Rijk te nemen. Het gaat dan om een bezuiniging van € 100 miljoen in 2024 en € 500 miljoen in 2025 en 2026. • Investeringsbudgetten Bij beoordeling van de jaarrekeningen 2021 van onze gemeenten hebben we geconstateerd, dat een deel van de voor investeringsprojecten beschikbaar gestelde gelden niet uitgegeven is. Deze zogenaamde onderbesteding of onderuitputting van budgetten vinden wij niet wenselijk. Het legt onnodig beslag op de financiële middelen van een gemeente. Ook zien we meer dan voorheen budgetten doorgeschoven worden naar een later begrotingsjaar.

Daarvoor zijn verschillende redenen te noemen die niet altijd binnen de invloedsfeer van uw gemeente zelf liggen. Daarbij kan gedacht worden aan de arbeidsmarktkrapte, het niet beschikbaar zijn van materialen en oplopende kosten van energie en materiaal. Ook blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld een publiek - private samenwerking ingewikkelder en tijdrovender is dan vooraf ingeschat. Wij vragen dan ook nadrukkelijk uw aandacht voor de realiteit van uw inschattingen bij het ramen van "nieuw" beleid. Vervolg Wij verwachten zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vóór 1 mei 2023 een reactie van u. Daarin dient u in ieder geval concreet aan te geven hoe u met de aandachts- en verbeterpunten aan de slag gaat. Het is uw verantwoordelijkheid om (een pakket van) maatregelen te treffen om het structureel en reëel evenwicht te herstellen en te behouden. Tot slot Wenst u een uitgebreidere toelichting op onze bevindingen over uw begroting? Neem dan contact op met David den Ouden. Vanuit onze toezichthoudende rol volgen wij de financiële positie van onze gemeenten en informeren wij u over bijzondere ontwikkelingen rondom de gemeentefinanciën. Een afschrift van onze brief zenden wij - ter kennisgeving- naar uw college van burgemeester en wethouders.

Naast het financieel toezicht toetsen wij in het kader van het interbestuurlijke toezicht (IBT) ook uw taakuitvoering op de terreinen omgevingsrecht, huisvesting vergunninghouders en informatiebeheer. Deze IBTdomeinen kennen een ander beoordelingsritme. De toezichtbrieven hierover ontvangt u op een ander tijdstip. Wij publiceren de resultaten van ons toezicht op de I BT-kaart. Zie daarvoor www.provincieutrecht.nl/interbestuurlijktoezicht. Deze brief wordt vanaf 1 maart 2023 ook toegankelijk via deze kaart.

3

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utr namens hen,

ht,

R.C.L. Strijk Gedeputeerde Financiën, Organisatie, Economie en Europa

Belanghebbenden kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na de datum van verzending of uitreiking van dit besluit daartegen bezwaar maken door het indienen van een gemotiveerd bezwaarschrift. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Utrecht, t.a.v. de secretaris van de AWB-Adviescommissie bezwaarschriften van PS en GS, postbus 80300, 3508 TH Utrecht. Aan de behandeling van een bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden. Indien bezwaar is gemaakt kan ook om een voorlopige voorziening worden gevraagd, als er tijdelijke maatregelen nodig zijn waarmee niet tot de beslissing op het bezwaarschrift kan worden gewacht. Het verzoek moet worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Bij het verzoek om voorlopige voorziening moet een kopie van het bezwaarschrift worden gevoegd. Hiervoor is griffierecht verschuldigd.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/529/documents/16300